243/365: La visite du diable

ofte the living devil (letterlijk kan je dat niet altijd vertalen) het gaat om een gevoel he 😉 Maar ik vond deze tekening nu wel gepast op de laatste dag van de zomervakantie 🙂

242/365: de focus

Tekenen naar levend model blijft een unieke interactie. Anders dan tekenen vanaf een foto ga ik meer focussen om wat me op dat moment interesseert. Alles wat niet interessant is, laat ik los.

Bruegel – Kermis in Hoboken: Fleur de lis (17)

In de eerste blog had ik het over 2 mensen biddend voor een kleine kapel op de zijkant van de kerk. In deze slotscène wordt het geheel helemaal duidelijk. 2 pelgrims (?) gaan de herberg (?) binnen. Hun kledij laat er geen twijfel over bestaan; ze zijn onderweg op pelgrimstocht.

Naast de – alweer – prachtige details, de bouwvallige slaapplaats – met veel scheuren in de gevel – en een zoveelste ontlastende mens tegen de gevel, zie ik de “fleur de lis”, bijna als lichtreclame boven de deur op het bord verschijnen.

De fleur de lis staat al sinds jaar en dag symbool voor de Franse troon. Dat leidt tot een merkwaardigheid daar we inmiddels weten dat het Willem van Oranje was die Hoboken nog maar net verkocht had aan de Antwerpse gebroeders Melchior en Balthazar Schetz. Melchior Schetz, lid van een Duitse katholieke familie, was schatrijk geworden via koophandel en bankwereld. Het was de eerste heer die ook te Hoboken zou resideren, hij had er zijn kasteel schuin over de kerk. Dus van waar de herberg met een fleur de lis boven de deur?

 

Het is zeker dat deze fleur de lis geen toespeling op Compostella is. Ik zie ook nergens de pelgrimsschelp. Aan pelgrimstochten geen gebrek in de tijd van Bruegel. Denken we aan Scherpenheuvel, Halle, Oostakker,…En zo waren er nog wel honderden in de streek en de landen rondom ons.  De lelie zou wel in verband kunnen worden gebracht met Maria. De lelie is in de leer der emblemata een symbool van de maagd Maria, van zuiverheid en maagdelijkheid.
De Lis de France zou een fameuze onderhuidse prik naar de Spanjaarden, die onze contreien onder de knoet hielden. Eerst Keizer Karel, een zachte heerser die  in Gent geboren was en het Nederlands goed beheerste. Man van het volk, maar moegestreden door al zijn oorlogen, voornamelijk tegen de Engelsen en de Fransen, en in zijn overzeese gebieden. De man die de zon nooit zag nederdalen in zijn rijk. Opgevolgd dor zijn schlemiele, bloeddorstige zoon, Filips II, die nooit zijn neus hier gestoken had in Vlaanderen, geconditioneerd door de godsdienst en de inquisitie. Liet midden in Brussel de graven van Egmond en Hoorn, erg geliefd in Vlaanderen, om erg vage redenen onthoofden en stuurde in 1566 zijn troepen naar Antwerpen (de Spaanse Furie), om alle Hugenoten naar Amsterdam te jagen en daarmee de haven van Antwerpen (de grootste van Europa) te ontwrichten. Waardoor algemene armoede. Het zou kunnen dat men stiekem met “den Franschman wou heulen…. (met dank aan Jan voor deze inbreng)
De meest waarschijnlijke betekenis van de lelie op het bord boven de deur moeten we niet zo ver zoeken. Bruegel speelde wel met onderliggende betekenissen maar evengoed gewoon met feitelijke weergaven. Met dank aan prof. dr. Manfred Sellink weet ik u het volgende te vertellen: Hier gaat het eenvoudigweg om een uitspanning/herberg die iets heet als ‘In de (witte) lelie’ – populaire naam  voor herbergen/kroegen, etc. Je vindt zich nog steeds her en der. Nu ook nog hotel in Antwerpen met die naam.  Ook veelvuldig voorkomend als naam voor huizen die geen herberg zijn. Zo heette bv prentuitgeverij van Philips Galle – bevriend met Bruegel,  huisvriend van Plantijn, Ortelius en Cock – op zijn tweede locatie in Antwerpen vanaf de jaren ’80 ook ‘In de witte lelie’
Dus misschien is het toch een verwijzing maar in ieder geval houden we het er op dat het bord verwijst naar de naam de instelling.
Bij de tekening laat ik u de vorderingen zien van ruwe schets, over uitwerking van de tekening in potlood tot de versie in inkt. Op de achtergrond werk ik ook de mannen op het kerkhof uit (met een opvallend gedetailleerd kruisbeeld op een graf). Dit is dan meteen ook de laatste blog met een verhaaltje. Er volgt nog 1 blog met het totaalbeeld van de afgewerkte tekening en linken naar informatie die ik op het internet heb gevonden.

241/365: Rustig gevoel

Laat ik er nog maar eens eentje uit de oude doos nemen. Fout papier, foute inkleuring maar de stijl, de sfeer was er wel al. Ik betrap me er op  dat ik liefst van al werken maak waar je als kijker zelf een goed gevoel of rustig gevoel bij krijgt. Misschien ook daarom dat ik niet zo “geslaagd” ben in de moderne kunsten met hun dynamiek en agressieve confrontaties.

240/365: portret van een jonge dame

Regelmatig wanneer ik deze tekening toon krijg ik de vraag of het een Van Eyck is. Helaas, het is naar een schilderij van Petrus Christus. en dat is nu net wat ik telkens wil bereiken met mijn cover-tekeningen. Het zijn bekende kunstwerken maar niet die die in jouw spontane top 10 van favoriete kunstwerken komt te staan.

Het portret is van een (onbekende) jonge vrouw. Mijn versie kijkt iets minder bitchy dan het origineel maar ik vind dat niet erg. Het is dan ook “naar” en niet “een kopie”.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de kring (16)

Op de website van de heemkundige kring van Hoboken wordt gedacht aan een traditioneel lied: de Hobocken dans. Het zou best kunnen dat dit de dans was waarop deze mensen dansten. Op de ets van de Sint-Joriskermis wordt helemaal anders gedanst. Mannen zwaaien met zwaarden terwijl ze met een bepaalde ritmiek bewegen. Bij deze groep staat echter geen muzikant. Naast de kring op de kermis in Hoboken staan 2 muzikanten (en een 3e naast de inkom van de kroeg links).

Ik heb er zo’n 6uur over gedaan om dit tafereel na te tekenen. Het vraagt dus wel wat tijd om deze – op het eerste zicht – eenvoudig scène van 13x7cm na te tekenen. De verwering van de originele tekening speelt daar zeker een grote rol bij. Het is niet altijd duidelijk waar de lijnen naartoe gaan en ik probeer zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Maar terwijl ik zo aan het tekenen was, was ik zelf bezig met muziek in mijn hoofd. Telkens kwam ik terug naar “Les Flamandes” van Jacques Brel.  Waarom gedanst wordt rond de 2 figuren in de center van de kring blijft een mysterie. Zijn het de jarigen van de dag? Het is wel gekend dat Bruegel graag de kinderen centraal zet in zijn schilderijen/tekeningen. Zie daarvoor ook de scene met de zotskap, frontaal in beeld.

Dus voor wat mij betreft wordt hier gedanst op een doedelzakversie van Les Flamandes van Brel (kwestie van anachronismen te hebben)

Les Flamandes dansent sans rien dire
Sans rien dire aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans rien dire
Les Flamandes ça n’est pas causant
Si elles dansent, c’est parce qu’elles ont vingt ans
Et qu’à vingt ans il faut se fiancer
Se fiancer pour pouvoir se marier
Et se marier pour avoir des enfants
C’est ce que leur ont dit leurs parents
Le bedeau et même son Eminence
L’Archiprêtre qui prêche au couvent
Et c’est pour ça, et c’est pour ça qu’elles dansent
Les Flamandes, les Flamandes
Les Fla, les Fla, les Flamandes
Les Flamandes dansent sans frémir
Sans frémir aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans frémir
Les Flamandes ça n’est pas frémissant
Si elles dansent c’est parce qu’elles ont trente ans
Et qu’à trente ans il est bon de montrer
Que tout

239/365: place m’as-tu vu

Als ik op de baan ben heb ik altijd een klein stapeltje kaartjes mee. Dat is handig om uit te delen wanneer mijn tekenwerk ter sprake komt maar het is evengoed handig om op een rustig moment een tekening op te maken.

De brillendoos is de plek die brildragers altijd zoeken. Het is een grappige tegenstrijdigheid: met bril zien ze alles, zonder bril wordt het een stuk moeilijker. De brillendoos wordt (letterlijk) liefst graag gezien. Daarom is de brillendoos de ultieme place m’as-tu vu?