De Curieuze collectie: geselecteerd!

Ik heb het niet voor wedstrijden. In de regel verlopen kunstwedstrijden als volgt:

  1. een oproep wordt in het wild rondgestrooid en per toeval zie je die ergens landen (ik weet niet hoe het zit in andere steden maar in Gent, als je niet in een academie, Nucleo of dergelijke groeperingen zit, ben je een outcast)
  2. dan reageer je, brengt werk binnen voor de selectie
  3. doodgaan van de stress
  4. een paar dagen/weken later mag je het werk terug komen afhalen en ben je geselecteerd/afgewezen en meestal ook zonder uitleg

Ik begrijp dat het onmogelijk is alle werken te becommentariëren. Vooral – kunstenaars kennende – ze gaan dan graag uren in discussie over hoe fout de jury het wel heeft.

Bij De Curieuze Collectie loopt het een beetje anders. De jurering is publiek en direct. Alle aanwezige inschrijvers kunnen de werken van hun collega’s zien en horen de verdediging. Zo kan je voor jezelf al op zijn minst zien wat de anderen indienen, wat ze er bij vertellen en hoe de jury daarop reageert. De jury krijgt ineens ook een gezicht (net als de kunstenaar trouwens). Je ziet wie er rond de tafel zit. Mensen onder mekaar.

De keuzes blijven moeilijk en hard. En ik ben blij dat ik voor deze gerenommeerde wedstrijd geselecteerd werd als laureaat. Ik vind het ook mooi dat er bij het einde van de jurering (nogmaals) herhaald wordt dat een non-selectie geen afbreuk doet aan het werk. De wedstrijd heeft een thema, de samenhang van de aanstaande tentoonstelling is al even belangrijk.

De Toren(s) van Babel worden dus voor het eerst geëxposeerd in de kapel van Campo Sancto in Sint-Amandsberg op 3-4-5 mei 2019. Spannende (eerste) confrontatie met het publiek en meteen ook mijn eerste expo in deze kunstkapel.

90/365: Lilith, ex libris

De meest gegeerde tekeningen zijn de tekeningen “ex-libris”. Elke tekening is uniek en maar weinig tekeningen laat ik in poster drukken. Maar sommige tekeningen maak ik in de rand van een project. Ze worden niet geëxposeerd en zijn daarom een uniek stuk voor de eigenaar. Only the happy few krijgen het werk ooit in het echt te zien en kunnen de levendigheid van de potloodstreken ervaren. Dit is zo een (wat ik noem) “ex-libris” uit de Lilith-reeks…

88/365: zonder kantjes

Sommige tekeningen dateren van voor ik een digitale camera had. Het beste wat ik toen (al) kon doen was de tekening op mijn flatbedscanner leggen en zo centraal mogelijk inscannen. Dan krijg je ongeveer dit resultaat. De kern van de tekening zonder de rand. Het is een beetje als de Nachtwacht nadat ze er de zijkanten hadden afgeknipt…

86/365: in kleur

Begin jaren 2000 werkte ik vooral in 1 kleur. De kleuren konden verschillen maar per tekening was er meestal maar 1 basiskleur. Toch experimenteerde ik graag met “volle kleuren”. Ik had mij, na bezoek aan de fabriek, een doos pastelkrijten gekocht en wou daar mee aan de slag. Het medium ging sneller dan potlood maar het was niet zo verfijnd. Op zoek naar nieuwe mogelijkheden maakte ik deze “douchescene” 😉

85/365: de danskampioen

Zelden plaats ik nog oproepen naar modellen. Met de jaren ken je de wegen en “ons kent ons” waardoor meestal het circuit wel blijft draaien.

Begin jaren 2000 was ik nog lang niet aan die evidentie toe. Het internet was (voor Vlaanderen) nog maar een kind en in die tijden redelijk duister. Maar op een dag kreeg kandidatuur van dit model. Ze bleek dan nog ineens Belgisch danskampioen te zijn.

84/365: de serveuse

Vroeger had je in Gent een Mexicaans restaurant aan de Kleine Vismarkt. Vandaag is daar het immokantoor Engels&Volkers gevestigd. Ik was een regelmatige klant. In de zaak werkte een meisje met koperkleurig haar en op een dag vroeg ik haar of ik een tekening van haar mocht maken. We spraken af en het eerste wat ze zei toen we aan de sessie begonnen was: “je zegt maar wat ik moet uittrekken”. Waarop ik antwoordde: “het is voor een portret”.

Zo gaat het leven een kunstenaar 🙂

83/365: Duvel

Mannen weten waarom! Een Duvel drink je uit een Duvelglas. En waarom een Duvelglas? Omdat een Duvelglas de ideale borstmaat heeft. Hij ligt perfect in de hand en er is zo goed als geen “jammer” aan. “Jammer” dat is – volgens mijn drinkebroer – het deel wat niet meer in je hand past. Dat is…”jammer”… 😛

82/365: te gladde wegen

Ervaring in de materie is evengoed dingen testen, kijken wat het geeft en analyseren hoe je kan verbeteren. Toen ik nog studeerde moest ik regelmatig op het ultragladde Bristol-papier tekenen. Voor technische tekeningen in inkt is het papier zeer geschikt. Maar of het ook geschikt is voor potlood…Ik betwijfel het. Het is iets te glad. Maar dat leer je al doende 😉


81/365

Ik heb altijd al “monumentale” ideeën gehad. ooit schreef ik het stadsbestuur/Van Rouveroij aan met de vraag of ik voor een paar maanden een ruimte ter beschikking kon krijgen om een grote tekening te maken. Geen reactie en dus vruchteloos contact. Maar de uitgewerkte schets overleeft de tijd wel. De engel van de liefde (?) in wording zittend op een Romeinse zuil…

72/365: de laatste wens

Op een dag ben ik op de uitvaart van de vader van een collega in de kerk van Merelbeke. Ik ben geen goeie in kerkmomenten. Teveel afleiding, teveel kunst en een ook beetje mijn ergernis dat een pastoor na zoveel keer missen die tekst nog niet vanuit het hart kan voordragen.

Maar de mis zette me aan om eigen, hedendaagse versie te maken van de kruistocht van Christus.

Dit is de eerste uit de reeks: de laatste wens.