261/365: Tintin & bears

Omdat mijn Kuifje-tekeningen fragiel waren op papier maakte ik voor een school een reeks op spaanderplaat. Dan wel met krijt. Dit is eentje van die reeks. Een andere, met de Janssens duikend in een fata morgana, kreeg je al bij een eerdere blog te zien. Voor mensen die mij nog aanspreken over copyright: ik heb van Moulinsart de toestemming gekregen om deze tekeningen te maken.

252/365: a fake Van Dongen (2)

Ik had het al eerder over Van Dongen. Ik heb het niet voor kubisme en soort maar Van Dongen die heeft iets. Iets wat niet klopt maar dan weer iets gestileerd dat me aantrekt.

Hieronder mijn 2e Van Dongen uit de reeks “covers”

Bruegel – Kermis in Hoboken: informatiebronnen (18)

De blogreeks van de Bruegeltekening “Kermis in Hoboken” is voorbij. Met 17 verhalen uit de tekening hielp ik nogmaals vele lezers door de zomer en probeerde zodoende de komkommertijd een beetje boeiender te maken 😉  Net zoals bij de Toren van Babel – maar wel veel minder dan toen – heb ik studies gemaakt rond deze tekening van Bruegel. Sommige verhalen zijn veronderstellingen, frivole gedachten of projecteerde ik op hedendaagse gebeurtenissen. Ondanks dat de tekening zo’n 450jaar oud is, zie je nog steeds parallellen met kermissen buiten de grote steden. Dat de charme van deze kermissen aan het verdwijnen is, is een spijtige zaak maar het is ook het gevolg van de evolutie van onze moderne maatschappij. En dat mogen we op zich nog redelijk letterlijk nemen. Als we zien hoe steden groeien, hoe steden veranderen, en aan welke snelheden, dan kan het niet anders dan dat ook feestelijkheden evolueren. Zelf van Gent zijnde zie ik nog parallellen met grote kermismomenten als de Zwijntjeskermis of Zomerliefkermis waar dorpelingen mekaar ontmoeten, handel drijven, dansen, zingen en zich bezuipen tot het groot welzijn van de organisatoren.

Omdat ik bij deze tekening veel meer zelf informatie heb moeten opzoeken dan bij de Toren van Babel (waar ik voornamelijk kennis putte uit museumbezoeken en eigen bouwkundige kennis), verzamel ik alle referenties die ik heb geraadpleegd. Hieronder een overzicht van documenten en links naar informatie rond deze tekening, Bruegel en de tijd waarbinnen deze tekening is gemaakt.

hier de originele tekening van Bruegel, gemaakt in 1559 (zie datum en signatuur), daarnaast de ets die werd gemaakt naar de tekening (datum onbekend, ong 1560-1565?)

Nog even over de banner boven de taverne; finaal heb ik de puntjes die zichtbaar waren op de originele tekening overgenomen zoals ik ze kon zien. Ik heb dus de tekst niet aangepast naar de tekst op de ets of suggestief aangevuld met wat ik denk dat er zou kunnen staan. We laten het los en houden het mysterie. In het midden staat duidelijk “hoboken” te lezen. De rest is fantasie 😉

Ik wens zeker ook iedereen te bedanken die mee heeft gezocht naar het opschrift op de banier. Speciale dank aan prof.dr. Manfred Sellink en kunstkenner Jan Jacobs voor hun inbreng in de teksten.

https://www.sincfala.be/tentoonstellingen/tentoonstellingen-2007/185-2007-spelen-onderzoek-algemene-tussentijdse-resultaten
http://zoveelmeerhoboken.blogspot.com/2014/09/historische-sprokkels-de-kermis-van.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina
https://courtauld.ac.uk/?s=bruegel
http://sint-katelijne-waver-blogt.blogspot.com/2017/11/kermis-processies-ommegangen-beschreven.html
https://www.gravenhof.org/nl/event/59335/kermis-in-hoboken

Finaal hieronder mijn versie van de tekening van Bruegel. In hogere resolutie, je kan dus wel wat inzoomen. Ze is in het echt te zien op het Bruegelfeest “Herne Kunstelt” 14 & 15 september Dominicanessenklooster te Herne.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: Fleur de lis (17)

In de eerste blog had ik het over 2 mensen biddend voor een kleine kapel op de zijkant van de kerk. In deze slotscène wordt het geheel helemaal duidelijk. 2 pelgrims (?) gaan de herberg (?) binnen. Hun kledij laat er geen twijfel over bestaan; ze zijn onderweg op pelgrimstocht.

Naast de – alweer – prachtige details, de bouwvallige slaapplaats – met veel scheuren in de gevel – en een zoveelste ontlastende mens tegen de gevel, zie ik de “fleur de lis”, bijna als lichtreclame boven de deur op het bord verschijnen.

De fleur de lis staat al sinds jaar en dag symbool voor de Franse troon. Dat leidt tot een merkwaardigheid daar we inmiddels weten dat het Willem van Oranje was die Hoboken nog maar net verkocht had aan de Antwerpse gebroeders Melchior en Balthazar Schetz. Melchior Schetz, lid van een Duitse katholieke familie, was schatrijk geworden via koophandel en bankwereld. Het was de eerste heer die ook te Hoboken zou resideren, hij had er zijn kasteel schuin over de kerk. Dus van waar de herberg met een fleur de lis boven de deur?

 

Het is zeker dat deze fleur de lis geen toespeling op Compostella is. Ik zie ook nergens de pelgrimsschelp. Aan pelgrimstochten geen gebrek in de tijd van Bruegel. Denken we aan Scherpenheuvel, Halle, Oostakker,…En zo waren er nog wel honderden in de streek en de landen rondom ons.  De lelie zou wel in verband kunnen worden gebracht met Maria. De lelie is in de leer der emblemata een symbool van de maagd Maria, van zuiverheid en maagdelijkheid.
De Lis de France zou een fameuze onderhuidse prik naar de Spanjaarden, die onze contreien onder de knoet hielden. Eerst Keizer Karel, een zachte heerser die  in Gent geboren was en het Nederlands goed beheerste. Man van het volk, maar moegestreden door al zijn oorlogen, voornamelijk tegen de Engelsen en de Fransen, en in zijn overzeese gebieden. De man die de zon nooit zag nederdalen in zijn rijk. Opgevolgd dor zijn schlemiele, bloeddorstige zoon, Filips II, die nooit zijn neus hier gestoken had in Vlaanderen, geconditioneerd door de godsdienst en de inquisitie. Liet midden in Brussel de graven van Egmond en Hoorn, erg geliefd in Vlaanderen, om erg vage redenen onthoofden en stuurde in 1566 zijn troepen naar Antwerpen (de Spaanse Furie), om alle Hugenoten naar Amsterdam te jagen en daarmee de haven van Antwerpen (de grootste van Europa) te ontwrichten. Waardoor algemene armoede. Het zou kunnen dat men stiekem met “den Franschman wou heulen…. (met dank aan Jan voor deze inbreng)
De meest waarschijnlijke betekenis van de lelie op het bord boven de deur moeten we niet zo ver zoeken. Bruegel speelde wel met onderliggende betekenissen maar evengoed gewoon met feitelijke weergaven. Met dank aan prof. dr. Manfred Sellink weet ik u het volgende te vertellen: Hier gaat het eenvoudigweg om een uitspanning/herberg die iets heet als ‘In de (witte) lelie’ – populaire naam  voor herbergen/kroegen, etc. Je vindt zich nog steeds her en der. Nu ook nog hotel in Antwerpen met die naam.  Ook veelvuldig voorkomend als naam voor huizen die geen herberg zijn. Zo heette bv prentuitgeverij van Philips Galle – bevriend met Bruegel,  huisvriend van Plantijn, Ortelius en Cock – op zijn tweede locatie in Antwerpen vanaf de jaren ’80 ook ‘In de witte lelie’
Dus misschien is het toch een verwijzing maar in ieder geval houden we het er op dat het bord verwijst naar de naam de instelling.
Bij de tekening laat ik u de vorderingen zien van ruwe schets, over uitwerking van de tekening in potlood tot de versie in inkt. Op de achtergrond werk ik ook de mannen op het kerkhof uit (met een opvallend gedetailleerd kruisbeeld op een graf). Dit is dan meteen ook de laatste blog met een verhaaltje. Er volgt nog 1 blog met het totaalbeeld van de afgewerkte tekening en linken naar informatie die ik op het internet heb gevonden.

240/365: portret van een jonge dame

Regelmatig wanneer ik deze tekening toon krijg ik de vraag of het een Van Eyck is. Helaas, het is naar een schilderij van Petrus Christus. en dat is nu net wat ik telkens wil bereiken met mijn cover-tekeningen. Het zijn bekende kunstwerken maar niet die die in jouw spontane top 10 van favoriete kunstwerken komt te staan.

Het portret is van een (onbekende) jonge vrouw. Mijn versie kijkt iets minder bitchy dan het origineel maar ik vind dat niet erg. Het is dan ook “naar” en niet “een kopie”.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de kring (16)

Op de website van de heemkundige kring van Hoboken wordt gedacht aan een traditioneel lied: de Hobocken dans. Het zou best kunnen dat dit de dans was waarop deze mensen dansten. Op de ets van de Sint-Joriskermis wordt helemaal anders gedanst. Mannen zwaaien met zwaarden terwijl ze met een bepaalde ritmiek bewegen. Bij deze groep staat echter geen muzikant. Naast de kring op de kermis in Hoboken staan 2 muzikanten (en een 3e naast de inkom van de kroeg links).

Ik heb er zo’n 6uur over gedaan om dit tafereel na te tekenen. Het vraagt dus wel wat tijd om deze – op het eerste zicht – eenvoudig scène van 13x7cm na te tekenen. De verwering van de originele tekening speelt daar zeker een grote rol bij. Het is niet altijd duidelijk waar de lijnen naartoe gaan en ik probeer zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Maar terwijl ik zo aan het tekenen was, was ik zelf bezig met muziek in mijn hoofd. Telkens kwam ik terug naar “Les Flamandes” van Jacques Brel.  Waarom gedanst wordt rond de 2 figuren in de center van de kring blijft een mysterie. Zijn het de jarigen van de dag? Het is wel gekend dat Bruegel graag de kinderen centraal zet in zijn schilderijen/tekeningen. Zie daarvoor ook de scene met de zotskap, frontaal in beeld.

Dus voor wat mij betreft wordt hier gedanst op een doedelzakversie van Les Flamandes van Brel (kwestie van anachronismen te hebben)

Les Flamandes dansent sans rien dire
Sans rien dire aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans rien dire
Les Flamandes ça n’est pas causant
Si elles dansent, c’est parce qu’elles ont vingt ans
Et qu’à vingt ans il faut se fiancer
Se fiancer pour pouvoir se marier
Et se marier pour avoir des enfants
C’est ce que leur ont dit leurs parents
Le bedeau et même son Eminence
L’Archiprêtre qui prêche au couvent
Et c’est pour ça, et c’est pour ça qu’elles dansent
Les Flamandes, les Flamandes
Les Fla, les Fla, les Flamandes
Les Flamandes dansent sans frémir
Sans frémir aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans frémir
Les Flamandes ça n’est pas frémissant
Si elles dansent c’est parce qu’elles ont trente ans
Et qu’à trente ans il est bon de montrer
Que tout

239/365: place m’as-tu vu

Als ik op de baan ben heb ik altijd een klein stapeltje kaartjes mee. Dat is handig om uit te delen wanneer mijn tekenwerk ter sprake komt maar het is evengoed handig om op een rustig moment een tekening op te maken.

De brillendoos is de plek die brildragers altijd zoeken. Het is een grappige tegenstrijdigheid: met bril zien ze alles, zonder bril wordt het een stuk moeilijker. De brillendoos wordt (letterlijk) liefst graag gezien. Daarom is de brillendoos de ultieme place m’as-tu vu?