107/365: de streken van een potlood

Toen ik me echt begon toe te leggen op anatomisch correct tekenen had ik nog niet de notie dat de manier waarop een tekening ingekleurd wordt, de streken van het potlood, evenveel bijdragen aan het finale resultaat dan de pose en de belichting van het onderwerp. Toch ben ik deze tekening altijd goed blijven bijhouden omdat ik vind dat ze “iets” heeft. De originele foto kwam uit een fotomagazine.

Curieus – Drongen: expo

Naast Curieus Gent-West heb je ook Curieus-Drongen. Zij organiseren eveneens met regelmaat tentoonstellingen in De Campagne. Ik ben ook daar geselecteerd met de eerste “triptiek van de dood”. Wie de expo Sehnsucht in 2017 heeft gemist heeft bij deze de kans om de triptiek in zijn geheel opnieuw te bekijken. Een uniek staaltje van grootschalige tekenkunst én herontdekte presentatietechniek (door Hugo Martens). Data en uren op de affiche.

image001

59/365: dagen zonder TV

Begin december 2018 besliste VRT om geen DVB-T uitzendingen meer te doen. De kost was te hoog en te weinig mensen (volgens hun eigen studies) keken nog via de kleine huiskamerantenne. Ik was één van die 200.000 mensen. En niet echt tevreden. Informatie van de overheid ontvangen lijkt me een gratis basisrecht. Maar goed, ik ben maar David en had geen zin in een betoging op Brussel 😉

Nu 3 maanden later stel ik vast dat het zelfs niet eens een gemis is. De TV is (helaas, ondanks de goede staat) naar het containerpark. Maar al bij al missen we Jeroen Meus, Ben Crabbé en het VRT-nieuws niet. Veel minder ergernissen door gebrek aan polarisatie. En weet je wat, ik voel me niet eens wereldvreemd. Misschien wel wat wereldvrediger 🙂

Ik zet er meer en meer mijn zinnen op om ook Facebook een wip te geven. Totale rust en meer tijd voor de buren en een goed boek…

Toren van Babel: het fel rode verdiep

Het rode verdiep. Ik noem de laatste verdiepen zo omdat ze knalrood zijn van de bakstenen. Doorheen de toren gaan we van een oker gele laag (onderaan) over lichtbruin/grijs naar abrikoos tot fel rood. Het opstijgen wordt benadrukt door de 2 kleurlijnen van rood (baksteen) en wit (pleisterwerk) op de linkse flank van de toren. Maar het vooral de keuze van de kleuren die weldoordacht de grootsheid van deze toren maakt.

In de Wenen-versie zien we een aanzet van die kleuren maar ze zijn lichter, minder contrastrijk. Dat maakt die toren niet alleen mee minder hoog maar ook veel minder dreigend. Door de top van de kleinere versie felrood te maken krijgt hij deze alle aandacht. Doe je ogen maar eens dicht en dan weer snel open. Het eerste wat je ziet is de top. En dan die dreigend hellende donkere lijn op de rechtse gevel. Deze lijn wordt gemaakt door de combinatie van ramen en uitgelijnde huizen. Het verval is ingezet!

Niets is toeval. Van op afstand gezien zie je de rode partij links onderaan de toren terug opduiken. Het lijkt een scharnier te zijn waarop de toren kan kantelen. Ondanks de hyperfijne tekening heeft Brueghel ook veel aandacht besteedt aan de keuze van kleuren. Door de achtergrond (hoofdzakelijk) in groen en blauw te houden wordt het contrast met het rood nog feller en dreigender. De witte kalkstreep staat er ook niet toevallig. Brueghel had de rode en de witte streep evengoed van plaats kunnen wisselen maar dan zou de ronding, het stuk dat meer naar voor dient te komen er helemaal anders uit zien.

In mijn versie – en ik laat het finaal zo – zal het gekleurde verdiep een bijkomende dreiging vormen voor zowel de scheve toren als het onevenwicht waar de constructie mee te maken heeft. Bij de volgende blog vertel ik voor de laatste keer over de toren. Dan is het verhaal verteld. *clifhanger*