KW21: berekend fatalisme

Dit prachtige schilderij zie je regelmatig opduiken op websites en op facebook. Zeker onder de liefhebbers van “schone kunsten” en romantische beelden komt het regelmatig opduiken. Een vrouwelijk naakt in een soort dramatische pose met een druk gedetailleerd interieur. Dit is slow art. Je moet er de tijd voor nemen om het te vatten.

Maar tijd hebben we niet. Hooguit een paar seconden om een beeld te vatten en dan door te spoelen naar het volgende beeld. Vele details die verwijzen naar het échte verhaal van het schilderij ontgaan de doorsnee kijker. Voor de al wat aandachtigere kijker zullen de christelijke symbolen al opgevallen zijn en meer dan waarschijnlijk concludeert hij daarbij dat het om een martelaar van het geloof moet gaan. Beetje overspeeld drama. Daarmee is het beeld gezien en we scrollen verder.

Maar er is meer! Ah ja, anders was dit geen “weetje van de week” 😉 De titel van het werk: “de dood van Hypatia” zegt al veel. Ze is geen martelaar van het christelijke geloof, integendeel. Hypatia was een “neoplatonist“. Dat zijn mensen die zich verdiepten in de leer van Pythagoras en zich totaal aan de wetenschap weidden. Ver van het christelijke gebeuren dus. Dat schoot bij de fans van het christendom in het verkeerde keelgat en ze werd op brute wijze vermoord. Op een dag in maart 414 nC werd ze gevangen genomen en schraapte een menigte mensen haar het vlees van de botten met schelpen. Daarna werd haar lichaam in stukken gehakt en verbrand. Haar dood had als gevolg dat de Griekse vooruitgang in de wiskunde stil viel. Het werd later terug opgepikt door Arabieren en Hindoes.

Dus weetje van vandaag: dit is geen tafereel van een martelares voor het christelijke geloof maar eerder een martelares van de wetenschap.

Extra weetje: schilder Charles William Mitchell gaf een bijkomende, onderliggende, betekenis mee. Eind jaren 1800 was er vanuit Brits conservatieve hoek veel kritiek op vrouwelijk naakt in de kunst. Het zou hun zeden zodanig aantasten dat ze er zowel fysiek als mentaal achter(lijk) zouden van worden. Met dit schilderij van een zeer verstandige naakte vrouw die symbolisch publiek vernederd en vermoord werd verwees de schilder duidelijk naar de criticasters.

Trivia: Voor de wiskundigen onder ons, je mag je dagje vullen met deze vergelijking van Hypatia: x-y=a en x²-y²=(x-y)+b waarbij a en b bekend zijn. Kan je gehele waarden voor x, y, a en b vinden waarbij beide formules kloppen?

bron: “het wiskunde boek” door Clifford A. Pickover en “exposed, the Victorian nude” via Watson-Gutpill publications

KW20: Het meisje van Vermeer

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Delft is niet alleen gekend omdat kunstfotografe Monique Roodenburg er woont 😉 Delft is de stad der Nederlandse koningen, dé gezelligste wandelstad van de wereld én…Vermeer, Johannes Vermeer, shaken, not stirred.

Wie Vermeer zegt, krijgt meteen het beeld van “het meisje met de parel” voor ogen. Mocht je toch nog niet kennen (awoe on you) dan vind je’t hieronder nog ‘s.

Enfin die dus. In de laatste jaren vooral gekend van de film “the girl with the pearl earring” waar op geromantiseerde wijze het verhaal van Vermeer wordt verteld. Ook al is er weinig geweten over Vermeer weet de film je gezellig mee te slepen voor een avondje canapé.

Heb je het schilderij nog nooit in het echt gezien, dan moet je echt ’s tot het Mauritshuis (Den Haag) rijden. Daar hangt “de Mona Lisa van het noorden”. Stralend in zijn eenvoud lijkt het schilderij een niemendalletje, “spielerei” zoals dit soort van mijn tekeningen zou noemen. Een werk dat je maakt omdat je vanuit een gevoel, een passie werkt en niet vanuit een technisch gegeven. In onze moderne (foto-)tijden zou je zeggen “zet u haaks op mijn lens en kijk dan traag over je schouder recht in de lens, kin omhoog, fier en genietend van het licht.” Klik! Het staat er op. Zo een niemendalletje dus…

Maar het werk is, niet alleen door gebrek aan informatie, meer dan dat. Het straalt, het is 200% feel good. Maar laat ik u even meenemen in het geniale van het schilderij…Want alles qua expressie in dit schilderij draait om een paar “witte puntjes”. Bij voorkeur loodwit. Het knappe, felle wit van destijds dat we vandaag niet meer vinden omwille van de toxiciteit die vrijkomt bij het maken van deze witte verf. Hieronder vind je 3 versies, klik op de eerste en klik dan door. Dan zie je wel snel hoe belangrijk de witte partijen in het schilderij bijdragen tot het succes ervan. De hele beweging in het schilderij zit tussen de ogen, de oorbel de naad van de stof op de schouder en zodoende terug naar de ogen. De aandacht van de kijker draait in hoofdzaak in deze cirkel. De rond wordt benadrukt door de blauwe band en om helemaal te beletten dat je blik zou afwijken blokkeert de gele stof van het hoofddeksel als een grote, bleke muur dat je afwijkt. Je wordt meteen teruggekaatst naar de kern.

Maar dus die fameuze parel…Als we die ’s van dichtbij bekijken dan is dat wel een ferm groot stuk. Ik knipte ‘m uit en plakte hem naast het oog.

Dan zie je dat die parel ongeveer zo groot is al een oog. In het echt zou die parel dus ongeveer 3cm diameter hebben. Dat is wel een dure parel voor een kunstenaar. Daarom wordt terecht in vraag gesteld of die parel wel echt is. De vorm is ook te perfect rond om een parel te zijn. Onderzoek met glazen, verzilverd glas, parelmoer parels heeft aangetoond dat het allicht om een glazen parel gaat omhuld van een laagje zilver. Dat geeft de meest getrouwe weerspiegelingen zoals het op het schilderij wordt weergegeven. En dat zal allicht wel stukken betaalbaarder geweest zijn. Voortaan zeggen we dus “het meisje met de oorbel van verzilverd glas” 😉

PS: Ik ben stevige believer dat Vermeer over een camera obscura beschikte. Dit ondermijnt geenszins zijn talent. Ik baseer me op de finesse van de schilderijen, de kleuren,…al zijn er wel studies die aantonen dat de perspectieven die Vermeer schilderde niet altijd kloppen wat dan weer het gebruik van zo’n camera obscura tegenspreekt.

Het hele onderzoek naar die fameuze “parel” kan je zien via de website van NPO: documentaire NPO

Wil je nog meer weten over dit schilderij? Lees dan dit artikel uit De Standaard, niet toevallig gevonden op de Facebook van Kim D

 

 

KW19: Van Schubert naar Dire Straits

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Deze week eens geen beeldend kunstgerief maar wat muziek. Want terwijl ik werk luister ik naar The Beatles maar evengoed naar Klara Continuo. En daar komt “deze plaat” al eens langs: Franz Schubert, pianotrio in E flat op.148 etc etc (waarom kunnen die gasten dat niet gewoonweg “opera voor een schoon meiske” noemen? dat zou toch wel stukken eenvoudiger zijn).

Moet je hier ’s naar luisteren. Maar heel goed zo. Met aandacht. Pakt er uwen tijd voor…

Dan herken je misschien wel stukjes van Freek De Jonghe (na de dood) zo ergens in’t midden of een trage versie van Dire Straits (Why Worry?) al van bij het begin. Ik vind dat nu toch altijd zo speciaal in om klassieke liedjes moderne dingen te herkennen. Het moet niet altijd van The Beatles of A whiter shade of pale zijn…

 

Voor mocht je denken dat klassiek in andere gevallen ver van mijn (of jouw) bed is… luister dan hier ’s naar… en klik je maar ’s op deze link 😉

Dus weetje van de dag; als je op de radio Why Worry van Dire Straits hoort of Er is leven na de dood, zeg dan even terloops “maar goh, dat lijkt nu toch wel heel erg op muziek van Schubert”. Je zal de mensen rondom je meteen grote ogen zien trekken naar deze muziekkenner 😉

KW18: het oordeel van het opgebaarde lijk

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

De kans dat je dit schilderij al eerder zag is redelijk klein. Het schilderij is van Gyárfás, Jenő en heet “The Ordeal of the Bier” ofte “het oordeel van het opgebaarde lijk” uit (1881). Maar het is niet omdat je dit schilderij allicht nog niet gezien hebt, dat het verhaal achter het beeld niet erg spannend kan zijn. Want wat zien we hier allemaal? Een   vrouw in wit gekleed stapt verschrikt een trap af. Links een groep mensen die al met evenveel afschuw kijken. Tot daar klopt het plaatje. Waar het begint raar over te komen is wanneer we de groep mensen rechts van de dame bekijken. Deze lijkt bijna…blij te zijn. De man op het voorplan rechts heeft er zelfs zijn muziekinsstrument bij gehaald. Wat is hier aan de hand?

Rechts achter de vrouw zien we een klein kamertje. In dat kleine kamertje ligt een lijk opgebaard. De jonge vrouw, tevens de bruid van de overleden man, heeft net de dodenkamer van haar man verlaten. De vrouw heeft zojuist begrepen dat zij zijn dood op haar geweten heeft.

De Hongaarse schilder Gyárfás, Jenő baseerde de voorstelling op een bekend gedicht van zijn landgenoot Janos Arany. Daarin staat opgetekend hoe de jongeling Beno Barczi levenloos wordt aangetroffen in het woud met een dolk in zijn borst. Niemand snapt waarom de moord is gepleegd en wie deze heeft begaan.

Ten einde raad wil Beno’s vader de dader achterhalen met behulp van het stoffelijke overschot zelf. Dat wordt naakt opgebaard, waarna eenieder op wie enige verdenking rust langs de dode moet lopen. Volgens het oude geloof zal de wond weer gaan bloeden zodra de moordenaar zich opnieuw in zijn nabijheid begeeft.

Eerst treden de vijanden en de rivalen aan, gevolgd door zijn vrienden en familieleden. Wanneer hun onschuld is vastgesteld wordt als laatste de lieflijke Abigail bij het lijk van haar verloofde gebracht. Onmiddellijk (met de nadruk op lijk) begint de wond hevig te bloeden en is het voor de omstanders duidelijk dat ij schuldig is aan de dood van haar verloofde.

Abigail was het soort meisje dat maar niet kon geloven dat haar geliefde echt van haar hield. Telkens eiste ze hem zijn liefde voor haar te bewijzen. Beno werd hier zo dwaas van dat hij uiteindelijk zei dat hij zelfmoord zou plegen als ze nu nog niet overtuigd was van zijn liefde. In plaats van hem hiervan te weerhouden gaf Abigail hem een dolk. “Laat dan maar eens zien hoeveel je van me houdt”, zei ze en de arme Beno beantwoordde de lokroep van de parasiet.

bron: catalogus Fatale Vrouwen, expo’s Groningen en Antwerpen

KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

KW16: de deur van de duivel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Een beetje als vervolg op blog KW12… Stel dat je voor jezelf “het kunstwerk van je leven” wil maken. Het moet groots zijn, imposant, een sterk verhaal dragen, jouw reputatie maken voor nu en ver over jouw dood heen. Tegelijk geraak je in de ban van een bestaand werk, een bestaand verhaal en je denkt: “daar moet ik iets mee gaan doen”. Kan je je voorstellen hoe verlammend de druk kan zijn die je jezelf oplegt op dat moment?

Rodin zit met die druk. Hij wil een poort maken, net zoals er eentje is aan de dom van Firenze; door Michelangelo uitgeroepen tot de poort van het paradijs (zie foto links). Een soort van aaneenschakeling van taferelen die samen verhalen uit het oude testament vertellen. Maar Rodin wel meer. Hij wil één groot verhaal, één uitbarsting van gekletter, vuurwerk, wansmakelijke expressie. Rodin wil de hel!

Tegelijk met de obsessie voor de poort is Rodin in de ban van “de goddelijke komedie” van Dante. In het bijzonder het stuk rond de hel. Want Rodin – in zijn tijd – maakt beelden die door de critici niet altijd als “publiek correct” worden aanzien. Rodin is onbegrepen in zijn kunst, in de liefde, in zijn expressie. Rodin voelt zich niet van deze wereld, hij voelt zich onbegrepen in een ongrijpbare artistieke/emotionele hel.

Rodin ziet de poort als een groepering van mensen die zowel helse als hemelse dingen, bewegingen maken. Een beetje zoals we dat kennen uit het bombastische schilderij van de dag des oordeels uit de Sixtijnse kapel. Een mix van vanalles en nog wat maar toch 1 groot tafereel.

Alleen Rodin heeft een probleem: het beeld dat hij in zijn hoofd heeft is zo complex dat hij er gewoonweg niet in slaagt het klaar te krijgen in de realiteit. Dit weegt op zijn gemoed, op zijn werking en vooral op zijn omzet. Dus beslist hij om enkele van die beelden – ze zijn er nu toch – in het groot uit te werken. Zo slaat hij 2 vliegen in 1 klap (het zijn er dan wel geen 7 maar goed, ’t is al beter dan niets).

Finaal gezien maakt Rodin een imposante poort met meer dan 186 figuren! En – ondanks de vele uren – is de poort bij zijn overlijden nog steeds niet klaar. De poort zou, naar mijn mening, ook nooit klaar geraakt zijn. Toch niet naar de normen van de kunstenaar.

Maar als je dan toch naar het Rodinmuseum in Parijs gaat, neem zeker een half uur de tijd om alle beelden op je af te laten komen. De poort is zo donker/zwart dat ze nauwelijks te fotograferen is maar ze is zo indrukwekkend dat je er gerust lang kan naar kijken. En dan moet je je eens voorstellen dat die in een of ander gebouw moet gemonteerd zijn. Ongelooflijk.

Rodin heeft zelf de bronzen versie nooit gezien. Deze werd pas na zijn dood gemaakt. Als het aan Rodin lag brak hij op de laatste knip nog de hele poort af om ze opnieuw te beginnen. Dus (weetje) als je voor de poort staat, zeg dan even aan je gezelschap langs je neus weg: ” toch straf hé! Die Rodin heeft heel zijn leven aan die poort gewerkt maar hij heeft ze nooit zelf gezien zoals wij ze hier zien. ’t Is toch triestig hé een artiestenleven…”

De poort van Rodin (onder) kan je in detail bekijken door op de foto te klikken. Er zijn heel wat beelden die je zal herkennen waaronder de denker (centraal bovenaan).

 

KW15: De ambassadeurs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hans Holbein…het zegt u niets? Veelgebruiker van de eerste vorm van carbonpapier… Misschien  doet dit (overdreven) sportief portret van Hendrik VIII een belletje rinkelen…

Zijn we terug mee? Aaaah jaaaa…Hendrik VIII…de man van de onthoofdingen. Doet mij altijd denken aan Alice in Wonderland. Hendrik was geen gemakkelijke mens. Enfin, laat ons zeggen dat hij een moeilijker mens is geworden met de tijd (daarover later meer).

De schilder van dit portret, Hans Holbein dus, schilderde ook dit portret van 2 Franse ambassadeurs.

Links staat Jean de Dinteville, de 29-jarige Franse ambassadeur in Londen, rechts staat diens vriend Georges de Selve, de 25-jarige bisschop van Laveur, die ook diplomatieke taken uitvoerde voor koning Frans I. We kennen hun leeftijden omdat die op het schilderij staan geschreven (op de dolk en op het boek). En dat brengt ons meteen tot alles wat niet meteen opvalt in dit schilderij. Want op het eerste zicht leunen deze heren op een soort tafeltje dat ergens in de living moet gestaan hebben. Beetje het salontafeltype waar we vandaag onze krant, chipskom, bril, GSM, misschien wat bloemen, een boek etc zouden opleggen. Alleen is dit niet “zomaar” een tafel voorzien van toevallige dingen des levens. Massa’s verwijzingen naar vanitasonderwerpen. Het hedendaagse leven van 1533, verwijzingen naar het hiernamaals en vooral verwijzingen naar de overgang van de ene fase naar de andere.

Ondanks hun jonge leeftijd (voor vandaag) zijn deze heren in hun tijd al halfweg het leven en bekleden ze toch wel posten met enig aanzien (ze moesten namelijk de koning van Engeland in het oog houden). Wie over het kantelpunt van zijn leven is, zal er wel al eens over gedacht hebben: de dualiteit van ervaring, toekomst en einde. En dat einde maakt dit schilderij nog meer bijzonder… Kijk ’s goed rond. In een bepaalde zin “onopvallend” ligt op de voorgrond een niet te omschrijven voorwerp. Het lijkt wel een knuppel, baseballding zo, of een plank. Enfin, iets wat merkwaardig onbepaald is wanneer je naar alle andere voorwerpen kijkt (die je meteen ook herkent).

Spoileralert: het voorwerp op de voorgrond is een schedel, een doodskop. Het perspectief is uitgerokken en loopt parallel met de luit (ook al symbool van “schone liedjes” en een gesprongen snaar). Kijk je vanuit de rechter bovenhoek naar het schilderij, dan zie je een mooie schedel. Maar dan kan je het schilderij niet meer goed zijn. Het is dus kijken naar het leven of kijken naar de dood. Nog een kleine verwijzing naar de dood vind je in het halfverborgen (halfweg het leven) van het kruisbeeld in de hoek links boven of de tijdsinstrumenten op de bovenste plank die verwijzen naar Goede Vrijdag.

Meer over dit schilderij o.a. via wikipedia  meer over Hans Holbein hier.