Botticelli: De Venus van Max (2)

Botticelli en Simonetta Vespucci zijn voor de rest der tijden onlosmakelijk van mekaar verbonden. Simonetta komt zoveel keer voor in zijn werken dat je haast zou vergeten dat ze gehuwd was met Marco Vespucci. Deze laatste was dan weer de broer van Amerigo Vespucci die zijn naam gaf aan een klein overzees landgebiedje zo ver weg van Italië en zo 😉

Simonetta is hét topmodel van de jaren 1460-1470 en zelfs ik maakte er al een (cover)tekening van. Ik vind trouwens dat ze wel wat weg heeft van de actrice van the handmaid’s tale.

Postuum portret van Simonetta Vespucci naar Piero Di Cosimo

Botticelli is zo geïnspireerd door Simonetta dat ze op zijn Primavera zelfs meerdere keren voorkomt. Ze is zelf nogal gemakkelijk te herkennen als “de rosse” in het beeld 😉

Maar het werk dat ik voornamelijk wil bespreken is De geboorte van Venus. Het schilderij stelt de aankomst van Venus voor op het eiland van de liefde: Kythira. Ze is er door de windgod Zephyros naartoe geblazen. Een van de Horen, godinnen van de seizoenen, reikt haar een mantel om haar naakte lichaam te bedekken. Venus heeft ook de naam Aphrodite., godin van de liefde, de oesters en de chocolade. De geboorte kan je in het schilderij behoorlijk letterlijk nemen. De venusschelp staat symbool voor de vagina en met al dat water errond moeten we er geen tekeningske bij: geboorte geslaagd.

De serieuzere mensen die kennen ook zeker de Venus van Milo uit het Louvre. Voor de flauwe grapjassen zoals ik: jullie kennen vast wel de sketch van Gaston & Leo met finaal de Velo van Minus.

En zodoende raakte ik nog maar eens geïnspireerd door zowel Botticelli als door Simonetta en tegelijk ook door mijn goede vriend Brecht H. die Coffee.Beez uitbaat. De lekkerste koffie ever of voor de kids ne jumbo chocomelk met die overdreven grote toef slagroom, m&m’s, marshmellows,… (hij heeft ’t nogal voor zoet en caloriekes but who cares, ’t is megalekker).

En dat allemaal bracht me op het idee om van deze Geboorte van Venus de variant “De Geboorte van Koffie” te maken. Ik zou ik niet zijn: mijn eerste gedacht wat een tekening 1/1…172,5 × 278,5 cm…Is da ni wat groot Van Hemel? Gade daarna weer komen janken dat ’t niet in uwen auto kan…

Na wat denkwerk kwam ik tot het Belgisch compromis: Ik maak de Venus evenhoog dan het originele maar met de focus op het centrum. Dus ligt er nu een plank in mijn atelier zo hoog als’t echt alleen een beetje minder breed… Het spel kan beginnen…

Eerdere artikels die ik schreef over Simonetta Vespucci:

24/365

KW04: Simonetta Vespucci

KW08: de geboorte van Venus

Botticelli: De Venus van Max (1)

De komende expo staat helemaal in het kader van werken tussen 1350-1650 of op zijn minst werken die ik zelf maakte en evengoed uit die tijdsband zouden kunnen komen. Ik ga mezelf niet herhalen (lees gerust de vorige blogs hierover). Eén van de kunstenaars uit die periode is Botticelli. Ik introduceerde Botticelli in de laatste blog van de reis naar Firenze/Florence. Botticelli is verstokt Florentein. Geboren in 1445 (overleden op 17 mei 1510) heeft hij zo goed als nooit Florence verlaten. Dat had zo zijn voordelen. Hij was namelijk goed geconnecteerd met De’ Medici’s. Maar tegelijk had dat erg veel effect op zijn werk.

Wie de geschiedenis van Florence een beetje kent weet dat naast De’ Medici’s de naam Savonarola (neen, dat is geen zeepverkoper) blijft hangen als een minder glorieuze periode. De’ Medici’s zijn daarom niet helemaal zuiver. Ze hebben de stad groots gemaakt maar tegelijk waren ze ook alleenheersers en dat is niet altijd een goed gegeven. Dat verklaart meteen ook het succes van de extremistische tegenstand door Savonarola. En dan weer weet iedereen dat extremen nooit goed zijn. Al werd het na een tijdje voor Savonarola ook te warm onder de voeten…

Tekening van de executie van Savonarola en zijn twee medewerkers in 1498, onbekende kunstenaar.(wikipedia)

Botticelli was dus – zoals we al eens zeggen – ne kazakdraaier. Eerst zijn werkgevers ophemelen, gaan voor het complete rationalisme en het neo-platonisme om daarna over te schakelen naar werken die pasten in de leer van de zeepmaker. Men zou zelfs durven denken met enige spot naar zijn vroegere vrienden. Of was het een noodzaak om eigen leven veilig te stellen? Kan zijn…

Bij deze blog om te finaliseren enkele van de bekendste werken van Botticelli. Ik kom er bij de volgende blogs nog verder op terug.

Portret van 4 (deel 3)

De afwerking doet alles en details maken het beeld “echt” en levendiger. Zo kreeg het parelsnoer een prominente plaats in het beeld. Voor wie, zoals ik, denkt dat het slotje dan op zijn minst naar achter moet, het is een “sierslot”. Het is de bedoeling dat het zichtbaar is 😉

Dan rest finaal nog de achtergrond en het “enhancen” of het verhogen van de contrasten. Ik noem het dikwijls al grappend dat ze nog moeten geschminkt worden. Het verschil spreekt voor zich denk ik…

Een werk is nooit klaar zonder dat er een mooie lijst rond komt. Zoals dat al vele jaren het geval is reken ik op mijn vaste waarde Hugo Martens om mij daarbij te voorzien van de meerwaarde. Eigenlijk zou je een kader rond de tekening kunnen vergelijken als lekker eten dat je niet uit een kartonnen maar uit een porseleinen bord eet. Het is hetzelfde eten maar het smaakt zoveel beter. En Hugo die lijst voor mij alles in met ontspiegeld glas. Een meerkost maar super de moeite waard. Na het inlijsten pakt hij het geheel in met bubbelfolie. ’t Is maar voor mocht ge u afvragen waarom dat beeld plots zo raar oogt…

Portret van 4 (deel 2)

Intussen is er al weer wat te vertellen over de evolutie van het portret. Er kwam een kapper, een nieuwe bril aan te pas en inmiddels (tussen foto en tekening) is er ook nog een stoppelbaard bij gekomen. Esthetische ingrepen nodig in de tekening tov de oorspronkelijke foto’s. Gelukkig kreeg ik al nieuw beeldmateriaal van kapsel en bril voor de schetsen er kwamen. De stoppelbaard bij de vader improviseer ik wel bovenop de schets.

Ik ga niet elke figuur apart belichten maar vader Luc wil ik wel ’s in the picture zetten bij deze. Hij was bepalend voor de kleuren en de intensiteit van de anderen. Ook dat is een uitdaging bij een groepsportret: alle figuren krijgen best een vergelijkbare kleurtint. Op (losse) foto(s) wordt door het oog aanvaard dat het ene gezicht wat roder of blauwer is dan het andere. Onze gedachten plakken dat allemaal perfect aan mekaar. Tot je alles op één beeld plakt en dan klopt het beeld plots niet meer. L’art du metier.

Hieronder nog ter illustratie hoe de laatste figuur invloed heeft op de finale afwerking van alle andere figuren en de achtergrond.

Portret van 4 (deel 1)

Zoals ik al bij een eerdere blog had aangekondigd zal ik vanaf 2023 een stop zetten op het maken van portretten in opdracht. Omdat een einde altijd liefst van een grote knal wordt voorzien kwam deze opdracht voor een gezinsportret van 4 binnen.

Niet vanzelfsprekend want een portret van 4 houdt nogal wat risico’s in. 4 aparte portretten is een klus maar als er ééntje niet lukt, dan maak je die gewoon opnieuw. Als ze alle 4 op hetzelfde blad staan, dan is dat niet meer mogelijk. Dan moet je de hele boel opnieuw beginnen.

Het is anderzijds wel een groot voordeel wanneer de opdrachtgever de zaken goed op voorhand heeft doordacht. Een portret (vader, moeder en de 2 brave kindjes) waarbij iedereen een wit hemd draagt en de volledige focus op de gezichten komt te liggen.

Ik krijg goed fotomateriaal aangeleverd maar de opstelling vind ik niet optimaal. Het kan nog nét iets beter en daarom knip en plak ik met de computer de foto tot een nieuwe compositie.

Dat maakt het voor de opdrachtgever dan misschien abstract en om een idee te geven van hoe het er in grove lijnen zal uitzien maak ik een schets op klein formaat (zie hierboven). Finaal moet de tekening ongeveer 140x100cm groot worden. Met lijst wordt dat dan zo’n 160x120cm. Daar gaan we niet licht over…

Van gewoonte betrek ik de opdrachtgevers graag bij de opbouw en de beleving. Ik vind het voor mezelf belangrijk de personen in kwestie goed aan te voelen zodat ik die emoties ook mee in de tekening kan leggen. De eerste schets, de aanzet is een eerste stap. Of in dit geval een tweede als we de schets meerekenen.

Zurbaran: Highway to hell (04)

Oei…zo’n titel en dat publiceren op Valentijn…Maar foert, alles voor de kunst 😉

We waren gebleven bij de aandacht trekken op het hoofd, de donkere sfeer, het gevoel van een slachtoffer dat geen kant meer op kan… Ik werk verder en het beeld wordt alsmaar sterker maar ook donkerder.

De houtskool van de achtergrond maakt het gezicht van het schaap donker. Ik weet nog niet welke richting dit uit gaat maar het is een beetje moeilijk als ik zodoende de focus wil houden. De hoorn van het schaap gebruik ik als “nimbus”, niet echt maar toch een beetje. Ik moet het doek van de ezel tillen als ik de achtergrond wil donkerder maken zonder het schaap helemaal grijs/zwart te laten worden. Vanaf nu wordt er op de grond gewerkt…

Kak! Wat een vuile boel. Zwarte handen, zwarte nagels,…Het moet ook iets doortastender want met dit doek en de houtskoolstaaf krijg ik de achtergrond niet zo donker als ik dat graag had willen hebben. Creatief denken…Wat heb ik in mijn kasten en waarmee kan ik aan de slag? Met de tijd heeft een mens al eens wat in huis dat “ooit” van pas komt…

Een schuif met potten vol pigment. Tussen de ophangsystemen…Logica? Geen maar je wil niet weten waarom ik die naast mekaar verzamel. Enfin, de potten maken de dag! Strooien maar die handel!

Vieze boel maar het pigment hecht zich niet (genoeg) aan het doek. Als ik de rest (het pigment dat zich niet heeft gehecht) er nu afhaal, dan is de achtergrond naar mijn idee niet donker genoeg. Dit moet beter…Oh! Wacht ‘s! Jaren geleden maakte ik tekeningen op doek waarbij ik pastel combineerde met water. Dat moet hier ook lukken. Pigment vochtig maken en in het doek, in de groeven, insmeren. YES! Gelukt! Nu een paar uur wachten tot alles droog genoeg is om terug op de ezel te kunnen werken.

Ik maak gebruik van de tijd om het schaap van Zurbaran nog nader te bestuderen en zie hoe hij licht en donker bespeelt door met zwart, wit, bruin en geel te werken. Het is een gok om het geel er in te leggen, echt zeker ben ik niet. We zitten ver in het proces en dat kan betekenen dat een gele streep gelijk staat aan de mislukking. Ik ga er voor. Afwerken met donker geel, vermengd met houtskoolzwart steekt mooi af op de donkere achtergrond. Ik focus verder op de diepte in de tekening en na vele uren ben ik tevreden genoeg om het er bij te laten. DIT is mijn Agnus Dei.

Het schaap is gebaseerd op een screenshot uit de film Dýrið.

Zurbaran: Claustrofobisch (03)

Een tekening is niet altijd klaar in mijn hoofd wanneer ik er aan begin. Meestal wel maar niet altijd. Soms is er twijfel, de gedachte van “we beginnen er aan en zien wel wat het geeft”. Het portret dat ik onlangs maakte naar een portret van Rembrandt ligt nog steeds in de twijfelschuif. Zal ik er verder aan werken en hoe? Waar is het genoeg, waar is het overkill?

In tegenstelling tot het mooie witte en onschuldige lam wou ik zelf een zwaar, donker, treffend beeld maken. Maar enigszins met verwijzing en een vergelijkbare afwerking dan die van Zurbaran. Hoe een sfeer kan veranderen zie je als je de galerij hieronder doorklikt.

Totaal onverwacht valt het stof van de houtskool op het doek en laat het zwarte strepen na. Ik vond dit een sterke weerspiegeling van het schaap in de plaat. Alsof het op zo’n metalen tafel ligt dat je al eens bij de dierenarts ziet. Ideaal om het bloed en alle afval op te vangen dat zo’n slachting met zich mee brengt.

Het beeld spreekt me aan…Door de zwarte zone aan de kop van het schaap lijkt het in een hoek te liggen. In het nauw gedreven. Het kan geen kant meer op en er blijven niet veel opties meer over: vechten, vluchten of ondergaan. Daarom wil ik de nadruk op het hoofd, op het claustrofobische versterken. Ik grijp terug naar Zurbaran en bestudeer de donkere – soms nietzeggende – achtergronden die regelmatig in zijn schilderijen voorkomen. De lichtinval mag ik niet het oog verliezen en daarom stuur ik alles naar het gezicht van het schaap.

Zurbaran: Tanquam Agnus (02)

In de vorige blog bracht ik op mijn eigen manier schilder Zurbaran onder de aandacht. Ik ga nog even verder met deze mini-reeks.

Zurbaran (1598-1664) is dus tijdgenoot van bekende namen uit de Gouden Eeuw, nazaten van de renaissance en ook alles wat met Barok te maken heeft. Maar omwille van de toen heersende “cultuur” in Spanje houdt Zurbaran zich meer vast aan de heiligmakende taferelen. Dit doet geen afbreuk aan de kwaliteit, de finesse waarmee hij werkt.

En die expertise maakt ook zijn succes. Maar – zie eerdere blogs over renaissance, barok en rococo – de tijden veranderen snel en dat maakt dat stijlen ook snel komen en gaan. Ik zei al dat Zurbaran zich in het begin vooral beperkte qua thematiek en dat was niet te verwonderen. Spanje zat in een soort geloofscrisis die keihard het katholicisme moest propageren. Deze propaganda was wereldwijd want het waren ook de jaren dat Spanje heel Midden- en Zuid-Amerika ging opkuisen met blinkende harnassen (pro memorie: de “landing” van Columbus was in 1492, we zijn nu ongeveer 100 jaar verder).

Het ging Zurbaran ook niet altijd voor de wind. Zijn vrouw overleed kort na de geboorte van hun 3e kind en zodoende stond Zurbaran er niet alleen in voor de kost maar ook voor de gezinszorg. Hij moest dus goed zijn partij kiezen want geen opdrachten = geen geld. Via connecties en bewezen opdrachten in de buurt van Sevilla, trol hij naar Madrid om er wat “propaganda” voor de koninklijke familie te schilderen. Daar hadden ze het echter niet zo voor dat clair obscure van Caravaggio. Het moest vooral praal, macht, succes uitstralen. Dus schilderde Zurbaran triomftaferelen waarbij we zeker wel de invloed van Velazquez herkennen. Mannen in blinkend harnas in pamperbroeken en ballerinapasjes voor een greenscreen lieten de kassa rinkelen.

Maar opdrachten ondermijnen de creatieve geest. En tegelijk komt de Barok opzetten. Drama, pijn, rock ’n roll, gitaren …ah nee, geen gitaren, dat kwam later…overdreven draperieën, engelen, wolken etc maken het voorwerp van de schilderijen. Zurbaran volgt en keert terug naar Sevilla om zich, naar gewoonte, te smijten op katholieke taferelen maar deze keer met een barokke insteek. Soms is het subtiel maar eens je’t weet, bekijk je de schilderijen helemaal op een andere manier.

In bovenstaande vind ik vooral interessant dat Maria borstvoeding geeft aan haar kind. Toch iets wat we niet zo veel zien. Een suggestie of aanzet tot wordt meer in beeld gebracht.

En zo komen we in ons verhaal tot de schilderijen van het Lam Gods, Agnus Dei voor de vrienden. Dat bleek een succesnummer te zijn want Zurbaran (en zijn atelier) maakten er verschillende versies van. Kopiëren was in die tijd gelijk vandaag een origineel schilderij bij Ikea kopen: ge zoekt u een paar pineuten die onder de marktprijs aan de lopende willen schilderen en iedereen heeft zowaar ongeveer ’t zelfste “origineel” in huis. Er zijn dus meerdere versies van dit schilderij. Het lam hoeft geen bijkomende uitleg. We kennen de symboliek van het lam dat zonder zonde wordt geslacht en een rechtstreekse verwijzing is naar Jezus, “tanquam agnus”… Niet dat ik zo katholiek geïnspireerd ben maar ik vind/vond het beeld zo sterk dat ik er mijn eigen versie wou van maken. Het is tegelijk alweer een zoveelste aanzet naar de expo die in mei/juni zal plaats hebben.

In tegenstelling tot Zurbaran kruis ik de poten van het beest NIET maar zoek ik diepte in het beeld waarmee ik de kijker wil opslorpen en betrekken. Wees deel van de emoties van het schaap, geen passieve kijker/aanbidder.

Zurbaran: de Spaanse primitief (01)

Laten we voor dit verhaal nekeer starten met een vraag. En niet spieken hé…

Noem me eens een bekende FRANCISCO…

Als ik op het internet zoek dan vind ik alvast deze top 10:

  • #1 Francisco Franco
  • #2 Francisco Goya.
  • #3 Francis Xavier. Given name: Francisco. …
  • #4 José de San Martín. Given name: Francisco. …
  • #5 Pancho Villa. Given name: Francisco. …
  • #6 Francisco Pizarro. Surname: Pizarro. …
  • #7 Francisco Vázquez de Coronado. …
  • #8 Francisco I. …
  • #9 Francisco de Zurbarán
  • #10 Francisco Massimo del Cielo

Staat de uwe er niet tussen? Zet ‘m dan in de commentaren. Ik ben benieuwd. Maar het goeie nieuws is dat de Francisco waar ik het wil over hebben wel in deze top 10 of eerder top 9 staat.

Er staan wel nogal wat schilders/kunstenaars tussen de lijst. Allez, ’t is niet dat ik het over Francisco I zal hebben. Goya goh ja… 😉 Hij is wel sterk maar ’t is niet echt mijne stijl. Pizarro en Francisco Vázquez de Coronado zijn “ontdekkingsreizigers”. Met een Spaanse naam is ontdekkingsreiziger meestal niet de meest onschuldige job….nope…sla maar over.

Nummer 9…Dat is nekeer iets, allez iemand, interessant. Zurbaran…Zurbaran…nekeer screenen…oh excuseer “de” Zurbaràn. Ha! Een beetje gelijk “de” Max LOL. Zeg vanaf nu dus niet meer Max maar dé Max, met zo’n streepke op de é LOL

Nee serieus Francisco de Zurbaràn maar ‘k ga voor ’t gemak gewoon Zurbaran schrijven…voor de vrienden.

Zurbaran is een Spaanse schilder. En in tegenstelling tot de Italianen en de Vlamingen waar ik het tot nu toe over had, is onze Francisco nogal exclusief bezig met godsgezinde taferelen of het schilderen van heiligen. Pure contrareformatie. Mooi werk, technisch heel sterk.

De literatuur vergelijkt hem graag met Caravaggio maar ik ga daar toch niet helemaal in mee. Caravaggio is op kunstvlak vooral gekend voor zijn theatrale, expressieve, provocerende schilderijen met donker-lichtcontrasten en die vind ik niet altijd terug bij Zurbaran.

Al zijn er wel schilderijen van Zurbaran die zeker doen denken in de richting van deze licht-donker meester. Maar dan weer zou ik evengoed de link kunnen leggen met Rembrandt. Laat er geen twijfel over bestaan, deze 3 kleppers beheersen het licht en de duisternis als geen ander.

Wat mij persoonlijk vooral aanspreekt bij Zurbaran is de manier waarop hij textiel weergeeft. Als we’t over textielschilderijen hebben, dan komt meteen de naam Van Eyck naar boven. De details in de kledij, de weerspiegelingen, de reflecties/interacties van de kleuren zijn bij Van Eyck inderdaad meesterlijk. Bij Zurbaran herkennen we (alweer) hetzelfde kleurenpalet dan bij Rembrandt en Caravaggio: veel aardkleuren, bruintinten, beetje rood en functioneel blauw. Draai dat maar door de blender.

Wat textiel betreft mag hij zeker naast Van Eyck worden gezet. Zurbaran schildert geen dure, fel gekleurde kledij met veel franjes en patronen. Dat mag niet van de contrareformatie. Het zijn sobere kledingstukken. Worden het toch de pronkstukken uit de kleerkast dan nog blijven ze in een rustgevend kleurenpalet weergegeven. Doch vergis u niet, onze paterschilder kan ook uitpakken met prachtige jurken.

Maar ik geef toe, Zurbaran zou nooit mijn eerste aandacht hebben getrokken ware het niet dat hij meerdere versies maakte van het Lam Gods. Zijn Agnus Dei (ong. 1635-1640) is een prachtstuk. Elke versie ervan verschilt een beetje maar telkens zijn het geweldig sterke stukken. Het gebonden schaap dat geen weg meer op kan, dood of moegestreden is en zijn lot ondergaat. De details van de vacht en de horens, gecombineerd met de prachtige lichtinval. Daar kan ik niet onberoerd bij blijven. Daar moet ik een cover van maken…

Portret van Ellis

Door de evolutie van het portret een mengeling aan potloden: houtskool, schetspotlood, pastelkrijt op grijs karton. Deze kleine duvel met haar blauwe ogen heeft ’t mij niet gemakkelijk gemaakt 🙂

Het was niet echt de bedoeling om een volwaardig portret te maken. Zoals ik het al meermaals heb gezegd: mensen kruisen mijn pad en zodoende bestaat de kans dat ik er al eens een tekening van maak (of nog erger: hen meesleur in een tekenproject 😉 ). Bij het portret van Ellis zou ik snel snel een schets in potlood maken en dan de dagelijkse bezigheden opnemen. Voor de keren dat ik écht vrijaf neem, ga ik verplichtingen liever uit de weg 🙂 Maar haar typische blauwe ogen kon ik niet weergeven louter met mijn bruine schetspotloden.

Om dat achteraf nog mogelijk te maken, zonder vermenging van de kleuren, heb ik eerste de schets gefixeerd en daarna opnieuw bewerkt met pastelkleuren en tegelijk de contrasten wat verhoogd. Hoe de tekening er “oorspronkelijk” uit zag zie je hieronder. Over 200jaar kunnen de experts dan uitvlooien hoe het nu precies zat met die kleur, waarom en wie die kleuren heeft aangebracht en wanneer. Was het een modegril? Een ontevreden klant of kleurde Ellis haar ogen zelf bij op later leeftijd? Zij gaan er hun tanden op stuk bijten maar jij, lieve lezer, weet het nu al 😉

Horreur #1

Toen ik begin deze maand naar MUZEE trok zag ik daar een schilderij van Thierry De Cordier met de titel “Dieu est une poire” dacht ik meteen “wat een walgelijk idee om een schilderij naar een peer te noemen”. Een grote peerachtige blauwe vlek op een doek.

Toch had ik de dag voordien zelf een peer getekend, nog niet wetende van het schilderij van De Cordier. Omdat ik een hekel heb aan peren, zou ik de tekening eenvoudigweg “horreur” noemen.

Ik vond de vergelijkingen van beide peren best interessant. Omdat mijn afkeer voor peren feitelijk oneindig is herdoop ik deze tekening tot “horreur #1”. Lijkt me grappig, niet?

Het laatste portret

Ik kondigde al aan dat ik over 2022 heel wat veranderingen zal doorvoeren in mijn werking. Jullie zullen hier zeker nog een belangrijke rol in krijgen, wees daar maar zeker van 🙂

Voor we de ruimte kunnen vullen met nieuwe ideeën, moeten we eerst ’s grote kuis houden. Het stapeltje portretten daar moet ik me nog ’s over buigen. Portretten in opdracht zijn altijd de meest interessante investering geweest. Al waren er altijd mensen die dachten dat “de aap” voor een nootje een truukje kan doen, zijn er tegelijk veel meer mensen die de kunst, de ervaring en het vakmanschap weten te waarderen. En ze hebben gelijk gehad!

Wie in het verleden een Max heeft besteld mag daar nooit spijt van hebben. Daarom heb ik er altijd aan gewerkt om alles vlot en met een topkwaliteit af te leveren. Tegelijk heb ik mijn creatieve werken gebruikt om de portretten een (financiële) meerwaarde te geven én artistiek-technisch alsmaar sterker te maken. De portretten van mijn beide zonen met 12 jaar interval die in huis hangen getuigen van de permanente groei.

Toch wil ik bij deze aankondigen dat ik vanaf 2023 stop met portretten in opdracht te tekenen. Zo kan ik mij ten volle concentreren op het creatieve werk.

Wil dit zeggen dat er geen portretten meer zullen volgen? Neen. Er zullen nog wel portretten volgen maar die zullen enkel nog gemaakt worden binnen een project of op vrijwillige basis (het toeval kruist mijn pad 😉 ).

Dus wie nog een portret zou willen bestellen: 2022 is hét jaar. Wie al eerder een portret bestelde en een nieuw wil bestellen, mag dat ook nog na 2022 doen. Wees gerust, ook daar blijft mijn kwaliteitsgarantie gelden 🙂

Get Back!

Na 3 weken schoolvakantie (en voor mijne jongsten was dat 4 weken) gaan de kinderen vandaag weer naar school. Beetje aangepaste corona-quarantaineregels maar voor de rest blijft alles (eindelijk) eens wat stabiel.

Het einde van de schoolvakantie betekent tegelijk dat ook ik weer aan de slag moet. Voor “het dagelijks brood” op de plank en om al mijn tekenwerk mogelijk te houden. Ik heb genoten van mijn weekje los van de verplichtingen en gezellig bij het gezin. We hebben de hele familie gezien en zelfs (gerookte) vrienden op bezoek gehad. Maar nu is het tijd om de joekel van een achterstand op de blog van kunstvriend Koen Schyvens in te halen. Die heeft met MDLM-reeks niet stil gezeten. Wat een blogtempo!

Dus toch een beetje een boe on you en ook een beetje hoera. Maar gisteren dacht ik er nog net even anders over 😉

PS: klein weetje: vandaag 53 jaar geleden stapte George Harrison het af bij The Beatles. Hij kwam later nog wel terug maar de groep zat duidelijk op zijn einde. Eerder al hadden JL en PM gezegd te willen “scheiden”.

Tekening naar een beeld uit het MSK te Gent

2022: een jaar vol nieuwe plannen

Een nieuw jaar, en zeker de periode tussen kerst en nieuwjaar, geeft mij altijd nieuwe ideeën. Dit zijn doorgaans mijn meest creatieve dagen. In de regel (bij uitzondering 2021 met het Stripmuseum) organiseer ik niets in december/januari waardoor ik me volledig kan focussen op ontdekken en creëren.

Dit jaar was op gebied van creatie niet anders. Ik speel met nieuwe ideetjes in mijn hoofd. Nieuwe werken/tekeningen maar ook nieuwe aanpakken. Ik denk dat ik maar eens moet gaan werken met een kleinere groep mensen als klankbord (wie zich nu al geroepen voelt –> mail naar max.vanhemel@gmail.com). Maar meer details volgen in de blogs van 2022.

Voorlopig starten we 2022 met een mooi fris canvas. Klaar om een nieuwe tekening op te gaan maken. Wie mij via andere sociale kanalen volgt heeft allicht al gezien dat ik – bij wijze van opwarming – al een tekening op doek heb gemaakt. Ik geef het mee als uitsmijter voor 2021 en neem tot eind volgende week een beetje digitale rust om daarna terug te keren met extra energie 🙂 Tot binnenkort!

2022: adagio voor twee

Mijn nieuwjaarsbrief is dit jaar een specialleke. Voor mij ging 2021 op maatschappelijk vlak vooral over de strijd rond “het grote onzichtbare”. Zoals bij stembusresultaten zag ik tot mijn grote bezorgdheid en spijt veel verdeeldheid onder de mensen. “Het grote onzichtbare” had/heeft het op onze dagelijkse gewoontes gemunt. Op sommige momenten was het bijna alsof we terug naar de tijd van de ontdekking van AIDS of de ontsnapping van Dutroux gingen.

Vrijheid van het individu staat/stond diametraal tegenover het welzijn van de hogere (wereld)gemeenschap. De kruisvaarders tegen de ketters (waarmee ik geen oordeel vorm over wie wie is). De wetenschappers versus de dokter-specialisten op sociale media.

Het grote onzichtbare maakt beweegredenen abstract, ontastbaar, ongezien. En ik had het daarbij niet alleen over bvb luchtvervuiling, stralingen, dumpen van zware metalen ergens in Afrika of India,…Natuurlijk heb ik ook covid en de vele nu nog onzichtbare gevolgen die zullen volgen uit deze periode. Tegelijk waren de beweegredenen van onze politiekers soms ook best on(door)zichtbaar.

Had dit allemaal impact op mijn tekenwerk? Ja hoor. De expo’s – als ze al door gingen – verliepen binnen een totaal andere sfeer, continue onzekerheid, zal er wel volk op afkomen,…Het maken van tekeningen lag een jaar op zijn gat. Weinig kans op modellen, verstoorde werking, geen opties om geplande projecten uit te werken. Toch was het tegelijk een jaar van vernieuwde opportuniteiten: zonder corona was bv de Lachende Cavalier er niet gekomen. Zonder Lachende Cavalier was de Treinbegeleider er niet gekomen. Zonder Treinbegeleider was mijn tekening niet in het Stripmuseum geraakt. Een onverwachte wending waar, met een positieve benadering, nog meer positiviteit uit kwam.

Ik weiger werken te maken waar de kijkers niet in verwondering of blij van worden. Ik wil dat de kijker een goed gevoel overhoud na het zien van mijn tekeningen, daarom zijn ze ook de MAX niet? 😉

Ik wens jullie allemaal een tof eindejaar met veel adagio, gezelligheid (echte of virtuele) en zoals ons moeder zou zeggen “gebruikt uw verstand” 🙂

Adagio for 2

Op naar het stripmuseum!

De voorbije week was het wat stiller omwille van ziekte. Gelukkig geen corona maar toch goed genoeg om mijn nog eens “een echte man” te voelen. Naar jaarlijkse gewoonte was er weer een aanval op mijn sinussen en dat sleept dan meestal ook wel een paar weken aan. Alleen die laatste week was er wat te veel aan: barstende hoofdpijn, slecht slapen, snotteren, hoesten,…met dan als neveneffect geen energie meer, geen concentratie,…het zielige hoopje zoals elke man hoort te zijn wanneer hij maar een klein beetje ziek is 😉 Gelukkig geen corona, dat heb ik 2x getest.

Maar tussen dat gedoe kwam er ook het goede en verlossende nieuws binnen van De Nationale Museumwedstrijd. Van 22 december 2021 tot en met 9 januari 2022 mag ik met mijn tekening van de treinbegeleider tussen enkele groten der aarde gaan pronken: Hergé, Rosinski, Linthout, Vandersteen, Morris,…misschien zelfs Pom staan. Mijn tekening gaat dus naar het stripmuseum te Brussel!!! Dat een plekje in een museum op de bucketlist stond, dat het een natte droom was…maar het stripmuseum? Dat was in mijn stoutste dromen totaal ondenkbaar. Volgende week maak ik er werk van (als er weer energie is).

Beetje nostalgie is gepast. Wie mij al jaren kent weet dat ik in mijn studententijd de lessen regelmatig verstoorde met mijn cartoons die van bank naar bank werden doorgegeven. Het waren meestal gags in 3 prentjes (beetje Garfield of Hagar-achtig) waarin ik de frustratie van de les of de actualiteit verwerkte. Maar al veel vroeger, toen ik zo’n 11jaar was, maakte ik mijn eerste stripverhalen. Eéntje ervan verscheen in het schoolblad (ik moest het verhaal wel inkorten omdat ik meteen ging voor de volle strip).

Oprechte vriendschap

Een paar straten verder van mijn huis woont Kris VDS samen met zijn vrouw Sonia. Kris al jaren apostel van mijn tekenwerk. Hij tekent trouwens zelf ook en ondanks dat hij daar niet zo mee uitpakt doet hij dat lang niet slecht 😉 Kris is ne wijze, toffe gast die de mensen ten volle respecteert. My kind of guy.

Iets meer dan 2 jaar geleden bestelde hij een portret van zijn schoonmoeder bij mij. Eerder deze week is ze overleden. Ze ging blijkbaar snel achteruit. Kris zette bij het portret een kaarsje en postte een foto op Facebook en deelde dit commentaar met me. Want zelfs in deze moeilijke tijden vinden we mekaar.

Merci Kris. Veel sterkte voor jou en de familie ❤

Cueilles son essence qui émane d’elle à chaque instant que tu regardes son portrait… Richesse intérieure (Catherine Lejour)

HLN steunt cultuur

Gisteren werd dit artikeltje geschreven over mijn plaats in de top 15. Met een kleine (spoiler) in het artikel 😉 maar voor de rest top dat er aandacht wordt besteed aan cultuur (ja, ik beschouw dit artikel niet alleen als een waardering voor mijn werk maar tegelijk als een steun aan alle mensen in de cultuursector).

Ga naar het artikel

Een weekje vrij

Ik heb nog geen concreet nieuws ivm de wedstrijd “Nationale Expo”. Ik stel wel vast op de website dat ik (onverwacht) nog 1 plaats ben gestegen. Waren er mensen die al gestemd hadden voor het afsluitmoment maar toch nog niet waren meegeteld om 23u59? Maybe. Het is nu nog afwachten tot de jury finaal beslist of en naar welk museum de treinbegeleider zal worden geleid.

Gaan we een klein beetje terug in de tijd, vlak voor dat spannende weekend, dan was er het gezellige demo-weekend “Buren bij Kunstenaars”. Ik werkte er aan een portret in Art 142-galerij. Die tekening is nog niet klaar (ik heb de voorbije week een beetje tekenrust genomen, nekeer buiten geweest). Ik had speciaal voor BBK nog een werk gemaakt (neen, dat doe je niet in 1-2-3, dat vroeg wel 3 weken werk) en daarvan had ik de finale versie nog niet getoond. Soms moet je toch wat inspanning doen om een tekening in het echt te zien, om ze te ontdekken, om ze in je op te nemen, te voelen.

Menina da Guia

De tekening toont op het eerste zicht niet meer dan een knappe koeketiene maar, net zoals bij het portret van de treinbegeleider, is dit een portret van een geëngageerde jeugd. Wanneer je in een goed nest bent geboren, dan is het gemakkelijk om achteruit te leunen, cool en relax je leventje gaan leiden. Why worry? Dit beeld toont een jonge vrouw, begaan met mensen die niet achteruit kunnen leunen, die steun nodig hebben. En dat verdient een beeld, dat verdient een portret, dat verdient een moment.

Tegelijk was er dus nog die week verlof en daar werd de tijd genomen om de achterstand aan huishoudelijke taken op te nemen en ook ’s met Junior² naar Bozar de expo David Hockney te gaan bekijken. Foto’s mag je er niet nemen, dus ik kan het hier alleen doen met internetbeelden. Maar ik kan deze expo wel aanraden. Het is – net als bij Raveel – een chronologische opbouw en tegelijk een technische opbouw. Verrassend waren de tekeningen en ook de digitale tekeningen. Maar dat ene David Hockney kan tekenen was voor mij een verrassing. Knap. Wij – Junior² en ik – zagen de humor in beelden. We hebben veel gebabbeld over onze visies, over onze ervaringen en tegelijk ook veel gelachen met de vele subtiele hints “hidden in plain sight”.

Samen sterk!

Hoe verwoord ik de gebeurtenissen van de laatste dagen?

Dat ik bij alle stemmers in het krijt sta. Dat is wel duidelijk 🙂 Een ongelooflijk spannende “competitie” hield ons allen (bij ons thuis maar ook velen onder jullie) op het puntje van de stoel tot de laatste minuten van 31 oktober 2021. Op 2244 ingestuurde projecten plaats 15 halen is een topprestatie. Ik smeet me helemaal en écht velen onder jullie stapten mee in deze competitie. Nog nooit eerder werd één werk zo veel gedeeld op facebookprofielen en Instagrams. Op kaartjes. Verspreid op kunst-/cultuurpunten, winkels en mails.

En dat het spannend was dat is wel heel erg duidelijk wanneer we de scores naast mekaar leggen. Het werk “suppressed” stond bijna de hele week op 12, ik stond meermaals op 13. De laatste 6 in de reeks hebben een verschil van slechts 3 stemmen. Het Eurosongfestival is niet eens zo spannend. Zelfs met gekochte stemmen konden een aantal deelnemers (waaronder nr1) “ons treinteam” niet uit de 15 eerste werken stoten. Het resultaat van jaren hard werken en opofferingen komt als een duiveltje uit een doosje in beeld.

Ik laat nog weten hoe dit nu verder verloopt. Strikt genomen belandt de treinbegeleider weldra in een Belgisch museum. Ik hoop dat dat mij 533 pintjes, cava’s of fruitsapkes mag kosten. Daarover later meer.

MAAR het belangrijkste is dit DANKwoord aan jullie allemaal. De eerste die mij nu nog ’s durft te zeggen dat kunst een bezigheid is voor solotrippers krijgt van mij 533 antwoorden. Ik hou de lijst met de stemmers goed bij; “dat heb je niet voor niets gedaan” 😉 Dank aan alle stemmers, aan alle volgers, aan alle mensen die mijn bericht mee hebben verspreid, aan alle mensen die ik nog niet ken maar die ik bij deze zag verschijnen. Dank aan alle mensen die op de één of andere manier hebben bijgedragen op een die ik zelfs niet meteen kan bedenken.

En een grote merci aan Rachid, de immer goedgemutste treinbegeleider die voor deze tekening model was en zich vreselijk moest inhouden om niet te lachen tijdens de sessie.