MAX ON TOUR 2023

Nu te zien!

Lid van de werkgroep Kunst in het Dorp
WZC St Felix – Herne – org. Herne Kunsttelt (doorlopend) –
Wandeling door Herne met kunstbeelden – hier meer info

In planning

Meikermis-expo – Wondelgem (6-7 mei)
Kunstsalon – Drongen (18-21 mei)
Kunst in Leiestraat – De Leeuw – Zulte (juli)
Kunst in het Dorp – Bellingen ( 9-17 september)

Helaas voorbij

KMSKA – kerst 2022 (22 december 2022 tot en met 22 januari 2023)

OVER GOD &VAN GOGH: de glazen bol (06)

Over Van Eyck weten we niet veel maar er is wel al veel geschreven over zijn/hun kunnen. Eén van die dikke kloefers van boeken is de catalogus van de expo “Van Eyck – Een optische revolutie“. Heb je de expo gemist of had je net een ticket in de coronaperiode dan heb je toch wel wat gemist. Maar anderzijds is het een goede reden om eens naar Gent, Brugge of Antwerpen af te zakken. De werken (het totaal aan werken dan) is zo wat verspreid over de hele wereld maar dit is toch al iets dichter bij huis 😉 Kijk hier naar een paar clips over de voorbije expo.

In die expo/catalogus leer je al snel dat Van Eyck niet de uitvinder was van de olieverf. Dat was iemand anders. Wat Jan Van Eyck zeker wel op zijn naam mag zetten is het verder uitdiepen van licht- en kleurinvloeden door reflectie. Niet dat hij de enige was die er mee bezig was maar vanuit onze tijd gezien was hij zeker een ambassadeur van de toepassing.

In de tekening van God zijn vele parels te zien. Allen hebben een invloed van licht/donker, van de richting van de lichtinval en van de kleuren die hen omgeven. Maar vergis je niet, het zijn niet alles parels wat de klok slaat. In de onderstaande reeks zie je enkel parels. Licht komende van rechtsboven (vanuit ons perspectief gezien). Telkens een sikkel aan donkergroene reflectie. Echter in het beeld rechts (een detail net onder de SABAWT-tekst) zie je een mengeling van parels met duidelijk erg doorzichtige glazen bollen. Die vallen op het eerste zicht en in de overdaad aan versieringen niet op maar ze zijn er wel en maken degelijk een verschil.

De inkleuring van de glazen parels ten opzichte van de echte is helemaal anders. De reflectie van het licht is anders maar ook de kleur. De glazen parels laten het daglicht door en hebben daardoor een meer gele sikkel door het zonlicht. De echte parels hebben eerder een zacht, gebroken witte/licht groene sikkel.

Net zoals in mijn foto van glasparels boven is Van Eyck gekend voor het correct weergeven van de lichtinval in functie van waar het schilderij finaal zou komen te hangen. Het summum van die praktijk vinden we terug in “het portret van het echtpaar Arnolfini” alwaar Van Eyck zichzelf schildert in de reflectie van de spiegel op de achtergrond. Dezelfde reflecties vinden we terug in het schilderij “Madonna met kannunik Van der Paele” of in het paneel van de musicerende engelen (onderdeel van het retabel van het Lam Gods). Hieronder enkele details van de reflecties.

En hieronder de tussentijdse vorderingen. Ik word haast knettergek van het inkleuren van al die bolletjes 😉 Weet je aan wat die centrale juwelenplaat mij soms doet denken? Klik dan hier…

Over God &Van Gogh: God of Jezus? (04)

Deze week kreeg ik in een reactie op Facebook de terechte opmerking van Dany Hendrickx of ik nu dan wel God of Jezus aan het tekenen ben. Dany is bekend stadsgids in Gent. Onder andere reïncarneert hij tijdens de Gentse Feesten Lieven Bauwens of Edward Anseele. Dany brengt nog vele Gentse figuren tot leven en zodoende kent hij de Gentse geschiedenis op zijn duimpje.

Toevallig was ik vorige week nog in mijn archieven gedoken en ergens gekneld tussen 2 dikke boeken zat nog het boekje van Alfons Lieven Dierick “Het Lam Gods” verborgen. Ik kocht het boekje ook al in mijn illusie het verdwenen paneel ooit terug te vinden. Het boekje geeft op zich wel een snel en goed overzicht waarom je – als je in Gent bent – zeker ’s naar dat retabel moet gaan kijken. Het is gelijk Manneke Pis, het Atomium of Historium bezoeken maar dan beter 😉 Het boekje heeft het ook over de kwestie die Dany aankaart…

De godsfiguur boven de aanbidding van het Lam stelt de kunst-historici voor een moeilijke vraag: is ze een voorstelling van Christus in majesteit, of een afbeelding van de Vader? Voor de eerste opvatting pleiten ongetwijfeld de gelijkenis met de “Deësis“-compositie en het wijzend gebaar van Sint-Jan dat, vooral in deze retabel, de zinvolle begeleiding kan zijn van zijn uitspraak: ziedaar het Lam Gods. De herhalingsmotieven op het rugtapijt van de troon – druiventrossen en wijnranken, een pelikaan die zijn jongen voedt – vormen duidelijke symbolen: de naam Jezus Christus staat er trouwens bij vermeld. Opmerkenswaardig is nog dat de kruisvaarders op het linker zijpaneel, volgens een origineel onderschrift*, strijders voor Christus genoemd.

* het volledige opschrift is pas na de restauratie volledig zichtbaar geworden

Voor de Vader-hypothes argumenteert men met de teksten op de mantel en in de bogen van de troonhemel, met iconografisch belangrijke details zoals het schoeisel aan de voeten en vooral met de vertoning door de rederijkers, vijfentwintig jaar na de inhuldiging van het veelluik, waarbij de centrale figuur onbetwistbaar als de Vader werd voorgesteld.

Uit het voorgaande moeten we wellicht besluiten dat zowel de inspirator als de schilder iconografische elementen voor beide personen heeft samengebracht.

God verschijnt ons in een dieprood, hogepriesterlijk gewaad. Hij draagt een tiara met drie gouden banden die rijkelijk met amethist, topaas en saffier zijn opgesmukt. Ook de scepter van rotskristal is een werkstuk van juwelierskunst, zowel als de agraaf op de mantel. De vlammende rode kleur is door Van Eyck in het centrum van zijn schilderij geplaatst, tussen het blauw van de Madonna en het groen bij Sint-Jan. Toch zijn de drie hoofdkleuren op elk van die panelen aanwezig: het groen in de tiaraslippen en het diepblauw in het rugtapijt. De strakke frontale houding waarin God is voorgesteld, wordt verzacht door de lichtval uit de rechtsliggende venster: het licht geeft ronding en ruimte aan de tiara, aan de warme mantelplooien en aan de harde edelstenen.

Say hello, wave goodbye…

Salut aan 2022, hallo 2023!

Het was weer een woelig jaar niet?

Nadat we eindelijk terug eens konden exposeren gingen de materiaalprijzen door het dak waardoor dan weer de productie of stil viel of veel duurder werd.

En dat viel keihard op: het wordt weer spannend (financieel dan) de komende maanden. Maar we zien wel.

Het was desalniettemin een druk expojaar: 10 expo’s met als climax de expo in het KMSKA en blogwerk over dat grote werk: #stadswacht.

Met #stadswacht startte ik officieel de nieuwe lijn in mijn tekenwerk: nieuwe werken met een knipoog naar een bestaand werk of kunstenaar. En ik moet zeggen dat ik het erg leuk vind om te doen. Dus daar volgen zeker nog wel tekeningen in die richting.

Omdat ik ook in 2022 strategische keuzes moest maken viel het mij des te meer op hoe moeilijk het is om de combinatie kunstmaker-organisator/curator-werk/gezin recht te houden. De vraag “doet u dit als beroep” (= de elegante versie van “en wat doe je voor werk?”) blijft immer beantwoord als “niet voltijds” want helaas “onstabiel inkomen”. En dan heb ik het niet eens over dat N-VA-k*lf die ik zelfs niet bij naam ga noemen maar die wel betaald wordt met Vlaams belastinggeld.

Maar het is niet langer geld wat de doodsteek van de Vlaamse Cultuur zal zijn. In mijn idee zal het gebrek aan opvolging zijn. Gebrek aan continuïteit. Verenigingen (waar het meestal allemaal ergens start) vergrijzen en ik merk bij de jeugd weinig enthousiasme om aan te sluiten in de organisatie. Waarom blijft me een mysterie (want dan zouden we er ook iets kunnen aan doen) en of dat in andere landen ook zo is, ik heb er het raden naar. Hebben we de beeldende kunsten gezien? Is het “passé composé” of volgt er toch nog een revival?

Naast het organisatorische probeer ik me te blijven inzetten om tot een samenwerking te komen. Ik geloof nog steeds sterk dat een kunstwerk kan worden gemaakt binnen een samenwerking van creatievelingen. Net als bij muziek moet er ergens een rond punt te vinden zijn waar de ideeënmakers, de technisch uitvoerders en presentators mekaar vinden. Al wordt dat een hele uitdaging 🙂

Dus 2023 wordt een uitdagend jaar. Voor mij vooral met de focus op productie. Als het er van komt, dan zien we ergens eind 2023 op zijn minst een aanzet voor triptiek 3 en in tussentijd nog heel wat #rippingtheclassics werken. Het wordt fun! Ik garandeer het u! En expo’s die volgen wel, zoals ze komen en gaan 🙂 Meanwhile doen we gewoon een Elviske (op1:32) om ons bezig te houden want in 2023 zijn we ALLEMAAL dé MAX 😉

OVER GOD & VAN GOGH: SCHETS(03)

De schets voor de tekening “Over God & Van Gogh”, ofte een optische illusie op het punt waar Van Eyck en Van Gogh mekaar spiritueel hadden kunnen ontmoeten is in de maak.

Van Gogh is zonder twijfel de man die voor altijd zal verbonden blijven met de zonnebloemen. Opvallend is dat die zonnebloemen feitelijk maar voor een korte periode in zijn carrière te zien zijn. Van Gogh schilderde jaren aan een stuk mensen. Mensen in hun dagelijkse doen (denk maar bvb aan de aardappeleters). Het is pas nadat hij Nederland, Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk achter zich liet dat hij ergens in de Provence aan die zonnebloemen begon.

Vermoedelijk gefascineerd door het zonlicht, de felle kleuren die we in het zuiden herkennen en dat in contrast met de donkerste nachten, toen nog zonder al te veel lichtvervuiling. Het moet hem wel aangesproken hebben.

Van Gogh maakte de zonnebloemen in Arles, in Zuid-Frankrijk, in 1888 en 1889. In totaal schilderde hij vijf grote doeken van zonnebloemen in een vaas, met drie tinten geel ‘en anders niets’. Zo liet hij zien dat het mogelijk was een voorstelling te maken met veel varianten van één kleur zonder aan zeggingskracht in te boeten.

Voor Van Gogh hadden zijn schilderijen van zonnebloemen speciale betekenis. Ze drukten ‘dankbaarheid’ uit, schreef hij. De eerste twee hing hij in de kamer van zijn vriend Paul Gauguin, de schilder die een tijdje bij hem kwam wonen in het Gele Huis. Gauguin was onder de indruk van de zonnebloemen, die volgens hem ‘helemaal Vincent’ waren. Van Gogh had tijdens het verblijf van zijn vriend al een nieuwe versie geschilderd en later vroeg Gauguin er een cadeau. Daar voelde Van Gogh niet veel voor. Wel maakte hij nog twee vrije herhalingen, waarvan er één in het Van Gogh Museum hangt. (bron)

Opvallend is dat Vincent geen gedroogde zonnebloemen schilderde, iets wat ik bij deze tekening wél zal doen. Al schilder ik niet, maar goed, dat is geen nieuws 😉

De schets toont het portret van God met daarop 2 gedroogde zonnebloemen als centraal beeld. Hieronder de evolutie van de schets. Tussen start en einde schets 15uur werken…

Over God & Van Gogh: Jan Van Eyck (02)

Er zijn monumenten en er zijn Monumenten. Die waar je bij een verbouwing niet enkel de gevel laat staan maar het ten strengste verboden is de hele constructie af te breken. Ook al dacht men daar in het verleden anders over, vandaag dragen we zorg voor ons patrimonium en de schilderijen van Jan Van Eyck maken daar zeker deel van uit.

Ondanks dat ik altijd stel dat mijn kopies altijd kunstwerken betreffen die NIET in je top 10 staan van jouw meest favoriete werken, ondanks dat ik stel dat er monumenten zijn waar ge naar kijkt maar niet aankomt, ondanks dat ga ik mij (nog eens) wagen aan een Van Eyck. Een stukje maar en dat binnen het geheel van een totaal nieuw werk.

Vele jaren geleden (moet minstens zo’n 25 jaar geleden zijn) maakte ik een 1/1 kopie van de grisaille van Johannes de Doper. Ik was toen helemaal in de ban van de diefstal van dit paneel. Het toen uitgebrachte boek van Karel Mortier bracht me bij momenten bijna in trance. Al goed dat er andere amateurdetectives waren die elk hun spoor verder gingen onderzoeken en uiteindelijk nergens uitkwamen.

Ik was toen zeker nog niet zo getraind in kijken en tekenen als vandaag. De technieken van destijds waren ook die van vandaag niet. Vandaag is Google je beste vriend en krijg je mega-hoge resolutiebeelden te zien. Destijds moest ik het doen met een flauwe afdruk en een kaartje. Dan gaan wel heel veel details verloren. Ik ben er ook zeker van dat – mocht ik die kopie vandaag maken – ze nu veel lichtvaster zou zijn dan de versie van toen. Dat is ervaring hé…helaas…of net niet 😉

Ik maakte een tijdje terug nog een eigen versie van een bestaand schilderij van Van Eyck. In mijn nieuwe stijl: geen kopie maar een aantal geplukte elementen en een aantal nieuwe. Zo werd mijne maat Kris Van der Stiggel model voor deze nieuwe versie. Lees hier het hele verloop van dat avontuur.

In de nieuwe versie waag ik me aan een detail van het retabel van het Lam Gods aangezien ik toch het echte niet volledig kan/mag namaken op ware grootte 😉

Ik ben ook niet van plan het portret van God op ware grootte te maken. Neen, ik ga het combineren met iets van Van Gogh en zodoende wil ik een cross-over maken tussen extreem realisme en stevig expressionisme. #rippingtheclassics pur sang!

Als Gentenaar is een basiskennis rond dat retabel een must. Daarom zal ik zo nu en dan wel eens een weetje over het retabel of over de Van Eycks lanceren. Hier al eentje om op te warmen:

De Gentse schepen Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut geven de opdracht aan Jan en Hubert om Het Lam Gods te schilderen. Ze laten een extra kapel bouwen in de Sint-Baafskathedraal, speciaal voor het werk. De kapel wordt de Vijdkapel gedoopt. Wat je waarschijnlijk niet weet, is dat vooral Jan Van Eyck Het Lam Gods schildert. Hubert Van Eyck geeft de aanzet voor het schilderij, maar niemand weet exact wat zijn bijdrage is. Hij sterft namelijk in de beginfase van het meesterwerk. Jan maakt Het Lam Gods af in 1432.

About Moco (Amsterdam)

December: de maand van donkerte, speelgoed en nachtelijke familie- & vriendenfeestjes. Daarom scoort december eigenlijk niet zo goed bij mij. Niet dat ik geen familie of vrienden wil zien, het gaat ‘m om die donkerte waar ik niet mee omkan. Korte dagen, weinig zonlicht,…grrr…En moe dat ik daar van loop…

En het parallelle probleem is: die (creatieve) gedachten in mijn kop staan dus niet stil. Kon ik die parkeren, dan had ik allicht meer rust 😉 Nu voelt het continu of ik in een soort hybernatieve toestand zit: ik wil vanalles doen maar ik krijg het niet in de praktijk omgezet. Enfin, mijn hoofd zit dus weer vol projecten: een expo (neen, geen grote expo, een kleintje), tekenprojecten,…zelfs ideeën tot samenwerking met kunstenaarsvrienden flitsen door het hoofd. Het is me wat. Tijd dat het lente wordt…Nog euh…hoeveel dagen? Ah ja, maar ’t moet zelfs eerst nog winter worden.

Maar hey…is Max nu een prefecte lamzak geworden? Neejeuuuu…(wat had je gedacht)! Waar heb ik het nog niet over gehad bijvoorbeeld? Mijn bezoekje aan het MOCO Museum Amsterdam. En hangt daar een sappig verhaal aan? You bet ya!

Ik was dus met mijne maat Brecht – ge weet wel…diene van Coffee.beez – op trip in Amsterdam. Euh…oei…ah ja, g’hebt gelijk…”op trip” en “Amsterdam” in één zin schrijven kan je op het verkeerde been zetten. “Op stap” dus. En omdat Brecht meer verstand heeft van koffie en honing dan van kunst, neem ik voor één keer de leiding. Dus wijle naar het Van Gogh-museum. Daar loopt de tentoonstelling “Golden Boy” met werken van Gustav Klimt. Wij met de taxi van ’t station naar het museum.

Amaai die taxi’s rijden voor zot in Amsterdam! #norules da’s duidelijk. Komen we aan voor ’t Van Gogh-museum…Staat het daar vol flikken. De taxichauffeur zijn gulden valt en zegt iets als “ah ja, ’t is just. De premier van Italië is op bezoek en de koning is naar ’t museum getrokken met hem. Het museum is gesloten.”. Tjah…daar stonden we dus. Voor de deur van het museum zonder de mogelijkheid om binnen te gaan. De taxichauffeur liet nog een gulden vallen (en dat voor nen Hollander, echtig) en raadde ons aan om naar het aanpalende Moco-museum binnen te stappen. Of het onze dada zou zijn, dat zouden we nog wel eens zien…

Met een beetje sjans (euh..sorry, geluk in ’t Vlaams) toch kaartjes kunnen boeken voor het gepaste tijdslot en naar binnen. Geen vestiaire, rugzakken op de buik dragen aub en alles in Engelse spoken.

Als je Klimt verwacht is Moco wel effe wennen maar na een paar werken ben ik mee in de sfeer: streetart en popart. Nice. Enkele stevige stukken gezien en ook originele werken o.a. Banksy, Haring of Warhol. Toffe werken die ik nog niet eerder had gezien. Het was “een accidentje” maar ’t was toch de moeite. Moco kan je doen op een uur of wat langer als ge alles wilt zien.

PS: in NL is “betalen met de kaart” gelijk aan “pinnen maar wist je dat “contactloos betalen” gelijk is aan “tikken”?

Yes! Naar KMSKA (zeker)

Een paar minuten geleden werd bekend gemaakt wie geselecteerd is voor de Nationale Expo en dus een plekje krijgt in het KMSKA. Ik ben er nu met zekerheid bij!

Met alle stemmen geteld beland ik finaal op plaats 39 (40-1 te groot werk) met 409 stemmen. Dat op 2541 inzendingen! Nog eens aan iedereen die op me stemde, die steunde, deelde en vooral aan alle apostelen die de inzending ook bij hun kennissen bekend hebben gemaakt. Het wordt zeer zeker gewaardeerd. Ik ben nu zelf wel erg benieuwd hoe men deze mix aan kunstwerken tot een mooi geheel zal opstellen…spannend spannend spannend…

Van 22 december 2022 tot en met 22 januari 2023 kan je de werken gaan bewonderen in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Met de museumpas kan je gratis binnen. Reserveer alvast je tijdslot, zodat je zeker bent van je plek.

Ik kan je ook aanraden om een Museumpass aan te schaffen. Niet omdat ik nu toevallig deelneem aan deze wedstrijd maar wel omdat je het bedrag er snel mee terugverdient + je stapt ook sneller eens een “twijfelmuseum” binnen. Zo ontdek je een hele wereld aan geschiedenis, kunst, cultuur, speciale momenten in de tijd.

Het einde WO I nu op Netflix

Op 11 november herdenken we het einde van WO 1. Voor ons – Belgen – vooral gekend voor die oorlog in West-Vlaanderen daar… Officieel was de aanleiding van WO 1 de moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk. Frans was zowaar evenzeer pech- als geluksvogel als je even de moeite neemt om na te lezen hoeveel pogingen er nodig waren om hem klein te krijgen wordt het bijna een klucht. En dan vooral over hoe die pogingen afgelopen zijn. Gavrilo Princip vermoordde Frans Ferdinand en zijn vrouw maar om u een inzicht te geven op de “kansen” dat deze aanslag gelukt is, citeer ik hier een lijntje Wikipedia:

Door het toeval dat Frans Ferdinand besloot de officieren in het ziekenhuis te bezoeken, dat de chauffeur de verkeerde afslag nam en stilstond, en dat Princip toevallig door de voordeur van de delicatessenzaak naar buiten stapte, kon Princip de kroonprins van zijn leven beroven. 

Gelukkig hebben we vandaag een R op de snelheidspook van de auto staan. Het kan mensenlevens redden…

Maar ik blog niet om deze gebeurtenis onder de aandacht te brengen. Ik blog vooral om de absurditeit van extreem rechts, extreme gedachten en oorlog voeren aan te kaarten. Als kind van de koude oorlog, vind ik (zacht gezegd) de Poetin-idiotismen iets om aan te pakken. Dat zo iemand aan het hoofd komt van zo’n grootmacht en dat er geen mogelijkheid is om die op een zijspoor te zetten is niet echt geruststellend.

Onze media staan momenteel bol van de verhalen van gedemotiveerde Russische soldaten. Mijn advies: gasten, stopt ermee, het is de moeite niet en het brengt u ook geen enkele eer. Maar tsaar Poetin is moeilijk van zijn kolonisatiedrang af te brengen. En legeraanvoerders die hebben doorgaans een hoog EQ. Hoe oorlog (WO 1 in casu) vanuit het standpunt van een Duitse soldaat eruit ziet, zonder veel grote triomfmuziek, zie je in de film “All Quiet on the Western Front”. Een interessante blik waar eens niet vanuit de kant van de geallieerden wordt gefilmd met veel heroïsme. Eigenlijk zou iedere laatstejaars dit minstens moeten gezien hebben. En ook die Waalse aap die de legerdienst terug wil instellen…

STADSWACHT (20): STOFZUIGEN

Tijdens het weekend van Buren Bij Kunstenaars heb ik alle personen nog kunnen afwerken. Ik kon dus zondagavond beginnen aan de achtergrond en liet zelfs Dieter een stukje van de balustrade mee inkleuren 😉 De balustrade was nog even om de resttijd van die laatste zondag te vullen. Het is meer de bedoeling om aan de vloer verder te werken…

Terug thuis.

Op deze zondag 23/10/2022 (dag waarop ik blog is niet altijd de dag van publicatie 😉 ) probeer ik eens iets nieuws. Ik ga mijn pastelkrijt van mijn tekening stofzuigen! Daarbij moet ik wel voorzichtig zijn om geen krassen in het papier te maken. Alsof ik er mij écht zorgen zou moeten over maken…Zo’n pastelkrijtstaaf is redelijk hard en durft wel al eens in het papier krassen achterlaten. En soms vind ik dat ergerlijk maar nu, bij het inkleuren van de vloer, vind ik dat best OK. Een vloer zonder krassen zou geen echte vloer zijn hé 🙂

En dus (zoals je al een beetje kan zien op de stofzuigfoto) is de vloer hiermee klaar. De foto’s zijn slecht gemaakt maar ’t moest rap gaan 😛 Feestje van Tessa laat niet op zich wachten 😉 Ik ben best tevreden met de vloer. De figuren “staan” nu echt. Volgende stap is de balustrade afwerken. Die maak ik helemaal in potlood en is naar het model van het Gentse stadhuis. De deuren, de muur en de vloer zijn ook getekend naar reëel voorbeeld maar dat kon je al zien in blog 14 van deze reeks.

De Nationale Expo: leven! (stem je effe?)

Na een weekje talmen (ik weet begot niet waar ik nog energie blijf halen) heb ik dan toch beslist om deel te nemen aan De Nationale Expo 2022. Net zoals vorig jaar is het een stemwedstrijd, dit jaar met als finale prijs “de eeuwige glorie om in het KMSKA te exposeren”. Dit jaar zijn er meer kansen op succes (2×50) maar het blijft wel een wedstrijd, een competitie.

In tegenstelling tot vorig jaar is er dit jaar een thema. Het werk moet verband houden met Aanbidding door de Koningen door Pieter-Paul Rubens. Ik zou liefst van al iets op maat maken. Want ik kan dat 😉 Ik deed dat ook vorig jaar. Maar tijd dringt hier en als er nu iets is wat gemaakt is met een terugblik naar de Vlaamse kunst, naar het thema geboorte of moeder en kind, is het wel mijn triptiek van het leven. Als geen ander werk (sorry vrienden kunstenaars) zet ik met deze triptiek elke moeder (ook de mijne) in de bloemetjes. En vergeet niet: dit werk is helemaal gemaakt met potlood en meet 140x190cm!

Je kan maar 1x op een werk stemmen maar je kan wel op meerdere werken stemmen. Je moet je dus niet inhouden of twijfelen wanneer je nog andere werken mooi vindt. Maak je eigen collectie voor het KMSKA 🙂 Om stemfraude te vermijden moet je wel registreren op de site maar je kan ook eenvoudigweg inloggen met je Facebookaccount. Link naar mijn inzending. Klik hier voor meer info over hoe je kan stemmen.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

STADSWACHT (13): HET LAATSTE PORTRET

Bij deze blog het laatste portret van de reeks. Dat is als ik de hond rechtsonder niet mee in rekening breng 😉 Het is een blog met enige vertraging want ik was vorige woensdag hard aan het inhalen voor de komende expo/tekendemonstratie te Bellingen van 10-18 september. Dit weekend verhuizen de panelen samen met de ezels, licht, verlengkabels en de hele reutemeteut aan potloden dus naar Bellingen voor Kunst in het Dorp.

Het laatste portret maakt de cirkel aan gezichten rond. Het is portret van Brecht en hij komt links op dit paneel en dus vlak naast de hoofdfiguur van het andere paneel te staan. Brecht neemt de rol van Willem van Ruytenburch op. Een lans of speer in de hand zou voor een medewerker van de stad niet echt gepast zijn. En al zeker niet wanneer je met kinderen werkt. Na enkele dagen denkwerk kwamen we op het idee om Brecht zijn uitschuifbare of telescopische ladder te laten gebruiken als surrogaat lans. Brecht is onze specialist in asbest (als hij het niet weet, dan weet niemand het) maar tegelijk zorgt hij ook voor de installatie en onderhoud van branddetectiecentrales. Dus in die jobs gebruikt Brecht wel met regelmaat zijn uitschuifbare ladder.

Bij het opzetten van het portret van Brecht deze keer geen fouten! Effe koppiekoppie er bij houden en keurig alle stapjes in het proces afwerken. Met het portret van C. heb ik wel mijn lesje geleerd: dat van haast en spoed enzo 😉

Het verloop van het opzetten van het gezicht vind ik achteraf altijd wel boeiend om te terug te zien. Ik geef toe dat, terwijl ik er aan werk, ik me niet zo bewust ben van het grote verschil. Ik ben zo gefocust om het beeld zo realistisch mogelijk overbrengen dat ik niet echt bezig ben met “het verschil” te maken. Al weet ik ook wel dat het achteraf wel een verschil maakt. Maar laten we effe terug gaan naar het begin.

Er was eens…zo’n 2 maanden geleden een schets van 2 heren, centraal op beide panelen, elk op hun eigen paneel.

Bij het opzetten van de grijze portretten zie je dat ik hier en daar nog nieuwe structuurlijnen zet om de verhoudingen zo goed mogelijk onder controle te houden. Die lijnen verdwijnen achteraf wel weer. In de bovenstaande reeks staat de laatste foto op de juiste plaats. Dit is de “gegomde” versie van de uitgewerkte grisaille links ervan. Ik maak de tekening daarmee weer lichter om dan de kleurenversie beter te laten doorkomen.

Eens ingekleurd wordt de bijna onzichtbare schets van begin deze zomer een heel andere tekening….

Om het publiek toch al iets van de achtergrond te kunnen tonen ben ik dus, na het portret, ook daar aan begonnen. Maar dat vertel ik je in een volgende blog, dan heb je nog wat te lezen voor er foto’s van tijdens de tekendemo komen. Of misschien maak ik er wel een “livestreampje” van, wie weet 🙂

Wil je nog een beetje meer weten over Willem van Ruytenburch, dan kan je hieronder nog wat verder lezen 😉

Als zoon van een handelaar in Oosterse producten, wordt Willem geboren in een simpele, maar welvarende familie. Zijn vader bouwt in 1606 een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Hij noemt het pand ‘Ruytenburch’ en de familie neemt de elitair klinkende naam over als achternaam. In 1611 breidt zijn vader de titel verder uit als hij de rechten koopt om heer van Vlaardingen en Vlaardingen-Ambacht te worden.

Willem erft de titel en het bijbehorende landhuis na de dood van zijn vader. De naam is dan wel volledig bij elkaar geraapt; Willem van Ruytenburch van Vlaardingen draagt hem met trots. Toch ambieert hij nog meer aanzien. In 1632 overtuigt hij een oudere vrouw om onder ede vals te verklaren dat de voorouders van Willem uit het Brabantse Budel komen en van adel zijn.

Een paar jaar later wordt Van Ruytenburch wethouder in Amsterdam en luitenant bij de compagnie van Frans Banninck Cocq, maar dat maakte hem nog steeds geen man van grote betekenis. Hij mag dan nu zogenaamd van adel zijn, maar is geen bloedverwant van de heersende families in de stad.

In 1647 vertrekt hij voorgoed uit Amsterdam en vestigt zich in Den Haag en Vlaardingen. Hier sterft Wilhem in 1652, niet wetend dat hij eeuwen later als ‘de man in het geel’ alsnog de faam zou verwerven waar hij zo naar verlangde.

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!

Sint-Janshospitaal: verstoort

Weekendje in Brugge met de kleinsten. Dat vraagt om een museumbezoek. Allez, eerlijk gezegd, het was omgekeerd. Niet dat ik eerst naar Brugge trek en me dan afvraag wat er te zien is. Zo werkt dat niet. Eerst gaan we voor “wat is er te zien” en daarna “waar gaan we naartoe” 😉

Deze keer liet ik me leiden door Charlotte Caspers (aflevering Blauw) die op zoek ging naar kleuren in Brugge en daarbij het Sint-Janshospitaal aandeed. Prachtige schilderijen van Hans Memling en consoorten sieren het interieur van het voormalige ziekenhuis. Niet alleen religieus geïnspireerde schilderijen maar ook scènes uit het dagelijkse leven van toen zijn er te zien.

Het bezoek bestaat uit 2 delen: een deel in het oud hospitaal (wat er langs straatkant uitziet als een kerk) en deel 2 is een bezoek aan de vroegere apotheek van het hospitaal. Voor beide delen is er tekst en uitleg voorzien zodat je niet al te veel moet voorbereiden om mee te zijn in het verhaal. Tickets moet je wel kopen in het hospitaal (het kerkachtige gebouw), dus daar begint jouw bezoek 🙂

Nog tot 25 september 2022 loopt er de expo door Otobong Nkanga die de klassieke opstelling van het museum verstoo(r)t. Vele schilderijen die er anders te zien zijn werden tijdelijk verwijderd. De expo Otobong Nkanga vind ik maar niks. Het is niet de context noch de locatie waar ik dit soort kunst wil zien. Doe dat maar in een museum voor moderne kunsten ofzo. De “dialoog” (het toverwoord van de promotoren van moderne kunst) waarover men het heeft ontgaat mij helemaal maar dan is deze dame meer gewoon om met stenen te spreken…Wat is er toch mis met de liefde voor de Vlaamse kunst. Het voelt alsof we er niet meer fier mogen op zijn.

Meer info over de tentoonstellingen, openingsuren ed. vind je op de website van het Sint-Janshospitaal. Er is wel een leuk parcours/zoektocht voor de kinderen, ook nav de tijdelijke expo. Ben je – zoals ons – fan van Harry Potter, stap dan zeker ook ’s naar Wizardshop Olleke, een klein winkeltje met wel héél veel spullen voor de Potter- & Hobbitfans.

Villa Empain: Portrait of a lady

Nog tot 4 september loopt de expo “Portrait of a lady” in Villa Empain te Brussel. Omdat dit adres al een tijdje op mijn “to do” staat maakte ik gebruik van de gratis toegang op de 1e woensdag van de maand om de expo, de villa en de tuin te bezoeken.

De tentoonstelling is mijn ideale droom van een expo: oude meesters gemixt met hedendaagse kunst. En dan nog vooral figuratieve kunst waarin de mens centraal staat. Daarenboven geen (wat ik zelf noem) apathische werken die doen alsof de bezoeker niet bestaat of te min is, hé Michaël, maar wél kunst die rechtstreeks in dialoog gaat. Zalig mooie werken die mij aankijken, die vragen “hoe is’t met u?” of “zeg, wa vinde van mijn gat in deze rok?” 😉

Maar serieus; het is een mooie expo rond hoe we vrouw in de kunst percipiëren. Opgedeeld in verschillende benaderingen als portretten, erotische objecten, partners, dagelijks leven,… met interessante – down to earth – uitleg op panelen. Kortom: zeker de moeite waard om langs te gaan.

En ben je er dan toch, neem de tijd om ook ’s rond te kijken naar de architectuur van de villa, de tuin, de uitstraling die ze nu heeft en vroeger had (met sjieke salons om gasten te ontvangen ed). Tegelijk met Portrait of a lady loopt in de kelder nog tot 21/8 de expo rond architect Michel Polak. De naam zegt u niets? Hij is o.a. de architect van Villa Empain maar ook van Résidence Palace en het Plaza Hotel. De expo geeft een interessante inkijk over de architectuur en het leven in het eerste deel van de 20e eeuw. Beetje gelijk Titanic maar dan zonder Leonardo 🙂

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

GF22: Circus Ronaldo & Humor in goede en kwade dagen

2 voorstellingen op het programma deze keer. Vooreerst de “nooit te missen op mijn programma” circus Ronaldo. Ik ben zot van deze man en zijn circus. De manier waarop Ronaldo (en zonen) circus brengt is beyond “circus”. Terecht staat er op de website van circus Ronaldo dan ook een aparte rubriek “circus of theater”. Het is fusetea of zal ik het fusecircus noemen? Een prachtige mix tussen een theatrale verhaallijn en klassieke circusacts. #melike 😉

Deze keer voorstelling “Swing” op het programma. Bij het binnenkomen had ik zoiets van “tiens, ik heb deze voorstelling al eens gezien”. De sfeer zit een beetje in Amortale die ik in 2012 zag (review klik hier). Maar eens de voorstelling begon leek dat niet zo te zijn. Een frisse leuke nieuwe show met veel jong volk op ’t podium, ik ben gerust, ik kan nog tot met mijn pensioen naar dit circus gaan 🙂 De komende dagen nog te zien op #TAZ Oostende. Snel kaartjes bestellen. Meer info op de website van Ronaldo.

Na Circus Ronaldo terug naar Theater Box voor de try-out van “Humor in goede en in kwade dagen” door Charlotte Vandegehuchte. Charlotte was er ook al bij bij de improsessies eerder deze week. Deze keer geen impro maar een theatershow (ik noem dit bewust niet “stand-up” omdat ik het ook geen stand-up vind). Charlotte vertelt – met een lach en een kleine traan – over haar complexen en ervaringen van het leven. In tegenstelling tot de klassieke stand-ups is dit geen “ik lach eens met mezelf”-show maar eerder een voorstelling die de kijker uitdaagt en soms wel de bek snoert. De manier waarop Charlotte haar verhaal doet is zou ik zelfs durven vergelijken met Clement Peerens. “Vinde gaai maain gat ni te dik in deize rok” of “Blankenberge” zijn feitelijk ook niet om mee te lachen maar je zingt het volmondig mee met een glimlach op de lippen 🙂

GF22: Improcessies en Stand-upcomedy

Geen Gentse Feesten zonder minstens één comedysessie te hebben gezien. Nu goed, comedy had ik al bij “Burn the bra” maar stand-up en impro dat is toch een andere categorie.

Voor wie het verschil nog niet zo goed weet en denkt dat het zowaar hetzelfde is, dat is een beetje als een Ferrarri naast een tractor zetten. Ge kunt met alletwee rijden maar ’t is toch niet echt dezelfde ervaring. Stand-up comedy is een show (een show dus) waarbij een acteur een verhaal vertelt. Dat kan in interactie met het publiek zijn maar dat is niet altijd de regel. De acteur weet op voorhand wat zij/hij gaat zeggen. Bij impro is dat helemaal niet zo. Het “platform” ligt wel vast maar de inhoud van wat er gaat gezegd worden, waarrond zal worden gespeeld, die wordt door het publiek bepaald. Dus in’t kort gezegd: een stand-upper kan zijn show perfect doen zonder publiek, voor impro’s is dat feitelijk onmogelijk. Stel dat ge’t nu nog niet echt begrepen hebt… klik dan hier 😉

Theater Box presenteerde mij zowel impro als stand-up op één avond. Halleluja! Dat is pas een feest-dag! Een nieuw platform “tot hier”, een klassieke improsessie en daarna de immer sympathieke, geweldige, onweerstaanbare, intelligente, knuffelbare Jan-Bart De Muelenare!

Bij het nieuwe platform “tot hier”, gebaseerd op “De Vloer op“, wordt een scène gespeeld aan de hand van een omschreven situatie in een boek en binnen die situatie worden meerdere inhoudelijke voorstellen gedaan. Iemand uit het publiek kiest willekeurig een scène uit het boek en daarna ook de inhoud. Bvb: we zitten op een spoedafdeling van een ziekenhuis (situatie), het is een rustige avond en er zijn 2 spoedartsten. Nu blijkt (inhoud) dat één van de 2 artsen verliefd is op de andere en de rustige avond aangrijpt om de liefde bekend te maken… Een toestand die alle kanten op kan… Deze try-out als leuke opwarmer voor de avond zou ik zo zeggen 🙂 (met acteurs: Anton Vandaele, Katrijn Govaert en Victor Hugaert.

Aansluitend een “echte” improsessie met dus de bekende spellen waarbij het publiek eigenlijk eender wat mag voorstellen waarmee de acteurs aan de slag gaan. En met Jan-Bart als MC (master of ceremony) worden er al eens zéér ongewone voorstellen aanvaard… Het is moeilijk na te vertellen maar als het jouw kind of humor is, dan mag je dit niet missen! Bekijk de clip hieronder met het moordspel waarbij enkel Domien (de eerste speler) WIE, WAARMEE en WAAR de moord werd gepleegd. Zonder woorden worden deze zaken overgemaakt van acteur op acteur waarna de laatste in de rij moet raden wie, waarmee en waar. (OK, ok, dit spel duurt ongeveer 11minuten, maar zet u relax en pakt een chipke). Met acteurs Ramses VdB, Domien Desmyter, Charlotte Vandegehuchte en Katinka De Kuyper

Spel: raad de moordenaar, het moordwapen en de plaats van de moord

Als laatste kwam Jan-Bart zelf nog een deel van zijn eigen show stand-uppen en introduceerde daarmee de “vaste waarde” Ygor uit Poperinge. Anderhalf uur (Ygor en JB samen) West-Vlaamse culthumor waarbij het voor mij gevaarlijk wordt om op een klapstoel te zitten. Ygor vind ik terug in mijn archieven van 2013 en Jan-Bart…is die er ooit niet geweest? 😉