op een dag…

zal ik nog gelijk krijgen ook.

het is gemakkelijker in deze leefwereld om met 10 mensen ruzie te maken dan om van 2 mensen te houden.

Fight_club

Advertenties

Ochtendstond geeft Gent in de mond

Dit wordt een fantastische dag!

Ik voel het. ‘k Heb er zin in. Vandaag ga ik er een lap op geven. De batterijtjes zijn voor 70% opgeladen, nog een nachtje of twee en we staan weer effen. ‘k Heb in ieder geval de tijd al teruggevonden. ‘k Dacht dat ik ‘m kwijt was, maar niets is minder waar, het remblokje van m’n fiets sleepte alleen een beetje 🙂

De ochtend kon alvast niet meer mis. De zwoele ochtendzon, de (nu al) warme temperaturen geven je gewoon zin om er iets leuks van te maken. Om mensen te doen lachen, ze een zoen te geven, onzin te vertellen en te dansen.

Ik geef jullie allen de tofste aprildag allertijden!

Gentochtend240407 Gentochtend240407b Gentochtend240407c

Madeleine, avril 2007

a la recherche du temps perdu
je me retrouve je ne sais plus.
Là où le temps m’a quitté,
où elles ont disparues.
Les madeleines que j’aimais tant,
bercées dans le chocolat crème
ou le café chaud
sur un air d’Aznavour.
Des cafés glacés ont pris leurs places.
Charles a perdu ça face.
Où est donc, ce temps?
Peut-être avec un peu de sucre blanc,
le goût ne se perdra pas pour autant.

Madeleines2

Rozanne

Weet je nog die nacht, Rozanne, dat we samen op de stoep
Dat we lachten omdat huilen zoveel meer pijn doet dan geroep
Dat we de jenever proefden bij die oude, gekke Gust
Al wisten we dat alcohol de pijn laait maar niet blust.

Ik had best iets willen schrijven op de voering van je jas
Waar je me steeds kan vinden als je zin hebt in een glas
Hoe je langs het muurtje zo binnen komt in huis
De achterdeur staat open, alleen de poes is thuis.

Weet je nog hoe ik vertelde hoe pijnlijk het afscheid is
Hoe traag een schip de kaai afvaart, hoe lang het wuiven is
Voordat het schip een stip wordt, dat helemaal verdwijnt
En hoe lang je nog zal blijven in de havenkroeg bij Stijn.

En toen we afscheid namen, was ik rotsentimenteel
Ik wou voor ‘t laatst met jou naar bed en God, het scheelde echt niet veel
Niemand was die nacht, Rozanne, zo gek als wij, ons twee
Hoe raar het ook mag lijken, ’t viel allemaal wel mee.

Toen zag ik pas dat Prinsenhof de naam was van de straat
De straat waarin je woonde, de straat met jouw gelaat
Ik herinner mij de stoepen en het schoongeveegd trottoir
De bakker met vakantie met ervoor de voddenkar.

Van wat er toen gebeurde zal niemand iets vernemen
Het was er koud, Rozanne, en wij, wij zouden afscheid nemen
Er waren geen geraniums, geen straatmus was erbij
Ik had zachtjes willen huilen, maar ook dat ging voorbij.

Rozanne,
Oh, Rozanne,
Oh, Rozanne,
Oh, Rozanne.

Oh, Rozanne,
Oh, Rozanne,
Oooooh, Rozanne.

Oh,
Oh,
Oh,

Ooooh.

Wimdecraene

de schone schoentjes

De prins werd oud. Zijn baard was nog niet grijs, maar zijn hart was verbitterd.
De draken die hij doodde brachten geen oplossingen, het waren verhaaltjes voor duizend & één nacht. Het witte paard waarmee hij alle gevaren trotseerde was gevlekt en al lang niet meer zo fit als toen hij ten strijde trok.
Hij keek naar de schoentjes waarvan hij dacht dat ze nooit iemand zouden passen.
Vele jonkvrouwen vonde de prins charmant maar met geen wou hij trouwen, geen die het schoenenpaar paste.
Op een dag kwam een jonkvrouw van verre aangereden. Ze had zin om eens een ander land te bezoeken en reed langs het kasteel van de prins. Ook zij leek soms wel verbitterd.
Ze meldde zich aan bij de poortwachter, reed de binnenplaats op en vroeg naar de prins. De prins was een openhartig man en verwelkomde haar hartelijk. Ze had wat specialiteiten van haar land meegbracht voor de prins. Prompt werden voorbereidingen voor een avondfeest in het paleis getroffen. Een prinses op bezoek, daar hoort immers eten,drank en muziek bij.
De prinses was blij en de prins stelde haar voor om in afwachting van het feestmaal en het grote bos achter het kasteel te gaan wandelen. Hij was er veel gaan jagen en het zal er vol dieren. Schattige als konijntjes, fazanten of poesjes, maar ook betoverde als padden, zwarte raven of eksters.
Dat maakte het bos wel heel erg speciaal, het was niet voor niets een prinsenbos.
De prinses zag het voorstel wel zitten, helaas had ze enkel haar rijschoenen aan. Dat was niet zo elegant. Rijschoenen waren wel goed om het paard aan te porren en het sneller te laten lopen, om met een rins te gaan wandelen waren die toch niet zo geschikt.
"Ergens in dit kasteel moeten nog wel geschikte schoenen liggen", dacht ze en ze ging op zoek. In de keuken, in de badkamer, op de zolders. Nergens vond ze een paar prinsessenschoenen. Tegen alle regels in sloop ze stiekem het kleine kamertje van de prins binnen.
Daar stond het magische paar schoenen. De prins had ze in zijn eenzaamheid in zijn kamer opgesloten. De schoenen pasten toch geen prinses. Hij had het al zo dikwijls geprobeerd dat hij het proberen zo moe was dat hij ze op zijn kamer tussen zijn kleine bed en het boekenrek had gezet.
De prinses paste de schoenen en ze liepen prima. Ze stonden haar beeldig en elegant.
Met een goed gevoel stapte ze naar de prins toe. De prins wachtte haar reeds op in de grote hall beneden aan het paleis. Hij was verblind door haar verschijning. Sprakeloos. Zenuwachtig sprak hij wat onzin. Het was niet nodig om stoere verhalen te vertellen over de draken en de grote rooftochten. Ze wandelden samen, vertelden over de grootste dingen des levens…’s Avonds namen ze achscheid. Ze keek hem diep in de ogen, hij gaf haar een zoen op het voorhoofd…Een innige knuffel en ze vertrok huiswaarts.

Alternatief einde:
De schoenen pasten niet. Ze kreeg overal blaren op haar voeten. De prinses was zo kwaad dat ze prompt de prins zijn hoofd afhakte. ’s Avonds was er een groot vrijgezellenfeest. Ze leefden allemaal nog lang en gelukkig en hadden nooit kinderen.Schoenen