Bruegel – Kermis in Hoboken: informatiebronnen (18)

De blogreeks van de Bruegeltekening “Kermis in Hoboken” is voorbij. Met 17 verhalen uit de tekening hielp ik nogmaals vele lezers door de zomer en probeerde zodoende de komkommertijd een beetje boeiender te maken 😉  Net zoals bij de Toren van Babel – maar wel veel minder dan toen – heb ik studies gemaakt rond deze tekening van Bruegel. Sommige verhalen zijn veronderstellingen, frivole gedachten of projecteerde ik op hedendaagse gebeurtenissen. Ondanks dat de tekening zo’n 450jaar oud is, zie je nog steeds parallellen met kermissen buiten de grote steden. Dat de charme van deze kermissen aan het verdwijnen is, is een spijtige zaak maar het is ook het gevolg van de evolutie van onze moderne maatschappij. En dat mogen we op zich nog redelijk letterlijk nemen. Als we zien hoe steden groeien, hoe steden veranderen, en aan welke snelheden, dan kan het niet anders dan dat ook feestelijkheden evolueren. Zelf van Gent zijnde zie ik nog parallellen met grote kermismomenten als de Zwijntjeskermis of Zomerliefkermis waar dorpelingen mekaar ontmoeten, handel drijven, dansen, zingen en zich bezuipen tot het groot welzijn van de organisatoren.

Omdat ik bij deze tekening veel meer zelf informatie heb moeten opzoeken dan bij de Toren van Babel (waar ik voornamelijk kennis putte uit museumbezoeken en eigen bouwkundige kennis), verzamel ik alle referenties die ik heb geraadpleegd. Hieronder een overzicht van documenten en links naar informatie rond deze tekening, Bruegel en de tijd waarbinnen deze tekening is gemaakt.

hier de originele tekening van Bruegel, gemaakt in 1559 (zie datum en signatuur), daarnaast de ets die werd gemaakt naar de tekening (datum onbekend, ong 1560-1565?)

Nog even over de banner boven de taverne; finaal heb ik de puntjes die zichtbaar waren op de originele tekening overgenomen zoals ik ze kon zien. Ik heb dus de tekst niet aangepast naar de tekst op de ets of suggestief aangevuld met wat ik denk dat er zou kunnen staan. We laten het los en houden het mysterie. In het midden staat duidelijk “hoboken” te lezen. De rest is fantasie 😉

Ik wens zeker ook iedereen te bedanken die mee heeft gezocht naar het opschrift op de banier. Speciale dank aan prof.dr. Manfred Sellink en kunstkenner Jan Jacobs voor hun inbreng in de teksten.

https://www.sincfala.be/tentoonstellingen/tentoonstellingen-2007/185-2007-spelen-onderzoek-algemene-tussentijdse-resultaten
http://zoveelmeerhoboken.blogspot.com/2014/09/historische-sprokkels-de-kermis-van.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina
https://courtauld.ac.uk/?s=bruegel
http://sint-katelijne-waver-blogt.blogspot.com/2017/11/kermis-processies-ommegangen-beschreven.html
https://www.gravenhof.org/nl/event/59335/kermis-in-hoboken

Finaal hieronder mijn versie van de tekening van Bruegel. In hogere resolutie, je kan dus wel wat inzoomen. Ze is in het echt te zien op het Bruegelfeest “Herne Kunstelt” 14 & 15 september Dominicanessenklooster te Herne.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: Fleur de lis (17)

In de eerste blog had ik het over 2 mensen biddend voor een kleine kapel op de zijkant van de kerk. In deze slotscène wordt het geheel helemaal duidelijk. 2 pelgrims (?) gaan de herberg (?) binnen. Hun kledij laat er geen twijfel over bestaan; ze zijn onderweg op pelgrimstocht.

Naast de – alweer – prachtige details, de bouwvallige slaapplaats – met veel scheuren in de gevel – en een zoveelste ontlastende mens tegen de gevel, zie ik de “fleur de lis”, bijna als lichtreclame boven de deur op het bord verschijnen.

De fleur de lis staat al sinds jaar en dag symbool voor de Franse troon. Dat leidt tot een merkwaardigheid daar we inmiddels weten dat het Willem van Oranje was die Hoboken nog maar net verkocht had aan de Antwerpse gebroeders Melchior en Balthazar Schetz. Melchior Schetz, lid van een Duitse katholieke familie, was schatrijk geworden via koophandel en bankwereld. Het was de eerste heer die ook te Hoboken zou resideren, hij had er zijn kasteel schuin over de kerk. Dus van waar de herberg met een fleur de lis boven de deur?

 

Het is zeker dat deze fleur de lis geen toespeling op Compostella is. Ik zie ook nergens de pelgrimsschelp. Aan pelgrimstochten geen gebrek in de tijd van Bruegel. Denken we aan Scherpenheuvel, Halle, Oostakker,…En zo waren er nog wel honderden in de streek en de landen rondom ons.  De lelie zou wel in verband kunnen worden gebracht met Maria. De lelie is in de leer der emblemata een symbool van de maagd Maria, van zuiverheid en maagdelijkheid.
De Lis de France zou een fameuze onderhuidse prik naar de Spanjaarden, die onze contreien onder de knoet hielden. Eerst Keizer Karel, een zachte heerser die  in Gent geboren was en het Nederlands goed beheerste. Man van het volk, maar moegestreden door al zijn oorlogen, voornamelijk tegen de Engelsen en de Fransen, en in zijn overzeese gebieden. De man die de zon nooit zag nederdalen in zijn rijk. Opgevolgd dor zijn schlemiele, bloeddorstige zoon, Filips II, die nooit zijn neus hier gestoken had in Vlaanderen, geconditioneerd door de godsdienst en de inquisitie. Liet midden in Brussel de graven van Egmond en Hoorn, erg geliefd in Vlaanderen, om erg vage redenen onthoofden en stuurde in 1566 zijn troepen naar Antwerpen (de Spaanse Furie), om alle Hugenoten naar Amsterdam te jagen en daarmee de haven van Antwerpen (de grootste van Europa) te ontwrichten. Waardoor algemene armoede. Het zou kunnen dat men stiekem met “den Franschman wou heulen…. (met dank aan Jan voor deze inbreng)
De meest waarschijnlijke betekenis van de lelie op het bord boven de deur moeten we niet zo ver zoeken. Bruegel speelde wel met onderliggende betekenissen maar evengoed gewoon met feitelijke weergaven. Met dank aan prof. dr. Manfred Sellink weet ik u het volgende te vertellen: Hier gaat het eenvoudigweg om een uitspanning/herberg die iets heet als ‘In de (witte) lelie’ – populaire naam  voor herbergen/kroegen, etc. Je vindt zich nog steeds her en der. Nu ook nog hotel in Antwerpen met die naam.  Ook veelvuldig voorkomend als naam voor huizen die geen herberg zijn. Zo heette bv prentuitgeverij van Philips Galle – bevriend met Bruegel,  huisvriend van Plantijn, Ortelius en Cock – op zijn tweede locatie in Antwerpen vanaf de jaren ’80 ook ‘In de witte lelie’
Dus misschien is het toch een verwijzing maar in ieder geval houden we het er op dat het bord verwijst naar de naam de instelling.
Bij de tekening laat ik u de vorderingen zien van ruwe schets, over uitwerking van de tekening in potlood tot de versie in inkt. Op de achtergrond werk ik ook de mannen op het kerkhof uit (met een opvallend gedetailleerd kruisbeeld op een graf). Dit is dan meteen ook de laatste blog met een verhaaltje. Er volgt nog 1 blog met het totaalbeeld van de afgewerkte tekening en linken naar informatie die ik op het internet heb gevonden.

Bruegel – Kermis in Hoboken: de kring (16)

Op de website van de heemkundige kring van Hoboken wordt gedacht aan een traditioneel lied: de Hobocken dans. Het zou best kunnen dat dit de dans was waarop deze mensen dansten. Op de ets van de Sint-Joriskermis wordt helemaal anders gedanst. Mannen zwaaien met zwaarden terwijl ze met een bepaalde ritmiek bewegen. Bij deze groep staat echter geen muzikant. Naast de kring op de kermis in Hoboken staan 2 muzikanten (en een 3e naast de inkom van de kroeg links).

Ik heb er zo’n 6uur over gedaan om dit tafereel na te tekenen. Het vraagt dus wel wat tijd om deze – op het eerste zicht – eenvoudig scène van 13x7cm na te tekenen. De verwering van de originele tekening speelt daar zeker een grote rol bij. Het is niet altijd duidelijk waar de lijnen naartoe gaan en ik probeer zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Maar terwijl ik zo aan het tekenen was, was ik zelf bezig met muziek in mijn hoofd. Telkens kwam ik terug naar “Les Flamandes” van Jacques Brel.  Waarom gedanst wordt rond de 2 figuren in de center van de kring blijft een mysterie. Zijn het de jarigen van de dag? Het is wel gekend dat Bruegel graag de kinderen centraal zet in zijn schilderijen/tekeningen. Zie daarvoor ook de scene met de zotskap, frontaal in beeld.

Dus voor wat mij betreft wordt hier gedanst op een doedelzakversie van Les Flamandes van Brel (kwestie van anachronismen te hebben)

Les Flamandes dansent sans rien dire
Sans rien dire aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans rien dire
Les Flamandes ça n’est pas causant
Si elles dansent, c’est parce qu’elles ont vingt ans
Et qu’à vingt ans il faut se fiancer
Se fiancer pour pouvoir se marier
Et se marier pour avoir des enfants
C’est ce que leur ont dit leurs parents
Le bedeau et même son Eminence
L’Archiprêtre qui prêche au couvent
Et c’est pour ça, et c’est pour ça qu’elles dansent
Les Flamandes, les Flamandes
Les Fla, les Fla, les Flamandes
Les Flamandes dansent sans frémir
Sans frémir aux dimanches sonnants
Les Flamandes dansent sans frémir
Les Flamandes ça n’est pas frémissant
Si elles dansent c’est parce qu’elles ont trente ans
Et qu’à trente ans il est bon de montrer
Que tout

Bruegel – Kermis in Hoboken: de homo’s (15)

Make love not war! Ik kan niet begrijpen waarom geloofsovertuigingen het zo hebben tegen homofilie. Onder het mom van “het is niet natuurlijk” worden homo’s gebashed, uitgescholden, mishandeld, vermoord. Voor die mensen heb ik alvast de boodschap dat met de auto rijden ook niet natuurlijk is én dat voorbehoedsmiddelen dat ook niet zijn (tot zover de technische repliek). Maar voor alles vind ik dat homo’s (en lesbo’s) voor mijn part gerust hun gang mogen gaan. Ze doen niemand kwaad, integendeel, het zijn mensen die van mekaar houden. Steek beter de energie in de haat uit de wereld te halen voor ge helemaal op een Facebookprotocol begin te lijken…

Dit gezegd zijnde kom ik terug naar de tekening van Bruegel. Op het bankje van de jury van de schietwedstrijd zitten 2 mannen toch wel erg dicht bij mekaar. Waar de rechtse zijn hand precies naartoe gaat is mij niet duidelijk maar mijn hand komt feitelijk niet bij iemand zo terecht zonder dat het mijn lief is. Bruegel kennende weten we dat hij graag kritiek geeft op dingen waar hij of het volk niet akkoord mee gaat (zie eerder het decreet tegen meerdere kermissen). We schrijven het Godsjaar 1559 en wat vind ik dan via Wikipedia:

In Engeland werd sodomie verboden in de zogeheten Buggery Act van 1533, die door koning Hendrik VIII werd uitgevaardigd. Wie schuldig werd bevonden kon worden terechtgesteld door middel van ophanging en al zijn bezittingen konden worden geconfisqueerd. Hendrik VIII liet op basis van deze wet katholieke kloosterlingen terechtstellen en eigende zich hun kloostergoederen toe, vergelijkbaar met de manier waarop in de 14e eeuw de Tempelorde werd geliquideerd.[23] In Frankrijk werden sodomieten bij de eerste keer veroordeeld tot verlies van de testikels, bij de tweede keer tot verlies van het geslachtsdeel en bij de derde keer tot de dood door verbranding. Naar schatting werden tussen 1540 en 1700 in Europa zo’n 1600 mensen wegens sodomie veroordeeld.[24]

Jakkes! 1600 mensen veroordeeld. En dat zijn dan allicht enkel nog diegene die gedocumenteerd werden…

Enfin, ik zie hierin een gebaar van innige vriendschap tussen die twee mannen. Ik laat hen verder genieten van waar ze mee bezig zijn. Zo zitten vlak naast een kakhoek kan sowieso niet echt erg gezellig zijn 😛

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: Putteke – balleke (14)

Veel traditionele kinderspelen, die al gespeeld werden in de tijd van Pieter Bruegel, werden nog gespeeld in de eerste helft van de 20ste eeuw (en soms zelfs tot na WOII). Vele daarvan zijn nu echter nog amper gekend. Voorbeelden hiervan zijn spelletjes zoals ‘meetje schieten’, ‘putteke-balleke’ en ‘bok-sta-vast’.

Het verdwijnen van deze kinderspelen werd echter voor een deel gecompenseerd door het verschijnen van verscheidene nieuwe balspelen zoals ‘Chinese voetbal’ en ‘jagerbal’ en door het verzinnen van nieuwe nabootsingsspelen zoals bijvoorbeeld ‘moordenaartje’ en het ‘standbeeldspel’.

Het spel kan je ook zien op het schilderij “kinderspelen” in een hoek rechts

In deze tekening slechts 1 putteke met meerdere spelers. Ik heb gezocht maar kon geen spelregels vinden. Raar daar ik dus wel vind dat het spel tot zeker WOII werd gespeeld. Oudere mensen zouden het wel moeten kennen. Ik vermoed dat het spel vergelijkbaar is met petanque. Je maakt een kuiltje in de grond en probeert met een notendop (op de tekening lijken het eieren) er in te gooien of er zo dicht mogelijk bij. Dit kinderspel wordt hier niet door kinderen gespeeld. Maakt Bruegel daarmee duidelijk dat deze kermis feitelijk geen terrein is voor kinderen? Dat zou meteen ook kunnen uitleggen waarom de 2 kinderen centraal onderaan door een onnozel (dus “onschuldig”, zie onnozele kinderen) figuur uit het beeld worden geleid. Dit is geen onschuldig terrein meer.

Hier zie je duidelijk dat Bruegel niet de moeite neemt om zijn portretten uit te werken en zich amuseert met het eenvoudigweg tekenen van tronies. Op de ets lijkt elke boer wel naar de kapper te zijn geweest. Alle kapsels liggen er goed bij, geen enkele heeft lang of warrig haar. Ik vind het hard-rock-kapsel van de 3e ballekesspeler op de tekening wel leuker.

Bij deze is te zien wat voor een slimmerik Bruegel wel was. Omdat de randen bij het drukwerk nogal (druk)gevoelig waren (en nog steeds zijn) zet hij voorwerpen zonder veel betekenis in de hoeken van de tekening: een berg (links onder), een ton (rechts onder) en wat daken bovenaan. Dan maakt het niet zo uit als de hoeken niet perfect afgedrukt zijn. Daarnaast trekken deze voorwerpen weinig de aandacht.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: de zotskap (13)

Voor de bespreking van “de zotskap” ga ik wat dieper in op de evolutie van hoe ik tot mijn tekening kom. De basis van de tekening ligt bij de oorspronkelijke tekening van Bruegel uit 1559. De ets (zonder jaartal) hanteer ik arbitrair, om twijfels weg te nemen. Ik ga er van uit dat de etser toch wel beter weet hoe men zich in die tijd kleedde dan enig levende mens anno 2019 😉

Maar ik hanteer de ets wel kritisch want de etser maakt natuurlijk zijn versie van de tekening. En ik doe dat, bij verweerde zones ook wel graag.

De zotskap is zo’n figuur ter interpretatie. Hij komt op meerdere schilderijen van Bruegel voor, op de voorgrond of ergens als “storende element” op de achtergrond. De symboliek van de zotskap is mij nog niet helemaal omschreven. De vraag is of het wel duidelijk is welke boodschap Bruegel wil meegeven met deze figuur en of deze boodschap ook telkens in dezelfde lijn ligt. In een periode van Gentse Feesten of Carnaval zou ik – net zoals het in het beeld staat – durven te stellen dat de zotskap de meute meesleurt. Dat we allemaal graag eens gek doen of het varken uithangen maar dat we finaal gezien onszelf alleen maar voor de zot houden goed wetende dat er altijd een dag van ontnuchteren komt.

Dat de zotskap zo centraal in beeld komt bij deze tekening kan geen toeval zijn. In de literatuur lees ik ook wel wat over de kinderen die blootvoets lopen en dat ook daar een betekenis aan gekoppeld moet worden. Ik kijk naar de houding van de kinderen en zie de linkse jongen het trio aanvoeren. Hij loopt niet alleen zonder schoeisel maar evengoed zonder broek. Het andere kind volgt een beetje houterig op de ets. Op de tekening zie ik eerder een tegentrekker. Zo eentje van “néééé, ik wil niiiii” De houding op de tekening is – voor mij – een kind dat zijn/haar (?) voeten in de grond heeft gebetoneerd en waarvan het bovenlijf met veel tegenzin in beweging moet komen.

Ik vind ook een groot verschil in expressie tussen de tekening en de ets. Dat komt wel meer voor maar hier vind ik het frappant. De zotskap lijkt me op de tekening een eerder oude, apatische man terwijl op de ets hij eerder glimlacht. Het kind rechts is op de tekening duidelijk een tronie. Een ruwe schets van een nukkig kind. Op de ets lijkt het een beetje “simpel” van geest. Omdat de tekening nogal wazig is op die plek vond ik het leuk er een Rembrandtachtig gezichtje van te maken.

En dan nog dit: terwijl ik deze tekening maakte hoorde ik buiten een hond blaffen. Is het niet opvallend dat al deze boeren samen komen maar geen enkele hond (of kat) op de scène te zien is. Een boer zonder hond lijkt me nogal onrealistisch.

Hieronder de originele tekening van Bruegel, de ets en mijn tekening. Op het origineel is deze scène ongeveer 9cmx5,5cm. Beeld u in hoe gedetailleerd dit geschilderd is op het formaat van ongeveer een halve postkaart.

 

Bruegel – Kermis in Hoboken: over kippetjes en zwijntjes (12)

Even voor deze Urbanus citeren:

‘k Heb een krulletje in m’n staart
En een stijve stoppelbaard
Een snuit met twee gaatjes in
En een dubbele onderkin

Bruegel nam deze clichés graag ter hand. De varkens lopen er gezellig bij. Ze hebben allemaal een zeer herkenbare krulstaart en een platte “knor”-neus. De zeug loopt over de weg samen met haar biggen. Als je er een beetje op let houdt ze er een coquette pas aan. Haar expressie zou zo recht uit een Disneyfilm kunnen komen.

Bruegel maakte heel veel gebruik van varkens in zijn tekeningen en schilderijen. Meestal hebben ze telkens een betekenis, daarom niet altijd dezelfde betekenis. Soms staan ze voor armoede, dommigheid, vadsigheid, verspilling, gulzigheid dan weer staan ze voor gezelligheid, het vrije leven, overvloed… De tekst die bij de ets hoort, schetst dat de boeren drinken als beesten. Hier wordt het nog sterker in beeld gebracht omdat de boeren ook echt uitbundig, onbeschaamd er op los feesten en dat staat in schil contrast met de varkens die zich rustig, keurig gedragen.

De varkens van Bruegel zijn zo gekend dat er zelfs een “Boeren-Bruegel”-varken bestaat.