Bruegel 3: de imkers (2)

We gaan nog een beetje verder met streepjes trekken op de tekening. Allez, ’t is niet alleen streepjes trekken, het is ook de schets verder uittekenen en in-inkten.

Misschien zoek je naar het verschil met de vorige tussenstap en valt het niet zo meteen op omdat het vlak rechtsboven zo overheersend is. Bij deze is de voorgrond rechts onder uitgewerkt. De bijenkorf die op de grond ligt, de hoge grassen errond en de opvallende plant met grote bladeren centraal vooraan. Ik vraag me af welke plant dit wel zou kunnen zijn. Het doet mij denken aan een calla of een lepelplant maar daarvoor zijn de stengels van de bladeren te kort op de tekening. En het is ook niet echt een plant die je in het wild ziet. Laat staan in die tijd (de lepelplant komt oorspronkelijk uit het Amazonegebied). Strikt theoretisch is het wel mogelijk maar praktisch lijkt me dat onrealistisch. Tips zijn welkom 🙂

Naast het uitwerken van de voorgrond is ook de rechtse imker uitgewerkt. Het rieten masker en de pij (zie blog “0”) zijn nu wel duidelijk in beeld. Ik denk dat hij de bodem van de bijenkorf opent. Dat moest ik toch maar eens opzoeken: wat weten we eigenlijk over bijenkorven van rond 1500?

Lees verder

Bruegel 3: de imkers (1)

Tijdens het opzetten van een tekening neem ik zelden pauzes. Ik ben dan in volle concentratie en niemand mag mij storen. Dat weten ze hier in huis; wanneer vader op zijn atelier kruipt en ’t is om iets nieuw te beginnen, dan blijven we uit zijn buurt. Zeker wanneer het gedetailleerde werken betreft. De Bruegels kan je zonder twijfel onder die rubriek zetten. Ze zijn van een redelijk hoge complexiteit en vragen wel wat inspanning, focus om op te zetten. Ik vind persoonlijk Bosch nog complexer daarom dat ik er mij tot nu nog niet heb aan gewaagd. Al zou ik voor Tessa wel eens een kopie kunnen maken van die kruistocht die in het Gentse MSK hangt. Die lijkt me niet zo moeilijk, alleen erg veel zwart in de achtergrond wat met potlood moeilijk haalbaar is.

Maar dit om te zeggen dat ik dus de schets van “De imkers” heb opgezet. En al meteen een eerste weetje te vertellen: De naam van Bruegel en datum van het werk staan rechtsonder. De datum noteert: MDLXV en dat zou willen zeggen dat het werk is getekend in 1000+500+50+10+5 = 1565. Maar een stuk van de ets werd afgesneden waardoor men vermoed dat het ergens 1568 werd gemaakt. Ik zet er de naam en datum later nog wel op, dat is afwerking 😉

Omdat ik echt niet vertrouwd ben met etsen en tekenen met stiften, ben ik maar achteraan begonnen met testen hoe dat precies loopt met dat streepjes zetten en zo te komen tot grijswaarden. Jaaaa! Lap! ‘k heb het dus weer aan mijn rekker…Was ik totaal vergeten…Bruegel…rechtshandig…Van Hemel…linkshandig…dat wordt weer ondersteboven tekenen. Maar het lukt. Ik zal wel nog iets fijnere stiftjes moeten kopen om verder het fijne werk te kunnen maken.

Maar vooral belangrijk hier is wat we te zien krijgen: in de boom rechtsachter kruipt een man “de boom in” 😉 Herkennen we dat beeld niet van een ander schilderij uit hetzelfde jaar? Ik laat het aan u over om dat te beoordelen…

1 jaar

1 jaar geleden ging ik de Toren van Babel afleveren bij de koper van dit werk. Ik beloofde dat – eens corona achter de rug – ik zou terug komen voor een persoonlijke uitleg in alle veilige omstandigheden. Tot vandaag heb ik die persoonlijke uitleg nog niet kunnen geven. Ik stuurde een mailtje om te laten weten dat ik die belofte nog niet vergeten ben maar dat we nog even geduld moeten hebben.

En toen kreeg ik dit prachtige antwoord…

Hey Max,

Is het ondertussen al 1 jaar,

Tijd vliegt
Leven vertraagt
Kunst vergaat
niet als je ontdekt
Hoe mooi elk detail
Is uitgewerkt
Dus nog steeds gelukkig
Te mogen kijken
naar jouw creatie
Geboetseerd
Met Bloed, zweet en tranen
Elke dag opnieuw
Leven vertraagt
Door kunst
Met een gelaat.

Ps: bedankt voor de kijktip.
Wat mij betreft: INDRUKwekkend

Mvg, F.

Wil je graag het hele verhaal rond de tekening van deze toren en de massa’s vele details (her)lezen? Klik dan op deze link.

Bruegel 3: de imkers (0)

Ondanks de corona zijn het voor mij drukke tijden. Niet dat ik het aantal bestellingen niet meer kan tellen (I wish), ik ben volop bezig met de geplande expo voor juni te voorzien van nieuw werk. Ik teken nu aan 5 tekeningen tegelijk, 1 staat klaar om van zodra er tijd is te starten en 1 staat klaar om in te lijsten. Dus 7 tekeningen tegelijk. Dat is een redelijk record maar het geeft me meer en meer het gevoel dat dit de juiste weg is en dat er een soort van “productielijn” ontstaat. De vorige jaren (met de triptieken) werd feitelijk evenveel getekend in oppervlakte. Nu zijn het meer maar kleinere tekeningen, dus veel meer verhalen bij de expo 🙂

EĂ©n van de lopende tekeningen is Bruegel 3: de Imkers. Een Bruegel waar ik zelf veel bewondering voor heb. Het is geen schilderij of tekening maar een ets. Dat wil eigenlijk zeggen dat het – in mijn ogen – geen Bruegel is maar wel een werk naar Bruegel. Al weet de doorsnee mens wel dat in de tijd van B. etsen de enige manier was om op grotere schaal tekeningen te gaan verspreiden. Door middel van de ets kon een tekening immers gedrukt worden. Dat was handig voor de verspreiding en dus ook voor de naambekendheid.

 

Maar wat ik zo bijzonder vind aan Lees verder

KW49: Een boontje voor de pub

Ik bespreek in mijn blogs meestal kunst met een finesse. Kunst met zin voor realiteit. Oog voor schoonheid…”la beautĂ©”. Maar ook telkens met een dieper onderliggende boodschap. Zelden zijn het portretten om het portret (om mee te stoefen zoals we zeggen). En meestal situeert het repertoire waar ik het over heb ergens tussen de jaren -500 – 500, 1450 – 1650 om dan een sprongske te maken naar figuratieve kunst uit de jaren vanaf 1850.

Bij deze blog wil ik het eens hebben over een recent werk dat met enige finesse is gemaakt, zeker ook voor realiteit kent en absoluut een onderliggende boodschap mee geeft. En toch is het totaal anders dan wat ik “standaard” zou bespreken op mijn blog.

Een café zonder bier: The Beanery. Een installatie te zien in het Stedelijk museum van Amsterdam (SMA). Het SMA is zo wat het SMAK van Amsterdam met een vergelijkbare attitude. In alle bescheidenheid kan je de website van het SMA vinden onder de link https://www.stedelijk.nl/

Maar dus The Beanery als onderdeel van het SMA. Toch wel iets wat je moet gezien hebben. Verhaal: op een dag Lees verder

#meerkunstinmijnwijk: doe mee en steun lokale kunst.

Creatief zijn is onze business. Als de deuren van de expozalen dicht blijven, dan laten we u bij een wandeling wel genieten van de werken van Max Van Hemel en Katleen Van Huffel.

De eerste panelen zijn als demo geplaatst in de Emiel Poetoustraat. Het toont niet alleen een werkje dat u vorig jaar al kon bewonderen maar ook hoe de aanpak loopt.
Grote panelen worden aan de hand van 2 kokers in de grond paneel recht gezet. De palen zitten ongeveer 50cm diep en zitten dus behoorlijk stevig vast. Een klein paneeltje wordt gemakkelijk ergens op gezet en met een draadje vast gemaakt. Of gewoonweg achter het raam 🙂

Wil je ook zo’n werk in je voortuin? Laat zeker voor 30 maart je horen. Al meer dan 20 mensen hebben toegezegd om peter of meter te worden van een werk. In april gaan we met de bewoners aan de slag om een wandeling uit stippelen (driehoek R4-Trekweg – Bourgoyen)  gedurende de maand mei.

Contacteer me via max.vanhemel@gmail.com of telefonisch op 0478 88 79 36

 

Toren van Babel: het geheim van de meester

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Ergens in november 2017 begon ik aan een kopie van de (grote) Toren van Babel door Pieter Bruegel de oude (origineel: Boijmans – Van Beuningen) . Het kleinere broertje van de versie van het grote schilderij dat in Wenen hangt. Ik blogde er over tot februari 2019. Daarna volgden nog een paar blogs over het vervolgluik van de toren en wedstrijden/expo’s van de Toren en zijn moderne versie. Er waren ook nog de blogs rond de kopie van tekening (niet de ets – ik zeg het nog maar eens – ) van Kermis in Hoboken door Bruegel met vooral grappige verhalen en het grote mysterie rond het vaandel van de herberg.

Kortom veel leesvoer voor wie houdt van Bruegel of/en van de Vlaamse schilders. In het lopende seizoen van de NPO-reeks “Het geheim van de meester” werd nu toch ook wel een kopie van de Toren van Babel gemaakt zeker! Althans, dat was het doel. Want in “Het geheim van de meester” leggen de makers van het programma zich de deadline op om binnen de 3 weken de kopie af te ronden. Dat vond ik wel een straffe uitdaging aangezien ik er meer dan een jaar over deed om een (groot) stuk van het schilderij na te tekenen en in te kleuren. Hoe zouden zij dat op 3 weken klaar krijgen? Daar was ik nu wel ’s benieuwd naar.

Ik ga het niet allemaal verklappen maar de aflevering is zeker een “must see”. Je ziet er niet alleen de – voor mij zeer herkenbare – frustratie van het detail maar er worden ook hier weer interessante technische details prijs gegeven. Daarnaast tonen ze een echte “tredmolen” waarvan er meerdere te zien zijn op het schilderij. En natuurlijk weerstaan ook hier de makers niet aan het tellen van figuurtjes. Ik telde ze niet, ik wist dat het er meer dan 1000 zouden zijn. Ik telde het aantal bootjes in de haven en kwam op 83 uit.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/23-02-2021/AT_2156611

Daedalus en Icarus (8)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Bloggers vinden het ook leuk dat hun schrijfsels gelezen worden. Klik dus zeker ook ’s door naar de blog van Koen en (voor wie zich niet kan houden) lees de epiloog in deel 9

Een uitgebreide herhaling van wat eraan vooraf ging, lijkt me niet nodig. Laat ik volstaan met een archeologisch stripverhaal over Icarus.


De rampvlucht van Icarus – Een romeinse sarcofaag – 2de eeuw

Van links naar rechts. De geschiedenis van Icarus’ – vlucht in drie taferelen. EĂ©n: Daedalus vervaardigt de vleugels en krijgt daarbij hulp. Zijn het de hulpvaardige handen van de Moirai – de schikgodinnen die het levenslot van mensen en goden bepalen? Staan zij afgebeeld naast en onder de armen en vleugels van Icarus? In het midden: Icarus staat klaar voor zijn vlucht. En tenslotte de neergestorte, overmoedige Icarus. En (mogelijk) Apollo die deze tragische dood waarneemt.

DAEDALUS OP SICILIË

Wat vader Daedalus al vreesde, is ook gebeurd. Zijn roekeloze zoon Lees verder

KW48: een tandje bij steken

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Portretten, het is een specialiteit op zich maar wat valt u op in onderstaande portretten? Er is iets wat ze allemaal gezamenlijk hebben…

Geen van de portretten heeft iemand die echt lacht, althans zeker niet met de tanden bloot. Neen, ook niet de Mona Lisa of de portretten van Van Eyck tot Rafael of Rembrandt lachen niet. Maar waarom niet? En waarom is dat vandaag wel het geval?

Natuurlijk was de tandhygiëne tot voor kort Lees verder

Daedalus en Icarus (7)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

Het is vast wel duidelijk voor de lezer dat ik de draad weer heb opgepakt van mijn vertelling over de mythologische architect en zijn zoon. Wie was dat ook alweer? Wat gebeurde er ook alweer? Klik HIER als je dat nog (even) wilt nalezen. Kwestie van het geheugen op te frissen.


Daedalus and Icarus – Andrea Sacchi (1645) (Musei di Strada Nuova)

DE VAL VAN ICARUS

Daar zitten ze dan. Klaar voor vertrek. Daedalus beseft Lees verder

Van Eyck (03): Portret van kardinaal Albergati

Veel en lang kan ik over dit portret niet vertellen. Veel geschiedenis zit er niet achter en qua complexiteit hebben we er al moeilijkere op de tafel gelegd 😉 Het origineel en mijn versie zijn ook maar een A3tje groot.

Ik ben blij met het resultaat en K. (het model) ook. Hieronder nog de versie zoals jullie deze nooit nog zullen zien. De randen zullen worden bijgesneden tot op het formaat van het originele schilderij. Ik zou ’s moeten uitzoeken of deze ook ooit is overgezet op doek (zie mijn kunstweetjes) maar ik had zo de indruk van niet. Al blijven de Van Eyck’s, net als de Bruegels erg fragiel. En zeker deze die op papier is gemaakt. Ik laat ‘m in de goede zorgen van mijn maat Hugo Martens die ‘m zal verkleven en inlijsten.

Daedalus en Icarus (6)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

Ik heb vader en zoon veel te lang opgesloten in het labyrinth van Knossos. Sinds 19 december vorig jaar. Shame on me. Met excuses. Misschien is het goed om nog even het geheugen op te frissen. Klik HIER en je leest alles wat er gebeurd is voordat Daedalus werd verbannen naar zijn eigen doolhof. Hij mocht zijn zoon Icarus meenemen, dat had ik nog niet verteld denk ik. Nee, hij moest hem meenemen.

VLEUGELS

De geheime voorraadkamer met knutselmaterialen ligt er nog onberoerd bij. Een zelfde verhaal voor de kruiken met voedselvoorraden. Daar had Daedalus op geanticipeerd onder het motto: “Je weet maar nooit!” Dat wist koning Minos dan weer niet. Nu nog een plan verzinnen om levend te ontsnappen, via de ingang (tevens uitgang) is geen optie. Ook de haven wordt bewaakt. De lucht blijft de enige optie.

Gelukkig heeft de Minotaurus zijn laatste adem al dagen geleden uitgeblazen. Met dank aan Theseus. Aasvogels komen af op het rottende vlees van het stierenjong. Eerst cirkelen ze hoog boven het architectonische wonder maar ze overwinnen al gauw hun angst. Nieuwsgierige en hongerige gieren weet je wel. Daedalus bekijkt de bourgondische schranspartij. La grande boeuf in gierenland. De centrale binnenplaats van de doolhof is niet overdekt. De uitvinding van het schuifdak laat nog even op zich wachten. De heren krijgen een idee. Icarus maakt alvast een katapult. Met houtskool tekent zijn vader een roos op een vlakke muur. Hoeveel dagen zal het duren voor Icarus een one hunderd and eighty scoort met drie steentjes? Dag in dag uit oefent de jonge knul. Op de derde dag schiet hij een steen recht ik het oog van de Minotaurus. Bullseye. Vader verzamelt grote, achtergelaten takken die hij links en rechts in doolhof-steegjes vindt. Je voelt het al aankomen 
 het basisidee is geschetst. Vleugels. Dat is het figuurlijke wiel dat nu nog moet worden uitgevonden, ontworpen en gefabriceerd.

Dag zeven – altijd weer dat magische getal zeven – liggen de houten vleugelframes klaar. Volgende stap: voldoende veren bemachtigen om de open ruimtes te vullen. Icarus stelt zich op. De katapult in de aanslag, een berg steentjes naast hem. Zoef, zoef, zoef 
 raak. Gier Ă©Ă©n stort neer. Zoef 
 raak. Gier twee klapwiekt nog even en ploft dan neer. Twaalf vogels – ook twaalf komt steeds weer terug – is de buit van de dag. In de avonduren worden de beesten zorgvuldig gepluimd. Als de wind gaat liggen gaan vader en zoon aan de slag. Een puzzel van pluimen en houten takken. Alles ziet er perfect uit. Het volgende klusje is opnieuw uiterst secuur. De veren moeten aan elkaar gesmolten worden. Er is geen lijm maar ze vinden wel bijen. Heel veel bijen en een hele grote hoeveelheid honingraten. Bijenwas in overvloed.

Met sterke linnen draden bindt Daedalus de veren aan elkaar en onder de verenlaag bevestig hij een laag stevige, buigzame was.

Daedalus werkt aan een vleugel, Icarus assisteert. Gerestaureerd Romeins marmerreliëf, 2de eeuw (Rome)

Die waslaag vormt en kromt hij, totdat Lees verder

Van Eyck (02): Portret van kardinaal Albergati

Nu de schets er op staat is het (om het gemakkelijk te zeggen) “niet meer dan” inkleuren. Al is het inkleuren bij een Van Eyck (of eender welke Vlaamse primitief, was het nu Bruegel, Petrus Christus,…) nooit echt “vanzelfsprekend”.

Telkens ik zo’n inkleuren maak denk ik bij mezelf dat er toch wel heel wat improvisatie bij moet gekomen zijn. Zoals ik bij deze tekening een rood fleece-dekentje op mijn tekentafel heb liggen om naar de plooien, glooiingen en lichtinvallen te kijken, moet Van Eyck zeker wel “draperieĂ«n” – al dan niet in gordijnvorm – in zijn atelier hebben gehad. Sommige plooien kan je gerust uit je duim zuigen, wie zal het merken dat het niet echt is? Maar het moet wel kloppen natuurlijk 😛

Bij deze de kleurzettingen want die wil ik toch een beetje bijsturen (zie eerdere blog omtrent vernis). Als ik mijn laatste vorderingen zie, dan vind ik dat mijn versie wel “frisser” oogt dan het origineel. Niet dat ik me meet met Van Eyck, ik wil niet liever dan aantonen dat “klassiek” verre van “uit de mode” is 😉

Daedalus en Icarus (5)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

THESEUS

Opnieuw geef ik Antonio Canova de eer om dit logje te openen met één van zijn prachtige marmeren beelden.


Theseus en de Minotaurus – Antonio Canova (1781-1782) – Wit marmeren beeld (Victoria and Albert Museum)

Het bovenstaande beeld is mijn verhaal vooruitgesneld. Dat mag duidelijk zijn (hoop ik). Spoiler 1: deze foto hoort op het eind van dit stukje. Waar ben ik gebleven? De Minotaurus zit opgesloten in het labyrinth op Kreta. Architect Daedalus heeft puik werk afgeleverd. Eenmaal in de doolhof kom je er niet meer uit. Spoiler 2. Zeg dat niet te vroeg, er zijn nu eenmaal helden die 


Elke zeven jaar stuurt koning Ageus van Athene – als tegemoetkoming voor de laffe moord op een van de zonen van Minos – zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta. Daar worden ze zogenaamd geofferd maar in werkelijkheid dienen zij als voedsel voor ‘Het stierenjong’ in Knossos.

Ik kan in dit ene hoofdstuk onmogelijk het hele verhaal van Theseus vertellen. Hij is één van de grote Griekse helden. Zijn aandeel in het verhaal van Daedalus en Icarus is echter van groot belang. Ik zal me proberen te beperken tot zijn avontuur op Kreta en wie weet voer ik later Theseus nog een keer op in zijn eigen verhaal. Goed?

Een delegatie van Koning Minos is onderweg naar Athene. Het is de derde keer dat zij veertien jongens en meisjes ophalen. Koning Ageus van Athene organiseert zijn eigen Hungergames. Hij laat namelijk het lot bepalen. Alle burgers van Athene moeten hun kinderen aanmelden voor deze verplichte loterij. Theseus was de vorige keren niet thuis, nu wel. Hij meldt zich dus nu ook aan. “Eerlijk is eerlijk” zegt hij tegen zijn vader. Uiteraard ziet Ageus liever niet dat zijn zoon zou geofferd worden aan dat Minoïsche monster. En ja hoor 
 Theseus naam wordt omgeroepen. Hij vertrekt met dertien lotgenoten naar het zuiden.

Er is geen hoop op een veilige terugkeer. De veertien jongelingen gaan een zekere dood tegemoet. Het schip zal uitvaren met zwarte zeilen, ten teken van rouw. Theseus ziet het lang niet zo somber in. Een zelfverzekerde held is dat zelden. Hij smokkelt ook witte zeilen aan boord. Bij het afscheid van zijn vader fluistert hij dat ook in zijn oor. “Pap, maak je geen zorgen. Ik maak dat rotjong op Kreta een kopje kleiner en als we terugkomen zie je ons schip met witte zeilen zodat jij al van verre ziet dat ik veilig en gezond terugkom naar Athene.” Een klein omweggetje om een offer te brengen aan Apollo en dan verlaat het schip de haven van Pireus. Op de kade barsten de ouders van de andere dertien jongeren uit in zwaar gesnik. De zeereis verloopt voorspoedig en zonder noemenswaardige incidenten bereikt het schip de haven van Kreta.

Mocht je denken dat er meteen doorgelopen wordt naar het labyrinth dan vergis je je. Het offeren zal het hoogtepunt zijn van een weken durende ceremonie, inclusief sportwedstrijden, theatervoorstellingen en concerten. Koning Minos staat op de kade te wachten. Hij is benieuwd wie of wat collega Ageus dit keer heeft verzonden. Zijn oog valt onmiddellijk op meisje nummer zes. Eriboea heet deze jongedame. (Ja, dat heb ik even moeten googlen.) Het wicht wordt uit het rijtje gehaald. Minos kwijlt al bij de gedachte het bed te delen met deze beeldschone Atheense maagd. Dat had hij gedacht. Jongeman nummer vier stapt ongevraagd uit het rijtje en verbiedt de koning zich te vergrijpen aan Eriboea. Een opstootje? De menigte op de kade voelt dat er iets te gebeuren staat. “Wie is die man? Is dat niet de zoon van Ageus? Nee, het is een zoon van Poseidon, denk ik. Ja, dat lijkt Theseus wel. Nee, ja 
 dát is Theseus de held!“

Minos kent uiteraard ook de roddels dat Theseus een zoon is van Poseidon. Hij heeft tenslotte zelf ook een geschiedenis met de god van de zee. Hij laat zich afleiden door deze jongeman. Zo neemt Eriboae haar naamloze plekje weer in in de rij van Atheense meisjes. Koning Minos trekt een ring van zijn vinger en gooit die met veel gevoel voor drama in de zee. “Athener, als jij werkelijk de zoon van Poseidon bent dan moet het een makkie voor je zijn om mijn ring weer op te halen. Of niet dan?” Nog voor de koning is uitgesproken duikt Theseus in het water. Als bij toverslag zwemt hij onmiddellijk tussen een school dolfijnen.

Dolfijnen fresco en mozaïek – Knossos, Kreta

De dolfijnen leiden Theseus naar de bodem van de zee. Daar ligt de ring van Minos naast een verloren gewaande gouden kroon. Een paar tellen later staat de Griekse held met de beide voorwerpen weer op de kade. Het volk houdt de adem in. Hij geeft zonder een woord te zeggen maar met alle eerbied de ring terug aan de koning en de kroon geeft hij aan Ariadne, de dochter van Koning Minos. Zij voelt zich duidelijk gevleid door deze onverwachte attentie. Haar wangen kleuren rood.

Minos is onder de indruk. Het worden vast heel bijzondere dagen. Hij nodigt Theseus zelfs uit om als atleet deel te nemen aan de sportwedstrijden. Uiteindelijk zal hij toch geofferd worden aan de Minotaurus, laat daar geen misverstand over bestaan. Daedalus heeft dit allemaal vanop een afstandje gezien. Vooral het moment dat Theseus de kroon aan Ariadne gaf. Hij voelde onmiddellijk de onzichtbare aanwezigheid van Aphrodite – godin van de liefde – (Venus bij de Romeinen). Ja, daar is ze weer. En waarschijnlijk is Eros (Amor) ook in de buurt met zijn boog en liefdespijlen.

Ariadne zit de volgende dag op de eretribune bij de sportwedstrijden. Eigenlijk vindt ze sport stomvervelend. Gelukkig heeft ze haar breipennen en wol bij zich dan heeft ze tenminste iets te doen. Ook Daedalus heeft een uitnodiging gekregen en zit samen met zijn zoon Icarus een paar rijtjes achter de koninklijke familie. Maar van zodra Theseus in het strijdperk verschijnt, slaakt Ariadne kreetjes van bewondering om zijn atletische prestaties. Hij verslaat keer op keer zijn tegenstanders. Hij is de uitblinker van dienst. Zou hij dan misschien gratie krijgen van Koning Minos? Nee. De hongerige Minotaurus is te horen tot op de eretribune. Koude rillingen lopen over de rug van prinses Ariadne terwijl haar hart onstuimig klopt van verliefdheid. Ze kijkt angstvallig rond of er een oplossing is voor het probleem ‘Theseus’. Het volk verlaat het sportcomplex. Daedalus manoeuvreert zich handig richting prinses en geeft haar ongevraagd advies. “Geef je bol rode wol aan Theseus en adviseer hem om die bol garen af te wikkelen als hij het labyrinth inloopt. Na zijn gevecht met de Minotaurus – dat hij uiteraard eerst nog maar eens moet winnen – kan hij het touw weer volgen tot bij de ingang.”


Rudolph Friedrich Karl Suhrlandt – Theseus und Ariadne

De prinses krijgt het voor mekaar om de Griekse held te spreken voor hij voor de nacht wordt opgesloten. Ze zegt dat ze het geheim van het labyrinth kent en hem kan helpen. Theseus heeft wel oren naar haar ideeĂ«n. Er is wel Ă©Ă©n voorwaarde. “Je moet met me trouwen en me meenemen – weg van hier – want als mijn vader ontdekt dat ik je heb geholpen ben ik mijn leven niet meer zeker.” Blijkbaar is er nog een liefdespijl afgeschoten want Theseus stemt onmiddellijk toe.


Jean-Baptiste Regnault – Ariadne and Theseus

Ariadne geeft een zwaard aan Theseus en haar kluwen rode wol. Zij legt het plan uit. Waarom wachten tot morgen? De avond valt. Theseus zit nog vol adrenaline van de sportwedstrijden. Hij valt op z’n knieĂ«n en belooft Ariadne zijn ja-woord. Nu nog even zonder ring. Het wicht heeft tenslotte al een gouden kroon gekregen. Het meisje leidt hem naar de ingang van de doolhof. Ze knoopt het touw vast en na een kus geeft ze Theseus een duwtje de eerste gang in.

 

Ets van Crispijn van de Passe (1589 – 1637)

Theseus ziet al gauw geen hand meer voor ogen. Hij loopt blindelings verder, zijn instinct volgend. Hij volgt de instructie van Ariadne en hij wikkelt zorgvuldig het touw steeds verder af. Dan lijkt het weer of hij afdaalt en even later zijn het toch duidelijk trappen omhoog. Hij hoort het rusteloze gegrom van de Minotaurus. Slaapt het beest of niet? Laat ik de heroïsche strijd tussen held en monster vertellen met een paar foto’s van beelden die her en der verspreid staan in Europa.

De held wint de strijd dat had je natuurlijk al gezien op de eerste foto van dit stukje. “Minotaurussen verslaan is toevallig een van mijn specialiteiten” – hoor ik hem mompelen. Dankzij de afgerolde draad weet hij ook de ingang weer te vinden, waar Ariadne nog steeds op hem wacht. Samen met haar en de andere dertien jongens en meisjes die uit Athene zijn meegekomen, gaat Theseus naar hun schip dat nog steeds in de haven ligt. Om te voorkomen dat Minos hem kan achtervolgen slaat Theseus alle andere schepen lek – “Schepen lek steken is toevallig een van mijn specialiteiten”. Ze zeilen nog voordat het licht wordt de haven uit om ongeschonden naar Athene terug te keren.

Eind goed, al goed zou je denken. Nee, nog niet. Theseus overleeft ternauwernood een zware storm maar dat is dus voor een andere keer. Een ander verhaal. Goed, ik verklap nog Ă©Ă©n ding. Ariadne schenkt hem negen maanden later een tweeling. “Tweelingen verwekken is toevallig 
” Maar nu gauw terug naar 
 Kreta.

Koning Minos staat op zijn achterste poten. Verraad. Moord. Wraak. Zijn dochter verdwenen. De Atheners gevlucht. Theseus nergens te bekennen. Alle schepen op de bodem van de zee. De Minotaurus ligt rochelend en stuiptrekkend in zijn eigen bloed. Hoe kan dit? Wie heeft het geheim van het labyrinth verraden. Er zijn maar twee personen die dat geheim kennen. Hij en de architect. Minos weet dat hij niets heeft verklapt. Een uur later staan Daedalus en Icarus voor de getergde koning. Mensen in de omgeving van het koninklijk hof hadden Daedalus de vorige dag zien staan smiespelen met de prinses. Wat werd daar besproken? Zelfs als Daedalus ‘Brugman’ met zijn achternaam zou heten, kon hij er zich dit keer niet uitlullen. Hij wordt dan ook veroordeeld wegens landsverraad. Samen met zijn zoon wordt hij gevangen gezet in zijn eigen doolhof. Ontsnappen zal gelijk staan aan onmiddellijke executie. De ingang – dus ook de uitgang – wordt dag en nacht bewaakt.

Volgende aflevering: VLEUGELS

Bronvermelding doe ik later

Daedalus en Icarus (4)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

HET LABYRINTH

Daedalus werd zoals ik in deel drie al vertelde ontboden aan het hof van Koning Minos op Kreta. Zijn bastaardzoon ‘Het stierenjong’ – half stier, half mens – luisterend naar de naam Minotaurus moest worden opgesloten in een speciaal voor hem ontworpen verblijf. Architect Daedalus krijgt deze opdracht.

Ik hoor jullie kritische bedenkingen. “Zijn deze plaatjes nu werkelijk het beroemde labyrinth?” Nee natuurlijk niet. Het ontwerp was een groot geheim. Een staatsgeheim. De architect mocht daarom nooit tekeningen, voorstudies of maquettes laten rondslingeren van deze wereldberoemde doolhof. Op straffe van onthoofding of zoiets.

Oude munten uit Kreta en Athene met oa de Minotaurus en het labyrint

Gangen, doodlopende steegjes, hoge en lage muurtjes. Trappen die naar boven leiden blijken dan plots lager uit te komen. Escher-avant-la-lettre. Paden die in eindeloze spiralen kronkelen tot je uiteindelijk – als bij toeval – in het midden uitkomt en je niet begrijpt hoe je daar bent gekomen. Terugkeren vanuit dat midden was zo goed als onmogelijk. Enkel Minos en Daedalus kennen – tot nu toe – het geheim van het mysterieuze labyrinth. Dat wordt dus de nieuwe woonplaats – noem het gerust een gevangenis – voor de Minotaurus. Koning Minos is tevreden. Voor dit moment dan toch.

Kort voordat de bouw van het labyrinth is voltooid wordt Androgeus, een andere zoon van Koning Minos en PasiphaĂ«, vermoord door jaloerse Atheners. De ellendelingen. De jonge Androgeus had hen namelijk – totaal onverwacht – verslagen op het sportveld. Niet in Ă©Ă©n discipline maar op alle onderdelen. Op Kreta was deze jongeman wereldberoemd als de beste stieren-rijder van het MinoĂŻsche rijk. Een sportonderdeel dat niet meer is toegelaten op de moderne Olympische Spelen. De slechte Atheense verliezers uitten hun onmacht in een laffe moord. Mogelijk hadden zij de toestemming – of zelfs de opdracht – van Koning Ageus (van Athene) gekregen. Uiteraard is dat het begin van een heuse strijd op leven een dood. Kreta verklaart Athene de oorlog. Veldslagen, zeeslagen en uiteindelijk komt Kreta als winnaar uit de bus. Voor straf moet Athene elke zeven jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen als offer (voedsel) naar de Minotaurus sturen. Dit offer is bedoeld om de vrede tussen de twee partijen te bewaren.

Kort voordat de bouw van het labyrinth is voltooid wordt Androgeus, een andere zoon van Koning Minos en Pasiphaë, vermoord door jaloerse Atheners. De ellendelingen. Voor straf moet Athene elke zeven jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen als offer naar de Minotaurus sturen. Dit offer is bedoeld om de vrede tussen de twee partijen te bewaren.

Ja ja, ik weet het. Ik wijk af. Dit zou toch het verhaal worden over Daedalus en Icarus. De laatst genoemde moet nog steeds zijn entree maken in het verhaal. Ik geef het toe. Kan ik jullie blij maken met de vermelding dat Daedalus zijn zoon Icarus met enige regelmaat meeneemt naar de werken aan het labyrinth? Deze jongen helpt zijn vader maar heeft niet de uitvinders-kwaliteiten van zijn vader en zijn verdwenen (wij weten beter) neef Perdix. Maar zijn grote avontuur laat nog even op zich wachten want ook het verhaal van Theseus moet ik nog vertellen. Is dat belangrijk? Ja, want deze held uit Athene – zoon van Koning Ageus – zal het leven van Daedalus en Icarus op zijn kop zetten. Ik geef alvast een vooruitblik in de vorm van een plaatje 


Zoekplaatje: ‘Wie is Wie?’ – later ingekleurde zwart-wit ets met oa het labyrinth, Theseus en Ariadne

Volgende aflevering: Theseus

Bronnen zal ik – zoveel als mogelijk – na afloop vermelden.

In de serie: DAEDALUS en ICARUS en BEELDENDE KUNST

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

Van Eyck (00): Portret van kardinaal Albergati

In de aankomende expo – (voorlopig) gepland voor juni 2021 – wil ik een eigen en eigentijdse versie van het “Portret van kardinaal Albergati” (Van Eyck) maken. Het wordt een mix van het originele schilderij met mijn eigen portret en eigen techniek. Ik ga mij niet avonturieren aan schilderen, laat staan aan olieverfschilderen.

Ter introductie een woordje over het “echte” schilderij van kardinaal Albergati.

In 1435 werd een vredesverdrag gesloten tussen Filips De Goede (Bourgondisch heerser over de Vlaanders ) en de koning van Frankrijk Karel VII in Atrecht (cfr Google is dit Arras). Dit verdrag maakte een einde aan de oorlog die was ontstaan nav de moord op Filips De Stoute. Maar geen akkoord of verdrag zo geldig als dat dat door God is verzegeld. Dus stuurde de paus een eigen bemiddelaar: kardinaal Niccolo Albergati, ambassadeur van de Heilige Stoel in Frankrijk (1422-1431). Van Eyck was ook op die gebeurtenis waarschijnlijk om een “fotoverslag” van de aanwezigen en de gebeurtenissen vast te leggen.

Dit portret werd waarschijnlijk niet op dat event geschilderd maar pas achteraf. Dat leiden we af uit de gedetailleerde studietekening die van dit schilderij bestaat. De tekening toont al lichtschakeringen, details in het gezicht,… Lees verder

Op een dag…

ging potloodkabouter Max naar het grote wedstrijdenbos en zag daar een wedstrijd voor tekenaars! Dat moest wel een speciale wedstrijd zijn want meestal zijn het wedstrijden voor werken met een borstel. Kabouter Max had zelfs al eens gedroomd van een wedstrijd waar een borstelkabouter de tekenwedstrijd had gewonnen. Hij was daar zo ongelukkig van geworden dat hij nog liefst van al corona had gekregen.

Maar potloodkabouter Max liet zich niet doen. Een kabouter krijg je niet zomaar klein. Dus deed hij toch mee aan deze tekenwedstrijd. Dat was best spannend. Kabouter Max ging bij al zijn vriendjes vragen of ze voor hem wouden stemmen. Kabouter Karel liep een beetje verloren, maar de andere kaboutertjes trokken recht het bos in en stemden met hun hart.

En zo werd kabouter Max de winnaar van de tekenwedstrijd en is hij meteen geselecteerd voor de grote finale in december. Kabouter Max is heel blij met zijn plekje en dankt alle kaboutertjes, ook Karel stuurt hij een warm hartje toe 🙂

** EINDE **

KW47: Waar haalde de Brusselse wijk “Marollen” zijn naam?

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Brussel zit in mijn binnenzak. Het is de stad waarrond ik opgroeide, naar de cinema(s) ging, in het midden van de nacht pita’s ging eten met lekker zoete witte kool (iets wat ze er in Gent niet bij doen), wandelen, shoppen, de kermis aan ’t Zuid,…ronddolen in de straten of zelfs studeren op de Grote Markt of het Muntplein.

Wie Brussel zegt, zegt ineens ook Marollen. DĂ© bekende Brusselse wijk (al zijn er nog gelijk MatongĂ©,…etc etc) met zijn volks karakter, de vlooienmarkt (al ga je dat ter plekke wel in’t Frans moeten vragen of ze gaan u niet kunnen helpen) of de (vermoedelijke) woonst van Bruegel aan de Hoogstraat. Op Bruzz – de lokalen Brusselse TV – werd uit de doeken gedaan van waar die naam “Marollen” eigenlijk komt.

Marollen was oorspronkelijk maar een kleine wijk in het Brusselse maar toen er plannen waren om het gerechtsgebouw in die wijk op te trekken (en dus vele mensen hun huis zouden verliezen), verenigden meerdere wijken zich finaal onder de noemer “Marollen” en daardoor is de wijk vandaag groter dan hij oorspronkelijk was. De geschiedenis van de Marollen gaat verder dan een (recent) historische woonwijk. Dat kan je allemaal lezen op Wikipedia, waarom zou ik dan de moeite doen om dat over te typen?

De vraag is: van waar haalde de wijk “Marollen” zijn naam?

De Montserratstraat heette vroeger de Marollenstraat. Men ging er van uit dat deze straatnaam er was gekomen door de aanwezigheid van Maricolen. Maricolen zijn een soort nonnen die in de volksmond “Marollen” werden genoemd. Dat dacht men.

Wat blijkt nu? Die zusters Maricolen hebben nooit in de Montserratstraat gewoond. WĂ©l woonden er in die wijk veel prostituĂ©s. Het plezier kon er niet op. De meisjes van plezier kregen de naam “pucelles de marolle”. Die troetelnaam kregen de madammen met het lichtgevende beroep in Noord Frankrijk. De marollenstraat heeft dus niet haar naam te danken aan de nonnen maar wel aan de vele lichtjes van dames met een ander geloof 😉 De wijk nam de naam van de straat over en door de protesten bij de bouw van justitiepaleis kreeg de fusie aan wijkjes Ă©Ă©n naam: de Marollen.

Meer lezen over de Marollen:

visit.brussels

wikipedia

marollenwijk – brochure

streetview

Bron tekst: Bruzz

KW46: nen hoek af!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Als portrettekenaar houdt me dit portret – en vooral de persoon die er op staat – al jaren bezig. Wie is hij? En vooral…mijnheer de schilder (mijn excuses aan de vrouwelijke lezers van mijn blogs, dit is even kansberekening over de jaren 1500-1600) waarom heeft u dit heerschap zo’n rare neus mee gegeven?

Wat ik tot nu toe al zeker wist is dat het gaat om Federico da Montefeltro. Ten eeeeeeeerste is ’t Monteeefeltrooooooo dus… En dat dit portret eigenlijk deel uit maakt van een tweeluik waarbij het andere luik zijn madam Battista Sforza voorstelt. Dat het niet gaat om een wederzijds romantisch aankijken van een smoorverliefd koppel want in die jaren keken de rijke mensen en vooral die van adel niet naar de kijker. Het plebs was immers te min om door de adel te worden aangekeken. Dat het door de Italiaanse schilder Piero della Francesca was geschilderd.

Ik had zelfs al ergens een ander schilderij gezien van Monteeefeltrooooooo waar hij gezellig in zijne zetel den Dag Allemaal aan lezen is en stelt u voor; ook daar heeft diene mens zo ne kap in zijne neus. Dat is dus duidelijk geen toeval!

Maar die neus bleef mij achtervolgen. Bon, uit de verhalen die ik tot nu toe al heb verteld weten we dat Italiaanse steden in de jaren 1500 niet echt van de meest veilige waren. De N-VA kan er over janken maar in die tijd had Bartje De Zwever zijn dossiers geen lucht moeten geven langs de kade van Antwerpen of zijn dossiers zouden al eens doorspekt terug op’t schoon verdiep kunnen belanden.

Dus dacht ik dat Monteeefeltrooooooo waarschijnlijk ergens nekeer tegen de verkeerde kleerkast was gelopen en zodoende was er van onze vriend tegelijk ook nen hoek af (ik weet alles van hoeken af, dus jah waarom niet). Maar dan komt de vraag…allez, serieus, ge zijt stinkend rijk, uwe neus mankeert een stuk, waarom laat ge u dan in profiel portretteren? Zet u dan toch op 3/4 of geeft die schilder een fooi voor een hoekske extra verf. Toch?

En dan kwam deze week het ultieme antwoord op mijn vraag! Zomaar boenk op de mail!

Monteeefeltrooooooo had nekeer mee gedaan aan een toernooi en daarbij had hij een lans plat op zijn gezicht geĂŻncasseerd. Ketjing! Jup. “Owp eu muile” zouden ze in Gent zeggen. Frederico was er niet goed van. Zijn rechter oog nog minder want dat was verloren. Maar voor de rest, geen probleem. Frederico blijft zo gezond als iets en leeft voort zonder 3D-zicht. Maar weette nu wa?! Er mankeert dus niks aan zijn neus!

Maar mensen met nen hoek af, die hebben al eens andere ideeĂ«n. Fredericooooooooooooo houdt zich voor dat hij zo sterk is dat hij zal genezen en terug even goed zien als tevoren. Dat is een beetje moeilijk met Ă©Ă©n oog. Ge moet maar eens proberen met uw rechter oog dicht, kunt ge nooit uw linker oor zien…Ehm…ah ja, dan kan met 2 ogen ook niet naar ’t schijnt (als ge mij niet gelooft moet ge maar eens proberen aan uw elleboog te likken, hij is dan van u als ’t u lukt).

Dus wat doet Montefeltro om terug een breedbeeld te hebben? Hij snijdt (eigenhandig schijnt) het stuk neus dat in zijn weg zit om voor zover mogelijk naar rechts te kunnen kijken met zijn linkeroog, gewoon uit zijn neus. Tjakka! Weg! En dus van daar heeft hij nu een stuk uit zijn neus en hij is er zo fier op dat hij dus maar al te graag in profiel wordt geschilderd. En ook een beetje omdat de kant met het geschonden oog er niet echt smakelijk uit zag.

En zo is dat mysterie ook weer opgelost 🙂

Bron: Artips