Toren van Babel: het fel rode verdiep

Het rode verdiep. Ik noem de laatste verdiepen zo omdat ze knalrood zijn van de bakstenen. Doorheen de toren gaan we van een oker gele laag (onderaan) over lichtbruin/grijs naar abrikoos tot fel rood. Het opstijgen wordt benadrukt door de 2 kleurlijnen van rood (baksteen) en wit (pleisterwerk) op de linkse flank van de toren. Maar het vooral de keuze van de kleuren die weldoordacht de grootsheid van deze toren maakt.

In de Wenen-versie zien we een aanzet van die kleuren maar ze zijn lichter, minder contrastrijk. Dat maakt die toren niet alleen mee minder hoog maar ook veel minder dreigend. Door de top van de kleinere versie felrood te maken krijgt hij deze alle aandacht. Doe je ogen maar eens dicht en dan weer snel open. Het eerste wat je ziet is de top. En dan die dreigend hellende donkere lijn op de rechtse gevel. Deze lijn wordt gemaakt door de combinatie van ramen en uitgelijnde huizen. Het verval is ingezet!

Niets is toeval. Van op afstand gezien zie je de rode partij links onderaan de toren terug opduiken. Het lijkt een scharnier te zijn waarop de toren kan kantelen. Ondanks de hyperfijne tekening heeft Brueghel ook veel aandacht besteedt aan de keuze van kleuren. Door de achtergrond (hoofdzakelijk) in groen en blauw te houden wordt het contrast met het rood nog feller en dreigender. De witte kalkstreep staat er ook niet toevallig. Brueghel had de rode en de witte streep evengoed van plaats kunnen wisselen maar dan zou de ronding, het stuk dat meer naar voor dient te komen er helemaal anders uit zien.

In mijn versie – en ik laat het finaal zo – zal het gekleurde verdiep een bijkomende dreiging vormen voor zowel de scheve toren als het onevenwicht waar de constructie mee te maken heeft. Bij de volgende blog vertel ik voor de laatste keer over de toren. Dan is het verhaal verteld. *clifhanger*

 

Toren van Babel: de grote boodschap

“Hebt ge de kakkende man al gevonden?” Hij vraagt ’t mij zo nu en dan eens 😉

Maar, na het bezoekje aan Wenen weet ik het wel. Er zijn meerdere versies van de toren en in de versie die in Wenen hangt staat, ergens in het midden een kakkende man.

Ik hoor u nu al lezen “waar gaat dit naartoe?” of “Zeg, hoe vunzig gaat ge’t hier maken?” maar wist je dat er in de schilderijen van Brueghel wel meermaals ontlastende mannen voorkomen? Net als vrijende koppels. Deze taferelen worden in donkere hoekjes van het schilderij geschetst. Soms, zoals in de Boerenbruiloft, zijn ze overschilderd. Huidige technieken als RX tonen de oorspronkelijke tekeningen zonder schade.

Voor de torenversie waar ik aan werk is het formaat van de mensen veel verkleind. Er is daarom geen kakkende man of althans kan ik ‘m niet vinden. En een vrijend koppel heb ik ook nog niet gevonden. Maar ik hou u op de hoogte wanneer het zover is 😀

Hieronder een detail van de ekster en de galg. Linksonder zit een man op zijn hurkje iets achter te laten in de bosjes.

galg met ekster

maar het ging dus over deze toren

Zoomen we even in op het onderste middendeel van dit schilderij dan zie je daar in de verte een kleine groep mensen aan de rand van het water. En wat doet die ene in de gele kring?

 

Plat in’t midden van het schilderij, redelijk (in)discreet opgesteld zit onze man zijn activiteit te voltooien. Maar dus niet in de Rotterdamse toren. Wél in de Weense toren.

Nog wat andere weetjes van deze torenversie:

  • vooraan links zijn mannen stenen blokken aan het hakken. Op de blok waar de hamer en de beitel ligt, staat de naam van Brueghel gebeiteld. Het lijkt alsof de schilder zelf deelneemt aan het bouwen van de toren maar zijn post even heeft verlaten om deze “snapshot” te maken nav het bezoek van de koning.
  • dit schilderij is merkelijk groter dan de Rotterdam-versie (vandaar dat ik voor de andere koos omdat deze te groot is voor papier). Toch lijkt de Rotterdamse toren groter. Dat komt omdat de verhouding mens/gebouw hier groter is dan in “mijn” versie. Door de mensen kleiner voor te stellen, lijkt de toren groter.
  • een tweede reden waarom de Rotterdamse toren groter lijkt is omdat hij tot aan de rand van de lijst rijkt. Intuïtief weet de kijker dat de toren groter zal worden dan wat er op het beeld kan. Iets wat een kunstenaar normaal nooit zou doen. Je neemt marge en geeft ruimte. Het is net dat benepen gevoel dat de toren groter doet lijken.
  • Brueghel is herkenbaar aan zijn details maar ook aan zijn ekster en galg. In de Weense versie staat geen galg. In de Rotterdamse versie staat er zelfs 3. En er is ook een ekster prominent in beeld. Later meer hierover.

Toren: Brueghel expo Wenen

Nu de grote overzichtstentoonstelling Brueghel te Wenen afgelopen is, kan ik mijn verslagje publiceren. Spoilers kunnen nu geen kwaad meer 😉

Wenen, de hoofdstad van het Habsburgse gezag: Maria Theresia, Jozef IIMarie-AntoinetteFrans Jozef I, Sissi,…En muziek én kunst en zoveel cultuur dat het bijna een pretpark lijkt. Zelden zoveel affiches gezien voor tentoonstellingen van Klimt, Schiele,…of concerten van Mozart, Strauss,… En lekkere koffies, duizend soorten taart, schnitzels en worsten. En kerstmarkten op elk beschikbaar pleintje. Het was een geweldig bezoek. Een progressieve stad waar ik meermaals dacht dat ze er in Gent nog veel kunnen van leren. Maar ik ging er eigenlijk speciaal voor de expo Brueghel, de rest was mooi meegenomen.

Brueghel dus. Een megatentoonstelling met veel bekende schilderijen en een boel prenten die de meeste mensen allicht nog nooit eerder zagen. In mijn research van het voorbije jaar kwam ik er wel al een aantal tegen maar een druk in een boek is nooit te vergelijken met het origineel. Met een audiogids in de hand krijg je ook veel “wist-je-dat-je’s” te horen en zodoende weet ik nu nog meer over het werk van mijnheer Brueghel. Het interessante van zo’n overzichtstentoonstellingen is dat je evoluties kan zien, dat er moeite wordt gedaan om in de diepte uitleg te geven, dat de focus behouden blijft. Er werd voor deze expo weinig moeite gespaard om van deze grote Vlaamse schilder de grootste aller tijden te maken (sorry PP en Jan).