De Nationale Expo: leven! (stem je effe?)

Na een weekje talmen (ik weet begot niet waar ik nog energie blijf halen) heb ik dan toch beslist om deel te nemen aan De Nationale Expo 2022. Net zoals vorig jaar is het een stemwedstrijd, dit jaar met als finale prijs “de eeuwige glorie om in het KMSKA te exposeren”. Dit jaar zijn er meer kansen op succes (2×50) maar het blijft wel een wedstrijd, een competitie.

In tegenstelling tot vorig jaar is er dit jaar een thema. Het werk moet verband houden met Aanbidding door de Koningen door Pieter-Paul Rubens. Ik zou liefst van al iets op maat maken. Want ik kan dat 😉 Ik deed dat ook vorig jaar. Maar tijd dringt hier en als er nu iets is wat gemaakt is met een terugblik naar de Vlaamse kunst, naar het thema geboorte of moeder en kind, is het wel mijn triptiek van het leven. Als geen ander werk (sorry vrienden kunstenaars) zet ik met deze triptiek elke moeder (ook de mijne) in de bloemetjes. En vergeet niet: dit werk is helemaal gemaakt met potlood en meet 140x190cm!

Je kan maar 1x op een werk stemmen maar je kan wel op meerdere werken stemmen. Je moet je dus niet inhouden of twijfelen wanneer je nog andere werken mooi vindt. Maak je eigen collectie voor het KMSKA 🙂 Om stemfraude te vermijden moet je wel registreren op de site maar je kan ook eenvoudigweg inloggen met je Facebookaccount. Link naar mijn inzending. Klik hier voor meer info over hoe je kan stemmen.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

STADSWACHT (13): HET LAATSTE PORTRET

Bij deze blog het laatste portret van de reeks. Dat is als ik de hond rechtsonder niet mee in rekening breng 😉 Het is een blog met enige vertraging want ik was vorige woensdag hard aan het inhalen voor de komende expo/tekendemonstratie te Bellingen van 10-18 september. Dit weekend verhuizen de panelen samen met de ezels, licht, verlengkabels en de hele reutemeteut aan potloden dus naar Bellingen voor Kunst in het Dorp.

Het laatste portret maakt de cirkel aan gezichten rond. Het is portret van Brecht en hij komt links op dit paneel en dus vlak naast de hoofdfiguur van het andere paneel te staan. Brecht neemt de rol van Willem van Ruytenburch op. Een lans of speer in de hand zou voor een medewerker van de stad niet echt gepast zijn. En al zeker niet wanneer je met kinderen werkt. Na enkele dagen denkwerk kwamen we op het idee om Brecht zijn uitschuifbare of telescopische ladder te laten gebruiken als surrogaat lans. Brecht is onze specialist in asbest (als hij het niet weet, dan weet niemand het) maar tegelijk zorgt hij ook voor de installatie en onderhoud van branddetectiecentrales. Dus in die jobs gebruikt Brecht wel met regelmaat zijn uitschuifbare ladder.

Bij het opzetten van het portret van Brecht deze keer geen fouten! Effe koppiekoppie er bij houden en keurig alle stapjes in het proces afwerken. Met het portret van C. heb ik wel mijn lesje geleerd: dat van haast en spoed enzo 😉

Het verloop van het opzetten van het gezicht vind ik achteraf altijd wel boeiend om te terug te zien. Ik geef toe dat, terwijl ik er aan werk, ik me niet zo bewust ben van het grote verschil. Ik ben zo gefocust om het beeld zo realistisch mogelijk overbrengen dat ik niet echt bezig ben met “het verschil” te maken. Al weet ik ook wel dat het achteraf wel een verschil maakt. Maar laten we effe terug gaan naar het begin.

Er was eens…zo’n 2 maanden geleden een schets van 2 heren, centraal op beide panelen, elk op hun eigen paneel.

Bij het opzetten van de grijze portretten zie je dat ik hier en daar nog nieuwe structuurlijnen zet om de verhoudingen zo goed mogelijk onder controle te houden. Die lijnen verdwijnen achteraf wel weer. In de bovenstaande reeks staat de laatste foto op de juiste plaats. Dit is de “gegomde” versie van de uitgewerkte grisaille links ervan. Ik maak de tekening daarmee weer lichter om dan de kleurenversie beter te laten doorkomen.

Eens ingekleurd wordt de bijna onzichtbare schets van begin deze zomer een heel andere tekening….

Om het publiek toch al iets van de achtergrond te kunnen tonen ben ik dus, na het portret, ook daar aan begonnen. Maar dat vertel ik je in een volgende blog, dan heb je nog wat te lezen voor er foto’s van tijdens de tekendemo komen. Of misschien maak ik er wel een “livestreampje” van, wie weet 🙂

Wil je nog een beetje meer weten over Willem van Ruytenburch, dan kan je hieronder nog wat verder lezen 😉

Als zoon van een handelaar in Oosterse producten, wordt Willem geboren in een simpele, maar welvarende familie. Zijn vader bouwt in 1606 een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Hij noemt het pand ‘Ruytenburch’ en de familie neemt de elitair klinkende naam over als achternaam. In 1611 breidt zijn vader de titel verder uit als hij de rechten koopt om heer van Vlaardingen en Vlaardingen-Ambacht te worden.

Willem erft de titel en het bijbehorende landhuis na de dood van zijn vader. De naam is dan wel volledig bij elkaar geraapt; Willem van Ruytenburch van Vlaardingen draagt hem met trots. Toch ambieert hij nog meer aanzien. In 1632 overtuigt hij een oudere vrouw om onder ede vals te verklaren dat de voorouders van Willem uit het Brabantse Budel komen en van adel zijn.

Een paar jaar later wordt Van Ruytenburch wethouder in Amsterdam en luitenant bij de compagnie van Frans Banninck Cocq, maar dat maakte hem nog steeds geen man van grote betekenis. Hij mag dan nu zogenaamd van adel zijn, maar is geen bloedverwant van de heersende families in de stad.

In 1647 vertrekt hij voorgoed uit Amsterdam en vestigt zich in Den Haag en Vlaardingen. Hier sterft Wilhem in 1652, niet wetend dat hij eeuwen later als ‘de man in het geel’ alsnog de faam zou verwerven waar hij zo naar verlangde.

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!

Sint-Janshospitaal: verstoort

Weekendje in Brugge met de kleinsten. Dat vraagt om een museumbezoek. Allez, eerlijk gezegd, het was omgekeerd. Niet dat ik eerst naar Brugge trek en me dan afvraag wat er te zien is. Zo werkt dat niet. Eerst gaan we voor “wat is er te zien” en daarna “waar gaan we naartoe” 😉

Deze keer liet ik me leiden door Charlotte Caspers (aflevering Blauw) die op zoek ging naar kleuren in Brugge en daarbij het Sint-Janshospitaal aandeed. Prachtige schilderijen van Hans Memling en consoorten sieren het interieur van het voormalige ziekenhuis. Niet alleen religieus geïnspireerde schilderijen maar ook scènes uit het dagelijkse leven van toen zijn er te zien.

Het bezoek bestaat uit 2 delen: een deel in het oud hospitaal (wat er langs straatkant uitziet als een kerk) en deel 2 is een bezoek aan de vroegere apotheek van het hospitaal. Voor beide delen is er tekst en uitleg voorzien zodat je niet al te veel moet voorbereiden om mee te zijn in het verhaal. Tickets moet je wel kopen in het hospitaal (het kerkachtige gebouw), dus daar begint jouw bezoek 🙂

Nog tot 25 september 2022 loopt er de expo door Otobong Nkanga die de klassieke opstelling van het museum verstoo(r)t. Vele schilderijen die er anders te zien zijn werden tijdelijk verwijderd. De expo Otobong Nkanga vind ik maar niks. Het is niet de context noch de locatie waar ik dit soort kunst wil zien. Doe dat maar in een museum voor moderne kunsten ofzo. De “dialoog” (het toverwoord van de promotoren van moderne kunst) waarover men het heeft ontgaat mij helemaal maar dan is deze dame meer gewoon om met stenen te spreken…Wat is er toch mis met de liefde voor de Vlaamse kunst. Het voelt alsof we er niet meer fier mogen op zijn.

Meer info over de tentoonstellingen, openingsuren ed. vind je op de website van het Sint-Janshospitaal. Er is wel een leuk parcours/zoektocht voor de kinderen, ook nav de tijdelijke expo. Ben je – zoals ons – fan van Harry Potter, stap dan zeker ook ’s naar Wizardshop Olleke, een klein winkeltje met wel héél veel spullen voor de Potter- & Hobbitfans.

Villa Empain: Portrait of a lady

Nog tot 4 september loopt de expo “Portrait of a lady” in Villa Empain te Brussel. Omdat dit adres al een tijdje op mijn “to do” staat maakte ik gebruik van de gratis toegang op de 1e woensdag van de maand om de expo, de villa en de tuin te bezoeken.

De tentoonstelling is mijn ideale droom van een expo: oude meesters gemixt met hedendaagse kunst. En dan nog vooral figuratieve kunst waarin de mens centraal staat. Daarenboven geen (wat ik zelf noem) apathische werken die doen alsof de bezoeker niet bestaat of te min is, hé Michaël, maar wél kunst die rechtstreeks in dialoog gaat. Zalig mooie werken die mij aankijken, die vragen “hoe is’t met u?” of “zeg, wa vinde van mijn gat in deze rok?” 😉

Maar serieus; het is een mooie expo rond hoe we vrouw in de kunst percipiëren. Opgedeeld in verschillende benaderingen als portretten, erotische objecten, partners, dagelijks leven,… met interessante – down to earth – uitleg op panelen. Kortom: zeker de moeite waard om langs te gaan.

En ben je er dan toch, neem de tijd om ook ’s rond te kijken naar de architectuur van de villa, de tuin, de uitstraling die ze nu heeft en vroeger had (met sjieke salons om gasten te ontvangen ed). Tegelijk met Portrait of a lady loopt in de kelder nog tot 21/8 de expo rond architect Michel Polak. De naam zegt u niets? Hij is o.a. de architect van Villa Empain maar ook van Résidence Palace en het Plaza Hotel. De expo geeft een interessante inkijk over de architectuur en het leven in het eerste deel van de 20e eeuw. Beetje gelijk Titanic maar dan zonder Leonardo 🙂

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

GF22: Circus Ronaldo & Humor in goede en kwade dagen

2 voorstellingen op het programma deze keer. Vooreerst de “nooit te missen op mijn programma” circus Ronaldo. Ik ben zot van deze man en zijn circus. De manier waarop Ronaldo (en zonen) circus brengt is beyond “circus”. Terecht staat er op de website van circus Ronaldo dan ook een aparte rubriek “circus of theater”. Het is fusetea of zal ik het fusecircus noemen? Een prachtige mix tussen een theatrale verhaallijn en klassieke circusacts. #melike 😉

Deze keer voorstelling “Swing” op het programma. Bij het binnenkomen had ik zoiets van “tiens, ik heb deze voorstelling al eens gezien”. De sfeer zit een beetje in Amortale die ik in 2012 zag (review klik hier). Maar eens de voorstelling begon leek dat niet zo te zijn. Een frisse leuke nieuwe show met veel jong volk op ’t podium, ik ben gerust, ik kan nog tot met mijn pensioen naar dit circus gaan 🙂 De komende dagen nog te zien op #TAZ Oostende. Snel kaartjes bestellen. Meer info op de website van Ronaldo.

Na Circus Ronaldo terug naar Theater Box voor de try-out van “Humor in goede en in kwade dagen” door Charlotte Vandegehuchte. Charlotte was er ook al bij bij de improsessies eerder deze week. Deze keer geen impro maar een theatershow (ik noem dit bewust niet “stand-up” omdat ik het ook geen stand-up vind). Charlotte vertelt – met een lach en een kleine traan – over haar complexen en ervaringen van het leven. In tegenstelling tot de klassieke stand-ups is dit geen “ik lach eens met mezelf”-show maar eerder een voorstelling die de kijker uitdaagt en soms wel de bek snoert. De manier waarop Charlotte haar verhaal doet is zou ik zelfs durven vergelijken met Clement Peerens. “Vinde gaai maain gat ni te dik in deize rok” of “Blankenberge” zijn feitelijk ook niet om mee te lachen maar je zingt het volmondig mee met een glimlach op de lippen 🙂

GF22: Improcessies en Stand-upcomedy

Geen Gentse Feesten zonder minstens één comedysessie te hebben gezien. Nu goed, comedy had ik al bij “Burn the bra” maar stand-up en impro dat is toch een andere categorie.

Voor wie het verschil nog niet zo goed weet en denkt dat het zowaar hetzelfde is, dat is een beetje als een Ferrarri naast een tractor zetten. Ge kunt met alletwee rijden maar ’t is toch niet echt dezelfde ervaring. Stand-up comedy is een show (een show dus) waarbij een acteur een verhaal vertelt. Dat kan in interactie met het publiek zijn maar dat is niet altijd de regel. De acteur weet op voorhand wat zij/hij gaat zeggen. Bij impro is dat helemaal niet zo. Het “platform” ligt wel vast maar de inhoud van wat er gaat gezegd worden, waarrond zal worden gespeeld, die wordt door het publiek bepaald. Dus in’t kort gezegd: een stand-upper kan zijn show perfect doen zonder publiek, voor impro’s is dat feitelijk onmogelijk. Stel dat ge’t nu nog niet echt begrepen hebt… klik dan hier 😉

Theater Box presenteerde mij zowel impro als stand-up op één avond. Halleluja! Dat is pas een feest-dag! Een nieuw platform “tot hier”, een klassieke improsessie en daarna de immer sympathieke, geweldige, onweerstaanbare, intelligente, knuffelbare Jan-Bart De Muelenare!

Bij het nieuwe platform “tot hier”, gebaseerd op “De Vloer op“, wordt een scène gespeeld aan de hand van een omschreven situatie in een boek en binnen die situatie worden meerdere inhoudelijke voorstellen gedaan. Iemand uit het publiek kiest willekeurig een scène uit het boek en daarna ook de inhoud. Bvb: we zitten op een spoedafdeling van een ziekenhuis (situatie), het is een rustige avond en er zijn 2 spoedartsten. Nu blijkt (inhoud) dat één van de 2 artsen verliefd is op de andere en de rustige avond aangrijpt om de liefde bekend te maken… Een toestand die alle kanten op kan… Deze try-out als leuke opwarmer voor de avond zou ik zo zeggen 🙂 (met acteurs: Anton Vandaele, Katrijn Govaert en Victor Hugaert.

Aansluitend een “echte” improsessie met dus de bekende spellen waarbij het publiek eigenlijk eender wat mag voorstellen waarmee de acteurs aan de slag gaan. En met Jan-Bart als MC (master of ceremony) worden er al eens zéér ongewone voorstellen aanvaard… Het is moeilijk na te vertellen maar als het jouw kind of humor is, dan mag je dit niet missen! Bekijk de clip hieronder met het moordspel waarbij enkel Domien (de eerste speler) WIE, WAARMEE en WAAR de moord werd gepleegd. Zonder woorden worden deze zaken overgemaakt van acteur op acteur waarna de laatste in de rij moet raden wie, waarmee en waar. (OK, ok, dit spel duurt ongeveer 11minuten, maar zet u relax en pakt een chipke). Met acteurs Ramses VdB, Domien Desmyter, Charlotte Vandegehuchte en Katinka De Kuyper

Spel: raad de moordenaar, het moordwapen en de plaats van de moord

Als laatste kwam Jan-Bart zelf nog een deel van zijn eigen show stand-uppen en introduceerde daarmee de “vaste waarde” Ygor uit Poperinge. Anderhalf uur (Ygor en JB samen) West-Vlaamse culthumor waarbij het voor mij gevaarlijk wordt om op een klapstoel te zitten. Ygor vind ik terug in mijn archieven van 2013 en Jan-Bart…is die er ooit niet geweest? 😉

Stadswacht (01): het idee

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Deze blog schrijf ik 28 februari 2022. Het is de eerste blog in de reeks van mijn nieuwe project rond Rembrandt.

Al lang ben ik bezig in mijn hoofd met De Nachtwacht. Ik moet toegeven dat ik lang rust heb gevonden in het feit dat de copies van bekende schilderijen die ik tot nu maakte niet tot de favoriete top 10 van de doorsnee mens zou mogen zitten. Bij De Nachtwacht is dat een andere kwestie. Het is één van de meest bekende Nederlandse kunstwerken. Het hele Rijksmuseum is errond gebouwd.

Ik begin nu al te bloggen omdat het voor mij een groots project wordt. Ik heb wel al eens projectjes met 3 of 4 mensen gemaakt maar dit is een project met ruwweg 30 personen. Het zal dus mijn regisseursrol serieus op de rooster leggen. Iedere figuur in beeld zal toch een klein beetje moeten worden gestuurd in de richting van het doel ook al hanteer ik doorgaans enige vrijheid voor de modellen.

Maar wat heeft mij nu precies over de streep getrokken om mij toch op De Nachtwacht te smijten? Het Geheim van de Meester! Het NPO-topprogramma alweer een hele reconstructie van het volledige schilderij werd gemaakt. En daarbij de bijkomende vraag om deel te nemen aan de wedstrijd. Het spreekt voor zich dat in de 4 weken van aankondiging van de wedstrijd het onmogelijk kon om wat ik in mijn hoofd had/heb te gaan realiseren.

Tot nu noteerde ik al de uitdaging van de compositie met 30 mensen. De volgende vraag is dan wie ik daarvoor kan aanspreken. Ik wil dat het een groep mensen is die ergens een soort “nachtwacht” houdt, misschien iets met veiligheid en zot genoeg is om mee in dit project te stappen. In mijn eerste gedacht past een groep stadsmedewerkers perfect in het plaatje. Maar zullen ze het doen? Ik plantte 2 weken geleden een zaadje en ze gaan het onderzoeken.

Terwijl het zaadje groeit concentreer ik mij op een ander katje: de afmetingen. De Nachtwacht is 3,63m hoog en 4,37m. Dat is nooit onmogelijk maar ‘k vrees toch een beetje voor huisvredebreuk dan 😉 Dus zoek ik naar een haalbare afmeting, niet te groot maar anderzijds ook niet te klein want zo 30 koppen moeten er ook niet op staan als Lego mini-figs. Ik denk dat ik het er morgen toch maar eens met mijn inlijster moet over hebben. Eén groot paneel lijkt me logistiek ook al niet evident. Misschien in 3 delen als een triptiek.

Max on tour

Nu te zien!

Lid van organisatie Kunst in het Dorp
Curator ART-tist-expo
ZOMER ’22: Ripping De Nachtwacht! klik hier
WZC St Felix – Herne – org. Herne Kunsttelt (jan tot…) – nu te zien
Wandeling door Herne met kunstbeeldenhier meer info 
Comerrattenfeesten/wandeling Sint-Laureins – sept/okt 2022

in planning
Buren bij kunstenaars – 15/16 oktober 2022 bij Carlos Caluwier
KMSKA – kerst 2022 (onder voorbehoud van selectie)

helaas voorbij

Kunst in het Dorp Bellingen
september 2022Kluizenmarkt 26 juni 2022
ART-tist-expo 26 mei – 6 juni 2022 – meer info hier
Kunstroute Drongen april/mei 2022 – meer info hier
Cultuurplatform Wondelgem Expo + Openlucht expo – meer info hier

Zondag markt in Kluizen

Omdat ik vandaag bezig ben met de voorbereidingen voor de markt van Kluizen (bij Evergem) komende zondag, is er geen Danaë-blog. Een gezellige (grote) gelegenheid om nog ’s de bekende koppen te zien en nog ’s samen de dag vol te lullen. Zoals we dat al meer dan 20 jaar samen doen. Maar ik heb wel nog iets te vertellen na de expo van Drongen.

Het meest vertelde verhaal op de expo is zonder twijfel dat van de Kermis van Hoboken (Bruegel). De tekening die ik maakte naar de nog bestaande tekening van Bruegel. Het hele verloop en alle blogs daarrond vind je HIER.

Van de tekening van Bruegel werd een ets gemaakt en een druk maar die druk was (vermoedelijk) niet zoals Bruegel die zelf wou. Het was dan ook voor Bruegel snel duidelijk dat hij naar zijn vertrouwde drukker/etser terug moest. De tekst op de banier (waar een deel van het mysterie om draait) is helemaal aangepast. Hieronder de tekening van Bruegel, de etsdruk en mijn versie.

De tekst werd door de etser aangepast. Of dat in opdracht van Bruegel is gebeurd is niet duidelijk maar zeker is dat de tekst op de ets niet dezelfde is dan de tekst op de tekening. Ik probeerde zo dicht mogelijk bij de originele tekst te blijven (met als gevolg dat ook deze onleesbaar is gebleven).

Een ander topverhaal was dat van de imkers. De honingdieven waarvan je het hele verhaal HIER kan vinden. Ik verwijs daarbij regelmatig naar de 4e man in de boom. Die lijkt heel erg op de man in de boom in het schilderij “de nestrover”.

Het linkse is beeld is ook weer zo’n typische Bruegel: het verhaal van de splinter en de balk. De man op de voorgrond wijst naar de eierdief die – zo voorspelt zijn pet – niet lang meer in de boom zal hangen. En dat voor een paar eieren. Tegelijk loopt de figuur op de voorgrond in volle vertrouwen recht de afgrond en de beek in. De imkers (de honingdieven) hebben een vergelijkbare figuur rechtsboven. Deze valt weliswaar niet uit de boom. Hij staat op de uitkijk terwijl zijn collega’s de buit veilig stellen. Zullen de dieven het zonder kleerscheuren halen? Of gaan ook zij recht de afgrond in? Het waren moeilijke en harde tijden in de 16e eeuw. In ieder geval is op beide werken de spreuk “dye den nest weet dye weeten, dyen roft dy heeten” van toepassing.

PS: ivm het linkse schilderij wordt wel eens gefluisterd dat Bruegel voor de grote figuur op de voorgrond geïnspireerd werd door Michelangelo.

Het schilderij de eierdief is te zien in het Kunsthistorisch Museum van Wenen en meet 59.3 × 68.4cm. Tiens…dat is nog ’s haalbaar voor een Bruegel 4 te maken 😉

Danaë (3)

Tijdens of liever voor een sessie start wordt er meestal intensief heen-en-weer gemaild om de opdracht en het doel helder te stellen maar ook om input van het model zelf toe te laten. Ik hou van die interacties. Ze zijn leerrijk, dwingen me regelmatig tot herbekijken van het oorspronkelijke idee en in 99,5% van de gevallen wordt het finale beeld daardoor ook sterker.

In dit geval, waar we het oorspronkelijke schilderij enkel als een aanzet gaan gebruiken, is er veel marge om te komen tot nieuwe ideeën en nieuwe beelden. Wanneer we vertrekken van een gedachte als het schilderij van Gentileschi is veel mogelijk.

Bovendien is de pose (zie vorige blog) zo uniform dat je er vele kanten mee uit kan. Danaë wordt in de meeste gevallen rustig liggend op een bed of zetel gevonden. Het is duidelijk een verhaal dat als excuus werd gebruikt om een vrouwelijk naakt te mogen schilderen zonder “onzedig” te zijn. In de katholieke jaren 1500-1700 was dat het geval. Naakt was totaal uit den boze tenzij het om een verhaal ging waar het niet anders kon dan naakt. Hoe Rubens er telkens mee weggekomen is, het is mij een raadsel.

In de brainstorm rond dit thema en het schilderij botsten we op de schilderijen van Frédéric Bazille. Een illustere onbekende in onze streken maar – zoals ik zei – een interessante ontdekking.

Misschien had Frédéric wel hetzelfde idee dan ik? Wie weet. Ik kan het hem niet meer vragen. Frédéric werd op 29 jarige leeftijd doodgeschoten in de Frans-Duitse oorlog. Het zoveelste nutteloze slachtoffer. En dat geldt ook voor u mijnheer Poetin!

Maar Frédéric was zeker niet de enige die geïnspireerde raakte door deze leuke en tegelijk relaxe pose. Wanneer we op Google “reclining nude” als trefwoorden ingeven, dan zien we nog meer van deze poses in tal van schilderijen. Een meer recente (en bekende) versie is die van Kate Winslet in Titanic toen ze getekend werd door “king of the world” Leonardo Di Caprio.

Voor de gouden regen heb ik iets anders bedacht en ook mijn decor is veel moderner dan wat we hierboven te zien krijgen. Ik kies voor “ruimte” en niet echt voor een binnenscène. Ondanks dat het toren is, hoeven het niet persé allemaal muren te zijn. Allez, vandaag toch niet…

Danaë (2): immer de muze

Danaë is duidelijk een inspiratiebron voor vele kunstenaars. Bekend bij de Grieken, maar ook in Pompeï, bij de Italiaanse kunstenaars.

Het valt me op dat het verhaal de tijd en plaats helemaal loslaat. Vanuit de oudheid over de renaissance, de gouden eeuw, de rococo,…tot zelfs hedendaagse kunstenaars als Vadim Sakharov die enkel de gouden regen uitlicht en omvormt tot een scène waar je het effect van die gouden regen zelf kan ervaren.

Omdat ik nog niet veel technisch kan vertellen over mijn Danaë zet ik een flink aantal kunstenaars hier op een rijtje. Voor wat mijn versie betreft: onze Danaë zit opgesloten in een prachtige glazen kooi. De figuurlijke “gouden kooi” waar we allemaal al eens in belanden. Het oogt mooi en je wil er meteen in maar eens het zo ver is, dan voelt het na een tijd aan als een betonnen gevangenis. Er is nog niet veel van te zien maar goed, het is een begin hé 😉

Bekeken en goedgekeurd

Wat een zotte meimaand en begin junimaand was dit? Onder de rubriek “te veel hooi op het vork” was dit al bijna een hele hooikar op het vork. Het was druk en bij momenten wist ik begot niet meer waar mijn kop naartoe was. Nu de expo achter de rug is, is het tijd voor een eerste terugblik…

We hadden 2 lange weekends expo. Ahaaa…het eerste weekend was dat met de vele lekkernijen waarvan Brecht van Coffee.Beez ons wist te voorzien. En die kwamen goed van pas want onder zijn tentje was het gezellig, soms druk, maar zeker droog. Wie voor, na of tijdens onze expo last had van de regen kon er terecht voor een lekker bakkie koffie of de inmiddels legendarische chocomelk.

Maar je kwam natuurlijk niet alleen voor Brecht. Je kwam voor de kunst! En dat blijft een moeilijke in het landgoed De Campagne. Er komt nauwelijks volk langs, dus is er veel – heel veel – inspanning te doen om mensen te laten weten dat er iets te doen is én ervoor te zorgen dat ze ook langs komen. De promocampagne neemt daarom een flinke hap uit het budget. En met de kater rond subsidies waren er deze keer ook geen aperitiefmomenten op zondag geprogrammeerd.

En toch kwamen jullie in grote getale opgezet! Het eerste weekend zat er al meteen boenk op met 332 bezoekers. Het tweede weekend deed het nog beter zodat we finaal afkloppen op 681 bezoekers. Ik heb héél veel zin om iedereen waarvan ik me kan herinneren dat ze geweest zijn hier persoonlijk te bedanken maar ‘k ga er zeker vergeten en dat zou spijtig zijn. Dus bij deze een bloem voor jullie en een dikke merci om (trouw) naar De Campagne te komen.

Er waren ook veel nieuwe gezichten bij. Zelfs weer mensen die nog nooit eerder van mijn expo’s hadden gehoord. En dan zijn we “nog maar” 22 jaar bezig 😛 Ik kan iedereen alleen maar aanporren om zich te abonneren op mijn blogs (via de home pagina, naar onder scrollen en uw mailadres invullen) zodat je altijd op de hoogte blijft.

Na de opkuis blijft de zaal wat verlaten achter. Het is toch een hele andere beleving wanneer ze terug “kaal” wordt en de reftersfeer weer de overhand neemt. Tijd om mijn nacalculatie te maken. De verkoop bleef helaas uit, dus dat wordt weer een put van enkele duizenden euro’s. Om maar te zeggen, alleen al de kinderzoektocht kostte zo’n 405,12euro. De gedachte om inkomgeld te vragen duikt toch weer op.

Enfin. Om het met andermans woorden te zeggen: “het is volbracht” en ik ben een tevreden man. Merci aan iedereen die het project mee heeft gesteund, die er reclame voor heeft gemaakt, die vrienden en/of familie heeft meegebracht, die nog ’s terugkwam,… Aan Kathleen om de volledige permanentieshift van zaal 1 op te nemen, aan Tessa om al dat volk tot in Drongen te krijgen, Carlos voor de taartjes en de babbels. En een hele, hele dikke merci aan de sponsors Barlufin, Tic-tac en Convas! Merci thuisfront voor alle regelingen die moesten worden gedaan.

Of ik er nog een vervolg aan brei, dat blijft spannend, het moet ooit wel eens stoppen. Maar dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskindertjes 🙂

Follow that site!

Je kan mijn blogs en website volgen door regelmatig ’s langs te komen en de verschillen te gaan opzoeken. Dat kan. Maar dat is nogal…goh…lastig… Daarom maak ik het u erg gemakkelijk! Op de “HOME”pagina, onder de foto’s staat een vakje waar je een mailadres kan invullen, klikken op bevestigen en hup klaar. Dan krijg je eenvoudigweg bij elke nieuwe blog het verhaal in je mailbox.

Wil je er na een tijdje terug vanaf? No problemmo. In- en uitschrijven kan altijd zoals het je goed past. Gewoon doen zou ik zo zeggen 🙂 Er zijn al 979 volgers voor je 😉

Botticelli: De Venus van Max (2)

Botticelli en Simonetta Vespucci zijn voor de rest der tijden onlosmakelijk van mekaar verbonden. Simonetta komt zoveel keer voor in zijn werken dat je haast zou vergeten dat ze gehuwd was met Marco Vespucci. Deze laatste was dan weer de broer van Amerigo Vespucci die zijn naam gaf aan een klein overzees landgebiedje zo ver weg van Italië en zo 😉

Simonetta is hét topmodel van de jaren 1460-1470 en zelfs ik maakte er al een (cover)tekening van. Ik vind trouwens dat ze wel wat weg heeft van de actrice van the handmaid’s tale.

Postuum portret van Simonetta Vespucci naar Piero Di Cosimo

Botticelli is zo geïnspireerd door Simonetta dat ze op zijn Primavera zelfs meerdere keren voorkomt. Ze is zelf nogal gemakkelijk te herkennen als “de rosse” in het beeld 😉

Maar het werk dat ik voornamelijk wil bespreken is De geboorte van Venus. Het schilderij stelt de aankomst van Venus voor op het eiland van de liefde: Kythira. Ze is er door de windgod Zephyros naartoe geblazen. Een van de Horen, godinnen van de seizoenen, reikt haar een mantel om haar naakte lichaam te bedekken. Venus heeft ook de naam Aphrodite., godin van de liefde, de oesters en de chocolade. De geboorte kan je in het schilderij behoorlijk letterlijk nemen. De venusschelp staat symbool voor de vagina en met al dat water errond moeten we er geen tekeningske bij: geboorte geslaagd.

De serieuzere mensen die kennen ook zeker de Venus van Milo uit het Louvre. Voor de flauwe grapjassen zoals ik: jullie kennen vast wel de sketch van Gaston & Leo met finaal de Velo van Minus.

En zodoende raakte ik nog maar eens geïnspireerd door zowel Botticelli als door Simonetta en tegelijk ook door mijn goede vriend Brecht H. die Coffee.Beez uitbaat. De lekkerste koffie ever of voor de kids ne jumbo chocomelk met die overdreven grote toef slagroom, m&m’s, marshmellows,… (hij heeft ’t nogal voor zoet en caloriekes but who cares, ’t is megalekker).

En dat allemaal bracht me op het idee om van deze Geboorte van Venus de variant “De Geboorte van Koffie” te maken. Ik zou ik niet zijn: mijn eerste gedacht wat een tekening 1/1…172,5 × 278,5 cm…Is da ni wat groot Van Hemel? Gade daarna weer komen janken dat ’t niet in uwen auto kan…

Na wat denkwerk kwam ik tot het Belgisch compromis: Ik maak de Venus evenhoog dan het originele maar met de focus op het centrum. Dus ligt er nu een plank in mijn atelier zo hoog als’t echt alleen een beetje minder breed… Het spel kan beginnen…

Eerdere artikels die ik schreef over Simonetta Vespucci:

24/365

KW04: Simonetta Vespucci

KW08: de geboorte van Venus

Dag van de zorg

De zorg. **APPLAUS**

Voila. Daarmee zijn alle mensen die werken in de zorgsector weer eens goed geholpen en kunnen we nu weer gelukkig met z’n allen verder kankeren over hoe gemakkelijk ze’t wel hebben op hun sloefkes, flanerend door de gangen van één of ander centrum of praktijk. Misschien kunnen we ineens ook wat fulmineren over hoe men beter het geld zou spenderen aan andere doelen. Of over de profiteurs. Of dat ze de zorg beter zouden privatiseren.

En waarom niet. Only the rich survive, niet?

Een maand geleden postte mijn oudste zoon dit bericht op Facebook.

Op een paar uitzonderingen na (bvb voor zijn verjaardag) is dit sinds lang een bericht op Facebook. De reden ligt daarbij deels bij zijn autisme maar zeker ook bij het GEBREK aan zorg, het GEBREK aan ONDERSTEUNING naar zijn omgeving toe, het GEBREK aan (beschikbare) INFORMATIEKANALEN en onderlinge communicatie onder mensen die met gelijkaardige materie bezig zijn. En VOORAL is dat allemaal het rechtstreekse gevolg van de incapabiliteit FOD Sociale Zekerheid en Directie- Generaal Personen met een Handicap. Na “onderzoek” door een zogezegde “deskundige” FOD-arts werd geconcludeerd dat er qua autisme niets van aan is. Van enige interne kwaliteitscontrole heeft men bij de FOD meer dan waarschijnlijk nog nooit gehoord. Nietwaar mijnheer #frankvandenbroucke ?

Allicht zal wel iemand van de lezers de reactie maken “hij aast op een subsidie, een tussenkomst, geld”. Echt eerlijk: het geld is het minste van de zorgen. De erkenning hebben we nodig. Ze opent deuren naar ondersteuning, hulp, tolerantiemarges,… Om ergens te geraken in het leven is de erkenning belangrijker dan geld. Laat dat een tweede werkpunt zijn voor de zorg.

Maar – als we de media mogen geloven – is de zorgsector overbevraagd. Dat merken we snel wanneer we naar een specialist willen. Vandaag afspraak maken is over vele weken pas langs komen. Zou het niet een groot stuk ontlasten mocht er meer ingezet worden op ondersteunen en instrueren van hulp vanuit de omgeving? Wat en hoe moet de omgeving handelen? Wat zeggen ze beter wel? Wat zeggen ze beter niet? Hoe pak je een crisis aan? Werkpunt voor de overheid: richt u ook eens op de niet-professionele hulpverleners. Het gaat u inspanning kosten maar het gaat de kwaliteit opkrikken en de werkdruk op termijn zeker verlagen. En finaal blijven uw specialisten nog steeds veel werk hebben alleen zullen ze meer specialistenwerk krijgen.

Tenslotte: voor wie een idee wil hebben hoe bij ons thuis wordt gecommuniceerd: moeilijk of nauwelijks. Om sociaal aanvaard te kunnen worden bij alle mensen die onder het originele bericht reageerden dat ze best wel willen helpen, betalen we thuis een heel hoge tol. Het is alsof er een klopgeest van Vulcan in huis woont die enkel voor primaire behoeften uit zijn kamer komt. En als er dan een beetje gecommuniceerd wordt, is dat met heel veel watten en heel veel stress. In de korte tekst hierboven zitten (minstens) 9 aparte verhalen en levensfasen. Ik ga ze niet uit de doeken doen, ik wil er alleen maar mee illustreren dat jij, die dit leest, geen benul hebt van welke trauma’s er achter elke halve zin zitten. Je bent nu zelf even #contextblind als wij dat zijn. Alleen scroll jij straks verder… Dus hulp: ja, graag maar liefst met professionele ondersteuning.

Dat een leven vol trauma’s, die je door je beperking niet kan verwerken, ook maar complexer wordt. Dat het op den duur een heel zware rugzak wordt en dat er nauwelijks professionele hulp (of erg dure) ter beschikking is. Dat is de realiteit achter de dag van de zorg.

Dank u wel zorg ** APPLAUS ** En dank voor de vele afwijzingen dat is op zijn minst opbeurend. De “besparing” op lange termijn ziet u wel in uw begroting of de miseriecijfers.

Florence ofte Botticelli (4)

De reis naar Firenze moest ook ergens een einde kennen. We bezochten ook nog Pistoia en onderweg naar huis namen we ruim de tijd voor foto’s van de Alpen, Bologna, Reims,…

Maar wie Florence…excuseer Firenze, zegt, zegt eigenlijk Botticelli. De bekendste schilderijen zag je in een vorige blog maar de komende weken gaat ’t hier een beetje meer over en rond Botticelli draaien. Een nieuwe blogreeks gaat van start!

Sandro Botticelli ofte Alessandro Filipepi maakte iconische werken maar op één kleine uitzondering na bleef hij zo goed als heel zijn leven aan Florence verbonden. Dan kan het ook niet anders dan dat hij goed geconnecteerd was met de´ Medici. In de recente TV-serie is dat duidelijk maar ook uit geschriften blijkt er een goede band te zijn tussen het huis met de bollen op het schild en de schilder. Waarschijnlijk heeft Alessandro zijn artiestennaam te danken aan het beroep van zijn oudere broer. Deze was goudslager die de Florentijnen “battiloro” of “battigello” noemen. In zijn werken vind je ook ergens een man met een gouden amulet wat tegelijk kan verwijzen naar dat beroep. (wordt vervolgd)