Stadswacht (10): de achtergrond

Ik liet al een paar keer vallen dat ik tijdens het tekenen wel mijmer, denk over wat de volgende stappen zijn, hoe ik die ga aanpakken, etc etc. Eentje dat mij al een tijd bezig hield was het decor. Zo’n groep mensen kan je toch niet voor een vlakke achtergrond zetten?!? De muur in silicaatsteen (zie oorspronkelijke foto) zag ik ook niet echt zitten. Terug naar het schilderij van Rembrandt. Daar zien we een muur met een grote doorgang bijna in het midden. AHAAAAAAAA, ontdekking!!! Heb je ’t ook gezien???

Hierboven het originele schilderij (links) en de kopie (rechts). Is het je opgevallen dat de lijst met namen die in het deurgat hangt niet werd overgenomen? Tussen deze blog en de vorige viel mijn oog op deze lijst (bij de vorige blog zei ik nog dat ergens op het schilderij de naam van Bannick Cocq moest staan maar ik wist toen niet waar). Het is wel erg donker en je moet al een hoge resolutiefoto hebben om de namen te kunnen lezen.

Maar terug naar mijn issue van deze blog: het decor voor mijn tekening. Als ik het decor van Rembrandt wil benaderen én ik wil rekening houden met het opzet van deze groep (zijnde in functie staan van de Gentse scholen), dan zou ik iets in die context moeten vinden… Ik heb daarom meerdere Gentse stadsscholen bekeken om na te gaan of er iets historisch interessant aan was, niet al te modern (dat zou te veel afsteken met het schilderij) waar ik deze groep zou kunnen voor plaatsen.

De voormalige inkompoort van De Feniks (Acaciastraat) was het eerste waar ik aan dacht maar achteraf gezien leek me die poort een beetje saai…Het CVO aan de Antonius Triestlaan daarentegen…Dat is nog ’s een interessante gevel.

Maar al snel vind ik de zij-ingang met het groen ook best aantrekkelijk. Ik ben er toch, dus neem ik meerdere foto’s om achteraf de test/collage met de computer uit te proberen. Ik gooi Acaciastraat en CVO in competitie met mekaar…

Maar diep vanbinnen is er iets dat me zegt dat het nog niet goed genoeg is. Het kan beter. Dan kom ik op het idee om het Gentse stadhuis op de achtergrond te zetten. Dat is op zich ook wel aanvaardbaar, tenslotte werken al deze mensen voor de stad (op de een of andere manier). Het Gentse stadhuis heeft meerdere ingangen. Dat valt niet altijd zo op als je enkel de hoofdingang kent. Wie een beetje van Gent is, die kent ook de praal-zij-ingang langswaar de trouwers meestal binnen komen. Ik neem die als doel. De hoofdingang vind ik te bombastisch, de andere ingangen zijn te sober, de praalingang past prima. Met een foto van tijdens de Gentse Feesten doe ik al een eerste gooi naar wat het zou kunnen worden…

Echt blij word ik er niet van. De 2 inkomdeuren boven het tafereel staan er wat lullig bij maar het geheel past wel in mijn opzet en past ook wel in de achtergrond van het originele schilderij. Ik slaap er een nachtje over…

De nacht heeft raad gebracht! Ik krijg het idee om de hele groep met vloer en al op het niveau van de 2 deuren te tillen. Zodoende komen ze hoger te staan en klopt het plaatje beter. Alleen die halve posturen links en rechts van de deuren zijn wat zielig, daar kan ik misschien nog iets aan doen… Maar op het schilderij staat feitelijk maar 1 grote centrale ingang. Wat zou het geven als ik van die 2 deuren 1 grote poort zou maken? Nekeer proberen…

Goh ja…maar neen toch maar niet…het is te massief, te veel poort en ik vrees een beetje dat het op tekening de indruk zou kunnen geven dat het om een groot gordijn ofzo gaat. Een podium van een toneel. Ik vind het op foto al verwarrend, onduidelijk…Dus toch maar de 2 deuren. De verhoogde vloer blijf ik wel behouden. De borstwering (balustrade voor de Vlamingen) plaats ik tussen de achterste rij mensen en de 3 voorste rijen. Ik trek ze ook links en rechts (bijna niet te zien) door zodat de 2 dames links in beeld zogezegd leunen op de borstwering.

Ja! Deze versie zal het worden. De halve beelden werk ik in de tekening niet weg, een half beeld vind ik toch niet “je van het”. Hopelijk lukt ’t om dit allemaal goed in beeld te krijgen…Fingers crossed…

Na al dit knip- en plakwerk, heen-en-weer gerij naar het centrum en terug heb ik mijn collage klaar. 5 uur verder heb ik ook de schets op/over de tekening gezet. Het lijken op foto allemaal zo eenvoudige stapjes maar wat vraagt dit f*ckin’ veel tijd zeg… Nog maar eens de hele living overhoop gooien om beide panelen weer naast mekaar te kunnen zetten, kwestie van alles symmetrisch in beeld te zetten…

Villa Empain: Portrait of a lady

Nog tot 4 september loopt de expo “Portrait of a lady” in Villa Empain te Brussel. Omdat dit adres al een tijdje op mijn “to do” staat maakte ik gebruik van de gratis toegang op de 1e woensdag van de maand om de expo, de villa en de tuin te bezoeken.

De tentoonstelling is mijn ideale droom van een expo: oude meesters gemixt met hedendaagse kunst. En dan nog vooral figuratieve kunst waarin de mens centraal staat. Daarenboven geen (wat ik zelf noem) apathische werken die doen alsof de bezoeker niet bestaat of te min is, hé Michaël, maar wél kunst die rechtstreeks in dialoog gaat. Zalig mooie werken die mij aankijken, die vragen “hoe is’t met u?” of “zeg, wa vinde van mijn gat in deze rok?” 😉

Maar serieus; het is een mooie expo rond hoe we vrouw in de kunst percipiëren. Opgedeeld in verschillende benaderingen als portretten, erotische objecten, partners, dagelijks leven,… met interessante – down to earth – uitleg op panelen. Kortom: zeker de moeite waard om langs te gaan.

En ben je er dan toch, neem de tijd om ook ’s rond te kijken naar de architectuur van de villa, de tuin, de uitstraling die ze nu heeft en vroeger had (met sjieke salons om gasten te ontvangen ed). Tegelijk met Portrait of a lady loopt in de kelder nog tot 21/8 de expo rond architect Michel Polak. De naam zegt u niets? Hij is o.a. de architect van Villa Empain maar ook van Résidence Palace en het Plaza Hotel. De expo geeft een interessante inkijk over de architectuur en het leven in het eerste deel van de 20e eeuw. Beetje gelijk Titanic maar dan zonder Leonardo 🙂

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (08): mascotte 

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

De portretten vorderen gestaag. Het is en blijft telkens veel werk. Elk portret werk ik eerst in grijs uit in detail. Daardoor worden de grijze lijnen ook dikker. Dan veeg ik het geheel weer grotendeels weg (waardoor de lijnen weer lichter worden) en vul ik het gezicht in met kleur. Redelijk intensief. Hier en daar begin ik ook wel eens te twijfelen aan kleuren. Vooral die van de ogen. Ik ga de komende weken wel eens een paar mensen dieper in hun ogen kijken dan ik gewoon ben vrees ik 😉

Maar kijk de groep gaat goed vooruit. 9 personen van de 14 op deze kant van het werk. Voor wie er maar 7 telt…Achter het meisje vooraan in het midden staat nog een jongen 😉

En over dat meisje wordt in de literatuur wel héél veel verteld. Of liever gespeculeerd. Het meisje stelt de mascotte van deze wijk voor.

Ze staat links van Banninck Cocq. Al een eerste verwijzing naar de vogel die ze aan haar zij heeft hangen? 😉 Niet echt. Dat is eerder toevallig (denk ik). Ze is de personificatie van de kloversgilde omdat de klauwen van de kip verwijzen naar de gouden klauw. Dat is het embleem van de gilde. Ik begrijp de link tussen de klauwen en de klover niet echt. Een klover is een soort primitief musketgeweer (in’t Suskes&Wiskes “een knalbus” 😉 ). Voor mij is daar niet direct een link met een kip. Of zou het een klanknabootsing zijn? Klonk “klover” destijds een beetje gelijk “klauwen”? Het pistool verwijst in ieder geval weer naar de schutterij. Het kind achter het meisje is eigenlijk ook een meisje maar in mijn versie maak ik er een jongen van 🙂

Het meisje op het schilderij draagt een brokaten jurk (meer weten over brokaat? klik hier) met een schoudermanteltje erboven. Vermoedelijk is het meisje iemand die meetrok met het leger om koopwaar te slijten. Ze is in dit geval eerder op te vatten als een symbolisch personage. Men stelt wel eens dat Saskia, de vrouw van Rembrandt, model stond voor dit meisje. Er is wel enige gelijkenis afgaande op zijn andere schilderijen van haar. De bijzondere kaaklijn van Saskia komt duidelijk in beide gezichten terug. Deze stelling krijgt nog meer kracht wanneer we zien dat Rembrandt zijn handtekening net onder haar voet werd gezet. Hij ligt, als het ware, aan haar voeten (of onder de sloef, gelijk ge’t wilt zien 😛 )

In mijn versie kleurt Jade het paneel. Ook zij speelt hier, samen met een aantal andere kinderen, een belangrijke rol. Deze pientere jonge dame stond model voor onze mascotte. In mijn tekening staat ze symbool voor de schoolgaande jeugd. De hele groep aan mensen die hier klaar staat om in actie te treden staat namelijk in dienst van de Gentse stadsscholen en jeugdhuizen. Een geel gouden kleed hadden we niet ter beschikking maar haar communie-kledij paste perfect en wie weet wat ik er nog kan van maken. Dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskinderen 😉 Al vrees ik dat ik er geen kippenpoot ga aan hangen.

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

Stadswacht (06): de eerste portretten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een paar dagen later werk ik verder aan het opzetten van het totaal aan figuren. Ik dacht dat dit sneller zou gaan met de ervaring maar in de werkelijkheid blijft het een erg traag proces om slechts een ruwe schets van iedere figuur op het paneel te krijgen. Toch wordt het nu echt wel een beeld waarbij ik nu al voel dat je “in het schilderij” instapt. Veel indrukwekkender dan De Nachtwacht. Ooooh, niet dat ik me daarmee meet maar bij deze tekening sta ik er zo dicht bij dat het ook veel “instapklaarder” wordt dan wanneer je op vele meters afstand staat (zoals in het Rijksmuseum). Ik probeer de tekening in de inkomhall te parkeren maar helaas, dat lukt niet. Beide panelen overlappen mekaar voor centimeters. Terug naar de living dan maar. Beetje een Galatea-gevoel

Na het schetsen moet er natuurlijk getekend en ingekleurd worden. Omdat het zo’n groot werk betreft (en ik toch nog niet echt gewoon ben om zoveel personen op 1 blad te zetten), volg ik het patroon van de reconstructie van De Nachtwacht en begin maar met het inkleuren van de gezichten.

Een “doodverf” moet ik niet aanbrengen. Ik zou dat wel kunnen doen (zie de blogs rond het portret van Jos) maar ‘k heb er geen goesting en geen tijd voor. In tegenstelling tot de schilders heb ik het wit van het papier te veel nodig als “loodwit” omdat het papier een andere reflectie heeft van wit dan ingekleurd wit (potlood, krijt,…niets is zo fel als het wit van het papier).

Per tekening hou ik normaal een groepje kleurpotloden apart voor de huidskleur. Dat groepje verschilt per tekening maar binnen dezelfde tekening hou ik me wel aan dat groepje. Dat doe ik zo omdat de kleurverschillen tussen de potloden zo klein is dat – eens vermengd met andere kleuren – het moeilijker is om na te gaan welke de onderlaag (och ja, zeg toch maar doodverf) is en welke de toplagen zijn. De lijkt niet belangrijk maar de volgorde van inkleuren is toch wel bepalend voor de finale kleur en de perceptie van een portret. In tegenstelling tot Rembrandt heb ik hier te maken met mensen die niet allemaal dezelfde huidskleur hebben en zodoende is concentratie des te belangrijker.

De eerste is dus bepalend voor de rest en erg belangrijk. Deze inkleuring (uitwerking van details en inkleuring) nam ongeveer 1uur in beslag. Amaai…Dat belooft voor de rest… Maar ‘k ga wel iets moeten doen aan de bleke bovenlip (dat valt in ’t echt zo niet op maar komt door die specifieke reflectie van het papier waarover ik het had, bij fotografie komt die veel harder door)

Stadswacht (05): vooruit met de geit!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Ik stamp bij deze een open deur in. Elke kunstenaar maakt gebruik van projecties. How maar! Ik zie de academisch opgeleiden nu al steigeren. Weette, blijft gerust op uw hoge stelling zitten dat “de échte kunstenaars” niet projecten en enkel “vanuit het vuistje hun werk opbouwen”. Ik zeg u dat ze allemaal projecteren op de een of andere manier. Die die met hun vuist vooruit tussen de punt van hun potlood en hun duim een afstand meten doen aan vectoriële projectie.

Toen ik nog klein was, toen waren de Lotto-formulieren in dubbel. Er was een rood formulier waar je de 6 kruisjes moest zetten van de nummer waarop je gokte. Daaronder zat precies hetzelfde blad maar een groene versie ervan. De rode was met een lichte lijm verkleefd aan de groene versie en tussen beiden zat een velletje carbonpapier. Zodoende werden de kruisjes die je op het rode formulier zette (= het formulier dat je achterliet bij de dagbladhandel) overgezet op het groene exemplaar dat je ter controle zelf kon bijhouden. Het carbonpapiertje ging normaliter de vuilbak in.

Als ik op logement was bij mijnen nonkel dan ging ik mee naar de krantenwinkel want dan kreeg ik dat grijze carbonvelletje mee naar huis en daarmee kon ik dan bestaande tekeningen overzetten op een eigen blad. Dat was keileuk.

Een vergelijkbare wijze werd door het team van Het Geheim van de Meester toegepast om hun versie van De Nachtwacht op het doek over te zetten. Er werd een grote print van het origineel gemaakt en dat werd “doorgekalkeerd” naar het doek. Ik doe het anders…

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-de-nachtwacht/25-01-2022/AT_300001029

Voor de gelegenheid maak ik gebruik van een projector. Ook dat is open deur in de kunst, ga maar eens kijken in de speciaalzaken, ze staan meestal ergens in een donker hoekje zodat het niet al te veel opvalt 😉

Easy peasy: panelen klaarzetten, projecten en overtekenen. Klaar in een wip. Dat was buiten de waard gerekend. De digitale collage die ik had gemaakt kwam niet overeen met de verhouding van de panelen. De projectie verkleinen is een optie maar dan krijg ik toch niet het “grootse effect” dat ik beoog met deze tekening. Ik wil, net als Rembrandt, dat mijn frontpersonen echt op je af komen. Als ik die verklein, valt dat effect helemaal weg. Dus een nieuwe collage maken, andere verhouding, beetje persen…

de personen met de rode cirkels zijn verplaatst tov de vorige versie

Na anderhalf uur uitlijnen van de projector, de panelen en finaal nog de personen is de projectie klaar voor opzet.

De living staat nu voor een week “geblokkeerd”. Er is doorgang mogelijk maar noch de projector, noch de panelen mogen geen millimeter verschuiven of het hele opzet staat scheef. Een uitdaging. Ik stel vast dat ik tijdens de projectie de hele tijd doorheen het beeld loopt. Ferm vervelend is dat. Door mijn schaduw krijg ik geen projectiebeeld op de panelen. Ik maak met mijn arm een omgekeerde u-bocht en probeer de projectie te vangen tussen mijn lichaam en de omgekeerde U/hand. Erg belastend voor mijn schouder en pols. Beurk…not funny… Daarnaast stel ik vast dat de foto helemaal niet zo scherp wordt geprojecteerd als ik had gedacht/gehoopt. Ik kan natuurlijk wel een grove schets opzetten maar details (bvb de pupillen ed) zal ik later zelf moeten toevoegen.

Maar goed…het lukt best wel. En de rest zien we later wel. Nu wordt er getekend tegen de klok om zo weinig mogelijk afwijkingen in het beeld te krijgen. Het tekenen geeft me wat denkruimte over de achtergrond want die moet nog worden bepaald…

In ieder geval staan na een paar uren tekenen de eerste figuren op de panelen. Dat is al een hele opluchting. Eindelijk gestart (al blijft het spannend-onvoorspelbaar hoe dit zal aflopen). De kwaliteit van de foto’s is niet super, komt door het weinige licht maar vooral doordat de schets erg licht is neergezet.

GF22: Wandeling, Radio 2000 en Laial…

Laatste dag van de Gentse Feesten 2022. Op mijn programma: Radio 2000 en de voorstelling Laial and the Flight of the Imagination. Maar ik was wat vroeger gekomen en had dus nog zo’n 45 minuten “te vullen”. Dat deed ik met een wandeling van Kalandeberg tot aan Baudelo. Helaas vond ik de ingang van de Baudelokapel niet (of was die nog gesloten) en heb ik de expo Dacart aldaar gemist. Maar ik heb onderweg heel wat afsluitende activiteiten gezien (zoals de markt aan de Ajuinlei/Predikherenlei), een soort van rariteitenkabinet in de oude bibliotheek aan Baudelo (alles is daar te koop), goed gevulde terrasjes, paraderende modellen, veel zon, vrienden en vriendinnen en zelfs iemand die ik me niet meer herinnerde 😉

Toch ook effe van geprofiteerd om een foto van de trap (kant trouwzaal) van ’t stadhuis te nemen. Wie mij volgt zal wel zien waarvoor dat weer goed is…

Veel plezier met het foto-overzicht van de dag 🙂

GF22: de loodjes met nog veel poppentheater en Gentopia

Ahaaaa…zondag laatste dag van de Gentse Feesten (het blijft wennen dat het op zondag is) maar wie nu nog wil afzakken naar Gent (of NOG eens wil afzakken) met kinderen heb ik volgende agendatips.

Het Puppetbuskersfestival blijft een vaste waarde, ook vandaag. Zowel op de Kalandeberg (het kleine gezellige pleintje aan de koestraat) of “the Green” (het groene plein achter de Sint-Niklaaskerk) of het Augustijnenklooster (naast de bar met hetzelfde bier). La Compagnie Zusvex, Fietswolven, La Compagnie Les Petits Délices, Puurlain, Cia Tua Mateixa Marionettes en Compagnie du Grand Hôtel spelen nog vandaag. Heb je nog geen voorstellingen gezien, dan zal je een beetje moeten kiezen vrees ik 😉 Ik kan je misschien wel een beetje op weg zetten…

Wie een vaste fan is van het festival heeft Compagnie Les Petits Délices, iets voor globetrotters, zeker al eerder gezien. Ze waren al in 2013 en 2021 op het festival (lees hier de review van toen). Het Gebroken Hert (Fietswolven) is allicht erg leuk voor romantische “prins op het witte…hert”-zielen, De Sterrenplukker is dan weer meer voor tijdreizigers, Laial en de vlucht van de verbeelding (zie video hieronder) lijkt me eerder iets voor dromers en graagslapers 😉 En dan valt nog te ontdekken: Pom Pom Girl & Radio 2000 (te reserveren ter plekke)

Zijn uw kinderen meer van het “doe”-type of heb je’t finaal een beetje gehad met poppen, ijsjes, toilet en andere klassiekers, dan kan je nog naar Gentopia aan de zuid. Achter de werf van het Wilsonplein (je kan zowel links als rechts van het gebouw) vind je springkastelen, optreden, nog meer ijsjes, water, toiletten,… Vergeet niet aan te melden bij de DOUANE van Gentopia. Daar krijgt elk kind per leeftijdsgroep een bandje. Zo blijven de kleintjes en de grootjes lekker veilig en vrij op hun eigen terrein. Vinden de kinderen dat ook nog “déja-vu”, laat ze dan gewoon los in het park. Ge kunt er op uw gemak zitten babbelen terwijl de kids al hun energie kwijt kunnen 🙂 En finaal neemt ge ze mee naar de Vlasmarkt voor nen Irish Coffee dat ze ’t al wat gewoon worden voor later…

GF22: Circus Ronaldo & Humor in goede en kwade dagen

2 voorstellingen op het programma deze keer. Vooreerst de “nooit te missen op mijn programma” circus Ronaldo. Ik ben zot van deze man en zijn circus. De manier waarop Ronaldo (en zonen) circus brengt is beyond “circus”. Terecht staat er op de website van circus Ronaldo dan ook een aparte rubriek “circus of theater”. Het is fusetea of zal ik het fusecircus noemen? Een prachtige mix tussen een theatrale verhaallijn en klassieke circusacts. #melike 😉

Deze keer voorstelling “Swing” op het programma. Bij het binnenkomen had ik zoiets van “tiens, ik heb deze voorstelling al eens gezien”. De sfeer zit een beetje in Amortale die ik in 2012 zag (review klik hier). Maar eens de voorstelling begon leek dat niet zo te zijn. Een frisse leuke nieuwe show met veel jong volk op ’t podium, ik ben gerust, ik kan nog tot met mijn pensioen naar dit circus gaan 🙂 De komende dagen nog te zien op #TAZ Oostende. Snel kaartjes bestellen. Meer info op de website van Ronaldo.

Na Circus Ronaldo terug naar Theater Box voor de try-out van “Humor in goede en in kwade dagen” door Charlotte Vandegehuchte. Charlotte was er ook al bij bij de improsessies eerder deze week. Deze keer geen impro maar een theatershow (ik noem dit bewust niet “stand-up” omdat ik het ook geen stand-up vind). Charlotte vertelt – met een lach en een kleine traan – over haar complexen en ervaringen van het leven. In tegenstelling tot de klassieke stand-ups is dit geen “ik lach eens met mezelf”-show maar eerder een voorstelling die de kijker uitdaagt en soms wel de bek snoert. De manier waarop Charlotte haar verhaal doet is zou ik zelfs durven vergelijken met Clement Peerens. “Vinde gaai maain gat ni te dik in deize rok” of “Blankenberge” zijn feitelijk ook niet om mee te lachen maar je zingt het volmondig mee met een glimlach op de lippen 🙂

GF22: Improcessies en Stand-upcomedy

Geen Gentse Feesten zonder minstens één comedysessie te hebben gezien. Nu goed, comedy had ik al bij “Burn the bra” maar stand-up en impro dat is toch een andere categorie.

Voor wie het verschil nog niet zo goed weet en denkt dat het zowaar hetzelfde is, dat is een beetje als een Ferrarri naast een tractor zetten. Ge kunt met alletwee rijden maar ’t is toch niet echt dezelfde ervaring. Stand-up comedy is een show (een show dus) waarbij een acteur een verhaal vertelt. Dat kan in interactie met het publiek zijn maar dat is niet altijd de regel. De acteur weet op voorhand wat zij/hij gaat zeggen. Bij impro is dat helemaal niet zo. Het “platform” ligt wel vast maar de inhoud van wat er gaat gezegd worden, waarrond zal worden gespeeld, die wordt door het publiek bepaald. Dus in’t kort gezegd: een stand-upper kan zijn show perfect doen zonder publiek, voor impro’s is dat feitelijk onmogelijk. Stel dat ge’t nu nog niet echt begrepen hebt… klik dan hier 😉

Theater Box presenteerde mij zowel impro als stand-up op één avond. Halleluja! Dat is pas een feest-dag! Een nieuw platform “tot hier”, een klassieke improsessie en daarna de immer sympathieke, geweldige, onweerstaanbare, intelligente, knuffelbare Jan-Bart De Muelenare!

Bij het nieuwe platform “tot hier”, gebaseerd op “De Vloer op“, wordt een scène gespeeld aan de hand van een omschreven situatie in een boek en binnen die situatie worden meerdere inhoudelijke voorstellen gedaan. Iemand uit het publiek kiest willekeurig een scène uit het boek en daarna ook de inhoud. Bvb: we zitten op een spoedafdeling van een ziekenhuis (situatie), het is een rustige avond en er zijn 2 spoedartsten. Nu blijkt (inhoud) dat één van de 2 artsen verliefd is op de andere en de rustige avond aangrijpt om de liefde bekend te maken… Een toestand die alle kanten op kan… Deze try-out als leuke opwarmer voor de avond zou ik zo zeggen 🙂 (met acteurs: Anton Vandaele, Katrijn Govaert en Victor Hugaert.

Aansluitend een “echte” improsessie met dus de bekende spellen waarbij het publiek eigenlijk eender wat mag voorstellen waarmee de acteurs aan de slag gaan. En met Jan-Bart als MC (master of ceremony) worden er al eens zéér ongewone voorstellen aanvaard… Het is moeilijk na te vertellen maar als het jouw kind of humor is, dan mag je dit niet missen! Bekijk de clip hieronder met het moordspel waarbij enkel Domien (de eerste speler) WIE, WAARMEE en WAAR de moord werd gepleegd. Zonder woorden worden deze zaken overgemaakt van acteur op acteur waarna de laatste in de rij moet raden wie, waarmee en waar. (OK, ok, dit spel duurt ongeveer 11minuten, maar zet u relax en pakt een chipke). Met acteurs Ramses VdB, Domien Desmyter, Charlotte Vandegehuchte en Katinka De Kuyper

Spel: raad de moordenaar, het moordwapen en de plaats van de moord

Als laatste kwam Jan-Bart zelf nog een deel van zijn eigen show stand-uppen en introduceerde daarmee de “vaste waarde” Ygor uit Poperinge. Anderhalf uur (Ygor en JB samen) West-Vlaamse culthumor waarbij het voor mij gevaarlijk wordt om op een klapstoel te zitten. Ygor vind ik terug in mijn archieven van 2013 en Jan-Bart…is die er ooit niet geweest? 😉

Stadswacht (04): meten is weten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

En dan was er nog het eeuwige probleem van “hoe groot moet da spel worden?” Dat is het moment waarop mijn lijf zegt: “och, doe ni moeilijk, zo groot mogelijk is perfect. Wette, pakt 6meters op 8 ofzoiets”. Maar dan komt mijn verstand er bij en dat zegt dat zoiets van: ” wat dacht ge van 50x70cm, hé hé hé?”

Algoed dat ik ervaring heb in die zaken. En vooral in de problemen. Want toegegeven…Triptiek 2, die van het leven, die is niet te transporteren wegens…te groot. Vooral in de breedte. Met de auto die we nu hebben mag dat totaal niet groter zijn dan 115cmx180cm. Allez, die 180cm steekt niet op ne centimeter maar ’t moet wel nog veilig rijden. De 115cm is wel belangrijk. Groter wordt lastig tot onmogelijk qua transport.

Maar ik wil groot (mijn lijf heeft het zelf gezegd)! Denken Van Hemel…denken maat! Ge kunt ‘t.

Na veel vijven en zessen heb ik dé ideale oplossing gevonden. In tegenstelling tot De Nachtwacht (alhoewel…) ga ik mijn tekening netjes verdelen over 2 panelen. Dat maakt dat ze in totaal 2x 115cm op 180cm kan zijn ofte in totaal 230cmx180cm. Voor de pezewevers: 230,2cm want er zit een split van 2 millimeter tussen de panelen. Stel dat ik er later een triptiek achter zet, dan past dat perfect.

En dat van die triptiek dat ik lang nog niet zo gek bedacht. Daar doe ik nog iets mee. Maar eerst deze tekening afwerken.

Dus maten van de panelen overgemaakt aan mijne vriend Hugo Martens die zorgt voor verkleven van mijn tekenpapier op de dibondplaten die ik gebruik als drager. Howmaar! Toch een beetje niet goed van de afrekening. De prijs van de dibond is duidelijk de lucht in gegaan. Het is nu al een kostelijk werk en ik heb nog geen streep getrokken. Misschien moet ik maar eens een crowdfunding opzetten… In ieder geval zijn we nu helemaal van start gegaan: we hebben een ontwerp, fotomateriaal en tekengerief. Check!

GF22: A murder in Mississippi

Theater Box presenteerde gisteren A Murder in Mississippi. Klinkt als een Agatha Christie maar dat is het lang niet. AMIM (mag ik effe afkorten, je moet de groepsnaam toch leren kennen hé 😉 ) brengt amusante country, folk, blues en Ierse muziek overgoten met Amerikaanse ketchup.

Een jeugdige 6 koppige band die denk ik ineens ook als zesling moet geboren zijn. Dan wel een meereiige maar toch. De groepsleden klitten als velcro aan mekaar en vanaf het eerste nummer werkt dat aanstekelijk op het publiek.

Bijkomend voordeel bij Theater Box is dat je als het ware op de schoot van de artiesten komt te zitten. Megacool is dat. Frontman Leander ontpopt zich telkens weer als een enthousiast rond punt waarbij hij zowel de bandleden als het publiek met mekaar verbindt.

A Murder in Mississippi (voortaan AMIM voor de vrienden) is nog ’s te zien op Mardi Gras, 21 juli, 12u. Dus zeker nog ’s gaan kijken tijdens deze Gentse Feesten. Ga hier naar hun website.

A Murder in Mississippi – Wrong side of the road (deel)

A Murder in Mississippi – Ring of fire

GF22: Puppae Cie, De Machinerie & Circumstances

Mijnen andere goeie maat en tegelijk getalenteerd fotograaf Kris Van der Stiggel raadde mij aan zeker de voorstelling van Puppae Cie niet te missen. En dus ging ik die zondag bezoeken. De voorstelling draait rond Otto. Otto is een oude man/pop zonder benen. Daar hij graag eens met benen zou willen wandelen vraagt hij aan de gitarist naast hem of het even mogelijk zou zijn deze te lenen…

Een magisch en hartverwarmend verhaal, meesterlijk gespeeld. Komt helaas niet meer terug op deze feesten.

Omwille van programmawijzigingen wegens ziekte van spelers ging ons gezelschap verder naar Miramiro. Waar we de spectaculaire voorstelling Odysseus door De Machinerie gingen bekijken. Tjah, ik ken het verhaal enkel van Het Geluidshuis en was nu wel benieuwd hoe ze zo’n complex (en eigenlijk ook wel langdradig en beetje saai) verhaal zouden brengen. De voorstelling duurde 1 uur en we stonden in de volle zon maar djeezes was dat de moeite waard om te zien! Geen seconde heb ik me verveeld. De 2 spelers wisten met een subliem decor en een enorme overgave het publiek te boeien en vast te houden. Inventieve machines, knappe vertelling,…Enfin, ik kan het enkel met superlatieven verwoorden. Speelt helaas ook niet meer. Website van De Machinerie hier.

Aansluitend op deze voorstelling was er de voorstelling Exit door Circumstances. Een tweede Belgische groep op het programma 🙂 Voor mij inhoudelijk iets te conceptuele voorstelling maar mijn gezelschap vond het subliem en beter dan Odysseus. Les gouts et les couleurs zeker? 😉 Ik vond het zelf een gedurfde act met een straf ingestudeerde timing en heel wat vertrouwen binnen het team van performers. Ik zou het niet kunnen, misschien ook niet durven. Dus dat was zeker geslaagd. Het verhaal is mij ontgaan maar aangezien het gezelschap het wel kon hebben, denk ik dat ook dat (verhaal) wel goed moet geweest zijn 😛 Ga hier naar hun website. Er is vandaag nog een andere voorstelling Circumstances. Zie website van Miramiro voor het programma.

Stadswacht (03): de Brandweer

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Alle figuren zijn vastgelegd op foto. Ook de collage is klaar. Met de collage heb ik niet alleen de ontbrekende figuren op de groepsfoto een plek gegeven maar er zijn ook mensen van de groepsfoto verplaatst. Rembrandt werkte niet alleen in de diepte maar ook in de hoogte en de breedte. Wij, en zeker Vlamingen, hebben nogal een ruime “personal space”-cirkel rondom ons. In de coronatijden was dat minder opvallend maar bvb voor een Spanjaard of Italiaan is die 1,5m eerder iets van een 15cm. Dat zijn culturen waarbij je in een rij gerust ’s tegen die voor je mag botsen zonder dat zich daar een probleem stelt. En het is al zo warm in die landen… 😉

Dit om maar te zeggen dat mijn groep van 25 mensen iets te veel in de breedte was uitgesmeerd. Ik heb ze daarom wat uitgeknipt, wat dichter bij mekaar gezet en hier en daar ook nog een paar figuren meer naar voor gezet.

Aangenaam opvallend in mijn compositie zijn de 3 Brandweerlieden (ok, ok, je ziet er 5 maar gebruik een beetje uw verbeelding hé 😉 ). Deze zijn, net als op het originele schilderij, voorzien van een rode jas. De 3 personen met de rode jas op de Nachtwacht zijn musketiers. De anderen zijn ook schutters maar die met de opvallende rode jas hadden een speciale status. Het moesten vrijgezellen zijn (en blijven) en dat om de eenvoudige reden dat wanneer ze werden neergeschoten er ook geen vrouw of kinderen zouden achterblijven. De 3de man rechts heet Jan Claesz Leijdeckers (1597-1640), die het restkruit uit zijn wapen blaast, en zou bij de voltooiing van het schilderij al overleden geweest zijn. Men stelt dat het uitblazen van het kruit wel eens symbool zou kunnen staan voor het feit dat hij op dat moment niet meer in leven was. Toch staat hij op het schilderij omdat hij zijn plek al had betaald. Rembrandt baseerde zich op een bestande schilderij om hem postuum op De Nachtwacht te zetten. Er zijn totaal 6 musketiers op de verknipte nachtwacht te zien. Oorspronkelijk waren dat er 7. Ik heb geen bron gevonden die mij met zekerheid aanduidt waar die musketiers in beeld komen maar ik doe hieronder zelf een gok op basis van de foto’s…

Onze brandweerlieden wensen we natuurlijk een lang en voorspoedig leven toe maar kijk’s naar hun bewegingen. De linkse man is zijn geweer aan het laden, de man in het midden (achter kapt. Banning Cocq) schiet zijn geweer af, rechts zie je een man die zijn geweer reinigt om opnieuw te laden. Helemaal links zie je een jongetje die naast de schutter loopt met een kruidhoorn. Onze brandweerlieden doen feitelijk gelijkaardige bewegingen: de linkse neemt aanstalten om een brand te blussen, de middelste is duidelijk aan het werk met een blustoestel en de rechtse noteert te nemen voorzorgen om een volgende brand te vermijden. In ons geval heeft de jongen links geen kruidhoorn maar een waterpas vast. Water verwijst sowieso naar de Brandweer maar tegelijk ook naar het behouden van evenwichten tussen eigen veiligheid en risico’s die mensen als de Brandweer elke dag moeten nemen.

GF22: Pierewiet, Wolfie & Pablina en burn your bra

Dit jaar doe ik het light tijdens de Gentse Feesten. Ik heb nog tijd en vooral energie nodig en deze spenderen aan de Gentse Feesten is nu niet echt een goed idee. Maar dat belet niet dat er wel optredens zijn die ik ga volgen.

De eerste in de rij was het poppenspel van Wolfie & Pablina door de Française Carine Ferry. Mooie poppen trokken al van bij het zien van het programma mijn aandacht. En die mooie poppen waren er zeker. Ze zijn echt de moeite waard. Op zich is er verder geen echte voorstelling. Het is de bedoeling dat je als kijker een pop zelf hanteert en zodoende ook ’s “aan de knopjes” of eerder de draadjes van een handpop kan hanteren. Carine Ferry speelt ook nog zondag op meerdere plekken. Klik hier voor de agenda.

De volgende voorstelling die ik (deels) meepikte was Rode Loper door Pierewiet. Helaas begon de voorstelling met een half uur vertraging omwille van programmawijzigingen (Anima Teatro speelt NIET wegens gebroken pols). Ik kon dus maar voor 10 minuutjes blijven maar morgen pikken we dat wel weer op. De voorstelling is een rode loper of een soort free podium waar verschillende dieren een eigen act komen presenteren. Leuk om te zien en zeker voor de kleintjes erg interactief/onderhoudend. Pierewiet zijn programma vind je hier.

Als afsluiter van de dag de voorstelling “Burn the bra!”. Barbara Loots speelt Papo Rouge, een burlesque actrice die keigoed is in het zich onttrekken van eigen kledij maar feitelijk achter de schermen een miserabel leven leidt…of eerder lijdt… Het leidt (met korte ei) tot leuke contrasten tussen beide versies van het personage en het leven front/backstage. Een leuke onderhoudende voorstelling die je best mag gezien hebben. O ja…je mag fluiten en joelen naar Papo. Indien niet, ben je een loser! Barbara kan je via Facebook volgen.

Stadswacht (02): de collage

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

We zijn inmiddels een paar maanden verder en de schrijfdatum is 22/06/2022. In de voorbije maanden is er heel wat gebeurd om te komen tot het punt waar ik nu ben.

De groep van de Stadswacht (wat voortaan ook mijn officiële titel voor het werk zal worden) ligt vast. Het verhaal van de Nachtwacht diende als definitieve inspiratie én motivatie om de groep samen te stellen en de mensen te betrekken op een zodanige manier dat ze met veel goesting de rol hebben opgenomen.

Het zijn voornamelijk medewerkers van Facility Management Onderwijs. Dat is in de volksmond “de technische dienst van de schoolgebouwen” die in beeld komen. Maar omdat ze niet alleen klaar staan om de burger te helpen werden ook de Brandweer en de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (zegmaar IDPBW) aangesproken.

En er zijn ook nog kinderen en een hond in beeld te brengen. Daarvoor ging ik in mijn vriendenkring kijken en zo kwamen Jade en Miel mee op het plan. Brecht – de koffieman van EXPO 13 – heeft een hond die prima past. En daarmee kan ik het hele lijstje afvinken. De achtergrondfiguren die maar met een oog of oor op de Nachtwacht staan heb ik niet in rekening gebracht. Als ze in 1642 niet genoeg verdienden om hun hele gezicht in beeld te krijgen, dan moeten ze er nu ook niet bij staan 🙂

De hele groep (op kinderen en hond na) is gepland op 9 juni voor een fotoshoot. Begrijp dat ik zo’n bende onmogelijk voor maanden stil kan houden. Ik moet wel met foto’s werken om het vooruit te laten gaan. Er is al één medewerker op 8 juni gefotografeerd en dat ging erg snel/vlot. Ik mik er er op dat de rest het even goed doet.

Zo ver zijn we dus al. Nu nog wat toeren om de kinderen en de hond in beeld te brengen en we kunnen beginnen tekenen…

Stadswacht (01): het idee

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Deze blog schrijf ik 28 februari 2022. Het is de eerste blog in de reeks van mijn nieuwe project rond Rembrandt.

Al lang ben ik bezig in mijn hoofd met De Nachtwacht. Ik moet toegeven dat ik lang rust heb gevonden in het feit dat de copies van bekende schilderijen die ik tot nu maakte niet tot de favoriete top 10 van de doorsnee mens zou mogen zitten. Bij De Nachtwacht is dat een andere kwestie. Het is één van de meest bekende Nederlandse kunstwerken. Het hele Rijksmuseum is errond gebouwd.

Ik begin nu al te bloggen omdat het voor mij een groots project wordt. Ik heb wel al eens projectjes met 3 of 4 mensen gemaakt maar dit is een project met ruwweg 30 personen. Het zal dus mijn regisseursrol serieus op de rooster leggen. Iedere figuur in beeld zal toch een klein beetje moeten worden gestuurd in de richting van het doel ook al hanteer ik doorgaans enige vrijheid voor de modellen.

Maar wat heeft mij nu precies over de streep getrokken om mij toch op De Nachtwacht te smijten? Het Geheim van de Meester! Het NPO-topprogramma alweer een hele reconstructie van het volledige schilderij werd gemaakt. En daarbij de bijkomende vraag om deel te nemen aan de wedstrijd. Het spreekt voor zich dat in de 4 weken van aankondiging van de wedstrijd het onmogelijk kon om wat ik in mijn hoofd had/heb te gaan realiseren.

Tot nu noteerde ik al de uitdaging van de compositie met 30 mensen. De volgende vraag is dan wie ik daarvoor kan aanspreken. Ik wil dat het een groep mensen is die ergens een soort “nachtwacht” houdt, misschien iets met veiligheid en zot genoeg is om mee in dit project te stappen. In mijn eerste gedacht past een groep stadsmedewerkers perfect in het plaatje. Maar zullen ze het doen? Ik plantte 2 weken geleden een zaadje en ze gaan het onderzoeken.

Terwijl het zaadje groeit concentreer ik mij op een ander katje: de afmetingen. De Nachtwacht is 3,63m hoog en 4,37m. Dat is nooit onmogelijk maar ‘k vrees toch een beetje voor huisvredebreuk dan 😉 Dus zoek ik naar een haalbare afmeting, niet te groot maar anderzijds ook niet te klein want zo 30 koppen moeten er ook niet op staan als Lego mini-figs. Ik denk dat ik het er morgen toch maar eens met mijn inlijster moet over hebben. Eén groot paneel lijkt me logistiek ook al niet evident. Misschien in 3 delen als een triptiek.

Max on tour

Nu te zien!

Lid van organisatie Kunst in het Dorp
Curator ART-tist-expo
ZOMER ’22: Ripping De Nachtwacht! klik hier
WZC St Felix – Herne – org. Herne Kunsttelt (jan tot…) – nu te zien
Wandeling door Herne met kunstbeeldenhier meer info 

in planning

Kunst in het Dorp Bellingen september 2022
Comerrattenfeesten/wandeling Sint-Laureins – sept/okt 2022
Buren bij kunstenaars – 15/16 oktober 2022

helaas voorbij

Kluizenmarkt 26 juni 2022
ART-tist-expo 26 mei – 6 juni 2022 – meer info hier
Kunstroute Drongen april/mei 2022 – meer info hier
Cultuurplatform Wondelgem Expo + Openlucht expo – meer info hier

DANAË (6): slot

De laatste blog over het verhaal van Danaë. De tekening is nog niet helemaal klaar maar voor ik aan mijn zomerproject begin wil ik graag toch effe een dikke week rust nemen. Stay tuned after the break 😉

Zeus wil dus inspelen op Danaë’s nieuwsgierigheid. Door het raam in de kamer sluipt hij binnen vermomd als gouden luchtbellen. En dat doet hij heel subtiel. Door zich te vermommen als zeepbellen kan hij zo goed als onzichtbaar tot aan het verblijf van Danaë geraken. Eens door de venster veranderen de zeepbellen in fantastische gouden bollen.

Danaë is in de ban van deze felle warme bollen waarin ze zichzelf kan spiegelen. Nog nooit heeft ze zo’n mooie glanzende bollen gezien. Ze is een vogel voor de kat.

De tekening toont het moment waarop Zeus het appartement van Danaë binnen komt onder de vorm van zeepbellen/gouden bollen. Danaë wordt betrapt in haar slaap en kijkt onderzoekend naar deze vliegende figuren. Het typische aan dit soort beelden is dat ze meerdere scènes tegelijk omvat, alsof je een stukje stripverhaal in 1 stripvakje zou gaan persen. Zo zie je de onderweg transformerende bellen/bollen die overgaan van lucht naar goud. De houding van Danaë kan worden gezien als iemand die net ontwaakt en kijkt naar de eerste gouden bol maar als je je inbeeldt dat Zeus niet binnen komt maar het appartement verlaat, kan zou je bijna een gelijkaardig beeld kunnen hebben.

Het zijn dus altijd fijne dingen om te tekenen als er een verhaal in zit met een vleugje mysterie.

Bij deze dus de laatste blog over Danaë. De zomerblogs starten vanaf 12 juli. Tot dan ❤