KID’21: say hello, wave goodbye

De editie van Kunst in het Dorp 2021 heeft gisteren de deuren gesloten. Het was een succes! Het was groter, grootser, beter, steviger dan alle vorige edities. De lat werd al voor de start hoog gelegd en het publiek wist dat duidelijk te waarderen. Meer dan 1500 bezoekers over 2 weekends. Nocturnes gaven de kunstwerken een andere invalshoek dan overdag. Dat maakte dat sommige liefhebbers zelfs 2 keer langs kwamen.

Ik laat vandaag mijn stem even rusten. Het verhaal van Thomas van Bellingen moet ik wel 200 keer verteld hebben. Ik kon het niet bijhouden. En daarnaast kon ik mij ook niet houden om zo nu en dan ook nog ’s het verhaal rond Lilith te vertellen (nav. het naburig werk van Annick Haesendonckx). Was er dan toch even een moment zonder verhaal (wie durfde het belletje niet laten gaan? šŸ˜‰ ), dan vulden gezellige babbels met Carlos Caluwier en zijn madam of/en met Janneke en Johan de stilte. En dan waren ook nog babbels met Charlotte, Jan, de kapitein, Isabella en zo vele anderen. Wat een sfeer, wat een toffe bende!

Tussendoor heb ik toch nog snel wat foto’s genomen. Veel zijn het er niet (geen tijd, the show goes on šŸ™‚ ) maar ’t is toch al dat hĆ© šŸ™‚ Na een paar dagen rust kan ik me volop concentreren op de volgende expo te Desselgem in galerij Art142 op 23 en 24 oktober, binnen de organisatie Buren bij Kunstenaars. Zie ik je daar terug?

Het perspectief ā™€

Mensen (organisaties) die mijn blogs niet volgen herken je meteen…Dit plukte ik vandaag van Instagram.

Barbara Hepworth werd geboren in 1903. Ɖlisabeth VigĆ©e-Le Brun is geboren in 1755 (KW48). En niet te vergeten: Sofonisba Anguissola (1532) (blogartikel). En nog andere die nog op mijn lijstje staan: Judith Leyster (1609) *met stip*, Maria van Oosterwijck (1630), ThĆ©rĆØse Schwartze (1851), HenriĆ«tte Ronner-Knip (1821). Ai ai ai toch…zoveel voorgangers van Barbara (er zijn er meer maar dit zijn zo wat de eerste waar ik kan aan denken). Ik zie onder mijn volgers zelfs jeugdtalenten opduiken, met de gepaste kansen schoppen ze het nog.

Al is het ook geen geheim dat in sommige gevallen mijnheer de kunstenaar feitelijk mevrouw de kunstenaar moest zijn. En dat zelfs nog in de 20e eeuw!

Maar wel goed dat ik niet alleen sta in de beweging meer vrouwen om de deelnemerslijsten bij expo’s te krijgen šŸ™‚

Kunst in het dorp: laatste weekend

Dit weekend laatste kans om het prachtige evenement “Kunst in het Dorp” te Bellingen te bezoeken. MAAR ook de allerlaatste kans om “de triptiek van het leven” in het echt en volle glorie te bewonderen. Wie de triptiek op Expo Magie niet heeft gezien krijgt hier de ultieme (her)kans(ing). Na dit weekend zal de triptiek niet meer publiek worden getoond.

Naast het beeld van de triptiek wordt ook het verhaal van Thomas van CantimprƩ mee in de kast gestopt.

De performance en triptiek zijn dit weekend nog te zien:

vrijdag 18-22u, zaterdag 18-22u, zondag 14-19u aan de Kareelstraat 21, Bellingen.

Na corona kan de beeldende kunst uw steun zeer goed gebruiken. Deel dit bericht en/of kom ’s langs. Deze expo is vrij te bezoeken, er is geen enkele aankoopplicht.

Frans Hals: de lachende cavalier (11)

Was het je ook opgevallen dat er bij de vorige blog ergens “tekst” stond tussen de foto’s? De blog stond al klaar geprogrammeerd voor publicatie maar ik was nog niet klaar met schrijven…En om die opmaak al klaar te kunnen maken zet ik dan soms “tekst” tussen de foto’s, dan weet ik waar ik nog iets moet schrijven. Maar dat was ik dus uit het oog verloren met de vorige blog. Ik zal – nog maar eens – moeten toegeven dat ik wat te veel hooi op mijn vork aan het nemen ben de laatste dagen: de cavalier, het marktje in Menen, het (grote) Kunst in het Dorp, de planning 2022 en ja daarnaast heb ik nog een “hobbyjob” te onderhouden om deze kunstactiviteit te sponsoren. Een bekend Belgisch politicus zou al eens durven stellen: “trop is te veel Ć©n teveel is trop”.

De tekst ging ‘m natuurlijk over die “ajuin”. Het topje van een zwaard…Of was het een degen? Of een rapier? Ik ging even op onderzoek naar was nu precies de verschillen zijn. Want toegegeven: onder de bekendste zwaarden kennen we Excalibur (het zwaard in de steen van koning Arthur), het typische samuraizwaard, het degen van Zorro, het zwaard van Ardoewaan,…of een moors zwaard. En als je er even bij stil staat, die kennen allemaal een andere vorm. De kwestie is dus met welk wapen hebben we hier te maken?

En dan begon ik met zoeken naar zwaarden uit “de gouden eeuw”. En ziet waar ik op bots: het zwaard van ene Michiel De Ruyter (voor de Belgen doorsnee een onbekende maar toch wel Ć©Ć©n van de meest bekende Nederlanders) en de rapier van Rubens. Zonder chauvinistisch te willen zijn, ga ik iets dieper in op dat laatste omdat die nog het meeste op het zwaard van mijne cavalier lijkt maar ook omdat het wel wat op dat “zwaard” lijkt.

Nu noemt men “het zwaard” van Rubens een “rapier“. Een rapier is een relatief slank, scherp gepunt type zwaard dat vooral in de 16e en 17e eeuw in Europa werd gebruikt. Rapier en degen werden vooral gedragen en gehanteerd door de rijke burgerij, die steeds meer aan belang won. Deze burgerij hechtte meer waarde aan sierlijkheid dan aan efficiĆ«ntie en zodoende werd het rapier meer en meer verfijnd.
Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de degen, een slankere, lichtere versie van het rapier.

Dit past perfect in ons kraam en bevestigt dat de cavalier een gegoed burger. De “ajuin” is duidelijk het einde van het degen. Dat het een rijk versierd stuk is – en dus het model van Rubens benadert – is wel duidelijk. Niet alleen aan het uiteinde kan je dat zien. Op het schilderij is het haast onzichtbaar maar door de reconstructie kan ik u het gevest ook laten zien. Dat zal later weer in de duisternis van de schaduwen verdwijnen. Geniet van het moment zou ik zeggen šŸ™‚

Frans Hals: de lachende cavalier (10)

OK, kunnen we concluderen dat “de lachende cavalier” eigenlijk “nen ajoin” is? Zou dat niet leuk zijn! Na al die hypothesen van dat het een rijk edelman is of een kleermaker of (kleine kans) toch een cavalier blijkt het finaal een Aalstenaar te zijn. LOL. Geweldige ontdekking zou dat zijn šŸ™‚

Maar dat is het meer dan waarschijnlijk niet. En toch…stel dat we deze frivole vent een naam zouden mogen geven, hoe zouden we hem noemen? Zet de ideeĆ«n maar in de opmerkingen šŸ™‚ Ik ben ’s curieus hoe jullie hem zien.

tekst