STEM op Portret van een treinbegeleider

“Fascinatie” is het beste woord voor dit project. Waarom kiest een mens voor een job met onregelmatige uren, weekend en laat avondwerk, verantwoordelijkheid voor de planning van honderden mensen en zo nu en dan een ernstige panne of een incident onder passagiers?

portret van een treinbegeleider

Ik ging in confrontatie met treinbegeleiders (die ik toen nog ouderwets “conducteurs” of “kaartjesknippers” ging noemen) en stelde vast dat deze mensen erg gepassioneerd zijn. Voorzien van de nodige humor en al hun kunnen in dienst stellen van de treinreizigers. Ze gaan zo ver dat hun familie of gezin achterop wordt geschoven voor het welzijn van de reizigers.

Uit appreciatie en respect voor hun inzet, dit werk van de treinbegeleider die nog heel even een moment voor zichzelf neemt voor de job te starten. Het portret toont op het eerste zicht een vermoeide introverte man maar de techniek straalt zijn dynamiek, zijn passie, zijn gedrevenheid uit. Volle kleuren, dikke grove lijnen rijden als sporen over zijn lichaam. Het logo van de Belgische spoorwegen in alle splendeur en opgepoetst op zijn pet.

Heb jij ook respect voor de treinbegeleider die ons tijdens de reis toch met de glimlach aanspreekt? Zie je mijn eerbetoon in een Belgisch museum hangen? Laat het dan blijken en stem NU op dit werk via deze link: https://exponationale.passmusees.be/project/34081

Het portret kadert in de reeks “cover 2 cover” waar ik mijn eigen interpretatie maak van bestaande kunstwerken.

#nmbs, #belgiantrain, #buylocal#culturelocale#fineart#finearts#ikkoopbelgisch#ikkooplokaal#klassieker, #vangogh, #kooplokaal#lokaal#maxvanhemel#meerkunstinmijnwijk#pencildrawings#potloodtekeningen#schönekunstGentkunstmagrittemariakerkeMax Van HemelopenluchtexpoopenluchtmuseumopenluchttentoonstellingpencildrawingpotloodpotloodtekeningrenaissancetuinvenuswandelingwhynotMariakerkeZoektocht

Carbonara met blauwe kaas

Heb je dat ook zo soms; dat gevoel alsof “het internet” je gedachten kan lezen of mee luistert naar je gesprekken aan de keukentafel. Wij hebben dat regelmatig. Wanneer mijn vrouw iets zoekt op het internet, dan is het niet onmogelijk dat ik de volgende dag reclameberichten krijg in de richting van haar zoektocht.

Tegelijk krijg ik dan weer zelf berichten te zien rond dingen die ik zelf opzoek. Tjah…dat wisten we al. Google en Facebook zijn Big Brothers. Maar bij gelegenheid kan dat ook wel interessante informatie zijn.

Zo kreeg ik dit recept in mijn mailbox over pasta carbonara. Ik weet niet hoe het zit in NL maar in Vlaanderen is het triestig gesteld met dé pasta carbonara. Het klassieke Vlaamse recept is al even erg als de spaghetti Bolognaise of de pizza Hawai: Een bundel spaghetti overgoten met veel room, spek en een pak kaas. Lekker, lekker. Maar geen paste carbonara. Zelfs in de Italiaanse restaurants gaan gretig mee in de Vlaamsche oerversie. Toch kreeg ik vandaag deze – origineel Italiaanse – mooie variant met ansjovis.

Klik hier om naar het recept te gaan.

En dan was er nog iets wat ik wou meegeven. Weet je nog de blog over Het perspectief O+ ? Die ging over vrouwen in de kunst met internationale roem. Wel…

Over de eigenares van bovenstaand gebit valt nog iets te vertellen. Het gebit werd bij onderzoeken in 2019 in Duitsland opgegraven en blijkt duidelijk vrouwelijk te zijn. Het krijgt de naam B78 mee en er is iets met die B78. Het gebit is al meer dan 1000jaar oud en er is een rare blauwe tandaanslag op te vinden. Dit hadden de onderzoekers nog niet eerder gezien.

Na onderzoek door chemici blijkt het om partikels van het fameuze lapis lazuli te gaan (zie KW22 en KW41). Maar hoe kwam dat Afgaans blauwe goedje in Duitsland terecht? En dan nog in de mond van deze vrouw?

Lapis lazuli werd in de middeleeuwen ingevoerd en vermalen om te gebruiken als pigment voor verf. Van Eyck is onder andere één van de vele gebruikers van deze grondstof. De volblauwe steen werd ook gebruikt om illustraties bij teksten in te kleuren. Bij gelegenheid zette het pigment zich af op de tanden van de illustratoren van boeken. Ze staken de tip van de borstel al eens in hun mond om zodoende de haren nat te maken en de tip “te scherpen”.

Er was al geweten dat vrouwen boeken illustreerden maar men had daar geen “levend bewijs” van. Tot nu dus. Bij deze is er materiaal bewijs dat kunst in de middeleeuwen niet alleen een mannenzaak was. B78 was allicht een gelovige en meer dan waarschijnlijk niet de eerste de beste. Lapis Lazuli was in die tijd duurder dan goud. Het werd enkel gebruikt om speciale taferelen en/of personen mee in te kleuren en het mocht alleen worden gebruikt door de beste illustratoren. B78 moet dus wel een bekendheid geweest zijn in haar tijd. Helaas is ze vandaag enkel nog gekend onder de naam B…B78. (bron Artips)

Frans Hals: de lachende cavalier (12)

Challenges altijd de uitdaging waard. Elke zomer verleg ik een grens, ga ik in dialoog en tegelijk in een soort steekspel met een bekende kunstenaar en een iets minder bekend werk. Een topwerk met een verhaal en een hogere technische uitdaging. De uitdaging loopt over de zomer omdat dan het exposeizoen zichzelf niet “ververst”. Er zijn geen nieuwe expo’s, wat loopt loopt wat niet loopt start ergens in september.

2 juli lanceerde ik een teaserblog om officieel te starten op…

Lees verder

Kunst in het dorp: laatste weekend

Dit weekend laatste kans om het prachtige evenement “Kunst in het Dorp” te Bellingen te bezoeken. MAAR ook de allerlaatste kans om “de triptiek van het leven” in het echt en volle glorie te bewonderen. Wie de triptiek op Expo Magie niet heeft gezien krijgt hier de ultieme (her)kans(ing). Na dit weekend zal de triptiek niet meer publiek worden getoond.

Naast het beeld van de triptiek wordt ook het verhaal van Thomas van Cantimpré mee in de kast gestopt.

De performance en triptiek zijn dit weekend nog te zien:

vrijdag 18-22u, zaterdag 18-22u, zondag 14-19u aan de Kareelstraat 21, Bellingen.

Na corona kan de beeldende kunst uw steun zeer goed gebruiken. Deel dit bericht en/of kom ’s langs. Deze expo is vrij te bezoeken, er is geen enkele aankoopplicht.

Frans Hals: de lachende cavalier (07)

Bij de vorige blog beloofde ik dieper in te gaan op hoe het borduursel tot stand komt: tekengewijs dan. Dat loopt namelijk helemaal anders dan hoe je dat al schilderend zou gaan doen. We waren gebleven bij het stuk links van de zwarte jas. Ik zet hier voor de liefhebbers ook een detailfoto van de borduursels bij 🙂

Ik stap nu over naar rechts. Aan de mouw zelf. Die staat ook vol van deze prachtige tekeningen. En ze stralen op alle mogelijke manier status, macht, geld uit. Dat voedt de opties dat het hier gaat om een stoffenhandelaar die adhv dit schilderij zijn eigen waar en/of kunnen in the picture zet. In ieder geval zet het aan om zelf een geborduurde jas te kopen. Wie meent dat borduren uit de mode is, is ferm mis. Zelfs de betreurde Dusty van ZZ-top wist er weg mee in zijn kleerkast…

Dus hoe teken ik nu zo’n borduursels? Wel…Eerst is er natuurlijk de schets (zie eerdere foto’s) maar die is gemaakt met het (beruchte) tekenpennetje van 0,2mm dik. Dat potlood is zo “vet” (2B) dat het steevast vermengt met de kleuren als ik er over ga. Daarom moet ik – hoe raar het ook klinkt – eerst de schets lichtjes overgommen (ik rol erover met de kneedgom) om echt nog maar een zeer lichte schets over te houden.

En dan bouw ik op van licht naar donker. Dus begin ik met geel, rood en heel licht blauw. Die kleuren moet niet echt precies zijn, als ze maar op de juiste plaats staan. Daarna werk ik tussen en rond de kleuren tegelijk de tekening en de donkere inkleuring uit. Waar nodig herteken ik (bvb bij dwarse stiksels) de scherpe partijen. Finaal worden de accenten met fel rood, oranje en hemelsblauw afgewerkt. Op de foto zie je nog ’s een overzicht van alle kleuren die werden gebruikt voor dit stukje.

Frans Hals: de lachende cavalier (06)

Vooreerst: niet te vergeten: dit weekend teken ik “live” aan de lachende cavalier in de Boesmolen (Herne). Langs een kunstroute zie je meerdere afdrukken in open lucht en kan je op enkele locaties naar binnen om de kunstenaars te ontmoeten. HIER MEER INFO daarover.

We gaan er een beetje meer vaart moeten insteken of deze tekening raakt niet klaar voor het eind van de zomer. Laat het geen epistel worden gelijk de kopie van de Toren van Babel 😉

Bij blog 05 had ik een aanzet gegeven tot de zwarte jas van de cavalier maar aan het borduursel had ik nog niet geraakt. Heb je daar al eens goed naar gekeken? Dat is gene kattepis 😉 Het zijn niet zomaar kleurrijke streepjes en krulletjes die op de mouw gespeld zijn, het zijn allerhande fijne miniatuurtekeningen. En dat er veel kleurwerk aan te pas komt, ik ga het niet verbergen (wat is anders het doel van de blogs rond de zomertekening 😉 )

Op de foto’s hierboven zie je een stukje van de geborduurde jas. Het is zo ongeveer 3x3cm. OK, ik had gezegd om niet meer in uren te tellen, dus tel ik in plaatzijden. Terwijl ik teken zet ik soms vinylplaten op. Dit stuk heeft 4 kanten versleten. Voor 9cm². ’t Geeft u een beetje een idee.

Ik kan nu nog lang vertellen over over hoeveel tijd het vraagt om al die figuurtjes uit te tekenen maar ik hou het nu nog even kort. Een flink aantal uren verder staat dit stuk vest er op. Bij een volgende blog ga ik dieper in op hoe ik het aanpak om die borduursels tot een goed einde te brengen, mis ‘m niet. Het is zeker de moeite. En wie een beetje kan tellen heeft bij deze begrepen dat ik een paar weken op voorhand over mijn tekening blogde maar nu helemaal “a jour” sta.

Frans Hals: de lachende cavalier (05)

Er zijn ook bij deze cover stevige uitdagingen door het verschil in techniek. Ten eerste werk Hals zonder tekening. Er is van Hals geen enkele tekening bewaard gebleven. Uit studie blijkt dat de schilderijen direct met verf zijn gemaakt. Hals maakte – om sneller te kunnen werken – gebruik van een huidskleurachtige onderkleur ( zie KW 34 ).

Ten tweede kan je met verf opbouwend/dekkend werken. Dat maakt dat je van donker naar licht kan werken terwijl ik van licht naar donker werk. Bij een grote zwarte partij zoals hier het geval is maakt dat ik eerst alle lichte partijen teken/inkleur om daarna de zwarte er rond te tekenen. Totaal de omgekeerde opbouw dan Hals en vooral erg vermoeiend (elke streep is op voorhand te plannen naar het resultaat).

Bij de laatste blog was het gezicht toch al grotendeels klaar. Er nu wat afblijven is de boodschap. Achteraf bijsturen zal wel nodig zijn.

Dit wordt duidelijk een blog in laagjes…laagjes…héél véél laagjes. Om zot te worden. Waarom begin ik er toch elke keer weer aan (aan die zomertekeningen)? Al is het achteraf wel altijd een zeer leerrijke ervaring 😉 De laagjes verwijzen natuurlijk naar de kraag. Laagjes kant boven mekaar.

Er zijn minstens 5 lagen kant boven mekaar. Niets speciaals aan…mochten er geen tekeningen in staan. Sterren, kruisjes, passers,…verwijzingen naar de vrijmetselaars? Het zou kunnen. De complexiteit zit ‘m de transparantie van de lagen. Daaronder een zwarte jas en tegelijk ook een soort dag/zonlicht maakt dat er witte lagen kant zijn, blauw-gele weerspiegelingen uit de lucht, zwart-grijze doorschijningen door de jas. En dan heb ik het nog niet over de helling in de diepte die worden gesuggereerd…Goh..misschien moet ik toch maar overschakelen naar de koe in het bos. Stukken makkelijker.

Even later… OK, ik heb er me over gezet. Net als bij het gezicht ga ik voor de finale afwerking van de kraag hier later op terug komen. Dat gaat ook daar beter zijn want het zwarte van de jas zal zo dominant worden dat het nu moeilijk in te schatten is in welke mate deze door het kant zal schijnen/breken.

Ik begin dus maar aan een andere uitdaging: de fijn geborduurde tekeningen op de jas. Tegen mijn gedachten in begin ik toch maar links en werk zo naar rechts. Feitelijk zou ik best rechts beginnen. Met al dat zwart zou de boel wel eens kunnen opengesmeerd worden en vuile vlekken geven. We zien wel. Het zijn wasgebonden potloden, die smeren normaal niet (of zeer moeilijk) open. Dat komt wel goed.

Terwijl ik bezig ben, mijmer ik in tijd en ruimte. Op zich werd van de expo Van Eyck ondertiteld als “een optische revolutie”. Maar Hals zou ik ineens een “optisch illusie” durven noemen. Als ik zie hoe die met zijn ruwe, dynamische streken toch gedetailleerd en herkenbaar schildert. Het is te gek.

Frans Hals: de lachende cavalier (04)

We zijn al aan de laatste blog voor juli en er is wel wat “gas” gegeven de laatste dagen. Interessante en duidelijke verschillen komen op.

Het gezicht laat ik even los. Eerst moet ik weten hoe de omgevingskleuren zullen evolueren voor ik daar verder aan werk. En als er niet meer aan het gezicht wordt gewerkt blijft er niet veel meer over dan aan de kledij te gaan werken.

Aangezien de hoed het meeste invloed zal hebben op de rest van het werk, begin ik daar mee. Subtiele kleurverschillen tussen hemelsblauw, licht grijs, donker grijs, heel donker grijs/antraciet en zwart. Het cirkelsegment boven op de hoed is geen toeval, het accentueert het gezicht en de grenzen er van. Tegelijk compositorisch leidt de lichtere band je oog perfect terug in het beeld, als een aureool rondom het gezicht.

Om de evoluties gemakkelijk te volgen zet ik bij de onderstaande galerij ook nog ’s de laatste foto van de vorige blog bij. Zo heb je een startpunt en een tijdelijke eindpunt.

Beetje testen met de achtergrondkleuren (waar ook al zo’n rijk palet aan verschillen in zit), de mondhoeken toch nog wat aangepast, de blik is nu echt die van een deugniet en de eerste kanten laagjes staan er op. Dat is verdekke wel niet gemakkelijk dat transparante kant en al die laagjes boven mekaar tegelijk met de doorschijning van de zwarte jas en de reflecties van het gezicht. But that’s what makes a master a master.

Stapje voor stapje komt onze cavalier los van het papier. Mijn verwachtingen naar de mouw rechts in beeld (zijn linkermouw) zijn hoog. Ik ben benieuwd naar wat dat zal geven. Maar er is nog heel wat kant af te werken voor ik dat zal kunnen zien.

Max on tour: Kunstwandeling Herne

De Vlaams-Brabantse gemeente Herne is nog zo’n bruisende metropool aan lokale kunst. Regelmatig worden er tentoonstellingen en evenementen georganiseerd. Herne Kunst’Telt kent een zeer actieve en gemotiveerde kunstenaarsvereniging. Dwars door het prachtig glooiende landschap plaatsten ze afdrukken van kunstwerken. Soms tegen een gevel, soms ergens meer in het groen. Tijdens het weekend van 7 & 8 augustus wordt de wandeling officieel geopend.

In de Boesmolen is er voor de gelegenheid een 2-daagse tentoonstelling met tekeningen en keramiek. Ik zal zowel op zaterdag als op zondag ter plekke tekenen aan mijn zomertekening: De lachende cavalier naar Frans Hals. Een unieke kans om dit werk nu al te ontdekken, de opbouw ervan mee te maken en vragen te stellen. Collega Marthe Vanhoutte (keramiek) is ook aanwezig.

Maar er is natuurlijk meer dan Max & Marthe 😉 Elk paars wandelaartje heeft zijn eigen kunstwerk (klik op de foto om de kaart te bekijken). En stel dat het echt niet zou passen om tijdens het openingsweekend langs te komen, de route blijft nog lang staan! Alleen zal je dan de geweldige herinneringen aan de fantastische ontmoetingen met de kunstenaars niet meenemen 😉

klikken op de kaart voor meer details

Met dank aan Mia & Danny van de boesmolen en Herne Kunst’Telt.

Volgende keer meer: expo “meer weer”

Doe-expo “Meer weer”…Ze was aan mij helemaal voorbij gegaan. Isabel stuurde mij een bericht en dat zou ze eigenlijk wel eens meer moeten doen 😉 Een leuke (échte) doe-expo voor kids (vanaf lees-leeftijd tot…goh ja…ergens 77 en daar voorbij). Samen met Frank Deboosere ga je op stap door natuurfenomenen die allemaal met het weer te maken hebben.

Vele weetjes maken de expo boeiend maar daarom nog niet leuk 😉 En dat leuke dat vinden we

Lees verder

Gentse Feesten 2021: light 02

Met het mooie weer toch nog ’s naar ’t stadscentrum afgezakt. Op het programma: 1 puppetbusker (er was er ook maar 1 vandaag) en wat geocachen.

Over geocachen kan ik heel enthousiast vertellen omdat het mij al op vele mooie plekken heeft gebracht. En tegelijk is het iets leuks om te doen (#zoektocht). We gingen er eentje zoeken aan de rode dame en eentje aan het (nieuwe) sas aan Portus Ganda.

Maar we gingen ook naar een poppenspel. Op de nieuwe locatie van het Luisterplein, niet op het Laurentplein maar wel in het Sint-Lievenscollege. Ingang aan de Volmolenstraat (dus niet de Zilverenberg). Dit jaar zijn alle poppenspellen Belgisch en ook die sector zit al meer dan een jaar op droog brood en (regen)water. Cultuur kan steun gebruiken en zeker als u gratis naar de voorstelling komt kijken 😉

Cie Les Petites Délices (Be) “Maritime” had al eens gespeeld in 2013. En merkwaardig genoeg herinnerde ik me die voorstelling nog goed. Misschien door het gezelschap in het publiek of was het door die jonge man die uit het publiek werd gepikt?

In 2013 zaten we nog gezellig in de Trommelstraat en daar deed het decor van het Sint-Lievenscollege me wel aan denken. Een ideale plek

Lees verder

Gentse Feesten 2021: light 01

Er waren geen Gentse Feesten. Er was dan op de knip “Zo ne zomer” (geeft mij een beetje het gevoel van een zwemband voor een verdronken schaap). De Gentse Feesten zijn dood, dus LANG LEVE DE GENTSE FEESTEN!

Gentenaars hebben “ni pleuje, ni neute” als lijfspreuk. Voor wie geen Gents verstaat, vertaal ik dit vrij als “niet plooien, niet zeuren, blijven gaan”. De Gentse Feesten duren doorgaans 10 dagen. Een overload aan cultuur en daar val je al eens al staande bij in slaap. Ik kan er van mee spreken. Na een paar dagen zit je totaal in een Gentlag. Geen idee meer welke dag het is, beetje licht in het hoofd,…

Vorig jaar waren er geen Gentse Feesten maar dit jaar zetten de kleine organisatoren er weer hun schouders onder. Miramiro (ok, dat is gene kleine), Theater Box, enkele terraskes,…én én én het Puppetbuskersfestival!!

Op hun website http://www.puppetbuskersfestival.eu/ kan je…

Lees verder

Frans Hals: the swinging ’30’s

Over de jonge jaren van Frans Hals weten we niets. Hoe hij tot zijn gekende expressieve schilderstijl evolueerde of er meteen mee begon (en dus de klassiekere beheerste portretstijl – die toen erg in trek was – kordaat oversloeg) het is tot nu niet geweten.

Het eerste gekende werk van Frans Hals is het portret van Jacobus Zaffius uit 1610.

Hals is dan ongeveer 30jaar wat op zich vrij laat is om te beginnen aan een schilderscarrière zonder voorafgaande historiek. Persoonlijk denk ik dat er rond dit moment een wissel in stijl kwam en dat het verschil met de voorgaande stijl zo groot is dat men in die eerdere stijl Frans Hals niet herkent. Daarbij kan het ook zijn dat hij vroeger in opdracht werkte en dus voor een andere kunstenaar (zijn leermeester?) werkte waardoor men gewoonweg over de schilderijen van Frans Hals kijkt omdat er een andere naam onder staat. Maar dat zijn mijn hypotheses. Of had de stilte voor 1610 een politieke reden (bvb ivm de Spanjaarden), kan ook zijn…

Het is al meteen vanaf dit portret duidelijk dat de verftoetsen snel en trefzeker worden aangebracht. Met brute en verfijnde penseeltrekken weet hij de kijker te leiden naar wat je moet gezien hebben, wat de kern van het werk is, de boodschap en de rest is “versiering”. In het Geheim van de Meester wordt dit portret verder uit de doeken gedaan. Er wordt zelfs in vraag gesteld of het een werk van Frans Hals is en of het achteraf werd bijgesneden (een techniek die in die tijd niet ongebruikelijk was).

Wat we in bovenstaand portret nog merken is de statische houding van het model. Maar de lichtinval van links, de krachtig witte lichtpartijen en de “wilde” markeringen die baard, neus en kraag diepte geven vallen op. Het bruin-rode bont is niet gedetailleerd maar geanimeerd. Het lijkt wel alsof er een fris windje door de kamer loopt terwijl er wordt geschilderd. Hals schildert zoals Zorro zijn Z tekent.

Ik kan natuurlijk niet elk portret in detail gaan bespreken, dan zijn we vertrokken voor een boek van 250 pagina’s. Daarom neem ik je mee in een snelcursus. We gaan meteen door naar 10 jaar later en dan zien we dit “portret” van de een familiegroep in landschap met 3 kinderen en een bokkewagen. Je krijgt er ineens een beeld hoe men er zijn hand niet voor omdraaide om een familieportret in stukken te snijden om eender welke mogelijke reden.

De reconstructie is nog steeds niet volledig, er ontbreekt nog een stuk rechts onder. Was het niet interessant? Is het verloren gegaan of zal het ooit nog ergens opduiken?

Maar kijk vooral naar de stijl, de manier van aanpakken. Ik zei het al bij de vorige blog, de speelsheid van de compositie. Herken je al het licht van links, de fel witte kragen en de losse stijl van poseren? Maar kijk nu ook naar de evolutie in de zwarte kledij. Bij het eerste portret is het nog bijna vlak zwart en nu zijn er wel 27 tinten zwart (volgens Van Gogh, niet volgens een of andere grijze boekschrijver 😉 )

De kanten zijn van ver zeer gedetailleerd maar van dichtbij zijn ze eerder grof geschilderd. Dit maakt dat ze van ver ook nog mooi en gedetailleerd ogen. Bij een fijn uitgewerkt schilderij zie je de details eerder als je er met je neus gaat op staan (hé Jan) maar grote portretten zoals deze bekijk je meestal van op afstand. Ze hangen in grote herenhuizen of paleizen.

Terwijl meerdere tijdgenoten zich laten beïnvloeden door Caravaggio en kiezen voor het theatrale licht-donker-effect (zie Vermeer) , blijft Frans Hals trouw aan het vol licht. Schuiven we de tijdlijn nog ’s 10 jaar op dan zien we dat hij nu 200% trouw is aan zijn techniek zowel in snelheid, expressie als in licht vatten.

Het gezicht is niet in rust en op het gemak geschilderd. Het is snel geschilderd. Gespeeld met licht en donker. Bij deze manier van schilderen zou je bijna denken dat het “naar levend model” is geschilderd, dat het terplekke in het café op het feestje is gemaakt. Dat laatste is niet onmogelijk maar redelijk onwaarschijnlijk aangezien het verplaatsbaar maken van het schildersgebeuren toen niet gebruikelijk was en (omdat er nog geen verftubes ed bestonden) niet erg praktisch was. Wat wél een mogelijkheid is, is dat Frans dit schilderij gewoonweg uit het geheugen heeft geschilderd. Misschien vroeg hij wel één van zijn kinderen om te poseren en moest het daarom des te sneller gaan. Kinderen zitten meestal niet al te lang stil. Maar dat het een ongewone manier was van werken voor die tijd, daar twijfelt niemand aan.

Nog iets opvallend is de glimlach met open mond. Zie mijn kunstweetje KW48. Omwille van de gebrekkige mondhygiëne was dat verre van “done”, eerder “not done”. Zelfs nog vele jaren later was tandhygiëne een zwakke plek in de geneeskunde. De perikelen van Lodewijk XIV spreken boekdelen hierover.

Als laatste nog dit portret. We springen ineens naar 1660. 30 jaar na de fluitspeler van hierboven.

Hopelijk valt je meteen op hoe de mode is veranderd. Weg zwart! Weg korte haren! Nu zijn er kleuren en lange haren, liefst met krullen. En van waar kennen we die mode? Van bij de tandarts van aanvoerder “Louis met het rugnummer van Dries Mertens” natuurlijk 😉

Kijk ’s naar hoe swingend dit is geschilderd. Op het eerste zicht knap en gedetailleerd maar bij nader inzien ruw, slordig en dynamisch. De hand lijkt meer op een klomp en de duim op een opgeplakte valse nagel. Maar had je dat zo gezien had ik het niet gezegd? Allicht niet. En dat maakt dat dit een zeer aangenaam portret is om naar te kijken. Je wordt er gewoonweg zelf spontaan vrolijk van, toch? 🙂

En nog steeds met het licht van links, de felle witte partijen die diepte geven en de vele transparante lagen stof die het geheel diepte geven: dit werk is zeker gesigneerd Frans Hals.

Door de losse stijl van Hals wordt dikwijls gezegd dat hij een alcoholprobleem had en daardoor niet precies kon schilderen. De onderwerpen van zijn schilderijen en zijn financiële problemen zullen daar allicht ook wel aan bijdragen. Sommige bronnen beweren zelfs dat Frans Hals zijn hand zo losjes was dat hij er al eens zijn vrouw mee bewerkte. Al is dat niet gelogen, maar wel verwarrend want in dat laatste geval gaat het om een andere Frans Hals die – moet lukken – ook in Haarlem woonde. Onze Frans Hals gaat met zijn stijl helemaal mee in de zwier van de Barok (zie KW37) en het is er voor mij aan te zien dat hij het meer had voor de stijl die Rubens en Van Dyck hanteerden dan voor de stijl die de andere Nederlanders hanteerden. Misschien maakte die differentiatie (zeg maar “avant garde”) ook zijn renommee. Al was die maar van korte duur want de Barok werd redelijk snel gevolgd door de Rococo ( zie KW38) waardoor de rijkere klasse de Barokschilderijen uit de mode ging vinden en ze al snel op zolder belandden (waar ze dan vele jaren later werden terug gevonden en als het écht vele jaren later was, er nog eens flink veel poen werd verdiend op de gezondheid van de overgrootvader).

Film: mijn vader is een saucisse

Eén week op het hele jaar zijn alle kinderen uit huis en is er tijd voor ongeplande, romantische uitstapjes. Beetje de batterijen opladen met positieve energie. Op restaurant is (bijna) een klassieker maar cinema…dat was al een eeuwigheid geleden. En ze zagen ons graag terug (lieten ze meteen blijken bij de introfilmpjes).

Om de kleinere zelfstandige te steunen gaan we naar Sphinx-cinema. Daar vind je doorgaans ook wel “de betere film”. Iets minder het vecht-en-smijt-film genre. De “betere film” wordt snel gepercipieerd als triestig, depressief, neerslachtig, donker. Toegegeven, dat zijn ze ook regelmatig wel. Tot treurens toe handelen ze over de trauma’s van het leven. Maar er zijn ook filmmakers die resoluut kiezen voor de andere kant van de balans. Over balansen gesproken: de hele film draait er rond 🙂 “Stap eens uit je sleur en in je leven” 😉

In 2015 won Anouk Fortunier de Prijs voor het Beste Debuut op Kortfilmfestival Leuven met de mooie kortfilm Drôle d’oiseau. Haar langverwachte speelfilmdebuut is een heerlijke feel good-familiefilm over een prettig gestoorde familie en de unieke band tussen een vader en zijn dochter.

Mijn vader is een saucisse  is de eerste Vlaamse film die zal uitkomen na de sluiting van de bioscopen. Een echte familiefilm met een goede portie humor, een ontroerend vader-dochterverhaal, maar vooral een film om je mee te amuseren. Kortom: het ideale cinema-uitje voor de ganse familie!

Korte inhoud: Zoë’s vader (Johan Heldenbergh) heeft zijn leven voor elkaar. Hij heeft een lieve vrouw (Hilde De Baerdemaeker), toffe kinderen en een goedbetaalde job als bankier. Tot hij op een dag beseft hoe saai zijn werk eigenlijk is. Hij besluit zijn passie achterna te gaan: acteur worden. Het gezin is niet meteen enthousiast over zijn nieuw carrièrepad, enkel zijn jongste dochter Zoë (Savannah Vandendriessche) gelooft dat hij wel eens een heel goeie acteur zou kunnen zijn. Zoë bereidt haar vader voor op zijn eerste rol, die van saucisse. Of liever, volwaardige vleesvervanger. 

https://www.sphinx-cinema.be/programma/film/mijn-vader-is-een-saucisse

Frans Hals: De (r)evolutie van het portret

Geen ander als Frans Hals zette de manier van portretteren op zijn kop. “Love it or hate it” moet wel de stelling van de kijker geweest zijn. Dat maakt je of beroemd of berucht. Voor het eerste heb je connecties nodig, voor het tweede een groot bakkes 😛 . Als je uit de band wil springen en daarmee ook je boterham verdienen dan heb je steun van je volgers nodig. Ik spreek een beetje uit ervaring met mijn kleurpotloden 😉

Waarmee verdien je in de Gouden Eeuw het meeste? Dat zijn meestal huwelijksportretten (vraag maar aan de hedendaagse fotografen) en groepsportretten van (schutters)gilden. Voor kunstenaars waren er daarnaast niet al te veel opties. Rubens, Van Dyck, Rembrandt,…ze maakten allemaal dergelijke portretten in opdracht. Van Vermeer weet ik het niet zo maar laat me stellen dat de thema’s die in zijn (resterende) schilderijen van toepassing zijn wel erg in de lijn van verliefdheid, gemis van een geliefde, boodschappen van liefde,…liggen.

Mannen die geld verdienden waren meestal betrokken in de Nederlandse wereldhandel en waren – in het algemeen – al snel of maanden op zee of maanden ergens in het buitenland. ’t Is niet dat ge de trein nam aan 140km/u om eens effe over-en-weer naar Parijs of Berlijn te trotten met uw valies. Daar ging wat tijd over. De schilderijen waren dus deels een bevestiging van de verbinding tussen partners. Ik kan het moeilijk “emoties” noemen want huwelijken werden al eens geregeld in die tijd. Niet iedereen nam het risico om zijn kinderjuf te bezwangeren, hé Frans 😉

Anderzijds was het natuurlijk een uitstraling van hun vermogen. Deze mensen zijn dan wel zwart gekleed (wat nog wat de Spaanse mode was en “praal” adhv gekleurde kledij was “verboden” door hun geloof) maar dat belette niet dat die kledij mocht worden voorzien van gouden borduursels, kettingen en kanten onderkledij.

Toen Frans begon aan het portretteren moesten die schilderijen dus vooral status uitstralen. Gelijk de Turk die met zijn BMW showt in de Gentse straten en fier is op zijn dure auto en dito muziekinstallatie. Maar Hals zag portretten anders. Ik ben er van overtuigd dat Frans eerder een emotie-mens is en minder boodschap had aan de praal dan aan het karakter achter de façade. Moet je in de bovenstaande pendant (= 2 schilderijen die bij mekaar horen) kijken hoe mijnheer Geeraerdts zijn geliefde aankijkt. De liefde spat er af. Vanuit haar kant van het schilderij biedt zij hem een roos aan. Kijk ’s naar die blikken, hoe die mensen mekaar graag zien, hoe de toekomst hen toelacht. Helaas zijn beide schilderijen vandaag al lang gescheiden. Zijn schilderij hangt in het Frans Hals Museum, zij wordt ergens opgesloten in een kluis ver van elk daglicht.

Nog groter contrast met eerste bovenstaand schilderij is het huwelijksportret van zijn maat/mecenas Isaac Massa (ofte Isaac Abrahamsz) Moet je zien hoe

Lees verder

Frans Hals: de juiste plaats & tijd

Voor ik begin te vertellen over wie Frans Hals was en over zijn leven en de techniek wil ik hem toch eerst even in de tijd plaatsen.

We zitten in het hart van de Gouden Eeuw. Nederland bloeit! Antwerpen sterft. Wie geld wil verdienen moet dus naar Nederland en liefst in de buurt van Amsterdam. Daar woont al wie schoon en vooral rijk is of dat gedurende deze periode zal worden nav. de commerciële boottochten die er aan staan te komen.

Alles bloeit bij onze bovenburen: technieken, handel en vooral kunst. Tijdgenoot van Rubens, de firma Bruegel, Rembrandt, Vermeer en Caravaggio dat zegt al veel over hoe er waarde wordt gehecht aan kunst en vooral in onze contreien (voor wie er nog mocht aan twijfelen: ik weet dat Caravaggio een Italiaan is 😉 )

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier (01)

Normaal zou ik beginnen met een introductie. Wie is Frans Hals? Waarom zou je Frans Hals moeten kennen? Maar dat hou ik voor later. Ik ben een beetje te lui om dat dikke boek dat ik een paar maanden geleden heb gekocht door te slikken. Dus Frans Hals “the bio” volgt later. Voor wie kunstweetje 51 niet heeft gelezen, ’t is het ideale moment. Klik hier.

Als zomertekening – zoals de vorige zomers Bruegel 2 & Rafael 1 (het jaar daarvoor maakte ik WK-versies van bekende Belgische kunstwerken 😛 ) – dit jaar dus een Frans Hals. De hele zomer lang zal ik vertellen over de keuze, de opmaak, de technische uitdagingen en al mijn frustraties HAHAHAHA. De zomerblogs zullen over de middag worden gepubliceerd, ’t is dan goed voor tijdens uw werkpauze en ook voor de uitslapers 🙂

De tekening is net iets kleiner dan het origineel. Zal ik verklappen waarom…goh…neeuuu…’k ga nog wat wachten. Trouwens dat verschil is echt minimaal en te verwaarlozen in het geheel. Technisch gezien gaan we weer voor topkwaliteit: dik papier van Canson professioneel verlijmd op een dibondplaat (die geeft de komende jaren geen krimp) én de Luminance-potloden van Caran d’ache. Maar bon, hoe goed en hoe duur de materialen ook zijn, het is blijft de tekening die het moet doen.

Nog voor er één streep op papier komt, zijn er dus al heel wat uren voorbereiding aan te pas gekomen. De lachende cavalier maakt deel uit van The Wallace Collection. Voor de Belg die nu ineens een belletje hoort rinkelen, niet te snel juichen, het is waarschijnlijk dit belletje 😉

Na 2 uur schetsen op het hoofd en de kanten kraag, ziet het resultaat er uit zoals op de foto. Als ik grofweg reken heb ik met de voorbereidingen meegerekend toch al zo’n 10uur aan deze tekening gewerkt.

Immuun voor kanker

Topdoktor en vriendin aan huis Tessa Kerre schreef een boek vanuit haar passie en vanuit haar lust voor het leven. De connectie Tessa-Max bestaat al jaren en soms gaat deze zelf publiek (zie haar leuke speech op Sensucht – Drongen in 2017 waar ze de connectie maakte tussen de expo en 200jaar UGent). Vorig jaar vroeg Tessa, binnen de opbouw van haar boek, mij en enkele anderen om onze fantasie los te laten over hoe een kankercel er nu precies uit ziet. Zonder uitleg.

In een tweede fase gaf ze wel wat uitleg en mochten we de tekening nog ’s over doen. Toen zaten we al met wat corona-invloeden en dat was aan de voorstellen te zien. Sommige collega’s tekenaars maakten er frivole figuurtjes van, ik hield het bij een serieus pakske snot. Zo een beetje als een slijmachtig ding dat zich ergens kan vasthaken om op die plek verder te groeien.

Na het leuke en inhoudelijke sterke immunogame waarmee de werking van de immunotherapie op een laagdrempelige wijze wordt uitgelegd, is er nu een boek waarin nog meer taboes rond kanker, behandeling en beleving worden doorbroken. Het boek is online te koop of via BOL,… en ook in de betere boekhandels zoals Limerick.

Hoe we kanker kunnen delen, vertellen en verbeelden

De wetenschap heeft de laatste jaren heel veel vooruitgang geboekt in de strijd tegen kanker. Met immunotherapie, bijvoorbeeld. Toch blijft er een taboe rusten op de ziekte.

Professor en topdokter Tessa Kerre wil dat taboe doorbreken door een verhaal van hoop te brengen zonder te rooskleurig te zijn. Ze doet dat op verschillende manieren. Met woorden die de wetenschap rond kanker, het immuunsysteem en immunotherapie in mensentaal uitleggen. Met getuigenissen van kankerpatiënten en verhalen vanuit de omgeving van de patiënt en de zorgverlener. En met prachtige beelden van onder andere Nathalie Carpentier, Kristien Aertssen en B. Carrot.

Tessa Kerre wil met Immuun voor kanker? de ziekte bespreekbaar maken, en de angst en de eenzaamheid verkleinen; de pijn en het verdriet tonen, maar ook de schoonheid. En helpen om hoopvol naar de toekomst te doen kijken. Zodat kanker niet langer met een grote ‘K’ geschreven moet worden.

Vaderdag: het mooiste geschenk

Een paar weken geleden kreeg ik de melding van het verlies van de opa van K. K. kende ik uit haar studentijd toen ze een veiling opzette voor Artsen zonder Grenzen alwaar ik met veel plezier aan deelnam.

K. vroeg me om van Vake een portret te tekenen. Zo te zien een levenslustig man met een hart voor de natuur en zijn tractor. Omdat er wat improvisatie bij kwam (ik moest een stuk jas weg werken uit het gezicht), maakte ik toch snel een houtskoolschets. Uit de vele heen en weerberichten met updates kwamen liefdevolle verhalen over Vake en kon ik me zodoende nog beter inleven.

Gisteren – met Vaderdag – werden Vake en vader R. in de bloemen gezet. De boodschap op K.’s Facebook zegt het allemaal 🙂 ❤

De opbouw naar de tekening en de schets vind je hieronder 🙂

Tentoonstelling: Portfolio (review)

Van 12 tot 20 juni 2021 loopt de expo “portfolio” met eindejaarswerken van de cursisten fotografie van het Kisp. In de Zebrastraat.

Het was al een tijd geleden dat ik nog eens in de Zebrastraat was voor de gelegenheid en ik moet zeggen dat men er wel veel inspanningen heeft gedaan om er een mooie expozaal van te maken. Maar best te voet of meet de fiets er naartoe. Al is er ook een ondergrondse parking onder de expozalen.

Terug naar de expo “Portfolio”. Een expo exclusief fotografie en dan lok je direct ook discussie uit. Zet de techneut naast de expressieve kunstenaar en er is spreekvoer voor uren. Het moest nét lukken dat ik er was toen ook de jury feedback gaf over hun oordeel. En dan krijg ik al ineens kippenvel van quotes als “deze foto vonden we minder want ziet daar zit een klein wit puntje dat er eigenlijk beter niet was geweest.” Ik heb dan zoiets van “gast, kijk ’s naar het beeld in eerste instantie, naar de expressie, naar de inhoud, het artistieke.” Nee, janken over een witte pixel..aaaargh!!

Lees verder