KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

Van Eyck-stadswandeling (deel 1)

Naast 2 fietsroutes in het kader van #OMGVanEyck is er ook een wandelroute in de Gentse binnenstad. Ook hier weer een aangenaam wandelpad met onderweg wat weetjes. De wandelroute kan je HIER DOWNLOADEN (niet via de kanalen van Stad Gent *rolt met de ogen* )

Ons deel 1 is goed voor 5km en ondanks dat het een prachtige zonnige zondag was, was het erg rustig in de stad. Nu ja, maar goed ook want het begrip “afstand” is bij velen nog niet echt ingeburgerd zo te zien. Dan hou ik het maar liever op Mariakerke waar men het wel al kent. Mah bon, los daarvan, een prachtige wandeling die ik wel de moeite waard vind. Weinig focus op de diefstal (die route kan je tijdens de Gentse Feesten 2021 zeker ’s volgen met gids), veel aandacht voor het Gent in de tijd van Van Eyck en wat daar nu nog van te herkennen valt. Ik hoop dat een aantal geplande events van het Van Eyckjaar later terug worden opgenomen want die lichtshow en de VR-briltour wil ik zeker nog wel doen.

Het stalen ros van Heer Borluut – deel 2

Vandaag hebben we dan deel 2 van de fietstocht gedaan. Een heel ander landschap zowaar. De rit begon in voor ons aan de Watersportbaan (knooppunt 52) en zo door de stadskern naar Gentbrugge, Heusden, Melle, Merelbeke, Zwijnaarde. Vandaag geen bijzonder sjieke villa’s maar wel veel velden, meersen,..groene ruimte dus. Hier en daar een paar kasteelkes en zo nu en dan een goed excuus om een knooppunt aan Van Eyck te linken (al vond ik de uitleg soms nogal magertjes, maar goed, ’t is voor “de sfeer” 😉

Voor het eerst ben ik over de fietsbruggen over de E40 en over de R4 gefietst. Leuke ervaringen.

Ons rondje was vandaag goed voor bijna 45km en een tijd van 2u11. Dat vind ik best OK. De route naar Oostende is al ingepland op de app 🙂

 

Het stalen ros van Heer Borluut

Met het Van Eyck-jaar werd er een wandeling door het centrum van Gent en 2 fietstochten rond Gent uitgetekend. Met dit zonnige weer dachten zoon en ik dat we op zijn minst een deel van de fietstocht zouden moeten gaan doen. En dat deden we… Wij namen de route “het stalen ros van Heer Borluut

Van Mariakerke naar ons startpunt 61 in Drongen centrum en zodoende naar Baarle. Daar moesten we omrijden want het veer vaart niet uit door de corona. Ik had het toch wel thuis nagekeken maar de dienst Waterwegen vond een algemene vermelding zonder meer informatie blijkbaar genoeg info (’t blijven ambtenaren niwaar). Dus reden we om door SM Leerne en langs Laarne… De rode lus (zie foto onder) van waar de tekst “Baarle” start tot ongeveer hetzelfde punt aan de overkant van het water hoort in de regel niet bij de route en was “een klein extraatje”…

Maar met de app van de fietsroutes kan je eigenlijk redelijk gemakkelijk je nieuwe fietsroute uitstippelen door kruispunten aan te klikken waar je naartoe wil fietsen. En de fietsroutes zijn zeer aangenaam om te fietsen. Ik zou er niet met een koersmodel met zo van die dunne bandjes langs gaan (er zijn namelijk ook onverharde of kiezelwegen bij) maar met een gewone stadsfiets is het zeker te doen.

En hebben wij mooie dingen gezien? Zeker wel! Vooral veel mooie, (te) grote huizen en zalig veel groene lanen en paadjes langs de Leie. Tot in de stad zijn we niet geraakt. Gelet op de omweg, hebben we vanaf knooppunt 67 doorgestoken naar knooppunt 56 om zodoende langs de R4 terug naar huis te fietsen. Een fietstocht van 2uur en 36km ver. En zodoende hebben we dan het beeld van de Zonneschilder van Marf ook ’s op zijn locatie gezien (ik zag het enkel tijdens de tentoonstellingen in De Campagne). Een aanrader.

KW16: de deur van de duivel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Een beetje als vervolg op blog KW12… Stel dat je voor jezelf “het kunstwerk van je leven” wil maken. Het moet groots zijn, imposant, een sterk verhaal dragen, jouw reputatie maken voor nu en ver over jouw dood heen. Tegelijk geraak je in de ban van een bestaand werk, een bestaand verhaal en je denkt: “daar moet ik iets mee gaan doen”. Kan je je voorstellen hoe verlammend de druk kan zijn die je jezelf oplegt op dat moment?

Rodin zit met die druk. Hij wil een poort maken, net zoals er eentje is aan de dom van Firenze; door Michelangelo uitgeroepen tot de poort van het paradijs (zie foto links). Een soort van aaneenschakeling van taferelen die samen verhalen uit het oude testament vertellen. Maar Rodin wel meer. Hij wil één groot verhaal, één uitbarsting van gekletter, vuurwerk, wansmakelijke expressie. Rodin wil de hel!

Tegelijk met de obsessie voor de poort is Rodin in de ban van “de goddelijke komedie” van Dante. In het bijzonder het stuk rond de hel. Want Rodin – in zijn tijd – maakt beelden die door de critici niet altijd als “publiek correct” worden aanzien. Rodin is onbegrepen in zijn kunst, in de liefde, in zijn expressie. Rodin voelt zich niet van deze wereld, hij voelt zich onbegrepen in een ongrijpbare artistieke/emotionele hel.

Rodin ziet de poort als een groepering van mensen die zowel helse als hemelse dingen, bewegingen maken. Een beetje zoals we dat kennen uit het bombastische schilderij van de dag des oordeels uit de Sixtijnse kapel. Een mix van vanalles en nog wat maar toch 1 groot tafereel.

Alleen Rodin heeft een probleem: het beeld dat hij in zijn hoofd heeft is zo complex dat hij er gewoonweg niet in slaagt het klaar te krijgen in de realiteit. Dit weegt op zijn gemoed, op zijn werking en vooral op zijn omzet. Dus beslist hij om enkele van die beelden – ze zijn er nu toch – in het groot uit te werken. Zo slaat hij 2 vliegen in 1 klap (het zijn er dan wel geen 7 maar goed, ’t is al beter dan niets).

Finaal gezien maakt Rodin een imposante poort met meer dan 186 figuren! En – ondanks de vele uren – is de poort bij zijn overlijden nog steeds niet klaar. De poort zou, naar mijn mening, ook nooit klaar geraakt zijn. Toch niet naar de normen van de kunstenaar.

Maar als je dan toch naar het Rodinmuseum in Parijs gaat, neem zeker een half uur de tijd om alle beelden op je af te laten komen. De poort is zo donker/zwart dat ze nauwelijks te fotograferen is maar ze is zo indrukwekkend dat je er gerust lang kan naar kijken. En dan moet je je eens voorstellen dat die in een of ander gebouw moet gemonteerd zijn. Ongelooflijk.

Rodin heeft zelf de bronzen versie nooit gezien. Deze werd pas na zijn dood gemaakt. Als het aan Rodin lag brak hij op de laatste knip nog de hele poort af om ze opnieuw te beginnen. Dus (weetje) als je voor de poort staat, zeg dan even aan je gezelschap langs je neus weg: ” toch straf hé! Die Rodin heeft heel zijn leven aan die poort gewerkt maar hij heeft ze nooit zelf gezien zoals wij ze hier zien. ’t Is toch triestig hé een artiestenleven…”

De poort van Rodin (onder) kan je in detail bekijken door op de foto te klikken. Er zijn heel wat beelden die je zal herkennen waaronder de denker (centraal bovenaan).

 

Coronakids 1

Zoals altijd zijn de mensen die mijn levenspad kruisen potentiële modellen. En dat hoeven niet altijd (mooie) vrouwen te zijn. Er zit ook wel eens een man tussen (accidents do happen) en kinderen. Voor portretten teken ik graag kinderen omdat ze – zeker vandaag – opgroeien met een fotocamera en zich niet meer inhouden om zich te gedragen zoals ze altijd zijn. In mijn tijd moesten we altijd “mooi” op de foto staan. Elke klik kostte geld en die klik moest het dus waard zijn. Gelukkig is dat nu anders en daar geniet ik telkens weer van wanneer ik aan een portret begin.

En nu zijn het er ineens 2 geworden. Een uitdaging want als er eentje niet goed zit, is dat beide herbeginnen. Maar ik ben tevreden over het resultaat. Dus, na de 2 coronadames, nu ook 2 coronakids 🙂

Het begint moeilijker te worden om te blijven doorgaan maar volhouden is de enige boodschap 🙂 Ik neem even een lockdown van alle digitale platforms, enkel de kunstweetjes gaan nog door. De rest van blogs zal moeten wachten tot het begint te regenen 😉 #hetechtelevenkanbeginnen

the making of…

Geïnspireerd :)

Een paar weken geleden deed ik een oproep om adressen in te sturen om kaartjes te sturen naar mensen die in deze tijden een kaartje verdienen. Die kaartjes zijn inmiddels allemaal de deur uit. Van de meeste kreeg ik een bedankje, eentje maakte er een hartverwarmende Instagrampost van. Gisteren werd ik – ook per post – verrast door dit kaartje (zie onder).

Ik had voor Kyra mijn eigen versie van de WC-rol van Richter toegestuurd. En Kyra die stuurde mij haar versie van de rol/blog terug. Dat is toch keileuk! Mijn dag is alweer helemaal geslaagd 🙂

KW15: De ambassadeurs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hans Holbein…het zegt u niets? Veelgebruiker van de eerste vorm van carbonpapier… Misschien  doet dit (overdreven) sportief portret van Hendrik VIII een belletje rinkelen…

Zijn we terug mee? Aaaah jaaaa…Hendrik VIII…de man van de onthoofdingen. Doet mij altijd denken aan Alice in Wonderland. Hendrik was geen gemakkelijke mens. Enfin, laat ons zeggen dat hij een moeilijker mens is geworden met de tijd (daarover later meer).

De schilder van dit portret, Hans Holbein dus, schilderde ook dit portret van 2 Franse ambassadeurs.

Links staat Jean de Dinteville, de 29-jarige Franse ambassadeur in Londen, rechts staat diens vriend Georges de Selve, de 25-jarige bisschop van Laveur, die ook diplomatieke taken uitvoerde voor koning Frans I. We kennen hun leeftijden omdat die op het schilderij staan geschreven (op de dolk en op het boek). En dat brengt ons meteen tot alles wat niet meteen opvalt in dit schilderij. Want op het eerste zicht leunen deze heren op een soort tafeltje dat ergens in de living moet gestaan hebben. Beetje het salontafeltype waar we vandaag onze krant, chipskom, bril, GSM, misschien wat bloemen, een boek etc zouden opleggen. Alleen is dit niet “zomaar” een tafel voorzien van toevallige dingen des levens. Massa’s verwijzingen naar vanitasonderwerpen. Het hedendaagse leven van 1533, verwijzingen naar het hiernamaals en vooral verwijzingen naar de overgang van de ene fase naar de andere.

Ondanks hun jonge leeftijd (voor vandaag) zijn deze heren in hun tijd al halfweg het leven en bekleden ze toch wel posten met enig aanzien (ze moesten namelijk de koning van Engeland in het oog houden). Wie over het kantelpunt van zijn leven is, zal er wel al eens over gedacht hebben: de dualiteit van ervaring, toekomst en einde. En dat einde maakt dit schilderij nog meer bijzonder… Kijk ’s goed rond. In een bepaalde zin “onopvallend” ligt op de voorgrond een niet te omschrijven voorwerp. Het lijkt wel een knuppel, baseballding zo, of een plank. Enfin, iets wat merkwaardig onbepaald is wanneer je naar alle andere voorwerpen kijkt (die je meteen ook herkent).

Spoileralert: het voorwerp op de voorgrond is een schedel, een doodskop. Het perspectief is uitgerokken en loopt parallel met de luit (ook al symbool van “schone liedjes” en een gesprongen snaar). Kijk je vanuit de rechter bovenhoek naar het schilderij, dan zie je een mooie schedel. Maar dan kan je het schilderij niet meer goed zijn. Het is dus kijken naar het leven of kijken naar de dood. Nog een kleine verwijzing naar de dood vind je in het halfverborgen (halfweg het leven) van het kruisbeeld in de hoek links boven of de tijdsinstrumenten op de bovenste plank die verwijzen naar Goede Vrijdag.

Meer over dit schilderij o.a. via wikipedia  meer over Hans Holbein hier.

Lady Corona de tweede

maak je me wakker wanneer het zo ver is
onbeweeglijk maar zonder rust staar je je weg in de klanken die je al en keer hoorde nauwsluitend
als je huid die je voorzichtig trachtte te openen de vrijheid
te voelen je houdt jezelf vast ongewild krampachtig als op een rand
hou vast
zonder te weten wat je kent de vrijheid toch je kent ook deze plek alleen je raakte er nooit ongeschonden weg maar weg
stilletjes huil je om een zetel
je hebt het gevoel niet zonder woorden te kunnen je deed het lange tijd maar wil het niet ach
het komt goed
zo werd de maan weer vol en bloedend werden lijven ontbloot en vloog een zwaluw
maak me wakker het is tijd

(neersl/ach/tig)

 

tekening naar het werk “liegender Frauenakt” van Otto Theodor Gustav Lingner (1856 – 1930)
tekst. Hanna 

BLIJVEND ACTIEF: Max Van Hemel

Wat doen kunstenaars in quarantaine? Ik pikte de vragenlijst van Kunstpoort en geef mijn antwoorden.

K: Welke creatie staat er voor het ogenblik op stapel? 

Omdat het tijdens deze coronaperiode niet mogelijk is samen te werken met modellen staat zo goed als alles on hold. (ik heb ooit over virtueel poseren gedacht maar het is er nooit van gekomen). Dus komen er geen tekeningen vanuit nieuwe ideeën. Gelukkig heb ik wel nog een archief waar ik kan uit putten. Dus maak ik tekeningen aan de hand daarvan. Dat is tot zo lang mijn papier en potlood-voorraad strekt natuurlijk want ook van mijn voorraad hang ik af.

Het eerste tekenresultaat heb ik toepasselijk “Lady Corona de eerste” gedoopt. Er volgt nog wel eentje ergens volgende week ofzo.

Na de 2 Bruegels kriebelt het wel om er nog een derde te maken of een Jeroen Bosch…maar dat idee zou de corona moeten overstijgen. Zo lang wil ik niemand binnen houden.

Maar de blogs en de kunstweetjes die gaan wel door. Nu juist door de crisis heb ik wat meer tijd om opzoekingen te doen, dingen te bekijken of te lezen.

K: Is je nieuw werk gerelateerd aan de Corona crisis?

Neen, niet echt. Een bacterie inspireert me niet zo. Ik werk meestal wel lang (een paar maanden) aan de voorbereiding van een werk.
Of misschien wel in de muziek, ik kan wel elke dag een liedje vinden waar ik de titel kan aanpassen: “Corooonaaaaa…I just met a girl named Coroonaaaaa…” 😉

K: Ben je intensiever met kunst bezig dan voor covid-19?

Niet intensiever. Maar zeker ook niet minder. Ik heb altijd gesteld dat kunst maken meer is dan wat tekenen. Net zoals in de sport moet er blijvend getraind worden en “vanuit uw kot” kan je duidelijk ook vanop de rollen in de garage kunst maken 🙂 Het is absoluut wel zo dat ik mensen, interactie, nodig heb om te komen tot creëren. Soms worden dat eenvoudige portretten, soms zijn het meer verhalen. Geen mensen = geen verhalen…lang moet het dus ook weer niet gaan duren.

Wat ik wel bewust heb geminderd is Facebookgebruik. Dit tweeslachtig medium die graag gesponsorde berichten ziet maar liever geen (naakte) kunst, die laat ik nu even voor wat het is. Alleen de blogs verschijnen nog op Facebook. Dat brengt op zich al enorm veel rust.

K: Is het maken van kunst een noodzaak, een manier om deze periode te verwerken?

Kunst maken is minstens een noodzaak. Voor mij is tekenen een verslaving. Ik zou niet kunnen zonder. Maar het is niet dat ik deze periode specifiek beter door kom omdat ik tekeningen maak. Stel je voor dat tekenen nu net dé oplossing zou zijn. “Iedereen aan de potloden!”, zou ik dan roepen.

K: Heb je toekomstplannen of staan die nu on hold?

Zeker. Onder andere de derde triptiek (van de liefde) staat nu on hold. Normaal zou ik daarmee na de Van Eyck-expo (MSK) in productie gaan maar aangezien nu niemand uit zijn kot mag, moet ik het noodgedwongen uitstellen. En er waren nog wel wat losse projecten die ik wou opstarten die om dezelfde reden niet van de grond komen. Nu jah, erg is dat niet. Hoe langer de wijn blijft liggen, hoe beter hij wordt. Met ideeën is dat net zo. Al komt er best wel een moment om de fles te kraken.

Er zijn ook nog wel expo’s afgelast of verplaatst. Dat is erg spijtig. Maar dat komt allemaal terug. Als we ons alleen daar maar zorgen moeten over maken, dan hebben we er weinig. Gezondheid is veel belangrijker en daar ligt nu alle prioriteit.

KW14: de molens van Parijs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Wanneer we terug gaan in de tijd dan zijn vele grote steden die vandaag omringd worden door (druk) bevolkte wijken aan de randen voorzien van weide velden met bleekweiden, molens, bos,… In Gent heb je daar wel honderden schilderijtjes van, later daarover meer. En soms waren die velden veel dichter bij het centrum dan we vandaag zouden kunnen denken. Zo hangt er in het MSK – Gent dit schilderij van de Meersstraat door Xavier De Cock uit 1862.

De Meersstraat ligt zo’n 160jaar later in de druk bewoonde stationswijk van Gent Sint-Pieters en huisvest onder andere het Sint-Pietersinstituut… De bomen zijn er helemaal verdwenen en vervangen door een grote muur en huizen of appartementen.

Maar Gent en Parijs zijn dikwijls in hun groei en ontwikkeling gelijklopend. Ook Parijs kende zo’n 150 a 200jaar geleden vele velden buiten de stadsgrenzen. Die molens gingen op termijn dienst doen als ontmoetingsplek op zondagen. De discotheken van destijds. Getuigen van deze molens zijn de Moulin de la Galette en de alombekende Moulin Rouge (die – voor wie er aan twijfelt – niet de originele molen is -). Op Montmartre staan er nog wel wat van die oude molens. Wil je daarover meer weten, dan klik je best hier.

Naast de Moulin Rouge die we kennen van de dansende bleke heuveltjes, moet je dus zeker de Moulin de la Galette kennen. Huh? De watte? De bruin broodmolen 😉

Deze molen was echt “the place to be” in 1876; Renoir, Van Gogh, Picasso, Van Dongen,…ze zijn er allemaal geweest. Ik kom zeker later nog wel terug op het schilderij van Renoir.

Weetje van de dag: Tijdens de Napoleontische Frans-Pruisische oorlog werd Montmartre aangevallen door 20.000 Pruisische soldaten. Tijdens het beleg in 1814 werd molenaar Pierre-Charles Debray gedood en aan de vleugels van de windmolen Moulin de la Galette genageld. Op een steenworp afstand van de Moulin de la Galette werd een massagraf gemaakt voor de doden tijdens het beleg.

bron: eigen kennis en https://en.wikipedia.org/wiki/Moulin_de_la_Galette

 

 

 

Altijd maar Beethoven

Ik heb zo voor elk werksoort een eigen muzieksoort. Als het gaat om administratie, dan moet ik er de concentratie bij houden en dan selecteer ik het liefst van die Youtube-concentratiemuziek. Het trekt op niks en ik zou er nerveus van worden mocht ik niet aan het werk zijn maar als ik werk en ik zet dat op, dan lukt het gewoonweg veel beter. Ben ik dat Youtubekanaal even beu, dan wordt het Klara Continuo of – nu we toch allemaal thuis zitten – de CD-collectie van Beethoven.

Maar als ik teken dan kan dat wel vanalles zijn. Maar liefst iets dat beweegt. Dat The Beatles regelmatig de revue passeren, dat steek ik niet weg. Ook danshits van de jaren ’80 (bij voorkeur de lange 12″versies) mogen er ook door. Dat kleurt beter. Hoe meer “swing” hoe meer beweging in de potloodtrekken. Voor het opzetten van een tekening is dat nog specialer: dat vraagt concentratie maar ik hou ook graag de dynamiek er in. Dan kan zelfs een Charlotte De Witte er door. Dus vandaag een beetje boemboemboem in huis 😉

(PS: om te kuisen blijft Queen – u weet wel waarom – de favoriet)

Lady Corona de eerste

Corona. We zijn er nog niet over uitgepraat. Maar het legt mijn werking wel voor een stuk plat. Dus kijk ik maar naar wat ik nog het archief heb zitten aan tekenmateriaal en werk daarmee verder 🙂

Dit is dus de afgewerkte tekening. Weet je wat, we noemen haar voortaan gewoon Corona. Tussenstapjes gooide ik eerder op Instagram. Ze staan ook hieronder.

De Max van Marc (deel 3)

Deel 3 van de trilogie van de “Max-madammen”…

In dezelfde ruimte als de dame van vorige week hangt dit werk, ook een krijttekening op hout.

Een jong meisje, verzonken in gedachten. Waaraan denkt zij? Een nieuwe liefde, herinneringen aan een oude vlam … Wie zal het zeggen ? Misschien weet Max het …. Maar hij zal het niet verklappen.

Wij vermoeden wel een eerste aanzet naar de sterke madammen uit de Lilith-reeks.

KW13: de rol van Richter

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Kunstenaars zijn niet bang van enige controverse of een sociaal experiment in hun werk te verwerken. Gerhard Richter is een “groot” (lees vooral “duur”) Duits schilder. Hij schilderde vanalles: streepkes, kotjes, kaarsen en…WC-papier.

En het is nu juist dat laatste – in coronatijden zeer actuele – onderwerp dat voor heel wat controverse zorgt.

Huh?…Een WC-rol? Controverse?

Jup.  Het schilderij verdeelt de hele kunstwereld want daar leeft sindsdien de hamvraag: in welke richting moet een WC-rol aan de rolhouder hangen?

Misschien loop je nu best even naar uw eigen toilet om te gaan kijken in welke richting je de rol aan de houder hebt gehangen.

Statistieken wijzen uit dat wanneer mensen spontaan wordt gevraagd om een WC-rol aan een houder te hangen 7/10 deze hangt met het trekblaadje van de muur weg en 3/10 met het trekblaadje tegen de muur. Net zoals op het schilderij van Richter…

De WC-rol bestaat al sinds 1891 en bij het deponeren van deze uitvinding werd beschreven dat de rol zo werd opgehangen dat het trekblaadje weg van de muur moet hangen. En dat loopt allemaal vrij en vredig tot ongeveer 100 jaar later het internet zijn intrede doet…

Vanaf 1997 vindt men het op het internet nodig om te debatteren over de richting van de rol.

Er is zelfs een hele Wikipediapagina van gemaakt.

En dat allemaal…door het schilderij van Gerhard Richter. En waarom? Gewoonweg omdat Gerhard Richter het zo thuis aan de toilethouder hing.

Maar waarom schildert Richter in 1965 een rol WC-papier? Wel dat is redelijk eenvoudig. Richter, oorspronkelijk uit het communistische deel van Duitsland kan na veel 5en en 6en verhuizen naar het westerse deel van Duitsland. En daar ontdekt hij heel wat nieuwe dingen. Hij maakt er schilderijen over. Eén van die nieuwe dingen is de WC-rol want die hadden ze gewoonweg niet in de DDR. Maar wij – westerlingen – weten inmiddels hoe iconisch belangrijk die WC-rol wel kan zijn.

Meerdere kunstenaars volgden de aanpak van Richter en maken nog steeds “kunst” met WC-papier.

Dus wat hebben we vandaag geleerd?

(1) slechts 3/10 mensen hangt zijn WC-rol op dezelfde manier dan Richter het op zijn schilderij zet.
(2) Hoe Richter zijn gat properde in de DDR weten we niet maar dat het niet met WC-papier was, weten we nu wél.

Bron: arte TV