KW26: de kleine Henri

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Toulouse-Lautrec…Wat een naam, wat een verwarring. Toulouse is al zeker niet de voornaam, ook al vinden sommigen dat ze hun kat wel eens Toulouse kunnen noemen. In feite heette hij voluit Henri Marie Raymond de Toulouse-Lautrec-Monfa. Elke goede kunstkenner weet dat zo te vertellen 😉

Toulouse-Lautrec (laten we het daarbij houden aangezien zelfs zijn nicht hem in meerdere interviews ook aldus benoemt) is portrettist maar vooral bekend van zijn affiches van de Gentse Feesten Moulin Rouge in Parijs.

Een tekenaar/schilder die ergens het midden houdt tussen een karikatuur, een snelschetser en een portrettist. Zijn gezichten zijn zelden grotesk, overdreven, uitvergroot maar helemaal 100% zijn ze dan ook weer niet. Ik zou hem bijna onder de interieur-impressionisten durven klasseren maar daar zal Henri niet kunnen om lachen. Hij kan het ook zoals de “klassieke kunsten” van de tijd het voorschrijven al doet hij het liever anders. Maar ik denk dat ge zo wel weet over wie ik het heb, een groot kunstenaar…

Alhoewel “groot”…Met zijn 1,52m is Henri niet echt groot van gestalte. Integendeel. Hij valt op in het beeld en dat maakt hem op meerdere van zijn schilderijen erg herkenbaar.

Kunstweetje: waarom was Henri de Toulouse-Lautrec zo klein? Want je hebt kleine mensen en je hebt kleine mensen. Als je naar de foto van HTL kijkt dan valt het meteen op dat er is buiten proportie is aan de man. Hij is niet zomaar klein, tot zijn middel lijkt alles best OK, het is alsof het bovenste lichaamsdeel niet echt past bij het onderste.

In 1878, op dertienjarige leeftijd, kreeg hij een ongeluk en hij brak zijn linkerdijbeen, het bot heelde slecht en hij begon te hinken. Het jaar erop brak hij zijn rechterdijbeen. Beide ongelukken hadden tot gevolg dat de groei van zijn benen stopte terwijl zijn bovenlichaam doorgroeide. Het resultaat was dat Henri, die op zijn dertiende bijna 1,52 meter groot was, als volwassene amper enkele centimeters groter was.

Er bestaat weinig twijfel over dat Toulouse-Lautrec leed aan pyknodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg heeft en in twintig procent van de gevallen door incest of inteelt veroorzaakt wordt. Hij was een typisch voorbeeld van deze ziekte: kleiner dan anderhalve meter met een normaal volgroeide romp en hoofd, maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen en een veel te grote tong, waardoor de persoon onophoudelijk lispelt en kwijlt. Bijziendheid had tot gevolg dat Toulouse-Lautrec een pince-nez moest dragen. Het feit dat ter hoogte van het voorhoofd de fontanel niet helemaal dichtgegroeid was, noodzaakte hem ertoe in alle omstandigheden, binnen en buiten, goed of slecht weer, een hoed te dragen.

Hij kreeg zo’n hekel aan lopen, dat hij het liefst in een koets reed. Zijn waarnemingsvermogen groeide uit tot een journalistieke scherpte, die uitmondde in zijn uitdrukkingskracht. Niettegenstaande zijn broos beendergestel waren zijn geesteskracht, zijn intellect en zijn energie uitzonderlijk, evenals zijn schilder- en tekenbegaafdheid.

Bronnen: ARTE en Wikipedia

One thought on “KW26: de kleine Henri

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.