Het boek van Lilith

Voor wie de expo VERSUS (okt/nov 2012) heeft gemist, stelde Max Van Hemel de ultieme selectie uit zijn collectie tekeningen uit “het boek van Lilith” voor.

De 11 tekeningen (waarvan 8 werden geëxposeerd)  illustreren het verhaal tussen “de jaren van onschuld” en “de jaren van verderf” van Lilith. Dit zijn “de jaren van verleiding”. De overgang uit de zorgeloze jeugd naar ongelimiteerde mogelijkheden van de volwassene. Gewrongen tussen passie, onschuld, onwetendheid en kennis baant Lilith zich een weg door het paradijs van Avalon. Zij zal zich met een list loswringen van haar onderdrukkende partner en opkomen voor zichzelf en het welzijn van de vrouwen. Een welzijn dat sommige mannen vandaag nog steeds niet hebben verteerd.

Max werkt vandaag al aan de prequel “het boek van Avalon” en het vervolg “het boek van Eva” op deze reeks tekeningen. Al is het verhaal van Lilith zeker nog niet uitverteld.

Het boek van Lilith staat voor vrouwenrechten, gelijkheid van kansen, onderwijs, recht op mening en het vrijgevochten gevoel.

cutout_tek_appelvrouwtje 12

Advertenties

De Cowboys en Dindianen

Gent mag dan wel op vele fronten een voortrekker zijn, zo hier en daar heb ik toch mijn bedenkingen over de komende legislatuur met Groen er bij.

Groen maakt er immers een sterk punt van dat de auto de stad uit moet. Liefst heeft niemand nog een auto. Maar is dat wel realistisch? En waarom wil men eigenlijk de auto verbannen? Want is dat geen belangrijke issue? Is het om een vertraging in te roepen? De veiligheid te verbeteren? Om de autoindustrie helemaal naar China te jagen?

 

Je zou kunnen de auto verbannen om de CO-uitstoot de kop in te drukken. Maar als ik me dan een elektrische auto koop…Is dan het probleem opgelost? Zou Groen ermee instemmen om de stad autovrij te maken voor niet-elektrische auto’s? En als het gaat om de CO-uitstoot, waarom hebben ze die trolleybus dan toch afgeschaft? Dat was toch iets gelijk nen tram, zonder diesel én met de mogelijkheid om zonder sporen (en ook zonder onderhoud van de sporen) te gaan rijden. Trouwens, nu ik er zo over denk, ik ben nooit op mijn bakkes gegaan in het spoor van zo’n trolleybus. Bij de wissels van de tram moet ge toch al ferm goed uitkijken.

 

Nu goed, de eerste vraag bij het verbannen van de auto is het “waarom”. En mocht men dat eens uitleggen, dat zou toch helpen om de zet te begrijpen.

Maar goed, stel. Geen auto meer in de stad. Zie je ’t al komen…Nog meer fietsen…En weet ge hoe goed het fietsreglement is? Vredig wandelen over de pleinen en straten kunt ge ineens vergeten. Zeker niet met uw kleine uk die het gevaar van een aanrijding met een fiets niet kan inschatten. Fietsers moeten geen signalen voor een manoeuvre meer geven en eigenlijk op zich, stopsignalen en rode lichten zijn ook al ver overbodig. Ik hoor Groen daar weinig over zeggen. Kan u het zich al inbeelden mocht nog maar de helft van de auto’s worden vervangen door extra fietsgeweld in de binnenstad…wat dat zal geven…zonder reglementen of handhaving…Ik vind het vreselijk.

 

 

 

Daarom een warme oproep om een nieuw bord in te voeren. Een bord dat de fietser bewust maakt dat wanneer hij op koude winterdagen met zijn handen in zijn zakken kan rijden ook zijn arm effe kan uitsteken om zijn richting aan te geven bij een aankomend kruispunt.

Voila, mijnheer Watteeuw, hieronder de tip van de week:

 

meisjes en jongens in het UFO-gebouw

Vorige week stapte ik het UFO-gebouw binnen om er lukraak wat foto’s te nemen. Het is een speciaal gebouw, enorm dominant in de straat en ik zou er voor geen geld de overbuur willen van zijn maar goed, het staat er en we zullen het, zoals vele andere Gentse gebouwen, wel slijten zeker? Hier en daar komen immers stemmen op dat de grond “op” is en dat we de hoogte in moeten. Of dat op deze manier moet, is nog maar de vraag. Enfin bon, ik vind het wel een mooi gebouw, alleen zit ’t een beetje genepen.

Dus ik daar binnen…

Was er een leuke en interessante expo over het rollenpatroon van jongens en meisjes door de laatste eeuwen heen. Rijk geïllustreerd met foto’s, tekeningen, teksten,… Een niet alledaags beeld maar het is goed om te zien van waar we komen en waar we vandaag staan. Gelijke rechten en kansen, dat moet zeker wel kunnen al vind ik dat men soms daar te veel de cliché-toer op gaat en de vrouwen als “slachtoffers” bekijkt, de mannen als “overwinnaars” als het op de succesvolle carrière neerkomt. Zo hoorde ik vanochtend nog in het nieuws dat er slechts 31 vrouwelijke burgemeesters op 308 gemeenten werden verkozen. Tjah, is dat niet wat vijgen na pasen? En als dat niet zo is, is dat dan niet democratie? Laten we eerlijk zijn, de regel waarbij op een partijlijst alternerend man/vrouw moet staan is toch niet echt democratisch en streeft ook niet naar kwaliteit. Met zo’n regel is het al voorhand duidelijk dat een seksistisch patroon wordt gehanteerd om te bepalen wie de plak zwaait. Dat klinkt in mijn oren als “terug naar het Daanstijdperk”.

Anderzijds wordt binnen de expo gretig gezwierd met beelden van de onhandige, radeloze vaderfiguur die niet weet om te gaan met zijn kinderen. Wat op zich ook best grappig en confronterend kan zijn. En ja hoor, als man denkt ge dan soms “maar da kan ik wel zenne!” en steekt ge uw borst (ja dames, helaas, ik heb er maar één) vooruit en blinkt efkes als een ster aan de hemel.

Maar terug naar de expo dus. Interessant! Maar ge moet u wel reppen want ze loopt maar tot 30.11.2012.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Onbekende beelden, sterke verhalen. Belgen in oorlog

patricia (tekst)

Tot zondag 21 april 2013 kan je in de Sint-Pietersabdij naar de tentoonstelling “Onbekende beelden, sterke verhalen. Belgen in oorlog”. Het gaat om een nieuwe samenwerking tussen de Historische Huizen Gent, het Instituut voor Publieksgeschiedenis en het SOMA. Na Gekleurd Verleden treden Bruno De Wever, Martine Van Asch en Rudi Van Doorslaer opnieuw op als curatoren.

Belgen in Oorlog[+]

Op de persconferentie gaven Bruno De Wever en Rudi Van Doorslaer uitleg bij het proces achter de tentoonstelling. Bruno De Wever stelde bijzonder gelukkig te zijn met de tentoonstelling. “De klassieke fotomusea blijven steken in het esthetische van een foto of brengen louter het verhaal van de fotograaf. Deze tentoonstelling behandelt de foto als een historisch document, wat niet alleen zeldzaam is maar ook veel onderzoek vraagt.” En ja, hij was zich er van bewust dat dit commentaar op die andere tentoonstelling (nvdr. Robert Capa) in de Sint-Pietersabdij betekent.

Hij benadrukte dat ze expliciet op zoek zijn gegaan naar onbekende foto’s, vandaar de 20 gastcuratoren. “Van een foto wordt gezegd dat het een venster op de wereld is, maar dit is bedrieglijk simpel. Wat wil dat zeggen, dat je het venster maar moet opendoen om te weten wat de foto wil zeggen? Nee, je moet als kijker de juiste vragen leren stellen. Wat staat op de foto? Wie heeft deze genomen? In welke context? Waarom werd deze foto genomen? Wat gebeurde voordien of na het nemen van de foto?” Rudi Van Doorslaer benadrukte het selectieproces dat aan de tentoonstelling is voorafgegaan om tot de twintig foto’s te komen. Dit had te maken met de kwaliteit van de foto, niet elke foto is even sterk op groot formaat alsook het verhaal achter de foto. Het is geen toeval dat sterke verhalen het tweede deel van de titel van de tentoonstelling is geworden. Hoewel het niet de eerste samenwerking is, was er opnieuw sprake van een groeiproces. Op verschillende momenten zijn keuzes gemaakt en deze werden steeds collectief genomen.

Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]

“Opvallend is dat het steeds om gewone mensen gaat, Belgen die in uitzonderlijke situaties terecht komen omwille van een oorlog en hierdoor uitzonderlijke daden verrichten, waardoor de foto en het verhaal elkaar versterken. Historische kritiek is ons métier, maar in de huidige beeldcultuur is kritisch bewustzijn ook voor het publiek een belangrijke eigenschap.” Met deze tentoonstelling willen ze hiertoe bijdragen, al gaan ze er ook van uit dat hun publiek voldoende volwassen is om een eigen oordeel te vellen. Bruno De Wever: “De doorsneehistoricus is een man of vrouw van het geschreven woord, in boeken worden foto’s eerder als illustratie of ondersteunend aan de tekst gebuikt. Als je verder de foto gaat analyseren merk je dat de foto soms zelfs niet bij de inhoud van de tekst past.”

Als je de zaal binnenkomt kan het lijken of twintig foto’s van Belgen in een oorlogssituatie nogal beperkt zijn. Eens je de verhalen begint te ontdekken, word je echter op een ontdekkingsreis meegenomen. Sommige zaken doen wel een belletje rinkelen, maar soms moet je ook wel vaststellen dat je weinig weet van soms relatief recente geschiedenis. De foto’s bestrijken verschillende periodes, van de Spaanse oorlog over de tweede wereldoorlog tot de meest recente foto uit 2006. Aan de hand van de foto van een groep jonge vrouwen op een plein in Barcelona liet Van Doorslaer ons het verhaal ontdekken. Het bleek om een groep joodse vrouwen uit Antwerpen te gaan die na een opleiding verpleegkunde vrijwilliger werden tijdens de Spaanse burgeroorlog. Je kan op verschillende plaatsen de foto aanraken en zo de touchscreens in werking zetten. Bij andere foto’s ontdek je het verhaal via tablets.

Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]

De touch screens kunnen elkaar niet onderbreken waardoor je bij veel volk misschien wel even geduld zal moeten oefenen. Anderzijds kan je ook gewoon mee volgen. Wij ontdekten met Willem De Witte het verhaal over zijn broer Michaël die in 1982 als vrijwilliger naar El Salvador vertrok. Een eerder zeldzame foto in kleur. We zagen hem op zijn moto, zijn vrouw en hoorden ook fragmenten uit zijn dagboek. De tekst wordt overal bewust breed toegankelijk gehouden, voor specialisten misschien een gemiste kans maar voor leken met een gezonde interesse zeker een plus.

Op de eerste foto van de tentoonstelling zien we een 35-tal mensen op een open vrachtwagen in Antwerpen. Als je weet dat er slechts vijf foto’s bekend zijn die met zekerheid de deportatie van de Joden in België tijdens de tweede wereldoorlog in beeld brengen, weet je meteen dat deze foto met meer dan gewone interesse bekeken wordt. Aan de hand van een aantal vragen en antwoorden word je als kijker begeleid in het kijken naar de foto, meteen een goede oefening voor je zelf aan de slag kan. Op het einde van de tentoonstelling komt de foto terug en wordt ingezoomd op de fotograaf, waarbij de vraag: heeft het belang wie de foto gemaakt heeft? je aan het denken zet.

Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]Belgen in Oorlog[+]

Met de twintig foto’s ben je even zoet en wie wil kan dit achteraf nalezen in de publicatie “Onbekende beelden, sterke verhalen. Belgen in oorlog”. Deze publicatie zal ruim verspreid worden en kan je ook in de boekhandel vinden. Ook in het Frans.

Praktische info
Openingsuren: Alle dagen, behalve op maandag, van 10.00 tot 18.00 uur.
Ook geopend op 26 december, Paasmaandag en Pinkstermaandag.
Gesloten op 24, 25, 31 december en 1 januari.
Toegangsprijzen: individuele bezoeker € 8 /kortingstarief € 6,75 / € 1 (-26 jaar) / gratis (-18 jaar)

Hart en zak

Eerder deze week kreeg ik een mail om een kunstwerk te schenken aan een school ergens in Izegem. “Voor het goede doel”,het kinderkankerfonds. Ja, zo krijgen we er wel een paar op een jaar en wie mij wat kent weet dat ik daar wel voor te vinden ben. Toch vind ik anderzijds ook dat kunst, voor zover we het over kunst hebben natuurlijk, ook zijn waardigheid mag behouden en hoeven wij, als kunstenaars, daarom ons werk niet zomaar ende voor niets in de ring te gooien.

O ja, ik hoor het menig mens al denken “wat kost zo’n werk nu toch?” en dat liefst op de toon dat het vast niet veel kan zijn. Want kunst is duur in verkoop maar kost toch niets in productie, zo is het en zo hoort het. Dus een kunstenaar die zwemt per definitie in het geld, wit geld gemengd met veel zwart geld. Het cliché der clichés.

Dat kunst niet alleen een proces is van “mentale inspanning” maar ook enige handenarbeid vraagt vergeet men al eens. Dat daarbij toch wel meer kosten dan opbrengsten bij komen nog veel meer.

Met enige stoute schoenen aan vroeg ik dan ook aan het heerschap van de school of ook de bakker en brouwer op de veiling gratis drank en eten zouden leveren. Ik vroeg ineens waar de betrokkenheid van de kinderen van de school was. In mijn tijd organiseerden we immers een vrij podium, een wafelenbak of een tekenmarathon om geld in te zamelen. Geen haar op ons hoofd dat er aan dacht om bij de kleine zelfstandige te gaan bedelen om iets “gratis” wat dan ook.

Kreeg ik van de mijnheer van Izegem prompt het antwoord dat de kinderen (van het kinderkankerfonds) geen boodschap hebben aan gratis eten, dat ze een speeltuin willen. En dat hij daarvoor beroep doet op mensen die iets willen doen vanuit hun hart en niet vanuit hun zak!

Wel, beste mijnheer van Izegem, ik heb al geen zin meer om deel te nemen aan uw initiatief. Maar voor de anderen, ik ben nog steeds te vinden voor initiatieven, als u het met het nodige respect oppakt, dan is dat geen enkel probleem 🙂