Danaë (2): immer de muze

Danaë is duidelijk een inspiratiebron voor vele kunstenaars. Bekend bij de Grieken, maar ook in Pompeï, bij de Italiaanse kunstenaars.

Het valt me op dat het verhaal de tijd en plaats helemaal loslaat. Vanuit de oudheid over de renaissance, de gouden eeuw, de rococo,…tot zelfs hedendaagse kunstenaars als Vadim Sakharov die enkel de gouden regen uitlicht en omvormt tot een scène waar je het effect van die gouden regen zelf kan ervaren.

Omdat ik nog niet veel technisch kan vertellen over mijn Danaë zet ik een flink aantal kunstenaars hier op een rijtje. Voor wat mijn versie betreft: onze Danaë zit opgesloten in een prachtige glazen kooi. De figuurlijke “gouden kooi” waar we allemaal al eens in belanden. Het oogt mooi en je wil er meteen in maar eens het zo ver is, dan voelt het na een tijd aan als een betonnen gevangenis. Er is nog niet veel van te zien maar goed, het is een begin hé 😉

Danaë (1): wie is?

Danaë is een interessante – en ook weer een beetje vergeten – figuur uit de Griekse mythologie. Ik blijf met dit verhaal en later bijhorende tekening, in de klassieke verhalen die o zo boeiend zijn maar als eens vergeten worden.

Danaë past in het rijtje van Galatea en Venus. Het verhaal is al even ongeloofwaardig dan dat van de anderen. In onze tijden is het “er over” om verhalen zo aan te dikken dat ze eigenlijk helemaal niet meer als realistisch over komen. En terwijl ik dit typ bedenk ik me dat we vandaag op zich maar al te graag vluchten in fake news, fictieve verhalen/TV-series die best echt lijken (realitysoaps).

Maar Danaë…de dochter van Eurydike en koning Akrisios. Booooring…Maar waar het spannend wordt is dat het orakel voorspelt dat Akrisios (de vader van Danaë) zal worden vermoord door zijn kleinzoon. Dus wat doet een plichtsgetrouwe vader? Die sluit zijn dochter op in een bronzen toren…tot ze aan de menopauze toe is… Het begint zowaar wat Rapunzel-dimensies te krijgen. Alleen mag Danaë wel naar de kapper 😉

Jacopo Tintoretto – Œuvre appartenant au Musée des Beaux-Arts de Lyon

Getrainde rokkenloper Zeus (gelet op de vele verkleedpartijen van Zeus begin ik zo’n flauw vermoeden te hebben dat hij ergens toch een halve Aalstenaar moet geweest zijn), had zijn oog laten vallen op Danaë. Hij verkleedde zich deze keer als…gouden regen 😳 en door een torenvenster lekte the golden shower op Danaë waardoor ze van de eerste keer zwanger geraakte.

De koning laat zijn dochter en kleinkind opsluiten in een houten kist en hup in de zee ermee. Maar Danaë had, de tijd dat ze in de toren opgesloten zat, alle Kuifje-albums gelezen. Want wie Kuifje leest, is een slim mens. Dus wist Danaë dat er altijd kansen zijn op overleven.

En ja hoor…visser Diktys kwam langs met zijn olietanker en viste Danaë en haar zoon uit het water. Nu moest toch wel toevallig de broer van die “eenvoudige visser” Diktys de koning van het eiland zijn waarop Diktys woont. Polydektes – de broer van Diktys – heeft nogal losse vingers en stal al regelmatig vee van zijn broer, dus zou het er niet op aan komen mocht hij ook deze vangst voor zich houden.

Zodoende werd Danaë de vrouw van de koning. Dit was ferm tegen de goesting van de zoon van Danaë, Perseus. Hierop eist Polydektes het hoofd van Medusa in ruil voor de “vrijlating” van Danaë. Perseus slaagt in de opdracht, kop eraf. Voor wie zo een beetje de verhalen hier al volgt, die weet dat wie naar Medusa kijkt verandert in steen.

Polydektes had niet gedacht dat Perseus het levend zou redden uit deze missie. Hij was dus verrast toen hij naar het afgehakte hoofd van Medusa keek en…hop…hij veranderde in steen. HOERA! Vreugde want Danaë was weer vrij.

Omdat ze nu mogen doen wat ze willen gaan Perseus en Danaë naar de kermis in Larisa. Larisa is een klein stadje ergens in Griekenland. Behalve een kerk en wat grote straten, valt er niet veel te zien. “de boerenbuiten” gelijk da we zeggen 😉 Maar goed kijk, ’t is het ideale dorpje voor een kermis en een beetje rust na al die drukte. Dus logeren ze in hotel Acropol, een doorsnee 2 sterrenhotel dat toch wel enige “opfrissing” kon gebruiken.

Er zijn tijdens de kermis atletiekspelen bezig. Voor ne gast gelijk Perseus is dat spek voor zijn bek. Hij betaalt 680 drachmes en zet zijn naam op de lijst. Akrisios, de vader van Danaë is ook op die spelen. Dat moet toch wel lukken. Wat zijn de kansen? Perseus kent Akrisios niet en vice versa. Ze waren dan ook jaren van mekaar gescheiden geweest. Maar ’t is plezant, ’t is kermis, oliebollen, vlaggen, uufflakke en atletiekspelen (vandaag Circusplaneet). Fun! Perseus doet gedreven mee en is nogal redelijk goed in zo van die atletiekspellen. Alleen het discuswerpen, daar is hij toch wel erg onhandig in. Hij had het thuis al eens geprobeerd maar snel opgegeven nadat hij enkele ruiten van het plaatselijke café had ingegooid.

Diskobolos in de Vaticaanse Musea.

Perseus gooit tijdens de spelen de discus erg onhandig tegen het hoofd van zijn bompa Akrisios. Bompa droeg toen nog geen helm en voila, een kap in zijne kop. Bompa voelt zich een beetje misselijk, begint te draaien en valt finaal ter plekke dood. Weg sfeer van de kermis. Maar het orakel had wel gelijk… Op welke plaats Perseus is geëindigd en of hij finaal met de gebraden kip naar huis mocht, is niet neergeschreven. Stom he…

Kleine epiloog: heb je gezien dat de discuswerper van het Vaticaan discobolos noemt? Echt waar. ’t Is maar als zoveelste kunstweetje van deze blog 😉

Botticelli: De Venus van Max (3)

Nog een beetje over hoe ook Botticelli in mijn tekenwerk terug te vinden is.

de “nornen”, buitenpaneel triptiek van de dood

En dat mag je dan weer even gaan vergelijken met Primavera, het schilderij van Botticelli.

Is het geen treffende gelijkenis? Neen? Eigenlijk heb je gelijk. De nornen zijn niet geïnspireerd op deze 3 dansende gratiën. Mijn versie is gebaseerd op een prachtig beeld uit het MSK. Een frivole dans van 3 meisjes. Maar dat beeld nadoen in het echt bleek veel complexer dan gedacht. En dus mijn versie een unieke versie maar wel met wat kruiden van onderstaand beeld 😉

Goed, terug naar de Venus. De tekening van pakweg 70x170cm vordert goed. De schets staat er inmiddels helemaal op en het is (hopelijk toch) wel duidelijk dat onze Venus een tas warme koffie vasthoudt. Ik hoop ook dat voor jou ook de link naar de Venus duidelijk is. Enfin, het verhaal rond de tekening staat nog niet stevig in beton maar het idee blijft wel: de geboorte van de koffie. Ik vind het best grappig om te maken 🙂

Botticelli: De Venus van Max (2)

Botticelli en Simonetta Vespucci zijn voor de rest der tijden onlosmakelijk van mekaar verbonden. Simonetta komt zoveel keer voor in zijn werken dat je haast zou vergeten dat ze gehuwd was met Marco Vespucci. Deze laatste was dan weer de broer van Amerigo Vespucci die zijn naam gaf aan een klein overzees landgebiedje zo ver weg van Italië en zo 😉

Simonetta is hét topmodel van de jaren 1460-1470 en zelfs ik maakte er al een (cover)tekening van. Ik vind trouwens dat ze wel wat weg heeft van de actrice van the handmaid’s tale.

Postuum portret van Simonetta Vespucci naar Piero Di Cosimo

Botticelli is zo geïnspireerd door Simonetta dat ze op zijn Primavera zelfs meerdere keren voorkomt. Ze is zelf nogal gemakkelijk te herkennen als “de rosse” in het beeld 😉

Maar het werk dat ik voornamelijk wil bespreken is De geboorte van Venus. Het schilderij stelt de aankomst van Venus voor op het eiland van de liefde: Kythira. Ze is er door de windgod Zephyros naartoe geblazen. Een van de Horen, godinnen van de seizoenen, reikt haar een mantel om haar naakte lichaam te bedekken. Venus heeft ook de naam Aphrodite., godin van de liefde, de oesters en de chocolade. De geboorte kan je in het schilderij behoorlijk letterlijk nemen. De venusschelp staat symbool voor de vagina en met al dat water errond moeten we er geen tekeningske bij: geboorte geslaagd.

De serieuzere mensen die kennen ook zeker de Venus van Milo uit het Louvre. Voor de flauwe grapjassen zoals ik: jullie kennen vast wel de sketch van Gaston & Leo met finaal de Velo van Minus.

En zodoende raakte ik nog maar eens geïnspireerd door zowel Botticelli als door Simonetta en tegelijk ook door mijn goede vriend Brecht H. die Coffee.Beez uitbaat. De lekkerste koffie ever of voor de kids ne jumbo chocomelk met die overdreven grote toef slagroom, m&m’s, marshmellows,… (hij heeft ’t nogal voor zoet en caloriekes but who cares, ’t is megalekker).

En dat allemaal bracht me op het idee om van deze Geboorte van Venus de variant “De Geboorte van Koffie” te maken. Ik zou ik niet zijn: mijn eerste gedacht wat een tekening 1/1…172,5 × 278,5 cm…Is da ni wat groot Van Hemel? Gade daarna weer komen janken dat ’t niet in uwen auto kan…

Na wat denkwerk kwam ik tot het Belgisch compromis: Ik maak de Venus evenhoog dan het originele maar met de focus op het centrum. Dus ligt er nu een plank in mijn atelier zo hoog als’t echt alleen een beetje minder breed… Het spel kan beginnen…

Eerdere artikels die ik schreef over Simonetta Vespucci:

24/365

KW04: Simonetta Vespucci

KW08: de geboorte van Venus

Botticelli: De Venus van Max (1)

De komende expo staat helemaal in het kader van werken tussen 1350-1650 of op zijn minst werken die ik zelf maakte en evengoed uit die tijdsband zouden kunnen komen. Ik ga mezelf niet herhalen (lees gerust de vorige blogs hierover). Eén van de kunstenaars uit die periode is Botticelli. Ik introduceerde Botticelli in de laatste blog van de reis naar Firenze/Florence. Botticelli is verstokt Florentein. Geboren in 1445 (overleden op 17 mei 1510) heeft hij zo goed als nooit Florence verlaten. Dat had zo zijn voordelen. Hij was namelijk goed geconnecteerd met De’ Medici’s. Maar tegelijk had dat erg veel effect op zijn werk.

Wie de geschiedenis van Florence een beetje kent weet dat naast De’ Medici’s de naam Savonarola (neen, dat is geen zeepverkoper) blijft hangen als een minder glorieuze periode. De’ Medici’s zijn daarom niet helemaal zuiver. Ze hebben de stad groots gemaakt maar tegelijk waren ze ook alleenheersers en dat is niet altijd een goed gegeven. Dat verklaart meteen ook het succes van de extremistische tegenstand door Savonarola. En dan weer weet iedereen dat extremen nooit goed zijn. Al werd het na een tijdje voor Savonarola ook te warm onder de voeten…

Tekening van de executie van Savonarola en zijn twee medewerkers in 1498, onbekende kunstenaar.(wikipedia)

Botticelli was dus – zoals we al eens zeggen – ne kazakdraaier. Eerst zijn werkgevers ophemelen, gaan voor het complete rationalisme en het neo-platonisme om daarna over te schakelen naar werken die pasten in de leer van de zeepmaker. Men zou zelfs durven denken met enige spot naar zijn vroegere vrienden. Of was het een noodzaak om eigen leven veilig te stellen? Kan zijn…

Bij deze blog om te finaliseren enkele van de bekendste werken van Botticelli. Ik kom er bij de volgende blogs nog verder op terug.

Lilith 2 in HD (nieuwe foto)

Omdat ik de wissellijst voor de expo van het komende weekend nodig had, heb ik deze Lilith-tekening ontdaan van haar lijst. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er een nieuwe foto van te maken en deel deze nieuwe versie in HD met plezier met jullie.

Hoop jullie (beperkt) te zien dit weekend op de expo te Desselgem 🙂

Buren bij Kunstenaars 2020: Lilith & tekendemo

Met speciale coronazorg gaat dit jaar toch een BBK door in heel West-Vlaanderen. Een vernieuwde formule  in 89ART Gallery te Desselgem – met dank aan Frank Vanhooren – : met mezelf, Dirk Bossouw, Chris Cracco, Frank Vanhooren, Christine Claerhout, Kathy Eeckhout, Jan Verscheuren & op wandelafstand ook nog 2 Contemporary Art Gallery met Christine Vanhove, Robert ‘Bob’ Stevens en Frank Vanhooren.

Ik presenteer tijdens dit weekend (17 & 18 oktober) de Lilithreeks met bijhorende verhaal en zal er zelf ter plekke ook nog een tekendemo geven. Allen welkom aan de Nieuwstraat 89a te Desselgem (en vergeet uw mondmasker niet aub).

Meer over Lilith via www.maxvanhemel.be

358/365: de bewaker van de deur van de liefde

Blog 332 ging al over de 3 bewakers van de poort naar het Aards paradijs. Blog 332 ging over de bewaker van het vleselijke genot. Hieronder zie je de 2e bewaker. Ze is de bewaakster van de platonische liefde. Zou je, om toegang te krijgen tot het Aards paradijs, alle liefde achter je laten? De vriendschap die je voelt voor iemand anders, voor je hond, voor jezelf of de gemeenschap? Geen besef meer hoeveel mensen er rondom je zijn. Een apathisch maar eeuwig leven. Your choice to make…

De triptiekenreeks is het vervolg op de Lilith-reeks. De laatste triptiek is die van de liefde. Dat wordt nog wel wat als je leest op wat je allemaal getest wordt voor je door die deur/poort mag 😉

 

 

357/365: ik doe het zelf wel

Ik heb me niet echt uitgesproken over de hele heisa rond “subsidies” in de cultuursector. Ik noteer “subsidies” omdat men het binnen de cultuursector graag “investeringen” zou willen noemen.

Natuurlijk heb ik een gedacht/visie over subsidies aan cultuur. Al moet iedereen die voor subsidies in de culturele sector ook moet beseffen dat je geld maar 1x kan uitgeven. Geld aan cultuur kan dus niet naar andere doelen gaan (ik laat het aan u om deze doelen zelf in te vullen, van “ze zouden beter” tot “ze moeten niet”)…

Wat mij blijft opvallen is dat de toneelsector meteen het publiek op het podium krijgt, de muziekmakers samen een lied zingen. De beeldenmakende sector daarentegen, grote (gesubsidieerde) organisaties die…doen niets. Iets klein, lokaals in het beste geval. “Maar het SMAK was toch een dag gesloten” hoor ik u al zeggen…Laat ons nu eerlijk zijn, een museum sluiten voor een dag daar hebben de medewerkers alleen een leuke dag aan en dat is een beetje als geen rijdende treinen of bussen: de bezoeker heeft er geen zak aan! Daarmee bekom je alleen maar het gevoel dat het beter is dat het museum permanent zijn deuren sluit. En als dat de beste actie is die het SMAK kan verzinnen, dan mag ik ook wel besluiten dat dat museum maar héél erg weinig progressief is in haar acties. Mah bon, mijn betoog was eerder van: waarom komt er geen oproep voor de beeldende kunsten om zich bvb te verzamelen op een plein, breng 1 kunstwerk mee en toon aan de mensen wat ze missen als er geen steun meer komt. Maar de beeldenmakers zijn niet gewoon om samen te werken, ze werken alleen. En daar knelt het/mijn schoentje. Al jaren zijn het individualisten die mekaar als afkijkers en rechtstreekse concurrenten beschouwen. Staan we samen dan niet sterker?

Maar dan subsidies…Stel dat de subsidies niet worden geknipt. Droom dat ze zelfs terug naar de volle 100% van vroeger gaan. Waar gaan die subsidies dan naartoe? De grote happen gaan naar de grote klassieke huizen. Voor Gent is dat NTGent, Vooruit, de klassieke musea, Nucleo, kunstscholen, CJK,… Huizen die allemaal politiek verzuild zijn en waar je niet zomaar binnen geraakt. Je moet of geselecteerd zijn door de (gekleurde) jury of je moet zelf de juiste lidkaart in handen hebben. Dit maakt het voor de individuele kunstenaar en onafhankelijke organisatie erg moeilijk. Deze laatsten krijgen geen subsidies of de kruimels die overblijven nadat de slokoppen de taart hebben binnen gespeeld. En dan zou ik durven stellen dat er dringend een herstructurering van die subsidies nodig is. Binnen de politiek verzuilde instellingen maar evengoed dient te worden geïnvesteerd in efficiëntie en deftig management. We moeten er ook geen doekjes om winden:  de cultuursector is niet zo goed met het kwaliteitsvol besteden van de subsidies.

Als derde wil ik de Dienst Cultuur van Stad Gent citeren: “1/ Structurele kosten of kosten van investeringen op lange termijn komen niet in aanmerking voor de projectsubsidie.” De subsidie van Stad Gent is niet de subsidie die Jambon knipt maar ik kan mij niet ontdoen van de gedachte dat Stad Gent haar eigen subsidies 100% vanuit eigen stadsbelastingen haalt. Dus lees het goed: investeringen komen niet in aanmerking (voor organisatoren van projecten). Daarbij kan je je de bedenking maken: dus als een organisatie wil duurzaam investeren, een aankoop maken om meerdere keren te gebruiken over meerdere organisatoren en expo’s, dan krijgen ze daarvoor geen steun van Stad Gent. Dan vraag je mij wel “maar dan krijg je in ruil wel de drank en het eten terug?”  Ik citeer dan weer Stad Gent: “2/ Kosten verbonden aan catering komen eveneens niet in aanmerking voor een projectsubsidie” En dan krijg ik als individueel kunstenaar en organisator heel veel lood in de schoenen. Zo bvb toen ik vroeg aan Stad Gent om samen te investeren in permanente LED-verlichting voor De Campagne (geschatte kostprijs rond de 1000euro) kreeg ik een robuuste “njet”. Dat is een investering. Mijn argumenten dat het veel veiliger (brandgevaar) is, dat het voor alle komende tentoonstellingen kan gebruikt worden voor eender welke organisatie,…etc Het kon niet baten. Njet is njet. En op die momenten wil ik dan wel ’s weten, hoeveel mensen komen naar al die kleinschalige projectjes in de buurt, projectjes die gratis zijn en voor een breed publiek toegankelijk tov de grote huizen. Hoeveel van de artiesten, kunstenaars, cultuurmakers (waaronder bv ook technici) beginnen hun carrière bij die kleine organisaties? En waarvan de grote huizen de (financiële) parels oprapen met de inspanningen die de kleintjes voor hen hebben geleverd?

Binnen het organiseren heb ik het van de 20jaar 14jaar gedaan zonder subsidies. Dat ging ook. De laatste, grote events zouden zonder de subsidies van Stad Gent niet mogelijk zijn. Ik ben hen daarvoor erg dankbaar. De subsidie dekt ongeveer 20% van de kosten. Maar het kan beter, het kan efficiënter, het kan kwalitatiever en doeltreffender.

 

332/365: de bewaker van de deugd

Bij het einde van het Lilith-verhaal plaatste ik 3 bewakers aan de hemelpoorten. Zij hebben als taak ons te testen op onze aardse verlangens.

Tussen de werelden van het Aards paradijs en onze dagelijkse wereld heerst een strenge scheiding. De werelden onderscheiden mekaar door de kennis van goed en kwaad. De grens wordt bewaakt door de sleutelbewaarster. Als wezen met kennis geeft ze zich, in zwakke momenten, over tot vleselijk genot. Het is niet de eerste keer dat een geduldige overloper daar gebruik van maakt. Maar wees niet overmoedig. De sleutelbewaarster is onverbiddelijk. Wie wordt betrapt wordt verstoten naar de wereld van eeuwige pijn en marteling.

331/365: de zoet-zure minnaar

Tijdens de opbouw van een project geef ik ideeën, impulsen mee aan het model. Zij moeten dan – vanuit eigen verbeelding – een beeld maken. Deze techniek laat me toe om telkens nieuwe poses te maken. Ik geloof niet dat een kunstenaar zichzelf continu kan blijven uitvinden. Wie niet in interactie gaat met andere mensen vervalt in het (commerciële?) cliché en doet aan bandwerk.

Bij de eerste Lilith-tekeningen was de appel meer een zoet-zure minnaar die allerhande verleidelijke woordjes in je oor fluistert. De 2e in rij van de Lilith-tekeningen…

319/365: appelkrijtje

Er zijn in de 365-reeks ook al appeltekeningen geweest die niet “af” waren en dus niet verder zijn opgenomen in de reeks. Deze is ook zo eentje maar het is wel een specialleke. Want alle appelvrouwtjes zijn potloodtekeningen (kleur of grijs maar toch potlood) terwijl deze een krijt op doek-tekening is. De tekening op zich is niet mis maar ze paste niet in de verdere reeks, daarom werd ze niet opgenomen.

300/365: chronologie

Woohiiii 300! En fier dat ik ben dat ik het tot 300 heb geschopt. Nog 65 te gaan. Dat moet haalbaar zijn. Vandaag de eerste tekening uit de Lilith-reeks. In de presentatie/het verhaal is ze niet de eerste maar chronologisch naar volgorde van tekenen is deze het eerste appelvrouwtje. Toen lagen nog meerdere appels rond het model. Later werd dat 1 appel als centraal symbool.

Triptiek van het leven: première

Ik verschiet zelf een beetje van hoe lang geleden ik al een eerste post plaatste over deze tweede triptiek. Het is al van februari 2017. En dan heb ik er duidelijk al een hele tijd over gedacht hoe dat beeld zich zou moeten vormen. Er zijn (nog) maar 4 blogs over deze triptiek geschreven.

Na de expo wil ik terug naar dit soort blogs. Verder weg van de snelle, vluchtige Facebookberichten maar terug naar meer inhoud, wat leuk en interessant is. Bloggen over wat er in mijn hoofd zit en (voor jullie en ook voor mezelf) evoluties kunnen opvolgen adhv schrijfsels.

Volgende week gaat triptiek 2 in première en het was/is verdomd moeilijk om er over te zwijgen. Er zitten zoveel elementen in die ik graag wil tonen, zoveel kleine verhaaltjes en referenties. Maar goed, nog één weekje en dan vertel ik allemaal in levende lijve. En daarna staan er weer nieuwe projectjes op stapel + start ik aan de aanzet van triptiek 3 (want daar mag ik nu niet aan beginnen…te veel hooi op dat vork weet je wel 😉 )

296/365: multimodel

In deze laatste aanloop naar de 365e tekening komen heel wat Lilith-tekening voorbij. Ik heb ze – een beetje bewust – tot het einde gehouden. In de Lilith-reeks heb ik geprobeerd zoveel mogelijk verschillende modellen te tekenen. De bedoeling was/is dat je als kijker niet kan uitmaken wie Eva is en wie Lilith is en zodoende je eigen verbeelding moet aanspreken om het verhaal rond te krijgen. Toch zijn er een paar uitzonderingen. Model G kon zich zo goed inleven in het verhaal dat er dus meerdere tekeningen volgden. Zij is ook het model dat ik als profieltekening gebruik (die in de appel bijt)

289/365: de bevruchting van Eva

In ons bijbelsverhaal kent iedereen het deel van de appel. Lilith geeft Adam en Eva de appel van kennis van goed en kwaad. Om het verhaal netjes en kort te houden gaat het vanaf daar erg snel. Zijn Goddelijkheid schiet uit zijn krammen, brult met veel echo en een veel te zware stem het hele paradijs bij mekaar en schopt bvba A&E het paradijs uit. Waar de bijbel het dan niet meer over heeft is het mooiste moment dat daarop volgt. Namelijk: de liefde tussen mensen. Want stel je voor dat die appel er niet was gekomen, dan zouden we ook geen liefde kennen. Dus voortaan zeggen we met z’n allen: “dank u Lilith” 😉

280/365: het centrale paneel

De eerste triptiek ging rond “de dood”. Als vervolg op het Lilith-verhaal (het leven in het aards paradijs) stelde ik me de vraag wat de 3 kernwoorden zijn van het leven buiten het aards paradijs. Ik kwam tot leven, liefde, dood. The circle of life zeg maar. De eerste triptiek was die van de dood. Het centrale beeld meet ongeveer 140x100cm. Het grootste vel papier dat ik toen kon vinden. Het hele verhaal van de triptiek en de evoluties ervan kan je vinden in de blogs.

Triptiek van het leven: de wiskundige benadering

Terwijl de Bruegel-blogs volgden en de 365-blogs nog steeds verschijnen werk ik hard achter de schermen. Letterlijk en figuurlijk. Niet alleen om de expo Magie tot een overweldigend einde te brengen maar zeker om mijn tweede triptiek tegen eind september klaar te krijgen. Dat lijkt een maand te vroeg maar dat is het allerminst. De inlijster moet immers nog langs, of liever de triptiek moet nog langs de inlijster. Die zal ze voorzien van een lamineerlaag (zie ook de eerste triptiek) en daarna komt er een lijst rond. Dan wordt het spannend want gelet op het gewicht is de vraag nog hoe stabiel dit werk in zijn geheel zal zijn. Aan een muur zal dat zeker geen probleem zijn maar om ze te presenteren op een schildersezel wordt dat wat anders.

Dus: naarstigheid!

Bij een Facebookoproepje een paar maanden geleden waren de meningen verdeeld over of ik ook een blogreeks zou maken over deze tweede triptiek dan wel of ik de volledige verrassing hou tot bij de opening. Ik heb tot nu toe niet veel prijs gegeven maar vandaag maak ik daar even een uitzondering op. Onderstaand tafereel is een stukje achtergrond uit het centrale paneel en meet ongeveer 25 bij 25cm. In wiskundige termen wordt dat 625cm². Dat klinkt stoer he?!

Wel, de totale triptiek meet zo’n 98.800cm² en het stukje dat je hier te zien krijgt is dus 0,6% ofte 6 duizendsten van het totaal van het tafereel. Als je dit al de moeite vindt, stel u voor dat het paneel u dus nog zeker 100keer meer kan verbazen 😉

(en dat het écht kleurpotlood is, dat zie je aan mijn hand 😀 )