Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

KW33: A la Reine!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag eens een andere invalshoek: we beginnen met een kwisvraag: wat is het verband tussen deze twee dames?

Een tip voor 10 punten? De linkse is Margaretha van Valois en de andere is Maria Leszcynska…

Nog een tip? Voor nog ’s 20 punten: koninginnen, wegvliegen, Frankrijk, België, kip zonder frietjes

Nog niets? Geen belleke? ‘k Zal het u nekeer vertellen. Ons verhaal begint bij mijnheer Marie-Antoine Carême (niet te verwarren met Marie-Antionette). Hij is Franse chef-kok en heeft een deegsoort op punt gezet dat zo licht is dat het kon “vliegen in de wind”. Het vliegende brood-baksel werd gevuld met ragouts van gevogelte, vis, wild of slachtafval. Dat vliegende deeg was een verbetering van het klassieke deeg door er laagjes boter en olie in/op/tussen te verwerken en zodoende kwam mijnheer Carême tot bladerdeeg. Het gevulde laagjesbrood werd toegewijd aan de koningin Margaretha van Valois en de bekendste versie – die met stukjes kip – werd daarom “vol au vent à la Reine” genoemd ofte – vrij vertaald: “de vliegende wind van de koningin” 😉

Maar in de tijd van Margaretha waren het nog echte grote broden die werden gevuld en waar iedereen zijn deel van at. Het was Marie Leszcynska, vrouw van Louis XV, die er het fameuze koninginnenhapje (zeg gerust “een boucheeke”) van maakte. Het koninginnenbrood werd kleiner: Leszcynska is Morezcynska dus…

Dus weetje van de dag: De volgende keer dat je “vol au vent” eet, weet dan te zeggen dat het recept een soort eerbetoon is aan Margaretha van Valois (die naam is niet moeilijk te onthouden, denk gewoon aan de zegelkes van vroeger) en zeg dat voor de eenvoud dat het de vrouw van Louis XV is die het gevulde brood heeft verkleind tot een verfijnde hap 🙂

bron: Wil je de deze historie op helemaal en op een serieuze toon lezen? Klik dan hier.

Met dank aan Katleen Van Huffel voor het inzenden van deze leuke tip

 

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

De Max van Isabel

In het academiejaar 2005-2006 leerde ik Max kennen via “het forum” waar ik afleiding zocht tijdens het schrijven van mijn thesis. Een beetje lachen, beetje zeveren maar evengoed in voor een serieus gesprek.

We delen ook een gemeenschappelijke interesse in de Gentse Feesten, in het bijzonder straattheater en puppetbuskers. Dus elk jaar lopen we elkaar daar – al dan niet toevallig – tegen het lijf. Facebook heeft de afgelopen periode zonder Gentse Feesten goed zijn best gedaan om mij daar aan te herinneren.

Toen Max in 2011 ten voordele van Music for Life enkele werken veilde, deed ik een bod op deze ingekaderde tekening. Ik vond deze fascinerend want de tekening is eerder mysterieus en niet zo een typische Max.

Vorig jaar was ik blij verrast dat “mijn Max” opdook in de 365 dagen blog-reeks (nummer 346), het moet zijn dat ik niet de enige ben die er iets in ziet…

KW32: Te groot? Te klein? Geen probleem!

In blog KW02 schreef ik over de voeten van Christus op Het laatste avondmaal door Da Vinci en over het stevig inkorten van De Nachtwacht van Rembrandt.

Er waren idd jaren waar dit een doorsnee praktijk was. Een schilderij was te groot voor een ander interieur of het paste niet (qua formaat) naast een ander schilderij, dan snij je toch gewoon een stuk af? Een ander schilderij van Rembrandt overkwam hetzelfde lot: Bathseba met de brief van koning David. Een werk waarbij medici menen een borstkanker bij Hendrikje te herkennen (in haar linkerborst zit namelijk een schaduw van een knobbel). Kunstexperts zeggen dan weer dat het mogelijk een oude laag vernis is of niet meer dan een schaduw. We zijn er niet uit. Waar we wel uit zijn, is dat dit schilderij is ingekort want de figuren staan veel te dicht bij de rand. Maar er is nog iets: het doek waarop dit schilderij is gemaakt bestaat uit 2 delen die aan mekaar zijn gezet om zo tot een groter doek te komen. Nu blijkt dat de naad van deze 2 doeken niet recht maar scheef loopt waardoor men veronderstelt dat het doek niet alleen is ingekort maar ook een beetje is gedraaid. Kan je niet helemaal volgen? Bekijk dan deze video eens over het inkorten van dit schilderij.

Maar het kan ook andersom. Een schilderij op hout kan zowel te klein bevonden worden maar het kan ook gekrompen zijn! Hout “leeft” en dat houdt in dat een plank kleiner kan worden met de vele jaren. En dat zie je (soms) aan de lijst waarvan de opening dan weer te groot wordt. In het geval van deze “Le concert Champètre” van Watteau is het schilderij niet verkleind maar wel vergroot. Allicht vond de eigenaar dat het mooier was met wat meer “rand”. Langs de 4 zijden werd het schilderij voorzien van extra latjes, een beetje extra verf en hup, klus geklaard. Je kan de “aanvullingen” gemakkelijk zien aan de naden van de extra stukken. Hieronder het originele formaat en de vergroting.

Maar hoe weten we nu wat het originele formaat is? Net zoals ik en vele anderen, was het kopiëren van bestaande werken vroeger heel normaal en zeker om etsen te maken van schilderijen. Die etsen waren niet altijd exact hetzelfde dan het schilderij maar door onderzoek en soms door vergelijking van meerdere etsen, komen we toch ergens tot het beeld van hoe het er origineel moet uitgezien hebben. Vandaag hebben we daarvoor de fotografie, waardoor we bvb weten hoe het gestolen paneel van de Rechtvaardige Rechters (Van Eyck) er origineel uitgezien heeft.

Bronnen: ARTE en Sotheby’s
http://www.sothebys.com/fr/auctions/ecatalogue/lot.79.html/2012/tableaux-et-dessins-anciens-et-du-xixe-sicle

Buren bij Kunstenaars 2020: Lilith & tekendemo

Met speciale coronazorg gaat dit jaar toch een BBK door in heel West-Vlaanderen. Een vernieuwde formule  in 89ART Gallery te Desselgem – met dank aan Frank Vanhooren – : met mezelf, Dirk Bossouw, Chris Cracco, Frank Vanhooren, Christine Claerhout, Kathy Eeckhout, Jan Verscheuren & op wandelafstand ook nog 2 Contemporary Art Gallery met Christine Vanhove, Robert ‘Bob’ Stevens en Frank Vanhooren.

Ik presenteer tijdens dit weekend (17 & 18 oktober) de Lilithreeks met bijhorende verhaal en zal er zelf ter plekke ook nog een tekendemo geven. Allen welkom aan de Nieuwstraat 89a te Desselgem (en vergeet uw mondmasker niet aub).

Meer over Lilith via www.maxvanhemel.be

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

KW31: Wat zullen we drinken?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is een schilderij van Vincent Van Gogh

U kent het niet? Merkwaardig…Kent u deze schilderijen van Vincent Van Gogh? De zonnebloemen, le café de nuit, “starry night“, … Of nog de aardappeleters, de courtisane, zijn slaapkamer, de portretten van de postbode, de dokter, etc etc.

Waarom kent u dan niet het schilderij “de rode wijngaard” hierboven? Jaja…Ge hebt gelijk. Het is moeilijk om alle schilderijen van Van Gogh te kennen, laat staan te onderscheiden. Er zijn er wel meerdere (zonnebloemen) gemaakt op verschillende ogenblikken, dus wat geeft het dat je’r eentje hebt gemist?

Maar eh…zeg’s Van Hemel…Waarom gooit ge precies die nu op het scherm? Er zal wel iets achter zitten…

Inderdaad, niets is toevallig 😉 Ik breng dit werk in beeld omdat het het enige werk is dat Vincent Van Gogh bij leven heeft verkocht. Enfin, het is nogal moeilijk om zelf iets te verkopen als ge dood zijt maar bon, het is maar bij wijze van spreken 🙂

Het schilderij werd gemaakt in 1888 en stelt de druivenoogst voor in het najaar ergens op een plek in Arles. Hij maakte het helemaal uit het hoofd na een wandeling. Vincent voltooide het na een forse krachtsinspanning binnen één dag en schreef in zijn brieven: “Ach, mijn studie van de wijngaard – bloed en tranen heb ik erop gezweet, maar ’t is me gelukt“.

Het werkt werd gekocht door Belgische kunstschilderes Anna Boch voor 400 Franse frank op de expositie van Les XX te Brussel.

Dit weetje dan ook weer 😉 Je kan er helaas niet mee uitpakken in het Van Gogh-museum (Amsterdam) maar mocht ’t u bevallen om naar Moskou te reizen, dan kan u dit weetje wel gebruiken in het Poesjkinmuseum

Meer weten over dit schilderij en zijn geschiedenis? Lees het op wikipedia

 

Hey DJ: merci voor de steun!

In de kunst is “er samen voor gaan” zoveel sterker dan het individu. Als organisator maar ook als (solo) tekenaar is het voor mij leuk samen te werken met andere cultuurmakers. Wanneer collega-kunstenaars mij mee vragen op een expo waar zij aan deelnemen dan is dat super tof. Het stimuleert de samenwerking en ik blijf er niet ongevoelig bij wanneer ik een volgende keer iets organiseer (quid pro quo zeggen ze dan 😉 ). Want dat zijn teamplayers.

En teamplayers die maken mekaar sterk. Die steunen mekaar. Daarvoor gasten van TRL-radio: DJ’s Didier & Chris: een dikke merci om de expo OPEN AIR te steunen! Dat het vet gewaardeerd wordt. Van de slag draai ik voor jullie ook eens “e plakske” op mijne website 😉