Zondag markt in Kluizen

Omdat ik vandaag bezig ben met de voorbereidingen voor de markt van Kluizen (bij Evergem) komende zondag, is er geen Danaë-blog. Een gezellige (grote) gelegenheid om nog ’s de bekende koppen te zien en nog ’s samen de dag vol te lullen. Zoals we dat al meer dan 20 jaar samen doen. Maar ik heb wel nog iets te vertellen na de expo van Drongen.

Het meest vertelde verhaal op de expo is zonder twijfel dat van de Kermis van Hoboken (Bruegel). De tekening die ik maakte naar de nog bestaande tekening van Bruegel. Het hele verloop en alle blogs daarrond vind je HIER.

Van de tekening van Bruegel werd een ets gemaakt en een druk maar die druk was (vermoedelijk) niet zoals Bruegel die zelf wou. Het was dan ook voor Bruegel snel duidelijk dat hij naar zijn vertrouwde drukker/etser terug moest. De tekst op de banier (waar een deel van het mysterie om draait) is helemaal aangepast. Hieronder de tekening van Bruegel, de etsdruk en mijn versie.

De tekst werd door de etser aangepast. Of dat in opdracht van Bruegel is gebeurd is niet duidelijk maar zeker is dat de tekst op de ets niet dezelfde is dan de tekst op de tekening. Ik probeerde zo dicht mogelijk bij de originele tekst te blijven (met als gevolg dat ook deze onleesbaar is gebleven).

Een ander topverhaal was dat van de imkers. De honingdieven waarvan je het hele verhaal HIER kan vinden. Ik verwijs daarbij regelmatig naar de 4e man in de boom. Die lijkt heel erg op de man in de boom in het schilderij “de nestrover”.

Het linkse is beeld is ook weer zo’n typische Bruegel: het verhaal van de splinter en de balk. De man op de voorgrond wijst naar de eierdief die – zo voorspelt zijn pet – niet lang meer in de boom zal hangen. En dat voor een paar eieren. Tegelijk loopt de figuur op de voorgrond in volle vertrouwen recht de afgrond en de beek in. De imkers (de honingdieven) hebben een vergelijkbare figuur rechtsboven. Deze valt weliswaar niet uit de boom. Hij staat op de uitkijk terwijl zijn collega’s de buit veilig stellen. Zullen de dieven het zonder kleerscheuren halen? Of gaan ook zij recht de afgrond in? Het waren moeilijke en harde tijden in de 16e eeuw. In ieder geval is op beide werken de spreuk “dye den nest weet dye weeten, dyen roft dy heeten” van toepassing.

PS: ivm het linkse schilderij wordt wel eens gefluisterd dat Bruegel voor de grote figuur op de voorgrond geïnspireerd werd door Michelangelo.

Het schilderij de eierdief is te zien in het Kunsthistorisch Museum van Wenen en meet 59.3 × 68.4cm. Tiens…dat is nog ’s haalbaar voor een Bruegel 4 te maken 😉

Danaë (3)

Tijdens of liever voor een sessie start wordt er meestal intensief heen-en-weer gemaild om de opdracht en het doel helder te stellen maar ook om input van het model zelf toe te laten. Ik hou van die interacties. Ze zijn leerrijk, dwingen me regelmatig tot herbekijken van het oorspronkelijke idee en in 99,5% van de gevallen wordt het finale beeld daardoor ook sterker.

In dit geval, waar we het oorspronkelijke schilderij enkel als een aanzet gaan gebruiken, is er veel marge om te komen tot nieuwe ideeën en nieuwe beelden. Wanneer we vertrekken van een gedachte als het schilderij van Gentileschi is veel mogelijk.

Bovendien is de pose (zie vorige blog) zo uniform dat je er vele kanten mee uit kan. Danaë wordt in de meeste gevallen rustig liggend op een bed of zetel gevonden. Het is duidelijk een verhaal dat als excuus werd gebruikt om een vrouwelijk naakt te mogen schilderen zonder “onzedig” te zijn. In de katholieke jaren 1500-1700 was dat het geval. Naakt was totaal uit den boze tenzij het om een verhaal ging waar het niet anders kon dan naakt. Hoe Rubens er telkens mee weggekomen is, het is mij een raadsel.

In de brainstorm rond dit thema en het schilderij botsten we op de schilderijen van Frédéric Bazille. Een illustere onbekende in onze streken maar – zoals ik zei – een interessante ontdekking.

Misschien had Frédéric wel hetzelfde idee dan ik? Wie weet. Ik kan het hem niet meer vragen. Frédéric werd op 29 jarige leeftijd doodgeschoten in de Frans-Duitse oorlog. Het zoveelste nutteloze slachtoffer. En dat geldt ook voor u mijnheer Poetin!

Maar Frédéric was zeker niet de enige die geïnspireerde raakte door deze leuke en tegelijk relaxe pose. Wanneer we op Google “reclining nude” als trefwoorden ingeven, dan zien we nog meer van deze poses in tal van schilderijen. Een meer recente (en bekende) versie is die van Kate Winslet in Titanic toen ze getekend werd door “king of the world” Leonardo Di Caprio.

Voor de gouden regen heb ik iets anders bedacht en ook mijn decor is veel moderner dan wat we hierboven te zien krijgen. Ik kies voor “ruimte” en niet echt voor een binnenscène. Ondanks dat het toren is, hoeven het niet persé allemaal muren te zijn. Allez, vandaag toch niet…

Danaë (2): immer de muze

Danaë is duidelijk een inspiratiebron voor vele kunstenaars. Bekend bij de Grieken, maar ook in Pompeï, bij de Italiaanse kunstenaars.

Het valt me op dat het verhaal de tijd en plaats helemaal loslaat. Vanuit de oudheid over de renaissance, de gouden eeuw, de rococo,…tot zelfs hedendaagse kunstenaars als Vadim Sakharov die enkel de gouden regen uitlicht en omvormt tot een scène waar je het effect van die gouden regen zelf kan ervaren.

Omdat ik nog niet veel technisch kan vertellen over mijn Danaë zet ik een flink aantal kunstenaars hier op een rijtje. Voor wat mijn versie betreft: onze Danaë zit opgesloten in een prachtige glazen kooi. De figuurlijke “gouden kooi” waar we allemaal al eens in belanden. Het oogt mooi en je wil er meteen in maar eens het zo ver is, dan voelt het na een tijd aan als een betonnen gevangenis. Er is nog niet veel van te zien maar goed, het is een begin hé 😉

Bekeken en goedgekeurd

Wat een zotte meimaand en begin junimaand was dit? Onder de rubriek “te veel hooi op het vork” was dit al bijna een hele hooikar op het vork. Het was druk en bij momenten wist ik begot niet meer waar mijn kop naartoe was. Nu de expo achter de rug is, is het tijd voor een eerste terugblik…

We hadden 2 lange weekends expo. Ahaaa…het eerste weekend was dat met de vele lekkernijen waarvan Brecht van Coffee.Beez ons wist te voorzien. En die kwamen goed van pas want onder zijn tentje was het gezellig, soms druk, maar zeker droog. Wie voor, na of tijdens onze expo last had van de regen kon er terecht voor een lekker bakkie koffie of de inmiddels legendarische chocomelk.

Maar je kwam natuurlijk niet alleen voor Brecht. Je kwam voor de kunst! En dat blijft een moeilijke in het landgoed De Campagne. Er komt nauwelijks volk langs, dus is er veel – heel veel – inspanning te doen om mensen te laten weten dat er iets te doen is én ervoor te zorgen dat ze ook langs komen. De promocampagne neemt daarom een flinke hap uit het budget. En met de kater rond subsidies waren er deze keer ook geen aperitiefmomenten op zondag geprogrammeerd.

En toch kwamen jullie in grote getale opgezet! Het eerste weekend zat er al meteen boenk op met 332 bezoekers. Het tweede weekend deed het nog beter zodat we finaal afkloppen op 681 bezoekers. Ik heb héél veel zin om iedereen waarvan ik me kan herinneren dat ze geweest zijn hier persoonlijk te bedanken maar ‘k ga er zeker vergeten en dat zou spijtig zijn. Dus bij deze een bloem voor jullie en een dikke merci om (trouw) naar De Campagne te komen.

Er waren ook veel nieuwe gezichten bij. Zelfs weer mensen die nog nooit eerder van mijn expo’s hadden gehoord. En dan zijn we “nog maar” 22 jaar bezig 😛 Ik kan iedereen alleen maar aanporren om zich te abonneren op mijn blogs (via de home pagina, naar onder scrollen en uw mailadres invullen) zodat je altijd op de hoogte blijft.

Na de opkuis blijft de zaal wat verlaten achter. Het is toch een hele andere beleving wanneer ze terug “kaal” wordt en de reftersfeer weer de overhand neemt. Tijd om mijn nacalculatie te maken. De verkoop bleef helaas uit, dus dat wordt weer een put van enkele duizenden euro’s. Om maar te zeggen, alleen al de kinderzoektocht kostte zo’n 405,12euro. De gedachte om inkomgeld te vragen duikt toch weer op.

Enfin. Om het met andermans woorden te zeggen: “het is volbracht” en ik ben een tevreden man. Merci aan iedereen die het project mee heeft gesteund, die er reclame voor heeft gemaakt, die vrienden en/of familie heeft meegebracht, die nog ’s terugkwam,… Aan Kathleen om de volledige permanentieshift van zaal 1 op te nemen, aan Tessa om al dat volk tot in Drongen te krijgen, Carlos voor de taartjes en de babbels. En een hele, hele dikke merci aan de sponsors Barlufin, Tic-tac en Convas! Merci thuisfront voor alle regelingen die moesten worden gedaan.

Of ik er nog een vervolg aan brei, dat blijft spannend, het moet ooit wel eens stoppen. Maar dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskindertjes 🙂

Follow that site!

Je kan mijn blogs en website volgen door regelmatig ’s langs te komen en de verschillen te gaan opzoeken. Dat kan. Maar dat is nogal…goh…lastig… Daarom maak ik het u erg gemakkelijk! Op de “HOME”pagina, onder de foto’s staat een vakje waar je een mailadres kan invullen, klikken op bevestigen en hup klaar. Dan krijg je eenvoudigweg bij elke nieuwe blog het verhaal in je mailbox.

Wil je er na een tijdje terug vanaf? No problemmo. In- en uitschrijven kan altijd zoals het je goed past. Gewoon doen zou ik zo zeggen 🙂 Er zijn al 979 volgers voor je 😉

Botticelli: De Venus van Max (2)

Botticelli en Simonetta Vespucci zijn voor de rest der tijden onlosmakelijk van mekaar verbonden. Simonetta komt zoveel keer voor in zijn werken dat je haast zou vergeten dat ze gehuwd was met Marco Vespucci. Deze laatste was dan weer de broer van Amerigo Vespucci die zijn naam gaf aan een klein overzees landgebiedje zo ver weg van Italië en zo 😉

Simonetta is hét topmodel van de jaren 1460-1470 en zelfs ik maakte er al een (cover)tekening van. Ik vind trouwens dat ze wel wat weg heeft van de actrice van the handmaid’s tale.

Postuum portret van Simonetta Vespucci naar Piero Di Cosimo

Botticelli is zo geïnspireerd door Simonetta dat ze op zijn Primavera zelfs meerdere keren voorkomt. Ze is zelf nogal gemakkelijk te herkennen als “de rosse” in het beeld 😉

Maar het werk dat ik voornamelijk wil bespreken is De geboorte van Venus. Het schilderij stelt de aankomst van Venus voor op het eiland van de liefde: Kythira. Ze is er door de windgod Zephyros naartoe geblazen. Een van de Horen, godinnen van de seizoenen, reikt haar een mantel om haar naakte lichaam te bedekken. Venus heeft ook de naam Aphrodite., godin van de liefde, de oesters en de chocolade. De geboorte kan je in het schilderij behoorlijk letterlijk nemen. De venusschelp staat symbool voor de vagina en met al dat water errond moeten we er geen tekeningske bij: geboorte geslaagd.

De serieuzere mensen die kennen ook zeker de Venus van Milo uit het Louvre. Voor de flauwe grapjassen zoals ik: jullie kennen vast wel de sketch van Gaston & Leo met finaal de Velo van Minus.

En zodoende raakte ik nog maar eens geïnspireerd door zowel Botticelli als door Simonetta en tegelijk ook door mijn goede vriend Brecht H. die Coffee.Beez uitbaat. De lekkerste koffie ever of voor de kids ne jumbo chocomelk met die overdreven grote toef slagroom, m&m’s, marshmellows,… (hij heeft ’t nogal voor zoet en caloriekes but who cares, ’t is megalekker).

En dat allemaal bracht me op het idee om van deze Geboorte van Venus de variant “De Geboorte van Koffie” te maken. Ik zou ik niet zijn: mijn eerste gedacht wat een tekening 1/1…172,5 × 278,5 cm…Is da ni wat groot Van Hemel? Gade daarna weer komen janken dat ’t niet in uwen auto kan…

Na wat denkwerk kwam ik tot het Belgisch compromis: Ik maak de Venus evenhoog dan het originele maar met de focus op het centrum. Dus ligt er nu een plank in mijn atelier zo hoog als’t echt alleen een beetje minder breed… Het spel kan beginnen…

Eerdere artikels die ik schreef over Simonetta Vespucci:

24/365

KW04: Simonetta Vespucci

KW08: de geboorte van Venus

Dag van de zorg

De zorg. **APPLAUS**

Voila. Daarmee zijn alle mensen die werken in de zorgsector weer eens goed geholpen en kunnen we nu weer gelukkig met z’n allen verder kankeren over hoe gemakkelijk ze’t wel hebben op hun sloefkes, flanerend door de gangen van één of ander centrum of praktijk. Misschien kunnen we ineens ook wat fulmineren over hoe men beter het geld zou spenderen aan andere doelen. Of over de profiteurs. Of dat ze de zorg beter zouden privatiseren.

En waarom niet. Only the rich survive, niet?

Een maand geleden postte mijn oudste zoon dit bericht op Facebook.

Op een paar uitzonderingen na (bvb voor zijn verjaardag) is dit sinds lang een bericht op Facebook. De reden ligt daarbij deels bij zijn autisme maar zeker ook bij het GEBREK aan zorg, het GEBREK aan ONDERSTEUNING naar zijn omgeving toe, het GEBREK aan (beschikbare) INFORMATIEKANALEN en onderlinge communicatie onder mensen die met gelijkaardige materie bezig zijn. En VOORAL is dat allemaal het rechtstreekse gevolg van de incapabiliteit FOD Sociale Zekerheid en Directie- Generaal Personen met een Handicap. Na “onderzoek” door een zogezegde “deskundige” FOD-arts werd geconcludeerd dat er qua autisme niets van aan is. Van enige interne kwaliteitscontrole heeft men bij de FOD meer dan waarschijnlijk nog nooit gehoord. Nietwaar mijnheer #frankvandenbroucke ?

Allicht zal wel iemand van de lezers de reactie maken “hij aast op een subsidie, een tussenkomst, geld”. Echt eerlijk: het geld is het minste van de zorgen. De erkenning hebben we nodig. Ze opent deuren naar ondersteuning, hulp, tolerantiemarges,… Om ergens te geraken in het leven is de erkenning belangrijker dan geld. Laat dat een tweede werkpunt zijn voor de zorg.

Maar – als we de media mogen geloven – is de zorgsector overbevraagd. Dat merken we snel wanneer we naar een specialist willen. Vandaag afspraak maken is over vele weken pas langs komen. Zou het niet een groot stuk ontlasten mocht er meer ingezet worden op ondersteunen en instrueren van hulp vanuit de omgeving? Wat en hoe moet de omgeving handelen? Wat zeggen ze beter wel? Wat zeggen ze beter niet? Hoe pak je een crisis aan? Werkpunt voor de overheid: richt u ook eens op de niet-professionele hulpverleners. Het gaat u inspanning kosten maar het gaat de kwaliteit opkrikken en de werkdruk op termijn zeker verlagen. En finaal blijven uw specialisten nog steeds veel werk hebben alleen zullen ze meer specialistenwerk krijgen.

Tenslotte: voor wie een idee wil hebben hoe bij ons thuis wordt gecommuniceerd: moeilijk of nauwelijks. Om sociaal aanvaard te kunnen worden bij alle mensen die onder het originele bericht reageerden dat ze best wel willen helpen, betalen we thuis een heel hoge tol. Het is alsof er een klopgeest van Vulcan in huis woont die enkel voor primaire behoeften uit zijn kamer komt. En als er dan een beetje gecommuniceerd wordt, is dat met heel veel watten en heel veel stress. In de korte tekst hierboven zitten (minstens) 9 aparte verhalen en levensfasen. Ik ga ze niet uit de doeken doen, ik wil er alleen maar mee illustreren dat jij, die dit leest, geen benul hebt van welke trauma’s er achter elke halve zin zitten. Je bent nu zelf even #contextblind als wij dat zijn. Alleen scroll jij straks verder… Dus hulp: ja, graag maar liefst met professionele ondersteuning.

Dat een leven vol trauma’s, die je door je beperking niet kan verwerken, ook maar complexer wordt. Dat het op den duur een heel zware rugzak wordt en dat er nauwelijks professionele hulp (of erg dure) ter beschikking is. Dat is de realiteit achter de dag van de zorg.

Dank u wel zorg ** APPLAUS ** En dank voor de vele afwijzingen dat is op zijn minst opbeurend. De “besparing” op lange termijn ziet u wel in uw begroting of de miseriecijfers.

Florence ofte Botticelli (4)

De reis naar Firenze moest ook ergens een einde kennen. We bezochten ook nog Pistoia en onderweg naar huis namen we ruim de tijd voor foto’s van de Alpen, Bologna, Reims,…

Maar wie Florence…excuseer Firenze, zegt, zegt eigenlijk Botticelli. De bekendste schilderijen zag je in een vorige blog maar de komende weken gaat ’t hier een beetje meer over en rond Botticelli draaien. Een nieuwe blogreeks gaat van start!

Sandro Botticelli ofte Alessandro Filipepi maakte iconische werken maar op één kleine uitzondering na bleef hij zo goed als heel zijn leven aan Florence verbonden. Dan kan het ook niet anders dan dat hij goed geconnecteerd was met de´ Medici. In de recente TV-serie is dat duidelijk maar ook uit geschriften blijkt er een goede band te zijn tussen het huis met de bollen op het schild en de schilder. Waarschijnlijk heeft Alessandro zijn artiestennaam te danken aan het beroep van zijn oudere broer. Deze was goudslager die de Florentijnen “battiloro” of “battigello” noemen. In zijn werken vind je ook ergens een man met een gouden amulet wat tegelijk kan verwijzen naar dat beroep. (wordt vervolgd)

Florence ofte Siena (3)

De omstreken van Firenze zijn rijk aan mooi en interessante steden.Sommige zijn kleine kopies van Firenze andere gingen dan weer totaal hun eigen koers en zijn daarmee soms iets landelijker, meestal iets bescheidener, dan weer totaal anders net omwille van hun ligging.

Prato, Pistoia, Lucca, Pisa, … Altijd prijs! Maar de vermoeidheid slaat toe. De reis, de vele wandeltochten en het bourgondische leven vragen bij enkele medereizigers om een dagje rust. Het is hun gegund. Maar schoonbroer en ik hebben toch nog zin in een uitstapje. Als snel volgt het besluit om naar Siena af te zakken. Dat mag redelijk letterlijk worden genomen. Siena ligt op zo’n 75km onder Firenze maar je rijdt er even lang over dan was het 100km.

Siena is zo’n “mix”stad. De kathedraal van Santa Maria Assunta is zeker een kleinere versie van een groen/wit-kerkgebouw zoals we die in Firenze hebben gezien MAAR…deze is veel verfijnder afgewerkt. Verfijnd uitgewerkte beelden en te gekke gevelornamenten overvallen je. Het bijkomende voordeel dat je hier hebt is (1) dit gebouw is kleiner en (2) je kan er wat meer afstand van nemen. Dat maakt in zijn geheel dat het meer hapbaar is. Bovendien staat er minder volk te wachten voor de deur 😉

Een tweede – en voor mij belangrijkste – must see is de Piazza del Campo. Het meest eenvoudige en toch meest indrukwekkende plein ever. Door zijn vorm in venusschelp krijgt het geheel een speciaal karakter. Iedere bezoeker zet zich effe neer om te verpozen, te genieten van de zon, de mensen, un gelato en de indrukwekkende toren. Deze toren maakt deel uit van het Palazzo Pubblico. Ook hier weer een groot maar tegelijk erg bescheiden exterieur. Het had evengoed het station van Gent Sint-Pieters kunnen zijn…of was het net omgekeerd? 😉 Deze keer wou ik van de gelegenheid gebruik maken om toch ook ’s deze toren te temmen. 400 treden. Dat viel best goed mee. Echter viel mijn bouwkundig oog op de vele onregelmatige gaten in de toren. Waarom waren die zo gedaan? Was het een esthetische zet, een technische zet, nog iets anders of een combinatie? Ik zocht het op. De gaten zijn het gevolg van de verankeringen van de “stellingen” bij de opbouw van de toren. Een beetje slordig als je’t mij vraagt, dat hadden ze achteraf wel kunnen dichten. Maar goed, ik ben hier niet de projectleider. Ik geniet van het zicht en zet straks even kort de clip uit de James Bondfilm op wanneer ik terug in de schelp zit. Heel even ben Van Hemel…Max Van Hemel…

500x dank!

Dit weekend en vorig weekend was er in Drongen de Kunstroute door het Cultuurplatform Drongen en tegelijk (enkel vorig weekend) een tentoonstelling in De Regenboog aan de Sint-Sebastiaanstraat in een organisatie van het Cultuurplatform Wondelgem.

Ik was er bij op beide evenementen en zodoende konden meer dan 500mensen van mijn tekenwerk genieten. Allemaal bedankt voor het bezoek. Ik hoop jullie weer te zien vanaf 26 mei in De Campagne met een geheel nieuwe collectie aan tekeningen.

Speciale dank aan het Cultuurplatform Drongen en Cultuurplatform Wondelgem voor al de moeite die ze hebben gedaan om er een succes van te maken. Pluim voor jullie!

Florence ofte Firenze (2)

Terwijl ik parallel bezig ben met mijn hoofd op orde te zetten naar expo’s toe, toch effe “ontsnappen” in een vervolgblogje over het mooie Firenze. Daarover gesproken, ik kan nog steeds niet begrijpen waarom de doorsnee “anderstalige” deze stad “Florence” noemt. Firenze klinkt toch zo veel vrolijker dan Florence. Niet? Bij deze mijn excuses aan alle dames/meisjes met de naam Florence. Ook al mag je een Nightingale zijn, het liefst noem ik je Firenze 😉

Voor wie het toch wil weten: Firenze werd opgericht als Romeinse vestiging door Julius Caesar zijn soldaten in 59VC. Het kreeg toen de naam “Florentia” mee omdat het de benaming was van de hoofdtaal in die streek. Het Italiaanse Firenze is één van de vele (Italiaanse) afgeleiden van Florentia.

Het logo van Firenze (Latijn, Engels, Duits, Spaans). Lekker onhandig 😉

Maar wie Firenze zegt, zegt naast De Medici ook Uffizi . Als kunstenaar-maker kan ik deze verleider niet links laten liggen en waren de kaartjes al maanden op voorhand besteld (in tegenstelling tot de Galleria dell’Academia waar ik geen kaartjes voor had en dus ook niet ben binnen geraakt).

Van mijn 265 foto’s die ik er nam, geef ik hierbij een klein overzicht. Al is het nooit hetzelfde om een kunstwerk in het echt te zien tov een schermversie hoop ik – voor wie er nog niet geweest is – je te motiveren om er toch eens een reis van te maken. Het moet niet altijd Zuid-Amerika of Costa Del Sol zijn newaar… Bij het einde nog enkele beelden van het plein voor het museum en ook nog een Italiaanse romance die ik in een zijstraat kon bewonderen 🙂

Kunstroute Drongen (tem 1 mei)

Nog tot en met 1 mei is er doorheen Drongen een kunstroute. Langs een parcours van 20km vind je in 50 kunstenaars op wel exclusieve locaties.

Zeker niet te missen.

Een kleine preview van wat je in De Campagne kan vinden 😊 Meer info op https://www.cultuurdrongen.be/kunstroute-2022/

Florence ofte Firenze (1)

Eerste dag in Firenze was al meteen hét moment om een grote wandeling door en rond de stad te maken. Gelogeerd in ’t centrum van Firenze in een prachtige voormalig administratief gebouw, was het amper een half uurtje stappen tot aan de duomo. (foto Google maps wegens werken aan de gevel)

Eigenlijk een buurt vol met van die prachtige grote huizen, bijna paleizen. Maar die grote vlakke wanden maken de straten ook wel wat onpersoonlijk. Maar goed, het was niet voor de “gewone” huizen dat we zo ver afgereisd zijn. Er stond meer op de planning: de duomo, de ponte vecchio, gebouwen gesponsord door de Medici’s, een zekere David, een prachtig zicht op de stad…

Pand 108: No Sinking Ships

Het exposeizoen komt van de grond. Collega-curator Annick Haesendonckx pakt meteen stevig uit en verzamelt werk van 13 vrouwelijke kunstenaars onder de stoere titel “No sinking ships”!

Ik was erg benieuwd en ging een kijkje nemen naar al dat nieuw werk. En ik was zeker niet ontgoocheld. Niet alleen was het een gezellig weerzien van (enkele) bekende (ART-tist)gezichten maar ik werd tegelijk ook wel aangenaam verrast door de nieuwe namen. Maar een groep van 13 nogal uiteenlopende kunstvormen samen tot één harmonieus geheel brengen is ook een opdracht. Ik zag een toffe opstelling, zeer evenwichtig met een mooie lijn doorheen de composities. Ja, dat was “de omtoer waard”.

Heb je nog de mogelijkheid om even te gaan kijken, zou ik zeker aanraden dat te doen. Nu de opening voorbij is, zal het ook wel een stuk rustiger zijn om de werken te bekijken. Meer op de website van Pand 108 of hun facebookpagina.

Meimaand: expomaand (sorry moeder)

De lente kondigt zich aan en zowel de bloemen als de mails met nieuwe evenementen steken de kop op. Het worden nog drukkere dagen dan ik had verwacht. Meimaand zit jokkevol.

Een kunstroute op 14 locaties doorheen Drongen over 2 weekends met mijn bijdrage in De Campagne (Gijzelstraat12, Drongen). Samen met 12 anderen voorzien we de expozalen van ons werk. Het volledige programma vind je hier. Ik ben ter plekke tijdens het eerste weekend met nieuw en recent werk.

Op 30 april & 1 mei is Meikermis in Wondelgem. Tegelijk loopt er in de basisschool De Regenboog (Sint-Sebastiaanstraat 8, Wondelgem) tussen 11u en 17u een collectieve expo. Wie mijn verhaal van de triptiek van de dood nog niet heeft gehoord of het graag nog’s hoort, kom zeker langs. Er is ook een straatexpo van mezelf en Katleen Van Huffel voorzien.

En dan is er hét evenement van het jaar! ART-tist EXPO 13 waarvan weldra alle nieuws de wereld wordt ingestuurd. Reserveer in uw agenda maar al een dagje Drongen/Gent in het weekend van 26 mei of/en (kom nekeer terug) 4 juni. Je hoort er weldra nog veel meer over via www.expo-13.be of via de facebook van ART-tist.

Zurbaran: de Spaanse primitief (01)

Laten we voor dit verhaal nekeer starten met een vraag. En niet spieken hé…

Noem me eens een bekende FRANCISCO…

Als ik op het internet zoek dan vind ik alvast deze top 10:

  • #1 Francisco Franco
  • #2 Francisco Goya.
  • #3 Francis Xavier. Given name: Francisco. …
  • #4 José de San Martín. Given name: Francisco. …
  • #5 Pancho Villa. Given name: Francisco. …
  • #6 Francisco Pizarro. Surname: Pizarro. …
  • #7 Francisco Vázquez de Coronado. …
  • #8 Francisco I. …
  • #9 Francisco de Zurbarán
  • #10 Francisco Massimo del Cielo

Staat de uwe er niet tussen? Zet ‘m dan in de commentaren. Ik ben benieuwd. Maar het goeie nieuws is dat de Francisco waar ik het wil over hebben wel in deze top 10 of eerder top 9 staat.

Er staan wel nogal wat schilders/kunstenaars tussen de lijst. Allez, ’t is niet dat ik het over Francisco I zal hebben. Goya goh ja… 😉 Hij is wel sterk maar ’t is niet echt mijne stijl. Pizarro en Francisco Vázquez de Coronado zijn “ontdekkingsreizigers”. Met een Spaanse naam is ontdekkingsreiziger meestal niet de meest onschuldige job….nope…sla maar over.

Nummer 9…Dat is nekeer iets, allez iemand, interessant. Zurbaran…Zurbaran…nekeer screenen…oh excuseer “de” Zurbaràn. Ha! Een beetje gelijk “de” Max LOL. Zeg vanaf nu dus niet meer Max maar dé Max, met zo’n streepke op de é LOL

Nee serieus Francisco de Zurbaràn maar ‘k ga voor ’t gemak gewoon Zurbaran schrijven…voor de vrienden.

Zurbaran is een Spaanse schilder. En in tegenstelling tot de Italianen en de Vlamingen waar ik het tot nu toe over had, is onze Francisco nogal exclusief bezig met godsgezinde taferelen of het schilderen van heiligen. Pure contrareformatie. Mooi werk, technisch heel sterk.

De literatuur vergelijkt hem graag met Caravaggio maar ik ga daar toch niet helemaal in mee. Caravaggio is op kunstvlak vooral gekend voor zijn theatrale, expressieve, provocerende schilderijen met donker-lichtcontrasten en die vind ik niet altijd terug bij Zurbaran.

Al zijn er wel schilderijen van Zurbaran die zeker doen denken in de richting van deze licht-donker meester. Maar dan weer zou ik evengoed de link kunnen leggen met Rembrandt. Laat er geen twijfel over bestaan, deze 3 kleppers beheersen het licht en de duisternis als geen ander.

Wat mij persoonlijk vooral aanspreekt bij Zurbaran is de manier waarop hij textiel weergeeft. Als we’t over textielschilderijen hebben, dan komt meteen de naam Van Eyck naar boven. De details in de kledij, de weerspiegelingen, de reflecties/interacties van de kleuren zijn bij Van Eyck inderdaad meesterlijk. Bij Zurbaran herkennen we (alweer) hetzelfde kleurenpalet dan bij Rembrandt en Caravaggio: veel aardkleuren, bruintinten, beetje rood en functioneel blauw. Draai dat maar door de blender.

Wat textiel betreft mag hij zeker naast Van Eyck worden gezet. Zurbaran schildert geen dure, fel gekleurde kledij met veel franjes en patronen. Dat mag niet van de contrareformatie. Het zijn sobere kledingstukken. Worden het toch de pronkstukken uit de kleerkast dan nog blijven ze in een rustgevend kleurenpalet weergegeven. Doch vergis u niet, onze paterschilder kan ook uitpakken met prachtige jurken.

Maar ik geef toe, Zurbaran zou nooit mijn eerste aandacht hebben getrokken ware het niet dat hij meerdere versies maakte van het Lam Gods. Zijn Agnus Dei (ong. 1635-1640) is een prachtstuk. Elke versie ervan verschilt een beetje maar telkens zijn het geweldig sterke stukken. Het gebonden schaap dat geen weg meer op kan, dood of moegestreden is en zijn lot ondergaat. De details van de vacht en de horens, gecombineerd met de prachtige lichtinval. Daar kan ik niet onberoerd bij blijven. Daar moet ik een cover van maken…

Goedkoper verwarmen?

Naast mijn carrière als tekenaar van schoons ben ik ook hobby-ingenieur voor een grote organisatie 😉 Dus ook op gebied van gebouwen e.d. heb ik toch wel wat kennis in één van mijn hersenlobben. Misschien nuttig en interessant dit te delen.

In een eerdere blog had ik het al eens over hoe je huis gratis afkoelen. Ik ga het bij deze niet hebben over hoe je je huis gratis kan opwarmen (al kan je al beginnen met de zon binnen te laten) maar wel hoe je jezelf toch wat energiekosten bespaart bij het opwarmen van de woning.

Lees verder “Goedkoper verwarmen?”

Iedereen koning!

Voor wie nog zou twijfelen aan het bezoeken van een kunstenaarswebsite of een tentoonstelling, bij deze is het bewezen: je bent niet de enige! Ga er gerust naartoe zoals je naar de Carrefour, Delhaize, Aldi of Colruyt gaat.

Naar jaarlijkse gewoonte is januari het moment om even aan “kwaliteitskunde” te gaan doen en na te gaan hoe de groei van het Max-werk is verlopen in het voorbije jaar. Echt benchmarken met een andere website kan ik niet. Ik heb helaas nog geen kunstenaars gevonden die of hun stats zou nauw bij houden of in die mate wensen samen te werken (laat van u horen als ge dat wél wilt 🙂 )

In december 2019 deed ik de oproep om eens extra een bezoekje te brengen aan mijn website. Het was de bedoeling om de symbolische kaap van 20.000 te halen. In 2015 haalde ik de kaap van 10.000 bezoeken en dus 4 jaar later kwamen daar 10.000 bezoeken bij. In 2021, slechts 2 jaar later, deden jullie daar nog een schepje boven op: 30.572 bezoeken aan de website! Het aantal bezoekers steeg naar 150% tov 2019. Dat doet mij enorm veel plezier.

De stijging is vooral te wijten aan het blijven inzetten op nieuwe werken en nieuwe wendingen in het verhaal van Max. De successen die de expo’s tussen de corona-golven met zich mee brachten. En dat is allemaal aan jou – de volger van mijn blogs – en mijn trouwste apostelen te danken. Dus wees samen met mij blij en eet nog een stukje taart want vandaag is elke bezoeker een koning 🙂

2022: adagio voor twee

Mijn nieuwjaarsbrief is dit jaar een specialleke. Voor mij ging 2021 op maatschappelijk vlak vooral over de strijd rond “het grote onzichtbare”. Zoals bij stembusresultaten zag ik tot mijn grote bezorgdheid en spijt veel verdeeldheid onder de mensen. “Het grote onzichtbare” had/heeft het op onze dagelijkse gewoontes gemunt. Op sommige momenten was het bijna alsof we terug naar de tijd van de ontdekking van AIDS of de ontsnapping van Dutroux gingen.

Vrijheid van het individu staat/stond diametraal tegenover het welzijn van de hogere (wereld)gemeenschap. De kruisvaarders tegen de ketters (waarmee ik geen oordeel vorm over wie wie is). De wetenschappers versus de dokter-specialisten op sociale media.

Het grote onzichtbare maakt beweegredenen abstract, ontastbaar, ongezien. En ik had het daarbij niet alleen over bvb luchtvervuiling, stralingen, dumpen van zware metalen ergens in Afrika of India,…Natuurlijk heb ik ook covid en de vele nu nog onzichtbare gevolgen die zullen volgen uit deze periode. Tegelijk waren de beweegredenen van onze politiekers soms ook best on(door)zichtbaar.

Had dit allemaal impact op mijn tekenwerk? Ja hoor. De expo’s – als ze al door gingen – verliepen binnen een totaal andere sfeer, continue onzekerheid, zal er wel volk op afkomen,…Het maken van tekeningen lag een jaar op zijn gat. Weinig kans op modellen, verstoorde werking, geen opties om geplande projecten uit te werken. Toch was het tegelijk een jaar van vernieuwde opportuniteiten: zonder corona was bv de Lachende Cavalier er niet gekomen. Zonder Lachende Cavalier was de Treinbegeleider er niet gekomen. Zonder Treinbegeleider was mijn tekening niet in het Stripmuseum geraakt. Een onverwachte wending waar, met een positieve benadering, nog meer positiviteit uit kwam.

Ik weiger werken te maken waar de kijkers niet in verwondering of blij van worden. Ik wil dat de kijker een goed gevoel overhoud na het zien van mijn tekeningen, daarom zijn ze ook de MAX niet? 😉

Ik wens jullie allemaal een tof eindejaar met veel adagio, gezelligheid (echte of virtuele) en zoals ons moeder zou zeggen “gebruikt uw verstand” 🙂

Adagio for 2

Op naar het stripmuseum!

De voorbije week was het wat stiller omwille van ziekte. Gelukkig geen corona maar toch goed genoeg om mijn nog eens “een echte man” te voelen. Naar jaarlijkse gewoonte was er weer een aanval op mijn sinussen en dat sleept dan meestal ook wel een paar weken aan. Alleen die laatste week was er wat te veel aan: barstende hoofdpijn, slecht slapen, snotteren, hoesten,…met dan als neveneffect geen energie meer, geen concentratie,…het zielige hoopje zoals elke man hoort te zijn wanneer hij maar een klein beetje ziek is 😉 Gelukkig geen corona, dat heb ik 2x getest.

Maar tussen dat gedoe kwam er ook het goede en verlossende nieuws binnen van De Nationale Museumwedstrijd. Van 22 december 2021 tot en met 9 januari 2022 mag ik met mijn tekening van de treinbegeleider tussen enkele groten der aarde gaan pronken: Hergé, Rosinski, Linthout, Vandersteen, Morris,…misschien zelfs Pom staan. Mijn tekening gaat dus naar het stripmuseum te Brussel!!! Dat een plekje in een museum op de bucketlist stond, dat het een natte droom was…maar het stripmuseum? Dat was in mijn stoutste dromen totaal ondenkbaar. Volgende week maak ik er werk van (als er weer energie is).

Beetje nostalgie is gepast. Wie mij al jaren kent weet dat ik in mijn studententijd de lessen regelmatig verstoorde met mijn cartoons die van bank naar bank werden doorgegeven. Het waren meestal gags in 3 prentjes (beetje Garfield of Hagar-achtig) waarin ik de frustratie van de les of de actualiteit verwerkte. Maar al veel vroeger, toen ik zo’n 11jaar was, maakte ik mijn eerste stripverhalen. Eéntje ervan verscheen in het schoolblad (ik moest het verhaal wel inkorten omdat ik meteen ging voor de volle strip).