het verhaal van de duvel en de engel

Op een dag was de duvel aan het wandelen in een groot bos. Er waren er wel meer zo van die bossen, er waren er zelfs die nog groter waren, maar die dag wandelde hij in een gewoon bos, een middelgroot bos. Geen klein, maar ook geen groot.
Er waren al eens mensen geweest in dat bos. Op sommige momenten waren er zelfs veel mensen. En heel erg soms waren er zoveel mensen in het bos dat ze moesten op een rij gaan staan om er terug uit te geraken.
De duvel vond het er leuk en hij ging dan, om de mensen te pesten, mee in de rij staan. Dan werd de rij wat langer en zodoende moesten de mensen langer wachten. Om het helemaal bont te maken treuzelde hij dan altijd zo een beetje. Dat ergerde de mensen nog meer want de rij naast die waar de duvel stond ging dan sneller en dat vond de duvel leuk. Als hij maar mensen kon pesten.
En zo kwam het dat de duvel op een dag in zo’n rij stond. En God die had de duvel al een paar keer gezien zo en die dacht bij zichzelf, weet je wat, ik zet maar eens een wachter op het einde van de rij, die zal de duvel er wel uitpikken en hem eens flink mores leren. Zomaar de mensen in m’n mooie bos pesten, dat kan toch niet zijn.
En God die zond een hele groep engelen naar het bos. En op elke rij zette hij er eentje. Op de uitkijk naar de duvel.
Een paar weken later kwam de duvel terug in het bos. Het was er weer druk, dat zal wel, want de duvel die kwam er alleen als het druk was. Want als het druk was, dan had je een hele lange rij en dan kon de duvel lekker veel mensen pesten.
Na een gezellige wandeling besloot de duvel het bos te verlaten en pikte er een rij uit. Zoals van gewoonte keek hij wat rond, deed alsof zijn schoenen los waren gekomen, liet hij zijn zakdoek vallen of peuterde hij opvallend wat in zijn neus. Maar deze keer ging de rij vlotter vooruit dan dat hij dat gewoon was en de duvel vroeg zich af wat er wel gebeurde. Hij boog wat op zij en zag aan de kop van de rij een hele mooie engel staan.
De duvel wist niet goed waar hij het had, deze engel was niet als alle andere engelen die hij al eerder had gezien. Deze was echt mooi en hij straalde. Je kon zo zien waar je naartoe moest, je hoefde enkel het licht te volgen.
Toen dacht de duvel bij zichzelf, wel wel…Zo’n engel heb ik nog nooit gezien. Die wil ik wel eens spreken. En de duvel bedacht een list. De duvel bedacht een list om met de engel af te spreken wanneer de mensen uit het bos zouden verdwenen zijn.
Wanneer hij bij de engel was aangekomen zei hij “excuseert u mij, maar ken ik u van ergens?”. Het was geen bijster originele zin, maar hij was zo verblind door de schoonheid van de engel dat hij op niets beters kon komen. “Ik weet ’t niet”, zei de engel,”ik ken u niet. Maar misschien hebben we mekaar wel al eens gezien in het bos.” “O”, zei de duvel, “bent u dan op weg naar het bos?”. “Neen hoor”, lachte de engel,”ik bewaar hier de uitgang. Zodat alle mensen van goede wil gezellig het bos kunnen verlaten”. De duvel was zo gecharmeerd door de engel dat hij afsloot met “wel, dan hoop ik u snel terug te zien, misschien wel in het bos”.

(wordt vervolgd…)

Duvel

het verhaal van de duvel en de engel

Op een dag was de duvel aan het wandelen in een groot bos. Er waren er wel meer zo van die bossen, er waren er zelfs die nog groter waren, maar die dag wandelde hij in een gewoon bos, een middelgroot bos. Geen klein, maar ook geen groot.
Er waren al eens mensen geweest in dat bos. Op sommige momenten waren er zelfs veel mensen. En heel erg soms waren er zoveel mensen in het bos dat ze moesten op een rij gaan staan om er terug uit te geraken.
De duvel vond het er leuk en hij ging dan, om de mensen te pesten, mee in de rij staan. Dan werd de rij wat langer en zodoende moesten de mensen langer wachten. Om het helemaal bont te maken treuzelde hij dan altijd zo een beetje. Dat ergerde de mensen nog meer want de rij naast die waar de duvel stond ging dan sneller en dat vond de duvel leuk. Als hij maar mensen kon pesten.
En zo kwam het dat de duvel op een dag in zo’n rij stond. En God die had de duvel al een paar keer gezien zo en die dacht bij zichzelf, weet je wat, ik zet maar eens een wachter op het einde van de rij, die zal de duvel er wel uitpikken en hem eens flink mores leren. Zomaar de mensen in m’n mooie bos pesten, dat kan toch niet zijn.
En God die zond een hele groep engelen naar het bos. En op elke rij zette hij er eentje. Op de uitkijk naar de duvel.
Een paar weken later kwam de duvel terug in het bos. Het was er weer druk, dat zal wel, want de duvel die kwam er alleen als het druk was. Want als het druk was, dan had je een hele lange rij en dan kon de duvel lekker veel mensen pesten.
Na een gezellige wandeling besloot de duvel het bos te verlaten en pikte er een rij uit. Zoals van gewoonte keek hij wat rond, deed alsof zijn schoenen los waren gekomen, liet hij zijn zakdoek vallen of peuterde hij opvallend wat in zijn neus. Maar deze keer ging de rij vlotter vooruit dan dat hij dat gewoon was en de duvel vroeg zich af wat er wel gebeurde. Hij boog wat op zij en zag aan de kop van de rij een hele mooie engel staan.
De duvel wist niet goed waar hij het had, deze engel was niet als alle andere engelen die hij al eerder had gezien. Deze was echt mooi en hij straalde. Je kon zo zien waar je naartoe moest, je hoefde enkel het licht te volgen.
Toen dacht de duvel bij zichzelf, wel wel…Zo’n engel heb ik nog nooit gezien. Die wil ik wel eens spreken. En de duvel bedacht een list. De duvel bedacht een list om met de engel af te spreken wanneer de mensen uit het bos zouden verdwenen zijn.
Wanneer hij bij de engel was aangekomen zei hij “excuseert u mij, maar ken ik u van ergens?”. Het was geen bijster originele zin, maar hij was zo verblind door de schoonheid van de engel dat hij op niets beters kon komen. “Ik weet ’t niet”, zei de engel,”ik ken u niet. Maar misschien hebben we mekaar wel al eens gezien in het bos.” “O”, zei de duvel, “bent u dan op weg naar het bos?”. “Neen hoor”, lachte de engel,”ik bewaar hier de uitgang. Zodat alle mensen van goede wil gezellig het bos kunnen verlaten”. De duvel was zo gecharmeerd door de engel dat hij afsloot met “wel, dan hoop ik u snel terug te zien, misschien wel in het bos”.

(wordt vervolgd…)

Duvel

Warme winter

Het is al bijna maart en de krokusvakantie is zo goed als achter de rug. Met een beetje weemoed kijk ik terug op deze leuke week waar iedereen zijn dagje had en zich dus heel even als de koning mocht gedragen. Het was fijn en ik kijk nu al uit naar de paasvakantie.

De vakantie was warm en zonnig. Buitengewoon zonnig voor de tijd van het jaar. En vooral buitengewoon warm. En dat na al een hete zomer. De aarde warmt duidelijk op en we moeten er iets aan doen. Niet alleen de industrie, maar ook de kleine man in de straat. Al Gore schiet er niet naast. Voor wie de film nog niet gezien heeft, wel, dat zou u maar beter eens doen!

Ik kan dan niet anders dan toejuichen dat de gloeilamp eruit gaat. Met spijt enerzijds, want de gloeilamp is een mijlpaal in de geschiedenis, anderzijds zorgt het ook voor een gezellig warm licht. En waar zal het door worden vervangen? Een spaarlamp of een (nog meer verbruikend) halogeentje? Ik hoop dat u voor een spaarlamp mag kiezen, en zeker in de niet-leefruimtes. Het is niet alleen goed voor de ozonlaag, het is ineens goed voor uw bankrekening.

Doen!

Aldus sprak eco-Max 😉

Inconvenienttruth_1

een wilde tijger van de zetel

Vandaag heb ik zin om te lachen, springen en dansen.

Gisteren schreef ik nog off-line dat het een mooie dag was om te sterven. En dat was het ook. 6 maanden en 2 dagen geleden. Een mooie zon, wat wolken en zo nu en dan een vlaagje regen. Het ideale moment tussen de lach en de traan om er een eind aan te maken. Het is allemaal al mooi geweest en het kloppen van m’n hart bevestigt alleen maar dat ik de lijn van m’n voorvaders qua levensverwachtingen niet zal overtreffen. Gelukkig beslis ik daar nog niet zelf over.

Daarom maak ik er vandaag weer eens dag van om van te proeven. Al de hele week heb ik mogen genieten van het plezier om Max junior bij me te hebben. Ons samen door de leesoefeningen te worstelen, boekje op de schoot te lezen, de computerspelletjes te trotseren en samen op het strand te spelen. Een kind in zijn volle vrijheid zien genieten. Kan je als ouder nog meer wensen?

Telkens als ik ‘m optil of hij springt als een wilde tijger van de zetel op m’n rug, is er een stemmetje diep vanbinnen dat me vertrelt hoe gelukkig ik wel mag zijn om zo sterk te mogen zijn om dit allemaal nog te mogen en te kunnen. Op een dag zal hij te groot zijn om hem op te tillen. En toch…toch weet ik dat we mekaar altijd zullen blijven knuffelen. Gewoon omdat we mekaar graag zien.

En om dat alles nog een extraatje te geven, heb ik er gewoon zin in vandaag. Ik voel het! Vandaag wordt een dag om in m’n geheugen te proppen als eentje om niet te vergeten.

Geen keizer die ons geluk nog kan breken. Wij zijn de koningen!

D849charliechaplinthekidposters

Carnaval

het weekend is warm en nestelt me in een wereld van geluk en liefde.
Hij is weer bij mij en ik voel mezelf weer volledig.
Volmaakt als een puzzle uit 2 stukken die je als kleine peuter op de tafel zelf en alleen hebt samengesteld.
Het gevoel van eindelijk thuis zijn.
Want hij is weer. Ondanks alles wat ze zei, kan ons geluk niet stuk.
Laat maar komen die zon, laat maar komen die lente.
En straks is het carnaval en dan doen we nog gekker dan we al zijn.

Carnaval_de_venise

Lachende meisjes

Winter is standaard mijn depri-schrijfperiode.
Ok, niet alleen omdat het winter is.
Er zit iets.
Diep.

Maar dan wordt het zomer.
En lachen de meisjes.
Net als zij die me net in straat kruiste
en spontaan "sorry" tussen haar glimlach sprak
omdat we zowaar aan het dansen waren.

In de zomer lachen de jongens en stralen de meisjes
ze zijn dan zo ondeugend mijnheer
laten zich bekijken
zelfs waar je ze anders niet kan zien.

Misschien ligt het ook wel aan de verhuis
die me opsluit
en te weinig de warmte van de mens laat voelen.
Ik moest nog maar eens naar de bib gaan.

Kus je, nog één keer.
Max

Ags_natasha_lachend_schwarz_300