Frans Hals: de lachende cavalier (04)

We zijn al aan de laatste blog voor juli en er is wel wat “gas” gegeven de laatste dagen. Interessante en duidelijke verschillen komen op.

Het gezicht laat ik even los. Eerst moet ik weten hoe de omgevingskleuren zullen evolueren voor ik daar verder aan werk. En als er niet meer aan het gezicht wordt gewerkt blijft er niet veel meer over dan aan de kledij te gaan werken.

Aangezien de hoed het meeste invloed zal hebben op de rest van het werk, begin ik daar mee. Subtiele kleurverschillen tussen hemelsblauw, licht grijs, donker grijs, heel donker grijs/antraciet en zwart. Het cirkelsegment boven op de hoed is geen toeval, het accentueert het gezicht en de grenzen er van. Tegelijk compositorisch leidt de lichtere band je oog perfect terug in het beeld, als een aureool rondom het gezicht.

Om de evoluties gemakkelijk te volgen zet ik bij de onderstaande galerij ook nog ’s de laatste foto van de vorige blog bij. Zo heb je een startpunt en een tijdelijke eindpunt.

Beetje testen met de achtergrondkleuren (waar ook al zo’n rijk palet aan verschillen in zit), de mondhoeken toch nog wat aangepast, de blik is nu echt die van een deugniet en de eerste kanten laagjes staan er op. Dat is verdekke wel niet gemakkelijk dat transparante kant en al die laagjes boven mekaar tegelijk met de doorschijning van de zwarte jas en de reflecties van het gezicht. But that’s what makes a master a master.

Stapje voor stapje komt onze cavalier los van het papier. Mijn verwachtingen naar de mouw rechts in beeld (zijn linkermouw) zijn hoog. Ik ben benieuwd naar wat dat zal geven. Maar er is nog heel wat kant af te werken voor ik dat zal kunnen zien.

Frans Hals: de lachende cavalier (03)

Tijd voor het serieuze werk. Alsof vorig aandeel onbelangrijk was 😉 Maar toegegeven aan een schets heb je iets maar niet alles. De verwachtingen liggen hoger dan dat en dan moeten we die ook waar maken.

Ik begin voor de zekerheid met het gezicht. Stel dat het niet lukt de juiste blik te vangen, dan heb ik op zijn minst de tijd die ik in het tekenen van de kanten kraag zou steken al gewonnen. Je mag nog een perfecte schets maken, met een verkeerde kleur kan je een expressie helemaal om zeep helpen. Nog een beetje en onze cavalier ziet er ineens helemaal anders uit…

Lees verder “Frans Hals: de lachende cavalier (03)”

Frans Hals: the swinging ’30’s

Over de jonge jaren van Frans Hals weten we niets. Hoe hij tot zijn gekende expressieve schilderstijl evolueerde of er meteen mee begon (en dus de klassiekere beheerste portretstijl – die toen erg in trek was – kordaat oversloeg) het is tot nu niet geweten.

Het eerste gekende werk van Frans Hals is het portret van Jacobus Zaffius uit 1610.

Hals is dan ongeveer 30jaar wat op zich vrij laat is om te beginnen aan een schilderscarrière zonder voorafgaande historiek. Persoonlijk denk ik dat er rond dit moment een wissel in stijl kwam en dat het verschil met de voorgaande stijl zo groot is dat men in die eerdere stijl Frans Hals niet herkent. Daarbij kan het ook zijn dat hij vroeger in opdracht werkte en dus voor een andere kunstenaar (zijn leermeester?) werkte waardoor men gewoonweg over de schilderijen van Frans Hals kijkt omdat er een andere naam onder staat. Maar dat zijn mijn hypotheses. Of had de stilte voor 1610 een politieke reden (bvb ivm de Spanjaarden), kan ook zijn…

Het is al meteen vanaf dit portret duidelijk dat de verftoetsen snel en trefzeker worden aangebracht. Met brute en verfijnde penseeltrekken weet hij de kijker te leiden naar wat je moet gezien hebben, wat de kern van het werk is, de boodschap en de rest is “versiering”. In het Geheim van de Meester wordt dit portret verder uit de doeken gedaan. Er wordt zelfs in vraag gesteld of het een werk van Frans Hals is en of het achteraf werd bijgesneden (een techniek die in die tijd niet ongebruikelijk was).

Wat we in bovenstaand portret nog merken is de statische houding van het model. Maar de lichtinval van links, de krachtig witte lichtpartijen en de “wilde” markeringen die baard, neus en kraag diepte geven vallen op. Het bruin-rode bont is niet gedetailleerd maar geanimeerd. Het lijkt wel alsof er een fris windje door de kamer loopt terwijl er wordt geschilderd. Hals schildert zoals Zorro zijn Z tekent.

Ik kan natuurlijk niet elk portret in detail gaan bespreken, dan zijn we vertrokken voor een boek van 250 pagina’s. Daarom neem ik je mee in een snelcursus. We gaan meteen door naar 10 jaar later en dan zien we dit “portret” van de een familiegroep in landschap met 3 kinderen en een bokkewagen. Je krijgt er ineens een beeld hoe men er zijn hand niet voor omdraaide om een familieportret in stukken te snijden om eender welke mogelijke reden.

De reconstructie is nog steeds niet volledig, er ontbreekt nog een stuk rechts onder. Was het niet interessant? Is het verloren gegaan of zal het ooit nog ergens opduiken?

Maar kijk vooral naar de stijl, de manier van aanpakken. Ik zei het al bij de vorige blog, de speelsheid van de compositie. Herken je al het licht van links, de fel witte kragen en de losse stijl van poseren? Maar kijk nu ook naar de evolutie in de zwarte kledij. Bij het eerste portret is het nog bijna vlak zwart en nu zijn er wel 27 tinten zwart (volgens Van Gogh, niet volgens een of andere grijze boekschrijver 😉 )

De kanten zijn van ver zeer gedetailleerd maar van dichtbij zijn ze eerder grof geschilderd. Dit maakt dat ze van ver ook nog mooi en gedetailleerd ogen. Bij een fijn uitgewerkt schilderij zie je de details eerder als je er met je neus gaat op staan (hé Jan) maar grote portretten zoals deze bekijk je meestal van op afstand. Ze hangen in grote herenhuizen of paleizen.

Terwijl meerdere tijdgenoten zich laten beïnvloeden door Caravaggio en kiezen voor het theatrale licht-donker-effect (zie Vermeer) , blijft Frans Hals trouw aan het vol licht. Schuiven we de tijdlijn nog ’s 10 jaar op dan zien we dat hij nu 200% trouw is aan zijn techniek zowel in snelheid, expressie als in licht vatten.

Het gezicht is niet in rust en op het gemak geschilderd. Het is snel geschilderd. Gespeeld met licht en donker. Bij deze manier van schilderen zou je bijna denken dat het “naar levend model” is geschilderd, dat het terplekke in het café op het feestje is gemaakt. Dat laatste is niet onmogelijk maar redelijk onwaarschijnlijk aangezien het verplaatsbaar maken van het schildersgebeuren toen niet gebruikelijk was en (omdat er nog geen verftubes ed bestonden) niet erg praktisch was. Wat wél een mogelijkheid is, is dat Frans dit schilderij gewoonweg uit het geheugen heeft geschilderd. Misschien vroeg hij wel één van zijn kinderen om te poseren en moest het daarom des te sneller gaan. Kinderen zitten meestal niet al te lang stil. Maar dat het een ongewone manier was van werken voor die tijd, daar twijfelt niemand aan.

Nog iets opvallend is de glimlach met open mond. Zie mijn kunstweetje KW48. Omwille van de gebrekkige mondhygiëne was dat verre van “done”, eerder “not done”. Zelfs nog vele jaren later was tandhygiëne een zwakke plek in de geneeskunde. De perikelen van Lodewijk XIV spreken boekdelen hierover.

Als laatste nog dit portret. We springen ineens naar 1660. 30 jaar na de fluitspeler van hierboven.

Hopelijk valt je meteen op hoe de mode is veranderd. Weg zwart! Weg korte haren! Nu zijn er kleuren en lange haren, liefst met krullen. En van waar kennen we die mode? Van bij de tandarts van aanvoerder “Louis met het rugnummer van Dries Mertens” natuurlijk 😉

Kijk ’s naar hoe swingend dit is geschilderd. Op het eerste zicht knap en gedetailleerd maar bij nader inzien ruw, slordig en dynamisch. De hand lijkt meer op een klomp en de duim op een opgeplakte valse nagel. Maar had je dat zo gezien had ik het niet gezegd? Allicht niet. En dat maakt dat dit een zeer aangenaam portret is om naar te kijken. Je wordt er gewoonweg zelf spontaan vrolijk van, toch? 🙂

En nog steeds met het licht van links, de felle witte partijen die diepte geven en de vele transparante lagen stof die het geheel diepte geven: dit werk is zeker gesigneerd Frans Hals.

Door de losse stijl van Hals wordt dikwijls gezegd dat hij een alcoholprobleem had en daardoor niet precies kon schilderen. De onderwerpen van zijn schilderijen en zijn financiële problemen zullen daar allicht ook wel aan bijdragen. Sommige bronnen beweren zelfs dat Frans Hals zijn hand zo losjes was dat hij er al eens zijn vrouw mee bewerkte. Al is dat niet gelogen, maar wel verwarrend want in dat laatste geval gaat het om een andere Frans Hals die – moet lukken – ook in Haarlem woonde. Onze Frans Hals gaat met zijn stijl helemaal mee in de zwier van de Barok (zie KW37) en het is er voor mij aan te zien dat hij het meer had voor de stijl die Rubens en Van Dyck hanteerden dan voor de stijl die de andere Nederlanders hanteerden. Misschien maakte die differentiatie (zeg maar “avant garde”) ook zijn renommee. Al was die maar van korte duur want de Barok werd redelijk snel gevolgd door de Rococo ( zie KW38) waardoor de rijkere klasse de Barokschilderijen uit de mode ging vinden en ze al snel op zolder belandden (waar ze dan vele jaren later werden terug gevonden en als het écht vele jaren later was, er nog eens flink veel poen werd verdiend op de gezondheid van de overgrootvader).

Frans Hals: de lachende cavalier (02)

Vandaag deel 2 van de schets. Djeezes wat vraagt dit f*ckin’ veel concentratie! Het schilderij mag dan wel virtuoos – waarmee meestal wordt bedoeld “met schwung” – geschilderd zijn, het is verdomme gedetailleerd uitgewerkt om rock-n-roll te zijn.

Ondanks mijn streven naar (hyper)realisme hou ik wel van rock. Wie mij volgt over de Facebook zal al gezien hebben dat ik op vrijdagen wel eens muziekjes met veel gitaren en langharige kapsels durf te posten. Controle tijdens de opbouw van een werk is goed maar op een zeker moment moet er ook leven, lust, dynamiek in komen. En die levenslust en dynamiek is nu neet wat ik zo aantrekkelijk vind ik de schilderijen van Hals. Nog meer in dit schilderij want het is tegelijk statig maar je ziet er een deugnietenblik van de cavalier in.

Per tussenstap foto moest ik toch wel even uitblazen. Mijn gedachten verzetten. Nekeer een onnozel danske doen. De rug losschudden. Om dan terug tot volle concentratie te komen. Ik ga niet altijd uren blijven tellen, dat is nutteloos. Het is iets wat kunstenaars graag doen om of aan te tonen dat ze onderbetaald zijn of om aan te tonen dat er vele uren in het werk zijn gekropen en het dus zeker goed moet zijn. Oprecht gezegd; ik geloof in geen van beiden. Ik geloof in het resultaat. Mensen die mijn tekeningen mooi vinden zijn meestal ook wel de meerwaardezoekers in het leven. Ze gaan niet voor “half”. En dan zet je kwaliteit voorop.

Frans Hals: De (r)evolutie van het portret

Geen ander als Frans Hals zette de manier van portretteren op zijn kop. “Love it or hate it” moet wel de stelling van de kijker geweest zijn. Dat maakt je of beroemd of berucht. Voor het eerste heb je connecties nodig, voor het tweede een groot bakkes 😛 . Als je uit de band wil springen en daarmee ook je boterham verdienen dan heb je steun van je volgers nodig. Ik spreek een beetje uit ervaring met mijn kleurpotloden 😉

Waarmee verdien je in de Gouden Eeuw het meeste? Dat zijn meestal huwelijksportretten (vraag maar aan de hedendaagse fotografen) en groepsportretten van (schutters)gilden. Voor kunstenaars waren er daarnaast niet al te veel opties. Rubens, Van Dyck, Rembrandt,…ze maakten allemaal dergelijke portretten in opdracht. Van Vermeer weet ik het niet zo maar laat me stellen dat de thema’s die in zijn (resterende) schilderijen van toepassing zijn wel erg in de lijn van verliefdheid, gemis van een geliefde, boodschappen van liefde,…liggen.

Mannen die geld verdienden waren meestal betrokken in de Nederlandse wereldhandel en waren – in het algemeen – al snel of maanden op zee of maanden ergens in het buitenland. ’t Is niet dat ge de trein nam aan 140km/u om eens effe over-en-weer naar Parijs of Berlijn te trotten met uw valies. Daar ging wat tijd over. De schilderijen waren dus deels een bevestiging van de verbinding tussen partners. Ik kan het moeilijk “emoties” noemen want huwelijken werden al eens geregeld in die tijd. Niet iedereen nam het risico om zijn kinderjuf te bezwangeren, hé Frans 😉

Anderzijds was het natuurlijk een uitstraling van hun vermogen. Deze mensen zijn dan wel zwart gekleed (wat nog wat de Spaanse mode was en “praal” adhv gekleurde kledij was “verboden” door hun geloof) maar dat belette niet dat die kledij mocht worden voorzien van gouden borduursels, kettingen en kanten onderkledij.

Toen Frans begon aan het portretteren moesten die schilderijen dus vooral status uitstralen. Gelijk de Turk die met zijn BMW showt in de Gentse straten en fier is op zijn dure auto en dito muziekinstallatie. Maar Hals zag portretten anders. Ik ben er van overtuigd dat Frans eerder een emotie-mens is en minder boodschap had aan de praal dan aan het karakter achter de façade. Moet je in de bovenstaande pendant (= 2 schilderijen die bij mekaar horen) kijken hoe mijnheer Geeraerdts zijn geliefde aankijkt. De liefde spat er af. Vanuit haar kant van het schilderij biedt zij hem een roos aan. Kijk ’s naar die blikken, hoe die mensen mekaar graag zien, hoe de toekomst hen toelacht. Helaas zijn beide schilderijen vandaag al lang gescheiden. Zijn schilderij hangt in het Frans Hals Museum, zij wordt ergens opgesloten in een kluis ver van elk daglicht.

Nog groter contrast met eerste bovenstaand schilderij is het huwelijksportret van zijn maat/mecenas Isaac Massa (ofte Isaac Abrahamsz) Moet je zien hoe

Lees verder “Frans Hals: De (r)evolutie van het portret”

Frans Hals: de juiste plaats & tijd

Voor ik begin te vertellen over wie Frans Hals was en over zijn leven en de techniek wil ik hem toch eerst even in de tijd plaatsen.

We zitten in het hart van de Gouden Eeuw. Nederland bloeit! Antwerpen sterft. Wie geld wil verdienen moet dus naar Nederland en liefst in de buurt van Amsterdam. Daar woont al wie schoon en vooral rijk is of dat gedurende deze periode zal worden nav. de commerciële boottochten die er aan staan te komen.

Alles bloeit bij onze bovenburen: technieken, handel en vooral kunst. Tijdgenoot van Rubens, de firma Bruegel, Rembrandt, Vermeer en Caravaggio dat zegt al veel over hoe er waarde wordt gehecht aan kunst en vooral in onze contreien (voor wie er nog mocht aan twijfelen: ik weet dat Caravaggio een Italiaan is 😉 )

Lees verder “Frans Hals: de juiste plaats & tijd”

Frans Hals: de lachende cavalier (01)

Normaal zou ik beginnen met een introductie. Wie is Frans Hals? Waarom zou je Frans Hals moeten kennen? Maar dat hou ik voor later. Ik ben een beetje te lui om dat dikke boek dat ik een paar maanden geleden heb gekocht door te slikken. Dus Frans Hals “the bio” volgt later. Voor wie kunstweetje 51 niet heeft gelezen, ’t is het ideale moment. Klik hier.

Als zomertekening – zoals de vorige zomers Bruegel 2 & Rafael 1 (het jaar daarvoor maakte ik WK-versies van bekende Belgische kunstwerken 😛 ) – dit jaar dus een Frans Hals. De hele zomer lang zal ik vertellen over de keuze, de opmaak, de technische uitdagingen en al mijn frustraties HAHAHAHA. De zomerblogs zullen over de middag worden gepubliceerd, ’t is dan goed voor tijdens uw werkpauze en ook voor de uitslapers 🙂

De tekening is net iets kleiner dan het origineel. Zal ik verklappen waarom…goh…neeuuu…’k ga nog wat wachten. Trouwens dat verschil is echt minimaal en te verwaarlozen in het geheel. Technisch gezien gaan we weer voor topkwaliteit: dik papier van Canson professioneel verlijmd op een dibondplaat (die geeft de komende jaren geen krimp) én de Luminance-potloden van Caran d’ache. Maar bon, hoe goed en hoe duur de materialen ook zijn, het is blijft de tekening die het moet doen.

Nog voor er één streep op papier komt, zijn er dus al heel wat uren voorbereiding aan te pas gekomen. De lachende cavalier maakt deel uit van The Wallace Collection. Voor de Belg die nu ineens een belletje hoort rinkelen, niet te snel juichen, het is waarschijnlijk dit belletje 😉

Na 2 uur schetsen op het hoofd en de kanten kraag, ziet het resultaat er uit zoals op de foto. Als ik grofweg reken heb ik met de voorbereidingen meegerekend toch al zo’n 10uur aan deze tekening gewerkt.

Frans Hals: de lachende cavalier – achter de schermen van een kunstwerk

Deze zomer vertel ik het verhaal van het schilderij “de lachende cavalier” van Frans Hals. Volg mijn blog via www.maxvanhemel.be en je komt (bijna) alles te weten over dit schilderij maar ook over Frans Hals, zijn tijdgenoten, de kunststijlen,…

Naast het verhaal maak ik mijn eigen versie van het schilderij. Van het blanco blad tot de afgewerkte tekening vertel ik over mijn ervaringen, ontdekkingen en onderzoeken naar dit schilderij. Volg dus zeker mee vanaf je (tele)werk, tuin of naast het zwembad ergens onderweg. Het worden zeker boeiende momenten die je niet mag missen! Laat vrienden en familie mee genieten van dit kunstavontuur, deel gerust de berichten als je ze leuk vindt.

KW51: Malle Babbe

Frans Hals wordt de kunstenaar waar ik me de komende weken/maanden zal in verdiepen. Ik hoop dat ik uit die studie niet alleen technische informatie kan halen maar ook heel wat weetjes. Ondanks dat Frans Hals waarschijnlijk in Nederland bekender is dan in Vlaanderen is hij van geboorte wel degelijk een Vlaming maar het gezin Hals verhuisde toen Frans ongeveer 4jaar was naar Haarlem.

Frans Hals was tweemaal getrouwd en Lees verder “KW51: Malle Babbe”

Bruegel 3: de imkers (4)

Laatste blog in het verhaal over deze imkers maar haak nog niet af want er valt toch nog heel wat te vertellen over de cliffhanger waarmee ik mezelf (en hopelijk jullie ook) opzadelde eind deel 3 van deze reeks.

De meest voor de hand liggende evolutie sinds vorige blog is dat imker 1 is afgewerkt. Samen met de bijenkorf die hij vast heeft. En dan nog wat natuur op de achtergrond: het stroompje, de grassen, de heuvels, wat extra inzet bij het paadje vooraan en de tekst staat nu in inkt.

Uit de studie van de tekst en nader bekeken en beter bestudeerd, zie ik op de ets dat de “y” eigenlijk een “ij” is en dat er ergens een verkleurde “n” tussen zit. Of die “n” er oorspronkelijk stond, later is toegevoegd of zelfs leidt tot een andere betekenis van de zin, dat weet ik helaas niet. Vervoegingen en verbuigingen zoals we die nog kennen uit de les Latijn (of Duits, gelijk dat ge’t wilt hebben) leren dat een “n” meer of minder wel eens een andere betekenis aan een zin kan geven. In ieder geval wordt de tekst dus deze:

Een “,” tussen de zinsdelen zie ik niet. Het is dus niet “dije den nest Weet, dijen Weeten”. Moet zijn dat het voor die tijd wel duidelijk was wat moest gezegd worden. Of net niet en speelt Bruegel hier nog meer met uw voeten/gedachten. Want laten we even terug komen op de cliffhanger van vorige blog. Ik beloofde uit te zoeken of deze imkers dan wel bijenverzorgers dan wel honingdieven zouden zijn.

Nu de tekening af is zou ik stellen dat het geen toeval is. Gelet op de compositie van de tekening, de houding van de imkers, het feit dat ze helemaal op zichzelf (als een commando) te werk gaan en naar mij idee redelijk brutaal omgaan met de bijenkorven zou ik zeggen dat het wel degelijk honingdieven zijn. Dat je van de tekst – die duidelijk verwijst naar diefstal – over de imkers moet naar de eierdief, bevestigt voor mij alleen maar mijn hypothese.

In eerdere verhalen verwees ik al naar de houding van de Spanjaarden in Vlaanderen in die tijd. Dit bovenop de strenge winters kan ik me goed inbeelden dat men droomde van vastenavond maar eerder wakker lag van het vasten. Diefstal – uit noodzaak – zal dan waarschijnlijk wel meer voorgevallen zijn.

De literatuur steunt mij hierin deels. De dames en heren met kennis zijn er niet echt uit. Men gaat naar mijn mening soms te ver: dat de tekening een allegorie is op eigentijdse politieke en religieuze gebeurtenissen, dat de tekening een persoonlijke zoektocht is van Bruegel naar de mystieke waarheid,…etc. Kan zijn dat het een spotprent was. Ik vertelde al eerder dat Bruegel’s vrouw van hem de opdracht kreeg veel van zijn tekeningen te verbranden omdat ze “te gevoelig” waren. Al is deze prent wel bewaard gebleven, kunnen we daaruit besluiten dat ze zeker niet spottend bedoeld is?

Ik lees in ieder geval nog wat verder en laat jullie hieronder de definitieve versie met aangepaste tekst en nog wat meer schaduw door de centrale boom (die was toch wel wat te wit naar mijn goesting)

Bruegel 3: de imkers (3)

In deze fase heb ik de boom (waar de nestrover in kruipt) en de middelste imker verder uitgewerkt.

Op de achtergrond links, tussen imker 1 en 2, zien we nu duidelijk een landschap met een boerderij/huis met watermolen opduiken. Verder in de diepte staat een soort burcht en een dorpskerk.

Bij het etsen/tekenen in inkt is het toch wel anders om diepte te creëren in een beeld. Wanneer Bruegel (en zijn tijdsgenoten) een ver landschap in beeld brengen dan deden ze dat meestal door middel van perspectief maar ook door de kleuren valer, blauwer te maken. Het “leven” er een beetje uit halen. Bij etsen werken we niet met kleuren maar met grijswaarden. De tekening wordt onduidelijker weergegeven (met puntjes) en ook hier weer lichter dan we dat bij de voorgrond zien.

Weet je wat mij begint op te vallen? Die imkers…die Lees verder “Bruegel 3: de imkers (3)”

Bruegel 3: de imkers (2)

We gaan nog een beetje verder met streepjes trekken op de tekening. Allez, ’t is niet alleen streepjes trekken, het is ook de schets verder uittekenen en in-inkten.

Misschien zoek je naar het verschil met de vorige tussenstap en valt het niet zo meteen op omdat het vlak rechtsboven zo overheersend is. Bij deze is de voorgrond rechts onder uitgewerkt. De bijenkorf die op de grond ligt, de hoge grassen errond en de opvallende plant met grote bladeren centraal vooraan. Ik vraag me af welke plant dit wel zou kunnen zijn. Het doet mij denken aan een calla of een lepelplant maar daarvoor zijn de stengels van de bladeren te kort op de tekening. En het is ook niet echt een plant die je in het wild ziet. Laat staan in die tijd (de lepelplant komt oorspronkelijk uit het Amazonegebied). Strikt theoretisch is het wel mogelijk maar praktisch lijkt me dat onrealistisch. Tips zijn welkom 🙂

Naast het uitwerken van de voorgrond is ook de rechtse imker uitgewerkt. Het rieten masker en de pij (zie blog “0”) zijn nu wel duidelijk in beeld. Ik denk dat hij de bodem van de bijenkorf opent. Dat moest ik toch maar eens opzoeken: wat weten we eigenlijk over bijenkorven van rond 1500?

Lees verder “Bruegel 3: de imkers (2)”

Bruegel 3: de imkers (1)

Tijdens het opzetten van een tekening neem ik zelden pauzes. Ik ben dan in volle concentratie en niemand mag mij storen. Dat weten ze hier in huis; wanneer vader op zijn atelier kruipt en ’t is om iets nieuw te beginnen, dan blijven we uit zijn buurt. Zeker wanneer het gedetailleerde werken betreft. De Bruegels kan je zonder twijfel onder die rubriek zetten. Ze zijn van een redelijk hoge complexiteit en vragen wel wat inspanning, focus om op te zetten. Ik vind persoonlijk Bosch nog complexer daarom dat ik er mij tot nu nog niet heb aan gewaagd. Al zou ik voor Tessa wel eens een kopie kunnen maken van die kruistocht die in het Gentse MSK hangt. Die lijkt me niet zo moeilijk, alleen erg veel zwart in de achtergrond wat met potlood moeilijk haalbaar is.

Maar dit om te zeggen dat ik dus de schets van “De imkers” heb opgezet. En al meteen een eerste weetje te vertellen: De naam van Bruegel en datum van het werk staan rechtsonder. De datum noteert: MDLXV en dat zou willen zeggen dat het werk is getekend in 1000+500+50+10+5 = 1565. Maar een stuk van de ets werd afgesneden waardoor men vermoed dat het ergens 1568 werd gemaakt. Ik zet er de naam en datum later nog wel op, dat is afwerking 😉

Omdat ik echt niet vertrouwd ben met etsen en tekenen met stiften, ben ik maar achteraan begonnen met testen hoe dat precies loopt met dat streepjes zetten en zo te komen tot grijswaarden. Jaaaa! Lap! ‘k heb het dus weer aan mijn rekker…Was ik totaal vergeten…Bruegel…rechtshandig…Van Hemel…linkshandig…dat wordt weer ondersteboven tekenen. Maar het lukt. Ik zal wel nog iets fijnere stiftjes moeten kopen om verder het fijne werk te kunnen maken.

Maar vooral belangrijk hier is wat we te zien krijgen: in de boom rechtsachter kruipt een man “de boom in” 😉 Herkennen we dat beeld niet van een ander schilderij uit hetzelfde jaar? Ik laat het aan u over om dat te beoordelen…

1 jaar

1 jaar geleden ging ik de Toren van Babel afleveren bij de koper van dit werk. Ik beloofde dat – eens corona achter de rug – ik zou terug komen voor een persoonlijke uitleg in alle veilige omstandigheden. Tot vandaag heb ik die persoonlijke uitleg nog niet kunnen geven. Ik stuurde een mailtje om te laten weten dat ik die belofte nog niet vergeten ben maar dat we nog even geduld moeten hebben.

En toen kreeg ik dit prachtige antwoord…

Hey Max,

Is het ondertussen al 1 jaar,

Tijd vliegt
Leven vertraagt
Kunst vergaat
niet als je ontdekt
Hoe mooi elk detail
Is uitgewerkt
Dus nog steeds gelukkig
Te mogen kijken
naar jouw creatie
Geboetseerd
Met Bloed, zweet en tranen
Elke dag opnieuw
Leven vertraagt
Door kunst
Met een gelaat.

Ps: bedankt voor de kijktip.
Wat mij betreft: INDRUKwekkend

Mvg, F.

Wil je graag het hele verhaal rond de tekening van deze toren en de massa’s vele details (her)lezen? Klik dan op deze link.

Bruegel 3: de imkers (0)

Ondanks de corona zijn het voor mij drukke tijden. Niet dat ik het aantal bestellingen niet meer kan tellen (I wish), ik ben volop bezig met de geplande expo voor juni te voorzien van nieuw werk. Ik teken nu aan 5 tekeningen tegelijk, 1 staat klaar om van zodra er tijd is te starten en 1 staat klaar om in te lijsten. Dus 7 tekeningen tegelijk. Dat is een redelijk record maar het geeft me meer en meer het gevoel dat dit de juiste weg is en dat er een soort van “productielijn” ontstaat. De vorige jaren (met de triptieken) werd feitelijk evenveel getekend in oppervlakte. Nu zijn het meer maar kleinere tekeningen, dus veel meer verhalen bij de expo 🙂

Eén van de lopende tekeningen is Bruegel 3: de Imkers. Een Bruegel waar ik zelf veel bewondering voor heb. Het is geen schilderij of tekening maar een ets. Dat wil eigenlijk zeggen dat het – in mijn ogen – geen Bruegel is maar wel een werk naar Bruegel. Al weet de doorsnee mens wel dat in de tijd van B. etsen de enige manier was om op grotere schaal tekeningen te gaan verspreiden. Door middel van de ets kon een tekening immers gedrukt worden. Dat was handig voor de verspreiding en dus ook voor de naambekendheid.

 

Maar wat ik zo bijzonder vind aan Lees verder “Bruegel 3: de imkers (0)”

Toren van Babel: het geheim van de meester

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Ergens in november 2017 begon ik aan een kopie van de (grote) Toren van Babel door Pieter Bruegel de oude (origineel: Boijmans – Van Beuningen) . Het kleinere broertje van de versie van het grote schilderij dat in Wenen hangt. Ik blogde er over tot februari 2019. Daarna volgden nog een paar blogs over het vervolgluik van de toren en wedstrijden/expo’s van de Toren en zijn moderne versie. Er waren ook nog de blogs rond de kopie van tekening (niet de ets – ik zeg het nog maar eens – ) van Kermis in Hoboken door Bruegel met vooral grappige verhalen en het grote mysterie rond het vaandel van de herberg.

Kortom veel leesvoer voor wie houdt van Bruegel of/en van de Vlaamse schilders. In het lopende seizoen van de NPO-reeks “Het geheim van de meester” werd nu toch ook wel een kopie van de Toren van Babel gemaakt zeker! Althans, dat was het doel. Want in “Het geheim van de meester” leggen de makers van het programma zich de deadline op om binnen de 3 weken de kopie af te ronden. Dat vond ik wel een straffe uitdaging aangezien ik er meer dan een jaar over deed om een (groot) stuk van het schilderij na te tekenen en in te kleuren. Hoe zouden zij dat op 3 weken klaar krijgen? Daar was ik nu wel ’s benieuwd naar.

Ik ga het niet allemaal verklappen maar de aflevering is zeker een “must see”. Je ziet er niet alleen de – voor mij zeer herkenbare – frustratie van het detail maar er worden ook hier weer interessante technische details prijs gegeven. Daarnaast tonen ze een echte “tredmolen” waarvan er meerdere te zien zijn op het schilderij. En natuurlijk weerstaan ook hier de makers niet aan het tellen van figuurtjes. Ik telde ze niet, ik wist dat het er meer dan 1000 zouden zijn. Ik telde het aantal bootjes in de haven en kwam op 83 uit.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/23-02-2021/AT_2156611

Van Eyck (03): Portret van kardinaal Albergati

Veel en lang kan ik over dit portret niet vertellen. Veel geschiedenis zit er niet achter en qua complexiteit hebben we er al moeilijkere op de tafel gelegd 😉 Het origineel en mijn versie zijn ook maar een A3tje groot.

Ik ben blij met het resultaat en K. (het model) ook. Hieronder nog de versie zoals jullie deze nooit nog zullen zien. De randen zullen worden bijgesneden tot op het formaat van het originele schilderij. Ik zou ’s moeten uitzoeken of deze ook ooit is overgezet op doek (zie mijn kunstweetjes) maar ik had zo de indruk van niet. Al blijven de Van Eyck’s, net als de Bruegels erg fragiel. En zeker deze die op papier is gemaakt. Ik laat ‘m in de goede zorgen van mijn maat Hugo Martens die ‘m zal verkleven en inlijsten.

Van Eyck (02): Portret van kardinaal Albergati

Nu de schets er op staat is het (om het gemakkelijk te zeggen) “niet meer dan” inkleuren. Al is het inkleuren bij een Van Eyck (of eender welke Vlaamse primitief, was het nu Bruegel, Petrus Christus,…) nooit echt “vanzelfsprekend”.

Telkens ik zo’n inkleuren maak denk ik bij mezelf dat er toch wel heel wat improvisatie bij moet gekomen zijn. Zoals ik bij deze tekening een rood fleece-dekentje op mijn tekentafel heb liggen om naar de plooien, glooiingen en lichtinvallen te kijken, moet Van Eyck zeker wel “draperieën” – al dan niet in gordijnvorm – in zijn atelier hebben gehad. Sommige plooien kan je gerust uit je duim zuigen, wie zal het merken dat het niet echt is? Maar het moet wel kloppen natuurlijk 😛

Bij deze de kleurzettingen want die wil ik toch een beetje bijsturen (zie eerdere blog omtrent vernis). Als ik mijn laatste vorderingen zie, dan vind ik dat mijn versie wel “frisser” oogt dan het origineel. Niet dat ik me meet met Van Eyck, ik wil niet liever dan aantonen dat “klassiek” verre van “uit de mode” is 😉

Van Eyck (00): Portret van kardinaal Albergati

In de aankomende expo – (voorlopig) gepland voor juni 2021 – wil ik een eigen en eigentijdse versie van het “Portret van kardinaal Albergati” (Van Eyck) maken. Het wordt een mix van het originele schilderij met mijn eigen portret en eigen techniek. Ik ga mij niet avonturieren aan schilderen, laat staan aan olieverfschilderen.

Ter introductie een woordje over het “echte” schilderij van kardinaal Albergati.

In 1435 werd een vredesverdrag gesloten tussen Filips De Goede (Bourgondisch heerser over de Vlaanders ) en de koning van Frankrijk Karel VII in Atrecht (cfr Google is dit Arras). Dit verdrag maakte een einde aan de oorlog die was ontstaan nav de moord op Filips De Stoute. Maar geen akkoord of verdrag zo geldig als dat dat door God is verzegeld. Dus stuurde de paus een eigen bemiddelaar: kardinaal Niccolo Albergati, ambassadeur van de Heilige Stoel in Frankrijk (1422-1431). Van Eyck was ook op die gebeurtenis waarschijnlijk om een “fotoverslag” van de aanwezigen en de gebeurtenissen vast te leggen.

Dit portret werd waarschijnlijk niet op dat event geschilderd maar pas achteraf. Dat leiden we af uit de gedetailleerde studietekening die van dit schilderij bestaat. De tekening toont al lichtschakeringen, details in het gezicht,… Lees verder “Van Eyck (00): Portret van kardinaal Albergati”

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado