Van Eyck (01): Portret van kardinaal Albergati

Vandaag de schets van de tekening gemaakt. Ik heb het gemaakt een beetje gelijk Van Eyck dat zelf zou doen: de tekening is bijna helemaal uitgewerkt (enfin het kan altijd nog meer maar goed). Een schets zoals we die kennen van de tekening van de heilige Barbara en van de kardinaal zelf (zie vorige blog).

Omdat ik niet wil blijven hangen in het exact kopiëren van bestaande werken én omdat Van Eyck een monument is waar je niet aan raakt, heb ik er een mix van een hedendaags portret met de klassieke setting van het originele schilderij van gemaakt. Maar met respect voor het origineel. K. staat als model, de kledij is gebaseerd op het origineel. Ik zag in K. veel gelijkenissen in zijn rust en expressies met het gezicht van de kardinaal. Mijn versie zal (hoop ik) meer schitteren in kleuren omdat er geen gele vernislaag over ligt. Ik zal tegelijk de kleuren uit het gerestaureerde retabel bestuderen om de splendeur van toen terug te vinden.

En zo komt er een “nieuwe” Van Eyck op mijn volgende expo met nieuw werk. Wie naar de expo in Bissegem geweest is kreeg hiervan al een voorproefje. Een try-out zoals ik het noem. Mijn doel is alle tekeningen die een link hebben met de jaren 1400-1600 hebben samen te brengen als één grote reis door de tijd. Ik voorzie bezoekers zelf te gidsen als tijdreiziger van dienst. Het spreekt voor zich dat ook daar een reeks kunstweetjes aan bod zullen komen…

 

STAM 2.0: Gent door de eeuwen heen

Nog vlak voor de krokusvakantie deze uitsmijter. Het kan altijd handig zijn voor wie niet weet wat te doen zonder carnaval.

Ik kan mij niet inbeelden dat ik nog niet eerder een blog over het STAM in het algemeen of een blog specifiek over een tijdelijke tentoonstelling in het STAM heb geschreven maar ik vind ‘m niet direct terug. In ieder geval doet dat er nu weinig toe want wat het STAM was, is het niet meer. En meestal zeg je dat met een vleugje nostalgie op zijn “vroeger was het beter”-toontje maar eerlijk gezegd, “de nieuwe STAM est arrivé!”.

Wat gemakkelijk saaie, nietszeggende materie kan zijn wordt opgesteld op een interessante en interactieve wijze. Het gebouw bestaat uit meerdere grote zalen en elke zaal wordt toegewezen aan een tijdperk. De eerste zaal begint – zoals weleer – met een grote foto van Gent. Deze foto is recentelijk vernieuwd, mooiere kleuren, hogere resoluties en ge kunt ineens kijken of uw auto voor de deur stond op ’t moment van de klik.

Na de foto gaan we meteen het verste terug in de tijd. Hoe komt Gent aan zijn naam? Waarom is hier een nederzetting ontstaan? Wat kwamen de Romeinen hier doen? En de Bourgondiërs? Hoe werd het koren vroeger eigenlijk gemeten toen Gent-centrum nog een zeehaven was? Bij wie moest ge uw kousen laten herstellen? Heb je al eens een gouden handdruk gekregen?… Vele vragen die allemaal een antwoord krijgen. Lees verder

Daedalus en Icarus (3)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

EEN HOUTEN KOE

Onze banneling – architect, kunstenaar en uitvinder – is nog steeds aan boord van een schip met als eindbestemming Kreta. Een reis die Daedalus al heel wat keren had volbracht. Zijn status is echter dramatisch veranderd. In Athene en Attica wordt hij verdacht van moord of op zijn minst van betrokkenheid bij de verdwijning van zijn talentvolle neef. Een rondfladderende patrijs in de buurt van de akropolis heeft echter geen herkenbaar stemgeluid om het ware verhaal te vertellen. Het zijn hooguit de verhalenvertellers die zijn geschiedenis blijven verwoorden.

Daedalus heeft een geschiedenis met (op) het eiland waar Koning Minos de scepter zwaait. Maar eerst moet ik een kleine tijdssprong maken. Terug in de tijd. Minos werd niet zomaar koning van dat grote eiland tussen het vasteland van Griekenland en de kusten in het zuiden van een min of meer onbekend continent. Uiteraard is er weer een god die een belangrijke rol speelt. Poseidon (Neptunus bij de Romeinen). Broer van oppergod Zeus. Heerser van het water en de zeeën Veroorzaker van tsunami’s en aardbevingen.

Een afbeelding van Poseidon met drietand op een Korinthische plaque (550–525 v. Chr., Penteskouphia, Louvre).

Minos werd namelijk de koning van Kreta met hulp van de zeegod PoseidonPoseidon had Minos ooit Lees verder

Daedalus en Icarus (2)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 2…

BETICHT VAN MOORD

Zoals gezegd is Daedalus een zeer gerespecteerde kunstenaar in Athene. Hij heeft een vrouw, zij heet Naucrate. Zij was ooit een slavin aan het hof van Koning Minos op Kreta. Samen hebben Naucrate en Daedulus een zoon. Je kunt het al raden … Icarus. Maar voorlopig is er nog geen plaats voor deze jongen in het verhaal. Dat komt nog wel. Even geduld zullen we maar zeggen.

Ook als architect en uitvinder oogst Daedalus veel bewondering. Wat minder bekend is, is dat hij ook een charmante dansleraar is. Zijn afkomst blijft wat mysterieus. Is hij op Kreta geboren of toch niet? Ontmoette hij daar zijn vrouw? Hij bouwde vóór zijn komst naar Athene een fort met een schitterende fontein in de nabijheid van een hangend tempelplateau – ook naar zijn ontwerp – op Sicilië. Een eiland waar hij later nog zal terugkeren. Maar ik loop vooruit op mijn verhaal. Daedalus kent dus uit eigen ervaring de wispelturigheid van de Griekse zeeën en winden. Hij is namelijk een uitstekende zeeman. Hij is tenslotte de uitvinder van ‘het zeil’. Of hij ook ‘het schietlood’ heeft uitgevonden, blijft onduidelijk. Waarschijnlijk is dát een vinding van zijn jonge neef – zijn assistent Perdix – een echte Willie Wortel.

Steeds vaker wordt er advies gevraagd aan deze leerling en steeds minder aan de meester. Daedalus heeft lange tenen en een nog groter ego. Jaloezie en afgunst steken de kop op. Hij kan zijn ergernis nauwelijks verbergen. Hij en Perdix werken samen aan een nieuwe toren op de Akropolis. Het is tijd voor een inspectiebezoek want vandaag bereiken de metselaars het hoogste punt. Daedalus nodigt zijn neef uit om hem te vergezellen. Ze gaan samen op stap. Perdix is veel sneller boven dan zijn oom. Hij is opgewonden blij want zijn plan is gelukt. Vanop deze toren kun je de zee zien en dat was helemaal zijn idee. ‘Een cadeautje aan de Atheners’ zoals hij dat zelf graag noemt. Daedalus baalt er stiekem van dat hij dat niet zelf heeft bedacht.

Als hij bovenop de toren staat, lokt de oude man zijn jonge gezel naar het randje – zogenaamd voor een nog mooier uitzicht – en geeft hem … een duwtje. ‘Opgeruimd staat netjes’ denk hij. Dat zegt hij uiteraard niet. Daedalus haast zich naar beneden en heeft zijn smoes over struikelen al klaar. De smiecht.

Ik vertelde eerder al dat Pallas Athena (Minerva bij de Romeinen) een zwak heeft voor de jonge uitvinder. Zij is – uiteraard – in de buurt op het moment dat Perdix naar beneden stort. En ‘zoef flits zoef zoef’ … de godin verandert de jongeman in een patrijs.

Een patrijs – een vogelsoort (uit de fazanten-familie) die nooit hoog vliegt maar wel kan fladderen (noem het gerust vliegen) – maar dan net boven de grond.

Patrijs (partridge) – Foto’s van Pixabay

Nu rest natuurlijk nog de vraag van de kip en het ei. Wat was er het eerst? Heet de jongen echt Perdix of kreeg hij die naam nadat hij veranderde in een patrijs, een veldhoen. Het Latijnse woord voor patrijs is namelijk … Perdix Perdix. Grappige naam trouwens – ik zou er mijn Asterix-collectie op moeten naslaan want ik zie zomaar een of andere ‘Perdix’ rondlopen in het dorp van de onoverwinnelijke Galliërs. Sorry, ik dwaal af. Natuurlijk is dit niet het einde van het verhaal. Ik vertel verder. Daedalus zoekt aan de voet van de Akropolis tevergeefs zijn neergestorte metgezel. Hij begrijpt het niet. Waar is die jongen gebleven? Hij wil hem namelijk wel op een fatsoenlijke en eervolle manier begraven. Maar zonder stoffelijk overschot is dat natuurlijk een beetje lastig.

Mensen vragen al spoedig waar ze de jonge uitvinder kunnen vinden. Hij is namelijk niet komen opdagen bij een afspraak. Vreemd want Perdix houdt altijd zijn woord. Daedalus wordt ondervraagd en naar de Areopaag gebracht, een heuvel in de buurt van Akropolis. Op die heuvel zetelt ‘De Raad van Toezicht’ – de Atheense rechtbank. De rechtbank beschuldigt de architect van moord op zijn neef. Maar zonder lijk is dat natuurlijk een vreemde aanklacht. De rechters vragen Daedalus naar de omstandigheden rondom de verdwijning van zijn neef. De goedgebekte charmeur herhaalt zijn praatje over struikelen op het moment dat Perdix zijn schietlood wilde testen – bovenop en naast de toren. Jammer genoeg hadden de werklui die ochtend de balustrade weggehaald. Er was dus nauwelijks bescherming edelachtbare … Een goed oplettende rechter vraagt naar het verse litteken op de rechterwang van de bouwmeester. Een stevige kras – het lijkt wel het silhouet van een … patrijs. Cadeautje van Pallas Athena. Dat weten wij, dat veronderstelt Daedalus maar de rechters tasten in het duister. Uitspraak: Daedalus wordt verbannen – wegens een niet bewezen moord. Persona non grata in Athene.

De eerste dagen en weken na de uitspraak hangt de ooit zo bewonderde kunstenaar wat rond op het platteland van Attica. Vluchteling, moordenaar en banneling zijn niet de titels die bij zijn ego passen. Hij moet iets ondernemen, aan een nieuwe episode in zijn leven beginnen. Hij pakt zijn boeltje bij elkaar en vindt algauw passage op een boot richting Kreta … het eiland waar Koning Minos regeert.

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Bron: de blogs van Koen Schyvens

In de serie: DAEDALUS EN ICARUS en BEELDENDE KUNST

Daedalus en Icarus (1)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 1…

Opnieuw ga ik een oud verhaal vertellen. Mythologische verhalen lenen zich daar goed voor. Na mijn her-vertelling van Amor en Psyche begin ik vandaag aan een nieuw verhaal. Daedalus en Icarus. Ik denk dat dit verhaal veel bekender is bij de meesten. Althans het (bijna) einde van het verhaal is bekend. De val van Icarus. Alles wat eraan vooraf ging wordt minder vaak verteld. Ik begin eerst met het verhaal van de vader. Daedalus. Zijn zoon (Icarus) komt later wel binnenfietsen in het verhaal.

Voordat ik begin aan deze her-vertelling met schilderijen, fresco’s en beeldhouwwerken, memoreer ik graag mijn persoonlijk verhaal – gekoppeld aan deze mythologische klassieker. En ja … het zal weer even over Ine gaan. Mijn eerste vrouw. Ik begon mijn ‘Amor en Psyche’ verhaal met de foto van het beroemde beeld van Antonio Canova – Psyche revived by Cupid’s kiss. Klik HIER. Laat ik dat nú ook doen maar uiteraard met een ander beeldhouwwerk van dezelfde Antonio Canova.

Daedalus and Icarus (1777 – 79) – Antonio Canova – Marmer – 200 x 95 x 97 cm Museo Correr, Venetië

“Het persoonlijk verhaal graag, dat beloof je hierboven Koen.” Goed. Ine overleed op 29 juni 2005 om 10.10 in de ochtend. Groot verdriet. Kleinkinderen waren er toen nog niet. Negen jaar later wordt in Bergen op Zoom een jongetje geboren. Icarus Schyvens. Precies op dezelfde dag (29 juni) en op precies hetzelfde uur en dezelfde minuut (10.10). Icarus, de tweede zoon van mijn zoon – papa Jules en mama Yvonne. Broertje van Ender.

Geboortekaartje van ICARUS Camilo Herbert Schyvens

Groot geluk voor deze Bompa en de hele familie. Ik (wij) noem(en) Icarus dan ook ‘Het geluk dat uit de hemel viel, met dank aan Mama Maan’. Naar analogie met het beroemde schilderij van Bruegel. Ik kom er later in deze reeks vast nog op terug.

Pieter Bruegel (de Oude) – De val van Icarus (1595 – 1600) 73,5 × 112 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel 

Dus op de één of andere – niet uit te leggen – wijze heeft de denkbeeldige kus van Amor – nieuw leven laten ontstaan. Ik ga nog zweven en new-age-achtige pseudo religieuze onzin uitkramen als ik niet oppas. Dat zou tegen mijn natuur zijn. Voordat ik terugga naar het verhaal van Daedalus nog even een woordje over Ovidius. Een Romeinse dichter. Hij kende bijna alle Griekse verhalen uit zijn hoofd.

De eerste Nederlandse uitgave (1697) van de werken van Ovidius Naso

Dankzij zijn verhalenbundel ‘Metamorfosen’ (dat betekent: ‘Verandering van gedaante‘) kennen wij vandaag de dag nog heel veel van deze Griekse mythes. Ook het verhaal van Daedalus en Icarus. Meestal zijn de hoofdpersonages goden of half-goden. Zij vinden het geweldig om af en toe van gedaante te veranderen. Ze worden een zwaan, een stier of een vogel. Of ze veranderen van vorm, kleur of structuur. Een leger kan zomaar veranderen in een groep varkens; een jongen kan veranderen in een vogel. En natuurlijk is ‘de dood’ de meest trieste vorm van verandering. Het verhaal van Daedalus (en later Icarus) gaat over gewone mensen. Maar ja, zo begon het verhaal van Psyche ook …

UITVINDERS AAN HET WERK

Er was eens … ja ja, natuurlijk … er was eens … een hele beroemde uitvinder in het oude Athene. Hij was heel geliefd bij de mensen want hij bedacht de meest mooie gebouwen … tempels, paleizen en huizen. Het is meester Daedalus (Daedalos bij de Grieken). Bouwmeester, architect en uitvinder. Op het lijstje van uitvindingen van Daedalus staan bijvoorbeeld de bijl en het zeil. Best wel knap (zullen we maar zeggen). Ook als beeldhouwer maakt hij furore in Athene. Hij is de eerste kunstenaar die beelden maakt met open ogen in plaats van beelden met gesloten ogen. En de armen van zijn figuren hangen niet meer stijf naar beneden – zoals gebruikelijk was in die tijd – maar ze wijzen alle kanten op. Veel levendiger. Nog iets nieuws zijn de voeten van zijn beelden – het lijkt wel of de gebeeldhouwde personages (echt) lopen. Levensecht. Een uitzonderlijke man, die Daedalus. Zijn neef, de zoon van zijn zus, is zijn belangrijkste assistent.

Deze jongeman luistert naar de naam Perdix. Zijn vrienden noemen hem ook wel Talus maar laten we niet onmiddellijk beginnen met verwarring te scheppen. Perdix is in de leer bij zijn oom Daedalus. Beiden zijn geïnteresseerd in techniek en mechanica. Daedalus deelt zijn inzichten met zijn neef maar ziet na een tijdje dat er elke dag iets nieuws verschijnt in hun gezamenlijk atelier. Allemaal nieuwe uitvindingen van Perdix. Zo liepen ze bijvoorbeeld vorige week nog samen op het strand en verzamelde de jonge man de ruggengraat van een grote vis, de kaak van een slang en botten van een groot dier. Een paar dagen later – na enig gestoei en geknutsel met beiteltjes, stukjes ijzerdraad en het kaakbeen – toont Perdix een zaag (geïnspireerd door die ruggengraat) en een passer. Hij maakte die passer door twee botten – met ijzerdraadjes als een scharnier – aan elkaar vast te zetten. Het ene uiteinde voorziet hij van een klinknagel en het andere uiteinde is een scherp geslepen veer (pluim) die je in de inkt kunt dopen. Appeltje, eitje. Ja toch?

Ook de ronddraaiende pottenbakkersschijf staat op zijn palmares. Er wordt zelfs gefluisterd dat Perdix ook het eerste kompas heeft uitgevonden. In de roddelblaadjes in die dagen staan geruchten dat Pallas Athena – godin van de wijsheid, de handwerkslieden en de kunstenaars – een oogje heeft op dit jonge talent. Jammer genoeg bestaan noch de Griekse Privé en Story, noch dat eerder genoemde palmares – waarschijnlijk kleitabletten – niet meer om een betrouwbare fact-check te doen. Nu moeten we (jullie) het stellen met de woorden van verhalenvertellers-met-een-dikke-duim, zoals ondergetekende. Vandaag de dag zijn zo’n schijf, een zaag en een passer eenvoudige instrumenten maar in die tijd … je kunt je dus gemakkelijk inbeelden dat Daedalus stikjaloers is op de vindingrijkheid van zijn neefje. Hoe lang gaat dit nog goed? De leerling die zijn meester overtroeft …

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

KW45: Wintercircus

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Kunst is altijd voer voor interessante weetjes. De verhalen achter de beelden/schilderijen, de technieken, de tijdsgeest, de kunstenaar of zijn omgeving leveren al eens leuke verhalen op. Maar gebouwen kunnen ook veel interessante weetjes opleveren. Bij een gezellig onderonsje kwam het oude Gentse circus ter sprake. Dat het momenteel (al jaren) gerenoveerd wordt en er al meerdere mogelijke plannen naar gebruik zijn gelanceerd, dat is geen weetje, dat is bladvulling voor de gazetten 😉

Gent is altijd een circusstad geweest. Dat is het nu nog met circussen die regelmatig opduiken in Mariakerke, de Watersportbaan, op het Sint-Pietersplein of ergens rond Ledeberg/Gentbrugge. Gent heeft zelfs meerdere Lees verder

KW44: Ik zie spoken!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Eén van mijn favoriete musea is het Mauritshuis in Den Haag. Je ziet er vele mooie kunstwerken en ook een flink aantal bekende topstukken. Zeker de moeite waard om er eens een dagje voor uit te trekken.

Een van de mooie schilderijen is dit werk van Pieter de Hooch: Een binnenplaats met een rokende man en een drinkende vrouw (1658 – 1660). Alsof de titel nog iets te verbergen zou hebben (je zou er het bijna een hoofdstuk gaan noemen ipv een titel).

Een dagelijkse scène op een binnenkoer waarbij we een beeld krijgen van het leven halfweg 1600 met een sfeer die we ook terug vinden in de schilderijen van Vermeer. Sommige schilderijen van de Hooch zou je qua thema zelfs al eens durven verwarren met die van zijn tijdgenoot.

Maar waarom is dit schilderij nu het onderwerp van een kunstweetje? Het is toch maar niet meer dan een binnenkoer met een rokende mijnheer, een drinkende madam en een kind? Misschien is het een gezin op een zondags aperitiefmoment. Zou kunnen… Het zou ook een proeverij kunnen zijn, een degustatiemoment. Want wanneer we een beetje inzoomen op het beeld dan zien we iets “raar”…

Op de tafel ligt een tweede pijp en de drinkkan – die normaal dichtklapt – blijft open staan…(neen, het zijn er nog niet zo van die met een muziekdoosje in gelijk bij de bomma) Het lijkt wel alsof er wel een spook aan de tafel zit. En achter de man in het zwart hangt een extra jas over de afsluiting en toch lijkt het niet echt het weer om 2 jassen aan te trekken. Curieus, curieus, curieus!

Momenteel wordt het schilderij gerestaureerd en daarvoor wordt het ook grondig bestudeerd. Bij die studie is gebleken dat het spook niet zo onzichtbaar is als het op het eerste zicht lijkt. Het spook is namelijk een soldaat.

Een ander spoor van de vermiste soldaat is een foto die in de jaren twintig is gemaakt door Martin de Wild, een bekende Nederlandse conservator van schilderijen. Hij behandelde het schilderij en legde de soldaat bloot. Behoorlijk beschadigd en een beetje bleek rond zijn neus, maar nog steeds aanwezig. De Wild besloot de man opnieuw te bedekken maar in een XRay is de vorm van de soldaat nog steeds zichtbaar.

Deze details en foto vertellen ons dat Pieter de Hooch dit schilderij oorspronkelijk bedoeld had als een drinkspel met twee soldaten, en niet als een romantisch verhaal van een man en een vrouw. Iets minder charmant 😉.

Een gelijkaardig schilderij van Pieter de Hooch vinden we terug in Washington. Daar is de soldaat niet overschilderd en zodoende is het spook ook helemaal zichtbaar! 🙂 Ook al is het mysterie nog zo groot…

 

#mauritshuisconservering #projectdehooch #mysterievanthemissingsoldaat #mauritshuis #mauritshuismuseum #conservering #restauratie #conservator #dehooch #nationalgalleryofart #washington #thehague #denhaag #arthistorie #schilderij #museums #museum

 

Bron:

Mauritshuis, Den Haag

We zijn één!

Als kerstliedje koos ik dit jaar voor “You always know your home” door Sarah Bettens en Ozark Henri. Omdat het geen gemakkelijk jaar was en we – meer dan anders – er voor mekaar moesten zijn en (nog steeds) met mekaar rekening moesten houden. Geen tijd voor egotrippers, beterweters en onaantastbaren. De cijfers waren niet altijd correct maar de feiten daar kon je niet omheen. Dat het geen vanzelfsprekende keuzes waren/zijn, dat zeker. Mensen kwamen zonder inkomen, zonder verzorging, zonder… We weten nu ineens weer hoe waardevol onze vrijheden en luxes zijn. Alleen de eenheid kon ons redden en de (politieke) verdelers die moesten hun bek houden (want buiten “tegen” zijn, blijken ze nog steeds nergens “voor” 😦 )

Maar zoals ik altijd zeg: zo lang we gezond zijn, de rest komt wel met de nodige flexibiliteit.

KMSKB: Bezoek aan Old Masters Museum

Hoera! De musea zijn terug open. Wat heb ik die conservatieve, saaie, triestige, stille zalen vol prachtige, gelukkigmakende, waardevolle, rustgevende kunst gemist. Je weet maar wat je mist tot het weg is. Regelmatig denk ik aan andere donkere perioden in onze geschiedenis en stel me voor dat het dan wel erg triestig leven moet zijn geweest. Door de hele corona word ik me meer en meer bewust hoe goed we’t hier hebben, hoeveel “overdaad” en luxe we wel hebben. Maar wat ben ik blij dat er terug een beetje kunst in mijn leven komt. De collectieve expo met de vrienden is ons geschenk aan de fans, de lezers van de blog, de trouwe volgers. Kunst maakt niet ziek, integendeel. Kunst steunt en trekt je door deze donkerste dagen van het jaar.

Het bezoek aan “the old masters” in het KMSKB was meer dan de moeite waard. Ik ging er om (nog maar eens) de Bruegelschilderijen te bestuderen. Een beetje om het komende kunstweetje voor kerst te schrijven, niet echt stilgestaan dat ik van de gelegenheid kon gebruik maken om ook al de rest nog’s van dichtbij te bekijken. Omdat ik vond dat er misschien wel nog wat extra kennis te rapen viel, nam ik bij de reservatie ook een audiogids (4 euro extra) mee. Die gids bleek meer dan de kost waard (maar neem best je zelf oortjes mee, met de corona wordt geen koptelefoon geleverd).

Ik laat de beelden wat voor zich spreken. Old masters is voornamelijk de collectie Vlaamse/Nederlandse schilders ergens tussen 1400 en 1700 met hier en daar een verdwaalde Italiaan 😉 Het geeft een prachtig beeld over de Nederlanden in die periode zowel in publieke plaatsen als in de huiskamers. De sectie met actuele kunst (de vierkantjes) kwam zeer ongelegen maar bon, ça va nog. Met hetzelfde ticket kan je bij het begin ook een video rond Bruegel meenemen. Dat moet je zeker dan doen want met de corona-maatregelen keer je niet terug (one way wandeling). Ik liep er in totaal meer dan 3uur rond maar dat doe ik u niet aan 😉 Genieten op eigen tempo is de boodschap.

Meer info op: https://www.fine-arts-museum.be/nl/tentoonstellingen/hollandse-school

 

KW41: moet er nog blauw zijn?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met kunstweetje KW22 heb ik het al gehad over het lapis lazulli, het magische en vooral dure blauw dat door de jaren heen als HET blauw der blauwen werd gezien. Duur en exclusief maar ook diep, vol van kleur.

Maar er zijn kapers op de kust. Er zijn onderzoekers, kunstenaars die of dat lapisblauw willen kopiëren of gaan zoeken naar een nog stralender blauw. We gaan het hieronder hebben over het Delfts blauw maar ook over een Franse variant en een schilder die zijn hele oeuvre opbouwde rond de kleur blauw.

In Delft zit men met een probleem. Dankzij de import van Chinees porselein is er een nieuw segment aan luxeproducten ontstaan. Mensen kopen een tas of een bordje in Chinees porselein met de typische blauwe Chinese tekeningen. Dat Chinees porselein is onvatbaar mooi: het is transluminecent (het laat licht door en speelt met het licht) én er staat een handgemaakt schilderijtje op met een Oosters motief. Maar het goedje is ongelooflijk duur. Zo duur dat sommige mensen slechts 1 tas kopen en deze dan “te kijk” zetten als teken van welvaart. Delftse porseleinmakers ruiken geld en verdiepen zich in de materie. Het is vooral het blauw dat ze willen doorgronden of op zijn minst kopiëren (’t is nekeer iets anders dan vandaag waar de Chinezen kopiëren). Ze vinden hun antwoord in…glas en specifieker in smalt. Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Wil je zien hoe we vandaag smalt zouden kunnen maken, dan moet je zeker naar deze aflevering van “Het geheim van de meester” kijken.

Zodoende had Delft zijn blauw maar zoals altijd moesten de Fransen hun eigen versie en hun eigen blauw ontwikkelen. Zo gezegd, zo gedaan.

Tegelijk waren ook de Fransen bezig met het ontrafelen van de geheimen van Chinees porselein. Dat liep echter niet van een leien dakje. Men kwam maar niet tot de kwaliteit van het porselein. Maar Lodewijk XIV draaide er zijn hand niet voor om: hij deed aan industriële spionage en stuurde een paar kijklustigen naar de Nederlanden. Dat was ook al niet vanzelfsprekend want de Nederlanders die heulden met de vijand. Zelfs de Duitsers hadden sneller hun eigen Sax-porselein dan dat de Fransen die hadden. Lodewijk zou nog moeten wachten tot hij de oorlog had gewonnen om het geheim in handen te krijgen. Maar dat heeft op zich niets met deze blog te maken (al weet ge ’t nu toch ook maar weer 😉 ) Eens de Fransen hun porseleinproductie (o.a. in Sèvres) op punt hadden, maakten ze ook hun eigen soorten blauw (die Fransen toch)… Het leek zelfs niet van zeer ver op het Chinese of Delftse blauw maar speciaal en uniek blauw was het zeker.

Het Franse blauw dat ik hier wou bespreken dateert van veel later. In 1994 werd een project opgericht om de waarde van het pastel (en de productie van het pigment) “Blue de Lectoure” in ere te herstellen. Het blauw pigment wordt gebruikt in de textiel maar ook in de kunst. Aan de hand van biologische kweek wordt de Isatis Tinctoria gekweekt in de regio van Lectoure. In tegenstelling tot een lapis lazulli is dit pigment dus duurzaam van aard. De plant die de blauwe stof voorziet, heeft trouwens ook nog vele andere interessante (therapeutische) eigenschappen.

Maar helaas, je kan er – tot nu – geen porselein mee beschilderen.

Ik moet ook toegeven dat ik het blauw van Lectoure niet zo goed ken. Misschien moet ik toch maar eens tot daar rijden en nader bestuderen.

Nog een uitsmijter voor dit voorlaatste kunstweetje van 2020. Blauw is een primaire kleur, een basiskleur waarmee je vertrekt om andere kleuren te maken. Maar ooit was er een kunstenaar die zo bezeten was door blauw dat hij alleen maar met blauw schilderde. En dan bedoel ik niet op een manier waarop hij iets schildert met blauwe verf zoals de vogeltjes hierboven. Yves Klein schilderde grote doeken massief blauw. Op foto lijken deze misschien wel monotoon en weinig expressief maar dat zijn ze zeker niet. Omdat het allemaal en alleen maar blauw is ga je (bijna instinctief) op onderzoek en ontdek je veel nuances en bewegingen in de manieren waarop de verf werd aangebracht. Het is misschien niet direct “de omtoer waard” (zoals ze dat in Michelin zouden zeggen) maar als je de kans hebt, moet je’r zeker ’s tijd voor nemen om er eentje te zien.

 

En in het KMSK België is ook nog een heel blauw werk van Jan Fabre te zien…

 

bronnen:

het geheim van de meester

wikipedia smalt

Yves Klein

Bleu de Lectoure

KW40: stukken van mensen

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Misschien heb je de laatste dagen nog ’s een spade in de grond gestoken of plan je dat nog te doen. Dan zou je maar beter opletten want je weet nooit wat je onder de grond vindt. Ik haalde al eens een volledige telefoonset uit mijn tuin. Die kan er nog niet zo lang in zitten en dus ook niet de moeite waard om zorg voor te dragen tot het een unicum wordt. Haal je een obus boven – waar je in onze regio’s wel veel kans toe hebt – dan kan je maar beter de ontmijningsdienst bellen.

In Griekenland ligt dat een beetje anders. Onlangs werd er nog een beeld van wel 2.300 jaar oud naar boven gehaald tijdens rioleringswerken. (klik hier als je daar meer wil over weten). Ook in Egypte worden al eens “beeldjes” onder de grond gevonden. Het beeld van Ramses II was anders niet eentje waar je zo maar omheen kon graven. (klik hier je daar ook nog ’s meer wil over weten).

Wat weinig mensen nog weten is dat ook de Victory (ofte Nikè) gevonden in Samothrace/Samotraki een waar puzzelstuk is. Het bekende beeld dat nu de centrale trappenhal van het grote Louvre siert is eigenlijk een samenraapsel van brokstukken en veronderstellingen. Het dateert van rond 200VC en het zou een beeld zijn dat als boegbeeld bovenop een marmeren schip stond.

Maar wat is er nu precies aan van die Nikè? Wel…Dat beeld werd opgegraven in stukken. In 1863 ontdekten arbeiders het grote vrouwenbeeld. Ze bleven graven om tot een hoofd en armen te komen maar helaas. Charles Champoiseau die het project leidde concludeerde aan de hand van de kledij en een paar veren dat het een Nikè (overwinning) moest zijn. Het beeld – enfin de brokstukken – werden in 1866 in het Louvre tentoon gesteld.

De “boot” werd later gevonden en met wat diplomatie werd ook die naar Parijs gehaald. Zodoende kon het beeld op de boot worden geplaatst.

Maar ze hadden toen nog maar een samenstelling van meerdere stukken beeld. Een beetje gelijk dat ge in Rome rondloopt tussen de ruïnes en u moet inbeelden hoe het ooit heeft uitgezien aan de hand van een paar marmeren uitsteeksels…Ni gemakkelijk…

Daarom werd het beeld aangevuld met gipsen delen zodat je (vandaag) een beeld krijgt van hoe en hoe groots het beeld er moet uitgezien hebben. Zo is de deel linkse vleugel van de torso helemaal namaak (een spiegelbeeld van het rechtse deel) met hier en daar een verschil naar de gevonden stukken veer die er hadden moeten in zitten. Ook de riem is namaak. Omdat er geen uitsluitsel was over hoe de armen, het hoofd en de voeten gepositioneerd waren werden deze niet opnieuw gemaakt. Lang werd gedacht dat de dame een stoort hoorn hanteerde maar op basis van een hand dat men vond denkt men eerder in de richting van een verwelkomd gebaar. Hieronder een aantal foto’s van de gevonden stukken, de veronderstelling dat het om een hoornblazende dame ging, foto’s met de (gele) gerestaureerde delen.

Wist je dat sommige bronnen aangeven dat de Nikè met opzet maar “half” werd afgewerkt omdat de niet afgewerkte kant eigenlijk tegen een muur had moeten staan (dus waarom zou je dan die kant afwerken). Een zelfde hypothese geldt voor de buste van Nefertiti waar slechts 1 oog levendig werd uitgewerkt. Men stelt dat het niet de bedoeling is/was dat je het beeld van alle kanten zou kunnen bekijken. Vandaar dus slechts 1 uitgewerkt oog…Wij lopen er vandaag wel graag ’s rond en zien dat dus anders.

 

Bronnen: website Louvre, Katleen Van Huffel, Wikipedia

Laat mij de uwe zien!

Met de corona-tijden zijn een aantal projecten niet kunnen doorgaan (bijvoorbeeld de 3e triptiek) maar zijn er ook nieuwe, andere tekeningen ontstaan (bvb de kaartjestekeningen die regelmatig op Instagram te zien zijn).

Voor de komende expo’s (’20/’21)doe ik daarom beroep op jullie: Welk tekenwerk willen jullie graag (terug) zien?

Abraham blijft logeren

Sinds 2 maanden is Abraham bij ons komen logeren. Ik had gedacht – gelet op zijn aankondiging en de manier waarmee ik er mee om ging – dat hij even langs kwam en een dag zou blijven om daarna op te hoepelen naar het Walhalla. We begroeten mekaar, nemen afscheid en het leven gaat dan terug zijn gangetje. Maar het liep anders. Abraham kan het blijkbaar goed vinden als logee. Hij is nog niet weg! Niet dat ik hem zo direct weer het huis uit wil maar het is wat te druk in het huishouden nu (zou lady Di ook zeggen 😉 ).

Abraham bracht nogal wat onverwachte cadeautjes mee. Al van dag één mocht ik er aan beginnen. Het zag er leuk uit, zoveel cadeautjes. Een klein bolletje achter de 4 tand, onderaan links. Tiens. Dat was er nog niet. Ah nee, want het was een cadeautje dat Abraham voor mij had meegebracht uit 2015. Een nieuwe ontsteking onder een ontwortelde tand.

Alsof dat mij zal tegenhouden! Fietsen met de jongens is zo veel meer waard. En die “ouwe” wil nog ’s bewijzen dat hij het kan. Als hij naar Heist kan fietsen, kan hij dat zeker naar de bakker…zonder ondersteuning. Jee boys! Ik kan het. Eens de start voorbij en de wielen draaien groeit het vertrouwen en de snelheid. Gelukkig is de rit maar 2 kilometer. Heen-en-terug naar de plaatselijke Carrefour van Mariakerke. Allez, niet echt. De terugweg deed ik toch maar weer op de lichte ondersteuning.

Fietsen is altijd een aangename afwisseling voor het thuiswerken. Het geeft frisse lucht in de longen, ge ziet eens mensen en het verzet de gedachten. En het verzetten dat was nodig want met dat telewerken is de houding nogal “standvastig” geworden. De kinesist kon best maar even tussenkomen om die verkrampte spieren weer los maken.

En de tand die bleek gescheurd te zijn. Dat valt al eens meer voor bij ontwortelde tanden. Die worden bros, breekbaar. En zodoende kon er een ontsteking nestelen onderaan waar vroeger de wortel zat. Die tand moest er uit. Mijn eerste “echte” tand binnen de maand na tram 5 eruit. Een emotionele confrontatie.

Maar er is nog altijd het fietsen…maar die knieën…daarvan vond er nu toch wel eentje dat zo fietsen zonder ondersteuning toch niks voor hem was en die ging zich effe opblazen als een kikker. Dik maken. Aandacht trekken. De specialist wond er geen doekjes om: er zit vocht in de knie en dat moet er worden uitgetrokken. Met een naald zo groot als die van Frankenstein doorprikken we het kniekapsel (in het gewricht) en trekken er zowaar een half bad uit. En tiens…die knie zit zo wat “losjes”. Is de herstelde kruisband los gekomen mijnheer? Hebde uw vijs verloren dan? Nu ja, dat ik een vijs kwijt ben, dat weet ik wel, maar dat mijn knie daardoor los komt…Een MR-scan om dat uit te klaren.

Van al die commotie, de politie, deurwaarder, de beperkingen, etc etc  is mijn bloeddruk dan ook maar beginnen stijgen. 150/110 is de nieuwe standaard (gisteren mijn record met 170/130 gebroken). Ook daar bestaan pillekes voor maar die nam ik al…Oeje…hoe gaan we dat oplossen? Mijn god, mijn god, wat is hier aan de hand…

Ik vind Abraham best een OK gast maar ’t wordt tijd dat hij nu toch wel eens ergens anders onderdak gaat vinden. Opkrassen ouwe vent! ‘k Heb het nu wel gehad met zijn cadeautjes. Ik isoleer mij maar wat in de tekenkamer, wie weet helpt het, kan hij mij niet meer vinden 🙂

KW35: land in zicht!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag Vermeer op het menu. Vermeer kent u van…het meisje met de parel. Daar had ik trouwens al een kunstweetje over: klik maar ’s hier en er was er trouwens nog eentje met een schilderij van Vermeer: hier klikken gij!

Bij deze blog nog eens iets waar we nog niet hebben bij stil gestaan: de muren! Daarvoor gaan we kijken naar 2 schilderijen: soldaat met lachend meisje en allegorie op de schilderkunst.

Heb je je al eens afgevraagd bij het zien van de landkaarten over welk werelddeel dat gaat? Aha! Dat ligt voor de hand. Vermeer leefde in de glorieuze tijd van de grote maatschappijen die naar het verre Oosten of naar het Zuiden voeren om daar goederen en specerijen te gaan kopen en Nederlandse (of Europese) producten te verkopen. Zo’n vaart duurde lang en was niet zonder risico. De specerijen waren daardoor erg duur en konden zelfs als betaalmiddel worden gebruikt. Vandaar de uitspraak “betaling in speciën”.

Maar dus die kaarten. Dat is toch iets mysterieus want hoe meer je zoekt, hoe minder je tot een werelddeel, land of landsdeel komt. Vermeer deed zo veel onderzoek en zijn composities zijn 200% doordacht. Waarom zou hij dan zijn laars lappen aan een (gedetailleerde) kaart en die dan nog ’s zo’n prominente plek in het beeld geven?

Het antwoord is – als ge’t weet – eigenlijk erg eenvoudig. In de tijd van Vermeer werd niet het Noorden maar wel Oosten als bovenkant van de kaart gekozen. Het is daarom logisch dat wij dit beeld niet herkennen. Maar draaien we de kaart een beetje dan krijg je een heel ander beeld te zien. Vermeer baseerde zich meer dan waarschijnlijk op de kaarten van Balthasar Florisz van Berckenrode. De kaart die op het schilderij met de soldaat staat was allicht in het bezit van Vermeer want ze komt nog voor op 2 andere schilderijen. Wanneer je naar de laatste kaart kijkt (die ik gedraaid heb) zou je misschien denken dat ze op haar kop staat, of je denkt nog steeds dat het geen deel van Nederland betreft. Dan moet je je inbeelden dat Vermeer het land blauw heeft geschilderd en zee geel/zandkleur (anders zouden alle bootjes aan land zijn). In het stuk ligt Amsterdam centraal. Het was dus evident voor toen, een beetje mysterieus voor vandaag 😉

bron: docu: de hoed van Vermeer

KW34: de gedoodverfde kandidaat

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Legendarische zinsnede:

Bond: “Do you expect me to talk?”
Goldfinger: “No mister Bond…I expect you to die!”

Uit diezelfde film komt dit beeld

Bondgirl Jill Masterson wordt door Bond gevonden op het bed helemaal in goud dood geverfd…of was het gedoodverfd? Laten we dat eens even nader onderzoeken in deze periode van aanstaande Halloweendagen 😉

Ten eerste – ow spoiler voor de Bondfans – kan een mens niet sterven louter door de huid te beletten te ademen. Zo zou een duiker onder water ook wel ’s kunnen “stikken” door gebrek aan lucht via de huid. Neen, zo lang je langs neus/mond kan ademen stik je niet. Dat het niet gezond is uren ingepakt te zitten, dat staat echter ook wel vast. Het lichaam kan oververhitten of vergiftigd geraken door het niet kunnen afvoeren van stoffen langs de huid. Dus zijt gerust, de actrice overleefde finaal deze scene ook al trok ze zich kort na deze prestatie terug uit de filmwereld wat dan weer voer was voor speculatie over haar (on)dood.

Shirley Eaton (de actrice die Jill Masterson speelt) werd dus niet dood geverfd. Voor de veiligheid lieten de filmmakers toch maar een paar vierkante centimeters van haar buik vrij. Maar van waar komt de uitspraak “gedoodverfd” eigenlijk?

Taaltip: zeg niet “de dood geverfde kandidaat” maar wel “de gedoodverfde kandidaat”. Het is een subtiel maar wel levensvatbaar verschil.

Doodverf kent een onzekere oorsprong maar er zijn 2 pistes die aanvaard worden en op zich wel erg dicht bij mekaar liggen.

De eerste is de basislaag verf die als schets dient om een schilderij op te zetten. Op die basis wordt verder gewerkt om zodoende te komen tot een finaal schilderij. Dat kan – zoals ik dat ooit deed – in het groen maar dat kan ook in een andere kleur. Omdat deze verflaag dan finaal niet meer zichtbaar is, is de laag “dood geverfd”.

Een tweede – volgens mij meer aanvaardbare uitleg – is dat bij het schilderen van een persoon er een grijswitte grondlaag werd gebruikt (ipv het gekende heldere loodwit) en dat die grondlaag die persoon een lijkbleke kleur gaf. Alsof de persoon dood zou zijn, hij is dus “dood geverfd”. Waarbij je al – na het doodverven – zeker weet wie er in “in de verf” zal gezet worden. Vandaar dus “gedoodverfde winnaar”, de persoon waarvan je al op voorhand zeker weet dat hij de winnaar zal zijn. Hieronder een screenshot uit het programma “Het geheim van de meester” (NPO) waar je enerzijds een geschetst schilderij ziet in dat fameuze lijkwit en het originele schilderij door Frans Hals.

Dus wat hebben we vandaag allemaal geleerd om mee te stoefen?

  • de gouden Bondgirl is niet gestorven aan de laag gouden verf
  • zeg niet “dood geverfd” maar wel “gedoodverfd” omdat er toch wel een belangrijk verschil zit op de uitspraak
  • dat er in de jaren 1600 wel heel veel mensen zijn gedoodverfd

Bronnen: het geheim van de meester, snopes.com, wikipedia, onzetaal.nl

 

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.