Daedalus en Icarus (3)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

EEN HOUTEN KOE

Onze banneling – architect, kunstenaar en uitvinder – is nog steeds aan boord van een schip met als eindbestemming Kreta. Een reis die Daedalus al heel wat keren had volbracht. Zijn status is echter dramatisch veranderd. In Athene en Attica wordt hij verdacht van moord of op zijn minst van betrokkenheid bij de verdwijning van zijn talentvolle neef. Een rondfladderende patrijs in de buurt van de akropolis heeft echter geen herkenbaar stemgeluid om het ware verhaal te vertellen. Het zijn hooguit de verhalenvertellers die zijn geschiedenis blijven verwoorden.

Daedalus heeft een geschiedenis met (op) het eiland waar Koning Minos de scepter zwaait. Maar eerst moet ik een kleine tijdssprong maken. Terug in de tijd. Minos werd niet zomaar koning van dat grote eiland tussen het vasteland van Griekenland en de kusten in het zuiden van een min of meer onbekend continent. Uiteraard is er weer een god die een belangrijke rol speelt. Poseidon (Neptunus bij de Romeinen). Broer van oppergod Zeus. Heerser van het water en de zeeën Veroorzaker van tsunami’s en aardbevingen.

Een afbeelding van Poseidon met drietand op een Korinthische plaque (550–525 v. Chr., Penteskouphia, Louvre).

Minos werd namelijk de koning van Kreta met hulp van de zeegod PoseidonPoseidon had Minos ooit Lees verder

Rubenshuis: wandelen in het huis van de meester

Het was alweer jaren geleden dat ik het Rubenshuis had bezocht. Dat barokke gedoe…ik ben er niet altijd voor. En hoe groot Pieter Paul Rubens ook is, sommige van zijn werken zijn iets té virtuoos geschilderd naar mijn goesting. Maar dat belet niet dat je de meester in zijn meesterschap kan waarderen. En het Rubenshuis is ook gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer dus…

Enfin, wij daar naartoe op een prachtige, frisse zondag.

Met de ervaring in het KBR, lette ik deze keer ook wat meer op de regeling ivm corona. En ja hoor, dit museum is Lees verder

Daedalus en Icarus (2)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 2…

BETICHT VAN MOORD

Zoals gezegd is Daedalus een zeer gerespecteerde kunstenaar in Athene. Hij heeft een vrouw, zij heet Naucrate. Zij was ooit een slavin aan het hof van Koning Minos op Kreta. Samen hebben Naucrate en Daedulus een zoon. Je kunt het al raden … Icarus. Maar voorlopig is er nog geen plaats voor deze jongen in het verhaal. Dat komt nog wel. Even geduld zullen we maar zeggen.

Ook als architect en uitvinder oogst Daedalus veel bewondering. Wat minder bekend is, is dat hij ook een charmante dansleraar is. Zijn afkomst blijft wat mysterieus. Is hij op Kreta geboren of toch niet? Ontmoette hij daar zijn vrouw? Hij bouwde vóór zijn komst naar Athene een fort met een schitterende fontein in de nabijheid van een hangend tempelplateau – ook naar zijn ontwerp – op Sicilië. Een eiland waar hij later nog zal terugkeren. Maar ik loop vooruit op mijn verhaal. Daedalus kent dus uit eigen ervaring de wispelturigheid van de Griekse zeeën en winden. Hij is namelijk een uitstekende zeeman. Hij is tenslotte de uitvinder van ‘het zeil’. Of hij ook ‘het schietlood’ heeft uitgevonden, blijft onduidelijk. Waarschijnlijk is dát een vinding van zijn jonge neef – zijn assistent Perdix – een echte Willie Wortel.

Steeds vaker wordt er advies gevraagd aan deze leerling en steeds minder aan de meester. Daedalus heeft lange tenen en een nog groter ego. Jaloezie en afgunst steken de kop op. Hij kan zijn ergernis nauwelijks verbergen. Hij en Perdix werken samen aan een nieuwe toren op de Akropolis. Het is tijd voor een inspectiebezoek want vandaag bereiken de metselaars het hoogste punt. Daedalus nodigt zijn neef uit om hem te vergezellen. Ze gaan samen op stap. Perdix is veel sneller boven dan zijn oom. Hij is opgewonden blij want zijn plan is gelukt. Vanop deze toren kun je de zee zien en dat was helemaal zijn idee. ‘Een cadeautje aan de Atheners’ zoals hij dat zelf graag noemt. Daedalus baalt er stiekem van dat hij dat niet zelf heeft bedacht.

Als hij bovenop de toren staat, lokt de oude man zijn jonge gezel naar het randje – zogenaamd voor een nog mooier uitzicht – en geeft hem … een duwtje. ‘Opgeruimd staat netjes’ denk hij. Dat zegt hij uiteraard niet. Daedalus haast zich naar beneden en heeft zijn smoes over struikelen al klaar. De smiecht.

Ik vertelde eerder al dat Pallas Athena (Minerva bij de Romeinen) een zwak heeft voor de jonge uitvinder. Zij is – uiteraard – in de buurt op het moment dat Perdix naar beneden stort. En ‘zoef flits zoef zoef’ … de godin verandert de jongeman in een patrijs.

Een patrijs – een vogelsoort (uit de fazanten-familie) die nooit hoog vliegt maar wel kan fladderen (noem het gerust vliegen) – maar dan net boven de grond.

Patrijs (partridge) – Foto’s van Pixabay

Nu rest natuurlijk nog de vraag van de kip en het ei. Wat was er het eerst? Heet de jongen echt Perdix of kreeg hij die naam nadat hij veranderde in een patrijs, een veldhoen. Het Latijnse woord voor patrijs is namelijk … Perdix Perdix. Grappige naam trouwens – ik zou er mijn Asterix-collectie op moeten naslaan want ik zie zomaar een of andere ‘Perdix’ rondlopen in het dorp van de onoverwinnelijke Galliërs. Sorry, ik dwaal af. Natuurlijk is dit niet het einde van het verhaal. Ik vertel verder. Daedalus zoekt aan de voet van de Akropolis tevergeefs zijn neergestorte metgezel. Hij begrijpt het niet. Waar is die jongen gebleven? Hij wil hem namelijk wel op een fatsoenlijke en eervolle manier begraven. Maar zonder stoffelijk overschot is dat natuurlijk een beetje lastig.

Mensen vragen al spoedig waar ze de jonge uitvinder kunnen vinden. Hij is namelijk niet komen opdagen bij een afspraak. Vreemd want Perdix houdt altijd zijn woord. Daedalus wordt ondervraagd en naar de Areopaag gebracht, een heuvel in de buurt van Akropolis. Op die heuvel zetelt ‘De Raad van Toezicht’ – de Atheense rechtbank. De rechtbank beschuldigt de architect van moord op zijn neef. Maar zonder lijk is dat natuurlijk een vreemde aanklacht. De rechters vragen Daedalus naar de omstandigheden rondom de verdwijning van zijn neef. De goedgebekte charmeur herhaalt zijn praatje over struikelen op het moment dat Perdix zijn schietlood wilde testen – bovenop en naast de toren. Jammer genoeg hadden de werklui die ochtend de balustrade weggehaald. Er was dus nauwelijks bescherming edelachtbare … Een goed oplettende rechter vraagt naar het verse litteken op de rechterwang van de bouwmeester. Een stevige kras – het lijkt wel het silhouet van een … patrijs. Cadeautje van Pallas Athena. Dat weten wij, dat veronderstelt Daedalus maar de rechters tasten in het duister. Uitspraak: Daedalus wordt verbannen – wegens een niet bewezen moord. Persona non grata in Athene.

De eerste dagen en weken na de uitspraak hangt de ooit zo bewonderde kunstenaar wat rond op het platteland van Attica. Vluchteling, moordenaar en banneling zijn niet de titels die bij zijn ego passen. Hij moet iets ondernemen, aan een nieuwe episode in zijn leven beginnen. Hij pakt zijn boeltje bij elkaar en vindt algauw passage op een boot richting Kreta … het eiland waar Koning Minos regeert.

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Bron: de blogs van Koen Schyvens

In de serie: DAEDALUS EN ICARUS en BEELDENDE KUNST

KW46: nen hoek af!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Als portrettekenaar houdt me dit portret – en vooral de persoon die er op staat – al jaren bezig. Wie is hij? En vooral…mijnheer de schilder (mijn excuses aan de vrouwelijke lezers van mijn blogs, dit is even kansberekening over de jaren 1500-1600) waarom heeft u dit heerschap zo’n rare neus mee gegeven?

Wat ik tot nu toe al zeker wist is dat het gaat om Federico da Montefeltro. Ten eeeeeeeerste is ’t Monteeefeltrooooooo dus… En dat dit portret eigenlijk deel uit maakt van een tweeluik waarbij het andere luik zijn madam Battista Sforza voorstelt. Dat het niet gaat om een wederzijds romantisch aankijken van een smoorverliefd koppel want in die jaren keken de rijke mensen en vooral die van adel niet naar de kijker. Het plebs was immers te min om door de adel te worden aangekeken. Dat het door de Italiaanse schilder Piero della Francesca was geschilderd.

Ik had zelfs al ergens een ander schilderij gezien van Monteeefeltrooooooo waar hij gezellig in zijne zetel den Dag Allemaal aan lezen is en stelt u voor; ook daar heeft diene mens zo ne kap in zijne neus. Dat is dus duidelijk geen toeval!

Maar die neus bleef mij achtervolgen. Bon, uit de verhalen die ik tot nu toe al heb verteld weten we dat Italiaanse steden in de jaren 1500 niet echt van de meest veilige waren. De N-VA kan er over janken maar in die tijd had Bartje De Zwever zijn dossiers geen lucht moeten geven langs de kade van Antwerpen of zijn dossiers zouden al eens doorspekt terug op’t schoon verdiep kunnen belanden.

Dus dacht ik dat Monteeefeltrooooooo waarschijnlijk ergens nekeer tegen de verkeerde kleerkast was gelopen en zodoende was er van onze vriend tegelijk ook nen hoek af (ik weet alles van hoeken af, dus jah waarom niet). Maar dan komt de vraag…allez, serieus, ge zijt stinkend rijk, uwe neus mankeert een stuk, waarom laat ge u dan in profiel portretteren? Zet u dan toch op 3/4 of geeft die schilder een fooi voor een hoekske extra verf. Toch?

En dan kwam deze week het ultieme antwoord op mijn vraag! Zomaar boenk op de mail!

Monteeefeltrooooooo had nekeer mee gedaan aan een toernooi en daarbij had hij een lans plat op zijn gezicht geïncasseerd. Ketjing! Jup. “Owp eu muile” zouden ze in Gent zeggen. Frederico was er niet goed van. Zijn rechter oog nog minder want dat was verloren. Maar voor de rest, geen probleem. Frederico blijft zo gezond als iets en leeft voort zonder 3D-zicht. Maar weette nu wa?! Er mankeert dus niks aan zijn neus!

Maar mensen met nen hoek af, die hebben al eens andere ideeën. Fredericooooooooooooo houdt zich voor dat hij zo sterk is dat hij zal genezen en terug even goed zien als tevoren. Dat is een beetje moeilijk met één oog. Ge moet maar eens proberen met uw rechter oog dicht, kunt ge nooit uw linker oor zien…Ehm…ah ja, dan kan met 2 ogen ook niet naar ’t schijnt (als ge mij niet gelooft moet ge maar eens proberen aan uw elleboog te likken, hij is dan van u als ’t u lukt).

Dus wat doet Montefeltro om terug een breedbeeld te hebben? Hij snijdt (eigenhandig schijnt) het stuk neus dat in zijn weg zit om voor zover mogelijk naar rechts te kunnen kijken met zijn linkeroog, gewoon uit zijn neus. Tjakka! Weg! En dus van daar heeft hij nu een stuk uit zijn neus en hij is er zo fier op dat hij dus maar al te graag in profiel wordt geschilderd. En ook een beetje omdat de kant met het geschonden oog er niet echt smakelijk uit zag.

En zo is dat mysterie ook weer opgelost 🙂

Bron: Artips

Daedalus en Icarus (1)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 1…

Opnieuw ga ik een oud verhaal vertellen. Mythologische verhalen lenen zich daar goed voor. Na mijn her-vertelling van Amor en Psyche begin ik vandaag aan een nieuw verhaal. Daedalus en Icarus. Ik denk dat dit verhaal veel bekender is bij de meesten. Althans het (bijna) einde van het verhaal is bekend. De val van Icarus. Alles wat eraan vooraf ging wordt minder vaak verteld. Ik begin eerst met het verhaal van de vader. Daedalus. Zijn zoon (Icarus) komt later wel binnenfietsen in het verhaal.

Voordat ik begin aan deze her-vertelling met schilderijen, fresco’s en beeldhouwwerken, memoreer ik graag mijn persoonlijk verhaal – gekoppeld aan deze mythologische klassieker. En ja … het zal weer even over Ine gaan. Mijn eerste vrouw. Ik begon mijn ‘Amor en Psyche’ verhaal met de foto van het beroemde beeld van Antonio Canova – Psyche revived by Cupid’s kiss. Klik HIER. Laat ik dat nú ook doen maar uiteraard met een ander beeldhouwwerk van dezelfde Antonio Canova.

Daedalus and Icarus (1777 – 79) – Antonio Canova – Marmer – 200 x 95 x 97 cm Museo Correr, Venetië

“Het persoonlijk verhaal graag, dat beloof je hierboven Koen.” Goed. Ine overleed op 29 juni 2005 om 10.10 in de ochtend. Groot verdriet. Kleinkinderen waren er toen nog niet. Negen jaar later wordt in Bergen op Zoom een jongetje geboren. Icarus Schyvens. Precies op dezelfde dag (29 juni) en op precies hetzelfde uur en dezelfde minuut (10.10). Icarus, de tweede zoon van mijn zoon – papa Jules en mama Yvonne. Broertje van Ender.

Geboortekaartje van ICARUS Camilo Herbert Schyvens

Groot geluk voor deze Bompa en de hele familie. Ik (wij) noem(en) Icarus dan ook ‘Het geluk dat uit de hemel viel, met dank aan Mama Maan’. Naar analogie met het beroemde schilderij van Bruegel. Ik kom er later in deze reeks vast nog op terug.

Pieter Bruegel (de Oude) – De val van Icarus (1595 – 1600) 73,5 × 112 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel 

Dus op de één of andere – niet uit te leggen – wijze heeft de denkbeeldige kus van Amor – nieuw leven laten ontstaan. Ik ga nog zweven en new-age-achtige pseudo religieuze onzin uitkramen als ik niet oppas. Dat zou tegen mijn natuur zijn. Voordat ik terugga naar het verhaal van Daedalus nog even een woordje over Ovidius. Een Romeinse dichter. Hij kende bijna alle Griekse verhalen uit zijn hoofd.

De eerste Nederlandse uitgave (1697) van de werken van Ovidius Naso

Dankzij zijn verhalenbundel ‘Metamorfosen’ (dat betekent: ‘Verandering van gedaante‘) kennen wij vandaag de dag nog heel veel van deze Griekse mythes. Ook het verhaal van Daedalus en Icarus. Meestal zijn de hoofdpersonages goden of half-goden. Zij vinden het geweldig om af en toe van gedaante te veranderen. Ze worden een zwaan, een stier of een vogel. Of ze veranderen van vorm, kleur of structuur. Een leger kan zomaar veranderen in een groep varkens; een jongen kan veranderen in een vogel. En natuurlijk is ‘de dood’ de meest trieste vorm van verandering. Het verhaal van Daedalus (en later Icarus) gaat over gewone mensen. Maar ja, zo begon het verhaal van Psyche ook …

UITVINDERS AAN HET WERK

Er was eens … ja ja, natuurlijk … er was eens … een hele beroemde uitvinder in het oude Athene. Hij was heel geliefd bij de mensen want hij bedacht de meest mooie gebouwen … tempels, paleizen en huizen. Het is meester Daedalus (Daedalos bij de Grieken). Bouwmeester, architect en uitvinder. Op het lijstje van uitvindingen van Daedalus staan bijvoorbeeld de bijl en het zeil. Best wel knap (zullen we maar zeggen). Ook als beeldhouwer maakt hij furore in Athene. Hij is de eerste kunstenaar die beelden maakt met open ogen in plaats van beelden met gesloten ogen. En de armen van zijn figuren hangen niet meer stijf naar beneden – zoals gebruikelijk was in die tijd – maar ze wijzen alle kanten op. Veel levendiger. Nog iets nieuws zijn de voeten van zijn beelden – het lijkt wel of de gebeeldhouwde personages (echt) lopen. Levensecht. Een uitzonderlijke man, die Daedalus. Zijn neef, de zoon van zijn zus, is zijn belangrijkste assistent.

Deze jongeman luistert naar de naam Perdix. Zijn vrienden noemen hem ook wel Talus maar laten we niet onmiddellijk beginnen met verwarring te scheppen. Perdix is in de leer bij zijn oom Daedalus. Beiden zijn geïnteresseerd in techniek en mechanica. Daedalus deelt zijn inzichten met zijn neef maar ziet na een tijdje dat er elke dag iets nieuws verschijnt in hun gezamenlijk atelier. Allemaal nieuwe uitvindingen van Perdix. Zo liepen ze bijvoorbeeld vorige week nog samen op het strand en verzamelde de jonge man de ruggengraat van een grote vis, de kaak van een slang en botten van een groot dier. Een paar dagen later – na enig gestoei en geknutsel met beiteltjes, stukjes ijzerdraad en het kaakbeen – toont Perdix een zaag (geïnspireerd door die ruggengraat) en een passer. Hij maakte die passer door twee botten – met ijzerdraadjes als een scharnier – aan elkaar vast te zetten. Het ene uiteinde voorziet hij van een klinknagel en het andere uiteinde is een scherp geslepen veer (pluim) die je in de inkt kunt dopen. Appeltje, eitje. Ja toch?

Ook de ronddraaiende pottenbakkersschijf staat op zijn palmares. Er wordt zelfs gefluisterd dat Perdix ook het eerste kompas heeft uitgevonden. In de roddelblaadjes in die dagen staan geruchten dat Pallas Athena – godin van de wijsheid, de handwerkslieden en de kunstenaars – een oogje heeft op dit jonge talent. Jammer genoeg bestaan noch de Griekse Privé en Story, noch dat eerder genoemde palmares – waarschijnlijk kleitabletten – niet meer om een betrouwbare fact-check te doen. Nu moeten we (jullie) het stellen met de woorden van verhalenvertellers-met-een-dikke-duim, zoals ondergetekende. Vandaag de dag zijn zo’n schijf, een zaag en een passer eenvoudige instrumenten maar in die tijd … je kunt je dus gemakkelijk inbeelden dat Daedalus stikjaloers is op de vindingrijkheid van zijn neefje. Hoe lang gaat dit nog goed? De leerling die zijn meester overtroeft …

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

Fietser: waar gaat dit naartoe?

Ik ben zelf fietser (in het heilige coronajaar deed ik het wat rustiger aan met slechts 4000km op de teller) zowel in stadsverkeer als op de typische fietswegen kan je mij vinden.

Waar ik mij al jaren aan erger is het feit dat andere fietsers blijven vertikken hun arm/hand uit te steken wanneer ze afslaan. En waarom? Omdat wanneer ik ook wil afslaan of achter hen blijf (als we in dezelfde richting afslaan) of keurig wacht tot ze het kruispunt zijn overgestoken (als ik van de andere richting kom). Doordat die – pardon my french – egocentrische tweewielers hun richting niet duiden, staan andere – hoffelijke – weggebruikers langer op een kruispunt te wachten tot mijnheer of mevrouw Ego beslist om toch het kruispunt niet op te rijden.

Omdat vele fietsers van mening zijn dat ze hun hand niet meer moeten uitsteken en ik altijd alles 3dubbel check, ben ik ’s gaan kijken op de website van de Politie.

En terwijl ik dit toch neerpen: collega fietsers, wanneer je een voetganger op een zebrapad ziet oversteken (of die heeft die intentie) dan heeft die voetganger voorrang op u. Doe niet dwaas en stop dan even en zwaai nekeer naar de mens. Ge maakt er u zoveel sympathieker mee.

Bron onderstaande tekst: https://www.politie.be/5415/vragen/fietsen-en-bromfietsen/hoe-verander-je-als-fietser-veilig-van-richting

Hoe verander je als fietser veilig van richting?

Gebruik je arm als richtingaanwijzer

Voor fietsers gelden dezelfde regels als voor de andere bestuurders. Ze moeten richting aangeven als zij van richting veranderen, bv. bij het afslaan op een kruispunt. Je kan de richting aangeven door je arm uit te steken. Wanneer dit niet mogelijk is of niet veilig kan gebeuren, bv. op een kasseiweg, tussen tramsporen of wanneer de weg te glibberig is, hou je natuurlijk wel je beide handen op het stuur. Probeer ook oogcontact te maken met andere weggebruikers, bv. door over de schouder te kijken, om je ervan te vergewissen dat de bestuurders achter je de intentie om van richting te veranderen begrepen hebben. Vergeet ook niet dat je soms voorrang moet verlenen aan tegenliggers.

De voorrangsregels voor fietsers zijn in grote lijnen dezelfde als voor automobilisten:

  • Op een kruispunt geldt de voorrang van rechts, tenzij je op een doorlopend fietspad rijdt. Dan heb jij als fietser voorrang op het verkeer dat van rechts komt.
  • Als een fietspad plots overgaat naar de rijbaan, dan heeft de fietser voorrang op de auto’s achter zich. Kijk wel dubbel goed uit, want veel automobilisten vergeten deze voorrangsregel of kennen hem zelfs niet. Maar wanneer het fietspad doorloopt en een fietser het fietspad verlaat om van richting te veranderen, om in te halen of om langsheen een hindernis te rijden, dan moet hij wel voorrang geven aan de bestuurders op de rijbaan.
  • Ook fietsers moeten voorrang geven aan voetgangers die op het punt staan over te steken op het zebrapad.

KW45: Wintercircus

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Kunst is altijd voer voor interessante weetjes. De verhalen achter de beelden/schilderijen, de technieken, de tijdsgeest, de kunstenaar of zijn omgeving leveren al eens leuke verhalen op. Maar gebouwen kunnen ook veel interessante weetjes opleveren. Bij een gezellig onderonsje kwam het oude Gentse circus ter sprake. Dat het momenteel (al jaren) gerenoveerd wordt en er al meerdere mogelijke plannen naar gebruik zijn gelanceerd, dat is geen weetje, dat is bladvulling voor de gazetten 😉

Gent is altijd een circusstad geweest. Dat is het nu nog met circussen die regelmatig opduiken in Mariakerke, de Watersportbaan, op het Sint-Pietersplein of ergens rond Ledeberg/Gentbrugge. Gent heeft zelfs meerdere Lees verder

KBR: Bourgondische boekerieën

Het is in deze tijden van laptopperie iets moeilijker te volgen maar ooit waren boeken écht waardevol. Om het dan toch te vergelijken met de laptops, wie een laptop koopt wil een goeie, een krachtige en liefst een die lang mee gaat. En eens in je bezit zie je dat anderen wel de aankoop ’s van dichtbij willen bekijken. In het Vlaanderen van de 15e eeuw dacht men er net hetzelfde over…maar dan over boeken. Hoe mooier, hoe dikker, hoe meer praal hoe meer een boek waard was. En wie één boek heeft mag daar fier op zijn, wie een hele bibliotheek heeft kan er mee uitpakken. Bourgondiërs waren niet alleen gekend voor het rijkelijk eten (of had dat er nu ’s niks mee te maken?) maar dus ook voor hun grote bibliotheken met immens dure boeken.

Wie waren de Bourgondiërs eigenlijk?

Welk soort volk ze precies waren, dat lees je hier. Ik ga er nu even niet verder op in omdat we ons eigenlijk moeten focussen op de hertogen van Bourgondië. En dan komen er wel wat bekende namen boven drijven: Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute,…en ergens zag ik ook de naam van Keizer Karel V in de expo genoteerd. Mensen die omwille van hun rijkdom in de geschiedenis zijn geraakt.

Waarom moet ik deze expo gezien hebben?

Ten eerste omdat de meesten onder ons nog nooit een voet in de Koninklijke Belgische Bibliotheek hebben gezet en het daarom een unieke gelegenheid is om eens in een gebouw te gaan waar je anders nooit zou binnen gaan.

Ten tweede is het toch wel een unieke tentoonstelling. Weliswaar over boeken en dan nog geschreven in een onleesbaar lettertype en Latijn. Maar ik garandeer u dat wat u te zien krijgt indruk maakt. Een uitleg over hoe boeken werden gemaakt (gratis audiogids), waarom het ene boek beter was dan het andere, een blik op de tijdsgeest en dan finaal de praal van de miniaturen in de boeken.

De tentoonstelling is prima te doen met kinderen (ik zou zeggen +6jaar). Er is een speciaal programma voor “speelvogels” die al gaande weg worden voorzien van leuke verhalen, puzzels en kleine doe-opdrachtjes. Voor de oudere medemens zijn er 2 rondgangen: eentje voor de museumbeginner en eentje voor de gevorderde museumbezoeker. Junior en ik liepen er net geen 3uur in, dat evenaart bijna mijn bezoek aan het KMSKB (lees mijn verslag over dit bezoek)

Bezoeken

Ga je naar deze expo, dan is het gemakkelijkst met de trein. Uitstappen in Brussel-Centraal en dan de bordjes “kunstberg” volgen. Je stapt dan bijna vlak voor de deur van het KBR uit het station. Tickets zijn best op voorhand te reserveren (online) en kies zeker een tijdsblok met niet meer dan 25 tickets. Voormiddagen zijn idealer dan namiddagen. Op “drukke” namiddaguren is er – naar mijn mening – te veel volk om het coronaveilig te houden. Ik durf daarbij ook te stellen dat het bij mijn ervaring vooral Franstalige senioren waren die weinig afstand hielden. En dat voor een corona-gevoelige groep die ook buiten de kerstvakantie in alle rust deze expo kan bezoeken. Maar goed, noteer toch gerust dat dit museum ook wel de moeite waard is.

website KBR: https://www.kbr.be/nl/ 

KW44: Ik zie spoken!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Eén van mijn favoriete musea is het Mauritshuis in Den Haag. Je ziet er vele mooie kunstwerken en ook een flink aantal bekende topstukken. Zeker de moeite waard om er eens een dagje voor uit te trekken.

Een van de mooie schilderijen is dit werk van Pieter de Hooch: Een binnenplaats met een rokende man en een drinkende vrouw (1658 – 1660). Alsof de titel nog iets te verbergen zou hebben (je zou er het bijna een hoofdstuk gaan noemen ipv een titel).

Een dagelijkse scène op een binnenkoer waarbij we een beeld krijgen van het leven halfweg 1600 met een sfeer die we ook terug vinden in de schilderijen van Vermeer. Sommige schilderijen van de Hooch zou je qua thema zelfs al eens durven verwarren met die van zijn tijdgenoot.

Maar waarom is dit schilderij nu het onderwerp van een kunstweetje? Het is toch maar niet meer dan een binnenkoer met een rokende mijnheer, een drinkende madam en een kind? Misschien is het een gezin op een zondags aperitiefmoment. Zou kunnen… Het zou ook een proeverij kunnen zijn, een degustatiemoment. Want wanneer we een beetje inzoomen op het beeld dan zien we iets “raar”…

Op de tafel ligt een tweede pijp en de drinkkan – die normaal dichtklapt – blijft open staan…(neen, het zijn er nog niet zo van die met een muziekdoosje in gelijk bij de bomma) Het lijkt wel alsof er wel een spook aan de tafel zit. En achter de man in het zwart hangt een extra jas over de afsluiting en toch lijkt het niet echt het weer om 2 jassen aan te trekken. Curieus, curieus, curieus!

Momenteel wordt het schilderij gerestaureerd en daarvoor wordt het ook grondig bestudeerd. Bij die studie is gebleken dat het spook niet zo onzichtbaar is als het op het eerste zicht lijkt. Het spook is namelijk een soldaat.

Een ander spoor van de vermiste soldaat is een foto die in de jaren twintig is gemaakt door Martin de Wild, een bekende Nederlandse conservator van schilderijen. Hij behandelde het schilderij en legde de soldaat bloot. Behoorlijk beschadigd en een beetje bleek rond zijn neus, maar nog steeds aanwezig. De Wild besloot de man opnieuw te bedekken maar in een XRay is de vorm van de soldaat nog steeds zichtbaar.

Deze details en foto vertellen ons dat Pieter de Hooch dit schilderij oorspronkelijk bedoeld had als een drinkspel met twee soldaten, en niet als een romantisch verhaal van een man en een vrouw. Iets minder charmant 😉.

Een gelijkaardig schilderij van Pieter de Hooch vinden we terug in Washington. Daar is de soldaat niet overschilderd en zodoende is het spook ook helemaal zichtbaar! 🙂 Ook al is het mysterie nog zo groot…

 

#mauritshuisconservering #projectdehooch #mysterievanthemissingsoldaat #mauritshuis #mauritshuismuseum #conservering #restauratie #conservator #dehooch #nationalgalleryofart #washington #thehague #denhaag #arthistorie #schilderij #museums #museum

 

Bron:

Mauritshuis, Den Haag

M-Leuven: meerdere expo’s voor de prijs van 1

Ik was – shame on me – nog niet eerder naar museum M te Leuven geweest. Dat stond op de lijst “voor ooit eens” en zoals altijd zou je die lijstjes beter hernoemen naar “het gaat er toch niet van komen” 😉 Maar dus, dankzij corona, wel.

Ik had me verwacht aan iets wat op het Groeningemuseum (Brugge) zou lijken maar dat bleek direct anders te zijn. Meer waarschijnlijk had ik naar de Sint-Pieterskerk moeten gaan om bvb Dirk Bouts en de Vlaamse Primitieven te kunnen zien. Maar we zijn hier nu toch in M, dus maken we er het beste van. M, verras me!

De openers leggen de lat meteen hoog en voldoen ook direct aan mijn verwachtingen. Een prachtig staaltje van schilderkunst gecombineerd met wat techniek in deze grote schijf-kalender. Over meerdere ringen worden dagen, maanden, horoscopen,…getoond. Allemaal voorzien van een bijhorend schilderijtje. Nooit eerder gezien. Zalig! meer info hier.

Deze cirkelvormige kalender krijgt als tegenhanger binnen de expo “Neem je tijd” actuele kunstenaars als Christoph Fink die mij (lang) weet te boeien met zijn keramieke schijven die niet alleen mooi ogen qua design maar evengoed een directe link maken met de schijf hierboven. Jep, dat smaakt naar meer, laat het maar komen!

In dezelfde zaal een beeld van Constant Meunier. Een stevig mansfiguur zoals we dat van hem gewoon zijn, krijgt alle aandacht in de zaal. Aan de wand teksten waar ik anders snel zou aan voorbij stappen of mij niet zouden vast houden. Helaas pindakaas; Lore Van Hees – curator van deze expo – kan dat wel. Ik blijf staan, blijf lezen, blijf zoeken, lachen, genieten. Bekijk de “making of” van deze expo hier.

Naadloos stap je van expo “Neem je tijd” over naar “Waanzin. Studenten in M” (ik vertaal het even, ’t is minder hip but so what 😉 ) Studenten (niet persé kunststudenten) geven hun blik, hun kijk op bestaand werk. Niet mis en soms zeer verrassend zowel in de keuze van de werken als in de reden waarom dat werk past in een expo als Waanzin. Ik vond het een tikkeltje minder boeiend maar toch interessant om zien. Er zitten echt wel heel sterke werken tussen waar ik minuten heb naar gekeken (bvb de video van het ademende kind met roos is GEWELDIG). De jeugd staat niet stil bij kunst. Met de audiogids bij de hand wordt je regelmatig gevraagd om ’s van standpunt te wisselen, dat verandert de kijk. Waanzin of niet, het is persoonlijk maar ik zou het niet laten liggen.

Bij M weten ze gelijk niet van ophouden, dus doen ze er ook nog de expo “Bewogen” bovenop. Een collectie religieuze objecten en attributen die veel praal uitstralen. De waarde van het geloof uitstralen en hoe goed het je zal vergaan wanneer je een naarstig mens bent. Goh ja…Waarom niet? De expo boeit me even veel als de uitleg door Marjan De Baene bij deze video. Met veel plezier maak ik voor u een sappig horrorverhaal van deze vleesgeworden hostie 😉 De expo is niet echt voor mij maar wie graag opgaat in kelken, kazuifels, kistjes met vingerkootjes,…moet je dit zeker gezien hebben. Volgende keer neem ik mijn schoonmoeder mee, die kan het voor mij zeker boeiender maken. Ik vond het verhaal over de tocht naar Compostella en de beelden in de donkere gang achter de expo wel interessant. De plaats in de hemel zal dus niet voor mij zijn, dat is duidelijk 🙂

Het deel met de expo Fair Game van Ericka Beckman vond ik puur tijdverlies. Het kon mij geen seconde boeien. Het is kinderlijk, weinig uitdagend, erg passief. Op geen enkel moment werd mijn verbeelding gestreeld. Om het met de woorden van Marcel Vanthilt te zeggen “charcuterie met peren”. En wie mij kent weet hoe ik denk over peren…Hopelijk hebben ze er in Leuven niet te veel geld aan besteedt.

Kortom: ik liep er in totaal ongeveer 1,5uur rond wat naar mijn normen niet erg lang is. Maar ik heb wel wat interessante dingen gezien. Fair Game doet afbreuk aan de aangename mix tussen oude en hedendaagse kunst maar voor de andere expo’s is dit een leuk dagje uit. Het museum ligt op wandelafstand van het station, dat is ook weer handig. En aangezien er niet veel mensen zijn, is het een coronaproof museum. Alle info op https://www.mleuven.be/