Carbonara met blauwe kaas

Heb je dat ook zo soms; dat gevoel alsof “het internet” je gedachten kan lezen of mee luistert naar je gesprekken aan de keukentafel. Wij hebben dat regelmatig. Wanneer mijn vrouw iets zoekt op het internet, dan is het niet onmogelijk dat ik de volgende dag reclameberichten krijg in de richting van haar zoektocht.

Tegelijk krijg ik dan weer zelf berichten te zien rond dingen die ik zelf opzoek. Tjah…dat wisten we al. Google en Facebook zijn Big Brothers. Maar bij gelegenheid kan dat ook wel interessante informatie zijn.

Zo kreeg ik dit recept in mijn mailbox over pasta carbonara. Ik weet niet hoe het zit in NL maar in Vlaanderen is het triestig gesteld met dé pasta carbonara. Het klassieke Vlaamse recept is al even erg als de spaghetti Bolognaise of de pizza Hawai: Een bundel spaghetti overgoten met veel room, spek en een pak kaas. Lekker, lekker. Maar geen paste carbonara. Zelfs in de Italiaanse restaurants gaan gretig mee in de Vlaamsche oerversie. Toch kreeg ik vandaag deze – origineel Italiaanse – mooie variant met ansjovis.

Klik hier om naar het recept te gaan.

En dan was er nog iets wat ik wou meegeven. Weet je nog de blog over Het perspectief O+ ? Die ging over vrouwen in de kunst met internationale roem. Wel…

Over de eigenares van bovenstaand gebit valt nog iets te vertellen. Het gebit werd bij onderzoeken in 2019 in Duitsland opgegraven en blijkt duidelijk vrouwelijk te zijn. Het krijgt de naam B78 mee en er is iets met die B78. Het gebit is al meer dan 1000jaar oud en er is een rare blauwe tandaanslag op te vinden. Dit hadden de onderzoekers nog niet eerder gezien.

Na onderzoek door chemici blijkt het om partikels van het fameuze lapis lazuli te gaan (zie KW22 en KW41). Maar hoe kwam dat Afgaans blauwe goedje in Duitsland terecht? En dan nog in de mond van deze vrouw?

Lapis lazuli werd in de middeleeuwen ingevoerd en vermalen om te gebruiken als pigment voor verf. Van Eyck is onder andere één van de vele gebruikers van deze grondstof. De volblauwe steen werd ook gebruikt om illustraties bij teksten in te kleuren. Bij gelegenheid zette het pigment zich af op de tanden van de illustratoren van boeken. Ze staken de tip van de borstel al eens in hun mond om zodoende de haren nat te maken en de tip “te scherpen”.

Er was al geweten dat vrouwen boeken illustreerden maar men had daar geen “levend bewijs” van. Tot nu dus. Bij deze is er materiaal bewijs dat kunst in de middeleeuwen niet alleen een mannenzaak was. B78 was allicht een gelovige en meer dan waarschijnlijk niet de eerste de beste. Lapis Lazuli was in die tijd duurder dan goud. Het werd enkel gebruikt om speciale taferelen en/of personen mee in te kleuren en het mocht alleen worden gebruikt door de beste illustratoren. B78 moet dus wel een bekendheid geweest zijn in haar tijd. Helaas is ze vandaag enkel nog gekend onder de naam B…B78. (bron Artips)

Frans Hals: de lachende cavalier (12)

Challenges altijd de uitdaging waard. Elke zomer verleg ik een grens, ga ik in dialoog en tegelijk in een soort steekspel met een bekende kunstenaar en een iets minder bekend werk. Een topwerk met een verhaal en een hogere technische uitdaging. De uitdaging loopt over de zomer omdat dan het exposeizoen zichzelf niet “ververst”. Er zijn geen nieuwe expo’s, wat loopt loopt wat niet loopt start ergens in september.

2 juli lanceerde ik een teaserblog om officieel te starten op…

Lees verder

KID’21: say hello, wave goodbye

De editie van Kunst in het Dorp 2021 heeft gisteren de deuren gesloten. Het was een succes! Het was groter, grootser, beter, steviger dan alle vorige edities. De lat werd al voor de start hoog gelegd en het publiek wist dat duidelijk te waarderen. Meer dan 1500 bezoekers over 2 weekends. Nocturnes gaven de kunstwerken een andere invalshoek dan overdag. Dat maakte dat sommige liefhebbers zelfs 2 keer langs kwamen.

Ik laat vandaag mijn stem even rusten. Het verhaal van Thomas van Bellingen moet ik wel 200 keer verteld hebben. Ik kon het niet bijhouden. En daarnaast kon ik mij ook niet houden om zo nu en dan ook nog ’s het verhaal rond Lilith te vertellen (nav. het naburig werk van Annick Haesendonckx). Was er dan toch even een moment zonder verhaal (wie durfde het belletje niet laten gaan? 😉 ), dan vulden gezellige babbels met Carlos Caluwier en zijn madam of/en met Janneke en Johan de stilte. En dan waren ook nog babbels met Charlotte, Jan, de kapitein, Isabella en zo vele anderen. Wat een sfeer, wat een toffe bende!

Tussendoor heb ik toch nog snel wat foto’s genomen. Veel zijn het er niet (geen tijd, the show goes on 🙂 ) maar ’t is toch al dat hé 🙂 Na een paar dagen rust kan ik me volop concentreren op de volgende expo te Desselgem in galerij Art142 op 23 en 24 oktober, binnen de organisatie Buren bij Kunstenaars. Zie ik je daar terug?

Het perspectief ♀

Mensen (organisaties) die mijn blogs niet volgen herken je meteen…Dit plukte ik vandaag van Instagram.

Barbara Hepworth werd geboren in 1903. Élisabeth Vigée-Le Brun is geboren in 1755 (KW48). En niet te vergeten: Sofonisba Anguissola (1532) (blogartikel). En nog andere die nog op mijn lijstje staan: Judith Leyster (1609) *met stip*, Maria van Oosterwijck (1630), Thérèse Schwartze (1851), Henriëtte Ronner-Knip (1821). Ai ai ai toch…zoveel voorgangers van Barbara (er zijn er meer maar dit zijn zo wat de eerste waar ik kan aan denken). Ik zie onder mijn volgers zelfs jeugdtalenten opduiken, met de gepaste kansen schoppen ze het nog.

Al is het ook geen geheim dat in sommige gevallen mijnheer de kunstenaar feitelijk mevrouw de kunstenaar moest zijn. En dat zelfs nog in de 20e eeuw!

Maar wel goed dat ik niet alleen sta in de beweging meer vrouwen om de deelnemerslijsten bij expo’s te krijgen 🙂

Kunst in het dorp: laatste weekend

Dit weekend laatste kans om het prachtige evenement “Kunst in het Dorp” te Bellingen te bezoeken. MAAR ook de allerlaatste kans om “de triptiek van het leven” in het echt en volle glorie te bewonderen. Wie de triptiek op Expo Magie niet heeft gezien krijgt hier de ultieme (her)kans(ing). Na dit weekend zal de triptiek niet meer publiek worden getoond.

Naast het beeld van de triptiek wordt ook het verhaal van Thomas van Cantimpré mee in de kast gestopt.

De performance en triptiek zijn dit weekend nog te zien:

vrijdag 18-22u, zaterdag 18-22u, zondag 14-19u aan de Kareelstraat 21, Bellingen.

Na corona kan de beeldende kunst uw steun zeer goed gebruiken. Deel dit bericht en/of kom ’s langs. Deze expo is vrij te bezoeken, er is geen enkele aankoopplicht.

Frans Hals: de lachende cavalier (11)

Was het je ook opgevallen dat er bij de vorige blog ergens “tekst” stond tussen de foto’s? De blog stond al klaar geprogrammeerd voor publicatie maar ik was nog niet klaar met schrijven…En om die opmaak al klaar te kunnen maken zet ik dan soms “tekst” tussen de foto’s, dan weet ik waar ik nog iets moet schrijven. Maar dat was ik dus uit het oog verloren met de vorige blog. Ik zal – nog maar eens – moeten toegeven dat ik wat te veel hooi op mijn vork aan het nemen ben de laatste dagen: de cavalier, het marktje in Menen, het (grote) Kunst in het Dorp, de planning 2022 en ja daarnaast heb ik nog een “hobbyjob” te onderhouden om deze kunstactiviteit te sponsoren. Een bekend Belgisch politicus zou al eens durven stellen: “trop is te veel én teveel is trop”.

De tekst ging ‘m natuurlijk over die “ajuin”. Het topje van een zwaard…Of was het een degen? Of een rapier? Ik ging even op onderzoek naar was nu precies de verschillen zijn. Want toegegeven: onder de bekendste zwaarden kennen we Excalibur (het zwaard in de steen van koning Arthur), het typische samuraizwaard, het degen van Zorro, het zwaard van Ardoewaan,…of een moors zwaard. En als je er even bij stil staat, die kennen allemaal een andere vorm. De kwestie is dus met welk wapen hebben we hier te maken?

En dan begon ik met zoeken naar zwaarden uit “de gouden eeuw”. En ziet waar ik op bots: het zwaard van ene Michiel De Ruyter (voor de Belgen doorsnee een onbekende maar toch wel één van de meest bekende Nederlanders) en de rapier van Rubens. Zonder chauvinistisch te willen zijn, ga ik iets dieper in op dat laatste omdat die nog het meeste op het zwaard van mijne cavalier lijkt maar ook omdat het wel wat op dat “zwaard” lijkt.

Nu noemt men “het zwaard” van Rubens een “rapier“. Een rapier is een relatief slank, scherp gepunt type zwaard dat vooral in de 16e en 17e eeuw in Europa werd gebruikt. Rapier en degen werden vooral gedragen en gehanteerd door de rijke burgerij, die steeds meer aan belang won. Deze burgerij hechtte meer waarde aan sierlijkheid dan aan efficiëntie en zodoende werd het rapier meer en meer verfijnd.
Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de degen, een slankere, lichtere versie van het rapier.

Dit past perfect in ons kraam en bevestigt dat de cavalier een gegoed burger. De “ajuin” is duidelijk het einde van het degen. Dat het een rijk versierd stuk is – en dus het model van Rubens benadert – is wel duidelijk. Niet alleen aan het uiteinde kan je dat zien. Op het schilderij is het haast onzichtbaar maar door de reconstructie kan ik u het gevest ook laten zien. Dat zal later weer in de duisternis van de schaduwen verdwijnen. Geniet van het moment zou ik zeggen 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (10)

OK, kunnen we concluderen dat “de lachende cavalier” eigenlijk “nen ajoin” is? Zou dat niet leuk zijn! Na al die hypothesen van dat het een rijk edelman is of een kleermaker of (kleine kans) toch een cavalier blijkt het finaal een Aalstenaar te zijn. LOL. Geweldige ontdekking zou dat zijn 🙂

Maar dat is het meer dan waarschijnlijk niet. En toch…stel dat we deze frivole vent een naam zouden mogen geven, hoe zouden we hem noemen? Zet de ideeën maar in de opmerkingen 🙂 Ik ben ’s curieus hoe jullie hem zien.

tekst