Abraham blijft logeren

Sinds 2 maanden is Abraham bij ons komen logeren. Ik had gedacht – gelet op zijn aankondiging en de manier waarmee ik er mee om ging – dat hij even langs kwam en een dag zou blijven om daarna op te hoepelen naar het Walhalla. We begroeten mekaar, nemen afscheid en het leven gaat dan terug zijn gangetje. Maar het liep anders. Abraham kan het blijkbaar goed vinden als logee. Hij is nog niet weg! Niet dat ik hem zo direct weer het huis uit wil maar het is wat te druk in het huishouden nu (zou lady Di ook zeggen 😉 ).

Abraham bracht nogal wat onverwachte cadeautjes mee. Al van dag één mocht ik er aan beginnen. Het zag er leuk uit, zoveel cadeautjes. Een klein bolletje achter de 4 tand, onderaan links. Tiens. Dat was er nog niet. Ah nee, want het was een cadeautje dat Abraham voor mij had meegebracht uit 2015. Een nieuwe ontsteking onder een ontwortelde tand.

Alsof dat mij zal tegenhouden! Fietsen met de jongens is zo veel meer waard. En die “ouwe” wil nog ’s bewijzen dat hij het kan. Als hij naar Heist kan fietsen, kan hij dat zeker naar de bakker…zonder ondersteuning. Jee boys! Ik kan het. Eens de start voorbij en de wielen draaien groeit het vertrouwen en de snelheid. Gelukkig is de rit maar 2 kilometer. Heen-en-terug naar de plaatselijke Carrefour van Mariakerke. Allez, niet echt. De terugweg deed ik toch maar weer op de lichte ondersteuning.

Fietsen is altijd een aangename afwisseling voor het thuiswerken. Het geeft frisse lucht in de longen, ge ziet eens mensen en het verzet de gedachten. En het verzetten dat was nodig want met dat telewerken is de houding nogal “standvastig” geworden. De kinesist kon best maar even tussenkomen om die verkrampte spieren weer los maken.

En de tand die bleek gescheurd te zijn. Dat valt al eens meer voor bij ontwortelde tanden. Die worden bros, breekbaar. En zodoende kon er een ontsteking nestelen onderaan waar vroeger de wortel zat. Die tand moest er uit. Mijn eerste “echte” tand binnen de maand na tram 5 eruit. Een emotionele confrontatie.

Maar er is nog altijd het fietsen…maar die knieën…daarvan vond er nu toch wel eentje dat zo fietsen zonder ondersteuning toch niks voor hem was en die ging zich effe opblazen als een kikker. Dik maken. Aandacht trekken. De specialist wond er geen doekjes om: er zit vocht in de knie en dat moet er worden uitgetrokken. Met een naald zo groot als die van Frankenstein doorprikken we het kniekapsel (in het gewricht) en trekken er zowaar een half bad uit. En tiens…die knie zit zo wat “losjes”. Is de herstelde kruisband los gekomen mijnheer? Hebde uw vijs verloren dan? Nu ja, dat ik een vijs kwijt ben, dat weet ik wel, maar dat mijn knie daardoor los komt…Een MR-scan om dat uit te klaren.

Van al die commotie, de politie, deurwaarder, de beperkingen, etc etc  is mijn bloeddruk dan ook maar beginnen stijgen. 150/110 is de nieuwe standaard (gisteren mijn record met 170/130 gebroken). Ook daar bestaan pillekes voor maar die nam ik al…Oeje…hoe gaan we dat oplossen? Mijn god, mijn god, wat is hier aan de hand…

Ik vind Abraham best een OK gast maar ’t wordt tijd dat hij nu toch wel eens ergens anders onderdak gaat vinden. Opkrassen ouwe vent! ‘k Heb het nu wel gehad met zijn cadeautjes. Ik isoleer mij maar wat in de tekenkamer, wie weet helpt het, kan hij mij niet meer vinden 🙂

KW35: land in zicht!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag Vermeer op het menu. Vermeer kent u van…het meisje met de parel. Daar had ik trouwens al een kunstweetje over: klik maar ’s hier en er was er trouwens nog eentje met een schilderij van Vermeer: hier klikken gij!

Bij deze blog nog eens iets waar we nog niet hebben bij stil gestaan: de muren! Daarvoor gaan we kijken naar 2 schilderijen: soldaat met lachend meisje en allegorie op de schilderkunst.

Heb je je al eens afgevraagd bij het zien van de landkaarten over welk werelddeel dat gaat? Aha! Dat ligt voor de hand. Vermeer leefde in de glorieuze tijd van de grote maatschappijen die naar het verre Oosten of naar het Zuiden voeren om daar goederen en specerijen te gaan kopen en Nederlandse (of Europese) producten te verkopen. Zo’n vaart duurde lang en was niet zonder risico. De specerijen waren daardoor erg duur en konden zelfs als betaalmiddel worden gebruikt. Vandaar de uitspraak “betaling in speciën”.

Maar dus die kaarten. Dat is toch iets mysterieus want hoe meer je zoekt, hoe minder je tot een werelddeel, land of landsdeel komt. Vermeer deed zo veel onderzoek en zijn composities zijn 200% doordacht. Waarom zou hij dan zijn laars lappen aan een (gedetailleerde) kaart en die dan nog ’s zo’n prominente plek in het beeld geven?

Het antwoord is – als ge’t weet – eigenlijk erg eenvoudig. In de tijd van Vermeer werd niet het Noorden maar wel Oosten als bovenkant van de kaart gekozen. Het is daarom logisch dat wij dit beeld niet herkennen. Maar draaien we de kaart een beetje dan krijg je een heel ander beeld te zien. Vermeer baseerde zich meer dan waarschijnlijk op de kaarten van Balthasar Florisz van Berckenrode. De kaart die op het schilderij met de soldaat staat was allicht in het bezit van Vermeer want ze komt nog voor op 2 andere schilderijen. Wanneer je naar de laatste kaart kijkt (die ik gedraaid heb) zou je misschien denken dat ze op haar kop staat, of je denkt nog steeds dat het geen deel van Nederland betreft. Dan moet je je inbeelden dat Vermeer het land blauw heeft geschilderd en zee geel/zandkleur (anders zouden alle bootjes aan land zijn). In het stuk ligt Amsterdam centraal. Het was dus evident voor toen, een beetje mysterieus voor vandaag 😉

bron: docu: de hoed van Vermeer

KW34: de gedoodverfde kandidaat

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Legendarische zinsnede:

Bond: “Do you expect me to talk?”
Goldfinger: “No mister Bond…I expect you to die!”

Uit diezelfde film komt dit beeld

Bondgirl Jill Masterson wordt door Bond gevonden op het bed helemaal in goud dood geverfd…of was het gedoodverfd? Laten we dat eens even nader onderzoeken in deze periode van aanstaande Halloweendagen 😉

Ten eerste – ow spoiler voor de Bondfans – kan een mens niet sterven louter door de huid te beletten te ademen. Zo zou een duiker onder water ook wel ’s kunnen “stikken” door gebrek aan lucht via de huid. Neen, zo lang je langs neus/mond kan ademen stik je niet. Dat het niet gezond is uren ingepakt te zitten, dat staat echter ook wel vast. Het lichaam kan oververhitten of vergiftigd geraken door het niet kunnen afvoeren van stoffen langs de huid. Dus zijt gerust, de actrice overleefde finaal deze scene ook al trok ze zich kort na deze prestatie terug uit de filmwereld wat dan weer voer was voor speculatie over haar (on)dood.

Shirley Eaton (de actrice die Jill Masterson speelt) werd dus niet dood geverfd. Voor de veiligheid lieten de filmmakers toch maar een paar vierkante centimeters van haar buik vrij. Maar van waar komt de uitspraak “gedoodverfd” eigenlijk?

Taaltip: zeg niet “de dood geverfde kandidaat” maar wel “de gedoodverfde kandidaat”. Het is een subtiel maar wel levensvatbaar verschil.

Doodverf kent een onzekere oorsprong maar er zijn 2 pistes die aanvaard worden en op zich wel erg dicht bij mekaar liggen.

De eerste is de basislaag verf die als schets dient om een schilderij op te zetten. Op die basis wordt verder gewerkt om zodoende te komen tot een finaal schilderij. Dat kan – zoals ik dat ooit deed – in het groen maar dat kan ook in een andere kleur. Omdat deze verflaag dan finaal niet meer zichtbaar is, is de laag “dood geverfd”.

Een tweede – volgens mij meer aanvaardbare uitleg – is dat bij het schilderen van een persoon er een grijswitte grondlaag werd gebruikt (ipv het gekende heldere loodwit) en dat die grondlaag die persoon een lijkbleke kleur gaf. Alsof de persoon dood zou zijn, hij is dus “dood geverfd”. Waarbij je al – na het doodverven – zeker weet wie er in “in de verf” zal gezet worden. Vandaar dus “gedoodverfde winnaar”, de persoon waarvan je al op voorhand zeker weet dat hij de winnaar zal zijn. Hieronder een screenshot uit het programma “Het geheim van de meester” (NPO) waar je enerzijds een geschetst schilderij ziet in dat fameuze lijkwit en het originele schilderij door Frans Hals.

Dus wat hebben we vandaag allemaal geleerd om mee te stoefen?

  • de gouden Bondgirl is niet gestorven aan de laag gouden verf
  • zeg niet “dood geverfd” maar wel “gedoodverfd” omdat er toch wel een belangrijk verschil zit op de uitspraak
  • dat er in de jaren 1600 wel heel veel mensen zijn gedoodverfd

Bronnen: het geheim van de meester, snopes.com, wikipedia, onzetaal.nl

 

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

Hey DJ: merci voor de steun!

In de kunst is “er samen voor gaan” zoveel sterker dan het individu. Als organisator maar ook als (solo) tekenaar is het voor mij leuk samen te werken met andere cultuurmakers. Wanneer collega-kunstenaars mij mee vragen op een expo waar zij aan deelnemen dan is dat super tof. Het stimuleert de samenwerking en ik blijf er niet ongevoelig bij wanneer ik een volgende keer iets organiseer (quid pro quo zeggen ze dan 😉 ). Want dat zijn teamplayers.

En teamplayers die maken mekaar sterk. Die steunen mekaar. Daarvoor gasten van TRL-radio: DJ’s Didier & Chris: een dikke merci om de expo OPEN AIR te steunen! Dat het vet gewaardeerd wordt. Van de slag draai ik voor jullie ook eens “e plakske” op mijne website 😉

KW27: niets aan de hand

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden… (de mailabonnees kregen dit per ongeluk al op 5/4 te zien)

“Juffrouw! Héé juffrouw! Uw handschoen!”

Max Klinger is een dromer, een romanticus. Liefst van al was hij de drakendoder, de Romeo of Cirano.

Max leeft in de tweede helft van de jaren 1800 en is (opnieuw) op zoek naar de liefde van zijn leven. Hij is kunstenaar in de ruime zin van het woord: hij kan super goed tekenen, schilderen en beeldhouwen. Op een winterdag beslist Max om te gaan schaatsen op de ijsbaan en daar vindt hij een handschoen. De handschoen triggert zijn fantasie en Max maakt van de handschoen een symbool doorheen zijn tekeningen. Te pas en te onpas komt de handschoen voor en net als in een stripverhaal beleeft de handschoen allerhande avonturen. Soms met een romantische inslag, dan weer meer binnen een mythologische insteek, soms vanuit andere gevoelens zoals angst of frustratie.

Een beetje zoals Magritte, Bruegel of ik herhaaldelijk gebruik maken van dezelfde voorwerpen, gebruikt Max een lange witte handschoen. Soms is de handschoen vrij nadrukkelijk aanwezig maar het kan wel al eens zijn dat je toch een beetje van dichterbij moet kijken.

Al houdt Max Klinger ook wel van wat meer “harder” werk in de stijl van Félicien Rops. Expliciet en bij momenten best ook wel (suggestief) gewelddadig. Hij heeft zo donkere trekken maar dat had Kate Kollwitz – die hij kende – ook wel. Dat moet je maar ’s opzoeken. Waren deze tekeningen uiting van de maatschappelijke kwelling waar hij en zijn partner Elsa Asenijeff mee te maken hadden?

 

Dus wat onthouden we over Max Klinger?

  • Max Klinger wordt voornamelijk onthouden als de man die de handschoenen een nieuw leven gaf.
  • Max is ook bekend van het grote standbeeld van Ludwig van Beethoven dat ooit in Wenen geëxposeerd werd maar nu in Leipzig te zien is.

 

 

Rafael ’20 (19): dolfijnen

Eindelijk! Ik heb er lang naar uitgekeken om aan die dolfijnen te mogen beginnen. Ondanks dat het geen menselijke figuren betreft spelen ze wel een belangrijke rol in het beeld. En bij mijn opzoekingen had ik al een en ander gevonden over die dolfijnen…

Dat 2 dolfijnachtigen de schelp van Galatea trekken dat is wel duidelijk. Dat zie je zo. Maar die dolfijnen hebben nog een andere, symbolische, rol. Anatomisch gezien zijn het geen aangename dolfijnen, daar zijn we ’t wel over eens. De typische glimlach die we bij dolfijnen altijd zo charmant vinden, vinden we hier niet terug. Rafael geeft er zelfs nog een extra minder sympathiek kantje aan door – net zoals we dat bij paarden kennen – de tanden te laten zien. Maar dolfijnen hebben helemaal zo geen griezelige tanden. In tegendeel. De tanden van dolfijnen zijn nogal gelijk van vorm (ze verschillen wel in richting en grootte) en lijken nog het meest op een reeks hoektanden. Dit terwijl het er op lijkt dat in het schilderij deze dolfijnen zelfs maaltanden hebben. Niet goed bestudeerd door de schilder dus. Enfin, in het algemeen niet want ik contacteerde verschillende dolfinarium.nl en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen met de vraag of ze mij konden zeggen welk soort dolfijn dit is maar ze wisten het ook niet. Jan Haelters (KBIvN) wist wel dit interessant verhaal te vertellen:

Dit is een moeilijke: de soorten die in aanmerking komen zijn tuimelaar, gewone dolfijn en gestreepte dolfijn: dat zijn de meest algemeen voorkomende soorten in de Middellandse Zee. De tekening komt echter niet overeen met een dolfijnensoort: er zijn te veel fouten in de anatomie:

  • De snuit van de dieren is vreemd, en komt absoluut niet overeen met de normale vorm van de snuit van dolfijnen (de neusgaten zitten natuurlijk daar niet).
  • Ook de “lippen” op de tekening zijn vreemd.
  • De ogen lijken niet op de ogen van een dolfijn.
  • De vinnen zijn helemaal verkeerd.

Soit, als je er toch een soort moet op kleven: tuimelaar, de meest sociale dolfijn naar de mens toe, en de soort met het minst aantal tanden van de 3 (cfr de tekening), en grijs vanboven, bleek vanonder.

De snuit van de dolfijnen op de tekening lijkt verdacht veel op de (eenden)snuit van de dolfijnen zoals afgebeeld te Knossos, Kreta, uit de Minoïsche cultuur – misschien heeft men hier inspiratie gehaald. Ook hier is het niet duidelijk welke soort het betreft: het is ontsproten aan de vrijheid van de kunstenaar.

Toch hebben deze “dolfijnen” dus een belangrijke symbolische betekenis. De linkse dolfijn heeft namelijk een inktvis in de muil. En die inktvis verwijst naar het hele conflict met en de overwinning op de cycloop. Namelijk: een inktvis die kan nog ferm bijten nadat hij zelfs al dood is. Daarom slaan dolfijnen, wanneer ze een inktvis hebben gevangen, de inktvis lang en meerdere keren op het oppervlaktewater om hem daarna te kunnen opeten. Wil je daar meer over weten, dan moet je zeker dit artikel ’s lezen.

Dikke merci aan Jan Haelters voor de input 🙂

 

Rafael ’20 (17): c’est l’amour

Een paar blogs overgeslagen. Niet dat ik niet heb getekend, er viel gewoon even niets of toch niets interessants te vertellen. Behalve dat er weer zo’n 10a15uren verstreken zijn.

Wat zijn de nieuwe verschillen in een notendop?

Een nieuwe nereïde komt in beeld. Ze zit op de centaur/pegasusachtige. Met prachtige goudgele haren wapperend in de wind houdt ze zich vast met de arm over de schouder van de centaur.

De centaur is afgewerkt. Dat was wel een hele klus. Alleen aan het paardendeel van die figuur heb ik toch wel zo’n 6uur gewerkt. Al ben ik wel tevreden over het resultaat het was niet evident. Net zoals de andere figuren is ook deze centaur getorst om zijn ruggegraat. Maar omdat het bij deze minder mogelijk is dan bij de andere figuren (door de nereïde op zijn rug?) draait Rafael het gezicht en in het bijzonder de ogen zo sterk dat het bijna pijnlijk wordt om naar te kijken.

Merkwaardig daarbij is dat de centaur alle contact verliest met de andere figuren. Stel dat hij naar de nereïde had gekeken dan was dat op zijn minst een heel interessant en spannend beeld geweest. Want net dan zou het contrast tussen de nereïde links, die wel lijkt te vechten met Triton, en deze nereïde niet groter kunnen zijn. Nereïden zijn volgens het verhaal voorzien heel bleke huid en dat kan je niet echt zeggen van de nereïde rechts. Ze is erg roze van huid en haar blik, de omhelzing van de centaur laat er weinig twijfel over bestaan hoe de verhouding tussen die twee wel zit. De centaur daarentegen kijkt boven de nereïde uit. Alsof hij naar een putti (een engeltje uit het bovenste deel van het paneel) wil kijken maar ook dat is niet het geval. Hij kijkt naar (n)ergens en lijkt een beetje bevreesd. Tenzij hij bang is dat zijn bladerenhaar in de war zou geraken door de blonde lokken van de nereïde. Dat zou nog wel eens een uitleg kunnen zijn 😉

Opvallend is dat de centaur dus ook vleugels heeft. Was het de bedoeling dat hij hiermee gemakkelijker over de zee kon lopen?

31

Rafael ’20 (09): de “mantel” van Galatea

Er wordt naarstig voortgewerkt aan de tekening. En bij dat tekenen zijn mij toch wel een paar dingetjes opgevallen…

Op het origineel zijn meerdere retouches te zien rond de “mantel” van Galatea. Ik dacht eerst dat het scheuren waren maar in de hogere resolutie is het duidelijk dat het niet toevallig op die plekken is dat er een “streep” staat.

Ik kan er nog in komen dat, wanneer je schildert je eerder voorzichtig bent en dus een kleine marge neemt zoals de groene pijlen aangeven. Al zou dat niet echt mogen zijn want een schilder die kan “dekkend” werken en dus zou thv de groene pijlen de zee eerst moeten geschilderd zijn om daarna de rode stof erover aan te brengen. Nu krijg ik zo de indruk dat Galatea er eerst was en de zee tussen de figuren is geschilderd. Dat lijkt me onwaarschijnlijk maar misschien wordt dit nog helderder met de tijd. Met tekenen kan ik niet dekkend werken en dan maakt het niet zo uit waar ik mee begin. Meestal werk ik de achtergrond pas na de tekening af maar dat kan ook omgekeerd (al moet je als tekenaar dan wel de oppervlakte waar de figuur moet komen blank laten).

Maar er staan nog rode pijlen op deze afdruk. Die zien er wel heel merkwaardig uit, zeker de middelste. Die suggereert dat er ooit een hoek met stof is geweest maar dat die hoek ik overschilderd waardoor Galatea een soort van vleugels krijgt. Al hebben nimfen in de regel geen vleugels.

Maar intussen ben ik ook alweer een paar uren verder en vordert ook mijn tekenwerk. Mijn kleuren wijken af van bovenstaande foto. Bovenstaande foto is een goeie foto maar geen hoge resolutie. Kleurschakeringen vervallen daardoor. Ik vermoed dat de foto wat is bijgewerkt, de hoek waaruit het schilderij te fotograferen valt is niet echt gemakkelijk. Je moet al een zeer hoog statief hebben om er recht voor te staan. En met de corona is het mij helaas onmogelijk om ter plekke de kleuren te gaan bestuderen. Spijtig maar ‘k zal er moeten mee leven. Ik ga later wel ’s kijken als het allemaal weer kan 🙂 De laatste foto in de reeks is een stuk geler dat de andere foto’s. Ik heb mij inmiddels een LED-daglichtspot gekocht. De “bleke” foto’s zijn getrokken in sterk daglicht terwijl de ene gelere foto met gewoon zonlicht is getrokken. De tekening benadert in het echt meer die kleur. Tekentechnisch werk ik wel liefst met kunst-daglicht (6500K)

 

 

Rafael ’20 (05): let the beast go!

OK, toegegeven, ik kon niet meteen op een andere titel komen die meteen de start van de tekening aankondigde. Maar we starten er aan. Een paar weken geleden bestelde ik een papier gekleefd op dibond. Een mens leert al eens vanuit ervaring. En die ervaring zegt dat het beter is om het papier eerst op de drager (in dit geval dibond dus) te kleven dan eerst te tekenen en dan het risico te lopen dat iets zou fout lopen bij het verkleven van de tekening… En ook inzake afmetingen heb ik geleerd na de triptiek van het leven. Het centrale paneel van die triptiek is toch wel iets te groot om met onze wagen te vervoeren. Dus voila: een paneel van 110cmx145cm als basis voor deze tekening.

Spannend om dit paneel tot bij mijn tekenruimte te krijgen. De trap wou ook deze keer niet echt meewerken en met een pas geverfde muur let je toch even op dat er geen stuk van het pleisterwerk sneuvelt. Maar ge ziet ’t al komen, het paneel geraakte wel boven maar veel marge om te gaan tekenen is er niet. Dus of ik lig dat helft van de tijd op de grond te tekenen of de zaak gaat terug naar beneden en ik installeer mij opnieuw in de living (zie ook de triptiek van het leven).

Dus de hele boel terug naar beneden en daar begonnen aan de schets van de tekening. De tekening geïnstalleerd op mijn super grote ezel (niet meer op de salontafel), potloden op de tafel en we kunnen er aan beginnen. Het liefst van al maak ik mijn schetsen in één ruk, dat laat me toe om het overzicht te bewaren. Een schets is heel belangrijk, het is de fundering van de tekening. Dus de schets moet super goed zitten. Maar na ongeveer 2uur tekenen moet ik toch stoppen, het wordt te donker om verder te tekenen (dat zie je ook wel aan de foto’s). Het is moeilijk om goed te zien maar tot nu staat Galatea op papier, een engeltje onderaan en de 2 (griezelige) dolfijnen.

 

 

Rafael’20 (03): de pauselijke jaren

We noteren 1503 en paus Julius II is door simonie paus geworden. Hij doet een poging tot restauratie van het katholieke gezag. Zijn voorganger paus Alexander VI (beter bekend als Roderic Llançol i Borja) had er een ferme puinhoop van gemaakt, met veel sappige en controversiële histories die o.a. te zien zijn in de Tv-serie The Borgias. Julius II wil het gezag terug centraliseren in Rome. Julius II was gene gemakkelijke mens maar hij wist zich wel te omringen met de crème de la crèma (hahaha…hebdem…crèma…Italië…) van de kunst: Lorenzo Lotto, Sangallo, Bramantino (zonder ansjovis) en vooral Michelangelo, Rafael en Bramante. Waarom Da Vinci niet in dat clubje zat? Die werkte op dat moment voor Cesare Borgia, de zoon van Alexander VI.

Julius II investeert in kunst en in oorlogen. Zo strijdt hij tegen…Perugia en Venetië en meerdere concilies maar dat is nu even niet interessant. Wat wel interessant is, is te weten dat door zijn invloed Rome zijn verloren glorie terugvindt. Julius II beslist om de vertrekken in het Vaticaan (dat er toen nog niet helemaal uitzag dan vandaag) te laten (her)schilderen met thema’s die hij zelf oplegt. Er zijn zeker 2 zalen zo goed als exclusief door Rafael geschilderd. Over enkele andere zalen bestaat nog discussie. Het is waarschijnlijk dat Rafael er aan meegewerkt heeft maar niet alles helemaal door hem is geschilderd.

Volgens de overlevering is de eerste bijdrage van Rafael aan de Stanza della Segnatura. Dat is de zaal gans bovenaan, 2e deur rechts op’t einde van de gang 😉 Maar serieus; Julius II was zo onder de indruk van de bijdrage van Rafael dat hij ineens alle andere kunstenaars ontsloeg en Rafael de exclusiviteit voor de zalen toewees. En zo komen we tot de Stanza di Raffaello, de vele zalen met schilderwerken door/toegewezen aan Rafael. Klik hieronder maar op de slideshow, er zullen zeker wel bekende beelden tussen zitten.

In de fotoreeks zit het spectaculaire beeld “De School van Athene” en dat schilderij was een eerste kanshebber om de zomertekening te worden.De School van Athene stelt de zoektocht naar “de waarheid” via wetenschap (met focus op filosofie) voor. In het centrum zie je Plato (geschilderd naar Da Vinci) en naast hem Aristoteles. Het schilderij staat vol bekende namen, een beetje gelijk de cover van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club BandTerwijl Rafael met zijn schilderijen bezig is, is ook Michelangelo aan het werk in de Sixtijnse kapel. Michelangelo staat helemaal vooraan onderaan op dit schilderij voorgesteld als Heraclitus. Rafael schildert Michelangelo als een eenzaat, alleen, weg in zijn eigen gedachten. Slordig gekleed. Terwijl de andere figuren bijna allemaal een beweging in zich hebben, zit deze figuur er troosteloos bij, alsof hij moe is van een hele dag werk. Hij ziet er uit als een werkman en hoort niet tussen al die denkers. Oorspronkelijk stond deze figuur NIET op de fresco. Rafael kapte een stuk van het pleisterwerk weg om later Michelangelo toch toe te voegen. Werd daarmee de rivaliteit tussen beide kunstenaars beklonken?

Na 3 jaar schilderen is de eerste kamer klaar en Julius II is in extase. Het werk is monumentaal en subliem!

 

We hebben de periode 1510-1515 besproken voor wat het deel Rome en Julius II betreft. In het volgende deel van mijn introductie blijven we in deze tijdsband maar we verhuizen naar een andere locatie. We komen daarmee heel dicht bij het doel van de introductie: de onthulling van de zomertekening…Ik ben tegelijk al begonnen met de tekening, dus ik zit een beetje voor op wat je al kan lezen 😉

 

Rafael’20 (02): de start van een succesverhaal

We hadden Rafael achter gelaten ergens begin 1500 in Perugia. Begin 1500 (zo ergens 1504) staat hij klaar met zijn valiezen om de trein naar Firenze (ofte Florence) te nemen. Helaas…Dus nam hij maar een paard om de afstand af te leggen 😉 Maar voor hij vertrekt haalt hij nog snel een opdracht binnen voor Bernardino Ansidei. Allemaal OK maar klein probleemke, een paard, dat is een beetje gelijk een trein alleen een stuk stipter, dus dat wacht niet. De opdracht voor de Ansidei-kapel was niet klaar (of misschien zelfs niet eens begonnen) en werd pas in 1506 afgewerkt bij een terugkeer naar Perugia. Het werk op zich is belangrijk omdat het de periode van Perugia tot Perugia overbrugt. Dat Rafael zich (ook) door Perugino liet inspireren is wel duidelijk. Dat er echter veel meer en een boeiendere voorstelling van de scène ontstaat is ontegensprekelijk… Ik zet beide partijen naast mekaar ter vergelijking. Links een madonna die braafjes comfortabel in een relaxstoel zit en zowaar het midden houdt tussen een kerstboom en een lessenaar. Rechts een madonna die eigenlijk in een te smalle stoel stoel zit en daardoor iets naar voor schuift, een boek leest, links Johannes De Doper die niet naar zichzelf maar wel naar het centrale onderwerp wijst en daarbij een bevallig danspasje plaatst. Rechts van de madonna evenzeer een lessenaar maar deze is duidelijk een beetje verziend en zoekt het licht op om gemakkelijker te kunnen lezen.

Om maar te zeggen Rafael maakt vorderingen met wat hij leert. Hij pikt wel ideeën en thema’s (laat me gerust zeggen dat men in die tijd niet zo’n artistieke vrijheid had dan vandaag) maar maakt er wel het zijne van. En daarmee is het hoofd onderwerp van Rafael’s werken: Madonna’s met kind en portretten ineens ook besproken. Allez, ’t is goed, ‘k geef toe, ge krijgt toch maar een bloemlezing van enkele schilderijen (echtig waar gasten, op den duur hebt ge’t wel gehad met al die madonna’s…)

Een werk dat ik toch nog wil bespreken is het werk dat werd besteld door Atalanta Baglioni uit Perugia ter nagedachtenis van haar persoon…Of te misschien was het toch wel een beetje anders. Atalanta was de godmother van de familie en wanneer haar zoon besliste om de familie te vernietigen liet ze hem doden. Deze zet zou ze de rest van haar leven betreuren. Dus bestelt ze bij Rafael “een herinnering”. Maar daar moest nog een andere boodschap in verwerkt worden. De rivaliserende familie van Madalena Oddi bestelde eerder een altaarstuk bij Rafael en dat van haar mocht toch wel “een beetje” beter zijn dan dat van de Oddi’s. Het was tot dan de belangrijkste opdracht die Rafael had gekregen. De uitdaging was dan ook niet min. Als basis neemt hij een Perugino en tekent daar een eigen statische versie van. Maar hij moest beter doen. Dus zet hij beweging, dynamiek in zijn tekening. Het lichaam van Christus wordt niet langer vastgehouden, het wordt verplaatst. Tegelijk mixt hij de setting met wat hij bij Michelangelo heeft geleerd en er zijn wel gelijkenissen met de piëta. Door een raster over de tekening te zetten kan hij ze gemakkelijk vergroten. Na meer dan een jaar schetsen, kan het schilderen beginnen… meer weten via Wikipedia

En zo komen we in de periode van de pausen met als eerste paus Julius II. Allez, dat is eigenlijk niet echt correct want uit de vorige blog weten we dat er al viavia werk van Rafael tot bij de paus Alexander VI Borgia was gekomen. Dus strikt genomen was er al iets “pauselijks” geweest, maar laten we ons niet verliezen in details, we focussen op de grote episodes uit het leven van Rafael 😉

 

 

 

Het anachronistisch huwelijk (epiloog)

Wanneer je een tekening voor iemand maakt is het altijd hartverwarmend te zien wat er precies van geworden is. En zodoende stuurde Katleen ( https://katzz.webnode.be/ ) me een foto van de ingelijste tekening keurig netjes opgehangen in de living van haar ouders, recht tegenover de originele trouwfoto. Een geslaagd projectje zou ik zeggen.

Lees verder

Rafael’20 (01): artistiek zomerproject

Met enige vertraging (de zomervakantie is al 3,5maanden 2 weken bezig) start ik mijn zomerblogs. Net als vorig jaar zal ik deze zomer over mijn grote (zomer) tekening vertellen. Dat zal een beetje over vanalles gaan want in tegenstelling tot de zomertekening van vorig jaar, moet ik deze keer al mijn informatie van het internet halen. En ik heb me nog niet echt verdiept in de schilder én – vooral – ik heb ook nog niets getekend…

Omdat we toch niet buiten mogen en het ook nog eens zozo is om ver te gaan reizen, neem ik jullie mee naar Italië in mijn favoriete periode: de renaissance. Op ongeveer 1400km van Vlaanderen ligt de prachtige stad Urbino. En in Urbino staat het geboortehuis van Rafael, Raffaëllo Sanzio, maar zeg gerust heilige Rafael of Raffaëllo Santi. Geboren op Goede Vrijdag om 3uur ’s morgens (volgens de legende) in 1483 ziet de jonge Rafael (bijna) het daglicht.

Urbino ligt op een heuvel en ondanks alles is het toch niet dé stad waar ge meteen een groot rockfestival ofzo zou gaan organiseren…Rafael zijn vader is de kunstschilder Giovanni Santi. Ondanks dat ik over zijn vader niet overdreven veel informatie kan vinden, is het wel duidelijk dat die man echt wel bedreven is in het schilderen. En dan meet ik mij niet aan één of andere Spaanse restaurateur, dan heb ik het over mensen met kennis van zaken. Rafael wordt, zoals het in die tijd wel meer voorviel, voorbestemd om de opvolger van zijn vader te worden (allez, zelfde verhaalke dan bij de Breugels, ge kent da wel…). En de jongen leert snel…om niet te zeggen: zeer snel! Hij bestudeert, analyseert de technieken van zijn vader, het hoe en waarom en neemt tegelijk ook de emoties en kracht dat een schilderij kan uitdrukken in zich op.

Maar het noodlot slaat toe en op zijn 11e sterft de vader van Rafael. In die tijd geen sinecure maar daarom niet altijd desastreus. Probleem was nog dat zijn moeder ook al 3 jaar eerder was overleden.

Enfin, we zijn dus 1494 en Rafael is op zijn 11e weeskind en dan wordt het voor een paar jaren geschiedkundig allemaal een beetje mistig. Rafael zou kunnen opgenomen zijn in een atelier van een naaste medewerker van zijn vader of hij zou meteen naar Perugia kunnen gegaan zijn om daar in het atelier van Pietro Perugino (allez, kwestie van u niet te vermoeien noemt ge uzelf gewoon naar de stad waar ge woont).

Belangrijk was vooral te weten dat Rafael zijn vader zo goed gekend/geconnecteerd was dat Rafael wel bij meerdere schilders in de leer ging en zodoende zich perfectioneerde in de basiscursus die hij van zijn vader had meegekregen. En ondertussen zat hij in Perugia en in Perugia…daar zou je wel al eens een festivalleke organiseren. Of toch niet. Want net als in meerdere grote Italiaanse steden op dat moment is er niet alleen onderlinge stadsconcurrentie maar vechten ook belangrijke families onder mekaar voor de macht over een stad. Dat gaat nogal redelijk letterlijk à la Romeo & Julia of ze doen het zoals een pauw door groots uit te pakken met hun rijkdom.

Maar – en dan zie je de verwarring al komen – hij bleef tegelijk ook verbonden met Urbino. Van daar uit kreeg hij zeker opdracht van ene Frederico da Montefeltro…En die kent ge natuurlijk…Toch? Die man met zijn stuk uit zijn neus?

Frederico was niet de eerste de beste. Een huurling met gevoel voor kunst, komt dat tegen… Het portret hiernaast is niet door Rafael maar wel door Piero della Francesca geschilderd.

Maar om zo een beetje de sfeer van de tijd op te snuiven moet je dit heerschap zijn Wikipediapagina maar eens lezen. Op het eerste zicht lijkt de renaissance de periode van Italiaanse voorspoed maar ge moet dan maar de korte biografie van mijnheer Frederico eens lezen en dan begrijp je meteen wat we verstaan onder “Zuiders temperament”.

We zijn in het eerste deel van onze zomertrip nu zo rond 1500 en in de volgende blog(s) vertel ik u meer over zijn leven, de tijdsgeest, hopelijk enkele sterke weetjes en vooral de tekening die ik ga maken. Ik sluit deze blog af met het paneel “Engel” dat cfr de boekhouding door Rafael zelf zou geschilderd zijn op 17-jarige leeftijd. Het was oorspronkelijk een altaarstuk dat helaas door een aardbeving deels is beschadigd en finaal in de handen van paus Pius VI. Er zitten duidelijk herkenbare elementen van het schilderwerk van zijn vader en Perugino in maar evenzeer veel persoonlijke toetsen van Raefel zelf. Als ik me goed geïnformeerd heb, wordt dit werk bewaard in de Pinacoteca Civica Tosio Martinengo van Brescia.

KW25: de vergeten kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is het laatste kunstweetje voor de zomerstop. Je kreeg er al (inclusief deze) 25 te lezen. Het was van mijn kant al zeker plezant om te schrijven maar nog veel meer om de reacties te lezen die ze teweeg brachten. Ik ga de komende maanden even herbronnen en verder op zoek naar straffe verhalen. Wie wil meehelpen of ergens iets interessants leest, mail het zeker door naar max.vanhemel@gmail.com Geef kunst een interessant leven 🙂

Om dit laatste kunstweetje goed in te zetten gooi ik er meteen de kunstwerken (ja, het zijn er meerdere) waarover we’t gaan hebben in de ring. Aan u te raden wat deze kunstwerken met mekaar verbindt…

Lees verder

KW24: de verloren Cupido van Michelangelo

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Michelangelo Buonarroti is de Florentijnse/Italiaanse kunstenaar die we kennen van werken als pietà, David, het plafond van de Sixtijnse kapel, het laatste oordeel (ook) in de Sixtijnse kapel, de koepel van de basiliek van Rome

Michelangelo was heel zijn leven op zoek naar “fame and fortune”. Ondanks dat hij dat ontkent in zijn (deels) verzonnen eigen biografie aarzelde hij niet om opdrachten links te laten liggen voor lucratievere opdrachten. Dat werkt wel eens maar vrienden en trouwe klanten maak je er niet echt mee. Gelukkig was het Italië van de tweede helft van de jaren 1400 nog niet voorzien van telefoon en was het dus voor klanten niet vanzelfsprekend om met mekaar in contact te treden. Voor zover die klanten dan al niet met mekaar overhoop lagen… Toch maakte bedrog deel uit van het leven de rijkste en meest bekende kunstenaar van zijn tijd.

In dit kunstweetje een sterk verhaal wat maar weinig mensen weten…

Op een bepaald moment ergens 1495 zit Michelangelo in zak en as. Hij is blut. Werken verkopen niet, geen verkoop = geen mogelijkheden tot nieuwe werken, laat staan geld om te eten. De markt is wild van oude Romeinse beelden. Daar wordt veel geld voor geboden in tegenstelling tot de werken van de hedendaagse kunstenaars. Michelangelo bedenkt een plan: als hij een beeld kunstmatig verouderd, dan kan hij het misschien verkopen als een “oude klassieker”. Zo gezegd, zo gedaan. Michelangelo zet zich aan het werk en maakt een slapende Cupido in witte marmer. That’s the easy part. Hoe zo’n knalwit nieuw beeld er nu laten uitzien als een oud beeld?

Michelangelo deed beroep op zijn “parate kennis” en ging tegelijk ten rade bij “vrienden”. Eerst besmeurde hij het werk met bruine, koffieachtige vloeistof en smeerde het geheel dan in met een mengeling van lekker verse mest met yoghurt. Deze laatste zijn nogal zuur en bevatten ook wel heel wat beestjes die een beeld snel door zijn pubertijd helpen. Om de zaak nog wat sterker te maken stak hij de hele boel dan minstens 6 weken onder de grond.

Toen het beeld terug bovengronds kwam zag het er fantastisch uit. Via een vertegenwoordiger verkocht Michelangelo het beeld aan kardinaal Riario. Helaas kreeg Michelangelo maar een klein deel van het verhoopte bedrag. De bedrieger werd bedrogen! Maar ook de kardinaal kreeg de fraude door. Technisch gezien leek het beeld wel oud maar de vormgeving, de houding van cupido verklapte wel dat het om hedendaagse kunst ging. De houding van Cupido was totaal anders dan wat men in de oudheid maakte.

Tegelijk kreeg de 21 jarige Michelangelo wroeging. Zijn carrière kon er immers regelrecht de afgrond mee induiken. Dus besloot hij de kardinaal een bezoekje te brengen en hem zijn geld terug te geven in ruil voor het beeld. Michelangelo vreesde dat hij ferm onder zijn ehm…dinges…ehm…rozen ging krijgen van de kardinaal.

 

Tot zijn grote verbazing gaf de kardinaal Michelangelo een totaal nieuwe opdracht! De kardinaal gaf Michelangelo de opdracht een groot beeld te maken voor zijn tuin en Michelangelo mocht zelf het onderwerp kiezen. Michelangelo koos voor een Bacchusfiguur. Al liep ook dat weer niet echt zoals de kardinaal het had verwacht…

Bacchus werd afgebeeld als een beschonken god. De onstabiele houding sprak boekdelen. Het beeld was anderzijds zo perfect gemaakt dat het, zelfs vandaag nog, een grote seksuele uitstraling kreeg. Vooral om de vrouwelijke vormen die Bacchus mee kreeg. Kunstkenner Vasari omschreef het als “zowel de slankheid van een jonge man als de vlezigheid en rondheid van een vrouw”. De kleine faun aan z’n zijde was een al even foute verwijzing naar wat zich binnenskamers in kerkelijke kringen afspeelde (en nog steeds afspeelt).

De Bacchus van Michelangelo is te zien in het museum Bargello (Firzene ofte Florence maar ik hou meer van Firenze). Het beeld van Cupido is helaas vernietigd bij een brand. De beelden die hierboven te zien zijn, zijn een makeover door de BBC gemaakt op basis van de tekening (hierboven) en bestaande beelden van kinderen door Michelangelo uit die periode.

bron: BBC – the private life of a masterpiece

KW19: Van Schubert naar Dire Straits

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Deze week eens geen beeldend kunstgerief maar wat muziek. Want terwijl ik werk luister ik naar The Beatles maar evengoed naar Klara Continuo. En daar komt “deze plaat” al eens langs: Franz Schubert, pianotrio in E flat op.148 etc etc (waarom kunnen die gasten dat niet gewoonweg “opera voor een schoon meiske” noemen? dat zou toch wel stukken eenvoudiger zijn).

Moet je hier ’s naar luisteren. Maar heel goed zo. Met aandacht. Pakt er uwen tijd voor…

Dan herken je misschien wel stukjes van Freek De Jonghe (na de dood) zo ergens in’t midden of een trage versie van Dire Straits (Why Worry?) al van bij het begin. Ik vind dat nu toch altijd zo speciaal in om klassieke liedjes moderne dingen te herkennen. Het moet niet altijd van The Beatles of A whiter shade of pale zijn…

 

Voor mocht je denken dat klassiek in andere gevallen ver van mijn (of jouw) bed is… luister dan hier ’s naar… en klik je maar ’s op deze link 😉

Dus weetje van de dag; als je op de radio Why Worry van Dire Straits hoort of Er is leven na de dood, zeg dan even terloops “maar goh, dat lijkt nu toch wel heel erg op muziek van Schubert”. Je zal de mensen rondom je meteen grote ogen zien trekken naar deze muziekkenner 😉