Stadswacht (10): de achtergrond

Ik liet al een paar keer vallen dat ik tijdens het tekenen wel mijmer, denk over wat de volgende stappen zijn, hoe ik die ga aanpakken, etc etc. Eentje dat mij al een tijd bezig hield was het decor. Zo’n groep mensen kan je toch niet voor een vlakke achtergrond zetten?!? De muur in silicaatsteen (zie oorspronkelijke foto) zag ik ook niet echt zitten. Terug naar het schilderij van Rembrandt. Daar zien we een muur met een grote doorgang bijna in het midden. AHAAAAAAAA, ontdekking!!! Heb je ’t ook gezien???

Hierboven het originele schilderij (links) en de kopie (rechts). Is het je opgevallen dat de lijst met namen die in het deurgat hangt niet werd overgenomen? Tussen deze blog en de vorige viel mijn oog op deze lijst (bij de vorige blog zei ik nog dat ergens op het schilderij de naam van Bannick Cocq moest staan maar ik wist toen niet waar). Het is wel erg donker en je moet al een hoge resolutiefoto hebben om de namen te kunnen lezen.

Maar terug naar mijn issue van deze blog: het decor voor mijn tekening. Als ik het decor van Rembrandt wil benaderen én ik wil rekening houden met het opzet van deze groep (zijnde in functie staan van de Gentse scholen), dan zou ik iets in die context moeten vinden… Ik heb daarom meerdere Gentse stadsscholen bekeken om na te gaan of er iets historisch interessant aan was, niet al te modern (dat zou te veel afsteken met het schilderij) waar ik deze groep zou kunnen voor plaatsen.

De voormalige inkompoort van De Feniks (Acaciastraat) was het eerste waar ik aan dacht maar achteraf gezien leek me die poort een beetje saai…Het CVO aan de Antonius Triestlaan daarentegen…Dat is nog ’s een interessante gevel.

Maar al snel vind ik de zij-ingang met het groen ook best aantrekkelijk. Ik ben er toch, dus neem ik meerdere foto’s om achteraf de test/collage met de computer uit te proberen. Ik gooi Acaciastraat en CVO in competitie met mekaar…

Maar diep vanbinnen is er iets dat me zegt dat het nog niet goed genoeg is. Het kan beter. Dan kom ik op het idee om het Gentse stadhuis op de achtergrond te zetten. Dat is op zich ook wel aanvaardbaar, tenslotte werken al deze mensen voor de stad (op de een of andere manier). Het Gentse stadhuis heeft meerdere ingangen. Dat valt niet altijd zo op als je enkel de hoofdingang kent. Wie een beetje van Gent is, die kent ook de praal-zij-ingang langswaar de trouwers meestal binnen komen. Ik neem die als doel. De hoofdingang vind ik te bombastisch, de andere ingangen zijn te sober, de praalingang past prima. Met een foto van tijdens de Gentse Feesten doe ik al een eerste gooi naar wat het zou kunnen worden…

Echt blij word ik er niet van. De 2 inkomdeuren boven het tafereel staan er wat lullig bij maar het geheel past wel in mijn opzet en past ook wel in de achtergrond van het originele schilderij. Ik slaap er een nachtje over…

De nacht heeft raad gebracht! Ik krijg het idee om de hele groep met vloer en al op het niveau van de 2 deuren te tillen. Zodoende komen ze hoger te staan en klopt het plaatje beter. Alleen die halve posturen links en rechts van de deuren zijn wat zielig, daar kan ik misschien nog iets aan doen… Maar op het schilderij staat feitelijk maar 1 grote centrale ingang. Wat zou het geven als ik van die 2 deuren 1 grote poort zou maken? Nekeer proberen…

Goh ja…maar neen toch maar niet…het is te massief, te veel poort en ik vrees een beetje dat het op tekening de indruk zou kunnen geven dat het om een groot gordijn ofzo gaat. Een podium van een toneel. Ik vind het op foto al verwarrend, onduidelijk…Dus toch maar de 2 deuren. De verhoogde vloer blijf ik wel behouden. De borstwering (balustrade voor de Vlamingen) plaats ik tussen de achterste rij mensen en de 3 voorste rijen. Ik trek ze ook links en rechts (bijna niet te zien) door zodat de 2 dames links in beeld zogezegd leunen op de borstwering.

Ja! Deze versie zal het worden. De halve beelden werk ik in de tekening niet weg, een half beeld vind ik toch niet “je van het”. Hopelijk lukt ’t om dit allemaal goed in beeld te krijgen…Fingers crossed…

Na al dit knip- en plakwerk, heen-en-weer gerij naar het centrum en terug heb ik mijn collage klaar. 5 uur verder heb ik ook de schets op/over de tekening gezet. Het lijken op foto allemaal zo eenvoudige stapjes maar wat vraagt dit f*ckin’ veel tijd zeg… Nog maar eens de hele living overhoop gooien om beide panelen weer naast mekaar te kunnen zetten, kwestie van alles symmetrisch in beeld te zetten…

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (08): mascotte 

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

De portretten vorderen gestaag. Het is en blijft telkens veel werk. Elk portret werk ik eerst in grijs uit in detail. Daardoor worden de grijze lijnen ook dikker. Dan veeg ik het geheel weer grotendeels weg (waardoor de lijnen weer lichter worden) en vul ik het gezicht in met kleur. Redelijk intensief. Hier en daar begin ik ook wel eens te twijfelen aan kleuren. Vooral die van de ogen. Ik ga de komende weken wel eens een paar mensen dieper in hun ogen kijken dan ik gewoon ben vrees ik 😉

Maar kijk de groep gaat goed vooruit. 9 personen van de 14 op deze kant van het werk. Voor wie er maar 7 telt…Achter het meisje vooraan in het midden staat nog een jongen 😉

En over dat meisje wordt in de literatuur wel héél veel verteld. Of liever gespeculeerd. Het meisje stelt de mascotte van deze wijk voor.

Ze staat links van Banninck Cocq. Al een eerste verwijzing naar de vogel die ze aan haar zij heeft hangen? 😉 Niet echt. Dat is eerder toevallig (denk ik). Ze is de personificatie van de kloversgilde omdat de klauwen van de kip verwijzen naar de gouden klauw. Dat is het embleem van de gilde. Ik begrijp de link tussen de klauwen en de klover niet echt. Een klover is een soort primitief musketgeweer (in’t Suskes&Wiskes “een knalbus” 😉 ). Voor mij is daar niet direct een link met een kip. Of zou het een klanknabootsing zijn? Klonk “klover” destijds een beetje gelijk “klauwen”? Het pistool verwijst in ieder geval weer naar de schutterij. Het kind achter het meisje is eigenlijk ook een meisje maar in mijn versie maak ik er een jongen van 🙂

Het meisje op het schilderij draagt een brokaten jurk (meer weten over brokaat? klik hier) met een schoudermanteltje erboven. Vermoedelijk is het meisje iemand die meetrok met het leger om koopwaar te slijten. Ze is in dit geval eerder op te vatten als een symbolisch personage. Men stelt wel eens dat Saskia, de vrouw van Rembrandt, model stond voor dit meisje. Er is wel enige gelijkenis afgaande op zijn andere schilderijen van haar. De bijzondere kaaklijn van Saskia komt duidelijk in beide gezichten terug. Deze stelling krijgt nog meer kracht wanneer we zien dat Rembrandt zijn handtekening net onder haar voet werd gezet. Hij ligt, als het ware, aan haar voeten (of onder de sloef, gelijk ge’t wilt zien 😛 )

In mijn versie kleurt Jade het paneel. Ook zij speelt hier, samen met een aantal andere kinderen, een belangrijke rol. Deze pientere jonge dame stond model voor onze mascotte. In mijn tekening staat ze symbool voor de schoolgaande jeugd. De hele groep aan mensen die hier klaar staat om in actie te treden staat namelijk in dienst van de Gentse stadsscholen en jeugdhuizen. Een geel gouden kleed hadden we niet ter beschikking maar haar communie-kledij paste perfect en wie weet wat ik er nog kan van maken. Dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskinderen 😉 Al vrees ik dat ik er geen kippenpoot ga aan hangen.

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

Stadswacht (06): de eerste portretten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een paar dagen later werk ik verder aan het opzetten van het totaal aan figuren. Ik dacht dat dit sneller zou gaan met de ervaring maar in de werkelijkheid blijft het een erg traag proces om slechts een ruwe schets van iedere figuur op het paneel te krijgen. Toch wordt het nu echt wel een beeld waarbij ik nu al voel dat je “in het schilderij” instapt. Veel indrukwekkender dan De Nachtwacht. Ooooh, niet dat ik me daarmee meet maar bij deze tekening sta ik er zo dicht bij dat het ook veel “instapklaarder” wordt dan wanneer je op vele meters afstand staat (zoals in het Rijksmuseum). Ik probeer de tekening in de inkomhall te parkeren maar helaas, dat lukt niet. Beide panelen overlappen mekaar voor centimeters. Terug naar de living dan maar. Beetje een Galatea-gevoel

Na het schetsen moet er natuurlijk getekend en ingekleurd worden. Omdat het zo’n groot werk betreft (en ik toch nog niet echt gewoon ben om zoveel personen op 1 blad te zetten), volg ik het patroon van de reconstructie van De Nachtwacht en begin maar met het inkleuren van de gezichten.

Een “doodverf” moet ik niet aanbrengen. Ik zou dat wel kunnen doen (zie de blogs rond het portret van Jos) maar ‘k heb er geen goesting en geen tijd voor. In tegenstelling tot de schilders heb ik het wit van het papier te veel nodig als “loodwit” omdat het papier een andere reflectie heeft van wit dan ingekleurd wit (potlood, krijt,…niets is zo fel als het wit van het papier).

Per tekening hou ik normaal een groepje kleurpotloden apart voor de huidskleur. Dat groepje verschilt per tekening maar binnen dezelfde tekening hou ik me wel aan dat groepje. Dat doe ik zo omdat de kleurverschillen tussen de potloden zo klein is dat – eens vermengd met andere kleuren – het moeilijker is om na te gaan welke de onderlaag (och ja, zeg toch maar doodverf) is en welke de toplagen zijn. De lijkt niet belangrijk maar de volgorde van inkleuren is toch wel bepalend voor de finale kleur en de perceptie van een portret. In tegenstelling tot Rembrandt heb ik hier te maken met mensen die niet allemaal dezelfde huidskleur hebben en zodoende is concentratie des te belangrijker.

De eerste is dus bepalend voor de rest en erg belangrijk. Deze inkleuring (uitwerking van details en inkleuring) nam ongeveer 1uur in beslag. Amaai…Dat belooft voor de rest… Maar ‘k ga wel iets moeten doen aan de bleke bovenlip (dat valt in ’t echt zo niet op maar komt door die specifieke reflectie van het papier waarover ik het had, bij fotografie komt die veel harder door)

Stadswacht (05): vooruit met de geit!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Ik stamp bij deze een open deur in. Elke kunstenaar maakt gebruik van projecties. How maar! Ik zie de academisch opgeleiden nu al steigeren. Weette, blijft gerust op uw hoge stelling zitten dat “de échte kunstenaars” niet projecten en enkel “vanuit het vuistje hun werk opbouwen”. Ik zeg u dat ze allemaal projecteren op de een of andere manier. Die die met hun vuist vooruit tussen de punt van hun potlood en hun duim een afstand meten doen aan vectoriële projectie.

Toen ik nog klein was, toen waren de Lotto-formulieren in dubbel. Er was een rood formulier waar je de 6 kruisjes moest zetten van de nummer waarop je gokte. Daaronder zat precies hetzelfde blad maar een groene versie ervan. De rode was met een lichte lijm verkleefd aan de groene versie en tussen beiden zat een velletje carbonpapier. Zodoende werden de kruisjes die je op het rode formulier zette (= het formulier dat je achterliet bij de dagbladhandel) overgezet op het groene exemplaar dat je ter controle zelf kon bijhouden. Het carbonpapiertje ging normaliter de vuilbak in.

Als ik op logement was bij mijnen nonkel dan ging ik mee naar de krantenwinkel want dan kreeg ik dat grijze carbonvelletje mee naar huis en daarmee kon ik dan bestaande tekeningen overzetten op een eigen blad. Dat was keileuk.

Een vergelijkbare wijze werd door het team van Het Geheim van de Meester toegepast om hun versie van De Nachtwacht op het doek over te zetten. Er werd een grote print van het origineel gemaakt en dat werd “doorgekalkeerd” naar het doek. Ik doe het anders…

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-de-nachtwacht/25-01-2022/AT_300001029

Voor de gelegenheid maak ik gebruik van een projector. Ook dat is open deur in de kunst, ga maar eens kijken in de speciaalzaken, ze staan meestal ergens in een donker hoekje zodat het niet al te veel opvalt 😉

Easy peasy: panelen klaarzetten, projecten en overtekenen. Klaar in een wip. Dat was buiten de waard gerekend. De digitale collage die ik had gemaakt kwam niet overeen met de verhouding van de panelen. De projectie verkleinen is een optie maar dan krijg ik toch niet het “grootse effect” dat ik beoog met deze tekening. Ik wil, net als Rembrandt, dat mijn frontpersonen echt op je af komen. Als ik die verklein, valt dat effect helemaal weg. Dus een nieuwe collage maken, andere verhouding, beetje persen…

de personen met de rode cirkels zijn verplaatst tov de vorige versie

Na anderhalf uur uitlijnen van de projector, de panelen en finaal nog de personen is de projectie klaar voor opzet.

De living staat nu voor een week “geblokkeerd”. Er is doorgang mogelijk maar noch de projector, noch de panelen mogen geen millimeter verschuiven of het hele opzet staat scheef. Een uitdaging. Ik stel vast dat ik tijdens de projectie de hele tijd doorheen het beeld loopt. Ferm vervelend is dat. Door mijn schaduw krijg ik geen projectiebeeld op de panelen. Ik maak met mijn arm een omgekeerde u-bocht en probeer de projectie te vangen tussen mijn lichaam en de omgekeerde U/hand. Erg belastend voor mijn schouder en pols. Beurk…not funny… Daarnaast stel ik vast dat de foto helemaal niet zo scherp wordt geprojecteerd als ik had gedacht/gehoopt. Ik kan natuurlijk wel een grove schets opzetten maar details (bvb de pupillen ed) zal ik later zelf moeten toevoegen.

Maar goed…het lukt best wel. En de rest zien we later wel. Nu wordt er getekend tegen de klok om zo weinig mogelijk afwijkingen in het beeld te krijgen. Het tekenen geeft me wat denkruimte over de achtergrond want die moet nog worden bepaald…

In ieder geval staan na een paar uren tekenen de eerste figuren op de panelen. Dat is al een hele opluchting. Eindelijk gestart (al blijft het spannend-onvoorspelbaar hoe dit zal aflopen). De kwaliteit van de foto’s is niet super, komt door het weinige licht maar vooral doordat de schets erg licht is neergezet.

Stadswacht (04): meten is weten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

En dan was er nog het eeuwige probleem van “hoe groot moet da spel worden?” Dat is het moment waarop mijn lijf zegt: “och, doe ni moeilijk, zo groot mogelijk is perfect. Wette, pakt 6meters op 8 ofzoiets”. Maar dan komt mijn verstand er bij en dat zegt dat zoiets van: ” wat dacht ge van 50x70cm, hé hé hé?”

Algoed dat ik ervaring heb in die zaken. En vooral in de problemen. Want toegegeven…Triptiek 2, die van het leven, die is niet te transporteren wegens…te groot. Vooral in de breedte. Met de auto die we nu hebben mag dat totaal niet groter zijn dan 115cmx180cm. Allez, die 180cm steekt niet op ne centimeter maar ’t moet wel nog veilig rijden. De 115cm is wel belangrijk. Groter wordt lastig tot onmogelijk qua transport.

Maar ik wil groot (mijn lijf heeft het zelf gezegd)! Denken Van Hemel…denken maat! Ge kunt ‘t.

Na veel vijven en zessen heb ik dé ideale oplossing gevonden. In tegenstelling tot De Nachtwacht (alhoewel…) ga ik mijn tekening netjes verdelen over 2 panelen. Dat maakt dat ze in totaal 2x 115cm op 180cm kan zijn ofte in totaal 230cmx180cm. Voor de pezewevers: 230,2cm want er zit een split van 2 millimeter tussen de panelen. Stel dat ik er later een triptiek achter zet, dan past dat perfect.

En dat van die triptiek dat ik lang nog niet zo gek bedacht. Daar doe ik nog iets mee. Maar eerst deze tekening afwerken.

Dus maten van de panelen overgemaakt aan mijne vriend Hugo Martens die zorgt voor verkleven van mijn tekenpapier op de dibondplaten die ik gebruik als drager. Howmaar! Toch een beetje niet goed van de afrekening. De prijs van de dibond is duidelijk de lucht in gegaan. Het is nu al een kostelijk werk en ik heb nog geen streep getrokken. Misschien moet ik maar eens een crowdfunding opzetten… In ieder geval zijn we nu helemaal van start gegaan: we hebben een ontwerp, fotomateriaal en tekengerief. Check!

Stadswacht (02): de collage

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

We zijn inmiddels een paar maanden verder en de schrijfdatum is 22/06/2022. In de voorbije maanden is er heel wat gebeurd om te komen tot het punt waar ik nu ben.

De groep van de Stadswacht (wat voortaan ook mijn officiële titel voor het werk zal worden) ligt vast. Het verhaal van de Nachtwacht diende als definitieve inspiratie én motivatie om de groep samen te stellen en de mensen te betrekken op een zodanige manier dat ze met veel goesting de rol hebben opgenomen.

Het zijn voornamelijk medewerkers van Facility Management Onderwijs. Dat is in de volksmond “de technische dienst van de schoolgebouwen” die in beeld komen. Maar omdat ze niet alleen klaar staan om de burger te helpen werden ook de Brandweer en de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (zegmaar IDPBW) aangesproken.

En er zijn ook nog kinderen en een hond in beeld te brengen. Daarvoor ging ik in mijn vriendenkring kijken en zo kwamen Jade en Miel mee op het plan. Brecht – de koffieman van EXPO 13 – heeft een hond die prima past. En daarmee kan ik het hele lijstje afvinken. De achtergrondfiguren die maar met een oog of oor op de Nachtwacht staan heb ik niet in rekening gebracht. Als ze in 1642 niet genoeg verdienden om hun hele gezicht in beeld te krijgen, dan moeten ze er nu ook niet bij staan 🙂

De hele groep (op kinderen en hond na) is gepland op 9 juni voor een fotoshoot. Begrijp dat ik zo’n bende onmogelijk voor maanden stil kan houden. Ik moet wel met foto’s werken om het vooruit te laten gaan. Er is al één medewerker op 8 juni gefotografeerd en dat ging erg snel/vlot. Ik mik er er op dat de rest het even goed doet.

Zo ver zijn we dus al. Nu nog wat toeren om de kinderen en de hond in beeld te brengen en we kunnen beginnen tekenen…

Stadswacht (01): het idee

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Deze blog schrijf ik 28 februari 2022. Het is de eerste blog in de reeks van mijn nieuwe project rond Rembrandt.

Al lang ben ik bezig in mijn hoofd met De Nachtwacht. Ik moet toegeven dat ik lang rust heb gevonden in het feit dat de copies van bekende schilderijen die ik tot nu maakte niet tot de favoriete top 10 van de doorsnee mens zou mogen zitten. Bij De Nachtwacht is dat een andere kwestie. Het is één van de meest bekende Nederlandse kunstwerken. Het hele Rijksmuseum is errond gebouwd.

Ik begin nu al te bloggen omdat het voor mij een groots project wordt. Ik heb wel al eens projectjes met 3 of 4 mensen gemaakt maar dit is een project met ruwweg 30 personen. Het zal dus mijn regisseursrol serieus op de rooster leggen. Iedere figuur in beeld zal toch een klein beetje moeten worden gestuurd in de richting van het doel ook al hanteer ik doorgaans enige vrijheid voor de modellen.

Maar wat heeft mij nu precies over de streep getrokken om mij toch op De Nachtwacht te smijten? Het Geheim van de Meester! Het NPO-topprogramma alweer een hele reconstructie van het volledige schilderij werd gemaakt. En daarbij de bijkomende vraag om deel te nemen aan de wedstrijd. Het spreekt voor zich dat in de 4 weken van aankondiging van de wedstrijd het onmogelijk kon om wat ik in mijn hoofd had/heb te gaan realiseren.

Tot nu noteerde ik al de uitdaging van de compositie met 30 mensen. De volgende vraag is dan wie ik daarvoor kan aanspreken. Ik wil dat het een groep mensen is die ergens een soort “nachtwacht” houdt, misschien iets met veiligheid en zot genoeg is om mee in dit project te stappen. In mijn eerste gedacht past een groep stadsmedewerkers perfect in het plaatje. Maar zullen ze het doen? Ik plantte 2 weken geleden een zaadje en ze gaan het onderzoeken.

Terwijl het zaadje groeit concentreer ik mij op een ander katje: de afmetingen. De Nachtwacht is 3,63m hoog en 4,37m. Dat is nooit onmogelijk maar ‘k vrees toch een beetje voor huisvredebreuk dan 😉 Dus zoek ik naar een haalbare afmeting, niet te groot maar anderzijds ook niet te klein want zo 30 koppen moeten er ook niet op staan als Lego mini-figs. Ik denk dat ik het er morgen toch maar eens met mijn inlijster moet over hebben. Eén groot paneel lijkt me logistiek ook al niet evident. Misschien in 3 delen als een triptiek.

DANAË (6): slot

De laatste blog over het verhaal van Danaë. De tekening is nog niet helemaal klaar maar voor ik aan mijn zomerproject begin wil ik graag toch effe een dikke week rust nemen. Stay tuned after the break 😉

Zeus wil dus inspelen op Danaë’s nieuwsgierigheid. Door het raam in de kamer sluipt hij binnen vermomd als gouden luchtbellen. En dat doet hij heel subtiel. Door zich te vermommen als zeepbellen kan hij zo goed als onzichtbaar tot aan het verblijf van Danaë geraken. Eens door de venster veranderen de zeepbellen in fantastische gouden bollen.

Danaë is in de ban van deze felle warme bollen waarin ze zichzelf kan spiegelen. Nog nooit heeft ze zo’n mooie glanzende bollen gezien. Ze is een vogel voor de kat.

De tekening toont het moment waarop Zeus het appartement van Danaë binnen komt onder de vorm van zeepbellen/gouden bollen. Danaë wordt betrapt in haar slaap en kijkt onderzoekend naar deze vliegende figuren. Het typische aan dit soort beelden is dat ze meerdere scènes tegelijk omvat, alsof je een stukje stripverhaal in 1 stripvakje zou gaan persen. Zo zie je de onderweg transformerende bellen/bollen die overgaan van lucht naar goud. De houding van Danaë kan worden gezien als iemand die net ontwaakt en kijkt naar de eerste gouden bol maar als je je inbeeldt dat Zeus niet binnen komt maar het appartement verlaat, kan zou je bijna een gelijkaardig beeld kunnen hebben.

Het zijn dus altijd fijne dingen om te tekenen als er een verhaal in zit met een vleugje mysterie.

Bij deze dus de laatste blog over Danaë. De zomerblogs starten vanaf 12 juli. Tot dan ❤

Danaë (5)

Zeus weet best wel dat als hij zomaar aanbelt bij Danaë dat ze ten eerste de deur al niet zal openen maar hij riskeert misschien nog wel een deegrol op zijn kop te krijgen. Zeus is niet onaantrekkelijk maar hij is ook al wat van leeftijd en niet meer zo aantrekkelijk voor de jonge Danaë.

Zeus zal dus met een stevige list moeten komen om zowel koning Akrisios (die vanuit zijn toren nog steeds toezicht houdt op Danaë) als Danaë zelf om de tuin te leiden.

In mijn versie van het verhaal kiest Zeus niet voor de gouden regendruppels maar wel voor gouden zeepbellen. Met een gouden glans zijn ze pure verleiding voor Danaë maar omdat ze transparant zijn, zijn ze vanop afstand door Akrisios niet zichtbaar…wordt vervolgd in de laatste episode van Danaë aanstaande vrijdag.

Danaë (4)

De Danaë van Max krijgt meer en meer vorm. Terwijl ik teken krijgt ook mijn versie van het verhaal meer en meer vorm. Maar ik voel tegelijk dat ik na deze tekening toch wel een weekje of 2 vrij moet nemen want de energieheropbouw na de expo gaat echt niet meer zoals voorheen. En er zijn ook nog engagementen die moeten worden verzekerd: een expo in de “kathedraal” van Watervliet en het voorzien van een nieuwe wandeling in Herne. Beide zijn niet te missen maar daarover later meer…

De moderne Danaë zit niet opgesloten in een donkere toren zoals dat in de Disneyfilms het geval zou zijn. Op zich is er niets mis met Danaë. Alleen de voorspelling van het orakel mag kost wat kost niet uitkomen. Wat zou een moderne heerser doen? Een klooster is iets maar dat is lang niet modern. Neen, hij sluit zijn dochter fysiek af van de wereld maar hij wil ze niet wereldvreemd maken. Immers komt de dag dat ze hem zal opvolgen en dan moet ze toch op zijn minst Amsterdam van Parijs kunnen onderscheiden. Dus besluit Akrisios om zijn dochter in de penthouse van zijn buitenverblijf op te sluiten. Een prachtig zicht op zee en het binnenland en in de verte houdt Akrisios een oogje in het zeil.

Danaë kan zich dus in haar appartement voorbereiden op haar rol als aanstaande koningin. Alleen. Want een kleinkind, dat mag er niet van komen. Dat is te gevaarlijk voor Akrisios.

En alles loopt vlotjes tot Zeus op een doorsnee weekend met veel zon ook ’s naar zee trekt en beslist om toch eens een kijkje te gaan nemen in dat appartement van Akrisios. Goed wetende dat Akrisios niet en wel Danaë aanwezig is in die prachtige penthouse.

Zeus is een sluwe vent en ziet zijn kans schoon om de schone Danaë nog voor het ontbijt te verrassen terwijl ze nog slaapdronken is..

Danaë (3)

Tijdens of liever voor een sessie start wordt er meestal intensief heen-en-weer gemaild om de opdracht en het doel helder te stellen maar ook om input van het model zelf toe te laten. Ik hou van die interacties. Ze zijn leerrijk, dwingen me regelmatig tot herbekijken van het oorspronkelijke idee en in 99,5% van de gevallen wordt het finale beeld daardoor ook sterker.

In dit geval, waar we het oorspronkelijke schilderij enkel als een aanzet gaan gebruiken, is er veel marge om te komen tot nieuwe ideeën en nieuwe beelden. Wanneer we vertrekken van een gedachte als het schilderij van Gentileschi is veel mogelijk.

Bovendien is de pose (zie vorige blog) zo uniform dat je er vele kanten mee uit kan. Danaë wordt in de meeste gevallen rustig liggend op een bed of zetel gevonden. Het is duidelijk een verhaal dat als excuus werd gebruikt om een vrouwelijk naakt te mogen schilderen zonder “onzedig” te zijn. In de katholieke jaren 1500-1700 was dat het geval. Naakt was totaal uit den boze tenzij het om een verhaal ging waar het niet anders kon dan naakt. Hoe Rubens er telkens mee weggekomen is, het is mij een raadsel.

In de brainstorm rond dit thema en het schilderij botsten we op de schilderijen van Frédéric Bazille. Een illustere onbekende in onze streken maar – zoals ik zei – een interessante ontdekking.

Misschien had Frédéric wel hetzelfde idee dan ik? Wie weet. Ik kan het hem niet meer vragen. Frédéric werd op 29 jarige leeftijd doodgeschoten in de Frans-Duitse oorlog. Het zoveelste nutteloze slachtoffer. En dat geldt ook voor u mijnheer Poetin!

Maar Frédéric was zeker niet de enige die geïnspireerde raakte door deze leuke en tegelijk relaxe pose. Wanneer we op Google “reclining nude” als trefwoorden ingeven, dan zien we nog meer van deze poses in tal van schilderijen. Een meer recente (en bekende) versie is die van Kate Winslet in Titanic toen ze getekend werd door “king of the world” Leonardo Di Caprio.

Voor de gouden regen heb ik iets anders bedacht en ook mijn decor is veel moderner dan wat we hierboven te zien krijgen. Ik kies voor “ruimte” en niet echt voor een binnenscène. Ondanks dat het toren is, hoeven het niet persé allemaal muren te zijn. Allez, vandaag toch niet…

Danaë (2): immer de muze

Danaë is duidelijk een inspiratiebron voor vele kunstenaars. Bekend bij de Grieken, maar ook in Pompeï, bij de Italiaanse kunstenaars.

Het valt me op dat het verhaal de tijd en plaats helemaal loslaat. Vanuit de oudheid over de renaissance, de gouden eeuw, de rococo,…tot zelfs hedendaagse kunstenaars als Vadim Sakharov die enkel de gouden regen uitlicht en omvormt tot een scène waar je het effect van die gouden regen zelf kan ervaren.

Omdat ik nog niet veel technisch kan vertellen over mijn Danaë zet ik een flink aantal kunstenaars hier op een rijtje. Voor wat mijn versie betreft: onze Danaë zit opgesloten in een prachtige glazen kooi. De figuurlijke “gouden kooi” waar we allemaal al eens in belanden. Het oogt mooi en je wil er meteen in maar eens het zo ver is, dan voelt het na een tijd aan als een betonnen gevangenis. Er is nog niet veel van te zien maar goed, het is een begin hé 😉

Danaë (1): wie is?

Danaë is een interessante – en ook weer een beetje vergeten – figuur uit de Griekse mythologie. Ik blijf met dit verhaal en later bijhorende tekening, in de klassieke verhalen die o zo boeiend zijn maar als eens vergeten worden.

Danaë past in het rijtje van Galatea en Venus. Het verhaal is al even ongeloofwaardig dan dat van de anderen. In onze tijden is het “er over” om verhalen zo aan te dikken dat ze eigenlijk helemaal niet meer als realistisch over komen. En terwijl ik dit typ bedenk ik me dat we vandaag op zich maar al te graag vluchten in fake news, fictieve verhalen/TV-series die best echt lijken (realitysoaps).

Maar Danaë…de dochter van Eurydike en koning Akrisios. Booooring…Maar waar het spannend wordt is dat het orakel voorspelt dat Akrisios (de vader van Danaë) zal worden vermoord door zijn kleinzoon. Dus wat doet een plichtsgetrouwe vader? Die sluit zijn dochter op in een bronzen toren…tot ze aan de menopauze toe is… Het begint zowaar wat Rapunzel-dimensies te krijgen. Alleen mag Danaë wel naar de kapper 😉

Jacopo Tintoretto – Œuvre appartenant au Musée des Beaux-Arts de Lyon

Getrainde rokkenloper Zeus (gelet op de vele verkleedpartijen van Zeus begin ik zo’n flauw vermoeden te hebben dat hij ergens toch een halve Aalstenaar moet geweest zijn), had zijn oog laten vallen op Danaë. Hij verkleedde zich deze keer als…gouden regen 😳 en door een torenvenster lekte the golden shower op Danaë waardoor ze van de eerste keer zwanger geraakte.

De koning laat zijn dochter en kleinkind opsluiten in een houten kist en hup in de zee ermee. Maar Danaë had, de tijd dat ze in de toren opgesloten zat, alle Kuifje-albums gelezen. Want wie Kuifje leest, is een slim mens. Dus wist Danaë dat er altijd kansen zijn op overleven.

En ja hoor…visser Diktys kwam langs met zijn olietanker en viste Danaë en haar zoon uit het water. Nu moest toch wel toevallig de broer van die “eenvoudige visser” Diktys de koning van het eiland zijn waarop Diktys woont. Polydektes – de broer van Diktys – heeft nogal losse vingers en stal al regelmatig vee van zijn broer, dus zou het er niet op aan komen mocht hij ook deze vangst voor zich houden.

Zodoende werd Danaë de vrouw van de koning. Dit was ferm tegen de goesting van de zoon van Danaë, Perseus. Hierop eist Polydektes het hoofd van Medusa in ruil voor de “vrijlating” van Danaë. Perseus slaagt in de opdracht, kop eraf. Voor wie zo een beetje de verhalen hier al volgt, die weet dat wie naar Medusa kijkt verandert in steen.

Polydektes had niet gedacht dat Perseus het levend zou redden uit deze missie. Hij was dus verrast toen hij naar het afgehakte hoofd van Medusa keek en…hop…hij veranderde in steen. HOERA! Vreugde want Danaë was weer vrij.

Omdat ze nu mogen doen wat ze willen gaan Perseus en Danaë naar de kermis in Larisa. Larisa is een klein stadje ergens in Griekenland. Behalve een kerk en wat grote straten, valt er niet veel te zien. “de boerenbuiten” gelijk da we zeggen 😉 Maar goed kijk, ’t is het ideale dorpje voor een kermis en een beetje rust na al die drukte. Dus logeren ze in hotel Acropol, een doorsnee 2 sterrenhotel dat toch wel enige “opfrissing” kon gebruiken.

Er zijn tijdens de kermis atletiekspelen bezig. Voor ne gast gelijk Perseus is dat spek voor zijn bek. Hij betaalt 680 drachmes en zet zijn naam op de lijst. Akrisios, de vader van Danaë is ook op die spelen. Dat moet toch wel lukken. Wat zijn de kansen? Perseus kent Akrisios niet en vice versa. Ze waren dan ook jaren van mekaar gescheiden geweest. Maar ’t is plezant, ’t is kermis, oliebollen, vlaggen, uufflakke en atletiekspelen (vandaag Circusplaneet). Fun! Perseus doet gedreven mee en is nogal redelijk goed in zo van die atletiekspellen. Alleen het discuswerpen, daar is hij toch wel erg onhandig in. Hij had het thuis al eens geprobeerd maar snel opgegeven nadat hij enkele ruiten van het plaatselijke café had ingegooid.

Diskobolos in de Vaticaanse Musea.

Perseus gooit tijdens de spelen de discus erg onhandig tegen het hoofd van zijn bompa Akrisios. Bompa droeg toen nog geen helm en voila, een kap in zijne kop. Bompa voelt zich een beetje misselijk, begint te draaien en valt finaal ter plekke dood. Weg sfeer van de kermis. Maar het orakel had wel gelijk… Op welke plaats Perseus is geëindigd en of hij finaal met de gebraden kip naar huis mocht, is niet neergeschreven. Stom he…

Kleine epiloog: heb je gezien dat de discuswerper van het Vaticaan discobolos noemt? Echt waar. ’t Is maar als zoveelste kunstweetje van deze blog 😉

Botticelli: De Venus van Max (3)

Nog een beetje over hoe ook Botticelli in mijn tekenwerk terug te vinden is.

de “nornen”, buitenpaneel triptiek van de dood

En dat mag je dan weer even gaan vergelijken met Primavera, het schilderij van Botticelli.

Is het geen treffende gelijkenis? Neen? Eigenlijk heb je gelijk. De nornen zijn niet geïnspireerd op deze 3 dansende gratiën. Mijn versie is gebaseerd op een prachtig beeld uit het MSK. Een frivole dans van 3 meisjes. Maar dat beeld nadoen in het echt bleek veel complexer dan gedacht. En dus mijn versie een unieke versie maar wel met wat kruiden van onderstaand beeld 😉

Goed, terug naar de Venus. De tekening van pakweg 70x170cm vordert goed. De schets staat er inmiddels helemaal op en het is (hopelijk toch) wel duidelijk dat onze Venus een tas warme koffie vasthoudt. Ik hoop ook dat voor jou ook de link naar de Venus duidelijk is. Enfin, het verhaal rond de tekening staat nog niet stevig in beton maar het idee blijft wel: de geboorte van de koffie. Ik vind het best grappig om te maken 🙂

Botticelli: De Venus van Max (2)

Botticelli en Simonetta Vespucci zijn voor de rest der tijden onlosmakelijk van mekaar verbonden. Simonetta komt zoveel keer voor in zijn werken dat je haast zou vergeten dat ze gehuwd was met Marco Vespucci. Deze laatste was dan weer de broer van Amerigo Vespucci die zijn naam gaf aan een klein overzees landgebiedje zo ver weg van Italië en zo 😉

Simonetta is hét topmodel van de jaren 1460-1470 en zelfs ik maakte er al een (cover)tekening van. Ik vind trouwens dat ze wel wat weg heeft van de actrice van the handmaid’s tale.

Postuum portret van Simonetta Vespucci naar Piero Di Cosimo

Botticelli is zo geïnspireerd door Simonetta dat ze op zijn Primavera zelfs meerdere keren voorkomt. Ze is zelf nogal gemakkelijk te herkennen als “de rosse” in het beeld 😉

Maar het werk dat ik voornamelijk wil bespreken is De geboorte van Venus. Het schilderij stelt de aankomst van Venus voor op het eiland van de liefde: Kythira. Ze is er door de windgod Zephyros naartoe geblazen. Een van de Horen, godinnen van de seizoenen, reikt haar een mantel om haar naakte lichaam te bedekken. Venus heeft ook de naam Aphrodite., godin van de liefde, de oesters en de chocolade. De geboorte kan je in het schilderij behoorlijk letterlijk nemen. De venusschelp staat symbool voor de vagina en met al dat water errond moeten we er geen tekeningske bij: geboorte geslaagd.

De serieuzere mensen die kennen ook zeker de Venus van Milo uit het Louvre. Voor de flauwe grapjassen zoals ik: jullie kennen vast wel de sketch van Gaston & Leo met finaal de Velo van Minus.

En zodoende raakte ik nog maar eens geïnspireerd door zowel Botticelli als door Simonetta en tegelijk ook door mijn goede vriend Brecht H. die Coffee.Beez uitbaat. De lekkerste koffie ever of voor de kids ne jumbo chocomelk met die overdreven grote toef slagroom, m&m’s, marshmellows,… (hij heeft ’t nogal voor zoet en caloriekes but who cares, ’t is megalekker).

En dat allemaal bracht me op het idee om van deze Geboorte van Venus de variant “De Geboorte van Koffie” te maken. Ik zou ik niet zijn: mijn eerste gedacht wat een tekening 1/1…172,5 × 278,5 cm…Is da ni wat groot Van Hemel? Gade daarna weer komen janken dat ’t niet in uwen auto kan…

Na wat denkwerk kwam ik tot het Belgisch compromis: Ik maak de Venus evenhoog dan het originele maar met de focus op het centrum. Dus ligt er nu een plank in mijn atelier zo hoog als’t echt alleen een beetje minder breed… Het spel kan beginnen…

Eerdere artikels die ik schreef over Simonetta Vespucci:

24/365

KW04: Simonetta Vespucci

KW08: de geboorte van Venus

Botticelli: De Venus van Max (1)

De komende expo staat helemaal in het kader van werken tussen 1350-1650 of op zijn minst werken die ik zelf maakte en evengoed uit die tijdsband zouden kunnen komen. Ik ga mezelf niet herhalen (lees gerust de vorige blogs hierover). Eén van de kunstenaars uit die periode is Botticelli. Ik introduceerde Botticelli in de laatste blog van de reis naar Firenze/Florence. Botticelli is verstokt Florentein. Geboren in 1445 (overleden op 17 mei 1510) heeft hij zo goed als nooit Florence verlaten. Dat had zo zijn voordelen. Hij was namelijk goed geconnecteerd met De’ Medici’s. Maar tegelijk had dat erg veel effect op zijn werk.

Wie de geschiedenis van Florence een beetje kent weet dat naast De’ Medici’s de naam Savonarola (neen, dat is geen zeepverkoper) blijft hangen als een minder glorieuze periode. De’ Medici’s zijn daarom niet helemaal zuiver. Ze hebben de stad groots gemaakt maar tegelijk waren ze ook alleenheersers en dat is niet altijd een goed gegeven. Dat verklaart meteen ook het succes van de extremistische tegenstand door Savonarola. En dan weer weet iedereen dat extremen nooit goed zijn. Al werd het na een tijdje voor Savonarola ook te warm onder de voeten…

Tekening van de executie van Savonarola en zijn twee medewerkers in 1498, onbekende kunstenaar.(wikipedia)

Botticelli was dus – zoals we al eens zeggen – ne kazakdraaier. Eerst zijn werkgevers ophemelen, gaan voor het complete rationalisme en het neo-platonisme om daarna over te schakelen naar werken die pasten in de leer van de zeepmaker. Men zou zelfs durven denken met enige spot naar zijn vroegere vrienden. Of was het een noodzaak om eigen leven veilig te stellen? Kan zijn…

Bij deze blog om te finaliseren enkele van de bekendste werken van Botticelli. Ik kom er bij de volgende blogs nog verder op terug.

Portret van 4 (deel 3)

De afwerking doet alles en details maken het beeld “echt” en levendiger. Zo kreeg het parelsnoer een prominente plaats in het beeld. Voor wie, zoals ik, denkt dat het slotje dan op zijn minst naar achter moet, het is een “sierslot”. Het is de bedoeling dat het zichtbaar is 😉

Dan rest finaal nog de achtergrond en het “enhancen” of het verhogen van de contrasten. Ik noem het dikwijls al grappend dat ze nog moeten geschminkt worden. Het verschil spreekt voor zich denk ik…

Een werk is nooit klaar zonder dat er een mooie lijst rond komt. Zoals dat al vele jaren het geval is reken ik op mijn vaste waarde Hugo Martens om mij daarbij te voorzien van de meerwaarde. Eigenlijk zou je een kader rond de tekening kunnen vergelijken als lekker eten dat je niet uit een kartonnen maar uit een porseleinen bord eet. Het is hetzelfde eten maar het smaakt zoveel beter. En Hugo die lijst voor mij alles in met ontspiegeld glas. Een meerkost maar super de moeite waard. Na het inlijsten pakt hij het geheel in met bubbelfolie. ’t Is maar voor mocht ge u afvragen waarom dat beeld plots zo raar oogt…

Portret van 4 (deel 2)

Intussen is er al weer wat te vertellen over de evolutie van het portret. Er kwam een kapper, een nieuwe bril aan te pas en inmiddels (tussen foto en tekening) is er ook nog een stoppelbaard bij gekomen. Esthetische ingrepen nodig in de tekening tov de oorspronkelijke foto’s. Gelukkig kreeg ik al nieuw beeldmateriaal van kapsel en bril voor de schetsen er kwamen. De stoppelbaard bij de vader improviseer ik wel bovenop de schets.

Ik ga niet elke figuur apart belichten maar vader Luc wil ik wel ’s in the picture zetten bij deze. Hij was bepalend voor de kleuren en de intensiteit van de anderen. Ook dat is een uitdaging bij een groepsportret: alle figuren krijgen best een vergelijkbare kleurtint. Op (losse) foto(s) wordt door het oog aanvaard dat het ene gezicht wat roder of blauwer is dan het andere. Onze gedachten plakken dat allemaal perfect aan mekaar. Tot je alles op één beeld plakt en dan klopt het beeld plots niet meer. L’art du metier.

Hieronder nog ter illustratie hoe de laatste figuur invloed heeft op de finale afwerking van alle andere figuren en de achtergrond.