Bruegel 3: de imkers (2)

We gaan nog een beetje verder met streepjes trekken op de tekening. Allez, ’t is niet alleen streepjes trekken, het is ook de schets verder uittekenen en in-inkten.

Misschien zoek je naar het verschil met de vorige tussenstap en valt het niet zo meteen op omdat het vlak rechtsboven zo overheersend is. Bij deze is de voorgrond rechts onder uitgewerkt. De bijenkorf die op de grond ligt, de hoge grassen errond en de opvallende plant met grote bladeren centraal vooraan. Ik vraag me af welke plant dit wel zou kunnen zijn. Het doet mij denken aan een calla of een lepelplant maar daarvoor zijn de stengels van de bladeren te kort op de tekening. En het is ook niet echt een plant die je in het wild ziet. Laat staan in die tijd (de lepelplant komt oorspronkelijk uit het Amazonegebied). Strikt theoretisch is het wel mogelijk maar praktisch lijkt me dat onrealistisch. Tips zijn welkom 🙂

Naast het uitwerken van de voorgrond is ook de rechtse imker uitgewerkt. Het rieten masker en de pij (zie blog “0”) zijn nu wel duidelijk in beeld. Ik denk dat hij de bodem van de bijenkorf opent. Dat moest ik toch maar eens opzoeken: wat weten we eigenlijk over bijenkorven van rond 1500?

Lees verder

Bruegel 3: de imkers (1)

Tijdens het opzetten van een tekening neem ik zelden pauzes. Ik ben dan in volle concentratie en niemand mag mij storen. Dat weten ze hier in huis; wanneer vader op zijn atelier kruipt en ’t is om iets nieuw te beginnen, dan blijven we uit zijn buurt. Zeker wanneer het gedetailleerde werken betreft. De Bruegels kan je zonder twijfel onder die rubriek zetten. Ze zijn van een redelijk hoge complexiteit en vragen wel wat inspanning, focus om op te zetten. Ik vind persoonlijk Bosch nog complexer daarom dat ik er mij tot nu nog niet heb aan gewaagd. Al zou ik voor Tessa wel eens een kopie kunnen maken van die kruistocht die in het Gentse MSK hangt. Die lijkt me niet zo moeilijk, alleen erg veel zwart in de achtergrond wat met potlood moeilijk haalbaar is.

Maar dit om te zeggen dat ik dus de schets van “De imkers” heb opgezet. En al meteen een eerste weetje te vertellen: De naam van Bruegel en datum van het werk staan rechtsonder. De datum noteert: MDLXV en dat zou willen zeggen dat het werk is getekend in 1000+500+50+10+5 = 1565. Maar een stuk van de ets werd afgesneden waardoor men vermoed dat het ergens 1568 werd gemaakt. Ik zet er de naam en datum later nog wel op, dat is afwerking 😉

Omdat ik echt niet vertrouwd ben met etsen en tekenen met stiften, ben ik maar achteraan begonnen met testen hoe dat precies loopt met dat streepjes zetten en zo te komen tot grijswaarden. Jaaaa! Lap! ‘k heb het dus weer aan mijn rekker…Was ik totaal vergeten…Bruegel…rechtshandig…Van Hemel…linkshandig…dat wordt weer ondersteboven tekenen. Maar het lukt. Ik zal wel nog iets fijnere stiftjes moeten kopen om verder het fijne werk te kunnen maken.

Maar vooral belangrijk hier is wat we te zien krijgen: in de boom rechtsachter kruipt een man “de boom in” 😉 Herkennen we dat beeld niet van een ander schilderij uit hetzelfde jaar? Ik laat het aan u over om dat te beoordelen…

1 jaar

1 jaar geleden ging ik de Toren van Babel afleveren bij de koper van dit werk. Ik beloofde dat – eens corona achter de rug – ik zou terug komen voor een persoonlijke uitleg in alle veilige omstandigheden. Tot vandaag heb ik die persoonlijke uitleg nog niet kunnen geven. Ik stuurde een mailtje om te laten weten dat ik die belofte nog niet vergeten ben maar dat we nog even geduld moeten hebben.

En toen kreeg ik dit prachtige antwoord…

Hey Max,

Is het ondertussen al 1 jaar,

Tijd vliegt
Leven vertraagt
Kunst vergaat
niet als je ontdekt
Hoe mooi elk detail
Is uitgewerkt
Dus nog steeds gelukkig
Te mogen kijken
naar jouw creatie
Geboetseerd
Met Bloed, zweet en tranen
Elke dag opnieuw
Leven vertraagt
Door kunst
Met een gelaat.

Ps: bedankt voor de kijktip.
Wat mij betreft: INDRUKwekkend

Mvg, F.

Wil je graag het hele verhaal rond de tekening van deze toren en de massa’s vele details (her)lezen? Klik dan op deze link.

Bruegel 3: de imkers (0)

Ondanks de corona zijn het voor mij drukke tijden. Niet dat ik het aantal bestellingen niet meer kan tellen (I wish), ik ben volop bezig met de geplande expo voor juni te voorzien van nieuw werk. Ik teken nu aan 5 tekeningen tegelijk, 1 staat klaar om van zodra er tijd is te starten en 1 staat klaar om in te lijsten. Dus 7 tekeningen tegelijk. Dat is een redelijk record maar het geeft me meer en meer het gevoel dat dit de juiste weg is en dat er een soort van “productielijn” ontstaat. De vorige jaren (met de triptieken) werd feitelijk evenveel getekend in oppervlakte. Nu zijn het meer maar kleinere tekeningen, dus veel meer verhalen bij de expo 🙂

Eén van de lopende tekeningen is Bruegel 3: de Imkers. Een Bruegel waar ik zelf veel bewondering voor heb. Het is geen schilderij of tekening maar een ets. Dat wil eigenlijk zeggen dat het – in mijn ogen – geen Bruegel is maar wel een werk naar Bruegel. Al weet de doorsnee mens wel dat in de tijd van B. etsen de enige manier was om op grotere schaal tekeningen te gaan verspreiden. Door middel van de ets kon een tekening immers gedrukt worden. Dat was handig voor de verspreiding en dus ook voor de naambekendheid.

 

Maar wat ik zo bijzonder vind aan Lees verder

Toren van Babel: het geheim van de meester

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Ergens in november 2017 begon ik aan een kopie van de (grote) Toren van Babel door Pieter Bruegel de oude (origineel: Boijmans – Van Beuningen) . Het kleinere broertje van de versie van het grote schilderij dat in Wenen hangt. Ik blogde er over tot februari 2019. Daarna volgden nog een paar blogs over het vervolgluik van de toren en wedstrijden/expo’s van de Toren en zijn moderne versie. Er waren ook nog de blogs rond de kopie van tekening (niet de ets – ik zeg het nog maar eens – ) van Kermis in Hoboken door Bruegel met vooral grappige verhalen en het grote mysterie rond het vaandel van de herberg.

Kortom veel leesvoer voor wie houdt van Bruegel of/en van de Vlaamse schilders. In het lopende seizoen van de NPO-reeks “Het geheim van de meester” werd nu toch ook wel een kopie van de Toren van Babel gemaakt zeker! Althans, dat was het doel. Want in “Het geheim van de meester” leggen de makers van het programma zich de deadline op om binnen de 3 weken de kopie af te ronden. Dat vond ik wel een straffe uitdaging aangezien ik er meer dan een jaar over deed om een (groot) stuk van het schilderij na te tekenen en in te kleuren. Hoe zouden zij dat op 3 weken klaar krijgen? Daar was ik nu wel ’s benieuwd naar.

Ik ga het niet allemaal verklappen maar de aflevering is zeker een “must see”. Je ziet er niet alleen de – voor mij zeer herkenbare – frustratie van het detail maar er worden ook hier weer interessante technische details prijs gegeven. Daarnaast tonen ze een echte “tredmolen” waarvan er meerdere te zien zijn op het schilderij. En natuurlijk weerstaan ook hier de makers niet aan het tellen van figuurtjes. Ik telde ze niet, ik wist dat het er meer dan 1000 zouden zijn. Ik telde het aantal bootjes in de haven en kwam op 83 uit.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/23-02-2021/AT_2156611

Van Eyck (03): Portret van kardinaal Albergati

Veel en lang kan ik over dit portret niet vertellen. Veel geschiedenis zit er niet achter en qua complexiteit hebben we er al moeilijkere op de tafel gelegd 😉 Het origineel en mijn versie zijn ook maar een A3tje groot.

Ik ben blij met het resultaat en K. (het model) ook. Hieronder nog de versie zoals jullie deze nooit nog zullen zien. De randen zullen worden bijgesneden tot op het formaat van het originele schilderij. Ik zou ’s moeten uitzoeken of deze ook ooit is overgezet op doek (zie mijn kunstweetjes) maar ik had zo de indruk van niet. Al blijven de Van Eyck’s, net als de Bruegels erg fragiel. En zeker deze die op papier is gemaakt. Ik laat ‘m in de goede zorgen van mijn maat Hugo Martens die ‘m zal verkleven en inlijsten.

Van Eyck (02): Portret van kardinaal Albergati

Nu de schets er op staat is het (om het gemakkelijk te zeggen) “niet meer dan” inkleuren. Al is het inkleuren bij een Van Eyck (of eender welke Vlaamse primitief, was het nu Bruegel, Petrus Christus,…) nooit echt “vanzelfsprekend”.

Telkens ik zo’n inkleuren maak denk ik bij mezelf dat er toch wel heel wat improvisatie bij moet gekomen zijn. Zoals ik bij deze tekening een rood fleece-dekentje op mijn tekentafel heb liggen om naar de plooien, glooiingen en lichtinvallen te kijken, moet Van Eyck zeker wel “draperieën” – al dan niet in gordijnvorm – in zijn atelier hebben gehad. Sommige plooien kan je gerust uit je duim zuigen, wie zal het merken dat het niet echt is? Maar het moet wel kloppen natuurlijk 😛

Bij deze de kleurzettingen want die wil ik toch een beetje bijsturen (zie eerdere blog omtrent vernis). Als ik mijn laatste vorderingen zie, dan vind ik dat mijn versie wel “frisser” oogt dan het origineel. Niet dat ik me meet met Van Eyck, ik wil niet liever dan aantonen dat “klassiek” verre van “uit de mode” is 😉

Van Eyck (00): Portret van kardinaal Albergati

In de aankomende expo – (voorlopig) gepland voor juni 2021 – wil ik een eigen en eigentijdse versie van het “Portret van kardinaal Albergati” (Van Eyck) maken. Het wordt een mix van het originele schilderij met mijn eigen portret en eigen techniek. Ik ga mij niet avonturieren aan schilderen, laat staan aan olieverfschilderen.

Ter introductie een woordje over het “echte” schilderij van kardinaal Albergati.

In 1435 werd een vredesverdrag gesloten tussen Filips De Goede (Bourgondisch heerser over de Vlaanders ) en de koning van Frankrijk Karel VII in Atrecht (cfr Google is dit Arras). Dit verdrag maakte een einde aan de oorlog die was ontstaan nav de moord op Filips De Stoute. Maar geen akkoord of verdrag zo geldig als dat dat door God is verzegeld. Dus stuurde de paus een eigen bemiddelaar: kardinaal Niccolo Albergati, ambassadeur van de Heilige Stoel in Frankrijk (1422-1431). Van Eyck was ook op die gebeurtenis waarschijnlijk om een “fotoverslag” van de aanwezigen en de gebeurtenissen vast te leggen.

Dit portret werd waarschijnlijk niet op dat event geschilderd maar pas achteraf. Dat leiden we af uit de gedetailleerde studietekening die van dit schilderij bestaat. De tekening toont al lichtschakeringen, details in het gezicht,… Lees verder

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

Rafael ’20 (21): Toeters en bellen

De laatste in het grote blok aan personen en figuren op dit schilderij is nog een paard en nog een wezen dat blaast op een kinkhoorn.

Ik vind hier het tegengewicht met de centaur links interessant. De centaur (mens en paard in 1 figuur) verschilt hier doordat in het hoekje ook een paard en een mensachtige figuur voorkomt maar het zijn/lijken 2 aparte wezens. Het is mij niet duidelijk. Wat erg onwaarschijnlijk is, is dat het paard en de toeteraar 1 wezen zouden zijn. Rationeel gezien zou je nog kunnen stellen dat een centaur bekwaam is om op water te lopen maar met dat paard wordt het toch een beetje moeilijk. Maar het beest op zich geeft wel een dynamiek aan het beeld. Laat het paard weg en het wordt een stuk passiever: louter een wezen dat blaast op een kinkhoorn. Met het paard en vooral de expressie van het paard krijg je een beweging die er op duidt dat er iets spannends, misschien gevaarlijks, aan de hand is. Het ondersteunt ook het volume van het geluid van de toeter. Aan de ogen en de oren van het paard te zien weet het letterlijk van toeten en blazen 🙂

Voor wie niet echt weet wat een kinkhoorn is (behalve dan dat prachtige vakantieoord tussen Oostende en Middelkerke): een kinkhoorn ofte Buccinum undatum, ken je ook onder de naam karakolle of wulk. In de echte wereld zijn ze ergens tussen de 7 a 11cm maar in de sprookjes mogen ze best groter zijn 😉 Ondanks dat ze op bepaalde plaatsen/zeeën al niet meer voorkomt, is het geen bedreigde diersoort. We zullen het wel weten als ze helemaal uitgestorven is zeker?

Nog een beetje tekentechnische weetjes: het paard kreeg een basiskleur in krijt. Ik vond dat krijt veel beter het “gevoel” weergeeft van een paardenvel. Bij het wezen erachter (helemaal uitgevoerd in aquarelpotlood) is interessant om zien hoe de opbouw van een ruwe schets van het gezicht overgaat naar een concrete tekening en daarbij dan de inkleuring en het effect daarvan.

Rafael ’20 (20): Amor of Cupido?

Verwijzend naar het 123e stripverhaal van Suske & Wiske “De kadulle Cupido” met nummer 175 (want iedereen weet dat de eerste strip nummer 67 draagt, Hoe dat komt lees je hier) open ik deze blog rond het onderste engeltje in de club van 5 die op dit schilderij voor komen. Dit engeltje onderaan wordt gedacht Cupido (of dus ook Amor) te zijn. Maar eigenlijk is het Eros. Het verhaal van Galatea situeert zich immers in de Griekse mythologie en daarbij is Amor/Cupido het Romeinse equivalent van Eros uit de Griekse. Eros staat hier symbool voor de liefde tussen Acis en Galatea en wordt niet voor niets heel dicht geportretteerd bij de doodgebeten inktvis die de cycloop Polyphemus symboliseert – zie blog 19 -.

We zijn dus een week verder en veel voorsprong met het tekenwerk op de blogs kan ik helaas niet meer nemen. De tijd om de wezens op het schilderij af te werken is beduidend langer dan ik had gedacht en dus loop ik bijna niet meer uit op de blogs. Ik probeer toch nog een blogje per week af te werken en hoop ergens half oktober klaar te zijn met dit grote werk.

Maar dus Eros…een “goed in het vlees” zittend kind dat mij tijdens het tekenen de hele tijd deed denken aan een hermafrodiet. En daar wil ik het bij deze dus even met jullie over hebben. Want een hermafordiet dat komt wel voor bij dieren en planten maar erg weinig bij de mens. Al bestaan ze wel. Zo verdenk ik bvb Achnaton er van wel eens een hermafrodiet te zijn. Hermaphroditus was de zoon van Herman en Frida…HAHAHAHA…neen, maar bijna wel: Hermes en Aphrodite. Samengeraapt is dat dan Hermaphroditus. Een beetje gelijk Pieter-Paul of Jan-Bart maar dan zonder streepje.

Een hermafrodiet is een tweeslachtig persoon. Op het eerste zicht ziet die er uit als een vrouw maar zij/hij heeft ook fysiek mannelijke kenmerken/geslachtsdelen. Er hoeft geen tekening bij om te duiden dat deze dualiteit voor de persoon en voor de maatschappij (vroeger en vandaag) wel eens voor verwarring zorgt. Tot zelfs erg spannende plots ontstaan (klik hier maar eens). Nu goed, beelden van hermafrodieten heb je misschien al gezien in het Louvre, Galleria Borgese of ergens in Istanboel (ik dacht ook in Chantilly maar op den duur durf ik die musea ook wel eens met mekaar verwarren).

Het engeltje heeft niet alleen enige borstvorming maar ook wel de typisch kleinere mannelijke geslachtsdelen. Het zal wel niet zijn maar ik denk dat u het misschien wel met mij eens zal zijn wanneer u het figuurtje van dichterbij bekijkt. En indien niet, dan is het gewoon een kadul engeltje dat zich gaarne laat meeslepen door de dolfijnen van Galatea, op weg naar de liefde, op weg naar de goddelijkheid. Eros nam zo’n 12uur tekenen in beslag (inclusief de dolfijnstaart die nog niet afgewerkt was). Ook voor deze ben ik blij dat hij “af” is. Ik weet al waar ik aan toe ben voor de 3,5 andere engeltjes op het schilderij 😉

 

 

 

Rafael ’20 (19): dolfijnen

Eindelijk! Ik heb er lang naar uitgekeken om aan die dolfijnen te mogen beginnen. Ondanks dat het geen menselijke figuren betreft spelen ze wel een belangrijke rol in het beeld. En bij mijn opzoekingen had ik al een en ander gevonden over die dolfijnen…

Dat 2 dolfijnachtigen de schelp van Galatea trekken dat is wel duidelijk. Dat zie je zo. Maar die dolfijnen hebben nog een andere, symbolische, rol. Anatomisch gezien zijn het geen aangename dolfijnen, daar zijn we ’t wel over eens. De typische glimlach die we bij dolfijnen altijd zo charmant vinden, vinden we hier niet terug. Rafael geeft er zelfs nog een extra minder sympathiek kantje aan door – net zoals we dat bij paarden kennen – de tanden te laten zien. Maar dolfijnen hebben helemaal zo geen griezelige tanden. In tegendeel. De tanden van dolfijnen zijn nogal gelijk van vorm (ze verschillen wel in richting en grootte) en lijken nog het meest op een reeks hoektanden. Dit terwijl het er op lijkt dat in het schilderij deze dolfijnen zelfs maaltanden hebben. Niet goed bestudeerd door de schilder dus. Enfin, in het algemeen niet want ik contacteerde verschillende dolfinarium.nl en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen met de vraag of ze mij konden zeggen welk soort dolfijn dit is maar ze wisten het ook niet. Jan Haelters (KBIvN) wist wel dit interessant verhaal te vertellen:

Dit is een moeilijke: de soorten die in aanmerking komen zijn tuimelaar, gewone dolfijn en gestreepte dolfijn: dat zijn de meest algemeen voorkomende soorten in de Middellandse Zee. De tekening komt echter niet overeen met een dolfijnensoort: er zijn te veel fouten in de anatomie:

  • De snuit van de dieren is vreemd, en komt absoluut niet overeen met de normale vorm van de snuit van dolfijnen (de neusgaten zitten natuurlijk daar niet).
  • Ook de “lippen” op de tekening zijn vreemd.
  • De ogen lijken niet op de ogen van een dolfijn.
  • De vinnen zijn helemaal verkeerd.

Soit, als je er toch een soort moet op kleven: tuimelaar, de meest sociale dolfijn naar de mens toe, en de soort met het minst aantal tanden van de 3 (cfr de tekening), en grijs vanboven, bleek vanonder.

De snuit van de dolfijnen op de tekening lijkt verdacht veel op de (eenden)snuit van de dolfijnen zoals afgebeeld te Knossos, Kreta, uit de Minoïsche cultuur – misschien heeft men hier inspiratie gehaald. Ook hier is het niet duidelijk welke soort het betreft: het is ontsproten aan de vrijheid van de kunstenaar.

Toch hebben deze “dolfijnen” dus een belangrijke symbolische betekenis. De linkse dolfijn heeft namelijk een inktvis in de muil. En die inktvis verwijst naar het hele conflict met en de overwinning op de cycloop. Namelijk: een inktvis die kan nog ferm bijten nadat hij zelfs al dood is. Daarom slaan dolfijnen, wanneer ze een inktvis hebben gevangen, de inktvis lang en meerdere keren op het oppervlaktewater om hem daarna te kunnen opeten. Wil je daar meer over weten, dan moet je zeker dit artikel ’s lezen.

Dikke merci aan Jan Haelters voor de input 🙂

 

Rafael ’20 (18): de hand van God

Neeneeneeneeneeee…ik heb het niet over Maradonna en ook niet over voetbal 😉

Misschien had je’t al gezien in blog 17 uit deze reeks maar ik heb de linkerarm van Galatea ook afgewerkt. Die had ik eerder niet gedaan omwille van het kleurverschil tussen haar beide armen en ik dus eerst wou nagaan hoe de verhoudingen zouden vorderen. Maar nu is de arm helemaal klaar. Ik maakt ook een hernieuwde aanzet tot de dolfijnen. De loshangende resten van de riemen zijn ook uitgewerkt al zal ik ze later zeker nog eens moeten overdoen om ze te “verfrissen” nadat het water op de achtergrond is ingekleurd.

Maar weet je wat mij opvalt bij die handen van Galatea? Ten eerste het gebrek aan kracht. Terwijl overal de spieren van het scherm spatten, zijn haar vingers – die de teugels van de dolfijnen vast houden – wel erg ontspannen om zoveel kracht op te vangen. Ik ken niemand die een paard in toom houdt met z’n wijsvingers…Toch?

En dan is er ook nog de vorm, de houding van de vingers…Moet je eens op letten… Opvallend hoe ze lijken op die vingers uit het andere schilderij uit de Sixtijnse kapel…Beide handen verwijzen precies naar die andere 2 handen die het teken van leven (God schenkt Adam het leven) terwijl dit schilderij helemaal gaat over “het nieuwe leven” van Galatea. Dat kan geen toeval meer zijn. Adam en God zijn wel 2 jaar ouder (1512) dan dit schilderij (1514).

Rafael ’20 (17): c’est l’amour

Een paar blogs overgeslagen. Niet dat ik niet heb getekend, er viel gewoon even niets of toch niets interessants te vertellen. Behalve dat er weer zo’n 10a15uren verstreken zijn.

Wat zijn de nieuwe verschillen in een notendop?

Een nieuwe nereïde komt in beeld. Ze zit op de centaur/pegasusachtige. Met prachtige goudgele haren wapperend in de wind houdt ze zich vast met de arm over de schouder van de centaur.

De centaur is afgewerkt. Dat was wel een hele klus. Alleen aan het paardendeel van die figuur heb ik toch wel zo’n 6uur gewerkt. Al ben ik wel tevreden over het resultaat het was niet evident. Net zoals de andere figuren is ook deze centaur getorst om zijn ruggegraat. Maar omdat het bij deze minder mogelijk is dan bij de andere figuren (door de nereïde op zijn rug?) draait Rafael het gezicht en in het bijzonder de ogen zo sterk dat het bijna pijnlijk wordt om naar te kijken.

Merkwaardig daarbij is dat de centaur alle contact verliest met de andere figuren. Stel dat hij naar de nereïde had gekeken dan was dat op zijn minst een heel interessant en spannend beeld geweest. Want net dan zou het contrast tussen de nereïde links, die wel lijkt te vechten met Triton, en deze nereïde niet groter kunnen zijn. Nereïden zijn volgens het verhaal voorzien heel bleke huid en dat kan je niet echt zeggen van de nereïde rechts. Ze is erg roze van huid en haar blik, de omhelzing van de centaur laat er weinig twijfel over bestaan hoe de verhouding tussen die twee wel zit. De centaur daarentegen kijkt boven de nereïde uit. Alsof hij naar een putti (een engeltje uit het bovenste deel van het paneel) wil kijken maar ook dat is niet het geval. Hij kijkt naar (n)ergens en lijkt een beetje bevreesd. Tenzij hij bang is dat zijn bladerenhaar in de war zou geraken door de blonde lokken van de nereïde. Dat zou nog wel eens een uitleg kunnen zijn 😉

Opvallend is dat de centaur dus ook vleugels heeft. Was het de bedoeling dat hij hiermee gemakkelijker over de zee kon lopen?

31

Rafael ’20 (16): een beetje Papagueno

Triton laat ik even links liggen, hij is niet “af”, zijn vissenstaart moet er nog bij maar ik vrees een beetje dat als ik me daar in verdiep dat wel ’s effect zou kunnen hebben op de kleuren van de andere figuren op het canvas.

Volgens een verwarrende uitleg uit Wikipedia zou Triton over het water rijden met paarden en zeemonsters en blies op de kinkhoorn om de golven te bedaren. Wat mij nu niet duidelijk is, is of de 3 andere mannelijke figuren dan wel andere interpretaties zijn van Triton (een beetje als een stripverhaal), of het zijn broers zijn of andere figuren. Wikipedia geeft 2 namen van zussen van Triton en spreekt van 3 broers maar geeft geen namen van de broers. Ik vind ze ook niet op het internet.

Ik ben dus begonnen aan 1 van de 3 mannelijke achtergrondfiguren en in 2 dagen heb ik die ook afgewerkt. Voor zover ik het met zekerheid kan zeggen is dit de eerste figuur die ik ook als helemaal afgewerkt bezie. De andere figuren zal ik achteraf nog wel een finishing touch geven maar deze lijkt me helemaal afgewerkt. Wat valt op bij deze figuur? Vooreerst zijn rode hoofd: het lijkt bijna of hij aan het blazen is op een hoorn/trompet die verstopt zit. Mij doet het denken aan zo van die momenten waar je voor de kinderen een lange worst-ballon opblaast en er bijna meer lucht uit uw gat komt dan uit uw mond 🙂 De donkerdere kleur maakt wel duidelijk dat er (letterlijk) met veel getoeter wordt gevierd.

Daarnaast valt ook hier de dynamiek van de figuur op. Hij is niet zo getorst rond zijn as zoals de andere figuren en als typisch voor de hoog renaissance. De dynamiek komt uit (alweer) de kleur van zijn hoofd, de gespannen spieren maar domweg ook het geslacht van de figuur. De dynamiek toont dat de fluit de beweging van de hoorn niet volgt en dat duidt op een “vertraging” ofte dus het bovenlichaam beweegt sneller dan het onderlichaam kan volgen. En dan zou je kunnen zeggen: “maar zijn benen staan dan wel weer goed”. Dat klopt ook. De figuur staat oorspronkelijk zijwaards zoals je hier kan zien. Zijn bovenlichaam komt daarbij van een frontale positie (hij heeft u zojuist betoeterd) en draait nu door naar de positie waar hij oorspronkelijk uit is gekomen. Vandaar dat hij in eerste instantie niet lijkt te zijn bewogen. Echter mocht dat het geval zijn, dan zou hij er geen enkel belang bij hebben om zijn benen te spreiden. Het zou eenvoudiger zijn om dan stokstijf en recht zijwaarts te toeteren. De blauwe Peter Pan-“dingen” op de billen van de figuur zijn wat belachelijk, het doet me een beetje denken aan Papagueno 😉

Teaser: onder deze figuur geef ik een aanzet tot de dolfijnen maar die volgen later nog wel.

Rafael ’20 (15): Spieren van Arnold

Normaal zet ik eerst de tekst en dan de foto’s maar nu eens omgekeerd en dat heeft een goede reden. De vorige blog sloot ik af met een aanzet tot Triton. Hij heeft duidelijk de donkerste huid van alle figuren op het schilderij. Zo bleek als de zeenimf is, zoveel donkerer is Triton tov Galatea. Maar – zie ook vorige blog – het hield me al een tijdje bezig dat onze beide dames er behoorlijk “gespierd” uit zien. Ze deden me meermaals denken aan de schilderijen van de vrouwen van Michelangelo. Het valt toch wel op dat Rafael en Michelangelo mekaar hebben gekend en beïnvloed. Al zijn de vrouwen bij Rafael (gelukkig) nog vrouwelijk terwijl je bij Michelangelo daar bij momenten wel zou gaan aan twijfelen.

De zeenimf is voorlopig afgewerkt. Daar blijf ik af tot ik verder in het beeld kom. Triton op het menu. En dan moet je eens kijken hoe ik de tekenstijl heb aangepast (zie detail van de arm). Hij is veel ruwer dan ik normaal teken. Ik begin me meer en meer in de snelle – ik wil er rap vanaf zijn – “virtuose” (het moeilijke woord dat “kenners” graag gebruiken) stijl van Rafael in te leven. Hoe meer ik vorder hoe meer is slordigheden in het schilderij ontdek. Dingen die je eigenlijk niet verwacht van een Rafael. Zo is op het origineel de structuurlijn van de kin van Triton nog helemaal te zien, iets wat helemaal niet logisch is bij zo’n behaarde man (of is het nog de curve van het lichaam van de zeenimf?). Het niet ingekleurde blad links boven aan zijn hoofd, lijnen die tot niets leiden,…slordig. Maar ook in de verfstreken merk je duidelijk dat hij snelheid wil halen.

Maar de snelheid heeft ook zijn charme. Het is als een viool gebruiken bij rockmuziek. Iets als Music van John Miles.

De zwier waarmee je verfstrepen zet, dan kan je niet met kleurpotloden. Dat kan je wel met krijt. Dat is plezant. Maar goed, het is een interessante oefening om de “strepen” van de verfborstel in de potloodtekening te krijgen. En terwijl ik teken, smul ik van de lessen anatomie en droom een beetje weg naar de films van Conan of Terminator…