307/365: 1948

Het Bruegeljaar was bijzonder inspirerend. De kopie van de toren van Babel was als eerste klaar. Aansluitend maakte ik een eigen versie van de toren. De toren die (voor mij) staat voor het verderf van de mens, het gebrek aan samenhorigheid en teamgeest. In schetsen maakte ik “de zwarte toren” eerst in grafietpotlood maar achteraf testte ik of kleur het effect dat ik wou bereiken zou versterken. Dat bleek niet zo te zijn en aldus werd de definitieve versie een donker-zwarte toren met links onderaan een verwijzing naar Bruegel’s magere jagers in de sneeuw.

De verwijzing op de ICU als firmanaam bovenaan op de toren verwijst naar “Big Brother” uit het bekende “1948” van Orwell.

Bruegel – Kermis in Hoboken: informatiebronnen (18)

De blogreeks van de Bruegeltekening “Kermis in Hoboken” is voorbij. Met 17 verhalen uit de tekening hielp ik nogmaals vele lezers door de zomer en probeerde zodoende de komkommertijd een beetje boeiender te maken 😉  Net zoals bij de Toren van Babel – maar wel veel minder dan toen – heb ik studies gemaakt rond deze tekening van Bruegel. Sommige verhalen zijn veronderstellingen, frivole gedachten of projecteerde ik op hedendaagse gebeurtenissen. Ondanks dat de tekening zo’n 450jaar oud is, zie je nog steeds parallellen met kermissen buiten de grote steden. Dat de charme van deze kermissen aan het verdwijnen is, is een spijtige zaak maar het is ook het gevolg van de evolutie van onze moderne maatschappij. En dat mogen we op zich nog redelijk letterlijk nemen. Als we zien hoe steden groeien, hoe steden veranderen, en aan welke snelheden, dan kan het niet anders dan dat ook feestelijkheden evolueren. Zelf van Gent zijnde zie ik nog parallellen met grote kermismomenten als de Zwijntjeskermis of Zomerliefkermis waar dorpelingen mekaar ontmoeten, handel drijven, dansen, zingen en zich bezuipen tot het groot welzijn van de organisatoren.

Omdat ik bij deze tekening veel meer zelf informatie heb moeten opzoeken dan bij de Toren van Babel (waar ik voornamelijk kennis putte uit museumbezoeken en eigen bouwkundige kennis), verzamel ik alle referenties die ik heb geraadpleegd. Hieronder een overzicht van documenten en links naar informatie rond deze tekening, Bruegel en de tijd waarbinnen deze tekening is gemaakt.

hier de originele tekening van Bruegel, gemaakt in 1559 (zie datum en signatuur), daarnaast de ets die werd gemaakt naar de tekening (datum onbekend, ong 1560-1565?)

Nog even over de banner boven de taverne; finaal heb ik de puntjes die zichtbaar waren op de originele tekening overgenomen zoals ik ze kon zien. Ik heb dus de tekst niet aangepast naar de tekst op de ets of suggestief aangevuld met wat ik denk dat er zou kunnen staan. We laten het los en houden het mysterie. In het midden staat duidelijk “hoboken” te lezen. De rest is fantasie 😉

Ik wens zeker ook iedereen te bedanken die mee heeft gezocht naar het opschrift op de banier. Speciale dank aan prof.dr. Manfred Sellink en kunstkenner Jan Jacobs voor hun inbreng in de teksten.

https://www.sincfala.be/tentoonstellingen/tentoonstellingen-2007/185-2007-spelen-onderzoek-algemene-tussentijdse-resultaten
http://zoveelmeerhoboken.blogspot.com/2014/09/historische-sprokkels-de-kermis-van.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina
https://courtauld.ac.uk/?s=bruegel
http://sint-katelijne-waver-blogt.blogspot.com/2017/11/kermis-processies-ommegangen-beschreven.html
https://www.gravenhof.org/nl/event/59335/kermis-in-hoboken

Finaal hieronder mijn versie van de tekening van Bruegel. In hogere resolutie, je kan dus wel wat inzoomen. Ze is in het echt te zien op het Bruegelfeest “Herne Kunstelt” 14 & 15 september Dominicanessenklooster te Herne.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: Fleur de lis (17)

In de eerste blog had ik het over 2 mensen biddend voor een kleine kapel op de zijkant van de kerk. In deze slotscène wordt het geheel helemaal duidelijk. 2 pelgrims (?) gaan de herberg (?) binnen. Hun kledij laat er geen twijfel over bestaan; ze zijn onderweg op pelgrimstocht.

Naast de – alweer – prachtige details, de bouwvallige slaapplaats – met veel scheuren in de gevel – en een zoveelste ontlastende mens tegen de gevel, zie ik de “fleur de lis”, bijna als lichtreclame boven de deur op het bord verschijnen.

De fleur de lis staat al sinds jaar en dag symbool voor de Franse troon. Dat leidt tot een merkwaardigheid daar we inmiddels weten dat het Willem van Oranje was die Hoboken nog maar net verkocht had aan de Antwerpse gebroeders Melchior en Balthazar Schetz. Melchior Schetz, lid van een Duitse katholieke familie, was schatrijk geworden via koophandel en bankwereld. Het was de eerste heer die ook te Hoboken zou resideren, hij had er zijn kasteel schuin over de kerk. Dus van waar de herberg met een fleur de lis boven de deur?

 

Het is zeker dat deze fleur de lis geen toespeling op Compostella is. Ik zie ook nergens de pelgrimsschelp. Aan pelgrimstochten geen gebrek in de tijd van Bruegel. Denken we aan Scherpenheuvel, Halle, Oostakker,…En zo waren er nog wel honderden in de streek en de landen rondom ons.  De lelie zou wel in verband kunnen worden gebracht met Maria. De lelie is in de leer der emblemata een symbool van de maagd Maria, van zuiverheid en maagdelijkheid.
De Lis de France zou een fameuze onderhuidse prik naar de Spanjaarden, die onze contreien onder de knoet hielden. Eerst Keizer Karel, een zachte heerser die  in Gent geboren was en het Nederlands goed beheerste. Man van het volk, maar moegestreden door al zijn oorlogen, voornamelijk tegen de Engelsen en de Fransen, en in zijn overzeese gebieden. De man die de zon nooit zag nederdalen in zijn rijk. Opgevolgd dor zijn schlemiele, bloeddorstige zoon, Filips II, die nooit zijn neus hier gestoken had in Vlaanderen, geconditioneerd door de godsdienst en de inquisitie. Liet midden in Brussel de graven van Egmond en Hoorn, erg geliefd in Vlaanderen, om erg vage redenen onthoofden en stuurde in 1566 zijn troepen naar Antwerpen (de Spaanse Furie), om alle Hugenoten naar Amsterdam te jagen en daarmee de haven van Antwerpen (de grootste van Europa) te ontwrichten. Waardoor algemene armoede. Het zou kunnen dat men stiekem met “den Franschman wou heulen…. (met dank aan Jan voor deze inbreng)
De meest waarschijnlijke betekenis van de lelie op het bord boven de deur moeten we niet zo ver zoeken. Bruegel speelde wel met onderliggende betekenissen maar evengoed gewoon met feitelijke weergaven. Met dank aan prof. dr. Manfred Sellink weet ik u het volgende te vertellen: Hier gaat het eenvoudigweg om een uitspanning/herberg die iets heet als ‘In de (witte) lelie’ – populaire naam  voor herbergen/kroegen, etc. Je vindt zich nog steeds her en der. Nu ook nog hotel in Antwerpen met die naam.  Ook veelvuldig voorkomend als naam voor huizen die geen herberg zijn. Zo heette bv prentuitgeverij van Philips Galle – bevriend met Bruegel,  huisvriend van Plantijn, Ortelius en Cock – op zijn tweede locatie in Antwerpen vanaf de jaren ’80 ook ‘In de witte lelie’
Dus misschien is het toch een verwijzing maar in ieder geval houden we het er op dat het bord verwijst naar de naam de instelling.
Bij de tekening laat ik u de vorderingen zien van ruwe schets, over uitwerking van de tekening in potlood tot de versie in inkt. Op de achtergrond werk ik ook de mannen op het kerkhof uit (met een opvallend gedetailleerd kruisbeeld op een graf). Dit is dan meteen ook de laatste blog met een verhaaltje. Er volgt nog 1 blog met het totaalbeeld van de afgewerkte tekening en linken naar informatie die ik op het internet heb gevonden.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de kring (16)

Op de website van de heemkundige kring van Hoboken wordt gedacht aan een traditioneel lied: de Hobocken dans. Het zou best kunnen dat dit de dans was waarop deze mensen dansten. Op de ets van de Sint-Joriskermis wordt helemaal anders gedanst. Mannen zwaaien met zwaarden terwijl ze met een bepaalde ritmiek bewegen. Bij deze groep staat echter geen muzikant. Naast de kring op de kermis in Hoboken staan 2 muzikanten (en een 3e naast de inkom van de kroeg links).

Ik heb er zo’n 6uur over gedaan om dit tafereel na te tekenen. Het vraagt dus wel wat tijd om deze – op het eerste zicht – eenvoudig scène van 13x7cm na te tekenen. De verwering van de originele tekening speelt daar zeker een grote rol bij. Het is niet altijd duidelijk waar de lijnen naartoe gaan en ik probeer zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Maar terwijl ik zo aan het tekenen was, was ik zelf bezig met muziek in mijn hoofd. Telkens kwam ik terug naar “Les Flamandes” van Jacques Brel.  Waarom gedanst wordt rond de 2 figuren in de center van de kring blijft een mysterie. Zijn het de jarigen van de dag? Het is wel gekend dat Bruegel graag de kinderen centraal zet in zijn schilderijen/tekeningen. Zie daarvoor ook de scene met de zotskap, frontaal in beeld.

Dus voor wat mij betreft wordt hier gedanst op een doedelzakversie van Les Flamandes van Brel (kwestie van anachronismen te hebben)

Les Flamandes dansent sans rien dire
Sans rien dire aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans rien dire
Les Flamandes ça n’est pas causant
Si elles dansent, c’est parce qu’elles ont vingt ans
Et qu’à vingt ans il faut se fiancer
Se fiancer pour pouvoir se marier
Et se marier pour avoir des enfants
C’est ce que leur ont dit leurs parents
Le bedeau et même son Eminence
L’Archiprêtre qui prêche au couvent
Et c’est pour ça, et c’est pour ça qu’elles dansent
Les Flamandes, les Flamandes
Les Fla, les Fla, les Flamandes
Les Flamandes dansent sans frémir
Sans frémir aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans frémir
Les Flamandes ça n’est pas frémissant
Si elles dansent c’est parce qu’elles ont trente ans
Et qu’à trente ans il est bon de montrer
Que tout

Bruegel – Kermis in Hoboken: de homo’s (15)

Make love not war! Ik kan niet begrijpen waarom geloofsovertuigingen het zo hebben tegen homofilie. Onder het mom van “het is niet natuurlijk” worden homo’s gebashed, uitgescholden, mishandeld, vermoord. Voor die mensen heb ik alvast de boodschap dat met de auto rijden ook niet natuurlijk is én dat voorbehoedsmiddelen dat ook niet zijn (tot zover de technische repliek). Maar voor alles vind ik dat homo’s (en lesbo’s) voor mijn part gerust hun gang mogen gaan. Ze doen niemand kwaad, integendeel, het zijn mensen die van mekaar houden. Steek beter de energie in de haat uit de wereld te halen voor ge helemaal op een Facebookprotocol begin te lijken…

Dit gezegd zijnde kom ik terug naar de tekening van Bruegel. Op het bankje van de jury van de schietwedstrijd zitten 2 mannen toch wel erg dicht bij mekaar. Waar de rechtse zijn hand precies naartoe gaat is mij niet duidelijk maar mijn hand komt feitelijk niet bij iemand zo terecht zonder dat het mijn lief is. Bruegel kennende weten we dat hij graag kritiek geeft op dingen waar hij of het volk niet akkoord mee gaat (zie eerder het decreet tegen meerdere kermissen). We schrijven het Godsjaar 1559 en wat vind ik dan via Wikipedia:

In Engeland werd sodomie verboden in de zogeheten Buggery Act van 1533, die door koning Hendrik VIII werd uitgevaardigd. Wie schuldig werd bevonden kon worden terechtgesteld door middel van ophanging en al zijn bezittingen konden worden geconfisqueerd. Hendrik VIII liet op basis van deze wet katholieke kloosterlingen terechtstellen en eigende zich hun kloostergoederen toe, vergelijkbaar met de manier waarop in de 14e eeuw de Tempelorde werd geliquideerd.[23] In Frankrijk werden sodomieten bij de eerste keer veroordeeld tot verlies van de testikels, bij de tweede keer tot verlies van het geslachtsdeel en bij de derde keer tot de dood door verbranding. Naar schatting werden tussen 1540 en 1700 in Europa zo’n 1600 mensen wegens sodomie veroordeeld.[24]

Jakkes! 1600 mensen veroordeeld. En dat zijn dan allicht enkel nog diegene die gedocumenteerd werden…

Enfin, ik zie hierin een gebaar van innige vriendschap tussen die twee mannen. Ik laat hen verder genieten van waar ze mee bezig zijn. Zo zitten vlak naast een kakhoek kan sowieso niet echt erg gezellig zijn 😛

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: Putteke – balleke (14)

Veel traditionele kinderspelen, die al gespeeld werden in de tijd van Pieter Bruegel, werden nog gespeeld in de eerste helft van de 20ste eeuw (en soms zelfs tot na WOII). Vele daarvan zijn nu echter nog amper gekend. Voorbeelden hiervan zijn spelletjes zoals ‘meetje schieten’, ‘putteke-balleke’ en ‘bok-sta-vast’.

Het verdwijnen van deze kinderspelen werd echter voor een deel gecompenseerd door het verschijnen van verscheidene nieuwe balspelen zoals ‘Chinese voetbal’ en ‘jagerbal’ en door het verzinnen van nieuwe nabootsingsspelen zoals bijvoorbeeld ‘moordenaartje’ en het ‘standbeeldspel’.

Het spel kan je ook zien op het schilderij “kinderspelen” in een hoek rechts

In deze tekening slechts 1 putteke met meerdere spelers. Ik heb gezocht maar kon geen spelregels vinden. Raar daar ik dus wel vind dat het spel tot zeker WOII werd gespeeld. Oudere mensen zouden het wel moeten kennen. Ik vermoed dat het spel vergelijkbaar is met petanque. Je maakt een kuiltje in de grond en probeert met een notendop (op de tekening lijken het eieren) er in te gooien of er zo dicht mogelijk bij. Dit kinderspel wordt hier niet door kinderen gespeeld. Maakt Bruegel daarmee duidelijk dat deze kermis feitelijk geen terrein is voor kinderen? Dat zou meteen ook kunnen uitleggen waarom de 2 kinderen centraal onderaan door een onnozel (dus “onschuldig”, zie onnozele kinderen) figuur uit het beeld worden geleid. Dit is geen onschuldig terrein meer.

Hier zie je duidelijk dat Bruegel niet de moeite neemt om zijn portretten uit te werken en zich amuseert met het eenvoudigweg tekenen van tronies. Op de ets lijkt elke boer wel naar de kapper te zijn geweest. Alle kapsels liggen er goed bij, geen enkele heeft lang of warrig haar. Ik vind het hard-rock-kapsel van de 3e ballekesspeler op de tekening wel leuker.

Bij deze is te zien wat voor een slimmerik Bruegel wel was. Omdat de randen bij het drukwerk nogal (druk)gevoelig waren (en nog steeds zijn) zet hij voorwerpen zonder veel betekenis in de hoeken van de tekening: een berg (links onder), een ton (rechts onder) en wat daken bovenaan. Dan maakt het niet zo uit als de hoeken niet perfect afgedrukt zijn. Daarnaast trekken deze voorwerpen weinig de aandacht.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: de zotskap (13)

Voor de bespreking van “de zotskap” ga ik wat dieper in op de evolutie van hoe ik tot mijn tekening kom. De basis van de tekening ligt bij de oorspronkelijke tekening van Bruegel uit 1559. De ets (zonder jaartal) hanteer ik arbitrair, om twijfels weg te nemen. Ik ga er van uit dat de etser toch wel beter weet hoe men zich in die tijd kleedde dan enig levende mens anno 2019 😉

Maar ik hanteer de ets wel kritisch want de etser maakt natuurlijk zijn versie van de tekening. En ik doe dat, bij verweerde zones ook wel graag.

De zotskap is zo’n figuur ter interpretatie. Hij komt op meerdere schilderijen van Bruegel voor, op de voorgrond of ergens als “storende element” op de achtergrond. De symboliek van de zotskap is mij nog niet helemaal omschreven. De vraag is of het wel duidelijk is welke boodschap Bruegel wil meegeven met deze figuur en of deze boodschap ook telkens in dezelfde lijn ligt. In een periode van Gentse Feesten of Carnaval zou ik – net zoals het in het beeld staat – durven te stellen dat de zotskap de meute meesleurt. Dat we allemaal graag eens gek doen of het varken uithangen maar dat we finaal gezien onszelf alleen maar voor de zot houden goed wetende dat er altijd een dag van ontnuchteren komt.

Dat de zotskap zo centraal in beeld komt bij deze tekening kan geen toeval zijn. In de literatuur lees ik ook wel wat over de kinderen die blootvoets lopen en dat ook daar een betekenis aan gekoppeld moet worden. Ik kijk naar de houding van de kinderen en zie de linkse jongen het trio aanvoeren. Hij loopt niet alleen zonder schoeisel maar evengoed zonder broek. Het andere kind volgt een beetje houterig op de ets. Op de tekening zie ik eerder een tegentrekker. Zo eentje van “néééé, ik wil niiiii” De houding op de tekening is – voor mij – een kind dat zijn/haar (?) voeten in de grond heeft gebetoneerd en waarvan het bovenlijf met veel tegenzin in beweging moet komen.

Ik vind ook een groot verschil in expressie tussen de tekening en de ets. Dat komt wel meer voor maar hier vind ik het frappant. De zotskap lijkt me op de tekening een eerder oude, apatische man terwijl op de ets hij eerder glimlacht. Het kind rechts is op de tekening duidelijk een tronie. Een ruwe schets van een nukkig kind. Op de ets lijkt het een beetje “simpel” van geest. Omdat de tekening nogal wazig is op die plek vond ik het leuk er een Rembrandtachtig gezichtje van te maken.

En dan nog dit: terwijl ik deze tekening maakte hoorde ik buiten een hond blaffen. Is het niet opvallend dat al deze boeren samen komen maar geen enkele hond (of kat) op de scène te zien is. Een boer zonder hond lijkt me nogal onrealistisch.

Hieronder de originele tekening van Bruegel, de ets en mijn tekening. Op het origineel is deze scène ongeveer 9cmx5,5cm. Beeld u in hoe gedetailleerd dit geschilderd is op het formaat van ongeveer een halve postkaart.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: over kippetjes en zwijntjes (12)

Even voor deze Urbanus citeren:

‘k Heb een krulletje in m’n staart
En een stijve stoppelbaard
Een snuit met twee gaatjes in
En een dubbele onderkin

Bruegel nam deze clichés graag ter hand. De varkens lopen er gezellig bij. Ze hebben allemaal een zeer herkenbare krulstaart en een platte “knor”-neus. De zeug loopt over de weg samen met haar biggen. Als je er een beetje op let houdt ze er een coquette pas aan. Haar expressie zou zo recht uit een Disneyfilm kunnen komen.

Bruegel maakte heel veel gebruik van varkens in zijn tekeningen en schilderijen. Meestal hebben ze telkens een betekenis, daarom niet altijd dezelfde betekenis. Soms staan ze voor armoede, dommigheid, vadsigheid, verspilling, gulzigheid dan weer staan ze voor gezelligheid, het vrije leven, overvloed… De tekst die bij de ets hoort, schetst dat de boeren drinken als beesten. Hier wordt het nog sterker in beeld gebracht omdat de boeren ook echt uitbundig, onbeschaamd er op los feesten en dat staat in schil contrast met de varkens die zich rustig, keurig gedragen.

De varkens van Bruegel zijn zo gekend dat er zelfs een “Boeren-Bruegel”-varken bestaat.

Bruegel – Kermis in Hoboken: alle feesten op een hoopje (11bis)

Alle kermissen op één dag? Het lijkt op een zeker moment wel zo druk dat het me doet denken aan mini-Gentse Feesten of nog beter de processie van Plaisance (Geraardsbergen) waar stadsverenigingen samen op stap gaan door de stad met het reliekschrijn van sint Bartholomeus voorop. Voor wie daarover meer wil weten moet maar ’s contact opnemen met mijn schoonvader.
Dat er zoveel volk op deze kermis te zien is, is dus geen toeval. In 1559 (het jaar van de tekening) verkocht Willem van Oranje het (toen) Brabantse dorp Hoboken aan de Antwerpse gebroeders Melchior en Balthazar Schetz. Grappig dat je toen als kapitaalkrachtige gewoonweg meteen een heel dorp kon kopen. Het dorp was toen de favoriete uitgaansplek omdat het bier er door lagere accijnzen goedkoper was dan in de stad.
In datzelfde jaar vaardigde Filips II een decreet uit waardoor kermissen tot één dag beperkt moesten blijven. Dus alle kermissen moesten samengeraapt worden en hup op een hoopje op de zelfde dag gevierd worden. Los van de feestdag van de heilige of wat dan ook. De spreuk “Laet die boeren haer kermis houwen” op het vaandel van De Sint-Joriskermis wordt daarmee in verband gebracht.
Toch wisten de heersers wel dat de festiviteiten belangrijk waren voor de het maatschappelijk weefsel
Kortom, als alle kermissen gelijktijdig op dezelfde dag moesten worden gevierd (een beetje gelijk een nationale feestdag), dan moest je kiezen: ofwel kermis in eigen dorp ofwel kermis elders. Ik lees dat stedelingen wel ’s graag naar die boerenkermissen gingen.
bron voor deze tekst: catalogus Bruegel, hand van de meester, cat. 47 & cat.81

Bruegel – Kermis in Hoboken: de boogschutters (11)

Het valt wel meer voor bij Bruegel’s werken dat de hoofdrolspelers eerder in de marge van het grote beeld staan dan – zoals gebruikelijk – centraal. Deze kermis staat helemaal in het teken van de boogschutters. We hadden al helemaal bovenaan in beeld de processie met daarin voorop een groep kruisboogschutters, daarvoor het beeld van Sint-Sebastiaan gedragen door 2 mannen. Ik las inmiddels dat deze boogschutters wel eens te gast zouden kunnen zijn geweest bij de boogschutters onderaan in beeld. Daarom dat ze ook mee mochten lopen in de processie. De banier van het café en de muren van het café verwijzen naar boogschutters. Maar tot nu waren de boogschutters buiten schot…euh…beeld gebleven 😉 Nu staan ze er bij.

5 Mannen schieten naar een doel een beetje verder op. Om het zich gemakkelijk te maken hebben ze 2 doelen opgesteld zodat ze niet telkens over en weer hoeven te lopen. De paal is overtrokken met een stof waarop hun doel staat. Achter de paal/het doel staat een muur die omstaanders beschermd tegen verkeerde schoten. Toch is de muur blijkbaar wel zacht genoeg om met een pijl in te schieten. Ik vermoed daarom dat het geen baksteen is. Zou het een lemen of stromuur kunnen zijn? In verhouding tot de lengte van de pijlen gaan ze ook best vlotjes in de paal van het doel.

Omdat de scène zich uitstrekt over het hele beeld heb ik het pad dat de schutters met hun doel verbindt met stippen aangeduid. Ik vermoed dat de man op de bank (die zijn hand opheft) op de een of andere manier betrokken is bij het gebeuren. Geeft hij commentaar over de prestaties? Is hij een scheidsrechter? Indien niet is het me niet echt duidelijk naar wie hij zich richt met zijn gebaar.

De scène herinnert me aan de prijzen van de “bakschieting” waar mijn grootvader (die van de pijp) wekelijks naartoe ging. Meestal was de bakschieting voor de gezelligheid binnen het dorp maar 1 of 2x per jaar waren er ook prijzen te winnen. Dat waren o.a. kippen. Werd daarom die pluimveehandelaar opgetrommeld? Voor wie niet meer weet wat bakschieten is, zie onder.

Bakschieten is een eenvoudig uit te leggen spel maar vergt wel enige handigheid om te spelen. Je gooit met een aantal dikke, redelijk zware, munten naar een bak met een gat in de bovenste plank. Doel is om zo veel mogelijk munten in het gat te krijgen. Dat mag rechtstreeks of door een eerder geworpen munt een duwtje te geven. Door het uitslijten van de plank met het gebruik is elke bak anders en moet je dus al een zeer gevorderde speler zijn om alle munten in het gat te krijgen. Regels van het bakschieten en andere volksspelen vind je hier.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: de banier (10)

Na een paar weken zoeken, onderzoeken, contacten leggen en twijfelen heb ik vandaag beslist om een oproep op Facebook te plaatsen. Ik geraak er maar niet uit wat de tekst op de banier boven het café kan zijn. Voor mij staat het vast dat het middelste woord “hoboken” is. Mogelijk is het eerste woord “Gilde”. Voor de rest is die plek van de tekening zo slecht bewaard dat ik er niets van maak. Niet met mijn foto in hoge resolutie die ik van het internet plukte en ook niet met de foto’s die ik zelf heb genomen toen ik de Bruegel-expo in Wenen heb bezocht.

De tekst wordt regelmatig verward met de tekst op de ets. In theorie is de ets het spiegelbeeld van de tekening maar uit de vorige blogs zal het nu wel al duidelijk zijn dat de etser al eens zijn eigen zin deed.

Mijn contacten met de heemkundige kring van Hoboken leverden helaas niets op. Zij weten wél wat er staat (of dat beweren ze toch) maar ze willen het niet bekend maken omdat ze in december een boek uitbrengen waar hun antwoord in staat. Ik vermoed dat ze vrezen voor een minverkoop als ze aan mij nu al zouden zeggen wat de tekst inhoudt. Spijtig. Er zat anders wel een mooie samenwerking in maar net dat laatste is tegenwoordig geen evidentie meer.

Prof. Dr. Manfred Sellink (bekend van de boeken “Breugel in detail” en de catalogus Bruegel-expo Wenen) bevestigt mij per mail eveneens dat op de banier de woorden “Gulde” en “Hoboken” staan. Echter dat door de toestand van de tekening de rest van letters niet met zekerheid te ontcijferen is. Wat de tekst is, is dus voer voor speculatie. Er zijn immers nog een aantal zaken toegevoegd of aangepast; bvb het lettertype van het handtekening van Bruegel (anders), het jaartal (is weg), de tekst onder de prent (toegevoegd). Dit zou zelfs kunnen gebeurd zijn buiten het medeweten van Bruegel zelf, al is ook dat weer speculatie.

Mijn dank aan alle mensen die mij via Facebook hebben geholpen, willen helpen, de oproep hebben gedeeld of mij hebben doorverwezen..

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: paard met kar (9)

Bekijken we het paard even wat van dichterbij. Vooreerst is het toch wel belangrijk mee te geven dat ik mijn tekening 4x zo groot maak als het origineel is (2x zo breed, 2x zo hoog). Het origineel is ongeveer een A3 groot. En dan moet je je inbeelden dat Bruegel dit paard tekent met een soort pen. “Pen” mag je nogal redelijk letterlijk nemen. Vandaag teken ik met een stift van 0.05mm en voor de donkere partijen een van 0.1mm, iets wat doorgaans architecten en ingenieurs gebruiken voor technische tekeningen. Maar we gaan helemaal terug naar 1559. Geen stiften, wel pennen, borstels ed. En dus met dat materiaal tekent Bruegel dit paard. Het lijkt een eenvoudige ruwe schets (en ik geef u gelijk) maar voor een tekening die zeer ruim gemeten 8x7cm meet (inclusief drinker) is die verdomd goed uitgewerkt. Let toch even op de manen, de hoeven, de bilspieren,…de vingers van de mannen met de kruiken, hun haren, de plooien in hun hemden, etc etc. Ik herhaal graag, Van Eyck ten spijt, maar Bruegel is een groter kunstenaar (allez, kom, er zit wel 100 jaar leeftijdsverschil tussen, maar toch)

Maar de kar dus. Op de kar zien we 3 andere figuren en een totaal andere scène. Een man zit vooraan op de kar en kijkt (bewaakt?) het koppel dat in de kar zit. Het koppeltje laat er geen misverstand rond bestaan: de hand van de man zit onder de rok van de vrouw. Links boven de kar hadden we al het vrijende boerenkoppeltje tegen de boom. Het zal dan wel zijn dat dit koppeltje enige intimiteit zoekt in de huifkar. Of is zij de hoer aan huis? Een deliverhoer? 😉 Dat zou kunnen maar gelet op de meerdere vrijscènes in de tekening kan ik dat niet garanderen. Wie ietwat van leeftijd is, weet dat op een kermis, achter de botsauto’s of op de rupsbaan, vergelijkbare scènes ontstonden.

Grappig detail; terwijl ik tekende (ik bouw de tekening op van links naar rechts) tekende ik dus eerst de linkse kar en begon toen aan de rechtse. Op een zeker moment leek het dat de kar links een reservewiel achteraan de wagen heeft hangen. Net zoals we dat kennen bij die oude auto’s uit de jaren ’60. Ik was op een moment zo in de war dat ik me afvroeg waar het wiel van de rechtse kar naartoe was. Ik had “u bent fout, mijnheer Bruegel” al klaar staan 😉

Let u ook even op de “manden” die in de karren liggen. Ik vermoed dat dat kippen/gevogelte hokken zijn. Aangezien er toch nogal wat gevogelte rond de karren loopt. De manden komen ook voor op de Sint-Joriskermis van Bruegel.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de drinker (8)

In vervolg van deel (7) van deze serie en de feestsfeer in het café maak ik het paard met kar verder af. 5 figuren bewegen zich binnen dit tafereel. De eenvoudigste is de man links die de ruiter een kruik aanbiedt. Of wat wij vandaag een kruik noemen. Uit het schilderij de boerenbruiloft zien we beter waarover we ’t hebben. Vooraan links vult een man (vermoedelijke bruidegom) de kruiken voor op tafel. Bekijken we de tafel van dichtbij dan zien we dat de mensen rechtstreeks drinken uit de kruik. Toch staan er niet genoeg kruiken op de tafel om iedereen een eigen kruik te geven. Was het een gebruik om een kruik te delen met meerdere mensen? Het zou kunnen…

In ieder geval hoeft onze ruiter niet veel te delen en wordt hij rijkelijk voorzien van meer gerstenat. Oh, alweer een veronderstelling. Misschien was het wel gruut-bier ipv hop. Maar wat het meest merkwaardige aan deze drinker is, is dat hij de énige drinker is over de hele tekening. En dat voor zo’n groot volksfeest!

Bruegel – Kermis in Hoboken: alors on dance (7)

Naast de kerk en het paard met kar is de taverne/café allicht de meest opvallende plek over de hele scène. In tegenstelling tot de serene sfeer rond de podia onder de bomen wordt hier volop gevierd. Vele mensen binnen en buiten laten zich ’s goed gaan. Op z’n Hollands komt een polonaise de deur uit. De aanvoerder heeft een lang mes bij zich. Zou hij de dorpsslager kunnen zijn? Het mes is op de latere ets niet meer te zien. Ze dansen met z’n allen op de muziek die wordt gemaakt op een draailier. Omdat de tekening daar niet erg gedetailleerd is zocht ik het instrument op. Het wordt blijkbaar nog veel gebruikt in onze contreien.

En rechts onderaan in beeld staat een man te plassen tegen de gevel. Het kan geen toeval zijn dat Bruegel die man hier plaatst. Het is bijna alsof de banier ons de weg wijst naar die wildplasser. Als het een gebruik was uit de tijd is het toch maar een raar gebruik. Of is de man zo bezopen dat hij niet meer tot een rustig hoekje of een boom kan?

De banier moet ik nog uitwerken maar daar wil ik me eerst beter over informeren. Ik vermoed dat de tekst die op de tekening staat niet dezelfde is dan die die op de ets staat. Ik probeerde de tekst van de ets te reconstrueren op de tekening maar tot nu lees ik als centraal woord “hoboken” op de tekening, op de ets is dat “gilde”.

De gevel van het café is voor ons vandaag een enig merkwaardige bouwstijl. Het bovenste verdiep steekt uit over het onderste. Dit is lijkt redelijk onlogisch aangezien een constructie doorgaans fijner wordt met de hoogte. Maar in die tijd was het gebruikelijk om de gevels van huizen getrapt te maken en breder wordend naar boven toe. Dat had namelijk het grote voordeel dat bij regen het water minder over de lager gelegen geveldelen stroomt. In Gent vind je nog zo’n huis thv het brugje aan de Rekelingenstraat. Wat mij opviel bij het tekenen is dat elke vensterpartij een andere constructie heeft. Boven zien we een dubbel raam bestaande uit 4 delen waarvan de 2 bovenste glas in lood. Rechts daarvan een kleiner raam met een luik. Op het gelijkvloers een gewoon dubbel raam en daarnaast een raamopening afgesloten met een vlechtwerk.

Het onderste gedeelte van het café is duidelijk gemetst. Of het bovenste gedeelte dat ook is, durf ik in twijfel te trekken. Gelet op de meerdere scheuren in het stukwerk en de constructie van de houten ramen (er bestaan ook modellen waarbij het raamkozijn in natuursteen is), lijkt het me dat het verdiep is getimmerd. Op dit dak vind je ook riet.

Op de gevel nog een paar opmerkelijke symbolen: 2 hoorns werden aan de gevel gemonteerd. Eentje in de top, de andere op het verdiep. Ze lijken op het oude postlogo maar ik vermoed dat het jachthorens moeten voorstellen. Boven de deur hangt een kruik met een pijl er in. De pijl is op de tekening nauwelijks te herkennen maar op de ets zie je ‘m wel goed. En naast de deur hangt nog een kruik. Er mag dus duchtig gevierd worden.

Bruegel – Kermis in Hoboken: duivenvoedster (6)

Ik zal vermoedelijk nog wel een paar keren met de etser van mening verschillen bij de interpretatie en de uitwerking van de tekening van Bruegel. Zo ben ik het niet helemaal eens over de lijnen die de daken vormen op de achtergrond links-bovenaan. Volgens mij zitten er meer rieten daken tussen dan huizen met dakpannen. Ik denk dat in die tijd een rieten dak wel eens goedkoper zou geweest zijn dan een pannen dak. Vandaag is dat natuurlijk anders, een rieten dak is arbeidsintensief en dus een luxeproduct. In materiaal kost dat op zich veel minder. Misschien kon het dak wel (deels) gemaakt worden van het afval van de opbrengst van de oogst (ik moet dat maar eens opzoeken om uit te klaren).

Mah bon, wat valt er in dit hoekje allemaal te zien behalve huizen? 3 interessante plekjes: (1) het podium waar iemand een tekst voorleest. Dat zijn eigenlijk liedjesteksten. De man is misschien een zanger. Er staan 2 podia. De andere zanger heeft niet alleen liedjes, hij heeft ook zijn vrouw mee om de liedjesteksten te verkopen. Het tweede podium moet ik nog tekenen. Opvallend is dat het podium een backstage heeft en helemaal ondersteund wordt door vaten. Ik durf niet te stellen dat het biervaten zijn maar dat zou best wel kunnen.De man klimt op zijn podium adhv een ladder die hij backstage bewaard; (2) de duiven op het dak van de gilde (of waar de banier van de schuttersgilde uithangt) met een – door mens gemaakt – nest; (3) de dame die de vogels op de grond eten geeft.

Over die duiven nog wat merkwaardigheden: kijk ’s even in het bovenste raam van het huis van de schuttersgilde. Als je de stok van de banier volgt dan zie je in de schaduw van het raam het silhouet van een vogel. Heeft Bruegel hier een vogel getekend maar die achteraf overkleurd? Op de ets komt de vogel niet voor. Maar dat is niet alles. De etser was duidelijk geen vogelliefhebber. De vogels op de grond hebben de ets niet gehaald. Merkwaardig want de etser heeft wel het dametje laten staan. Die heeft hij aangepast tot een biddend vrouwtje die misschien naar de zangstonde hoger in beeld gaat. Ze komt dan wel vreselijk te laat. In ieder geval staat ze er nu maar truttig eenzaam te wezen al biddende in het midden van het open plein (bij de etser). Dus liet ik de vogels maar staan zoals ze op de originele tekening staan 🙂

Bruegel – Kermis in Hoboken: de processie (5)

De processie toont tekentechnisch goed wat voor een geweldig tekenaar Bruegel wel is. Een tekenaar puur sang. Het toont ook hoe goed hij suggestief kan werken.

Net als in zijn schilderijen tracht hij met een paar pentrekken de suggestie van een menigte volk te creëren. Zonder dat we hun gezichten kunnen zien, zien we aan hun bewegingen hoe de processie verloopt. Het is geen stille processie; gezichten staan dicht bij mekaar wat er op duidt dat er gerust een woordje mag gezegd worden.

De processie verschijnt vanachter een van huizen helemaal achteraan in het decor en verplaatst zich in een S-bocht rond een boom met een podium (waar een opvoering of een verkoop? bezig is) zo naar het einde van de kraampjesmarkt en loopt zo tussen de kraampjes de kerk in.

3 vaandeldragers lopen achter 2 dragers met een beeld van Sint-Sebastiaan. Ook de kerk is geweid aan Sint Sebastiaan. Zou het beeld normaliter in de kerk staan en voor de gelegenheid van de kermis worden rondgedragen? Vermoedelijk wel. Zo zijn er vandaag nog steeds processies gaande. In de processie lopen ook boogschutters. Naast de kermis en de meerdere verwijzingen naar de strontboeren, komen de (kruis)boogschutters meermaals in beeld. De grote vaandel vooraan links is die van de schuttersgilde. Daarover later meer.

Op de tekening van Bruegel zien we dat de processie een bedelaar passeert thv de meest linkse vaandeldrager. Deze bedelaar werd door de etser weggelaten. Was het niet gepast deze persoon in beeld te brengen samen met de schuttersgilde?

Bruegel – Kermis in Hoboken: poeperkesdag (4)

Voor de Nederlanders onder mijn volgers: over “kakken” heb ik het in mijn vorige blog al gehad. In Vlaanderen bedoelen we met “poepen” iets helemaal anders.

Vandaag gaan we voor de pruimen! Naast de “keurig” in de rij lopende mensen die in processie de kerk binnen wandelen wordt er op de kermis stevig geïnterageerd tussen boeren en boerinnen. Dat de etser van het oorspronkelijke ontwerp een zeer gekuiste versie heeft gemaakt is na een kleine studie al te zien. Een tegen de kerk pissende figuur is niet eens overgenomen. Goed, wanneer we ons verplaatsen in de tijd van Bruegel kon tegen de kerk pissen wel eens onaangename gevolgen hebben…

Maar van het koppeltje op de omheiningsmuur van de kerk is de vrouw wel erg naar voor gebogen om zich enkel af te vragen wat er allemaal te zien is op het plein. De ets kuist dit mooi op door de vrouw te vervangen door een man en er een eenvoudige scene van 2 pratende vrienden van te maken. De vrij-scene onder de bomen is niet geschrapt. Het koppel knuffelt of danst erg dicht. Maar op de tekening is dat – mede door de vervaagde inkt? – een stuk suggestiever. Ik zie een suggestie van een stuk stof aan de enkel van het rechterbeen van de boerin. Maar vooral steunt de boer op de toppen van de tenen met zijn voeten tegen mekaar. Dat is moeilijk slowen en nogal redelijk verpletterend knuffelen voor de boerin.

Nog even dit detail: bij de processie draagt iemand een kruis. De man die het kruis draagt kust in de tekening het beeld van Christus. In de ets is daar niets meer van te zien. Opvallend is tegelijk hoe bij de opmaak van de ets de verhoudingen tussen de kerk, tenten en de mensen in de processie werd aangepast. In de Bruegelschets zijn de hoofden van de mensen in verhouding veel te groot voor het perspectief waarin ze staan.

Bruegel – Kermis in Hoboken: bidden aan de muur (3)

Beste mijnheer Bruegel,

gisteren heb ik een eerste stukje van uw tekening overgezet in inkt om finaal te komen tot de ets. Ik tracht daarbij – in tegenstelling tot eerdere etsen – zo dicht mogelijk bij uw originele tekening te blijven. Dat is (alweer) niet gemakkelijk want u bent rechtshandig en ik links. Dat zie ik aan de manier waarop u de arceringen aanbrengt.

Ik mag veronderstellen dat u niet verlangt dat alle baksteenlijnen in de gebouwen worden overgenomen? Ik baseer mij op uw schilderijen om het te beperken tot een suggestie. Net als de dakpannen. In uw tekening zie ik ook geen details. De eerste “kakker” aan de achterkant van de kerk is ingeïnkt. Die mannen van Hoboken hebben hun spotnaam niet gepikt; het blijven beerscheppers of strontboeren. Maar ik vermoed dat u zich hier een beetje heeft laten gaan. Ik zie dat er nog wel een paar boerenkakkers volgen.

Het kappelleke op de muur is ingeïnkt. Ik wist niet dat daar zo’n kappelleke voor de bedevaarders stond. Al goed dat de mensen zo nu en dan een rondgang van deze kappellekes kunnen maken. Dat is goed voor hun geloof. Ik zag er ook nog eentje aan de muur rond kasteel Sorghvliedt.

Ik hou u bij verdere schrijfsels mee op de hoogte van mijn evoluties.

Groeten,

Max

Bruegel – Kermis in Hoboken: schets (2)

Na nog eens 3uur schetsen staat de ruwe tekening er op. Ik heb het in 2x moeten doen, een deel 1u45 en dan nog ’s 1u15 (ongeveer hé, ’t is niet dat ik er met mijn chrono naast zit). De pijn in mijn schouder kon ik niet meer houden, ik moest een pauze nemen. Dat komt voornamelijk omdat ik staande werk, op een ezel. En in de regel maak ik grote tekeningen. Daarbij maak ik ook “grote” bewegingen met de arm. Daarbij beweegt de schouder dus veel zodat hij niet verkrampt. Dit is echter één grote aaneenschakeling van scènes op klein formaat. Elke scène is wel erg uitgewerkt waardoor het continu in detail tekenen blijft. Geen swing of rock-en-roll dus. Hele tijd kabbelend klassiekje 🙂

Dit is de ruwe schets. Vergis u echter niet bij de gedachte dat je het beeld nu wel gezien hebt en het vet van de soep is (of voor de liefhebbers: de crema laag van de koffie). Niets is minder waar. Er valt nog heel wat te beleven op deze kermis!

Bruegel – Kermis in Hoboken: ruwe schets (1)

De nieuwe Bruegel is aangekomen en daarbij een nieuwe vervolgreeks met tekentechnische uitleg, veel details en pittige weetjes. Enfin, hij is er nog niet, ik ben er aan begonnen. Deze keer geen groots schilderij. Uiteindelijk is het altijd mijn bedoeling geweest met de “covertekeningen” om bekende kunstwerken na te tekenen maar niet echt het kunstwerk dat bij de doorsnee mens in zijn top 10 van “noem mij eens jouw favoriet kunstwerk” zou belanden. Deze Bruegel is een tekening waarvan achteraf een ets is gemaakt. En daar komt dan meteen al wat verwarring bij want ten eerste is de tekening het spiegelbeeld van de ets. En op de ets staan finaal 2 namen, die van Bruegel maar ook die van de etser Frans Hogenberg. De uitgever van de prent was Bartholomeus de Momper.

Als is de tekening natuurlijk altijd beter dan de film…euh…ets. En dan zal u het niet met mij eens zijn. De ets is veel helderder, scherper, contrastrijker. Ja, dat klopt, het is alsof u uw nieuwe TV op zwart-wit-beeld heeft gezet 😉 De tekening is veel warmer, gevoeliger, emotioneler. En dat ga ik er (onder andere) uithalen. Hopelijk komen we onderweg weer wat pikante weetjes tegen.

Ik ben alvast nu 3uur verder met de ruwe schets en zit dus halfweg het beeld. Ik moet nu echt stoppen, de pijn in mijn schouder is niet meer uit te houden…

De blogs verschijnen wekelijks op dinsdag en donderdag rond de middag. De blogs mag je zeker altijd delen op je eigen blogsite, Facebook,…Hoe meer mensen mee kunnen genieten van mijn verhalen, hoe liever ik het heb – alvast bedankt –