Wistjedatje…

En toen kwam dit plots in me op…Als zo’n persoon in de inkom ongeveer 3 a 4 mm hoog is…En de toren (natuurlijk niet af, want hij geraakt niet af) meet in dezelfde verhouding 52cm ofte 520mm…

Als ik daarop de regel van 3 toepas en de lengte van de persoon vastleg op ongeveer 170cm (gemiddeld gezien en rekening gehouden met de tijd van toen), dan (let op, nu wordt het technisch-wiskundig) is de toren in verhouding:

170cm = 1700 mm; die 1700mm is op schaal 4mm. Als de toren 52cm = 520mm meet; dan zou de toren in deze toestand (1700 /4) x 520 = 221.000mm. Gedeeld door 1000 (om te komen tot meter), 3 nullen schrappen, is dus 221meter. Neem ik aan dat een persoon 3mm ipv 4mm hoog is, dan is de toren 295meter. Of dat hoog is? Ik geef u een paar ideetjes:

Witte huis: 21m
Colosseum Rome: 48m
Notre-Dame Parijs: 69m
Stadhuis Brussel: 96m
Atomium: 102m
KBC toren Gent: 118m
Sint-Pieters basiliek: 137m
Piramide van Cheops: 139m
Zuidertoren Brussel: 150m (is trouwens het hoogste gebouw van België)
Time Square Tower (NY): 221m

Hebt ge’t begrepen? Dat is dus, in zijn tijd, ca 1568 een enorm groot gebouw. Ik geef maar mee dat de Eiffeltoren (1889) het eerste gebouw was hoger dan 300meter. We hebben er dus wat moeten op wachten om zulke hoge gebouwen gerealiseerd te zien. Vandaag gaan we al boven de 500meter hoogte (One World Trade Center NY).

 

 

Advertenties

het café is open

Soms is het een beetje gokken naar wat je te zien krijgt. Het zijn soms taferelen die we vandaag niet meer kennen. Het is voor mij dan erg verleidelijk om te gaan fantaseren wat het wel zou kunnen zijn (zie ook vorige blog rond de smidse). Bij het schetsen van deze strook van 6 bij 6 cm was het me niet zo duidelijk of de mannen op de eerste verdieping strobalen of tonnen aan het verzetten zijn. Maar aangezien we al een vissers en boeren hebben gehad moet er ook gedronken worden. Dus gok ik dat het een opslagplaats is voor tonnen. Ze ligt meteen ook boven de centrale (hoofd?)ingang van de toren. Als je een groot station of een winkelcentrum binnen stapt zie je toch regelmatig rond de ingang wel een drankgelegenheid.

Ik ben nog wat verder gegaan met tekenen (niet met inkleuren) en het is alweer een drukke scene met 52 personages! Nemen we de man rechts van de ton die dichtbij de borstwering ligt (de ton is maar half te zien). Dan schijnt die een beweging met de arm te maken naar een andere man alsof hij zegt “hé, waar moet deze ton naartoe?”. De andere wijst met de arm de richting aan waar de ton heen moet. In die richting zijn ook al 2 andere mannen een ton aan het verrollen. In de hoek van de steunbeer staat een andere man. Hij staat voorover gebogen met zijn handen rond zijn navel. Is hij het geld aan het tellen van de verkoop van zijn ton of is hij aan het wildplassen? Ook binnen in de toren is er bedrijvigheid maar de zichtbaarheid ervan wordt aan het daglicht onttrokken. Hmmm…zouden er nog andere redenen zijn om naar deze plek te komen?

In ieder geval staat boven de inkom de zoveelste hijskraan gemonteerd. Toch heeft deze een iets anders dan de andere kranen/stellingen. Onderaan zijn 3 schuine balken te zien. De balken hellen over de rand. Dienen ze om meer steun te geven aan de ton wanneer deze wordt opgetild en naar binnen gebracht? Aan de andere steunbeer liggen in ieder geval al een paar tonnen klaar voor verder transport.

 

Bruegel in detail

Dit detail wil ik jullie niet onthouden. Ik toon het origineel omdat ik vrees dat ik dit echt niet kan evenaren laat staan overtreffen.

De scene is ongeveer 4,5x2cm afgaande op mijn tekening. Ik ben dit stukje nu aan het schetsen maar het grijpt me zo aan dat ik gestopt ben met tekenen en dit moét neerschrijven. We staan – denk ik – voor een smidse. Er liggen balken (boomstammen? metalen liggers?) op de grond, links van de schuur staan planken tegen de muur en karren komen langs. Op het eerste zicht niets zo bijzonder. We zitten immers op een bouwwerf en in die tijd werd, voor dit soort constructies, veel meer gebruik gemaakt van hout van de metaal zoals dat vandaag wel het geval zou zijn. Het is er wel erg druk, ook toen was het druk in “den bouw”.

Bekijk deze pracht even en weet dat dit stukje dus amper zo groot is dan 3 postzegels. Ziet u het paard in het midden? Het trekt de longen uit zijn lijf. De poten staan helemaal schuin omdat het beest de kar vooruit moet krijgen. De man op de kar port het dier aan maar schijnt er niet over te denken van de kar te stappen. Uit de werkplaats stapt een man naar buiten. Eén voet staat al over de deurdorpel terwijl zijn ander been aangeeft dat hij duidelijk naar buiten komt. Ook in zijn kledij zien we kleurschakeringen die de beweging van de benen suggereert. In het andere deurgat staat ook nog iemand, het lijkt wel iemand met een mantel en kap aan. Door een ingenieus tilsysteem worden materialen door het dak naar boven gehesen. Op het dak zelf liggen (vermoed ik) gewichten opdat het niet zou opwaaien bij slecht weer of zijn het verluchtingskapjes, het kan ook. Op de grond voor de werkplaats nog een anker dat zoals bij die andere bouwkraan wordt gebruikt als tegengewicht.

Wat de rode vlekken binnen zijn (vuur? bezoekers?), is mij niet duidelijk maar de details gaan wel zo ver als dat de Y-vorm die het dank ondersteunt niet is vergeten.

Let ook even op de kar links onder. Die is zo goed als transparant. Kan er een verkleuring opgetreden zijn? Een beetje dieper in het schilderij staat een transparante schuur die doet denken aan een serre al lijkt me dat voor die tijd wel erg vooruitstrevend

Foodtrucks onder de toren

Ik heb jullie geduld wat op de proef gesteld. Eerst was er een week ziekte, dan waren het feestdagen en daarna moest ik nog die tekening van De Campagne voornemen. Het was ook voor mij er terug in komen. We waren gebleven bij de schaapjes die in grote getale over de weide beneden aan de toren lopen. Dat er, naast vissers, ook boeren op de vlakte te zien zijn is al evenmin verwonderlijk met zoveel volk op de werf. De boeren waren de foodtrucks van de tijd.

Ik had ook al eerder laten weten dat ik terug naar het “gelijkvloers” zou gaan om daar verder te werken en zodoende daarna weer op te klimmen. Vandaag tekende ik het vervolg van de akkers. Ondanks dat het op het eerste zicht een ordinaire vlakte lijkt die snel afgewerkt is, zitten er veel kleurschakeringen in. Deze geven diepte en reliëf aan het landschap. Ik ontdekte dat er naast de 2 runderen nog een derde staat, helemaal verscholen in de schaduw van de boom. In het midden staat ook nog een kapel (die ik nog moet uitwerken) en er zijn 2 vrouwen op het land aan het werken. Van de 2 personen die rechtsboven op het pad aan het wandelen zijn vermoed ik dat de linkse een non is. Het is niet goed te zien op het schilderij maar afgaande op de kledij vermoed ik van wel.

Dit kleine stukje is eigenlijk al een schilderij op zich. Je ziet hier 3 uur werk…Met een overzicht van de zone waar is aan gewerkt, de start, een tussenstop en het einde. De floue foto’s komen door het inzoomen, sorry daarvoor.

 

Landgoed De Campagne – prequel

Tijdens de receptie door het Cultuurplatform Wondelgem kreeg ik de vraag van Jef Van Pee, politicus en veel geziene gast, of ik dit genre (gebouwen tekenen) al eens meer deed. Ik antwoordde eerlijk dat ik dat wel eens doe maar niet echt veel en kreeg prompt de suggestie om voor publiek toch te bevestigen dat ik het tekenen van gebouwen wel gewoon was.

Nu ja, eerlijk is eerlijk maar anderzijds is het ook niet mijn eerste gebouw. Zonder een gebouw te tekenen word je geen master in de bouwkunde…

Maar als er dan toch al eens een kasteel op mijn CV mocht staan dat in de buurt komt van wat er in Drongen staat dan is het dit kasteel wel: Molensloot. Er zijn toch wel wat veergelijkenissen niet?

Molensloot, potlood op papier, ongeveer 100 x 50cm

Schaapjes tellen

Omdat ik met de schaduwzijde tot aan de wolken ben gekomen, ben ik terug naar beneden gegaan om daar verder te werken aan het landschap. Het is eens een afwisseling van decor, dat wakkert de concentratie terug aan, maar het kan ook geen kwaad omdat de kleurpartij in de schaduw feitelijk helemaal getekend is. Ik hou er mij niet altijd aan maar het is wel het beste om kleurpartijen in een opeenvolgende fase uit te werken. Zo ben ik zeker dat ik hetzelfde kleurenpalet consequent blijf gebruiken. Voila, nu dat is gedaan, kan ik dus terug naar de grond. Daar zie ik een stier en wat schapen, schuren, mensen die een akker aan het bewerken zijn en een boerin die vanuit haar venster de schaapjes in het oog houdt. Er is ook een man die een stapel hooi in brand steekt. Waarom hij dat precies doet is me niet echt duidelijk.

Het is niet te zien op mijn foto’s maar op het detail van het schilderij dat ik toevoeg kan je’t goed zien. Rechts van de boerderij is een soort afgrond waar een aantal mannen aan het graven zijn (of hakken ze stenen?). Ook hier weer sublieme details op het schilderij waarbij je zelfs kan zien dat die mannen een mand of rugzak aan hebben waar ze wat ze de oogst kunnen in opbergen…

De Toren cfr Jeroen Olyslaegers

bron: Facebook Jeroen Olyslaegers – met dank aan Ann Mogensen & Suzy De Swert

Bruegel schilderde de Toren van Babel twee keer. Het schilderij bovenaan is uit 1562 (hangt in Wenen), het andere is allicht twee jaar later gemaakt (hangt bij Boymans, Rotterdam).

Bruegel en satire, wat een bijzonder fascinerend onderwerp. het waren gevaarlijke, gepolariseerde tijden in het Antwerpen van die periode. katholieken en gereformeerden zaten op elkaars lip, de gereformeerden vielen uiteen in lutheranen, calvinisten, anabaptisten en nog meer tisten. zoals een Engelse spion uit die tijd getuigde: ‘iedereen lijkt hier zijn eigen religie te belijden.’ maar religie werd ook politiek. het verklikken werd aangemoedigd. mensen werden gemarteld en gechanteerd indien ze gereformeerd waren (en geen bescherming genoten vanwege geld of status). iedereen moest op zijn tellen passen. en dan schildert Bruegel dit, in opdracht van de rijke koopman Niclaes Jonghelinck.

indien het bedoeld was als satire, kon iedereen er zijn gading in vinden.
de katholieken beschouwden het in hun ogen al te lakse Antwerpen als ‘Babylon’.
de reformeerden zagen dat de eerste versie van Bruegel’s Toren gebouwd was op een rots, net zoals Rome dus.
en de humanisten die vooral bezorgd waren dat er absoluut een kant moest worden gekozen zagen het onheil en het onvermogen naar elkaar te luisteren van beide kanten aangeklaagd.

dit vind ik zo knap van die sluwe Bruegel die goed genoeg wist hoe gevaarlijk openlijke kritiek kon zijn. hier is zijn satire tegelijk scherp én algemeen. hij liet het over aan de kijker, aan wat de ander er op projecteerde…
is dat niet de ultieme satire? een waarbij uw eigen mening onzichtbaar wordt onder al die meningen van al die anderen die menen hun groot gelijk in uw werk terug te vinden?
wist zijn opdrachtgever Jonghelinck dat? was he in on the game? dat komen we allicht nooit meer te weten.

eerste pittige detail: toen Bruegel dit schilderde was Antwerpen een grote bouwwerf.
(check nu de versie van twee jaar later: het lijkt wel een of ander bouwwerk uit een fantasyfilm als Lord of the Rings, duister en dreigend, Mordor. de eerste versie is een onmogelijk gebouw, met een ingebouwde surrealiteit midden bovenaan, de droom van hoogmoed tot in de zoveelste, onbestaande macht.)

tweede pittige detail: de stad Antwerpen kwam in het bezit van het eerste schilderij tijdens het jaar 1566, het jaar van de Beeldenstorm waarbij het geweld tussen religies haar eerste uitbarsting beleefde, het begin van het einde, de polarisering die verwoestend werd.