KW27: niets aan de hand

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden… (de mailabonnees kregen dit per ongeluk al op 5/4 te zien)

“Juffrouw! Héé juffrouw! Uw handschoen!”

Max Klinger is een dromer, een romanticus. Liefst van al was hij de drakendoder, de Romeo of Cirano.

Max leeft in de tweede helft van de jaren 1800 en is (opnieuw) op zoek naar de liefde van zijn leven. Hij is kunstenaar in de ruime zin van het woord: hij kan super goed tekenen, schilderen en beeldhouwen. Op een winterdag beslist Max om te gaan schaatsen op de ijsbaan en daar vindt hij een handschoen. De handschoen triggert zijn fantasie en Max maakt van de handschoen een symbool doorheen zijn tekeningen. Te pas en te onpas komt de handschoen voor en net als in een stripverhaal beleeft de handschoen allerhande avonturen. Soms met een romantische inslag, dan weer meer binnen een mythologische insteek, soms vanuit andere gevoelens zoals angst of frustratie.

Een beetje zoals Magritte, Bruegel of ik herhaaldelijk gebruik maken van dezelfde voorwerpen, gebruikt Max een lange witte handschoen. Soms is de handschoen vrij nadrukkelijk aanwezig maar het kan wel al eens zijn dat je toch een beetje van dichterbij moet kijken.

Al houdt Max Klinger ook wel van wat meer “harder” werk in de stijl van Félicien Rops. Expliciet en bij momenten best ook wel (suggestief) gewelddadig. Hij heeft zo donkere trekken maar dat had Kate Kollwitz – die hij kende – ook wel. Dat moet je maar ’s opzoeken. Waren deze tekeningen uiting van de maatschappelijke kwelling waar hij en zijn partner Elsa Asenijeff mee te maken hadden?

 

Dus wat onthouden we over Max Klinger?

  • Max Klinger wordt voornamelijk onthouden als de man die de handschoenen een nieuw leven gaf.
  • Max is ook bekend van het grote standbeeld van Ludwig van Beethoven dat ooit in Wenen geëxposeerd werd maar nu in Leipzig te zien is.

 

 

Rafael ’20 (19): dolfijnen

Eindelijk! Ik heb er lang naar uitgekeken om aan die dolfijnen te mogen beginnen. Ondanks dat het geen menselijke figuren betreft spelen ze wel een belangrijke rol in het beeld. En bij mijn opzoekingen had ik al een en ander gevonden over die dolfijnen…

Dat 2 dolfijnachtigen de schelp van Galatea trekken dat is wel duidelijk. Dat zie je zo. Maar die dolfijnen hebben nog een andere, symbolische, rol. Anatomisch gezien zijn het geen aangename dolfijnen, daar zijn we ’t wel over eens. De typische glimlach die we bij dolfijnen altijd zo charmant vinden, vinden we hier niet terug. Rafael geeft er zelfs nog een extra minder sympathiek kantje aan door – net zoals we dat bij paarden kennen – de tanden te laten zien. Maar dolfijnen hebben helemaal zo geen griezelige tanden. In tegendeel. De tanden van dolfijnen zijn nogal gelijk van vorm (ze verschillen wel in richting en grootte) en lijken nog het meest op een reeks hoektanden. Dit terwijl het er op lijkt dat in het schilderij deze dolfijnen zelfs maaltanden hebben. Niet goed bestudeerd door de schilder dus. Enfin, in het algemeen niet want ik contacteerde verschillende dolfinarium.nl en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen met de vraag of ze mij konden zeggen welk soort dolfijn dit is maar ze wisten het ook niet. Jan Haelters (KBIvN) wist wel dit interessant verhaal te vertellen:

Dit is een moeilijke: de soorten die in aanmerking komen zijn tuimelaar, gewone dolfijn en gestreepte dolfijn: dat zijn de meest algemeen voorkomende soorten in de Middellandse Zee. De tekening komt echter niet overeen met een dolfijnensoort: er zijn te veel fouten in de anatomie:

  • De snuit van de dieren is vreemd, en komt absoluut niet overeen met de normale vorm van de snuit van dolfijnen (de neusgaten zitten natuurlijk daar niet).
  • Ook de “lippen” op de tekening zijn vreemd.
  • De ogen lijken niet op de ogen van een dolfijn.
  • De vinnen zijn helemaal verkeerd.

Soit, als je er toch een soort moet op kleven: tuimelaar, de meest sociale dolfijn naar de mens toe, en de soort met het minst aantal tanden van de 3 (cfr de tekening), en grijs vanboven, bleek vanonder.

De snuit van de dolfijnen op de tekening lijkt verdacht veel op de (eenden)snuit van de dolfijnen zoals afgebeeld te Knossos, Kreta, uit de Minoïsche cultuur – misschien heeft men hier inspiratie gehaald. Ook hier is het niet duidelijk welke soort het betreft: het is ontsproten aan de vrijheid van de kunstenaar.

Toch hebben deze “dolfijnen” dus een belangrijke symbolische betekenis. De linkse dolfijn heeft namelijk een inktvis in de muil. En die inktvis verwijst naar het hele conflict met en de overwinning op de cycloop. Namelijk: een inktvis die kan nog ferm bijten nadat hij zelfs al dood is. Daarom slaan dolfijnen, wanneer ze een inktvis hebben gevangen, de inktvis lang en meerdere keren op het oppervlaktewater om hem daarna te kunnen opeten. Wil je daar meer over weten, dan moet je zeker dit artikel ’s lezen.

Dikke merci aan Jan Haelters voor de input 🙂

 

Rafael ’20 (17): c’est l’amour

Een paar blogs overgeslagen. Niet dat ik niet heb getekend, er viel gewoon even niets of toch niets interessants te vertellen. Behalve dat er weer zo’n 10a15uren verstreken zijn.

Wat zijn de nieuwe verschillen in een notendop?

Een nieuwe nereïde komt in beeld. Ze zit op de centaur/pegasusachtige. Met prachtige goudgele haren wapperend in de wind houdt ze zich vast met de arm over de schouder van de centaur.

De centaur is afgewerkt. Dat was wel een hele klus. Alleen aan het paardendeel van die figuur heb ik toch wel zo’n 6uur gewerkt. Al ben ik wel tevreden over het resultaat het was niet evident. Net zoals de andere figuren is ook deze centaur getorst om zijn ruggegraat. Maar omdat het bij deze minder mogelijk is dan bij de andere figuren (door de nereïde op zijn rug?) draait Rafael het gezicht en in het bijzonder de ogen zo sterk dat het bijna pijnlijk wordt om naar te kijken.

Merkwaardig daarbij is dat de centaur alle contact verliest met de andere figuren. Stel dat hij naar de nereïde had gekeken dan was dat op zijn minst een heel interessant en spannend beeld geweest. Want net dan zou het contrast tussen de nereïde links, die wel lijkt te vechten met Triton, en deze nereïde niet groter kunnen zijn. Nereïden zijn volgens het verhaal voorzien heel bleke huid en dat kan je niet echt zeggen van de nereïde rechts. Ze is erg roze van huid en haar blik, de omhelzing van de centaur laat er weinig twijfel over bestaan hoe de verhouding tussen die twee wel zit. De centaur daarentegen kijkt boven de nereïde uit. Alsof hij naar een putti (een engeltje uit het bovenste deel van het paneel) wil kijken maar ook dat is niet het geval. Hij kijkt naar (n)ergens en lijkt een beetje bevreesd. Tenzij hij bang is dat zijn bladerenhaar in de war zou geraken door de blonde lokken van de nereïde. Dat zou nog wel eens een uitleg kunnen zijn 😉

Opvallend is dat de centaur dus ook vleugels heeft. Was het de bedoeling dat hij hiermee gemakkelijker over de zee kon lopen?

31

Rafael ’20 (09): de “mantel” van Galatea

Er wordt naarstig voortgewerkt aan de tekening. En bij dat tekenen zijn mij toch wel een paar dingetjes opgevallen…

Op het origineel zijn meerdere retouches te zien rond de “mantel” van Galatea. Ik dacht eerst dat het scheuren waren maar in de hogere resolutie is het duidelijk dat het niet toevallig op die plekken is dat er een “streep” staat.

Ik kan er nog in komen dat, wanneer je schildert je eerder voorzichtig bent en dus een kleine marge neemt zoals de groene pijlen aangeven. Al zou dat niet echt mogen zijn want een schilder die kan “dekkend” werken en dus zou thv de groene pijlen de zee eerst moeten geschilderd zijn om daarna de rode stof erover aan te brengen. Nu krijg ik zo de indruk dat Galatea er eerst was en de zee tussen de figuren is geschilderd. Dat lijkt me onwaarschijnlijk maar misschien wordt dit nog helderder met de tijd. Met tekenen kan ik niet dekkend werken en dan maakt het niet zo uit waar ik mee begin. Meestal werk ik de achtergrond pas na de tekening af maar dat kan ook omgekeerd (al moet je als tekenaar dan wel de oppervlakte waar de figuur moet komen blank laten).

Maar er staan nog rode pijlen op deze afdruk. Die zien er wel heel merkwaardig uit, zeker de middelste. Die suggereert dat er ooit een hoek met stof is geweest maar dat die hoek ik overschilderd waardoor Galatea een soort van vleugels krijgt. Al hebben nimfen in de regel geen vleugels.

Maar intussen ben ik ook alweer een paar uren verder en vordert ook mijn tekenwerk. Mijn kleuren wijken af van bovenstaande foto. Bovenstaande foto is een goeie foto maar geen hoge resolutie. Kleurschakeringen vervallen daardoor. Ik vermoed dat de foto wat is bijgewerkt, de hoek waaruit het schilderij te fotograferen valt is niet echt gemakkelijk. Je moet al een zeer hoog statief hebben om er recht voor te staan. En met de corona is het mij helaas onmogelijk om ter plekke de kleuren te gaan bestuderen. Spijtig maar ‘k zal er moeten mee leven. Ik ga later wel ’s kijken als het allemaal weer kan 🙂 De laatste foto in de reeks is een stuk geler dat de andere foto’s. Ik heb mij inmiddels een LED-daglichtspot gekocht. De “bleke” foto’s zijn getrokken in sterk daglicht terwijl de ene gelere foto met gewoon zonlicht is getrokken. De tekening benadert in het echt meer die kleur. Tekentechnisch werk ik wel liefst met kunst-daglicht (6500K)

 

 

Rafael ’20 (05): let the beast go!

OK, toegegeven, ik kon niet meteen op een andere titel komen die meteen de start van de tekening aankondigde. Maar we starten er aan. Een paar weken geleden bestelde ik een papier gekleefd op dibond. Een mens leert al eens vanuit ervaring. En die ervaring zegt dat het beter is om het papier eerst op de drager (in dit geval dibond dus) te kleven dan eerst te tekenen en dan het risico te lopen dat iets zou fout lopen bij het verkleven van de tekening… En ook inzake afmetingen heb ik geleerd na de triptiek van het leven. Het centrale paneel van die triptiek is toch wel iets te groot om met onze wagen te vervoeren. Dus voila: een paneel van 110cmx145cm als basis voor deze tekening.

Spannend om dit paneel tot bij mijn tekenruimte te krijgen. De trap wou ook deze keer niet echt meewerken en met een pas geverfde muur let je toch even op dat er geen stuk van het pleisterwerk sneuvelt. Maar ge ziet ’t al komen, het paneel geraakte wel boven maar veel marge om te gaan tekenen is er niet. Dus of ik lig dat helft van de tijd op de grond te tekenen of de zaak gaat terug naar beneden en ik installeer mij opnieuw in de living (zie ook de triptiek van het leven).

Dus de hele boel terug naar beneden en daar begonnen aan de schets van de tekening. De tekening geïnstalleerd op mijn super grote ezel (niet meer op de salontafel), potloden op de tafel en we kunnen er aan beginnen. Het liefst van al maak ik mijn schetsen in één ruk, dat laat me toe om het overzicht te bewaren. Een schets is heel belangrijk, het is de fundering van de tekening. Dus de schets moet super goed zitten. Maar na ongeveer 2uur tekenen moet ik toch stoppen, het wordt te donker om verder te tekenen (dat zie je ook wel aan de foto’s). Het is moeilijk om goed te zien maar tot nu staat Galatea op papier, een engeltje onderaan en de 2 (griezelige) dolfijnen.

 

 

Rafael’20 (03): de pauselijke jaren

We noteren 1503 en paus Julius II is door simonie paus geworden. Hij doet een poging tot restauratie van het katholieke gezag. Zijn voorganger paus Alexander VI (beter bekend als Roderic Llançol i Borja) had er een ferme puinhoop van gemaakt, met veel sappige en controversiële histories die o.a. te zien zijn in de Tv-serie The Borgias. Julius II wil het gezag terug centraliseren in Rome. Julius II was gene gemakkelijke mens maar hij wist zich wel te omringen met de crème de la crèma (hahaha…hebdem…crèma…Italië…) van de kunst: Lorenzo Lotto, Sangallo, Bramantino (zonder ansjovis) en vooral Michelangelo, Rafael en Bramante. Waarom Da Vinci niet in dat clubje zat? Die werkte op dat moment voor Cesare Borgia, de zoon van Alexander VI.

Julius II investeert in kunst en in oorlogen. Zo strijdt hij tegen…Perugia en Venetië en meerdere concilies maar dat is nu even niet interessant. Wat wel interessant is, is te weten dat door zijn invloed Rome zijn verloren glorie terugvindt. Julius II beslist om de vertrekken in het Vaticaan (dat er toen nog niet helemaal uitzag dan vandaag) te laten (her)schilderen met thema’s die hij zelf oplegt. Er zijn zeker 2 zalen zo goed als exclusief door Rafael geschilderd. Over enkele andere zalen bestaat nog discussie. Het is waarschijnlijk dat Rafael er aan meegewerkt heeft maar niet alles helemaal door hem is geschilderd.

Volgens de overlevering is de eerste bijdrage van Rafael aan de Stanza della Segnatura. Dat is de zaal gans bovenaan, 2e deur rechts op’t einde van de gang 😉 Maar serieus; Julius II was zo onder de indruk van de bijdrage van Rafael dat hij ineens alle andere kunstenaars ontsloeg en Rafael de exclusiviteit voor de zalen toewees. En zo komen we tot de Stanza di Raffaello, de vele zalen met schilderwerken door/toegewezen aan Rafael. Klik hieronder maar op de slideshow, er zullen zeker wel bekende beelden tussen zitten.

In de fotoreeks zit het spectaculaire beeld “De School van Athene” en dat schilderij was een eerste kanshebber om de zomertekening te worden.De School van Athene stelt de zoektocht naar “de waarheid” via wetenschap (met focus op filosofie) voor. In het centrum zie je Plato (geschilderd naar Da Vinci) en naast hem Aristoteles. Het schilderij staat vol bekende namen, een beetje gelijk de cover van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club BandTerwijl Rafael met zijn schilderijen bezig is, is ook Michelangelo aan het werk in de Sixtijnse kapel. Michelangelo staat helemaal vooraan onderaan op dit schilderij voorgesteld als Heraclitus. Rafael schildert Michelangelo als een eenzaat, alleen, weg in zijn eigen gedachten. Slordig gekleed. Terwijl de andere figuren bijna allemaal een beweging in zich hebben, zit deze figuur er troosteloos bij, alsof hij moe is van een hele dag werk. Hij ziet er uit als een werkman en hoort niet tussen al die denkers. Oorspronkelijk stond deze figuur NIET op de fresco. Rafael kapte een stuk van het pleisterwerk weg om later Michelangelo toch toe te voegen. Werd daarmee de rivaliteit tussen beide kunstenaars beklonken?

Na 3 jaar schilderen is de eerste kamer klaar en Julius II is in extase. Het werk is monumentaal en subliem!

 

We hebben de periode 1510-1515 besproken voor wat het deel Rome en Julius II betreft. In het volgende deel van mijn introductie blijven we in deze tijdsband maar we verhuizen naar een andere locatie. We komen daarmee heel dicht bij het doel van de introductie: de onthulling van de zomertekening…Ik ben tegelijk al begonnen met de tekening, dus ik zit een beetje voor op wat je al kan lezen 😉

 

Rafael’20 (02): de start van een succesverhaal

We hadden Rafael achter gelaten ergens begin 1500 in Perugia. Begin 1500 (zo ergens 1504) staat hij klaar met zijn valiezen om de trein naar Firenze (ofte Florence) te nemen. Helaas…Dus nam hij maar een paard om de afstand af te leggen 😉 Maar voor hij vertrekt haalt hij nog snel een opdracht binnen voor Bernardino Ansidei. Allemaal OK maar klein probleemke, een paard, dat is een beetje gelijk een trein alleen een stuk stipter, dus dat wacht niet. De opdracht voor de Ansidei-kapel was niet klaar (of misschien zelfs niet eens begonnen) en werd pas in 1506 afgewerkt bij een terugkeer naar Perugia. Het werk op zich is belangrijk omdat het de periode van Perugia tot Perugia overbrugt. Dat Rafael zich (ook) door Perugino liet inspireren is wel duidelijk. Dat er echter veel meer en een boeiendere voorstelling van de scène ontstaat is ontegensprekelijk… Ik zet beide partijen naast mekaar ter vergelijking. Links een madonna die braafjes comfortabel in een relaxstoel zit en zowaar het midden houdt tussen een kerstboom en een lessenaar. Rechts een madonna die eigenlijk in een te smalle stoel stoel zit en daardoor iets naar voor schuift, een boek leest, links Johannes De Doper die niet naar zichzelf maar wel naar het centrale onderwerp wijst en daarbij een bevallig danspasje plaatst. Rechts van de madonna evenzeer een lessenaar maar deze is duidelijk een beetje verziend en zoekt het licht op om gemakkelijker te kunnen lezen.

Om maar te zeggen Rafael maakt vorderingen met wat hij leert. Hij pikt wel ideeën en thema’s (laat me gerust zeggen dat men in die tijd niet zo’n artistieke vrijheid had dan vandaag) maar maakt er wel het zijne van. En daarmee is het hoofd onderwerp van Rafael’s werken: Madonna’s met kind en portretten ineens ook besproken. Allez, ’t is goed, ‘k geef toe, ge krijgt toch maar een bloemlezing van enkele schilderijen (echtig waar gasten, op den duur hebt ge’t wel gehad met al die madonna’s…)

Een werk dat ik toch nog wil bespreken is het werk dat werd besteld door Atalanta Baglioni uit Perugia ter nagedachtenis van haar persoon…Of te misschien was het toch wel een beetje anders. Atalanta was de godmother van de familie en wanneer haar zoon besliste om de familie te vernietigen liet ze hem doden. Deze zet zou ze de rest van haar leven betreuren. Dus bestelt ze bij Rafael “een herinnering”. Maar daar moest nog een andere boodschap in verwerkt worden. De rivaliserende familie van Madalena Oddi bestelde eerder een altaarstuk bij Rafael en dat van haar mocht toch wel “een beetje” beter zijn dan dat van de Oddi’s. Het was tot dan de belangrijkste opdracht die Rafael had gekregen. De uitdaging was dan ook niet min. Als basis neemt hij een Perugino en tekent daar een eigen statische versie van. Maar hij moest beter doen. Dus zet hij beweging, dynamiek in zijn tekening. Het lichaam van Christus wordt niet langer vastgehouden, het wordt verplaatst. Tegelijk mixt hij de setting met wat hij bij Michelangelo heeft geleerd en er zijn wel gelijkenissen met de piëta. Door een raster over de tekening te zetten kan hij ze gemakkelijk vergroten. Na meer dan een jaar schetsen, kan het schilderen beginnen… meer weten via Wikipedia

En zo komen we in de periode van de pausen met als eerste paus Julius II. Allez, dat is eigenlijk niet echt correct want uit de vorige blog weten we dat er al viavia werk van Rafael tot bij de paus Alexander VI Borgia was gekomen. Dus strikt genomen was er al iets “pauselijks” geweest, maar laten we ons niet verliezen in details, we focussen op de grote episodes uit het leven van Rafael 😉

 

 

 

Het anachronistisch huwelijk (epiloog)

Wanneer je een tekening voor iemand maakt is het altijd hartverwarmend te zien wat er precies van geworden is. En zodoende stuurde Katleen ( https://katzz.webnode.be/ ) me een foto van de ingelijste tekening keurig netjes opgehangen in de living van haar ouders, recht tegenover de originele trouwfoto. Een geslaagd projectje zou ik zeggen.

Lees verder

Rafael’20 (01): artistiek zomerproject

Met enige vertraging (de zomervakantie is al 3,5maanden 2 weken bezig) start ik mijn zomerblogs. Net als vorig jaar zal ik deze zomer over mijn grote (zomer) tekening vertellen. Dat zal een beetje over vanalles gaan want in tegenstelling tot de zomertekening van vorig jaar, moet ik deze keer al mijn informatie van het internet halen. En ik heb me nog niet echt verdiept in de schilder én – vooral – ik heb ook nog niets getekend…

Omdat we toch niet buiten mogen en het ook nog eens zozo is om ver te gaan reizen, neem ik jullie mee naar Italië in mijn favoriete periode: de renaissance. Op ongeveer 1400km van Vlaanderen ligt de prachtige stad Urbino. En in Urbino staat het geboortehuis van Rafael, Raffaëllo Sanzio, maar zeg gerust heilige Rafael of Raffaëllo Santi. Geboren op Goede Vrijdag om 3uur ’s morgens (volgens de legende) in 1483 ziet de jonge Rafael (bijna) het daglicht.

Urbino ligt op een heuvel en ondanks alles is het toch niet dé stad waar ge meteen een groot rockfestival ofzo zou gaan organiseren…Rafael zijn vader is de kunstschilder Giovanni Santi. Ondanks dat ik over zijn vader niet overdreven veel informatie kan vinden, is het wel duidelijk dat die man echt wel bedreven is in het schilderen. En dan meet ik mij niet aan één of andere Spaanse restaurateur, dan heb ik het over mensen met kennis van zaken. Rafael wordt, zoals het in die tijd wel meer voorviel, voorbestemd om de opvolger van zijn vader te worden (allez, zelfde verhaalke dan bij de Breugels, ge kent da wel…). En de jongen leert snel…om niet te zeggen: zeer snel! Hij bestudeert, analyseert de technieken van zijn vader, het hoe en waarom en neemt tegelijk ook de emoties en kracht dat een schilderij kan uitdrukken in zich op.

Maar het noodlot slaat toe en op zijn 11e sterft de vader van Rafael. In die tijd geen sinecure maar daarom niet altijd desastreus. Probleem was nog dat zijn moeder ook al 3 jaar eerder was overleden.

Enfin, we zijn dus 1494 en Rafael is op zijn 11e weeskind en dan wordt het voor een paar jaren geschiedkundig allemaal een beetje mistig. Rafael zou kunnen opgenomen zijn in een atelier van een naaste medewerker van zijn vader of hij zou meteen naar Perugia kunnen gegaan zijn om daar in het atelier van Pietro Perugino (allez, kwestie van u niet te vermoeien noemt ge uzelf gewoon naar de stad waar ge woont).

Belangrijk was vooral te weten dat Rafael zijn vader zo goed gekend/geconnecteerd was dat Rafael wel bij meerdere schilders in de leer ging en zodoende zich perfectioneerde in de basiscursus die hij van zijn vader had meegekregen. En ondertussen zat hij in Perugia en in Perugia…daar zou je wel al eens een festivalleke organiseren. Of toch niet. Want net als in meerdere grote Italiaanse steden op dat moment is er niet alleen onderlinge stadsconcurrentie maar vechten ook belangrijke families onder mekaar voor de macht over een stad. Dat gaat nogal redelijk letterlijk à la Romeo & Julia of ze doen het zoals een pauw door groots uit te pakken met hun rijkdom.

Maar – en dan zie je de verwarring al komen – hij bleef tegelijk ook verbonden met Urbino. Van daar uit kreeg hij zeker opdracht van ene Frederico da Montefeltro…En die kent ge natuurlijk…Toch? Die man met zijn stuk uit zijn neus?

Frederico was niet de eerste de beste. Een huurling met gevoel voor kunst, komt dat tegen… Het portret hiernaast is niet door Rafael maar wel door Piero della Francesca geschilderd.

Maar om zo een beetje de sfeer van de tijd op te snuiven moet je dit heerschap zijn Wikipediapagina maar eens lezen. Op het eerste zicht lijkt de renaissance de periode van Italiaanse voorspoed maar ge moet dan maar de korte biografie van mijnheer Frederico eens lezen en dan begrijp je meteen wat we verstaan onder “Zuiders temperament”.

We zijn in het eerste deel van onze zomertrip nu zo rond 1500 en in de volgende blog(s) vertel ik u meer over zijn leven, de tijdsgeest, hopelijk enkele sterke weetjes en vooral de tekening die ik ga maken. Ik sluit deze blog af met het paneel “Engel” dat cfr de boekhouding door Rafael zelf zou geschilderd zijn op 17-jarige leeftijd. Het was oorspronkelijk een altaarstuk dat helaas door een aardbeving deels is beschadigd en finaal in de handen van paus Pius VI. Er zitten duidelijk herkenbare elementen van het schilderwerk van zijn vader en Perugino in maar evenzeer veel persoonlijke toetsen van Raefel zelf. Als ik me goed geïnformeerd heb, wordt dit werk bewaard in de Pinacoteca Civica Tosio Martinengo van Brescia.

KW25: de vergeten kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is het laatste kunstweetje voor de zomerstop. Je kreeg er al (inclusief deze) 25 te lezen. Het was van mijn kant al zeker plezant om te schrijven maar nog veel meer om de reacties te lezen die ze teweeg brachten. Ik ga de komende maanden even herbronnen en verder op zoek naar straffe verhalen. Wie wil meehelpen of ergens iets interessants leest, mail het zeker door naar max.vanhemel@gmail.com Geef kunst een interessant leven 🙂

Om dit laatste kunstweetje goed in te zetten gooi ik er meteen de kunstwerken (ja, het zijn er meerdere) waarover we’t gaan hebben in de ring. Aan u te raden wat deze kunstwerken met mekaar verbindt…

Lees verder

KW24: de verloren Cupido van Michelangelo

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Michelangelo Buonarroti is de Florentijnse/Italiaanse kunstenaar die we kennen van werken als pietà, David, het plafond van de Sixtijnse kapel, het laatste oordeel (ook) in de Sixtijnse kapel, de koepel van de basiliek van Rome

Michelangelo was heel zijn leven op zoek naar “fame and fortune”. Ondanks dat hij dat ontkent in zijn (deels) verzonnen eigen biografie aarzelde hij niet om opdrachten links te laten liggen voor lucratievere opdrachten. Dat werkt wel eens maar vrienden en trouwe klanten maak je er niet echt mee. Gelukkig was het Italië van de tweede helft van de jaren 1400 nog niet voorzien van telefoon en was het dus voor klanten niet vanzelfsprekend om met mekaar in contact te treden. Voor zover die klanten dan al niet met mekaar overhoop lagen… Toch maakte bedrog deel uit van het leven de rijkste en meest bekende kunstenaar van zijn tijd.

In dit kunstweetje een sterk verhaal wat maar weinig mensen weten…

Op een bepaald moment ergens 1495 zit Michelangelo in zak en as. Hij is blut. Werken verkopen niet, geen verkoop = geen mogelijkheden tot nieuwe werken, laat staan geld om te eten. De markt is wild van oude Romeinse beelden. Daar wordt veel geld voor geboden in tegenstelling tot de werken van de hedendaagse kunstenaars. Michelangelo bedenkt een plan: als hij een beeld kunstmatig verouderd, dan kan hij het misschien verkopen als een “oude klassieker”. Zo gezegd, zo gedaan. Michelangelo zet zich aan het werk en maakt een slapende Cupido in witte marmer. That’s the easy part. Hoe zo’n knalwit nieuw beeld er nu laten uitzien als een oud beeld?

Michelangelo deed beroep op zijn “parate kennis” en ging tegelijk ten rade bij “vrienden”. Eerst besmeurde hij het werk met bruine, koffieachtige vloeistof en smeerde het geheel dan in met een mengeling van lekker verse mest met yoghurt. Deze laatste zijn nogal zuur en bevatten ook wel heel wat beestjes die een beeld snel door zijn pubertijd helpen. Om de zaak nog wat sterker te maken stak hij de hele boel dan minstens 6 weken onder de grond.

Toen het beeld terug bovengronds kwam zag het er fantastisch uit. Via een vertegenwoordiger verkocht Michelangelo het beeld aan kardinaal Riario. Helaas kreeg Michelangelo maar een klein deel van het verhoopte bedrag. De bedrieger werd bedrogen! Maar ook de kardinaal kreeg de fraude door. Technisch gezien leek het beeld wel oud maar de vormgeving, de houding van cupido verklapte wel dat het om hedendaagse kunst ging. De houding van Cupido was totaal anders dan wat men in de oudheid maakte.

Tegelijk kreeg de 21 jarige Michelangelo wroeging. Zijn carrière kon er immers regelrecht de afgrond mee induiken. Dus besloot hij de kardinaal een bezoekje te brengen en hem zijn geld terug te geven in ruil voor het beeld. Michelangelo vreesde dat hij ferm onder zijn ehm…dinges…ehm…rozen ging krijgen van de kardinaal.

 

Tot zijn grote verbazing gaf de kardinaal Michelangelo een totaal nieuwe opdracht! De kardinaal gaf Michelangelo de opdracht een groot beeld te maken voor zijn tuin en Michelangelo mocht zelf het onderwerp kiezen. Michelangelo koos voor een Bacchusfiguur. Al liep ook dat weer niet echt zoals de kardinaal het had verwacht…

Bacchus werd afgebeeld als een beschonken god. De onstabiele houding sprak boekdelen. Het beeld was anderzijds zo perfect gemaakt dat het, zelfs vandaag nog, een grote seksuele uitstraling kreeg. Vooral om de vrouwelijke vormen die Bacchus mee kreeg. Kunstkenner Vasari omschreef het als “zowel de slankheid van een jonge man als de vlezigheid en rondheid van een vrouw”. De kleine faun aan z’n zijde was een al even foute verwijzing naar wat zich binnenskamers in kerkelijke kringen afspeelde (en nog steeds afspeelt).

De Bacchus van Michelangelo is te zien in het museum Bargello (Firzene ofte Florence maar ik hou meer van Firenze). Het beeld van Cupido is helaas vernietigd bij een brand. De beelden die hierboven te zien zijn, zijn een makeover door de BBC gemaakt op basis van de tekening (hierboven) en bestaande beelden van kinderen door Michelangelo uit die periode.

bron: BBC – the private life of a masterpiece

KW19: Van Schubert naar Dire Straits

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Deze week eens geen beeldend kunstgerief maar wat muziek. Want terwijl ik werk luister ik naar The Beatles maar evengoed naar Klara Continuo. En daar komt “deze plaat” al eens langs: Franz Schubert, pianotrio in E flat op.148 etc etc (waarom kunnen die gasten dat niet gewoonweg “opera voor een schoon meiske” noemen? dat zou toch wel stukken eenvoudiger zijn).

Moet je hier ’s naar luisteren. Maar heel goed zo. Met aandacht. Pakt er uwen tijd voor…

Dan herken je misschien wel stukjes van Freek De Jonghe (na de dood) zo ergens in’t midden of een trage versie van Dire Straits (Why Worry?) al van bij het begin. Ik vind dat nu toch altijd zo speciaal in om klassieke liedjes moderne dingen te herkennen. Het moet niet altijd van The Beatles of A whiter shade of pale zijn…

 

Voor mocht je denken dat klassiek in andere gevallen ver van mijn (of jouw) bed is… luister dan hier ’s naar… en klik je maar ’s op deze link 😉

Dus weetje van de dag; als je op de radio Why Worry van Dire Straits hoort of Er is leven na de dood, zeg dan even terloops “maar goh, dat lijkt nu toch wel heel erg op muziek van Schubert”. Je zal de mensen rondom je meteen grote ogen zien trekken naar deze muziekkenner 😉

WIP: La Victoire naar Magritte

Ik vond het nog ’s tijd voor een klein vervolgverhaaltje. In de aanloop naar het einde van de lockdown vond ik het gepast om het schilderij met de toepasselijke titel “La Victoire” (de overwinning) te coveren. Ondanks de vele elementen die ik verwerk in mijn tekeningen en die wel eens verwijzen naar Magritte is dit de allereerste keer dat ik een origineel Magritte-kunstwerk nateken. En dat probeer ik te doen met de gepaste precisie al is het dan wel met een ander materiaal. Deze keer koos ik voor pastelkrijt omdat het de felle, volle kleuren van het schilderspalet beter benaderd. De tekening is 1/1, helemaal op ware grootte cfr het origineel.

Stap 1 is echter de schets en dat is al voor een stuk architectuur op zich want een stijldeur die teken je niet vanuit de losse pols. In dit geval komt er een lat en een tekendriehoek aan te pas. Gelukkig heb ik al dat materiaal nog van bij de eerste triptiek.

Fijne moederdag aan alle moeders die een heel jaar door goed voor de kinderen zorgen 🙂

 

KW18: het oordeel van het opgebaarde lijk

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

De kans dat je dit schilderij al eerder zag is redelijk klein. Het schilderij is van Gyárfás, Jenő en heet “The Ordeal of the Bier” ofte “het oordeel van het opgebaarde lijk” uit (1881). Maar het is niet omdat je dit schilderij allicht nog niet gezien hebt, dat het verhaal achter het beeld niet erg spannend kan zijn. Want wat zien we hier allemaal? Een   vrouw in wit gekleed stapt verschrikt een trap af. Links een groep mensen die al met evenveel afschuw kijken. Tot daar klopt het plaatje. Waar het begint raar over te komen is wanneer we de groep mensen rechts van de dame bekijken. Deze lijkt bijna…blij te zijn. De man op het voorplan rechts heeft er zelfs zijn muziekinsstrument bij gehaald. Wat is hier aan de hand?

Rechts achter de vrouw zien we een klein kamertje. In dat kleine kamertje ligt een lijk opgebaard. De jonge vrouw, tevens de bruid van de overleden man, heeft net de dodenkamer van haar man verlaten. De vrouw heeft zojuist begrepen dat zij zijn dood op haar geweten heeft.

De Hongaarse schilder Gyárfás, Jenő baseerde de voorstelling op een bekend gedicht van zijn landgenoot Janos Arany. Daarin staat opgetekend hoe de jongeling Beno Barczi levenloos wordt aangetroffen in het woud met een dolk in zijn borst. Niemand snapt waarom de moord is gepleegd en wie deze heeft begaan.

Ten einde raad wil Beno’s vader de dader achterhalen met behulp van het stoffelijke overschot zelf. Dat wordt naakt opgebaard, waarna eenieder op wie enige verdenking rust langs de dode moet lopen. Volgens het oude geloof zal de wond weer gaan bloeden zodra de moordenaar zich opnieuw in zijn nabijheid begeeft.

Eerst treden de vijanden en de rivalen aan, gevolgd door zijn vrienden en familieleden. Wanneer hun onschuld is vastgesteld wordt als laatste de lieflijke Abigail bij het lijk van haar verloofde gebracht. Onmiddellijk (met de nadruk op lijk) begint de wond hevig te bloeden en is het voor de omstanders duidelijk dat ij schuldig is aan de dood van haar verloofde.

Abigail was het soort meisje dat maar niet kon geloven dat haar geliefde echt van haar hield. Telkens eiste ze hem zijn liefde voor haar te bewijzen. Beno werd hier zo dwaas van dat hij uiteindelijk zei dat hij zelfmoord zou plegen als ze nu nog niet overtuigd was van zijn liefde. In plaats van hem hiervan te weerhouden gaf Abigail hem een dolk. “Laat dan maar eens zien hoeveel je van me houdt”, zei ze en de arme Beno beantwoordde de lokroep van de parasiet.

bron: catalogus Fatale Vrouwen, expo’s Groningen en Antwerpen

KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

Van Eyck-stadswandeling (deel 1)

Naast 2 fietsroutes in het kader van #OMGVanEyck is er ook een wandelroute in de Gentse binnenstad. Ook hier weer een aangenaam wandelpad met onderweg wat weetjes. De wandelroute kan je HIER DOWNLOADEN (niet via de kanalen van Stad Gent *rolt met de ogen* )

Ons deel 1 is goed voor 5km en ondanks dat het een prachtige zonnige zondag was, was het erg rustig in de stad. Nu ja, maar goed ook want het begrip “afstand” is bij velen nog niet echt ingeburgerd zo te zien. Dan hou ik het maar liever op Mariakerke waar men het wel al kent. Mah bon, los daarvan, een prachtige wandeling die ik wel de moeite waard vind. Weinig focus op de diefstal (die route kan je tijdens de Gentse Feesten 2021 zeker ’s volgen met gids), veel aandacht voor het Gent in de tijd van Van Eyck en wat daar nu nog van te herkennen valt. Ik hoop dat een aantal geplande events van het Van Eyckjaar later terug worden opgenomen want die lichtshow en de VR-briltour wil ik zeker nog wel doen.

Het stalen ros van Heer Borluut

Met het Van Eyck-jaar werd er een wandeling door het centrum van Gent en 2 fietstochten rond Gent uitgetekend. Met dit zonnige weer dachten zoon en ik dat we op zijn minst een deel van de fietstocht zouden moeten gaan doen. En dat deden we… Wij namen de route “het stalen ros van Heer Borluut

Van Mariakerke naar ons startpunt 61 in Drongen centrum en zodoende naar Baarle. Daar moesten we omrijden want het veer vaart niet uit door de corona. Ik had het toch wel thuis nagekeken maar de dienst Waterwegen vond een algemene vermelding zonder meer informatie blijkbaar genoeg info (’t blijven ambtenaren niwaar). Dus reden we om door SM Leerne en langs Laarne… De rode lus (zie foto onder) van waar de tekst “Baarle” start tot ongeveer hetzelfde punt aan de overkant van het water hoort in de regel niet bij de route en was “een klein extraatje”…

Maar met de app van de fietsroutes kan je eigenlijk redelijk gemakkelijk je nieuwe fietsroute uitstippelen door kruispunten aan te klikken waar je naartoe wil fietsen. En de fietsroutes zijn zeer aangenaam om te fietsen. Ik zou er niet met een koersmodel met zo van die dunne bandjes langs gaan (er zijn namelijk ook onverharde of kiezelwegen bij) maar met een gewone stadsfiets is het zeker te doen.

En hebben wij mooie dingen gezien? Zeker wel! Vooral veel mooie, (te) grote huizen en zalig veel groene lanen en paadjes langs de Leie. Tot in de stad zijn we niet geraakt. Gelet op de omweg, hebben we vanaf knooppunt 67 doorgestoken naar knooppunt 56 om zodoende langs de R4 terug naar huis te fietsen. Een fietstocht van 2uur en 36km ver. En zodoende hebben we dan het beeld van de Zonneschilder van Marf ook ’s op zijn locatie gezien (ik zag het enkel tijdens de tentoonstellingen in De Campagne). Een aanrader.

KW16: de deur van de duivel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Een beetje als vervolg op blog KW12… Stel dat je voor jezelf “het kunstwerk van je leven” wil maken. Het moet groots zijn, imposant, een sterk verhaal dragen, jouw reputatie maken voor nu en ver over jouw dood heen. Tegelijk geraak je in de ban van een bestaand werk, een bestaand verhaal en je denkt: “daar moet ik iets mee gaan doen”. Kan je je voorstellen hoe verlammend de druk kan zijn die je jezelf oplegt op dat moment?

Rodin zit met die druk. Hij wil een poort maken, net zoals er eentje is aan de dom van Firenze; door Michelangelo uitgeroepen tot de poort van het paradijs (zie foto links). Een soort van aaneenschakeling van taferelen die samen verhalen uit het oude testament vertellen. Maar Rodin wel meer. Hij wil één groot verhaal, één uitbarsting van gekletter, vuurwerk, wansmakelijke expressie. Rodin wil de hel!

Tegelijk met de obsessie voor de poort is Rodin in de ban van “de goddelijke komedie” van Dante. In het bijzonder het stuk rond de hel. Want Rodin – in zijn tijd – maakt beelden die door de critici niet altijd als “publiek correct” worden aanzien. Rodin is onbegrepen in zijn kunst, in de liefde, in zijn expressie. Rodin voelt zich niet van deze wereld, hij voelt zich onbegrepen in een ongrijpbare artistieke/emotionele hel.

Rodin ziet de poort als een groepering van mensen die zowel helse als hemelse dingen, bewegingen maken. Een beetje zoals we dat kennen uit het bombastische schilderij van de dag des oordeels uit de Sixtijnse kapel. Een mix van vanalles en nog wat maar toch 1 groot tafereel.

Alleen Rodin heeft een probleem: het beeld dat hij in zijn hoofd heeft is zo complex dat hij er gewoonweg niet in slaagt het klaar te krijgen in de realiteit. Dit weegt op zijn gemoed, op zijn werking en vooral op zijn omzet. Dus beslist hij om enkele van die beelden – ze zijn er nu toch – in het groot uit te werken. Zo slaat hij 2 vliegen in 1 klap (het zijn er dan wel geen 7 maar goed, ’t is al beter dan niets).

Finaal gezien maakt Rodin een imposante poort met meer dan 186 figuren! En – ondanks de vele uren – is de poort bij zijn overlijden nog steeds niet klaar. De poort zou, naar mijn mening, ook nooit klaar geraakt zijn. Toch niet naar de normen van de kunstenaar.

Maar als je dan toch naar het Rodinmuseum in Parijs gaat, neem zeker een half uur de tijd om alle beelden op je af te laten komen. De poort is zo donker/zwart dat ze nauwelijks te fotograferen is maar ze is zo indrukwekkend dat je er gerust lang kan naar kijken. En dan moet je je eens voorstellen dat die in een of ander gebouw moet gemonteerd zijn. Ongelooflijk.

Rodin heeft zelf de bronzen versie nooit gezien. Deze werd pas na zijn dood gemaakt. Als het aan Rodin lag brak hij op de laatste knip nog de hele poort af om ze opnieuw te beginnen. Dus (weetje) als je voor de poort staat, zeg dan even aan je gezelschap langs je neus weg: ” toch straf hé! Die Rodin heeft heel zijn leven aan die poort gewerkt maar hij heeft ze nooit zelf gezien zoals wij ze hier zien. ’t Is toch triestig hé een artiestenleven…”

De poort van Rodin (onder) kan je in detail bekijken door op de foto te klikken. Er zijn heel wat beelden die je zal herkennen waaronder de denker (centraal bovenaan).

 

Elk nadeel…

‘eb se voordeel, dus laten we gaan voor dat voordeel ipv te focussen op het nadeel 😉

Er zijn al expo’s die bedreigd zijn en ik zie ook een paar voorstellingen (o.a. van Theater Box en Piet Kusters) de mist in gaan. Maar wist je dat ik, naast een warm persoonlijk contact bij een tentoonstelling, ook een virtuele werkwijze heb? Portretten worden namelijk al eens als verrassing besteld en soms van redelijk ver (meer dan 100km van Gent). Het is dus niet altijd mogelijk om naar de klant op “in real life” terug te koppelen. Dat doe ik dan met een persoonlijke webpagina waar ik foto’s van de vorderingen op post. De tekening kan achteraf per post worden opgestuurd in een stevige buis. Om begrijpelijke redenen worden liever geen lijsten (met glas) opgestuurd met de post.

Dus wil je graag toch die bestelling plaatsen voor de communicant, trouwfeest,…omdat ge uw lief zo graag ziet of omdat al uw geld niet altijd naar Bol of Coolblue moet gaan 😉 Stuur me dat zeker een mailtje via max.vanhemel@gmail.com Meer informatie op deze pagina.

En er was nog iets wat ik wou zeggen; In deze tijden van corona zitten vele mensen thuis opgesloten en missen ze het wekelijkse bezoekje van de familie. Of ken je nét één van die mensen die zich voor de job inzet voor mensen met een (mogelijke) besmetting.

Voor die mensen wil ik iets doen! Ik stuur 10 postkaartjes met een ORIGINELE tekening (geen afdruk) van mijn hand op. Ken je iemand die zo’n kaartje verdient? Stuur dan naam, adres en reden (in maximum 2 regeltjes, veel moet dat niet zijn) naar max.vanhemel@gmail.com Bij het einde van de week, trekt de onschuldige kinderhand in huis 10 adressen uit de pot en de kaartjes vallen volgende week in de bus. (beperking: aanbod enkel geldig voor mensen die de blog volgen, je kan je altijd inschrijven)

 

KW10: origineel of kopie?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dat de diefstal van de 2 panelen “De rechtvaardige rechters” en “Johannes de doper” stoutmoedig was, weet iedereen. Of wist je niet dat die panelen ooit gestolen werden? klik dan hier. Een politieonderzoek om schaamtelijk diep in de grond van te zakken (er stond zoveel volk rond het retabel omdat het nieuws van de diefstal zich snel verspreidde dat de politie eerst ging kijken naar de diefstal van een geit om pas later in de namiddag terug te komen naar de Sint-Baafskathedraal. Tot zover het sporenonderzoek natuurlijk…). Maar evengoed was de eigenzinnige wijze van onderhandelen van de katholieke zuil weinig hoopvol. Om niet te zeggen belachelijk.

Maar de conclusie van de zaak is dat enkel het paneel van Johannes de doper door de dief werd terugbezorgd (niet dat het werd gevonden) en dat dus het meest waardevolle paneel niet werd teruggegeven of gevonden. Dat laatste is dan wel een merkwaardig statement want er is, zeker tijdens en na de 2e wereldoorlog, al flink naar gezocht.

Maar over die 2 panelen valt nog wel wat te vertellen waarmee je stoer kan uitpakken wanneer je met vrienden nog naar de expo Van Eyck gaat of wanneer je nakaart over een bezoek aan het retabel.

Eerste weetje: de panelen werden gestolen op 11 april 1934. Hoe kan het dan zijn dat men later een kleurenkopie kon maken? Dat is een combinatie van goed onderzoek en toevallig vernuft. De panelen waren eerder gefotografeerd (rond 1878? in het Louvre na restauratie?), stuk per stuk. Dus een kopie maken was op zich al minder een zorg (OK, ge moet het wel nog doen, maar er is op zijn minst een vertrekpunt). Maar in die tijd bestond kleurenfotografie nog niet. Dus dat was een ander paar mouwen! Maar…niet lang nadat het origineel retabel afgewerkt was (ongeveer 1430) maakte Michiel Coxcie een 1/1 kopie. Er waren dan wel een paar gezichten aangepast in de kopie maar dat maakte de fotografie wel goed. De kleuren die waren belangrijker.

Tweede weetje: wat vele mensen vergeten is dat het om panelen gaat, niet om doeken. Maar nog straffer dan dat, is dat is geweten dat vroeger voorkant en achterkant 1 paneel waren. Wie opdrachten maakt/schildert, weet welk risico je dan als kunstenaar loopt. Het moet “boenk erop” zijn voor beide kanten van het paneel. Maar goed, wat je moet weten is dat het paneel veel later (ergens jaren 1900) in de DIKTE (!!!) doormidden werd gezaagd om zodoende alle panelen, los van mekaar, zichtbaar te kunnen maken zonder telkens dat retabel open en dicht te moeten doen. Kunt u voorstellen hoe gek het idee vandaag zou zijn om zo’n kostbaar paneel van een paar centimeters dik te gaan doorzagen met alle risico’s van dien.

Ik stel u gerust, vandaag zijn de panelen versterkt met een extra rug met hout in verschillende richtingen om het “trekken” tegen te gaan.

Derde weetje: wanneer we weetje 1 en weetje 2 combineren, dat weet je nu waarom kunstkenners zeker zijn dat de huidige versie van De rechtvaardige rechters een kopie is. De tekening van het hout stemt niet overeen. En zo zullen ze ook (hopelijk ooit) het echt van een kopie kunnen onderscheiden.

bron: eigen speurwerk door de jaren heen, meerder bronnen maar begin bij “het dossier Lam Gods” van Kerckhaert en Mortier

2 panelen vermist: een oproep met het origineel paneel van Van Eyck

rechtvaardige rechters: origineel ingekleurd

rechtvaardige rechters: kopie van Jef Van der Veken.

Het verschil is gemakkelijk zichtbaar aan de man in het midden (heeft geen hoed meer voor het gezicht). Het gezicht dat u vrij is gekomen zou koning Leopold III voorstellen. De achterkant van dit paneel is voorzien van een kwatrijn en heeft duidelijk een andere houtstructuur dan die van Johannes de doper. Het gezicht van de eerste volledige ruiter zou Hubert Van Eyck moeten voorstellen (het verschilt een klein beetje met het origineel). De man met de zwarte hoed is Jan Van Eyck geworden.

Rechtvaardige rechters: kopie van Michiel Coxcie

kenmerken hier zijn eveneens het volledige gezicht, de plooi in de bil van het paard is veel zachter. Bij de Coxcie-versie hebben enkele ridders (het paneel naast dit) een andere gezicht gekregen.