KW46: nen hoek af!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Als portrettekenaar houdt me dit portret – en vooral de persoon die er op staat – al jaren bezig. Wie is hij? En vooral…mijnheer de schilder (mijn excuses aan de vrouwelijke lezers van mijn blogs, dit is even kansberekening over de jaren 1500-1600) waarom heeft u dit heerschap zo’n rare neus mee gegeven?

Wat ik tot nu toe al zeker wist is dat het gaat om Federico da Montefeltro. Ten eeeeeeeerste is ’t Monteeefeltrooooooo dus… En dat dit portret eigenlijk deel uit maakt van een tweeluik waarbij het andere luik zijn madam Battista Sforza voorstelt. Dat het niet gaat om een wederzijds romantisch aankijken van een smoorverliefd koppel want in die jaren keken de rijke mensen en vooral die van adel niet naar de kijker. Het plebs was immers te min om door de adel te worden aangekeken. Dat het door de Italiaanse schilder Piero della Francesca was geschilderd.

Ik had zelfs al ergens een ander schilderij gezien van Monteeefeltrooooooo waar hij gezellig in zijne zetel den Dag Allemaal aan lezen is en stelt u voor; ook daar heeft diene mens zo ne kap in zijne neus. Dat is dus duidelijk geen toeval!

Maar die neus bleef mij achtervolgen. Bon, uit de verhalen die ik tot nu toe al heb verteld weten we dat Italiaanse steden in de jaren 1500 niet echt van de meest veilige waren. De N-VA kan er over janken maar in die tijd had Bartje De Zwever zijn dossiers geen lucht moeten geven langs de kade van Antwerpen of zijn dossiers zouden al eens doorspekt terug op’t schoon verdiep kunnen belanden.

Dus dacht ik dat Monteeefeltrooooooo waarschijnlijk ergens nekeer tegen de verkeerde kleerkast was gelopen en zodoende was er van onze vriend tegelijk ook nen hoek af (ik weet alles van hoeken af, dus jah waarom niet). Maar dan komt de vraag…allez, serieus, ge zijt stinkend rijk, uwe neus mankeert een stuk, waarom laat ge u dan in profiel portretteren? Zet u dan toch op 3/4 of geeft die schilder een fooi voor een hoekske extra verf. Toch?

En dan kwam deze week het ultieme antwoord op mijn vraag! Zomaar boenk op de mail!

Monteeefeltrooooooo had nekeer mee gedaan aan een toernooi en daarbij had hij een lans plat op zijn gezicht geïncasseerd. Ketjing! Jup. “Owp eu muile” zouden ze in Gent zeggen. Frederico was er niet goed van. Zijn rechter oog nog minder want dat was verloren. Maar voor de rest, geen probleem. Frederico blijft zo gezond als iets en leeft voort zonder 3D-zicht. Maar weette nu wa?! Er mankeert dus niks aan zijn neus!

Maar mensen met nen hoek af, die hebben al eens andere ideeën. Fredericooooooooooooo houdt zich voor dat hij zo sterk is dat hij zal genezen en terug even goed zien als tevoren. Dat is een beetje moeilijk met één oog. Ge moet maar eens proberen met uw rechter oog dicht, kunt ge nooit uw linker oor zien…Ehm…ah ja, dan kan met 2 ogen ook niet naar ’t schijnt (als ge mij niet gelooft moet ge maar eens proberen aan uw elleboog te likken, hij is dan van u als ’t u lukt).

Dus wat doet Montefeltro om terug een breedbeeld te hebben? Hij snijdt (eigenhandig schijnt) het stuk neus dat in zijn weg zit om voor zover mogelijk naar rechts te kunnen kijken met zijn linkeroog, gewoon uit zijn neus. Tjakka! Weg! En dus van daar heeft hij nu een stuk uit zijn neus en hij is er zo fier op dat hij dus maar al te graag in profiel wordt geschilderd. En ook een beetje omdat de kant met het geschonden oog er niet echt smakelijk uit zag.

En zo is dat mysterie ook weer opgelost 🙂

Bron: Artips

Daedalus en Icarus (1)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 1…

Opnieuw ga ik een oud verhaal vertellen. Mythologische verhalen lenen zich daar goed voor. Na mijn her-vertelling van Amor en Psyche begin ik vandaag aan een nieuw verhaal. Daedalus en Icarus. Ik denk dat dit verhaal veel bekender is bij de meesten. Althans het (bijna) einde van het verhaal is bekend. De val van Icarus. Alles wat eraan vooraf ging wordt minder vaak verteld. Ik begin eerst met het verhaal van de vader. Daedalus. Zijn zoon (Icarus) komt later wel binnenfietsen in het verhaal.

Voordat ik begin aan deze her-vertelling met schilderijen, fresco’s en beeldhouwwerken, memoreer ik graag mijn persoonlijk verhaal – gekoppeld aan deze mythologische klassieker. En ja … het zal weer even over Ine gaan. Mijn eerste vrouw. Ik begon mijn ‘Amor en Psyche’ verhaal met de foto van het beroemde beeld van Antonio Canova – Psyche revived by Cupid’s kiss. Klik HIER. Laat ik dat nú ook doen maar uiteraard met een ander beeldhouwwerk van dezelfde Antonio Canova.

Daedalus and Icarus (1777 – 79) – Antonio Canova – Marmer – 200 x 95 x 97 cm Museo Correr, Venetië

“Het persoonlijk verhaal graag, dat beloof je hierboven Koen.” Goed. Ine overleed op 29 juni 2005 om 10.10 in de ochtend. Groot verdriet. Kleinkinderen waren er toen nog niet. Negen jaar later wordt in Bergen op Zoom een jongetje geboren. Icarus Schyvens. Precies op dezelfde dag (29 juni) en op precies hetzelfde uur en dezelfde minuut (10.10). Icarus, de tweede zoon van mijn zoon – papa Jules en mama Yvonne. Broertje van Ender.

Geboortekaartje van ICARUS Camilo Herbert Schyvens

Groot geluk voor deze Bompa en de hele familie. Ik (wij) noem(en) Icarus dan ook ‘Het geluk dat uit de hemel viel, met dank aan Mama Maan’. Naar analogie met het beroemde schilderij van Bruegel. Ik kom er later in deze reeks vast nog op terug.

Pieter Bruegel (de Oude) – De val van Icarus (1595 – 1600) 73,5 × 112 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel 

Dus op de één of andere – niet uit te leggen – wijze heeft de denkbeeldige kus van Amor – nieuw leven laten ontstaan. Ik ga nog zweven en new-age-achtige pseudo religieuze onzin uitkramen als ik niet oppas. Dat zou tegen mijn natuur zijn. Voordat ik terugga naar het verhaal van Daedalus nog even een woordje over Ovidius. Een Romeinse dichter. Hij kende bijna alle Griekse verhalen uit zijn hoofd.

De eerste Nederlandse uitgave (1697) van de werken van Ovidius Naso

Dankzij zijn verhalenbundel ‘Metamorfosen’ (dat betekent: ‘Verandering van gedaante‘) kennen wij vandaag de dag nog heel veel van deze Griekse mythes. Ook het verhaal van Daedalus en Icarus. Meestal zijn de hoofdpersonages goden of half-goden. Zij vinden het geweldig om af en toe van gedaante te veranderen. Ze worden een zwaan, een stier of een vogel. Of ze veranderen van vorm, kleur of structuur. Een leger kan zomaar veranderen in een groep varkens; een jongen kan veranderen in een vogel. En natuurlijk is ‘de dood’ de meest trieste vorm van verandering. Het verhaal van Daedalus (en later Icarus) gaat over gewone mensen. Maar ja, zo begon het verhaal van Psyche ook …

UITVINDERS AAN HET WERK

Er was eens … ja ja, natuurlijk … er was eens … een hele beroemde uitvinder in het oude Athene. Hij was heel geliefd bij de mensen want hij bedacht de meest mooie gebouwen … tempels, paleizen en huizen. Het is meester Daedalus (Daedalos bij de Grieken). Bouwmeester, architect en uitvinder. Op het lijstje van uitvindingen van Daedalus staan bijvoorbeeld de bijl en het zeil. Best wel knap (zullen we maar zeggen). Ook als beeldhouwer maakt hij furore in Athene. Hij is de eerste kunstenaar die beelden maakt met open ogen in plaats van beelden met gesloten ogen. En de armen van zijn figuren hangen niet meer stijf naar beneden – zoals gebruikelijk was in die tijd – maar ze wijzen alle kanten op. Veel levendiger. Nog iets nieuws zijn de voeten van zijn beelden – het lijkt wel of de gebeeldhouwde personages (echt) lopen. Levensecht. Een uitzonderlijke man, die Daedalus. Zijn neef, de zoon van zijn zus, is zijn belangrijkste assistent.

Deze jongeman luistert naar de naam Perdix. Zijn vrienden noemen hem ook wel Talus maar laten we niet onmiddellijk beginnen met verwarring te scheppen. Perdix is in de leer bij zijn oom Daedalus. Beiden zijn geïnteresseerd in techniek en mechanica. Daedalus deelt zijn inzichten met zijn neef maar ziet na een tijdje dat er elke dag iets nieuws verschijnt in hun gezamenlijk atelier. Allemaal nieuwe uitvindingen van Perdix. Zo liepen ze bijvoorbeeld vorige week nog samen op het strand en verzamelde de jonge man de ruggengraat van een grote vis, de kaak van een slang en botten van een groot dier. Een paar dagen later – na enig gestoei en geknutsel met beiteltjes, stukjes ijzerdraad en het kaakbeen – toont Perdix een zaag (geïnspireerd door die ruggengraat) en een passer. Hij maakte die passer door twee botten – met ijzerdraadjes als een scharnier – aan elkaar vast te zetten. Het ene uiteinde voorziet hij van een klinknagel en het andere uiteinde is een scherp geslepen veer (pluim) die je in de inkt kunt dopen. Appeltje, eitje. Ja toch?

Ook de ronddraaiende pottenbakkersschijf staat op zijn palmares. Er wordt zelfs gefluisterd dat Perdix ook het eerste kompas heeft uitgevonden. In de roddelblaadjes in die dagen staan geruchten dat Pallas Athena – godin van de wijsheid, de handwerkslieden en de kunstenaars – een oogje heeft op dit jonge talent. Jammer genoeg bestaan noch de Griekse Privé en Story, noch dat eerder genoemde palmares – waarschijnlijk kleitabletten – niet meer om een betrouwbare fact-check te doen. Nu moeten we (jullie) het stellen met de woorden van verhalenvertellers-met-een-dikke-duim, zoals ondergetekende. Vandaag de dag zijn zo’n schijf, een zaag en een passer eenvoudige instrumenten maar in die tijd … je kunt je dus gemakkelijk inbeelden dat Daedalus stikjaloers is op de vindingrijkheid van zijn neefje. Hoe lang gaat dit nog goed? De leerling die zijn meester overtroeft …

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

KW45: Wintercircus

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Kunst is altijd voer voor interessante weetjes. De verhalen achter de beelden/schilderijen, de technieken, de tijdsgeest, de kunstenaar of zijn omgeving leveren al eens leuke verhalen op. Maar gebouwen kunnen ook veel interessante weetjes opleveren. Bij een gezellig onderonsje kwam het oude Gentse circus ter sprake. Dat het momenteel (al jaren) gerenoveerd wordt en er al meerdere mogelijke plannen naar gebruik zijn gelanceerd, dat is geen weetje, dat is bladvulling voor de gazetten 😉

Gent is altijd een circusstad geweest. Dat is het nu nog met circussen die regelmatig opduiken in Mariakerke, de Watersportbaan, op het Sint-Pietersplein of ergens rond Ledeberg/Gentbrugge. Gent heeft zelfs meerdere Lees verder

KW44: Ik zie spoken!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Eén van mijn favoriete musea is het Mauritshuis in Den Haag. Je ziet er vele mooie kunstwerken en ook een flink aantal bekende topstukken. Zeker de moeite waard om er eens een dagje voor uit te trekken.

Een van de mooie schilderijen is dit werk van Pieter de Hooch: Een binnenplaats met een rokende man en een drinkende vrouw (1658 – 1660). Alsof de titel nog iets te verbergen zou hebben (je zou er het bijna een hoofdstuk gaan noemen ipv een titel).

Een dagelijkse scène op een binnenkoer waarbij we een beeld krijgen van het leven halfweg 1600 met een sfeer die we ook terug vinden in de schilderijen van Vermeer. Sommige schilderijen van de Hooch zou je qua thema zelfs al eens durven verwarren met die van zijn tijdgenoot.

Maar waarom is dit schilderij nu het onderwerp van een kunstweetje? Het is toch maar niet meer dan een binnenkoer met een rokende mijnheer, een drinkende madam en een kind? Misschien is het een gezin op een zondags aperitiefmoment. Zou kunnen… Het zou ook een proeverij kunnen zijn, een degustatiemoment. Want wanneer we een beetje inzoomen op het beeld dan zien we iets “raar”…

Op de tafel ligt een tweede pijp en de drinkkan – die normaal dichtklapt – blijft open staan…(neen, het zijn er nog niet zo van die met een muziekdoosje in gelijk bij de bomma) Het lijkt wel alsof er wel een spook aan de tafel zit. En achter de man in het zwart hangt een extra jas over de afsluiting en toch lijkt het niet echt het weer om 2 jassen aan te trekken. Curieus, curieus, curieus!

Momenteel wordt het schilderij gerestaureerd en daarvoor wordt het ook grondig bestudeerd. Bij die studie is gebleken dat het spook niet zo onzichtbaar is als het op het eerste zicht lijkt. Het spook is namelijk een soldaat.

Een ander spoor van de vermiste soldaat is een foto die in de jaren twintig is gemaakt door Martin de Wild, een bekende Nederlandse conservator van schilderijen. Hij behandelde het schilderij en legde de soldaat bloot. Behoorlijk beschadigd en een beetje bleek rond zijn neus, maar nog steeds aanwezig. De Wild besloot de man opnieuw te bedekken maar in een XRay is de vorm van de soldaat nog steeds zichtbaar.

Deze details en foto vertellen ons dat Pieter de Hooch dit schilderij oorspronkelijk bedoeld had als een drinkspel met twee soldaten, en niet als een romantisch verhaal van een man en een vrouw. Iets minder charmant 😉.

Een gelijkaardig schilderij van Pieter de Hooch vinden we terug in Washington. Daar is de soldaat niet overschilderd en zodoende is het spook ook helemaal zichtbaar! 🙂 Ook al is het mysterie nog zo groot…

 

#mauritshuisconservering #projectdehooch #mysterievanthemissingsoldaat #mauritshuis #mauritshuismuseum #conservering #restauratie #conservator #dehooch #nationalgalleryofart #washington #thehague #denhaag #arthistorie #schilderij #museums #museum

 

Bron:

Mauritshuis, Den Haag

Op een verlicht 2021

Op een jaar met extra veel licht, een beetje surrealisme en veel warmte. Hou uwen briqué maar al klaar 🙂

Tijdens 2020 kwamen vele ideeën spoken in mijn hoofd. Ideeën die geen uitvoering kenden en voor het gemak snel op een kaartje werden getekend. Ik noem ze mijn demonen. Deze snelle schetsen werkte ik soms uit tot een volwaardige tekening. Meer van die tekeningetjes volgden en postte ik op Instagram. Een aantal mensen kregen al zo’n kaartje tijdens de eerste lockdown, voor een speciale gelegenheid of bij een toevallige ontmoeting. Een kijkje achter de schermen en in mijn hoofd. Meer van dit via: https://www.instagram.com/maxvanhemel/?hl=nl

Eigenlijk was het eens een ander jaar dan van gewoonte en dat was tegelijk ook ideaal om dingen uit te testen. Net zoals The Beatles er na een tijd de brui aan gaven om te toeren denk ik er al erg lang over wat de meerwaarde nog is van veel exposeren. Waarom niet focussen op waar het om draait: tekenen en verhalen vertellen. De kwaliteit steeg bij The Beatles ook vanaf de toerstop. En dat ik dat ook via een virtuele weg kan, dat heb ik dit jaar wel gezien aan de statistieken. Vorig jaar dacht ik dat ik een niet-te-overtreffen aantal bezoeken op mijn site had gehaald (de kaap van 20.000) maar dit jaar passeerde ik de 23.500 bezoeken. Met gemiddeld 65 bezoekers per dag ben ik meer dan tevreden. Het is en het blijft wel de interactie met de kijker/lezer die motiveert. OK, OK, geen paniek, ik exposeer nog wel ’s maar over de frequentie hebben we’t nog wel eens 😉

KW43: Bedelfeesten

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Voor deze donkere maak ik het mezelf wat gemakkelijk. Dankzij een tip van Katzz kreeg ik dit prachtige kunst/cultuurweetje in de mail. Ik pik de tekst op en deel hem met plezier.

We komen in de dagen van de bedelfeesten; Halloween is er al zo eentje maar binnenkort ook bvb drie koningen. Het zijn momenten waar kinderen van deur tot deur gaan, een act doen en in ruil een snoepje krijgen. Die traditie bestaat al lang en zal hopelijk (want tegenwoordig heb je wel altijd iemand die “tegen” is) nog lang lopen. Vroeger was dat een logisch gegeven: wintermaanden waren harde tijden, de diepvries bestond nog niet en de kerncentrale voorzag de mensen ook nog niet van het comfort van vandaag. Daarom gingen mensen van deur tot deur om mekaar te steunen met een beetje eten. De trieste verhalen van Scrooge en Het meisje met de zwavelstokjes getuigen van deze harde tijden.

In Nederland bakken ze met nieuwjaar oliebollen. Vroeger waren dat oliekoeken. Deeg in olie werd al gebakken in tijden van de Romeinen. Eén van oudste recepten dateert al van 200 vC. Lees er hier meer over.

Voor wat de Nederlanden betreft vinden we sporen terug rond 1600 in een schilderij van Albert Cuyp. Oliekoeken werden vooral in de winter gegeten, omdat ze gemaakt werden van houdbare ingrediënten zoals meel, gedroogde vruchten, gist en olie. Bovendien bevatten ze veel calorieën en vulden ze goed, wat prettig was in tijden van schaarste en winterkou. In de late middeleeuwen ontstond de traditie onder arme mensen om na de jaarwisseling langs de deuren te gaan, om mensen een gelukkig nieuwjaar te wensen. In ruil voor de beste wensen kregen zij wat te eten. Vaak was dat een oliekoek. Pas in de negentiende eeuw kreeg de oliekoek de status van dé lekkernij tijdens oud & nieuw. Die rol wordt vandaag de dag nog in volle glorie omarmd.

Bij deze aan alle Nederlanders en alle andere lezers: een gelukkig, gezond en gezellig nieuwjaar!

meer weten:

recept voor oliebollen

nog een receptje

Romeinse oliebollen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Oliebol

KW42: Van den os en den ezel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met de kerstdagen in het vooruitzicht dacht ik om nog ’s een Bruegel van stal te halen. En dan gaan we meteen voor de klassieker der klassiekers: De volkstelling te Bethlehem. Het is dé kerstkaart bij uitstek. En het gemak is dat je het originele schilderij in het KMSK Brussel kan gaan bekijken 🙂

We zien Jozef en Maria met de ezel en de os samen onderweg om zich te laten tellen in de stad waar Jozef vandaan komt Bethlehem (wie Bethlehem niet weet liggen, klik hier). Bruegel schildert deze passage in – zoals we dat van hem gewoon zijn – een waar Vlaams landschap. En het is nu juist dat Vlaamse landschap anno 1566 dat bij dit schilderij zo interessant is. Want uit de Bruegeltekeningen die ik maakte (klik hier voor meer) weten we dat Bruegel eerder een (kritische) reporter van het volk was dan grootste christelijk geïnspireerde schilderijen maker. Schilderijen met centrale focus op Jezus, God of hier Jozef en Maria herkennen we niet bij Bruegel. We zien dat soort taferelen wel bij tijdgenoten als Carravagio, Michelangelo, Rafael en later Rubens.

De “intrede” van Jozef en Maria is feitelijk een banale gebeurtenis in het grote schilderij. Het is één van de vele scènes waar ik het met u bij deze blog wil over hebben en wat van u meteen een échte Bruegelkenner zal maken 😉

Voor we beginnen is het goed om te weten dat in de periode dat Bruegel dit tafereel schildert Vlaanderen (en de rest van de Nederlanden) onder het bewind van Filips II vallen. Hij is de oudste zoon van keizer Karel en Isabella van Portugal. Filips heeft een beetje last van stigmata aan zijn handen en daardoor komt hij altijd geld te kort. Hij speelt ook graag soldaatje tegen de Fransen en tegen de (islamitische) Ottomanen. Wie al eens een kostuum van een stormtrooper heeft gekocht weet wat een soldatenkostuum kost. Kunt u voorstellen dat de Flipper dus wel altijd geld te kort had en zich met zijn belastingen niet echt populair maakte in Vlaanderen. Vlaanderen werd extra belast want de Nederlanders belasten dat lag nogal gevoelig.

Los van de harde belastingen zien we de opkomst van het protestantisme en de beeldenstorm. Iets waar je als kunstenaar liefst ver weg van blijft. Dus ben je al wat voorzichtiger in de keuze en de uitvoering van je onderwerpen. Een beetje gelijk naakt en Facebook-verhouding vandaag.

De koude winters van die tijden komen ook meermaals terug in de schilderijen van Bruegel en zijn tijdgenoten. De periode wordt dan ook niet voor niets “de kleine ijstijd” genoemd.

Combineer de 3 bovenstaande elementen met de satirische blik van Bruegel tot een kersttafereel en je krijgt een prachtig maar evenzeer gevaarlijk schilderij. Met een beetje ongeluk kon het hem zijn kop kosten. Maar dan weer “anders bekeken” is het “maar” een kersttafereeltje of een “katholiek randfenomeen” waar tegenstanders hun energie niet moeten aan verspillen. Het grote geluk dat we kennen bij dit schilderij is dat het tot begin 1900 in handen van privéverzamelaars is gebleven en zodoende onder de radar van kunst-aaseters. Waardoor we er vandaag in volle glorie kunnen van genieten.

Heb je nog wat tijd om nog enkele scènes en details nader te bekijken?

Wist je dat het huis in het midden van het beeld waarschijnlijk het huis is van de opdrachtgever van dit schilderij? Daarmee zou het schilderij kunnen verwijzen naar de belastingsinning in Wijnegem. Lees er meer over via deze link.

Wie mijn blog vanuit Antwerpen of omgeving volgt en geen zin heeft om tot in Brussel af te reizen, kan een kopie gaan bekijken in het museum Mayer-Van den Bergh (maar zoals altijd is the sequel nooit zo goed als de eerste). In datzelfde museum hangt trouwens ook De Dulle Griet van Bruegel. Hieronder een kopie die in het KMSK Brussel (naast het origineel) hangt en de kopie van Mayer Van den Bergh.

 

PS: Over 2020 publiceerde ik 42 kunstweetjes. Ik hoop dat ik eender wie daarmee iets dichter gebracht heb bij hoe boeiend kunst wel is en hoe deze niet los staat van de geschiedenis van de tijd maar evenmin van de actualiteit. Het ritme om elke week een kunstweetje online te gooien was een beetje te hoog gegrepen. Een kunstweetje, zeker de laatste, vroegen toch telkens 3 a 4 uur aan opzoekwerk en schrijfwerk. Ik weet wel wat dingen maar ik ben ook een groot warhoofd en perfectionist. Ik moet dus (bijna dwangmatig) alles dubbelchecken. Ik heb het wel volgehouden tot hier maar ik ga nu wat gas terug nemen. Er volgen zeker nog kunst en ruimer cultuurweetjes maar eerder op onregelmatige basis. Zoals ze op de Amerikaanse radio zouden zeggen: “stay tuned for more after the break!” 😉

 

Lilith 2 in HD (nieuwe foto)

Omdat ik de wissellijst voor de expo van het komende weekend nodig had, heb ik deze Lilith-tekening ontdaan van haar lijst. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er een nieuwe foto van te maken en deel deze nieuwe versie in HD met plezier met jullie.

Hoop jullie (beperkt) te zien dit weekend op de expo te Desselgem 🙂

KW41: moet er nog blauw zijn?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met kunstweetje KW22 heb ik het al gehad over het lapis lazulli, het magische en vooral dure blauw dat door de jaren heen als HET blauw der blauwen werd gezien. Duur en exclusief maar ook diep, vol van kleur.

Maar er zijn kapers op de kust. Er zijn onderzoekers, kunstenaars die of dat lapisblauw willen kopiëren of gaan zoeken naar een nog stralender blauw. We gaan het hieronder hebben over het Delfts blauw maar ook over een Franse variant en een schilder die zijn hele oeuvre opbouwde rond de kleur blauw.

In Delft zit men met een probleem. Dankzij de import van Chinees porselein is er een nieuw segment aan luxeproducten ontstaan. Mensen kopen een tas of een bordje in Chinees porselein met de typische blauwe Chinese tekeningen. Dat Chinees porselein is onvatbaar mooi: het is transluminecent (het laat licht door en speelt met het licht) én er staat een handgemaakt schilderijtje op met een Oosters motief. Maar het goedje is ongelooflijk duur. Zo duur dat sommige mensen slechts 1 tas kopen en deze dan “te kijk” zetten als teken van welvaart. Delftse porseleinmakers ruiken geld en verdiepen zich in de materie. Het is vooral het blauw dat ze willen doorgronden of op zijn minst kopiëren (’t is nekeer iets anders dan vandaag waar de Chinezen kopiëren). Ze vinden hun antwoord in…glas en specifieker in smalt. Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Wil je zien hoe we vandaag smalt zouden kunnen maken, dan moet je zeker naar deze aflevering van “Het geheim van de meester” kijken.

Zodoende had Delft zijn blauw maar zoals altijd moesten de Fransen hun eigen versie en hun eigen blauw ontwikkelen. Zo gezegd, zo gedaan.

Tegelijk waren ook de Fransen bezig met het ontrafelen van de geheimen van Chinees porselein. Dat liep echter niet van een leien dakje. Men kwam maar niet tot de kwaliteit van het porselein. Maar Lodewijk XIV draaide er zijn hand niet voor om: hij deed aan industriële spionage en stuurde een paar kijklustigen naar de Nederlanden. Dat was ook al niet vanzelfsprekend want de Nederlanders die heulden met de vijand. Zelfs de Duitsers hadden sneller hun eigen Sax-porselein dan dat de Fransen die hadden. Lodewijk zou nog moeten wachten tot hij de oorlog had gewonnen om het geheim in handen te krijgen. Maar dat heeft op zich niets met deze blog te maken (al weet ge ’t nu toch ook maar weer 😉 ) Eens de Fransen hun porseleinproductie (o.a. in Sèvres) op punt hadden, maakten ze ook hun eigen soorten blauw (die Fransen toch)… Het leek zelfs niet van zeer ver op het Chinese of Delftse blauw maar speciaal en uniek blauw was het zeker.

Het Franse blauw dat ik hier wou bespreken dateert van veel later. In 1994 werd een project opgericht om de waarde van het pastel (en de productie van het pigment) “Blue de Lectoure” in ere te herstellen. Het blauw pigment wordt gebruikt in de textiel maar ook in de kunst. Aan de hand van biologische kweek wordt de Isatis Tinctoria gekweekt in de regio van Lectoure. In tegenstelling tot een lapis lazulli is dit pigment dus duurzaam van aard. De plant die de blauwe stof voorziet, heeft trouwens ook nog vele andere interessante (therapeutische) eigenschappen.

Maar helaas, je kan er – tot nu – geen porselein mee beschilderen.

Ik moet ook toegeven dat ik het blauw van Lectoure niet zo goed ken. Misschien moet ik toch maar eens tot daar rijden en nader bestuderen.

Nog een uitsmijter voor dit voorlaatste kunstweetje van 2020. Blauw is een primaire kleur, een basiskleur waarmee je vertrekt om andere kleuren te maken. Maar ooit was er een kunstenaar die zo bezeten was door blauw dat hij alleen maar met blauw schilderde. En dan bedoel ik niet op een manier waarop hij iets schildert met blauwe verf zoals de vogeltjes hierboven. Yves Klein schilderde grote doeken massief blauw. Op foto lijken deze misschien wel monotoon en weinig expressief maar dat zijn ze zeker niet. Omdat het allemaal en alleen maar blauw is ga je (bijna instinctief) op onderzoek en ontdek je veel nuances en bewegingen in de manieren waarop de verf werd aangebracht. Het is misschien niet direct “de omtoer waard” (zoals ze dat in Michelin zouden zeggen) maar als je de kans hebt, moet je’r zeker ’s tijd voor nemen om er eentje te zien.

 

En in het KMSK België is ook nog een heel blauw werk van Jan Fabre te zien…

 

bronnen:

het geheim van de meester

wikipedia smalt

Yves Klein

Bleu de Lectoure

KW40: stukken van mensen

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Misschien heb je de laatste dagen nog ’s een spade in de grond gestoken of plan je dat nog te doen. Dan zou je maar beter opletten want je weet nooit wat je onder de grond vindt. Ik haalde al eens een volledige telefoonset uit mijn tuin. Die kan er nog niet zo lang in zitten en dus ook niet de moeite waard om zorg voor te dragen tot het een unicum wordt. Haal je een obus boven – waar je in onze regio’s wel veel kans toe hebt – dan kan je maar beter de ontmijningsdienst bellen.

In Griekenland ligt dat een beetje anders. Onlangs werd er nog een beeld van wel 2.300 jaar oud naar boven gehaald tijdens rioleringswerken. (klik hier als je daar meer wil over weten). Ook in Egypte worden al eens “beeldjes” onder de grond gevonden. Het beeld van Ramses II was anders niet eentje waar je zo maar omheen kon graven. (klik hier je daar ook nog ’s meer wil over weten).

Wat weinig mensen nog weten is dat ook de Victory (ofte Nikè) gevonden in Samothrace/Samotraki een waar puzzelstuk is. Het bekende beeld dat nu de centrale trappenhal van het grote Louvre siert is eigenlijk een samenraapsel van brokstukken en veronderstellingen. Het dateert van rond 200VC en het zou een beeld zijn dat als boegbeeld bovenop een marmeren schip stond.

Maar wat is er nu precies aan van die Nikè? Wel…Dat beeld werd opgegraven in stukken. In 1863 ontdekten arbeiders het grote vrouwenbeeld. Ze bleven graven om tot een hoofd en armen te komen maar helaas. Charles Champoiseau die het project leidde concludeerde aan de hand van de kledij en een paar veren dat het een Nikè (overwinning) moest zijn. Het beeld – enfin de brokstukken – werden in 1866 in het Louvre tentoon gesteld.

De “boot” werd later gevonden en met wat diplomatie werd ook die naar Parijs gehaald. Zodoende kon het beeld op de boot worden geplaatst.

Maar ze hadden toen nog maar een samenstelling van meerdere stukken beeld. Een beetje gelijk dat ge in Rome rondloopt tussen de ruïnes en u moet inbeelden hoe het ooit heeft uitgezien aan de hand van een paar marmeren uitsteeksels…Ni gemakkelijk…

Daarom werd het beeld aangevuld met gipsen delen zodat je (vandaag) een beeld krijgt van hoe en hoe groots het beeld er moet uitgezien hebben. Zo is de deel linkse vleugel van de torso helemaal namaak (een spiegelbeeld van het rechtse deel) met hier en daar een verschil naar de gevonden stukken veer die er hadden moeten in zitten. Ook de riem is namaak. Omdat er geen uitsluitsel was over hoe de armen, het hoofd en de voeten gepositioneerd waren werden deze niet opnieuw gemaakt. Lang werd gedacht dat de dame een stoort hoorn hanteerde maar op basis van een hand dat men vond denkt men eerder in de richting van een verwelkomd gebaar. Hieronder een aantal foto’s van de gevonden stukken, de veronderstelling dat het om een hoornblazende dame ging, foto’s met de (gele) gerestaureerde delen.

Wist je dat sommige bronnen aangeven dat de Nikè met opzet maar “half” werd afgewerkt omdat de niet afgewerkte kant eigenlijk tegen een muur had moeten staan (dus waarom zou je dan die kant afwerken). Een zelfde hypothese geldt voor de buste van Nefertiti waar slechts 1 oog levendig werd uitgewerkt. Men stelt dat het niet de bedoeling is/was dat je het beeld van alle kanten zou kunnen bekijken. Vandaar dus slechts 1 uitgewerkt oog…Wij lopen er vandaag wel graag ’s rond en zien dat dus anders.

 

Bronnen: website Louvre, Katleen Van Huffel, Wikipedia

KW39: Het mysterieuze geschenk

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit weekend komt Sinterklaas langs. Welk cadeau zou hij voor de heer des huizes mee hebben gebracht?

In 1828 bezocht Sarah Goodridge haar goede vriend senator Daniel Webster en ze heeft voor hem een cadeautje meegebracht… Een héél klein miniatuur-schilderijtje die je in de hand kan houden (of verbergen?). Sarah is een gerenommeerd kunstenares in deze kunst.

In het begin van de 19e eeuw zijn miniatuurkes erg in trek. Fotografie bestaat nog niet en het is dus hét middel bij uitstek om een portretje van geliefden op zak te hebben. Zo’n schilderijtje van 8cm bij 7cm dat past eigenlijk nog goed naast de bankkaarten in de portefeuille.

Maar Sarah heeft geen portretje mee. Ze geeft hem een schilderijtje van een buste. Waarom zou ze dat nu doen? Wil ze indruk maken op de senator en hem zodoende overtuigen van haar talent? Aquarel op ivoor is niet van gemakkelijkste technieken en Goodridge is een krak in de techniek.

Straffer nog; het blijkt haar eigen buste te zijn. Het is dus toch een portret van zichzelf 😉 Webster is net zijn vrouw verloren en Sarah vindt het hét uitgelezen moment om hem te voorzien van dit gewaagde schilderij. Daar moest wel iets achter zitten, maar wat zullen we nooit te weten komen. Wat zeker is, is dat Webster het cadeau aanvaardt en nog geen jaar later is hij getrouwd…met een rijke madam die geen schilderijkes maakt. Maar Sarah en Daniel blijven wel vriendjes via Facebook 🙂

Moraal van het verhaal: wil je als single vrouw scoren bij een single man, maak dan een groot schilderij ipv een klein minatuurke

bron: Artips

KW38: de schelppistols

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Bij het vorige kunstweetje vertelde ik je van waar de naam “Barok” komt. Dat kan je dus nu als een échte allesweter uitleggen 😉 Na de Barok kwam de Rococo. En Rococo dat spreekt voor zich…toch? Of niet? Natuurlijk niet want Rococo dat is een samengesteld woord. Als ge’t niet weet, komt ge’r gewoon nooit op.

Rococo is de samenstelling van de woorden “rocaille” en “barok”. Rocaille is het Franse woord voor schelpenmotief. Barok dat zou je intussen wel al moeten weten. Maar zeg niet zomaar “schelp” tegen een rococo-rocaille. Je zou op den duur nog gaan denken dat de Venus van Botticelli een rococo-schilderij is. Verre van! Als Renaissance klassieke muziek is, Barok rock en roll dan is Rococo punk met suiker. De Rococo die gaat er los over, terug en nog ’s los over. Het kan maar niet genoeg zijn. Ik zou het bijna durven vergelijken met mijn eigenste legendarische pannekoekenbeleg.

“Trop is nooit te veel” voor de Rococo. De bloemlezing hieronder zal je dat wel snel duidelijk maken.

Maar hoe herken je de Rococo-stijl? Tricky want er was nogal een flinke transit tussen de Barok en de Rococo. Als je ergens twijfelt of het nu Barok is of Rococo, dan let je even op deze checklist:

  • zijn er veel schelpachtige vormen –> Rococo
  • de bleke dames hebben een flinke roze blos op de wangen –> Rococo
  • het ziet er uit als een biscuit postuurke van bij de bomma –> rococo
  • te veel zwier en beweging in het beeld –> Rococo
  • het ziet er allemaal perfect gezellig uit maar het eigenlijk is het ondeugend erotiserend –> Rococo
  • de goudverf stond in afslag –> Rococo

Maar vooral vergeet je niet dat Rococo een samentrekking is van rocaille en Barok. Dat weet zo goed als niemand 😉

 

KW37: De Naam van de Kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

In mijn blogs verwijs ik regelmatig naar verschillende kunststromingen. Dat de wereld sneller en sneller draait, dat kunnen we ook aantonen aan de hand van de kunststromingen. De Egyptenaren hielden het een paar duizend jaren uit om hun cultuurstroming binnen de top 10 te houden. De Oude Grieken kwamen daar even snel – voor een paar honderd jaar (ong. 1100 vC tot 100vC)- hen van de troon stoten en toen kwamen de Romeinen (ong. 750 vC tot 475 nC) er tussen en namen de eerste plaats over.

Als we de middeleeuwen – met de Gotiek al hoogste punt – aanzien als de periode tussen de val van het Romeinse rijk en het begin van de Renaissance, dan moeten die zo ongeveer van 475nC tot 1350nC hebben geduurd. En dan nemen we een rollercoaster: de Renaissance heerst van 1350nC tot 1600nc, wordt dan opgevolgd door Barok tot ong. 1700nC.

Rococo houdt het al geen 100jaar meer uit en sterft ergens 1775nC.

En daarna? Classicisme, Romantiek, Realisme, Impressionisme, Expressionisme, Art deco, Animisme, Nervia, Sociaal realisme, Nieuwe zakelijkheid, Avant-garde, Bauhaus, Kubisme, Dadaïsme, Assemblagekunst, Futurisme, Metafysische schilderkunst, Magisch realisme, Surrealisme, Naïeve kunst, Cobra, Op-art, Happening, Fluxus, Videokunst, Performance, Biomorfische schilderkunst, Informele schilderkunst, Existentiële kunst, Popart, Kapitalistisch realisme, Nieuwe figuratie, Arte povera, Fundamentele kunst, Outsider art, Nieuw realisme, Conceptuele kunst, Nieuwe Wilden, Graffiti, Bodyart, Mail art, Land art, Neorealisme, Noordelijk realisme, Zero, Onafhankelijk realisme, Planetarisme, Toyisme, Business-art, Digitale kunst, Line-art, Maniakisme,…

Het is zo duidelijk als een coronaregel dat een mens op den duur echt niet meer weet welke kunstsoort hij herkent 😉

Maar als ik u in die hele reeks aan benamingen vraag of je kan uitleggen van waar ze afkomstig is, dan zal dat nog redelijk lukken, toch?

Egyptische, Griekse, Romeinse kunst…Middeleeuwse kunst…dat spreekt nogal voor zich. Renaissance dat kwam van “wedergeboorte” van de klassieke kunsten (Grieks/Romeinse kunst). Maar dan…de Barok! Barok…van waar komt die naam eigenlijk? Barok dat woord komt van het Portugese “barroco”.

Zo glad, gecontroleerd, evenwichtig en perfect als de parel van Renaissance was, zo dynamisch, imperfect en eigenzinnig is de Barokparel. Barroco is het best gekozen woord voor deze onregelmatig gevormde parel.

Barok is een flinke tegenhanger voor de Renaissancekunst. Ik verwees er ook al naar in mijn blogs over Galatea: je ziet het al aankomen in de dynamiek van het schilderij, de wilder wordende plooien in de stoffen en de vele getorste lichamen, bijna in onmogelijke houding. Alles om toch maar een dynamiek en een rebels onevenwicht-evenwicht te tonele te brengen.

Dat is waar Barok voor staat. Beschaafde chaos. De rock & roll na de beschaafde klassieke muziek: Rubens versus Rafael. Vooral Caravaggio lag mee aan de basis van Barok. Rome was een broeihaard. Maar of het daarbij allemaal stopt, dat vertel ik u bij een volgende blog nog wel 😉

Dus vergeet niet: Barok is het Portugese woord voor “onregelmatig gevormde parel”. Eens je dat weet, kan je nogal snel Barok van Renaissance onderscheiden.

 

KW36: Thazus of Thasos

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Waar we’t even gaan over hebben is het gerecht. Niet uwen dagschotel wel het gerecht. Vandaag hebben we allemaal wel al eens onze haren voelen rijzen bij “onrecht”. En dat “recht” zeker niet gelijk staat aan “rechtvaardigheid” dat weten we ook uit de media. Terroristen waarvan zonder twijfel duidelijk is dat ze verantwoordelijk zijn voor vele slachtoffers krijgen nog steeds een proces volgens het recht. Dat die uitspraken voor ons – gewone mensen – soms wereldvreemd en totaal onrechtvaardig zijn, dat weten we intussen ook al. Ik hoop dat u nooit in aanraking hoeft te komen met het gerecht, het is zelden een aangename ervaring.

Dus “het gerecht”…en over gerechtigheid. Bij deze een interessant weetje… Er was eens heel lang geleden (zo’n 2.500 jaar geleden) een supersportman, een Hans Van Alphen van zijnen tijd. Goed in alles en winnaar van veel. Onze held van de dag heet Theagenes van Thanos. Theagenes wint in de 5e eeuw voor Christus zo’n 1300 sportwedstrijden. Kunt u al inbeelden dat hij daarmee wel scoorde ook buiten de sportwedstrijden. Zijn succes is zo groot dat de bewoners van het eiland Thasos een standbeeld van hem laten maken.

Maar hoge bomen vangen veel wind en zelfs al zijt ge dood, dan nog kunt ge maar beter op uw tellen letten. Theagenes had ook wel wat vijanden gemaakt met zijn succes. Een van die ontvrienden vond dat hij het beeld van onze vriend maar ’s moest gaan bewerken met een kettingzaag. Maar omdat er toen nog geen elektriek was, sloeg hij met zijn kettingzaag zo hard op het beeld dat het beeld omver viel…op de man zelf. Morsdood.

En nu komt het: Het beeld werd hierop veroordeeld voor moord en in zee gegooid! (het was dus allemaal de schuld van het beeld)

Moet nu lukken: kort daarna slaat de droogte toe. De eilanders wisten niet wat gedaan en gingen ’s luisteren bij ’t Orakel van Delphi hoe ze dat konden oplossen en weette wat dat Orakel toen zei? Ze moesten het beeld terug uit de zee halen en het opnieuw in alle eer herstellen. En zo werd alles weer peis en vree in het land van Thasos 🙂

Bron: Historia 08/2020

 

KW35: land in zicht!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag Vermeer op het menu. Vermeer kent u van…het meisje met de parel. Daar had ik trouwens al een kunstweetje over: klik maar ’s hier en er was er trouwens nog eentje met een schilderij van Vermeer: hier klikken gij!

Bij deze blog nog eens iets waar we nog niet hebben bij stil gestaan: de muren! Daarvoor gaan we kijken naar 2 schilderijen: soldaat met lachend meisje en allegorie op de schilderkunst.

Heb je je al eens afgevraagd bij het zien van de landkaarten over welk werelddeel dat gaat? Aha! Dat ligt voor de hand. Vermeer leefde in de glorieuze tijd van de grote maatschappijen die naar het verre Oosten of naar het Zuiden voeren om daar goederen en specerijen te gaan kopen en Nederlandse (of Europese) producten te verkopen. Zo’n vaart duurde lang en was niet zonder risico. De specerijen waren daardoor erg duur en konden zelfs als betaalmiddel worden gebruikt. Vandaar de uitspraak “betaling in speciën”.

Maar dus die kaarten. Dat is toch iets mysterieus want hoe meer je zoekt, hoe minder je tot een werelddeel, land of landsdeel komt. Vermeer deed zo veel onderzoek en zijn composities zijn 200% doordacht. Waarom zou hij dan zijn laars lappen aan een (gedetailleerde) kaart en die dan nog ’s zo’n prominente plek in het beeld geven?

Het antwoord is – als ge’t weet – eigenlijk erg eenvoudig. In de tijd van Vermeer werd niet het Noorden maar wel Oosten als bovenkant van de kaart gekozen. Het is daarom logisch dat wij dit beeld niet herkennen. Maar draaien we de kaart een beetje dan krijg je een heel ander beeld te zien. Vermeer baseerde zich meer dan waarschijnlijk op de kaarten van Balthasar Florisz van Berckenrode. De kaart die op het schilderij met de soldaat staat was allicht in het bezit van Vermeer want ze komt nog voor op 2 andere schilderijen. Wanneer je naar de laatste kaart kijkt (die ik gedraaid heb) zou je misschien denken dat ze op haar kop staat, of je denkt nog steeds dat het geen deel van Nederland betreft. Dan moet je je inbeelden dat Vermeer het land blauw heeft geschilderd en zee geel/zandkleur (anders zouden alle bootjes aan land zijn). In het stuk ligt Amsterdam centraal. Het was dus evident voor toen, een beetje mysterieus voor vandaag 😉

bron: docu: de hoed van Vermeer

ACTIE: Corona II-kortingen

Al meer dan 6 maanden werk ik thuis zonder veel meer. Een kunstmarkt in Menen en een weekend Buren bij Kunstenaars zijn – met geknepen billen – toch kunnen doorgaan. Ik mis de mensen of het nu klanten zijn, modellen zijn of mensen die eenvoudigweg uit zijn op een goeie babbel.

Ik hoop dat u mij ook een beetje mist.

Maar dacht je, nu de winter en cadeautjesmaanden er weer aankomen, dat het nu toch wel eens hét moment is om dat portret te bestellen, dat appelvrouwtje dé plek te geven die ze verdient of ben je nog steeds verliefd op dat onbetaalbare schilderij dat je graag in je leefruimte wil, laat ’t mij weten. En ik kom u alvast tegemoet. Nu de coronacijfers terug pieken, lanceer ik mijn “coronakortingen” opnieuw op het internet.

Tot het einde van de tweede coronacrisis geef ik daarom 30% kortingen op alle bestellingen voor portrettekeningen vanaf foto. Dit onder de voorwaarde dat de verwerking (aanleveren van foto, feedback op tekening, verzending,…) helemaal digitaal kan gebeuren.

De kwaliteit van de tekening als het materiaal blijft gegarandeerd.

Meer info over hoe dat precies loopt, kan je lezen op deze pagina: https://maxvanhemel.wordpress.com/portretten/bestel-uw-portrettekening-vandaag-nog/

Coronatarieven worden (op bestellingen tot zolang de “blijf in uw kot”-regeling van kracht is):

papiermaat ongeveer 30x40cm = 425euro -30% = 297euro
papiermaat ongeveer 50x70cm = 875euro -30% = 612euro
papiermaat ongeveer 70x100cm = 1200euro -30% = 840euro

kortingen enkel geldig in België, kopies van bestaande kunstwerken vallen niet onder deze tarieven

 

KW34: de gedoodverfde kandidaat

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Legendarische zinsnede:

Bond: “Do you expect me to talk?”
Goldfinger: “No mister Bond…I expect you to die!”

Uit diezelfde film komt dit beeld

Bondgirl Jill Masterson wordt door Bond gevonden op het bed helemaal in goud dood geverfd…of was het gedoodverfd? Laten we dat eens even nader onderzoeken in deze periode van aanstaande Halloweendagen 😉

Ten eerste – ow spoiler voor de Bondfans – kan een mens niet sterven louter door de huid te beletten te ademen. Zo zou een duiker onder water ook wel ’s kunnen “stikken” door gebrek aan lucht via de huid. Neen, zo lang je langs neus/mond kan ademen stik je niet. Dat het niet gezond is uren ingepakt te zitten, dat staat echter ook wel vast. Het lichaam kan oververhitten of vergiftigd geraken door het niet kunnen afvoeren van stoffen langs de huid. Dus zijt gerust, de actrice overleefde finaal deze scene ook al trok ze zich kort na deze prestatie terug uit de filmwereld wat dan weer voer was voor speculatie over haar (on)dood.

Shirley Eaton (de actrice die Jill Masterson speelt) werd dus niet dood geverfd. Voor de veiligheid lieten de filmmakers toch maar een paar vierkante centimeters van haar buik vrij. Maar van waar komt de uitspraak “gedoodverfd” eigenlijk?

Taaltip: zeg niet “de dood geverfde kandidaat” maar wel “de gedoodverfde kandidaat”. Het is een subtiel maar wel levensvatbaar verschil.

Doodverf kent een onzekere oorsprong maar er zijn 2 pistes die aanvaard worden en op zich wel erg dicht bij mekaar liggen.

De eerste is de basislaag verf die als schets dient om een schilderij op te zetten. Op die basis wordt verder gewerkt om zodoende te komen tot een finaal schilderij. Dat kan – zoals ik dat ooit deed – in het groen maar dat kan ook in een andere kleur. Omdat deze verflaag dan finaal niet meer zichtbaar is, is de laag “dood geverfd”.

Een tweede – volgens mij meer aanvaardbare uitleg – is dat bij het schilderen van een persoon er een grijswitte grondlaag werd gebruikt (ipv het gekende heldere loodwit) en dat die grondlaag die persoon een lijkbleke kleur gaf. Alsof de persoon dood zou zijn, hij is dus “dood geverfd”. Waarbij je al – na het doodverven – zeker weet wie er in “in de verf” zal gezet worden. Vandaar dus “gedoodverfde winnaar”, de persoon waarvan je al op voorhand zeker weet dat hij de winnaar zal zijn. Hieronder een screenshot uit het programma “Het geheim van de meester” (NPO) waar je enerzijds een geschetst schilderij ziet in dat fameuze lijkwit en het originele schilderij door Frans Hals.

Dus wat hebben we vandaag allemaal geleerd om mee te stoefen?

  • de gouden Bondgirl is niet gestorven aan de laag gouden verf
  • zeg niet “dood geverfd” maar wel “gedoodverfd” omdat er toch wel een belangrijk verschil zit op de uitspraak
  • dat er in de jaren 1600 wel heel veel mensen zijn gedoodverfd

Bronnen: het geheim van de meester, snopes.com, wikipedia, onzetaal.nl

 

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

KW33: A la Reine!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag eens een andere invalshoek: we beginnen met een kwisvraag: wat is het verband tussen deze twee dames?

Een tip voor 10 punten? De linkse is Margaretha van Valois en de andere is Maria Leszcynska…

Nog een tip? Voor nog ’s 20 punten: koninginnen, wegvliegen, Frankrijk, België, kip zonder frietjes

Nog niets? Geen belleke? ‘k Zal het u nekeer vertellen. Ons verhaal begint bij mijnheer Marie-Antoine Carême (niet te verwarren met Marie-Antionette). Hij is Franse chef-kok en heeft een deegsoort op punt gezet dat zo licht is dat het kon “vliegen in de wind”. Het vliegende brood-baksel werd gevuld met ragouts van gevogelte, vis, wild of slachtafval. Dat vliegende deeg was een verbetering van het klassieke deeg door er laagjes boter en olie in/op/tussen te verwerken en zodoende kwam mijnheer Carême tot bladerdeeg. Het gevulde laagjesbrood werd toegewijd aan de koningin Margaretha van Valois en de bekendste versie – die met stukjes kip – werd daarom “vol au vent à la Reine” genoemd ofte – vrij vertaald: “de vliegende wind van de koningin” 😉

Maar in de tijd van Margaretha waren het nog echte grote broden die werden gevuld en waar iedereen zijn deel van at. Het was Marie Leszcynska, vrouw van Louis XV, die er het fameuze koninginnenhapje (zeg gerust “een boucheeke”) van maakte. Het koninginnenbrood werd kleiner: Leszcynska is Morezcynska dus…

Dus weetje van de dag: De volgende keer dat je “vol au vent” eet, weet dan te zeggen dat het recept een soort eerbetoon is aan Margaretha van Valois (die naam is niet moeilijk te onthouden, denk gewoon aan de zegelkes van vroeger) en zeg dat voor de eenvoud dat het de vrouw van Louis XV is die het gevulde brood heeft verkleind tot een verfijnde hap 🙂

bron: Wil je de deze historie op helemaal en op een serieuze toon lezen? Klik dan hier.

Met dank aan Katleen Van Huffel voor het inzenden van deze leuke tip