230/365: Happy faces (1)

Met zijn momenten zoek ik wat modellen om plezante tekeningen mee te maken. Het mini-projectje “happy faces” leverde een reeks portretten van blije mensen op. Ik plaatste een oproep op Facebook en iedereen mocht een foto inzenden (het project is voorbij, spijtig voor u). De komende dagen volgen een paar blije gezichten uit de reeks.

Paris ne sera jamais Paris

ofte Parijs is altijd een beetje anders. Jaarlijks ga ik naar Parijs. Dat is al vele jaren zo. En telkens ik naar Parijs ga, ontdek ik weer een andere kant, een ander leven, andere kunst, andere sfeer.

Deze keer ging de trip helemaal naar ’t zuiden van Parijs. Het 14e en 15e arrondissement. En hoe groot Parijs ook is, er zijn enorm veel parallellen met Gent. Gent mag fier zijn dat deze wereldstad een beetje een spiegel is voor dit grote dorp.

Maar na een 3daagse vol plezier en genot, zei ze me op de Thalis richting Brussel: “eigenlijk zouden we vanavond naar een Franse film moeten kijken”. Ik zocht en ik vond. En eigenlijk mag u deze film ook niet missen. Daarom laat ik hieronder een link waar u hem helemaal gratis kan bekijken. Maar begin misschien eerst met de trialer over dit waargebeurde verhaal van Edmond waarvan iedereen de afloop kent maar niemand het begin…

 

229/365: op de koersfiets

Meisjes…(heb je dat nu ook zo als Raymond uitgeroepen?)

In Gent zie ik meer en meer meisjes op een koersfiets. Ik vind dat wel sexy. Niet alleen omdat het meisjes zijn. Een koersfiets op zich geeft een andere kijk op benen en spieren. Ik vind dat fascinerend. Zeker bij het bergop rijden. De fietsende benen op de helling van de Walpoortstraat is zo een plek om – als tekenaar – van te genieten.

228/365: de grote duik

Nog 2 weken zomervakantie. Hopelijk zit de uwe er nog aan te komen. Indien niet, heeft ’t u deugd gedaan? Koos je voor de frisse duik, de natuur in het noorden, de zon in het zuiden, een cultuurtrip door de geschiedenis,…? Laat ’t mij weten. Vertel mij uw verhaal.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de zotskap (13)

Voor de bespreking van “de zotskap” ga ik wat dieper in op de evolutie van hoe ik tot mijn tekening kom. De basis van de tekening ligt bij de oorspronkelijke tekening van Bruegel uit 1559. De ets (zonder jaartal) hanteer ik arbitrair, om twijfels weg te nemen. Ik ga er van uit dat de etser toch wel beter weet hoe men zich in die tijd kleedde dan enig levende mens anno 2019 😉

Maar ik hanteer de ets wel kritisch want de etser maakt natuurlijk zijn versie van de tekening. En ik doe dat, bij verweerde zones ook wel graag.

De zotskap is zo’n figuur ter interpretatie. Hij komt op meerdere schilderijen van Bruegel voor, op de voorgrond of ergens als “storende element” op de achtergrond. De symboliek van de zotskap is mij nog niet helemaal omschreven. De vraag is of het wel duidelijk is welke boodschap Bruegel wil meegeven met deze figuur en of deze boodschap ook telkens in dezelfde lijn ligt. In een periode van Gentse Feesten of Carnaval zou ik – net zoals het in het beeld staat – durven te stellen dat de zotskap de meute meesleurt. Dat we allemaal graag eens gek doen of het varken uithangen maar dat we finaal gezien onszelf alleen maar voor de zot houden goed wetende dat er altijd een dag van ontnuchteren komt.

Dat de zotskap zo centraal in beeld komt bij deze tekening kan geen toeval zijn. In de literatuur lees ik ook wel wat over de kinderen die blootvoets lopen en dat ook daar een betekenis aan gekoppeld moet worden. Ik kijk naar de houding van de kinderen en zie de linkse jongen het trio aanvoeren. Hij loopt niet alleen zonder schoeisel maar evengoed zonder broek. Het andere kind volgt een beetje houterig op de ets. Op de tekening zie ik eerder een tegentrekker. Zo eentje van “néééé, ik wil niiiii” De houding op de tekening is – voor mij – een kind dat zijn/haar (?) voeten in de grond heeft gebetoneerd en waarvan het bovenlijf met veel tegenzin in beweging moet komen.

Ik vind ook een groot verschil in expressie tussen de tekening en de ets. Dat komt wel meer voor maar hier vind ik het frappant. De zotskap lijkt me op de tekening een eerder oude, apatische man terwijl op de ets hij eerder glimlacht. Het kind rechts is op de tekening duidelijk een tronie. Een ruwe schets van een nukkig kind. Op de ets lijkt het een beetje “simpel” van geest. Omdat de tekening nogal wazig is op die plek vond ik het leuk er een Rembrandtachtig gezichtje van te maken.

En dan nog dit: terwijl ik deze tekening maakte hoorde ik buiten een hond blaffen. Is het niet opvallend dat al deze boeren samen komen maar geen enkele hond (of kat) op de scène te zien is. Een boer zonder hond lijkt me nogal onrealistisch.

Hieronder de originele tekening van Bruegel, de ets en mijn tekening. Op het origineel is deze scène ongeveer 9cmx5,5cm. Beeld u in hoe gedetailleerd dit geschilderd is op het formaat van ongeveer een halve postkaart.

 

227/365: allemaal naar de hemel

15 augustus is de feestdag van Maria Tenhemelopneming. Klinkt wel een beetje raar…”tenhemelopneming”…Kan ik me inbeelden als zo een grijpkraan op de kermis waar je probeert en probeert, mikt naar de prijs die je graag uit de bak wil uitvissen. Een paar munten verder heb je beet en grijp je de prijs bij de kraag. De kraan schuift eerst naar links, de kraan wiebelt maar de prijs blijft hangen…YES, beet!…Dan schuift de kraan naar voor en vlak voor het bakje los de kraan grip en valt de prijs toch net voor de afvoer terug tussen de korrels. Op een ongrijpbare plek… De hemel is een plaats waar je niet moet op hopen, maak er gewoon het beste van op aard. Zet u op de stoel en zweef wat boven Gent, ook de moeite waard 🙂