Stagiaire ontdekt “nieuwe” gravure van Pieter Bruegel de Oude bij restauratie van andere Bruegelprent

Dit artikel werd gepubliceerd op de website van de VRT (link hier). Ik neem het over voor mijn archief.

Een stagiaire aan de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) heeft een uitzonderlijke ontdekking gedaan toen ze een Bruegelprent aan het restaureren was: aan de achterkant bevond zich nog een gravure van een andere Bruegel uit de 16e eeuw. De bibliotheek spreekt over een “uitzonderlijke vondst”.

Pieterjan Huyghebaert

za 27 aug 2022 11:44

Stagiaire Margaux Nogues (23) zal zich haar stage aan de KBR op de Kunstberg in Brussel nog lang herinneren. De Franse studente was een gravure van “De Keisnijding” uit 1559 aan het restaureren, toen ze een opmerkelijke ontdekking deed.

De gravure zat volledig vastgelijmd aan een zuur karton. “Zuur karton is niet alleen schadelijk voor de prent, maar maakt het bovendien onmogelijk om de achterkant ervan te restaureren”, meldt de KBR in een persbericht. “De verwijdering van het karton stelt de restaurator in staat om het document te herstellen.”

Het was een zeer belangrijk moment en echt het hoogtepunt van mijn stage

“Ik heb de prent in een bad met warm water geplaatst”, legt Nogues uit aan de Franstalige omroep RTBF. “Het karton kwam zeer gemakkelijk los. Toen ik het er afhaalde, ontdekte ik een ander werk aan de achterkant: een tweede gravure van Bruegel.” Het gaat om een gravure van het werk “Patientia” uit 1557. “Het was een zeer belangrijk moment en echt het hoogtepunt van mijn stage”, zegt Nogues nog.

FOTO – De 16e eeuwse gravure zat verstopt achter dit karton:

KBR

Het gaat voor alle duidelijkheid niet om etsen van Bruegel zelf, maar het zijn gravures in de jaren 1560 uitgevoerd door Pieter van der Heyden naar ontwerpen van Pieter Bruegel de Oude. “Beide gravures werden in Antwerpen gepubliceerd door uitgever Hieronymus Cock”, meldt de KBR. “Recto-verso drukken was niet gebruikelijk in de 16e eeuw: het is heel ongebruikelijk om twee gravures op voor- en achterzijde van een blad aan te treffen.”

De KBR vermoedt dat de ontdekte gravure een proefdruk is die niet voor verspreiding bedoeld was. De bibliotheek had al drie afdrukken van de “Patientia” in haar verzameling, maar het blijft een uitzonderlijke vondst. Het werk toont “de personificatie van het geduld. Zij wordt omgeven door allerlei monsters en fantastische wezens in de stijl van de toen populaire Jheronimus Bosch die het kwaad en de zonde in de wereld voorstellen”.

Om de ontdekking even in een context te plaatsen: recent zijn soortgelijke gravures van Bruegel geveild voor 15.000 à 20.000 euro. Bijzonder aan deze vondst is natuurlijk dat de gravures recto-verso gedrukt zijn, dus wellicht is de vondst meer waard. Doordat de gravures deel uitmaken van de collectie van de KBR worden ze natuurlijk niet te koop aangeboden.

“Ik ga me dit nog lang herinneren”, zegt Nogues nog. “Ik ben nog maar 5 jaar bezig met restauraties.” Ze studeert in Parijs en moet daar in september nog haar thesis verdedigen. Het is niet helemaal duidelijk of deze ontdekking een deel uitmaakt van dat proefschrift, maar het staat hoe dan ook niet slecht op haar cv.

Bekijk via deze link “Patientia” meer in detail.

En hier hetzelfde voor “De Keisnijding“.

Meer weten over mijn Bruegeltekeningen?

STADSWACHT (11): DE TOFFE BENDE 2

Na een weekje “rust” in Denemarken (misschien daarover later meer) ben ik terug aan de slag met tekenen. Effe afstand nemen van een tekening is altijd goed en tegelijk is het het eeuwige dilemma dat terwijl je afstand neemt, er ook geen vooruitgang is. Maar de zomer is nog niet voorbij, dus no sweat. En dan nog…als ik moet kiezen, dan duurt het tot in de herfst voor de tekening klaar is. First things first nietwaar 😉

Ik heb verder gewerkt op de kop waar ik bij vorige blog zo over twijfelde. Ik heb ‘m in grijs “opgeschoond” om het met Windows-termen te zeggen en dan opnieuw verdiept met grijs. Daarna de kleuren goed bestudeerd en er aan begonnen. Ik ben best tevreden met het resultaat 🙂

Daarmee geef ik ineens ook de andere 2 koppen van deze toffe bende (waarvan ik de indruk blijf hebben dat ze tijdens de sessie wel veel plezier hadden) prijs. Meer fotodetails over de opbouw van deze portretten hieronder.

De rechtse figuur – hier opgenomen door K – houdt statig een rol papier vast. Als dienst die met heel wat architecten samenwerkt zijn bouwkundige plannen, technische schema’s of eenvoudige uitvoeringsschetsen dagelijkse kost. Al liggen er vandaag nog zelden papieren plannen op onze bureaus. In de regel wordt alles met de computer getekend en op het netwerk opgeslagen. Zodoende zijn de plannen of schema’s snel en makkelijk bereikbaar en kan er ook gemakkelijk een historiek worden van bijgehouden.

In het schilderij wordt de plek van K ingevuld door Walich Schellingwou. Blijkbaar heeft deze mijnheer ook een eigen Facebookpagina. Ik laat u raden wie zijn vriendjes zijn… 😉

Walich Schellingwou komt uit een familie van rijke stoffenhandelaren, die al generaties lang handel drijft vanaf de Nieuwendijk in Amsterdam. Tegen de familietraditie in wordt Walich wijnhandelaar, maar volgt verder wel zijn vaders voorbeeld en sluit zich aan bij de compagnie van Frans Banninck Cocq.

Uit een oude boedelinventaris blijkt dat Walich een piek in huis had. Hiermee wordt zijn functie als piekenier, zoals hij ook staat afgebeeld in de Nachtwacht, bevestigd. Een paar jaar na de voltooiing van de Nachtwacht lopen de zaken voorspoedig, dus verhuist de familie Schellingwou naar de prestigieuze Herengracht. Hier overlijdt Walich in 1653.

In 1772 duikt er een portret van hem op in de handen van tsarina Catherina de Grote van Rusland. Ze denkt dat ze een echte Rembrandt op de kop heeft getikt, maar al snel blijkt de handtekening op het doek nep.

Wat is kunst?

Kunst is kunst. Of wat men in de media graag kunst wil noemen. Kunst mag, voor wat mij betreft, aanzetten tot nadenken, tot voelen, tot ervaren. Dat doen we allemaal wel eens, bvb bij een ontroerende of controversiële film. Maar om kunst te zijn moet het dan wel een goeie film blijven. Een esthetisch gegeven.

En dan kom je op het punt waar je de vraag kan stellen vanaf wanneer spreken we over esthetiek?

Wat is het verschil tussen een omgekeerde pispot, een kom vol lege mosselschelpen of een WC-pot vol (synthetische) kak? Voor mij is het eerste een leuke andere kijk die mij aanzet om de esthetiek dingen anders te gaan bekijken, de tweede zet niet direct aan tot iets maar telkens ik de pot zie vraag ik me af of die mosselen nog steeds stinken en waar de vliegen blijven. Maar echt esthetisch vind ik het ding niet. Een of andere belegger maakte er duidelijk geld mee en daarom werd het – voor wat mij betreft – aanzien als “kunst” omdat het moeilijk te catalogeren valt onder een klassiek beleggingsvoorwerp.

Met dezelfde reden vind ik die achtergelaten kakpot absoluut geen kunst. In casu heeft niet de belegger maar een subintellectuele journalist bepaald dat het “kunst” wordt. Met man en macht forceert hij zijn erwtenbrein om toch een rationele uitleg te vinden voor een beweging die allicht zijn neuronenverbinding overtreft. Mijn beste journalist, het is toch duidelijk: dit is een protest voor meer groen op de Korenmarkt. De kunstenaar heeft een fetish voor drollen onder een boom…

Dus wie slim was, heeft die pot deze ochtend al direct weggenomen en zet ‘m van zodra mogelijk op Catawiki voor een afschuwelijk hoog startbedrag. Voor mij is dit niet meer dan een lege flyer van een anarchist en die hoort in de verbrandingsoven. Of was nu net dat de beoogde beweging van de maker van het geheel? Uw mening delen mag altijd…

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!

Sint-Janshospitaal: verstoort

Weekendje in Brugge met de kleinsten. Dat vraagt om een museumbezoek. Allez, eerlijk gezegd, het was omgekeerd. Niet dat ik eerst naar Brugge trek en me dan afvraag wat er te zien is. Zo werkt dat niet. Eerst gaan we voor “wat is er te zien” en daarna “waar gaan we naartoe” 😉

Deze keer liet ik me leiden door Charlotte Caspers (aflevering Blauw) die op zoek ging naar kleuren in Brugge en daarbij het Sint-Janshospitaal aandeed. Prachtige schilderijen van Hans Memling en consoorten sieren het interieur van het voormalige ziekenhuis. Niet alleen religieus geïnspireerde schilderijen maar ook scènes uit het dagelijkse leven van toen zijn er te zien.

Het bezoek bestaat uit 2 delen: een deel in het oud hospitaal (wat er langs straatkant uitziet als een kerk) en deel 2 is een bezoek aan de vroegere apotheek van het hospitaal. Voor beide delen is er tekst en uitleg voorzien zodat je niet al te veel moet voorbereiden om mee te zijn in het verhaal. Tickets moet je wel kopen in het hospitaal (het kerkachtige gebouw), dus daar begint jouw bezoek 🙂

Nog tot 25 september 2022 loopt er de expo door Otobong Nkanga die de klassieke opstelling van het museum verstoo(r)t. Vele schilderijen die er anders te zien zijn werden tijdelijk verwijderd. De expo Otobong Nkanga vind ik maar niks. Het is niet de context noch de locatie waar ik dit soort kunst wil zien. Doe dat maar in een museum voor moderne kunsten ofzo. De “dialoog” (het toverwoord van de promotoren van moderne kunst) waarover men het heeft ontgaat mij helemaal maar dan is deze dame meer gewoon om met stenen te spreken…Wat is er toch mis met de liefde voor de Vlaamse kunst. Het voelt alsof we er niet meer fier mogen op zijn.

Meer info over de tentoonstellingen, openingsuren ed. vind je op de website van het Sint-Janshospitaal. Er is wel een leuk parcours/zoektocht voor de kinderen, ook nav de tijdelijke expo. Ben je – zoals ons – fan van Harry Potter, stap dan zeker ook ’s naar Wizardshop Olleke, een klein winkeltje met wel héél veel spullen voor de Potter- & Hobbitfans.

Stadswacht (10): de achtergrond

Ik liet al een paar keer vallen dat ik tijdens het tekenen wel mijmer, denk over wat de volgende stappen zijn, hoe ik die ga aanpakken, etc etc. Eentje dat mij al een tijd bezig hield was het decor. Zo’n groep mensen kan je toch niet voor een vlakke achtergrond zetten?!? De muur in silicaatsteen (zie oorspronkelijke foto) zag ik ook niet echt zitten. Terug naar het schilderij van Rembrandt. Daar zien we een muur met een grote doorgang bijna in het midden. AHAAAAAAAA, ontdekking!!! Heb je ’t ook gezien???

Hierboven het originele schilderij (links) en de kopie (rechts). Is het je opgevallen dat de lijst met namen die in het deurgat hangt niet werd overgenomen? Tussen deze blog en de vorige viel mijn oog op deze lijst (bij de vorige blog zei ik nog dat ergens op het schilderij de naam van Bannick Cocq moest staan maar ik wist toen niet waar). Het is wel erg donker en je moet al een hoge resolutiefoto hebben om de namen te kunnen lezen.

Maar terug naar mijn issue van deze blog: het decor voor mijn tekening. Als ik het decor van Rembrandt wil benaderen én ik wil rekening houden met het opzet van deze groep (zijnde in functie staan van de Gentse scholen), dan zou ik iets in die context moeten vinden… Ik heb daarom meerdere Gentse stadsscholen bekeken om na te gaan of er iets historisch interessant aan was, niet al te modern (dat zou te veel afsteken met het schilderij) waar ik deze groep zou kunnen voor plaatsen.

De voormalige inkompoort van De Feniks (Acaciastraat) was het eerste waar ik aan dacht maar achteraf gezien leek me die poort een beetje saai…Het CVO aan de Antonius Triestlaan daarentegen…Dat is nog ’s een interessante gevel.

Maar al snel vind ik de zij-ingang met het groen ook best aantrekkelijk. Ik ben er toch, dus neem ik meerdere foto’s om achteraf de test/collage met de computer uit te proberen. Ik gooi Acaciastraat en CVO in competitie met mekaar…

Maar diep vanbinnen is er iets dat me zegt dat het nog niet goed genoeg is. Het kan beter. Dan kom ik op het idee om het Gentse stadhuis op de achtergrond te zetten. Dat is op zich ook wel aanvaardbaar, tenslotte werken al deze mensen voor de stad (op de een of andere manier). Het Gentse stadhuis heeft meerdere ingangen. Dat valt niet altijd zo op als je enkel de hoofdingang kent. Wie een beetje van Gent is, die kent ook de praal-zij-ingang langswaar de trouwers meestal binnen komen. Ik neem die als doel. De hoofdingang vind ik te bombastisch, de andere ingangen zijn te sober, de praalingang past prima. Met een foto van tijdens de Gentse Feesten doe ik al een eerste gooi naar wat het zou kunnen worden…

Echt blij word ik er niet van. De 2 inkomdeuren boven het tafereel staan er wat lullig bij maar het geheel past wel in mijn opzet en past ook wel in de achtergrond van het originele schilderij. Ik slaap er een nachtje over…

De nacht heeft raad gebracht! Ik krijg het idee om de hele groep met vloer en al op het niveau van de 2 deuren te tillen. Zodoende komen ze hoger te staan en klopt het plaatje beter. Alleen die halve posturen links en rechts van de deuren zijn wat zielig, daar kan ik misschien nog iets aan doen… Maar op het schilderij staat feitelijk maar 1 grote centrale ingang. Wat zou het geven als ik van die 2 deuren 1 grote poort zou maken? Nekeer proberen…

Goh ja…maar neen toch maar niet…het is te massief, te veel poort en ik vrees een beetje dat het op tekening de indruk zou kunnen geven dat het om een groot gordijn ofzo gaat. Een podium van een toneel. Ik vind het op foto al verwarrend, onduidelijk…Dus toch maar de 2 deuren. De verhoogde vloer blijf ik wel behouden. De borstwering (balustrade voor de Vlamingen) plaats ik tussen de achterste rij mensen en de 3 voorste rijen. Ik trek ze ook links en rechts (bijna niet te zien) door zodat de 2 dames links in beeld zogezegd leunen op de borstwering.

Ja! Deze versie zal het worden. De halve beelden werk ik in de tekening niet weg, een half beeld vind ik toch niet “je van het”. Hopelijk lukt ’t om dit allemaal goed in beeld te krijgen…Fingers crossed…

Na al dit knip- en plakwerk, heen-en-weer gerij naar het centrum en terug heb ik mijn collage klaar. 5 uur verder heb ik ook de schets op/over de tekening gezet. Het lijken op foto allemaal zo eenvoudige stapjes maar wat vraagt dit f*ckin’ veel tijd zeg… Nog maar eens de hele living overhoop gooien om beide panelen weer naast mekaar te kunnen zetten, kwestie van alles symmetrisch in beeld te zetten…

Villa Empain: Portrait of a lady

Nog tot 4 september loopt de expo “Portrait of a lady” in Villa Empain te Brussel. Omdat dit adres al een tijdje op mijn “to do” staat maakte ik gebruik van de gratis toegang op de 1e woensdag van de maand om de expo, de villa en de tuin te bezoeken.

De tentoonstelling is mijn ideale droom van een expo: oude meesters gemixt met hedendaagse kunst. En dan nog vooral figuratieve kunst waarin de mens centraal staat. Daarenboven geen (wat ik zelf noem) apathische werken die doen alsof de bezoeker niet bestaat of te min is, hé Michaël, maar wél kunst die rechtstreeks in dialoog gaat. Zalig mooie werken die mij aankijken, die vragen “hoe is’t met u?” of “zeg, wa vinde van mijn gat in deze rok?” 😉

Maar serieus; het is een mooie expo rond hoe we vrouw in de kunst percipiëren. Opgedeeld in verschillende benaderingen als portretten, erotische objecten, partners, dagelijks leven,… met interessante – down to earth – uitleg op panelen. Kortom: zeker de moeite waard om langs te gaan.

En ben je er dan toch, neem de tijd om ook ’s rond te kijken naar de architectuur van de villa, de tuin, de uitstraling die ze nu heeft en vroeger had (met sjieke salons om gasten te ontvangen ed). Tegelijk met Portrait of a lady loopt in de kelder nog tot 21/8 de expo rond architect Michel Polak. De naam zegt u niets? Hij is o.a. de architect van Villa Empain maar ook van Résidence Palace en het Plaza Hotel. De expo geeft een interessante inkijk over de architectuur en het leven in het eerste deel van de 20e eeuw. Beetje gelijk Titanic maar dan zonder Leonardo 🙂

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (08): mascotte 

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

De portretten vorderen gestaag. Het is en blijft telkens veel werk. Elk portret werk ik eerst in grijs uit in detail. Daardoor worden de grijze lijnen ook dikker. Dan veeg ik het geheel weer grotendeels weg (waardoor de lijnen weer lichter worden) en vul ik het gezicht in met kleur. Redelijk intensief. Hier en daar begin ik ook wel eens te twijfelen aan kleuren. Vooral die van de ogen. Ik ga de komende weken wel eens een paar mensen dieper in hun ogen kijken dan ik gewoon ben vrees ik 😉

Maar kijk de groep gaat goed vooruit. 9 personen van de 14 op deze kant van het werk. Voor wie er maar 7 telt…Achter het meisje vooraan in het midden staat nog een jongen 😉

En over dat meisje wordt in de literatuur wel héél veel verteld. Of liever gespeculeerd. Het meisje stelt de mascotte van deze wijk voor.

Ze staat links van Banninck Cocq. Al een eerste verwijzing naar de vogel die ze aan haar zij heeft hangen? 😉 Niet echt. Dat is eerder toevallig (denk ik). Ze is de personificatie van de kloversgilde omdat de klauwen van de kip verwijzen naar de gouden klauw. Dat is het embleem van de gilde. Ik begrijp de link tussen de klauwen en de klover niet echt. Een klover is een soort primitief musketgeweer (in’t Suskes&Wiskes “een knalbus” 😉 ). Voor mij is daar niet direct een link met een kip. Of zou het een klanknabootsing zijn? Klonk “klover” destijds een beetje gelijk “klauwen”? Het pistool verwijst in ieder geval weer naar de schutterij. Het kind achter het meisje is eigenlijk ook een meisje maar in mijn versie maak ik er een jongen van 🙂

Het meisje op het schilderij draagt een brokaten jurk (meer weten over brokaat? klik hier) met een schoudermanteltje erboven. Vermoedelijk is het meisje iemand die meetrok met het leger om koopwaar te slijten. Ze is in dit geval eerder op te vatten als een symbolisch personage. Men stelt wel eens dat Saskia, de vrouw van Rembrandt, model stond voor dit meisje. Er is wel enige gelijkenis afgaande op zijn andere schilderijen van haar. De bijzondere kaaklijn van Saskia komt duidelijk in beide gezichten terug. Deze stelling krijgt nog meer kracht wanneer we zien dat Rembrandt zijn handtekening net onder haar voet werd gezet. Hij ligt, als het ware, aan haar voeten (of onder de sloef, gelijk ge’t wilt zien 😛 )

In mijn versie kleurt Jade het paneel. Ook zij speelt hier, samen met een aantal andere kinderen, een belangrijke rol. Deze pientere jonge dame stond model voor onze mascotte. In mijn tekening staat ze symbool voor de schoolgaande jeugd. De hele groep aan mensen die hier klaar staat om in actie te treden staat namelijk in dienst van de Gentse stadsscholen en jeugdhuizen. Een geel gouden kleed hadden we niet ter beschikking maar haar communie-kledij paste perfect en wie weet wat ik er nog kan van maken. Dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskinderen 😉 Al vrees ik dat ik er geen kippenpoot ga aan hangen.

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

Stadswacht (06): de eerste portretten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een paar dagen later werk ik verder aan het opzetten van het totaal aan figuren. Ik dacht dat dit sneller zou gaan met de ervaring maar in de werkelijkheid blijft het een erg traag proces om slechts een ruwe schets van iedere figuur op het paneel te krijgen. Toch wordt het nu echt wel een beeld waarbij ik nu al voel dat je “in het schilderij” instapt. Veel indrukwekkender dan De Nachtwacht. Ooooh, niet dat ik me daarmee meet maar bij deze tekening sta ik er zo dicht bij dat het ook veel “instapklaarder” wordt dan wanneer je op vele meters afstand staat (zoals in het Rijksmuseum). Ik probeer de tekening in de inkomhall te parkeren maar helaas, dat lukt niet. Beide panelen overlappen mekaar voor centimeters. Terug naar de living dan maar. Beetje een Galatea-gevoel

Na het schetsen moet er natuurlijk getekend en ingekleurd worden. Omdat het zo’n groot werk betreft (en ik toch nog niet echt gewoon ben om zoveel personen op 1 blad te zetten), volg ik het patroon van de reconstructie van De Nachtwacht en begin maar met het inkleuren van de gezichten.

Een “doodverf” moet ik niet aanbrengen. Ik zou dat wel kunnen doen (zie de blogs rond het portret van Jos) maar ‘k heb er geen goesting en geen tijd voor. In tegenstelling tot de schilders heb ik het wit van het papier te veel nodig als “loodwit” omdat het papier een andere reflectie heeft van wit dan ingekleurd wit (potlood, krijt,…niets is zo fel als het wit van het papier).

Per tekening hou ik normaal een groepje kleurpotloden apart voor de huidskleur. Dat groepje verschilt per tekening maar binnen dezelfde tekening hou ik me wel aan dat groepje. Dat doe ik zo omdat de kleurverschillen tussen de potloden zo klein is dat – eens vermengd met andere kleuren – het moeilijker is om na te gaan welke de onderlaag (och ja, zeg toch maar doodverf) is en welke de toplagen zijn. De lijkt niet belangrijk maar de volgorde van inkleuren is toch wel bepalend voor de finale kleur en de perceptie van een portret. In tegenstelling tot Rembrandt heb ik hier te maken met mensen die niet allemaal dezelfde huidskleur hebben en zodoende is concentratie des te belangrijker.

De eerste is dus bepalend voor de rest en erg belangrijk. Deze inkleuring (uitwerking van details en inkleuring) nam ongeveer 1uur in beslag. Amaai…Dat belooft voor de rest… Maar ‘k ga wel iets moeten doen aan de bleke bovenlip (dat valt in ’t echt zo niet op maar komt door die specifieke reflectie van het papier waarover ik het had, bij fotografie komt die veel harder door)

Stadswacht (05): vooruit met de geit!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Ik stamp bij deze een open deur in. Elke kunstenaar maakt gebruik van projecties. How maar! Ik zie de academisch opgeleiden nu al steigeren. Weette, blijft gerust op uw hoge stelling zitten dat “de échte kunstenaars” niet projecten en enkel “vanuit het vuistje hun werk opbouwen”. Ik zeg u dat ze allemaal projecteren op de een of andere manier. Die die met hun vuist vooruit tussen de punt van hun potlood en hun duim een afstand meten doen aan vectoriële projectie.

Toen ik nog klein was, toen waren de Lotto-formulieren in dubbel. Er was een rood formulier waar je de 6 kruisjes moest zetten van de nummer waarop je gokte. Daaronder zat precies hetzelfde blad maar een groene versie ervan. De rode was met een lichte lijm verkleefd aan de groene versie en tussen beiden zat een velletje carbonpapier. Zodoende werden de kruisjes die je op het rode formulier zette (= het formulier dat je achterliet bij de dagbladhandel) overgezet op het groene exemplaar dat je ter controle zelf kon bijhouden. Het carbonpapiertje ging normaliter de vuilbak in.

Als ik op logement was bij mijnen nonkel dan ging ik mee naar de krantenwinkel want dan kreeg ik dat grijze carbonvelletje mee naar huis en daarmee kon ik dan bestaande tekeningen overzetten op een eigen blad. Dat was keileuk.

Een vergelijkbare wijze werd door het team van Het Geheim van de Meester toegepast om hun versie van De Nachtwacht op het doek over te zetten. Er werd een grote print van het origineel gemaakt en dat werd “doorgekalkeerd” naar het doek. Ik doe het anders…

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-de-nachtwacht/25-01-2022/AT_300001029

Voor de gelegenheid maak ik gebruik van een projector. Ook dat is open deur in de kunst, ga maar eens kijken in de speciaalzaken, ze staan meestal ergens in een donker hoekje zodat het niet al te veel opvalt 😉

Easy peasy: panelen klaarzetten, projecten en overtekenen. Klaar in een wip. Dat was buiten de waard gerekend. De digitale collage die ik had gemaakt kwam niet overeen met de verhouding van de panelen. De projectie verkleinen is een optie maar dan krijg ik toch niet het “grootse effect” dat ik beoog met deze tekening. Ik wil, net als Rembrandt, dat mijn frontpersonen echt op je af komen. Als ik die verklein, valt dat effect helemaal weg. Dus een nieuwe collage maken, andere verhouding, beetje persen…

de personen met de rode cirkels zijn verplaatst tov de vorige versie

Na anderhalf uur uitlijnen van de projector, de panelen en finaal nog de personen is de projectie klaar voor opzet.

De living staat nu voor een week “geblokkeerd”. Er is doorgang mogelijk maar noch de projector, noch de panelen mogen geen millimeter verschuiven of het hele opzet staat scheef. Een uitdaging. Ik stel vast dat ik tijdens de projectie de hele tijd doorheen het beeld loopt. Ferm vervelend is dat. Door mijn schaduw krijg ik geen projectiebeeld op de panelen. Ik maak met mijn arm een omgekeerde u-bocht en probeer de projectie te vangen tussen mijn lichaam en de omgekeerde U/hand. Erg belastend voor mijn schouder en pols. Beurk…not funny… Daarnaast stel ik vast dat de foto helemaal niet zo scherp wordt geprojecteerd als ik had gedacht/gehoopt. Ik kan natuurlijk wel een grove schets opzetten maar details (bvb de pupillen ed) zal ik later zelf moeten toevoegen.

Maar goed…het lukt best wel. En de rest zien we later wel. Nu wordt er getekend tegen de klok om zo weinig mogelijk afwijkingen in het beeld te krijgen. Het tekenen geeft me wat denkruimte over de achtergrond want die moet nog worden bepaald…

In ieder geval staan na een paar uren tekenen de eerste figuren op de panelen. Dat is al een hele opluchting. Eindelijk gestart (al blijft het spannend-onvoorspelbaar hoe dit zal aflopen). De kwaliteit van de foto’s is niet super, komt door het weinige licht maar vooral doordat de schets erg licht is neergezet.

GF22: Wandeling, Radio 2000 en Laial…

Laatste dag van de Gentse Feesten 2022. Op mijn programma: Radio 2000 en de voorstelling Laial and the Flight of the Imagination. Maar ik was wat vroeger gekomen en had dus nog zo’n 45 minuten “te vullen”. Dat deed ik met een wandeling van Kalandeberg tot aan Baudelo. Helaas vond ik de ingang van de Baudelokapel niet (of was die nog gesloten) en heb ik de expo Dacart aldaar gemist. Maar ik heb onderweg heel wat afsluitende activiteiten gezien (zoals de markt aan de Ajuinlei/Predikherenlei), een soort van rariteitenkabinet in de oude bibliotheek aan Baudelo (alles is daar te koop), goed gevulde terrasjes, paraderende modellen, veel zon, vrienden en vriendinnen en zelfs iemand die ik me niet meer herinnerde 😉

Toch ook effe van geprofiteerd om een foto van de trap (kant trouwzaal) van ’t stadhuis te nemen. Wie mij volgt zal wel zien waarvoor dat weer goed is…

Veel plezier met het foto-overzicht van de dag 🙂

GF22: de loodjes met nog veel poppentheater en Gentopia

Ahaaaa…zondag laatste dag van de Gentse Feesten (het blijft wennen dat het op zondag is) maar wie nu nog wil afzakken naar Gent (of NOG eens wil afzakken) met kinderen heb ik volgende agendatips.

Het Puppetbuskersfestival blijft een vaste waarde, ook vandaag. Zowel op de Kalandeberg (het kleine gezellige pleintje aan de koestraat) of “the Green” (het groene plein achter de Sint-Niklaaskerk) of het Augustijnenklooster (naast de bar met hetzelfde bier). La Compagnie Zusvex, Fietswolven, La Compagnie Les Petits Délices, Puurlain, Cia Tua Mateixa Marionettes en Compagnie du Grand Hôtel spelen nog vandaag. Heb je nog geen voorstellingen gezien, dan zal je een beetje moeten kiezen vrees ik 😉 Ik kan je misschien wel een beetje op weg zetten…

Wie een vaste fan is van het festival heeft Compagnie Les Petits Délices, iets voor globetrotters, zeker al eerder gezien. Ze waren al in 2013 en 2021 op het festival (lees hier de review van toen). Het Gebroken Hert (Fietswolven) is allicht erg leuk voor romantische “prins op het witte…hert”-zielen, De Sterrenplukker is dan weer meer voor tijdreizigers, Laial en de vlucht van de verbeelding (zie video hieronder) lijkt me eerder iets voor dromers en graagslapers 😉 En dan valt nog te ontdekken: Pom Pom Girl & Radio 2000 (te reserveren ter plekke)

Zijn uw kinderen meer van het “doe”-type of heb je’t finaal een beetje gehad met poppen, ijsjes, toilet en andere klassiekers, dan kan je nog naar Gentopia aan de zuid. Achter de werf van het Wilsonplein (je kan zowel links als rechts van het gebouw) vind je springkastelen, optreden, nog meer ijsjes, water, toiletten,… Vergeet niet aan te melden bij de DOUANE van Gentopia. Daar krijgt elk kind per leeftijdsgroep een bandje. Zo blijven de kleintjes en de grootjes lekker veilig en vrij op hun eigen terrein. Vinden de kinderen dat ook nog “déja-vu”, laat ze dan gewoon los in het park. Ge kunt er op uw gemak zitten babbelen terwijl de kids al hun energie kwijt kunnen 🙂 En finaal neemt ge ze mee naar de Vlasmarkt voor nen Irish Coffee dat ze ’t al wat gewoon worden voor later…

GF22: Circus Ronaldo & Humor in goede en kwade dagen

2 voorstellingen op het programma deze keer. Vooreerst de “nooit te missen op mijn programma” circus Ronaldo. Ik ben zot van deze man en zijn circus. De manier waarop Ronaldo (en zonen) circus brengt is beyond “circus”. Terecht staat er op de website van circus Ronaldo dan ook een aparte rubriek “circus of theater”. Het is fusetea of zal ik het fusecircus noemen? Een prachtige mix tussen een theatrale verhaallijn en klassieke circusacts. #melike 😉

Deze keer voorstelling “Swing” op het programma. Bij het binnenkomen had ik zoiets van “tiens, ik heb deze voorstelling al eens gezien”. De sfeer zit een beetje in Amortale die ik in 2012 zag (review klik hier). Maar eens de voorstelling begon leek dat niet zo te zijn. Een frisse leuke nieuwe show met veel jong volk op ’t podium, ik ben gerust, ik kan nog tot met mijn pensioen naar dit circus gaan 🙂 De komende dagen nog te zien op #TAZ Oostende. Snel kaartjes bestellen. Meer info op de website van Ronaldo.

Na Circus Ronaldo terug naar Theater Box voor de try-out van “Humor in goede en in kwade dagen” door Charlotte Vandegehuchte. Charlotte was er ook al bij bij de improsessies eerder deze week. Deze keer geen impro maar een theatershow (ik noem dit bewust niet “stand-up” omdat ik het ook geen stand-up vind). Charlotte vertelt – met een lach en een kleine traan – over haar complexen en ervaringen van het leven. In tegenstelling tot de klassieke stand-ups is dit geen “ik lach eens met mezelf”-show maar eerder een voorstelling die de kijker uitdaagt en soms wel de bek snoert. De manier waarop Charlotte haar verhaal doet is zou ik zelfs durven vergelijken met Clement Peerens. “Vinde gaai maain gat ni te dik in deize rok” of “Blankenberge” zijn feitelijk ook niet om mee te lachen maar je zingt het volmondig mee met een glimlach op de lippen 🙂

GF22: Improcessies en Stand-upcomedy

Geen Gentse Feesten zonder minstens één comedysessie te hebben gezien. Nu goed, comedy had ik al bij “Burn the bra” maar stand-up en impro dat is toch een andere categorie.

Voor wie het verschil nog niet zo goed weet en denkt dat het zowaar hetzelfde is, dat is een beetje als een Ferrarri naast een tractor zetten. Ge kunt met alletwee rijden maar ’t is toch niet echt dezelfde ervaring. Stand-up comedy is een show (een show dus) waarbij een acteur een verhaal vertelt. Dat kan in interactie met het publiek zijn maar dat is niet altijd de regel. De acteur weet op voorhand wat zij/hij gaat zeggen. Bij impro is dat helemaal niet zo. Het “platform” ligt wel vast maar de inhoud van wat er gaat gezegd worden, waarrond zal worden gespeeld, die wordt door het publiek bepaald. Dus in’t kort gezegd: een stand-upper kan zijn show perfect doen zonder publiek, voor impro’s is dat feitelijk onmogelijk. Stel dat ge’t nu nog niet echt begrepen hebt… klik dan hier 😉

Theater Box presenteerde mij zowel impro als stand-up op één avond. Halleluja! Dat is pas een feest-dag! Een nieuw platform “tot hier”, een klassieke improsessie en daarna de immer sympathieke, geweldige, onweerstaanbare, intelligente, knuffelbare Jan-Bart De Muelenare!

Bij het nieuwe platform “tot hier”, gebaseerd op “De Vloer op“, wordt een scène gespeeld aan de hand van een omschreven situatie in een boek en binnen die situatie worden meerdere inhoudelijke voorstellen gedaan. Iemand uit het publiek kiest willekeurig een scène uit het boek en daarna ook de inhoud. Bvb: we zitten op een spoedafdeling van een ziekenhuis (situatie), het is een rustige avond en er zijn 2 spoedartsten. Nu blijkt (inhoud) dat één van de 2 artsen verliefd is op de andere en de rustige avond aangrijpt om de liefde bekend te maken… Een toestand die alle kanten op kan… Deze try-out als leuke opwarmer voor de avond zou ik zo zeggen 🙂 (met acteurs: Anton Vandaele, Katrijn Govaert en Victor Hugaert.

Aansluitend een “echte” improsessie met dus de bekende spellen waarbij het publiek eigenlijk eender wat mag voorstellen waarmee de acteurs aan de slag gaan. En met Jan-Bart als MC (master of ceremony) worden er al eens zéér ongewone voorstellen aanvaard… Het is moeilijk na te vertellen maar als het jouw kind of humor is, dan mag je dit niet missen! Bekijk de clip hieronder met het moordspel waarbij enkel Domien (de eerste speler) WIE, WAARMEE en WAAR de moord werd gepleegd. Zonder woorden worden deze zaken overgemaakt van acteur op acteur waarna de laatste in de rij moet raden wie, waarmee en waar. (OK, ok, dit spel duurt ongeveer 11minuten, maar zet u relax en pakt een chipke). Met acteurs Ramses VdB, Domien Desmyter, Charlotte Vandegehuchte en Katinka De Kuyper

Spel: raad de moordenaar, het moordwapen en de plaats van de moord

Als laatste kwam Jan-Bart zelf nog een deel van zijn eigen show stand-uppen en introduceerde daarmee de “vaste waarde” Ygor uit Poperinge. Anderhalf uur (Ygor en JB samen) West-Vlaamse culthumor waarbij het voor mij gevaarlijk wordt om op een klapstoel te zitten. Ygor vind ik terug in mijn archieven van 2013 en Jan-Bart…is die er ooit niet geweest? 😉

Stadswacht (04): meten is weten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

En dan was er nog het eeuwige probleem van “hoe groot moet da spel worden?” Dat is het moment waarop mijn lijf zegt: “och, doe ni moeilijk, zo groot mogelijk is perfect. Wette, pakt 6meters op 8 ofzoiets”. Maar dan komt mijn verstand er bij en dat zegt dat zoiets van: ” wat dacht ge van 50x70cm, hé hé hé?”

Algoed dat ik ervaring heb in die zaken. En vooral in de problemen. Want toegegeven…Triptiek 2, die van het leven, die is niet te transporteren wegens…te groot. Vooral in de breedte. Met de auto die we nu hebben mag dat totaal niet groter zijn dan 115cmx180cm. Allez, die 180cm steekt niet op ne centimeter maar ’t moet wel nog veilig rijden. De 115cm is wel belangrijk. Groter wordt lastig tot onmogelijk qua transport.

Maar ik wil groot (mijn lijf heeft het zelf gezegd)! Denken Van Hemel…denken maat! Ge kunt ‘t.

Na veel vijven en zessen heb ik dé ideale oplossing gevonden. In tegenstelling tot De Nachtwacht (alhoewel…) ga ik mijn tekening netjes verdelen over 2 panelen. Dat maakt dat ze in totaal 2x 115cm op 180cm kan zijn ofte in totaal 230cmx180cm. Voor de pezewevers: 230,2cm want er zit een split van 2 millimeter tussen de panelen. Stel dat ik er later een triptiek achter zet, dan past dat perfect.

En dat van die triptiek dat ik lang nog niet zo gek bedacht. Daar doe ik nog iets mee. Maar eerst deze tekening afwerken.

Dus maten van de panelen overgemaakt aan mijne vriend Hugo Martens die zorgt voor verkleven van mijn tekenpapier op de dibondplaten die ik gebruik als drager. Howmaar! Toch een beetje niet goed van de afrekening. De prijs van de dibond is duidelijk de lucht in gegaan. Het is nu al een kostelijk werk en ik heb nog geen streep getrokken. Misschien moet ik maar eens een crowdfunding opzetten… In ieder geval zijn we nu helemaal van start gegaan: we hebben een ontwerp, fotomateriaal en tekengerief. Check!

GF22: A murder in Mississippi

Theater Box presenteerde gisteren A Murder in Mississippi. Klinkt als een Agatha Christie maar dat is het lang niet. AMIM (mag ik effe afkorten, je moet de groepsnaam toch leren kennen hé 😉 ) brengt amusante country, folk, blues en Ierse muziek overgoten met Amerikaanse ketchup.

Een jeugdige 6 koppige band die denk ik ineens ook als zesling moet geboren zijn. Dan wel een meereiige maar toch. De groepsleden klitten als velcro aan mekaar en vanaf het eerste nummer werkt dat aanstekelijk op het publiek.

Bijkomend voordeel bij Theater Box is dat je als het ware op de schoot van de artiesten komt te zitten. Megacool is dat. Frontman Leander ontpopt zich telkens weer als een enthousiast rond punt waarbij hij zowel de bandleden als het publiek met mekaar verbindt.

A Murder in Mississippi (voortaan AMIM voor de vrienden) is nog ’s te zien op Mardi Gras, 21 juli, 12u. Dus zeker nog ’s gaan kijken tijdens deze Gentse Feesten. Ga hier naar hun website.

A Murder in Mississippi – Wrong side of the road (deel)

A Murder in Mississippi – Ring of fire

GF22: Puppae Cie, De Machinerie & Circumstances

Mijnen andere goeie maat en tegelijk getalenteerd fotograaf Kris Van der Stiggel raadde mij aan zeker de voorstelling van Puppae Cie niet te missen. En dus ging ik die zondag bezoeken. De voorstelling draait rond Otto. Otto is een oude man/pop zonder benen. Daar hij graag eens met benen zou willen wandelen vraagt hij aan de gitarist naast hem of het even mogelijk zou zijn deze te lenen…

Een magisch en hartverwarmend verhaal, meesterlijk gespeeld. Komt helaas niet meer terug op deze feesten.

Omwille van programmawijzigingen wegens ziekte van spelers ging ons gezelschap verder naar Miramiro. Waar we de spectaculaire voorstelling Odysseus door De Machinerie gingen bekijken. Tjah, ik ken het verhaal enkel van Het Geluidshuis en was nu wel benieuwd hoe ze zo’n complex (en eigenlijk ook wel langdradig en beetje saai) verhaal zouden brengen. De voorstelling duurde 1 uur en we stonden in de volle zon maar djeezes was dat de moeite waard om te zien! Geen seconde heb ik me verveeld. De 2 spelers wisten met een subliem decor en een enorme overgave het publiek te boeien en vast te houden. Inventieve machines, knappe vertelling,…Enfin, ik kan het enkel met superlatieven verwoorden. Speelt helaas ook niet meer. Website van De Machinerie hier.

Aansluitend op deze voorstelling was er de voorstelling Exit door Circumstances. Een tweede Belgische groep op het programma 🙂 Voor mij inhoudelijk iets te conceptuele voorstelling maar mijn gezelschap vond het subliem en beter dan Odysseus. Les gouts et les couleurs zeker? 😉 Ik vond het zelf een gedurfde act met een straf ingestudeerde timing en heel wat vertrouwen binnen het team van performers. Ik zou het niet kunnen, misschien ook niet durven. Dus dat was zeker geslaagd. Het verhaal is mij ontgaan maar aangezien het gezelschap het wel kon hebben, denk ik dat ook dat (verhaal) wel goed moet geweest zijn 😛 Ga hier naar hun website. Er is vandaag nog een andere voorstelling Circumstances. Zie website van Miramiro voor het programma.

Stadswacht (03): de Brandweer

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Alle figuren zijn vastgelegd op foto. Ook de collage is klaar. Met de collage heb ik niet alleen de ontbrekende figuren op de groepsfoto een plek gegeven maar er zijn ook mensen van de groepsfoto verplaatst. Rembrandt werkte niet alleen in de diepte maar ook in de hoogte en de breedte. Wij, en zeker Vlamingen, hebben nogal een ruime “personal space”-cirkel rondom ons. In de coronatijden was dat minder opvallend maar bvb voor een Spanjaard of Italiaan is die 1,5m eerder iets van een 15cm. Dat zijn culturen waarbij je in een rij gerust ’s tegen die voor je mag botsen zonder dat zich daar een probleem stelt. En het is al zo warm in die landen… 😉

Dit om maar te zeggen dat mijn groep van 25 mensen iets te veel in de breedte was uitgesmeerd. Ik heb ze daarom wat uitgeknipt, wat dichter bij mekaar gezet en hier en daar ook nog een paar figuren meer naar voor gezet.

Aangenaam opvallend in mijn compositie zijn de 3 Brandweerlieden (ok, ok, je ziet er 5 maar gebruik een beetje uw verbeelding hé 😉 ). Deze zijn, net als op het originele schilderij, voorzien van een rode jas. De 3 personen met de rode jas op de Nachtwacht zijn musketiers. De anderen zijn ook schutters maar die met de opvallende rode jas hadden een speciale status. Het moesten vrijgezellen zijn (en blijven) en dat om de eenvoudige reden dat wanneer ze werden neergeschoten er ook geen vrouw of kinderen zouden achterblijven. De 3de man rechts heet Jan Claesz Leijdeckers (1597-1640), die het restkruit uit zijn wapen blaast, en zou bij de voltooiing van het schilderij al overleden geweest zijn. Men stelt dat het uitblazen van het kruit wel eens symbool zou kunnen staan voor het feit dat hij op dat moment niet meer in leven was. Toch staat hij op het schilderij omdat hij zijn plek al had betaald. Rembrandt baseerde zich op een bestande schilderij om hem postuum op De Nachtwacht te zetten. Er zijn totaal 6 musketiers op de verknipte nachtwacht te zien. Oorspronkelijk waren dat er 7. Ik heb geen bron gevonden die mij met zekerheid aanduidt waar die musketiers in beeld komen maar ik doe hieronder zelf een gok op basis van de foto’s…

Onze brandweerlieden wensen we natuurlijk een lang en voorspoedig leven toe maar kijk’s naar hun bewegingen. De linkse man is zijn geweer aan het laden, de man in het midden (achter kapt. Banning Cocq) schiet zijn geweer af, rechts zie je een man die zijn geweer reinigt om opnieuw te laden. Helemaal links zie je een jongetje die naast de schutter loopt met een kruidhoorn. Onze brandweerlieden doen feitelijk gelijkaardige bewegingen: de linkse neemt aanstalten om een brand te blussen, de middelste is duidelijk aan het werk met een blustoestel en de rechtse noteert te nemen voorzorgen om een volgende brand te vermijden. In ons geval heeft de jongen links geen kruidhoorn maar een waterpas vast. Water verwijst sowieso naar de Brandweer maar tegelijk ook naar het behouden van evenwichten tussen eigen veiligheid en risico’s die mensen als de Brandweer elke dag moeten nemen.