Sehnsucht-expo eerste weekend

Het eerste Sehnsucht-weekend zit er op. Ik ben erg moe maar in evenredigheid tevreden. Er kwamen ruw geschat al zo’n 230 mensen naar de tentoonstelling. Het “uitverkochte” concert droeg daar natuurlijk wel flink aan bij maar toch…Het blijft als organisator altijd een gok. Het is een beetje tasten in het duister. Maar met zo’n opkomst en de reacties die we mogen ontvangen van de bezoekers, weten we dat het super goed zit!

Vandaag was er dus het concert met Ensemble Classico. Ze brachten er een exclusief samengesteld programma, gekozen op het thema Sehnsucht. Ik mag wel zeggen dat het ook deze keer recht in de roos was! Ikzelf moest het concert grotendeels missen omdat ik me plots niet zo lekker voelde. Weinig drinken, weinig eten en dan nog jachtig van hot naar her crossen om de mogelijke details nog in orde te krijgen…De druk van de voorbije dagen en de warmte van de zaal (de letterlijke warmte dan), speelden mij parten. Maar met de goede zorgen van mijn madam kon ik na het concert toch weer onder de mensen komen. Ook zeer vereerd dat Stephanie D’Hose kwam spreken. Ook dat was erg interessant!

Ik ben ook blij dat ik weer bezoekers kon verrassen, hen nieuwe dingen laten ontdekken. Verhalen, beelden, mensen,…Tot zelfs de tentoonstellingszalen an sich.

Met dank aan ALLE mensen die hebben geholpen vandaag: Lucas, Karen, Aurélie, Noor, de man van Linda, Linda zelf, Arnold, Carlo, Christine…(als ik u ben vergeten, dan is dat omdat ik u teveel voorbij ben gesjeesd)…en het geduld van Jef 🙂

En dank aan ALLE mensen die zijn langs geweest!! Kan ik op jullie rekenen als ambassadeurs voor de komende dagen? Als je de expo mooi vond, maak dan wat reclame op de facebook, deel deze blog of de pagina van Sehnsucht Drongen en laat ook anderen genieten van wat jij hebt gezien. Het doet hen en ons veel plezier.

Tot gauw?! Kom gerust nog’s terug als je’r zin in hebt!

 

 

In alle bescheidenheid

Jaren geleden, toen ik nog in de Catriestraat op de kunstmarkt van Drongen stond, sprak een dame mij aan…

de madam: “’t Es wel schuune moar on da laaif ester iet ni just”
ik:”denkt ge? Als er nu iets is waar ik wel zeker van ben zijn het de verhoudingen. Ik heb daar lang op getraind.”
de madam: “Jaaandeu, oas ge zuufeel pretensen et, toengs kuup kik ni baaj eu zenne”. Ze nam haar sjakos en stapte voort.
ik…verbouwereerd…

Een les in bescheidenheid.

Vandaag geen les in bescheidenheid. Wel een uiting van fierheid bij het zien van het resultaat na het inlijsten van de triptiek-tekeningen. Ik zag Hugo schitteren over zijn eigen werk. Blij dat hij de timing heeft gehaald maar ook blij over wat hij heeft gerealiseerd. Ik kon er echt van genieten hem fier te zien over zijn werk en over het totaalresultaat. Achter zijn gat schreeuwde ik een grote “Yahooooo” (zonder reclame te maken voor de zoekrobot) in de auto op weg naar huis.

De verwachtingen mogen dus gerust hoog zijn, het resultaat is indrukwekkend! (al zeg ik het zelf, in alle bescheidenheid)

 

Kennis en vakmanschap maken de kunst

Om op een kwalitatieve manier een kunstwerk af te leveren werk je met een team van specialisten en kenners. Tijdens de opbouw van de triptiek kon ik regelmatig beroep doen op de kennis van Michiel De Pelsemaker en Gudrun Rombaut, die samen zoveel geschiedenis en fantasy kennen dat The lord of the rings slechts de inleiding is. Zij gaven mee de inspiratie voor de Noorse verhalen die in de triptiek verwerkt zijn.

Naast de verhaallijn is er ook een heel technisch luik aan de triptiek. Ik vertelde al eerder over het niet gebruiken van glas omwille van het gewicht van de zijpanelen. De tekeningen worden gelamineerd. Telkens ik vertel hoe dat in zijn werk gaat, zie ik de blikken van “jaja, zo’n groot formaat…gelamineerd…1 april zekers?” Dus had ik aan Hugo Martens gevraagd om mij te verwittigen wanneer hij aan de inlijsting en laminering zou werken zodat ik wat foto’s kon maken van het proces.

Het lamineren van de tekeningen gebeurt heel secuur. Eerst wordt de lamineerfilm op maat gesneden en worden zowel de film als de tekening ontstoft. Dan wordt de film geduldig over de tekening gelegd. De lamineerfilm is een soort microgeperforeerd plastiek. Deze wordt vervolgens in een grote kist geplaatst waar de film vacuüm op de tekening wordt gezogen. Door de kleine microporiën ontsnapt de lucht tussen de tekening en de film en komt de film hypervlak op de tekening te liggen. Dan wordt de zaak licht opgewarmd en kleeft de film definitief aan de tekening. De tekening is nu beschermd tegen vocht en spatten, helaas niet tegen krassen met een scherp voorwerp.

Dan wordt de lijst gemaakt. Het is niet onmogelijk maar ik werk liever niet met IKEA-lijsten. Deze zijn wel goedkoop maar ervaring leert dat ze noch duurzaam zijn, noch kwalitatief (op termijn gezien). Hugo maakt daarom al mijn lijsten. Ze zijn erg stevig en mocht er toch iets mee gebeuren, dan kan ik altijd rekenen op zijn service. In het geval van de triptiek is de opbouw van de lijst niet onderschatten. De 3 lijsten moeten precies op mekaar afgestemd zijn én met mekaar worden verbonden. Een vergeten stuk techniek wordt hier herontdekt!

Daarna wordt de tekening op de rug van de lijst gekleefd, vergelijkbaar met het lamineren.

Ik kon niet blijven tot op het einde. Hugo werkt ’t in alle vertrouwen af. Ik ben al benieuwd naar het resultaat.

http://inlijstingengent.be/

Kunst op de Muide

Mediabureau De Blauwe Peer schiet in actie. En als die in actie schieten, houdt u vast aan de takken van de bomen…Zij schrikken er niet voor terug om de dure poutrel van de Korenmarkt weg te halen en naar de Muide over te brengen. Al hadden ze mij ook wel kunnen bellen als ze persé een kunstwerk op de Muide willen hebben 😉

Jaren geleden had ik het genoegen om te mogen samenwerken met De Blauwe Peer. Ik ben er nog altijd fier op 🙂

Water en lucht

Gisteren ging ik met Junior wat promoborden voor de Sehnsucht-expo uitzetten in de buurt (ja hoor, ik haal ze daarna weer keurig weg. De locaties zijn genoteerd). Na het tweede bord realiseerde ik me dat ik een paar uur eerder de motorkap had losgemaakt. Ik had dat gedaan omdat er water in de ruitenspoeiers moest. Ik was terwijl aan de telefoon met mijn moeder en dan kon ik niet zomaar ook die motorkap open gooien en met water beginnen. Maar de hendel, die aan de binnenkant van de auto zit, die trok ik al over (ik was via de draadloze verbinding aan het bellen). Natuurlijk – met mijn immer verwarde geest – daarna vergeten en dus met een niet gesloten motorkap rondgereden. Nu ja, die gaan niet zomaar open maar toch…

Dus onderweg zie ik dat en ik leg aan Junior uit dat er nog water in de auto moet.
“Water?” krijg ik al spontane reactie…
“Jep, voor de ruitenwissers”.

Waarop ik vraag of hij dat niet hoort te weten nav zijn theoretisch rijbewijs. “Neen, maar de bandenspanning ken ik wel”. “Ah?”. “Je moet die om de 2 maanden zelf controleren”. “Maar daar heb ik toch een verklikker voor op mijn dashboard? Waarom zou ik dat nu zelf gaan doen? En wat moet de garagist dan nog doen?”

Ik vraag mij af hoeveel mensen spontaan om de 2 maanden de bandenspanning van hun wagen controleren…Dat lijkt me redelijk absurd. Al kan ik wel begrijpen, in mijn tijd moest ik niet weten hoe een autoband op te blazen voor het examen. Tiens…zouden ze dat nu wél vragen? Want iedereen die al eens bandenspanning heeft gecontroleerd weet dat daarna de band meestal platter staat dan tevoren. Zouden ze al zo slim zijn bij de overheid?

Tekendriehoek

Godin Hel was niet de laatste tekening van de triptiek maar wel de laatste die ik afwerkte. Omdat ik er in Brasschaat al aan werkte en parallel in het atelier aan de buitenpanelen werkte, waren de buitenpanelen sneller klaar. Maar op deze tekening moest ook nog heel wat achtergrond getekend worden. Net zoals bij Baldr staat Hel in een nis en worden de zuilen van deze nis versierd met vele kleinere tekeningen.

Om de zuilen recht en langs beide zijden van de tekening gelijk te tekenen deed ik opnieuw beroep op mijn (vergeelde) kennis van architectuur en nam er de rotringdriehoeken bij van de studententijd. Gelukkig draag ik altijd zorg voor mijn materiaal en zien ze er nog als nieuw uit. Het schuiven met de driehoeken leer je blijkbaar toch niet af…

En wat doe ik tussendoor? Cassettebandjes repareren…

 

Garmr en de Walkuren

Tijdens de komende weken geef ik een paar details van de triptiek vrij. Ik bewaar het totale beeld tot na de expo, uit dankbaarheid voor de bezoekers. 

In het paneel met Hel zitten heel wat verwijzingen naar de Vikingkrijgers.  Vikingkrijgers gingen pas naar het Walhalla wanneer ze sneuvelden op het slagveld. Met het zwaard in de hand. De godsdienstcultuur van de Vikingen was dan ook helemaal gericht op oorlogvoeren. Wie stierf op het slagveld zou in het hiernamaals Odin mogen dienen in zijn grote slag tegen de reuzen. Krijgers van het Walhalla moesten de hele dag niets anders doen dan vechten tot de dood. ’s Avonds was er eten in overvloed en ’s anderendaags was alles weer zoals tevoren (doden werden weer levend en konden terug oefenen in het vechten). Veel mooie beloften dus om iedereen aan het vechten te houden. Een fenomeen dat we vandaag ook herkennen in bepaalde culturen.

Een dode krijger werd door een Walkure van het slagveld gehaald en via de regenboogbrug Bifröst naar het Walhalla gebracht. Aan de buitenzijde van de triptiek staan 3 dansende vrouwen. Dit zouden Walkuren kunnen zijn maar feitelijk zijn het Nornen. Daarover later nog wel wat meer.

De omschrijving van “Hel” als een plaats van verderf kennen we uit de middeleeuwen.  Bij de Vikingen was het echter geen plaats met vuur maar wel met ijs en donkerte. Naast de godin Hel stond Garmr als bewaker van de hellepoort. Het was een enorme hond die er, volgens de verhalen, ook al niet al te vriendelijk uitzag. Vandaar de verwijzing naar de hellehond op de achtergrond van het paneel van Hel.

Fly like an eagle…

Flyeren…kaartjes bij de mensen in de bus steken en terwijl een babbelke doen over wat er te zien is. Mocht ik er mijnen boterham mee verdienen, het ware ook nog eens de job van mijn leven. Voor de eerste flyerdag van Sehnsucht II was het alweer een leuke ervaring (voor mijn poep wat minder maar voor de geest des te meer).

Topreacties:

“Aaah jaaa..Tessa Kerre..dat is wel een bekende hé!”

“Karapetyan, dat is een waar virtuoos”

“En wie zijt gij?”

🙂

200 jaar UGent: wat een weekend!

Een druk maar interessant weekend is het geweest. Op de eerste zaterdag van de maand staat standaard een dagje tekenen bij Vepad te Brasschaat op de planning. Maar ik had mij bij de dorpsdag ook nog laten uitdagen door Dirk. Dirk schildert graag en wil een zelfportret maken. Hij heeft al verschillende keren geprobeerd maar slaagt er niet in de schets op papier te krijgen. Bij de dorpsdag kwam hij bij mij wat raad vragen en zei zo tussen het gesprek door “moest gij zo een schets van mij kunnen maken, dan zou ik daar verder op werken om te schilderen.” Ik kon aan de uitdaging niet weerstaan en zette een schets op voor Dirk.

Maar natuurlijk had ik daarmee nog niets om te tekenen voor mezelf. Omdat over de laatste weken de volle aandacht naar de triptiek ging, had ik nog niets klaargezet. Dus ook dat moest nog gebeuren. Al een geluk dat ik eerder deze week al voor model en dergelijke had gezorgd zodat het enkel nog op tekenen neerkwam.

En dan met de motor naar Brasschaat. Dat is tegenwoordig de meest handige manier om rond Antwerpen te bollen. Ze mogen daar wel denken dat “de rest” parking is maar aan de stilstand op de ring te zien twijfel ik er toch sterk aan of de parking niet in Antwerpen zelf ligt.

Enfin, niet gezaagd of geklaagd, maar wel gezellig getekend aldaar in Brasschaat. Met de gebruikelijke taart van Agnes en de koffiebabbels van Luc is dat altijd een geslaagde namiddag. Deze keer kon ik niet blijven plakken, volk vanavond! Spaghettibuffet a la casa del cielo waar de madam voor gezorgd had (samen met de andere madam en de mijnheer) gevolgd door een…smeuïge ijstaart voor de jarige 😉 Dat het alweer een leuk avondje “onder ons” is geweest met steeds weer een grote diversiteit aan onderwerpen.

Zondag mocht het “iets” rustiger. Na de updates van de digitale media en de opkuis van de avond ervoor heel erg op ’t gemak de stad in om 200 jaar UGent te vieren. Met zo’n massa aan activiteiten was het sowieso al kiezen want alles doen dat zou het plezier en het genot ondermijnen. We kozen voor het Pand achter de Sint-Michielskerk. De uiteenzetting rond Immuno T door Tessa Kerre en het debat van de topdokters UGent kon mij wel bekoren. Het is aanstekelijk te zien hoe gedreven deze mensen zijn en hoe ze enorm complexe materie waar jaren studie op gebeurt op zo een bevattelijke manier kunnen uitleggen. Maar naast de gesprekken was er gewoon nog veel te doen en te zien. Ook voor de allerkleinsten was er de afdeling knuffelziekten, kleurplaten,…en de “enhanced motion” app rond Immuno T, de stereo-microscoop voor het bekijken van fossielen, de tentoonstelling over de geschiedenis van de geneeskunde,… Na 4 uur waren we verzadigd met kennis en gingen we terug huiswaarts wat crashen in de zetel. Of toch…nog even de planning opmaken voor de flyer-bedeling… Wat een weekend!

Inclusief lijst

Eindelijk is het volbracht. Deze ochtend nog de laatste afwerkingen gemaakt aan Hel, het laatste paneel waar ik voor deze triptiek aan werkte en dan naar de inlijster. Met een papieren model geplakt op een stuk van een kartonnen doos hoe het er finaal moet uitzien, legde ik uit waar welk deel moet komen en gaf nog een paar instructies naar af te knippen randjes etc etc.

Ik ben blij dat ze eindelijk en op tijd klaar is. Uiteindelijk heb ik nu evenveel tekenwerk dan 12 appelvrouwtjes maar dan inclusief volledig ingetekende achtergronden én dat op minder dan 2 jaar.

Alle aandacht kan nu naar de expo Sehnsucht gaan. De “big boom” waar de volledige triptiek voor het eerst te zien is. En er is nog heel wat te doen op promovlak en organisatievlak, maar we hebben alles onder controle. Dat is al iets toch? 😉

Maar terwijl ik aan het tekenen ben sluipt die ontembare tijger weer in mijn hoofd. Hij draait rondjes en rondjes en stelt steeds dezelfde vragen. Dus gaf ik deze antwoorden: “neen, ik ga volgend jaar geen grote expo’s doen in Vlaanderen.” “Ja, ik ga nog wel tekenen – art is the drug for me – maar ’t zal iets achter de schermen zijn, we zien nog wel waar we eindigen”. Dus…als ik mijn woord kan houden, dan is Sehnsucht ook wel de laatste grote expo tot 2019. Wie zegt ook alweer dat ik de planner ben van de twee?

 

Binks and bikes

Dit weekend is het opendeur bij Harley-Davidson in sint-Martens-Latem. Geen “echt” Gents nieuws maar laat ons eerlijk zijn, er is geen alternatief. En naast het kunstding ben ik ook wel geïnteresseerd in het motording. Ik voel me niet direct een heavy motorman, eerder de opa-cruiser, maar ik kan genieten van de esthetiek. Het design van de motoren is inspirerend.

Bij Harley gaat dat allemaal toch nog een stapje verder, het is “a way of life”. Je kan naast de motor ook allerhande nuttige of speelse Harleydingen kopen: jassen, schoenen, helmen, tassen, taptijtjes tot zelfs ondergoed! Maar het bijzondere blijft natuurlijk de motor zelf. Verschillende modellen van de stoere brede bakken tot de “naked bikes” (met een minimum aan randapparatuur, voor wie graag volledig in de wind zit).

En motoren zijn al een tijd niet meer voor de metalfans. Ook de rockabillyfans en de maatpakman weten de weg te vinden naar de tweewielers. Iedereen ziet er het voordeel en het plezier van in. Er zijn trouwens ook wel zeer exclusieve desgins te zien in de toonzaal; de blauwe motor op het podium is een genummerd exemplaar in beperkte oplage.

Last but nog least: tijdens het bezoek mocht ik kennis maken met zaakvoerster Ann Vandewoude. De enige vrouwelijke Harley-Davidson-zaakvoerster in Europa. Ze zorgt voor een roze touch in de zaak. Dat roze staat niet alleen voor een meer vrouwvriendelijk aanbod maar ook voor initiatieven die het onderzoek tegen kanker ondersteunen. Meer info op https://www.harley-davidson-gent.be/nl Deze namiddag is er nog een motorrit en allerhande grabbelstandjes op de parking.