Opstand: 2 opera-intermezzi met een pauze

Opera. Het is voor mij een onbewandeld pad. En al zou ik er al eens over gelopen hebben, het zal dan inmiddels wel al flink begroeid zijn met onkruid.

Een paar weken geleden zag ik de oproep van Liza Dedapper om naar de try-out van de opera “Opstand” (Kolegemkerk Mariakerke) te komen. Een voorstelling bestaande uit 2 opera-intermezzi: La serva padrona  en L’artigiano gentiluomo. Opera-intermezzi zijn “korte” operastukken destijds speciaal geschreven om te spelen tijdens de pauze van een “grote” opera.

In beide stukken wordt de rijke heer in het spel bedot door de knappe vrouw die in zijn huis leeft. De stukken zijn soms grappig, soms spottend. Tijdens het spel wordt de ongelijkheid (vooral in stand en klasse) aangekaart. De rijke maar niet zo snuggere Uberto geniet van zijn luie leven dat voornamelijk bestaat uit lang uitslapen, eten, feesten en dan lang uitslapen, eten,…Serpina, zijn dienstmeid, heeft feitelijk de touwtjes in handen en beslist op een dag haar “meester” een lesje te leren.

Beide stukken (waarvan ik u het tweede plot zelf laat ontdekken) worden voorzien van boventitels. Altijd handig voor wie zijn Berlitz-boekje met Italiaanse woorden thuis vergeten is. Verfrissend eens wat meer jeugd in de zaal te zien. Dat mag wel meer 🙂

De voorstelling speelt nog in CC De Plomblom en toert daarna verder door naar Aalst en Lierde. Meer info hier.

Live muziek onder leiding van Linde Demuynck. Toneelopbouw staat op naam van Mien Bogaert. Kostuums: Elena Werner

Het zang en acteerwerk wordt verzorgd door Liza Dedapper, Erwin Muller en Roan Windels

 

Parijs dakloos

Naar (bijna) jaarlijkse gewoonte gingen we ook nu naar Parijs. Omdat we de tel zijn kwijt geraakt leggen we de teller vast op 10. We zijn allicht al meer in Parijs of in de buurt geweest maar soms is het moeilijk om de grens te trekken tussen “we bezoeken Parijs” en “we zijn op doortocht”.

Maar deze keer kreeg Parijs onze volle aandacht. Ik wou vooral de expo Klimt (Atelier de Lumières) gaan bekijken. Voor de rest is Parijs altijd dat gezellige Parijs waar ik mij zorgeloos thuis voel. En wat doe je nog na 10keer Parijs? Een rondje déja-vu of valt er nog wat te ontdekken? Ik zal het u al zeggen: er valt nog veel te ontdekken! Na dag 1, gevuld met de expo en een flinke wandeltocht, beslisten we voor dag 2 en 3 het wat meer als een toerist aan te pakken. “2 tickets adultes et 1 enfant pour le bus, svp” En wij weg met de Engelse dakloze dubbeldekker door de vele straten van Parijs. Hop on, hop off. En dat er nog veel te zien valt, ik zweer het u!

Naast een paar geocachen samen met een koppel Parijzenaars, noteerden we vele plekjes die we volgende keer maar eens van dichterbij moeten bekijken. Minpuntje van de rit: de glazen wand rond de voeten van de Eiffeltoren. Ik begrijp dat het zicht moet worden behouden maar ’t is toch niet meer hetzelfde. En dat allemaal door die paar zotten…

Daumier: La Parade du Saltimbanque

De pasteltekening met contouren in houtskool is gemaakt naar La Parade du Saltimbanque van Daumier. Daumier is een kruising tussen een cartoonist en een kunstenaar. Soms zijn zijn beelden spottend, grappig soms erg mooi. Ik hou wel van de circustaferelen uit zijn werk. Deze is er zo eentje van.

Uitdaging

Deze tekening was voor mij een hele uitdaging. Daar waar ik doorgaans (bij covers) schilderijen teken, is dit een echte tekening. En voor het eerst word ik daarbij geconfronteerd met een rechtshandige versus een linkshandige tekenaar. De inkleuring bij Daumier is in een andere richting dan de mijne. Ik heb het op zijn linkshandige gedaan maar moest zo nu en dan toch mijn blad eens draaien.

Ook de kleuren waren een uitdaging. Het origineel papier is vergeeld met de tijd. De kleuren zijn vaal. Het mijne is natuurlijk wit en de kleuren zijn fris en helder. Ik heb er lang over gedaan om een papier te vinden dat niet vergeeld onder de zon. Nu heb ik er zo een en moet het kunstmatig vergelen. Het is bijna niet te zien op de foto omdat het fototoestel het overmatige geel weg filtert.

Het was een interessant en leerrijk project met veel diepte in de tekening. En een bittere ernst naast de grappige setting.

Beaufort: puur tijdverlies

Vandaag deed ik deel 3 van Beaufort. Delen 1 en 2 beperkten zich tot De Panne en Knokke. Bedoeling was om het stuk tussen Zeebrugge en Oostende te gaan doen.

Algemeen staat Beaufort wel hoog aangeschreven als kunstevent en het was ook alweer flink wat jaren geleden (van toen die 2 zwarte kindjes over het strand kropen) dat ik nog eens was geweest.

In De Panne was het al meteen prijs. Een prachtig beeld van 3 hoofden met zicht naar Engeland, Frankrijk en België. Waarom ze precies in die richtingen kijken, daar heb je een beetje het raden naar. Zelfs op de website van De Panne zoeken ze naar een onvindbare diepere betekenis. Maar mooi is de beeldengroep zeker wel. Dat smaakt! Op zoek naar beeld nummer 2…

De halve man met de gouden fallus…Hm…niet mis. Maar goed, van ver heb ik genoeg gezien.

De reis zet zich daarna voort vanaf Knokke. Het eerste beeld dat ik daar zie is gemakkelijk te vinden. Op het ronde punt op weg naar het casino staat een stapel strandhuisjes. Leutig, amusant. Je kan het nog kunst noemen. De frivoliteit lust ik wel. De toren van redderladders heb ik niet gevonden. Helaas. De uiteengespatte visser (21) uit een vorige editie was maar een triestige bedoening. De omweg niet waard. De pleasure garden (22) leek tof maar was al evenzeer een triestig gebeuren. Door het warme weer was geen enkele van de waterpartijen te zien. Tjah…

In Zeebrugge aan Seafront staat een steen tussen 2 vlotters. Aha! Tof! Een beetje competitie, uitdaging van de krachten der natuur. Grappig. Het bord met uitleg verpeste mijn euforie: “de steen…zoals een zwijgende getuige die ons herinnert aan de vergankelijke mens in verhouding tot de onsterfelijke steen.” Wie dat geschreven heeft, heeft ofwel te veel gesnoven of moet zelf terminaal zijn.

“Rotor” linkte met de triënnale te Brugge maar dat hadden ze beter niet gedaan. Stom.

Xu Zehn aan de Zeedijk van De Haan. Daar heb je me mee! Ook al is het een simplistische kopie van een klassiek beeld dat de feitelijke esthetische schoonheid van dit kunstwerk draagt. Het mag er zijn. De pekingeend verteer ik iets beter met een zoetzure saus mah bon, slikken die handel 🙂 Van ook deze uitleg kreeg ik een beetje diarree: “Hij erkent dat er
in werkelijkheid terughoudendheid bestaat in de culturele uitwisselingen tussen Europa en China door vooroordelen, maar benadrukt dat het inzicht in onze eigen cultuur gebaseerd is op vastgeroeste mythologie. ” Het andere beeld in De Haan…niet gevonden!

Dan naar Bredene. Oh kijk, hier hebben ze al de moeite gedaan om op de grond pijlkes te schilderen. Dat loopt al wat vlotter. Als het de moeite is. Op het strand staat een groep Keltische schilden met een mosselmotief er op geprint. ” Pattern of Activation (Mutants)”, ik zat er toch niet ver naast he? Fier op mezelf ga ik het bordje lezen…Had ik maar beter niet gedaan.

De volgende groep Keltische schilden is toch wel van diezelfde kunstenares zeker. Een (nog) veel minder inspirerende groep die je eerder toevallig moet vinden. Enfin, trekt op niet veel.

Bij het laatste beeld in Bredene dacht ik “allez, nu zetten ze hier een kapotte draaimolen”. Blijkt dat het een beeld van de kunstroute is. Ik ben er dus niet voor gestopt, misverstandje…

Omdat ik sinds Knokke van de ene ontgoocheling in de andere terecht kom, lees ik even in het programma wat er Oostende te zien valt en beslis om de karrekolle te laten voor wat ze is. Beaufort is vergane glorie. Het scoort 1/5 en een welgemeende “awoe” voor al dat belastingsgeld. De “kunst”-deskundigen mogen voor mijn part naar een psychiatrische kliniek.

 

 

 

Kunst in Knokke

Zwoele zomeravond. Verschrikkelijk cliché. Ze keek naar mij en vroeg me: “ga je met me mee?”. En we hadden een date!

Wie voor het komende weekend nog geen plannen heeft kan deze tip zeker goed gebruiken. Nog tot 15/8 loopt in Knokke de 25e editie van de openlucht tentoonstelling “Sculpture link“. Vanaf het station volg je de Meerlaan en wandel je zo langs vele prachtige beelden opgesteld langs de baan. Ben je aan de Zeedijk gekomen, dan kan je ook die afwandelen. Langs de zeedijk vind je niet alleen de beelden van Sculpture link maar zie je veel moois in de galerijen langs de dijk. Wil je nog meer zien, dan is er ook nog de “beelden”-route van Beaufort. Die laatste moet je niet al te letterlijk nemen want het zijn verre van sculpturen: een artistieke tuinaanleg, een speciale redderstoel/trap/toren, een soort gestolde visser…Het is zo wat minder mijn ding (voor wat Knokke betreft toch).

Dat Knokke kunststad aan zee is kan je zien aan het overzicht van alle beelden in de gemeente. Die zijn verzameld op deze site: https://www.myknokke-heist.be/nl/beelden-de-stad

Eettip: restaurant Rigoletto aan de Lippenslaan. Lekker, gezellig, casual en betaalbaar.

Triënnale Brugge

Nog tot 16 september loopt in Brugge de triënnale. Dat is op zich niet meer dat een moeilijk woord om een beeldententoonstelling die om de 3 jaar door gaat te benoemen (dus laat u niet afschrikken).

Samen met vrienden is dat het ideale excuus om af te spreken in Brugge. Met deskundigheid van gids M (die je niet kan bellen voor moord) werden we door het parcours geleid en zagen we de meeste beelden. Leuk aan deze “tentoonstelling” is (1) dat ze op het water ligt, (2) dat je ze ook echt kan gaan beleven door er in/door te lopen en (3) het soms inspirerend, dan confronterend, dan leutig is om te doen.

Alles is op wandelafstand. Hup, auto in parking ’t Zand achterlaten en wandelen maar! Neem de tijd om onderweg ook een picknick en een ijsje naar binnen te werken en je hebt zo de dag van je leven.

Let wel, in Brugge rijden de auto’s nog door het stadscentrum, dus wel even opletten voor de gaspedaalmens.

Meer informatie over de triënnale vind je via de website van de tentoonstelling en hieronder natuurlijk op de foto’s 🙂

 

Cover: Daumier: Parade de saltimbanques

Als kunstenaar voel je je dikwijls alleen staan. Duizend vragen flitsen door je hoofd. “Ben ik goed bezig? Zal dit idee aanslaan? Wat zullen de reacties zijn? Zal er verkoop zijn?…” Elk werk is een test, een eindexamen voor een onverbiddelijke jury van duizenden mensen.

Maar dikwijls is niet altijd. Met de jaren heb ik mijn “fanclub”. Soms zijn ze laaiend enthousiast en maken ze openlijk promo voor mijn tekenwerk. Soms zijn het stille genieters achter het scherm.

En dan heb je dat kleine groepje van mensen die je steunen, duwen, vooruit helpen. Ze zijn mijn “crew” en even belangrijk dan het werk dat ik maak. Zonder hen, geen tekening. Twee van die mensen zijn Luc en Jan. Luc heeft me kansen gegeven die ik allicht zelf nooit had kunnen hebben. Jan die stelde mij voor aan zijn grote boekenkast waar ik helemaal mijn gang mocht gaan. Eén van die boeken lettert “Daumier” op de cover. “Voisins de Paris” is de eigenlijke titel. Honoré Daumier is een tekenaar van medio 1800. En het boek inspireerde me tot deze cover2cover (in opbouw)…