Rafael ’20 (08): gezichtsmassage

Na een nachtje slapen ben ik minder tevreden over het gezicht van Galatea. Er is iets mis mee maar ik kan er de vinger niet op leggen. Ik heb een paar kleine aanpassingen gedaan maar ik krijg de torsie van het gezicht niet correct. Ze lijkt molliger op mijn tekening dan op het originele schilderij. Kak! En ik zie het niet…

Gelukkig is er vandaag de technologie. Dus neem ik een digitale foto van de tekening en zet die half transparant bovenop een foto van het schilderij.

De verschillen zijn duidelijk, de pijlen spreken voor zich. Ik zet de ogen en neus op gelijke hoogte. De mond zit goed maar de rand van het gezicht zit er precies 2 millimeters naast. Ook de kin zit te laag, die moet een beetje naar boven. Het is zot hoe een paar millimeter afwijking zo’n groot verschil maakt op een tekening van dit formaat. Ik ben al blij dat de ogen en rest van de invulling van het gezicht goed zit. Hieronder 6 foto’s van tussenstappen met minuscule aanpassingen om dichter bij het origineel te komen (hoe minder “dubbel” je ziet, hoe minder afwijking tov het origineel).

Na nog een nachtje rust (afstand helpt in die situaties evenveel als de maagdelijke verschijning in de grot van Lourdes) kom ik tot de conclusie dat het gezicht goed zit maar ze is nog steeds ergens “te rond” ten opzichte van het origineel. Dan maar de hulplijn in huis ingeschakeld. Die hulplijn staat ver van mijn tunnelvisie en dat is altijd handig. “Er is iets mis met dat oor”, zegt ze. En dat ze gelijk heeft. Ik was zo bezig met het corrigeren van de linkse kant van het gezicht dat ik de rechtse kant helemaal uit het oor oog verloor. Het oor zit een “half oor” te veel naar rechts. Plastische chirurgie deel II…Eerst digitaal simuleren, dan gommen en hertekenen. Het gezicht zoals het er nu een tijdje zal blijven uitzien (tot ik weer ergens iets zie waar ik niet tevreden over ben 😉 )

kooptip: Zwarte Toren op Zomersalon

niet te vergeten: parallel met de straatexpo OPEN AIR loopt ook de grote kunstexpo ZOMERSALON te Gent waar ik mijn ZWARTE TOREN presenteer. Deze is daar te koop (rechtstreeks via mij) en is voorzien van een prachtige zwarte lijst, speciaal voor dit werk gemaakt en het extra diepte geeft. De Zwarte Toren is het moderne luik van de Toren van Babel (Breugel de oude). Het toont nog maar eens dat moderne kunst perfect kan gecombineerd worden met onze eigenste Vlaamse klassiekers 🙂

Het Zomersalon loopt eveneens tot eind augustus. Toegang is gratis maar – zoals in elk museum – moet je wel even op voorhand laten weten wanneer je langs komt. Het Zomersalon vind je in het voormalige Caermersklooster, Langesteenstraat 14, weekends van 10-18u.

foto en commentaar van kunstvriending Tessa Kerra 🙂

 

Rafael ’20 (07): het gezicht van Galatea

Nu de schets klaar is, zet ik in op Galatea. HAHAHA…Ik typte “Galateau” ipv Galatea, een freudiaanse verspreking? Misschien moet ik maar gaan voor een koffie met een taartje 😉

Maar het gezicht van Galatea dus. Ik ben verliefd op de schets. Ik ben er helemaal weg van en ik zie het helemaal zitten. Dat komt goed. Yes! Het is belangrijk dat de centrale figuur 200% goed zit. Alles draait om Galatea, zowel in beeld als in het verhaal. En dat is geen evidentie; de figuur staat op 3/4 (wat al meer voorkomt) maar kijkt tegelijk naar boven (alweer een hoek) en staat helemaal getorst tegenover haar lichaam. Dat geeft een aantrekkelijke dynamiek maar een f*cking moeilijke pose om een gezicht te tekenen. Ik geef toe dat ik dat niet gewoon ben.

Een chrono van de evolutie van het gezicht. Ik ben niet content over het licht waar ik nu in werk. Het is te donker in de living en de spots geven een te geel (3000K) licht. Dringend nood aan een sterke daglichtlamp.

Rafael ’20 (06): de schets

Vandaag deel 2 van de schets opgezet. De figuren links en rechts van Galatea staan er bij. Om een beetje meer zicht te krijgen over het geheel kleur ik het gezicht van Galatea een beetje in, kwestie van de focus op de center te houden.

Nog een paar uurkes te gaan en ook de engeltjes bovenaan het tafereel staan er op. Met wat puffen en blazen. Ik blaas regelmatig wanneer ik schets, zeker voor zo’n formaten. Dat laat me toe even in het hoofd en het lijf te ontspannen voor we doorzetten tot het einde 🙂

Rafael ’20 (05): let the beast go!

OK, toegegeven, ik kon niet meteen op een andere titel komen die meteen de start van de tekening aankondigde. Maar we starten er aan. Een paar weken geleden bestelde ik een papier gekleefd op dibond. Een mens leert al eens vanuit ervaring. En die ervaring zegt dat het beter is om het papier eerst op de drager (in dit geval dibond dus) te kleven dan eerst te tekenen en dan het risico te lopen dat iets zou fout lopen bij het verkleven van de tekening… En ook inzake afmetingen heb ik geleerd na de triptiek van het leven. Het centrale paneel van die triptiek is toch wel iets te groot om met onze wagen te vervoeren. Dus voila: een paneel van 110cmx145cm als basis voor deze tekening.

Spannend om dit paneel tot bij mijn tekenruimte te krijgen. De trap wou ook deze keer niet echt meewerken en met een pas geverfde muur let je toch even op dat er geen stuk van het pleisterwerk sneuvelt. Maar ge ziet ’t al komen, het paneel geraakte wel boven maar veel marge om te gaan tekenen is er niet. Dus of ik lig dat helft van de tijd op de grond te tekenen of de zaak gaat terug naar beneden en ik installeer mij opnieuw in de living (zie ook de triptiek van het leven).

Dus de hele boel terug naar beneden en daar begonnen aan de schets van de tekening. De tekening geïnstalleerd op mijn super grote ezel (niet meer op de salontafel), potloden op de tafel en we kunnen er aan beginnen. Het liefst van al maak ik mijn schetsen in één ruk, dat laat me toe om het overzicht te bewaren. Een schets is heel belangrijk, het is de fundering van de tekening. Dus de schets moet super goed zitten. Maar na ongeveer 2uur tekenen moet ik toch stoppen, het wordt te donker om verder te tekenen (dat zie je ook wel aan de foto’s). Het is moeilijk om goed te zien maar tot nu staat Galatea op papier, een engeltje onderaan en de 2 (griezelige) dolfijnen.

 

 

Rafael’20 (04): Agostino Chigi il Magnifico

Op de tijdslijn zijn we nu ongeveer in 1509. Dus we keren een beetje terug in de tijd want tegelijk met de opdrachten van Julius II komen bij Rafael ook opdrachten binnen voor Agostino Chigi. Het had die kunnen kunnen zijn van: “aaaaaaaaaarrriiiiiiivaaaaaaaaaa Chiiigii Agostinooooooooo” maar niet dus… Agostino is een machtige bankier uit Siena die zich graag – net als die andere bankier Lorenzo – “il magnifico” laat noemen. Rafael leert Gust kennen via de kringen rond Julius II. Agostino was al bankier voor Alexander VI, nu voor Julius II en later (maar vertel het niet voort want dat weten ze zelf nog niet) Leo X. Ook Rafael zal later voor Leo X opdrachten opnemen maar dat hoofdstuk staat niet op het menu. Misschien kan ik dat nog als epiloog meegeven, wie weet.

Agostino valt onder de rubriek “stinkend rijk”. Ge kon hem wel rieken van Londen tot Caïro, zo stinkend dus. Al was ook dat bij Di Medici niet anders. Wil je meer weten over Di Medici dan kan ik je zeker de TV-serie aanraden. Agostino had nood aan een lusthof, een buitenverblijfje aan de rand van Rome. Fan zijnde van Rafael en klassieke mythen en verhalen, gaf hij de opdracht om zijn villa Farnese een beetje op te smukken.

En Rafael deed zijn werk ook hier met verve. De prachtige loggia van Psyche, het Atrium, de kamer met de trouw van Alexander de Grote,…en de loggia van Galatea. Een grote zaal met centraal een schilderij rond de figuur van Galatea. En daarmee komen we bij de zomertekening voor 2020: De triomf van Galatea. Een prachtig, dynamisch schilderij. Rafael pur sang. Het orginele schilderij is 295cmx225cm. Wie de blogs rond de triptiek van het leven heeft gevolgd, of mijn verhaal heeft gehoord, die weet dat ik dat formaat niet meer aanpak. Het past niet in de auto en ik geraak er niet mee in mijn tekenkamer (die helemaal bovenaan in huis ligt).

Mijn versie zal 144cmx110cm meten en dat op zich ook al een ferme kluit. Vanaf de volgende blog start ik met vertelsels vanuit het potlood 😉 Een verhaal vol jaloezie, intriges, moord en eeuwige liefde.

Geniet nog wat na van de screenshots met het interieur van Villa Farnese of doe de virtuele toer van de villa.

Rafael’20 (03): de pauselijke jaren

We noteren 1503 en paus Julius II is door simonie paus geworden. Hij doet een poging tot restauratie van het katholieke gezag. Zijn voorganger paus Alexander VI (beter bekend als Roderic Llançol i Borja) had er een ferme puinhoop van gemaakt, met veel sappige en controversiële histories die o.a. te zien zijn in de Tv-serie The Borgias. Julius II wil het gezag terug centraliseren in Rome. Julius II was gene gemakkelijke mens maar hij wist zich wel te omringen met de crème de la crèma (hahaha…hebdem…crèma…Italië…) van de kunst: Lorenzo Lotto, Sangallo, Bramantino (zonder ansjovis) en vooral Michelangelo, Rafael en Bramante. Waarom Da Vinci niet in dat clubje zat? Die werkte op dat moment voor Cesare Borgia, de zoon van Alexander VI.

Julius II investeert in kunst en in oorlogen. Zo strijdt hij tegen…Perugia en Venetië en meerdere concilies maar dat is nu even niet interessant. Wat wel interessant is, is te weten dat door zijn invloed Rome zijn verloren glorie terugvindt. Julius II beslist om de vertrekken in het Vaticaan (dat er toen nog niet helemaal uitzag dan vandaag) te laten (her)schilderen met thema’s die hij zelf oplegt. Er zijn zeker 2 zalen zo goed als exclusief door Rafael geschilderd. Over enkele andere zalen bestaat nog discussie. Het is waarschijnlijk dat Rafael er aan meegewerkt heeft maar niet alles helemaal door hem is geschilderd.

Volgens de overlevering is de eerste bijdrage van Rafael aan de Stanza della Segnatura. Dat is de zaal gans bovenaan, 2e deur rechts op’t einde van de gang 😉 Maar serieus; Julius II was zo onder de indruk van de bijdrage van Rafael dat hij ineens alle andere kunstenaars ontsloeg en Rafael de exclusiviteit voor de zalen toewees. En zo komen we tot de Stanza di Raffaello, de vele zalen met schilderwerken door/toegewezen aan Rafael. Klik hieronder maar op de slideshow, er zullen zeker wel bekende beelden tussen zitten.

In de fotoreeks zit het spectaculaire beeld “De School van Athene” en dat schilderij was een eerste kanshebber om de zomertekening te worden.De School van Athene stelt de zoektocht naar “de waarheid” via wetenschap (met focus op filosofie) voor. In het centrum zie je Plato (geschilderd naar Da Vinci) en naast hem Aristoteles. Het schilderij staat vol bekende namen, een beetje gelijk de cover van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club BandTerwijl Rafael met zijn schilderijen bezig is, is ook Michelangelo aan het werk in de Sixtijnse kapel. Michelangelo staat helemaal vooraan onderaan op dit schilderij voorgesteld als Heraclitus. Rafael schildert Michelangelo als een eenzaat, alleen, weg in zijn eigen gedachten. Slordig gekleed. Terwijl de andere figuren bijna allemaal een beweging in zich hebben, zit deze figuur er troosteloos bij, alsof hij moe is van een hele dag werk. Hij ziet er uit als een werkman en hoort niet tussen al die denkers. Oorspronkelijk stond deze figuur NIET op de fresco. Rafael kapte een stuk van het pleisterwerk weg om later Michelangelo toch toe te voegen. Werd daarmee de rivaliteit tussen beide kunstenaars beklonken?

Na 3 jaar schilderen is de eerste kamer klaar en Julius II is in extase. Het werk is monumentaal en subliem!

 

We hebben de periode 1510-1515 besproken voor wat het deel Rome en Julius II betreft. In het volgende deel van mijn introductie blijven we in deze tijdsband maar we verhuizen naar een andere locatie. We komen daarmee heel dicht bij het doel van de introductie: de onthulling van de zomertekening…Ik ben tegelijk al begonnen met de tekening, dus ik zit een beetje voor op wat je al kan lezen 😉

 

Rafael’20 (02): de start van een succesverhaal

We hadden Rafael achter gelaten ergens begin 1500 in Perugia. Begin 1500 (zo ergens 1504) staat hij klaar met zijn valiezen om de trein naar Firenze (ofte Florence) te nemen. Helaas…Dus nam hij maar een paard om de afstand af te leggen 😉 Maar voor hij vertrekt haalt hij nog snel een opdracht binnen voor Bernardino Ansidei. Allemaal OK maar klein probleemke, een paard, dat is een beetje gelijk een trein alleen een stuk stipter, dus dat wacht niet. De opdracht voor de Ansidei-kapel was niet klaar (of misschien zelfs niet eens begonnen) en werd pas in 1506 afgewerkt bij een terugkeer naar Perugia. Het werk op zich is belangrijk omdat het de periode van Perugia tot Perugia overbrugt. Dat Rafael zich (ook) door Perugino liet inspireren is wel duidelijk. Dat er echter veel meer en een boeiendere voorstelling van de scène ontstaat is ontegensprekelijk… Ik zet beide partijen naast mekaar ter vergelijking. Links een madonna die braafjes comfortabel in een relaxstoel zit en zowaar het midden houdt tussen een kerstboom en een lessenaar. Rechts een madonna die eigenlijk in een te smalle stoel stoel zit en daardoor iets naar voor schuift, een boek leest, links Johannes De Doper die niet naar zichzelf maar wel naar het centrale onderwerp wijst en daarbij een bevallig danspasje plaatst. Rechts van de madonna evenzeer een lessenaar maar deze is duidelijk een beetje verziend en zoekt het licht op om gemakkelijker te kunnen lezen.

Om maar te zeggen Rafael maakt vorderingen met wat hij leert. Hij pikt wel ideeën en thema’s (laat me gerust zeggen dat men in die tijd niet zo’n artistieke vrijheid had dan vandaag) maar maakt er wel het zijne van. En daarmee is het hoofd onderwerp van Rafael’s werken: Madonna’s met kind en portretten ineens ook besproken. Allez, ’t is goed, ‘k geef toe, ge krijgt toch maar een bloemlezing van enkele schilderijen (echtig waar gasten, op den duur hebt ge’t wel gehad met al die madonna’s…)

Een werk dat ik toch nog wil bespreken is het werk dat werd besteld door Atalanta Baglioni uit Perugia ter nagedachtenis van haar persoon…Of te misschien was het toch wel een beetje anders. Atalanta was de godmother van de familie en wanneer haar zoon besliste om de familie te vernietigen liet ze hem doden. Deze zet zou ze de rest van haar leven betreuren. Dus bestelt ze bij Rafael “een herinnering”. Maar daar moest nog een andere boodschap in verwerkt worden. De rivaliserende familie van Madalena Oddi bestelde eerder een altaarstuk bij Rafael en dat van haar mocht toch wel “een beetje” beter zijn dan dat van de Oddi’s. Het was tot dan de belangrijkste opdracht die Rafael had gekregen. De uitdaging was dan ook niet min. Als basis neemt hij een Perugino en tekent daar een eigen statische versie van. Maar hij moest beter doen. Dus zet hij beweging, dynamiek in zijn tekening. Het lichaam van Christus wordt niet langer vastgehouden, het wordt verplaatst. Tegelijk mixt hij de setting met wat hij bij Michelangelo heeft geleerd en er zijn wel gelijkenissen met de piëta. Door een raster over de tekening te zetten kan hij ze gemakkelijk vergroten. Na meer dan een jaar schetsen, kan het schilderen beginnen… meer weten via Wikipedia

En zo komen we in de periode van de pausen met als eerste paus Julius II. Allez, dat is eigenlijk niet echt correct want uit de vorige blog weten we dat er al viavia werk van Rafael tot bij de paus Alexander VI Borgia was gekomen. Dus strikt genomen was er al iets “pauselijks” geweest, maar laten we ons niet verliezen in details, we focussen op de grote episodes uit het leven van Rafael 😉

 

 

 

Rafael’20 (01): artistiek zomerproject

Met enige vertraging (de zomervakantie is al 3,5maanden 2 weken bezig) start ik mijn zomerblogs. Net als vorig jaar zal ik deze zomer over mijn grote (zomer) tekening vertellen. Dat zal een beetje over vanalles gaan want in tegenstelling tot de zomertekening van vorig jaar, moet ik deze keer al mijn informatie van het internet halen. En ik heb me nog niet echt verdiept in de schilder én – vooral – ik heb ook nog niets getekend…

Omdat we toch niet buiten mogen en het ook nog eens zozo is om ver te gaan reizen, neem ik jullie mee naar Italië in mijn favoriete periode: de renaissance. Op ongeveer 1400km van Vlaanderen ligt de prachtige stad Urbino. En in Urbino staat het geboortehuis van Rafael, Raffaëllo Sanzio, maar zeg gerust heilige Rafael of Raffaëllo Santi. Geboren op Goede Vrijdag om 3uur ’s morgens (volgens de legende) in 1483 ziet de jonge Rafael (bijna) het daglicht.

Urbino ligt op een heuvel en ondanks alles is het toch niet dé stad waar ge meteen een groot rockfestival ofzo zou gaan organiseren…Rafael zijn vader is de kunstschilder Giovanni Santi. Ondanks dat ik over zijn vader niet overdreven veel informatie kan vinden, is het wel duidelijk dat die man echt wel bedreven is in het schilderen. En dan meet ik mij niet aan één of andere Spaanse restaurateur, dan heb ik het over mensen met kennis van zaken. Rafael wordt, zoals het in die tijd wel meer voorviel, voorbestemd om de opvolger van zijn vader te worden (allez, zelfde verhaalke dan bij de Breugels, ge kent da wel…). En de jongen leert snel…om niet te zeggen: zeer snel! Hij bestudeert, analyseert de technieken van zijn vader, het hoe en waarom en neemt tegelijk ook de emoties en kracht dat een schilderij kan uitdrukken in zich op.

Maar het noodlot slaat toe en op zijn 11e sterft de vader van Rafael. In die tijd geen sinecure maar daarom niet altijd desastreus. Probleem was nog dat zijn moeder ook al 3 jaar eerder was overleden.

Enfin, we zijn dus 1494 en Rafael is op zijn 11e weeskind en dan wordt het voor een paar jaren geschiedkundig allemaal een beetje mistig. Rafael zou kunnen opgenomen zijn in een atelier van een naaste medewerker van zijn vader of hij zou meteen naar Perugia kunnen gegaan zijn om daar in het atelier van Pietro Perugino (allez, kwestie van u niet te vermoeien noemt ge uzelf gewoon naar de stad waar ge woont).

Belangrijk was vooral te weten dat Rafael zijn vader zo goed gekend/geconnecteerd was dat Rafael wel bij meerdere schilders in de leer ging en zodoende zich perfectioneerde in de basiscursus die hij van zijn vader had meegekregen. En ondertussen zat hij in Perugia en in Perugia…daar zou je wel al eens een festivalleke organiseren. Of toch niet. Want net als in meerdere grote Italiaanse steden op dat moment is er niet alleen onderlinge stadsconcurrentie maar vechten ook belangrijke families onder mekaar voor de macht over een stad. Dat gaat nogal redelijk letterlijk à la Romeo & Julia of ze doen het zoals een pauw door groots uit te pakken met hun rijkdom.

Maar – en dan zie je de verwarring al komen – hij bleef tegelijk ook verbonden met Urbino. Van daar uit kreeg hij zeker opdracht van ene Frederico da Montefeltro…En die kent ge natuurlijk…Toch? Die man met zijn stuk uit zijn neus?

Frederico was niet de eerste de beste. Een huurling met gevoel voor kunst, komt dat tegen… Het portret hiernaast is niet door Rafael maar wel door Piero della Francesca geschilderd.

Maar om zo een beetje de sfeer van de tijd op te snuiven moet je dit heerschap zijn Wikipediapagina maar eens lezen. Op het eerste zicht lijkt de renaissance de periode van Italiaanse voorspoed maar ge moet dan maar de korte biografie van mijnheer Frederico eens lezen en dan begrijp je meteen wat we verstaan onder “Zuiders temperament”.

We zijn in het eerste deel van onze zomertrip nu zo rond 1500 en in de volgende blog(s) vertel ik u meer over zijn leven, de tijdsgeest, hopelijk enkele sterke weetjes en vooral de tekening die ik ga maken. Ik sluit deze blog af met het paneel “Engel” dat cfr de boekhouding door Rafael zelf zou geschilderd zijn op 17-jarige leeftijd. Het was oorspronkelijk een altaarstuk dat helaas door een aardbeving deels is beschadigd en finaal in de handen van paus Pius VI. Er zitten duidelijk herkenbare elementen van het schilderwerk van zijn vader en Perugino in maar evenzeer veel persoonlijke toetsen van Raefel zelf. Als ik me goed geïnformeerd heb, wordt dit werk bewaard in de Pinacoteca Civica Tosio Martinengo van Brescia.

WIP: La Victoire naar Magritte (deel 5)

Omdat er woensdag geen Magritte te zien was, maak ik van deze blog ineens een “happy hour”. Het is tenslotte vrijdag voor iets 😉

In deze laatste blog zie je de finale fase van de tekening en ik zet ze speciaal ook samen zodat je met de pijltjes snel van de ene naar de andere kan en zodoende de verschillen kan ontdekken. Want ondanks dat het misschien niets lijkt zit er tussen beide tekeningen toch nog 2uur werk en die gaan voornamelijk op in details tekenen (zoals de planten), het weergeven van rondingen en hier en daar nog groenpartijen toevoegen.

Nog een paar wistjedatjes over dit schilderij. Magritte maakte verschillende versies van “La Victoire”. Deze versie werd geschilderd in 1939. Ik koos voor deze – denk ik – unieke versie omdat ze in privébezit is. Het origineel werd door Christies geveild op 3 februari 2003 voor 578.650 Britse pond ofte (vandaag) 654.788,21euro (just is just).

Laat ons dan toch maar concluderen dat wie dit schilderij ooit in het echt ziet een ferme gelukzak is. Wie mijn kopie op ware grootte (72,5×53,5cm) ziet is vooral ne goeie mens 🙂

Dus voila, doel gehaald: La Victoire van Magritte en hopelijk mag het dan ook de overwinning op corona wezen. De tekening is te koop. Mail me voor meer info.

WIP: La Victoire naar Magritte (deel 4)

Met een dagje tussen, is meteen ook het werk goed gevorderd. De onderste zandpartij is nu ingekleurd, de luchtpartij heeft extra diepte gekregen. Hierdoor krijg je nu ook de contouren van de wolk te zien.

Interessant om zien is dat ondanks het surrealistische gebeuren van de deur die een beetje nutteloos staat te wezen op het strand en dat er nu toch net toevallig een wolk door vliegt, is het feit dat de deur het zand onderaan wegduwt. Er komt zelfs een plant onder de deur te zitten. Welke planten het precies zijn kan ik niet uitmaken maar het platduwen van de plant door de deuropening geeft een interessante suggestie van beweging aan de deur en maakt de setting waarin de deur staat ook “echt”.

Het geheel krijgt nu echt vorm. De volgende fase wordt de wolk en nog wat verdieping in de diepte- en lichtaspecten. Morgen zie je hierover meer 🙂

WIP: La Victoire naar Magritte (deel 3)

Juij! Dag 3 en we gaan er op vooruit. Zie je de mooie”lapis lazuli”? Het prachtige blauw dat de oude schilderijen uit de renaissance zo herkenbaar maakt. Ik gebruikte het (goedkopere) blauw om de zee een diepblauwe gloed mee te geven.

Morgen is er geen Magritte-blog want dan is het woensdag en dan zijn er de kunstweetjes 😉

WIP: La Victoire naar Magritte (deel 2)

Na een paar uren schetsen gisteren stond alles klaar voor het serieuzere werk vandaag. Lat en tekendriehoek bij de hand en dan goed kijken naar het origineel waar al die reliëfs in de deur en de omlijsting naartoe leiden. En soms was dat – ondanks de schets – zelfs nog een beetje lijden want door het spel van licht en schaduw vervallen de lijnen in een suggestie.

Ik kon maar weer moeilijk stoppen en dus zie je (misschien) al een lichtblauwe zone bovenaan de tekening. De deurklink is duidelijk al geslaagd 🙂

De Max van Magda

Onze Max is een Kees. Onze tekening van Max is een kopie van een werk van Kees Van Dongen (1877- 1968)

Mijn man en ik hebben het genoegen om regelmatig bij Max en zijn gezin over de vloer te komen. En daar hing ze dan al een hele tijd. Hoe meer ik haar zag hoe mooier ik haar vond. Het is een krijttekening. Over de technische kant van de tekening kan Max beter zelf vertellen.

Het zijn vooral de warme kleuren die charmeerden…

En toen we enkele jaren geleden onze woonkamer in een moderner kleedje staken hebben we alles wat aan de muur hing naar het eerste verdiep gebracht en er is maar weinig terug naar beneden gekomen. De kopie van Le Coquelicot van Kees Van Dongen paste toen helemaal in het plaatje.

Onze vloertegels werden niet vervangen bij de make-over. Het zijn rode gebakken keramiektegels. Het oranje van de hoed past er perfect bij. En onze bezoekster kijkt door de venster naar onze tuin.

Binnen enkele maanden verhuizen we naar een kleinere woning. Zal onze tekening daar nog passen? Het wordt even spannend afwachten. Voor dit originele werk van Kees Van Dongen moet je naar het Museum of Fine Arts, Houston in de V.S.. We zijn super gelukkig met de kopie aan onze eigen muur.

 

 

Een momentje van rust :)

Een beetje rust. Dat gun ik mezelf de komende weken. Misschien zelfs maanden. Althans toch tot ergens maart want dan zal het seizoen weer terug losbarsten en volgen er sowieso weer momentjes buitenhuis. Het is sowieso mijn creatief jaar. Met een beetje geluk komt dat dan tegen 2021 in een expo. Zoals het altijd al geweest is, een jaartje creëren en een jaartje toeren 😉

Ik ben te veel bezig met meerdere projecten tegelijk en omdat ik toch wel voor deze projecten tijd nodig heb om ze te ontwikkelen, hou ik het een beetje kalmer aan wat het internetnieuws betreft. Als ik tussendoor wat teken (wat wel zal gebeuren) en het zijn, naast de projecten, “losse” tekeningen, dan maak ik er wel een berichtje van. Wie weet komt er nog eens een portretje tussenfietsen.

De jacht op alvast één model is alweer open, klik hier voor meer info

En als’t niet druk is met het creatieve luik, dan is er nog altijd het aandeel werk voor de inkomsten want ik mag wel meerdere dagen per week kunstenaar zijn, als de politiek instabiel blijft, dan vertaalt zich dat direct in het gebrek aan opdrachten. Al 9 maanden…

Om ook uw tijd een beetje te doden nog een tekening die je misschien niet hebt gezien toen ze de vorige weken bij Gust stond: De Blauwe Lotus. De tekening stond aan de bar, niet tussen de reeks tegen het raam in de voorste eetplaats. Het is een spielerei van het moment 🙂

Gelukkig nieuwjaar!

Het was kantje-boordje dat ik klaar geraakte met de nieuwjaarstekening. Geveld door een hardnekkige sinusite was het mij onmogelijk om over de tekening te buigen. De snelheid van werken heeft dan ook een beetje zijn effect op de kwaliteit van de tekening. Maar desalniettemin, bij deze een gelukkig nieuwjaar.

Hopelijk wordt dit jaar een jaar met veel meer begrip voor visieverschillen onder de mensen. Het baart me zorgen hoe snel en hoe hard de ene mens vandaag de andere uitscheldt wanneer die een andere gedachte heeft. Hoe het respect voor mekaars woord en argumenten verwatert. Hoe normen vervagen.

Voor mij zet ik daarom 2020 (en de jaren erna) helemaal in het kader van positiviteit in mijn kunst. Want ook in de kunst ervaar ik apathische beelden die weinig warmte kennen en het gevoel van samenhorigheid niet echt stimuleren. Met mijn expo’s hoop ik alvast aan te tonen dat “samen” een grotere meerwaarde is dan het ego of het persoonlijke gelijk. Weet dat nu juist in die verschillen onze sterktes liggen. Hoe saai zou het niet zijn mochten we allemaal gelijk zijn, allemaal ’t zelfde denken?

Dus lieve mensen viert 2020, viert het goed, amuseert ulder en vooral viert het samen. Kijk mee en geniet van de natuur, van het licht, van de schoonheid van de mens en alles wat we nog kunnen doen om dit een gezellige plaats om te leven van te maken.

 

365/365: salut 2019

YES! De kunstzinnige dodentocht gehaald! 365 tekeningen heb ik u geserveerd over 2019. Ik was dit jaar 20jaar (feitelijk iets langer, maar ik mik op publiek van enige betekenis) bezig en vandaar de 365 blogs. Ik mag hopen dat u heeft genoten van de 365 tekeningen en al die uitleg die ik er bij heb geschreven.

Ik kreeg inmiddels nog de vraag of ik nu niet in een zwart gat zal vallen, of ik nog een jaar kan doorgaan… Nee, ik zal niet vallen in een donker gat 😉 Wees gerust, ik heb nog veel verhalen te vertellen. En ik heb ook nog wel vele tekeningen die je niet hebt gezien. Dus bloggen komt er zeker nog wel van. De frequentie zal wel wat lager liggen maar de kwaliteit misschien wel wat hoger. Soms viel ik in herhaling of moest toch wel een beetje graven in het geheugen om nog iets origineels te kunnen schrijven. Tekeningen hebben niet altijd een diepere betekenis. Soms maak ik een tekening omdat ik aan iets denk of omdat ik zin heb om van iets wat ik zie een tekening te maken. Een beetje zoals Bart Peeters zingt over “brood voor morgenvroeg” zijn het soms tekeningen gegrepen uit het leven.

Deze laatste tekening van 2019 kruist Magritte en Hergé. Beide appels hangen aan mekaar net zoals de Janssens. Het meest opvallende verschil is hun snor, de ene is recht en de andere krult op aan de tipjes. Daaraan kan je ook de Janssens uit mekaar halen. De Janssens zijn feitelijk geen familie van mekaar. De schrijfwijze van hun namen is verschillend. Ze heetten in de allereerste vertalingen zelfs Peeters en Peters. Boeiend koppel politiemannen zou ik zo zeggen. Meer weten over de Janssens? Klik hier.

Gelukkig nieuwjaar!

 

361/365: Daumier: La Parade du Saltimbanque

De pasteltekening met contouren in houtskool is gemaakt naar La Parade du Saltimbanque van Daumier. Daumier is een kruising tussen een cartoonist en een kunstenaar. Soms zijn zijn beelden spottend, grappig soms erg mooi. Ik hou wel van de circustaferelen uit zijn werk. Deze is er zo eentje van.

Uitdaging

Deze tekening was voor mij een hele uitdaging. Daar waar ik doorgaans (bij covers) schilderijen teken, is dit een echte tekening. En voor het eerst word ik daarbij geconfronteerd met een rechtshandige versus een linkshandige tekenaar. De inkleuring bij Daumier is in een andere richting dan de mijne. Ik heb het op zijn linkshandige gedaan maar moest zo nu en dan toch mijn blad eens draaien.

Ook de kleuren waren een uitdaging. Het origineel papier is vergeeld met de tijd. De kleuren zijn vaal. Het mijne is natuurlijk wit en de kleuren zijn fris en helder. Ik heb er lang over gedaan om een papier te vinden dat niet vergeeld onder de zon. Nu heb ik er zo een en moet het kunstmatig vergelen. Het is bijna niet te zien op de foto omdat het fototoestel het overmatige geel weg filtert.

Het was een interessant en leerrijk project met veel diepte in de tekening. En een bittere ernst naast de grappige setting.

359/365: een ster

Op kerstdag is er altijd wel ergens een ster te zien. Een ster als wegwijzer of een persoon met een speciale betekenis.

Deze tekening is een kaartje dat ik speciaal heb gemaakt voor de geboorte van Stella. De leuke kleine ster. De tekening is (nog maar eens) gebaseerd op het Magritteschilderij  “La Valse hesitation”. Ik maakte er een warm nest voor de kleine appel van. Magritte maakte van het schilderij verschillende versies met bvb verschillend gekleurde maskers. Ik hou het op één unieke tekening 🙂

 

 

356/365: l’orange mécanique

hahaha…wel ja, ik vind deze zelf een beetje grappig. Al lang vind ik het Franse “orange mécanique” een fantastische woordcombinatie. Het heeft iets. Mysterie, intrige,…geheime gangen gaan open wanneer je het paswoord uitspreekt. Ze leiden naar de met kaarsen verlichte kelder waar een alchemist een oranje bol vol radertjes en veertjes in mekaar steekt. Wanneer hij je ziet gooit hij snel een doek over zijn werk. Hij wil je niet in zijn kelder. Met enkele vlotte bewegingen ben je betoverd en verlaat je de plek. Je wordt wakker op een kerkhof en weet begot niet hoe je daar ooit bent geraakt. Alles wat je ziet, wanneer je je ogen sluit, is een fel oranje bol die in je ogen brandt als de zon.

PS: “l’orange mécanique” was de Franse titel voor “A Clockwork Orange” van Stanley Kubrick (diene van 2001: a space odissey)