KW25: de vergeten kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is het laatste kunstweetje voor de zomerstop. Je kreeg er al (inclusief deze) 25 te lezen. Het was van mijn kant al zeker plezant om te schrijven maar nog veel meer om de reacties te lezen die ze teweeg brachten. Ik ga de komende maanden even herbronnen en verder op zoek naar straffe verhalen. Wie wil meehelpen of ergens iets interessants leest, mail het zeker door naar max.vanhemel@gmail.com Geef kunst een interessant leven 🙂

Om dit laatste kunstweetje goed in te zetten gooi ik er meteen de kunstwerken (ja, het zijn er meerdere) waarover we’t gaan hebben in de ring. Aan u te raden wat deze kunstwerken met mekaar verbindt…

Lees verder

KW24: de verloren Cupido van Michelangelo

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Michelangelo Buonarroti is de Florentijnse/Italiaanse kunstenaar die we kennen van werken als pietà, David, het plafond van de Sixtijnse kapel, het laatste oordeel (ook) in de Sixtijnse kapel, de koepel van de basiliek van Rome

Michelangelo was heel zijn leven op zoek naar “fame and fortune”. Ondanks dat hij dat ontkent in zijn (deels) verzonnen eigen biografie aarzelde hij niet om opdrachten links te laten liggen voor lucratievere opdrachten. Dat werkt wel eens maar vrienden en trouwe klanten maak je er niet echt mee. Gelukkig was het Italië van de tweede helft van de jaren 1400 nog niet voorzien van telefoon en was het dus voor klanten niet vanzelfsprekend om met mekaar in contact te treden. Voor zover die klanten dan al niet met mekaar overhoop lagen… Toch maakte bedrog deel uit van het leven de rijkste en meest bekende kunstenaar van zijn tijd.

In dit kunstweetje een sterk verhaal wat maar weinig mensen weten…

Op een bepaald moment ergens 1495 zit Michelangelo in zak en as. Hij is blut. Werken verkopen niet, geen verkoop = geen mogelijkheden tot nieuwe werken, laat staan geld om te eten. De markt is wild van oude Romeinse beelden. Daar wordt veel geld voor geboden in tegenstelling tot de werken van de hedendaagse kunstenaars. Michelangelo bedenkt een plan: als hij een beeld kunstmatig verouderd, dan kan hij het misschien verkopen als een “oude klassieker”. Zo gezegd, zo gedaan. Michelangelo zet zich aan het werk en maakt een slapende Cupido in witte marmer. That’s the easy part. Hoe zo’n knalwit nieuw beeld er nu laten uitzien als een oud beeld?

Michelangelo deed beroep op zijn “parate kennis” en ging tegelijk ten rade bij “vrienden”. Eerst besmeurde hij het werk met bruine, koffieachtige vloeistof en smeerde het geheel dan in met een mengeling van lekker verse mest met yoghurt. Deze laatste zijn nogal zuur en bevatten ook wel heel wat beestjes die een beeld snel door zijn pubertijd helpen. Om de zaak nog wat sterker te maken stak hij de hele boel dan minstens 6 weken onder de grond.

Toen het beeld terug bovengronds kwam zag het er fantastisch uit. Via een vertegenwoordiger verkocht Michelangelo het beeld aan kardinaal Riario. Helaas kreeg Michelangelo maar een klein deel van het verhoopte bedrag. De bedrieger werd bedrogen! Maar ook de kardinaal kreeg de fraude door. Technisch gezien leek het beeld wel oud maar de vormgeving, de houding van cupido verklapte wel dat het om hedendaagse kunst ging. De houding van Cupido was totaal anders dan wat men in de oudheid maakte.

Tegelijk kreeg de 21 jarige Michelangelo wroeging. Zijn carrière kon er immers regelrecht de afgrond mee induiken. Dus besloot hij de kardinaal een bezoekje te brengen en hem zijn geld terug te geven in ruil voor het beeld. Michelangelo vreesde dat hij ferm onder zijn ehm…dinges…ehm…rozen ging krijgen van de kardinaal.

 

Tot zijn grote verbazing gaf de kardinaal Michelangelo een totaal nieuwe opdracht! De kardinaal gaf Michelangelo de opdracht een groot beeld te maken voor zijn tuin en Michelangelo mocht zelf het onderwerp kiezen. Michelangelo koos voor een Bacchusfiguur. Al liep ook dat weer niet echt zoals de kardinaal het had verwacht…

Bacchus werd afgebeeld als een beschonken god. De onstabiele houding sprak boekdelen. Het beeld was anderzijds zo perfect gemaakt dat het, zelfs vandaag nog, een grote seksuele uitstraling kreeg. Vooral om de vrouwelijke vormen die Bacchus mee kreeg. Kunstkenner Vasari omschreef het als “zowel de slankheid van een jonge man als de vlezigheid en rondheid van een vrouw”. De kleine faun aan z’n zijde was een al even foute verwijzing naar wat zich binnenskamers in kerkelijke kringen afspeelde (en nog steeds afspeelt).

De Bacchus van Michelangelo is te zien in het museum Bargello (Firzene ofte Florence maar ik hou meer van Firenze). Het beeld van Cupido is helaas vernietigd bij een brand. De beelden die hierboven te zien zijn, zijn een makeover door de BBC gemaakt op basis van de tekening (hierboven) en bestaande beelden van kinderen door Michelangelo uit die periode.

bron: BBC – the private life of a masterpiece

KW23: De bekendste engeltjes ter wereld

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

In de kunst zijn er duizenden misschien zelfs miljoenen engeltjes te zien op schilderijen en beelden maar geen van de engeltjes zijn zo bekend als deze…

En wanneer ik je deze engeltjes laat zien en ik vraag je “van wie” en “waar te zien” dan zeg je toch spontaan: Michelangelo ,  Sixtijnse kapel, Rome. Toch?

Mis!

Wie denkt dat deze 2 deugnietjes ergens tussen de schilderijen of het plafond van de Sixtijnse kapel verborgen zitten zal lang zoeken. En dat lang zoeken, dat kan je sowieso al vergeten want eens je in de Sixtijnse kapel bent, wordt je de hele tijd aangemaand om door te stappen zonder treuzelen. Genieten kennen ze daar niet. Buiten de immense grootte van de kapel kan je de schilderijen best (op voorhand) via ’t internet bestuderen. Dan weet je al op zijn minst naar wat te kijken. Ik vind dat mensenvel (centrum rechts, beetje naar beneden) bijzonder intrigerend. Maar misschien moet ik daar later nog wel ’s op terug komen.

De engeltjes zijn een deel van een schilderij van de Italiaanse schilder Rafaël en die is wel tijdgenoot van Michelangelo. Het schilderij dateert van ongeveer 1513 en stelt eigenlijk Maria met Jezus voor.

Zal ik nog wat straffe toeren vertellen over dit schilderij?

Ten eerste zal het u misschien wel ontgaan zijn dat de wolkjes achter Maria eigenlijk allemaal kinderkopjes zijn. Ze zijn bijna niet te zien maar eens je ze gezien hebt, kan je er niet meer naast kijken (het is een beetje gelijk die leeuw of manneke pis op de pakskes Camel-sigaretten…en zeg nu niet dat ge die nog niet hebt gezien hé).

Ten tweede iets heel merkwaardigs en bijzonder. En daarvoor moet je even inzoomen op het schilderij…

Kijk ’s naar die blikken! Maria is enorm triestig, de kleine lijkt wel of hij heeft een spook gezien. Nu werden Maria en Jezus altijd wel erg dicht bij mekaar geschilderd in die tijd maar meestal waren de schilderijen introvert, op zichzelf gericht, zeker niet met een blik naar buiten. En dan zou je toch wel van een jonge moeder en een kind van (even gokken) een jaar of 2 enige frivoliteit verwachten. Niet? Hoe komt dat dan? Dat is vrij eenvoudig uit te leggen (als ge’t weet): Het schilderij is opgesteld recht tegenover het kruisbeeld van Jezus. Ze kijken dus allebei naar hun eigen toekomst. De ene is triest om het verlies van haar zoon. Jezus zelf is geschokt bij het zien van zijn eigen kruisiging.

En dan geef ik nog graag het antwoord op de vragen: van wie: van Rafael dus en waar: Dresden, Gemäldegalerie Alte Meister. En die Sixtijnse kapel heeft er niets mee te maken maar wel vind je links van Maria de heilige Sixtus, zou het kunnen…Ik denk het wel 😉

Bron: ik weet ook eens iets 😉

KW22: een sneetje meer of minder

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Wie zich een beetje toegewijd heeft aan Van Eyck in 2020 zal dit opmerkelijke nieuws al gehoord of gelezen hebben. Het retabel van het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck is vandaag terug samengesteld zoals het oorspronkelijk bedoeld was: een gesloten scène en een spectaculaire open scène. Verschillende panelen klikken in mekaar en vormen één groot geheel. Ik vernam deze week nog dat het retabel het oudste paneel van (gebroeders) Van Eyck is dat men heeft teruggevonden. Oudere werken zijn waarschijnlijk allemaal verloren gegaan of werden misschien wel toegewezen aan andere schilders. Het was immers niet gewoon in die tijd om een schilderwerk te signeren. Van Eyck was daarin een van de eersten. Bijzonder bij de stelling is dat het oudste (eerste) werk van Van Eyck meteen zo’n joekel is. Alsof ze zich jaren hebben ingehouden en dan meteen met een monsterhit gingen maken. Een beetje gelijk de eerste CD van Gorki 😉

Dat is nogal onwaarschijnlijk (niet van Gorki wel van die andere 2)… Maar we wijken af. Dus nu is het te zien zoals het bedoeld was. Dat was lang niet altijd zo. Er was een tijd dat de zijpanelen gescheiden leefden van het centrale deel. Nog straffer; er was een tijd toen men vond dat je tegelijk de buiten en de binnenkant moest kunnen zien en “men” het illustere idee kreeg om de panelen gewoonweg in de dikte door te zagen! Meer daarover in KW10 (lees het opnieuw).

Alsof dat nog niet straf genoeg was, vertel ik u hierbij het verhaal van “de annunciatie“, ook al Van Eyck. Dat kent een nog straffer verhaal. Want dit Vlaamse schilderij kwam via via ooit in het Hermitage-museum van Sint-Petersburg terecht. Maar op zijn zachtst gezegd, het weer in Sint Petersburg is niet hetzelfde dan in Antwerpen en dus waren ze daar zo geen fan van het bewaren van schilderijen die op houten panelen werden gemaakt.

Dus vonden ze er niets beter op (let op, ge gelooft het nooit) om het paneel waarop het schilderij was gemaakt eraf te schrapen! Jup! De verflaag werd gefixeerd door er aan de zichtzijde stukken stof op te lijmen. Zodoende kon de achterkant er af worden gekapt en finaal ook worden geschuurd. Kunt u al voorstellen dat je dan op het einde nog met een paar millimeter aan verflagen van zo’n 500 jaar oud in uw handen zit. Die laag werd dan op een doek gekleefd waarna door opwarming en met wat water de eerder opgekleefde fixeerstof opnieuw werd verwijderd.

Dat deze operatie (schandalig) slecht is verlopen kan je vandaag nog zien. Bij het kleven van de verflaag op het canvas en zeker bij het opwarmen om de fixeerstof te verwijderen, werd de verflaag zo hard op het canvas gedrukt, dat de structuur van het onderliggende canvas door de verf is gedrukt. Vandaag lijkt het dus alsof het schilderij oorspronkelijk op doek werd geschilderd maar dat was dus zeker niet het geval.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, werd al het blauwe van het kleed van Maria door het gebruik van water om de lijm op te lossen mee opgelost. De blauwe laag in lapis lazulli werd door Van Eyck met waterverf aangebracht om ze super doorschijnend te maken. Schijnt dat waterverf oplost in water…dat die kemels van het Hermitage daar niet aan gedacht hebben…’t Is om te janken.

Gelukkig kwam de wetenschap jaren later ter hulp. De restauratie in 1994 was intensief en voor te beginnen werd het schilderij duchtig onderzocht. Men vond de oorspronkelijke tekening onder (of eerder tussen) de verflagen en nog een ietsie pitsie stukje van het originele blauw tussen de haren van Maria. Het blauw van de oorspronkelijke verf werd opnieuw samengesteld en het kleed kreeg zijn oorspronkelijke splendeur en grandeur terug. Alleen de indrukken van het doek zijn achtergebleven. Dus in tegenstelling tot het PANEEL van de Rechtvaardige Rechters is de annunciatie met de jaren een doek geworden.

Bron: The private life of a masterpiece

 

 

KW21: berekend fatalisme

Dit prachtige schilderij zie je regelmatig opduiken op websites en op facebook. Zeker onder de liefhebbers van “schone kunsten” en romantische beelden komt het regelmatig opduiken. Een vrouwelijk naakt in een soort dramatische pose met een druk gedetailleerd interieur. Dit is slow art. Je moet er de tijd voor nemen om het te vatten.

Maar tijd hebben we niet. Hooguit een paar seconden om een beeld te vatten en dan door te spoelen naar het volgende beeld. Vele details die verwijzen naar het échte verhaal van het schilderij ontgaan de doorsnee kijker. Voor de al wat aandachtigere kijker zullen de christelijke symbolen al opgevallen zijn en meer dan waarschijnlijk concludeert hij daarbij dat het om een martelaar van het geloof moet gaan. Beetje overspeeld drama. Daarmee is het beeld gezien en we scrollen verder.

Maar er is meer! Ah ja, anders was dit geen “weetje van de week” 😉 De titel van het werk: “de dood van Hypatia” zegt al veel. Ze is geen martelaar van het christelijke geloof, integendeel. Hypatia was een “neoplatonist“. Dat zijn mensen die zich verdiepten in de leer van Pythagoras en zich totaal aan de wetenschap weidden. Ver van het christelijke gebeuren dus. Dat schoot bij de fans van het christendom in het verkeerde keelgat en ze werd op brute wijze vermoord. Op een dag in maart 414 nC werd ze gevangen genomen en schraapte een menigte mensen haar het vlees van de botten met schelpen. Daarna werd haar lichaam in stukken gehakt en verbrand. Haar dood had als gevolg dat de Griekse vooruitgang in de wiskunde stil viel. Het werd later terug opgepikt door Arabieren en Hindoes.

Dus weetje van vandaag: dit is geen tafereel van een martelares voor het christelijke geloof maar eerder een martelares van de wetenschap.

Extra weetje: schilder Charles William Mitchell gaf een bijkomende, onderliggende, betekenis mee. Eind jaren 1800 was er vanuit Brits conservatieve hoek veel kritiek op vrouwelijk naakt in de kunst. Het zou hun zeden zodanig aantasten dat ze er zowel fysiek als mentaal achter(lijk) zouden van worden. Met dit schilderij van een zeer verstandige naakte vrouw die symbolisch publiek vernederd en vermoord werd verwees de schilder duidelijk naar de criticasters.

Trivia: Voor de wiskundigen onder ons, je mag je dagje vullen met deze vergelijking van Hypatia: x-y=a en x²-y²=(x-y)+b waarbij a en b bekend zijn. Kan je gehele waarden voor x, y, a en b vinden waarbij beide formules kloppen?

bron: “het wiskunde boek” door Clifford A. Pickover en “exposed, the Victorian nude” via Watson-Gutpill publications

KW20: Het meisje van Vermeer

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Delft is niet alleen gekend omdat kunstfotografe Monique Roodenburg er woont 😉 Delft is de stad der Nederlandse koningen, dé gezelligste wandelstad van de wereld én…Vermeer, Johannes Vermeer, shaken, not stirred.

Wie Vermeer zegt, krijgt meteen het beeld van “het meisje met de parel” voor ogen. Mocht je toch nog niet kennen (awoe on you) dan vind je’t hieronder nog ‘s.

Enfin die dus. In de laatste jaren vooral gekend van de film “the girl with the pearl earring” waar op geromantiseerde wijze het verhaal van Vermeer wordt verteld. Ook al is er weinig geweten over Vermeer weet de film je gezellig mee te slepen voor een avondje canapé.

Heb je het schilderij nog nooit in het echt gezien, dan moet je echt ’s tot het Mauritshuis (Den Haag) rijden. Daar hangt “de Mona Lisa van het noorden”. Stralend in zijn eenvoud lijkt het schilderij een niemendalletje, “spielerei” zoals dit soort van mijn tekeningen zou noemen. Een werk dat je maakt omdat je vanuit een gevoel, een passie werkt en niet vanuit een technisch gegeven. In onze moderne (foto-)tijden zou je zeggen “zet u haaks op mijn lens en kijk dan traag over je schouder recht in de lens, kin omhoog, fier en genietend van het licht.” Klik! Het staat er op. Zo een niemendalletje dus…

Maar het werk is, niet alleen door gebrek aan informatie, meer dan dat. Het straalt, het is 200% feel good. Maar laat ik u even meenemen in het geniale van het schilderij…Want alles qua expressie in dit schilderij draait om een paar “witte puntjes”. Bij voorkeur loodwit. Het knappe, felle wit van destijds dat we vandaag niet meer vinden omwille van de toxiciteit die vrijkomt bij het maken van deze witte verf. Hieronder vind je 3 versies, klik op de eerste en klik dan door. Dan zie je wel snel hoe belangrijk de witte partijen in het schilderij bijdragen tot het succes ervan. De hele beweging in het schilderij zit tussen de ogen, de oorbel de naad van de stof op de schouder en zodoende terug naar de ogen. De aandacht van de kijker draait in hoofdzaak in deze cirkel. De rond wordt benadrukt door de blauwe band en om helemaal te beletten dat je blik zou afwijken blokkeert de gele stof van het hoofddeksel als een grote, bleke muur dat je afwijkt. Je wordt meteen teruggekaatst naar de kern.

Maar dus die fameuze parel…Als we die ’s van dichtbij bekijken dan is dat wel een ferm groot stuk. Ik knipte ‘m uit en plakte hem naast het oog.

Dan zie je dat die parel ongeveer zo groot is al een oog. In het echt zou die parel dus ongeveer 3cm diameter hebben. Dat is wel een dure parel voor een kunstenaar. Daarom wordt terecht in vraag gesteld of die parel wel echt is. De vorm is ook te perfect rond om een parel te zijn. Onderzoek met glazen, verzilverd glas, parelmoer parels heeft aangetoond dat het allicht om een glazen parel gaat omhuld van een laagje zilver. Dat geeft de meest getrouwe weerspiegelingen zoals het op het schilderij wordt weergegeven. En dat zal allicht wel stukken betaalbaarder geweest zijn. Voortaan zeggen we dus “het meisje met de oorbel van verzilverd glas” 😉

PS: Ik ben stevige believer dat Vermeer over een camera obscura beschikte. Dit ondermijnt geenszins zijn talent. Ik baseer me op de finesse van de schilderijen, de kleuren,…al zijn er wel studies die aantonen dat de perspectieven die Vermeer schilderde niet altijd kloppen wat dan weer het gebruik van zo’n camera obscura tegenspreekt.

Het hele onderzoek naar die fameuze “parel” kan je zien via de website van NPO: documentaire NPO

Wil je nog meer weten over dit schilderij? Lees dan dit artikel uit De Standaard, niet toevallig gevonden op de Facebook van Kim D

 

 

KW19: Van Schubert naar Dire Straits

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Deze week eens geen beeldend kunstgerief maar wat muziek. Want terwijl ik werk luister ik naar The Beatles maar evengoed naar Klara Continuo. En daar komt “deze plaat” al eens langs: Franz Schubert, pianotrio in E flat op.148 etc etc (waarom kunnen die gasten dat niet gewoonweg “opera voor een schoon meiske” noemen? dat zou toch wel stukken eenvoudiger zijn).

Moet je hier ’s naar luisteren. Maar heel goed zo. Met aandacht. Pakt er uwen tijd voor…

Dan herken je misschien wel stukjes van Freek De Jonghe (na de dood) zo ergens in’t midden of een trage versie van Dire Straits (Why Worry?) al van bij het begin. Ik vind dat nu toch altijd zo speciaal in om klassieke liedjes moderne dingen te herkennen. Het moet niet altijd van The Beatles of A whiter shade of pale zijn…

 

Voor mocht je denken dat klassiek in andere gevallen ver van mijn (of jouw) bed is… luister dan hier ’s naar… en klik je maar ’s op deze link 😉

Dus weetje van de dag; als je op de radio Why Worry van Dire Straits hoort of Er is leven na de dood, zeg dan even terloops “maar goh, dat lijkt nu toch wel heel erg op muziek van Schubert”. Je zal de mensen rondom je meteen grote ogen zien trekken naar deze muziekkenner 😉

KW18: het oordeel van het opgebaarde lijk

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

De kans dat je dit schilderij al eerder zag is redelijk klein. Het schilderij is van Gyárfás, Jenő en heet “The Ordeal of the Bier” ofte “het oordeel van het opgebaarde lijk” uit (1881). Maar het is niet omdat je dit schilderij allicht nog niet gezien hebt, dat het verhaal achter het beeld niet erg spannend kan zijn. Want wat zien we hier allemaal? Een   vrouw in wit gekleed stapt verschrikt een trap af. Links een groep mensen die al met evenveel afschuw kijken. Tot daar klopt het plaatje. Waar het begint raar over te komen is wanneer we de groep mensen rechts van de dame bekijken. Deze lijkt bijna…blij te zijn. De man op het voorplan rechts heeft er zelfs zijn muziekinsstrument bij gehaald. Wat is hier aan de hand?

Rechts achter de vrouw zien we een klein kamertje. In dat kleine kamertje ligt een lijk opgebaard. De jonge vrouw, tevens de bruid van de overleden man, heeft net de dodenkamer van haar man verlaten. De vrouw heeft zojuist begrepen dat zij zijn dood op haar geweten heeft.

De Hongaarse schilder Gyárfás, Jenő baseerde de voorstelling op een bekend gedicht van zijn landgenoot Janos Arany. Daarin staat opgetekend hoe de jongeling Beno Barczi levenloos wordt aangetroffen in het woud met een dolk in zijn borst. Niemand snapt waarom de moord is gepleegd en wie deze heeft begaan.

Ten einde raad wil Beno’s vader de dader achterhalen met behulp van het stoffelijke overschot zelf. Dat wordt naakt opgebaard, waarna eenieder op wie enige verdenking rust langs de dode moet lopen. Volgens het oude geloof zal de wond weer gaan bloeden zodra de moordenaar zich opnieuw in zijn nabijheid begeeft.

Eerst treden de vijanden en de rivalen aan, gevolgd door zijn vrienden en familieleden. Wanneer hun onschuld is vastgesteld wordt als laatste de lieflijke Abigail bij het lijk van haar verloofde gebracht. Onmiddellijk (met de nadruk op lijk) begint de wond hevig te bloeden en is het voor de omstanders duidelijk dat ij schuldig is aan de dood van haar verloofde.

Abigail was het soort meisje dat maar niet kon geloven dat haar geliefde echt van haar hield. Telkens eiste ze hem zijn liefde voor haar te bewijzen. Beno werd hier zo dwaas van dat hij uiteindelijk zei dat hij zelfmoord zou plegen als ze nu nog niet overtuigd was van zijn liefde. In plaats van hem hiervan te weerhouden gaf Abigail hem een dolk. “Laat dan maar eens zien hoeveel je van me houdt”, zei ze en de arme Beno beantwoordde de lokroep van de parasiet.

bron: catalogus Fatale Vrouwen, expo’s Groningen en Antwerpen

KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

KW16: de deur van de duivel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Een beetje als vervolg op blog KW12… Stel dat je voor jezelf “het kunstwerk van je leven” wil maken. Het moet groots zijn, imposant, een sterk verhaal dragen, jouw reputatie maken voor nu en ver over jouw dood heen. Tegelijk geraak je in de ban van een bestaand werk, een bestaand verhaal en je denkt: “daar moet ik iets mee gaan doen”. Kan je je voorstellen hoe verlammend de druk kan zijn die je jezelf oplegt op dat moment?

Rodin zit met die druk. Hij wil een poort maken, net zoals er eentje is aan de dom van Firenze; door Michelangelo uitgeroepen tot de poort van het paradijs (zie foto links). Een soort van aaneenschakeling van taferelen die samen verhalen uit het oude testament vertellen. Maar Rodin wel meer. Hij wil één groot verhaal, één uitbarsting van gekletter, vuurwerk, wansmakelijke expressie. Rodin wil de hel!

Tegelijk met de obsessie voor de poort is Rodin in de ban van “de goddelijke komedie” van Dante. In het bijzonder het stuk rond de hel. Want Rodin – in zijn tijd – maakt beelden die door de critici niet altijd als “publiek correct” worden aanzien. Rodin is onbegrepen in zijn kunst, in de liefde, in zijn expressie. Rodin voelt zich niet van deze wereld, hij voelt zich onbegrepen in een ongrijpbare artistieke/emotionele hel.

Rodin ziet de poort als een groepering van mensen die zowel helse als hemelse dingen, bewegingen maken. Een beetje zoals we dat kennen uit het bombastische schilderij van de dag des oordeels uit de Sixtijnse kapel. Een mix van vanalles en nog wat maar toch 1 groot tafereel.

Alleen Rodin heeft een probleem: het beeld dat hij in zijn hoofd heeft is zo complex dat hij er gewoonweg niet in slaagt het klaar te krijgen in de realiteit. Dit weegt op zijn gemoed, op zijn werking en vooral op zijn omzet. Dus beslist hij om enkele van die beelden – ze zijn er nu toch – in het groot uit te werken. Zo slaat hij 2 vliegen in 1 klap (het zijn er dan wel geen 7 maar goed, ’t is al beter dan niets).

Finaal gezien maakt Rodin een imposante poort met meer dan 186 figuren! En – ondanks de vele uren – is de poort bij zijn overlijden nog steeds niet klaar. De poort zou, naar mijn mening, ook nooit klaar geraakt zijn. Toch niet naar de normen van de kunstenaar.

Maar als je dan toch naar het Rodinmuseum in Parijs gaat, neem zeker een half uur de tijd om alle beelden op je af te laten komen. De poort is zo donker/zwart dat ze nauwelijks te fotograferen is maar ze is zo indrukwekkend dat je er gerust lang kan naar kijken. En dan moet je je eens voorstellen dat die in een of ander gebouw moet gemonteerd zijn. Ongelooflijk.

Rodin heeft zelf de bronzen versie nooit gezien. Deze werd pas na zijn dood gemaakt. Als het aan Rodin lag brak hij op de laatste knip nog de hele poort af om ze opnieuw te beginnen. Dus (weetje) als je voor de poort staat, zeg dan even aan je gezelschap langs je neus weg: ” toch straf hé! Die Rodin heeft heel zijn leven aan die poort gewerkt maar hij heeft ze nooit zelf gezien zoals wij ze hier zien. ’t Is toch triestig hé een artiestenleven…”

De poort van Rodin (onder) kan je in detail bekijken door op de foto te klikken. Er zijn heel wat beelden die je zal herkennen waaronder de denker (centraal bovenaan).

 

KW15: De ambassadeurs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hans Holbein…het zegt u niets? Veelgebruiker van de eerste vorm van carbonpapier… Misschien  doet dit (overdreven) sportief portret van Hendrik VIII een belletje rinkelen…

Zijn we terug mee? Aaaah jaaaa…Hendrik VIII…de man van de onthoofdingen. Doet mij altijd denken aan Alice in Wonderland. Hendrik was geen gemakkelijke mens. Enfin, laat ons zeggen dat hij een moeilijker mens is geworden met de tijd (daarover later meer).

De schilder van dit portret, Hans Holbein dus, schilderde ook dit portret van 2 Franse ambassadeurs.

Links staat Jean de Dinteville, de 29-jarige Franse ambassadeur in Londen, rechts staat diens vriend Georges de Selve, de 25-jarige bisschop van Laveur, die ook diplomatieke taken uitvoerde voor koning Frans I. We kennen hun leeftijden omdat die op het schilderij staan geschreven (op de dolk en op het boek). En dat brengt ons meteen tot alles wat niet meteen opvalt in dit schilderij. Want op het eerste zicht leunen deze heren op een soort tafeltje dat ergens in de living moet gestaan hebben. Beetje het salontafeltype waar we vandaag onze krant, chipskom, bril, GSM, misschien wat bloemen, een boek etc zouden opleggen. Alleen is dit niet “zomaar” een tafel voorzien van toevallige dingen des levens. Massa’s verwijzingen naar vanitasonderwerpen. Het hedendaagse leven van 1533, verwijzingen naar het hiernamaals en vooral verwijzingen naar de overgang van de ene fase naar de andere.

Ondanks hun jonge leeftijd (voor vandaag) zijn deze heren in hun tijd al halfweg het leven en bekleden ze toch wel posten met enig aanzien (ze moesten namelijk de koning van Engeland in het oog houden). Wie over het kantelpunt van zijn leven is, zal er wel al eens over gedacht hebben: de dualiteit van ervaring, toekomst en einde. En dat einde maakt dit schilderij nog meer bijzonder… Kijk ’s goed rond. In een bepaalde zin “onopvallend” ligt op de voorgrond een niet te omschrijven voorwerp. Het lijkt wel een knuppel, baseballding zo, of een plank. Enfin, iets wat merkwaardig onbepaald is wanneer je naar alle andere voorwerpen kijkt (die je meteen ook herkent).

Spoileralert: het voorwerp op de voorgrond is een schedel, een doodskop. Het perspectief is uitgerokken en loopt parallel met de luit (ook al symbool van “schone liedjes” en een gesprongen snaar). Kijk je vanuit de rechter bovenhoek naar het schilderij, dan zie je een mooie schedel. Maar dan kan je het schilderij niet meer goed zijn. Het is dus kijken naar het leven of kijken naar de dood. Nog een kleine verwijzing naar de dood vind je in het halfverborgen (halfweg het leven) van het kruisbeeld in de hoek links boven of de tijdsinstrumenten op de bovenste plank die verwijzen naar Goede Vrijdag.

Meer over dit schilderij o.a. via wikipedia  meer over Hans Holbein hier.

KW14: de molens van Parijs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Wanneer we terug gaan in de tijd dan zijn vele grote steden die vandaag omringd worden door (druk) bevolkte wijken aan de randen voorzien van weide velden met bleekweiden, molens, bos,… In Gent heb je daar wel honderden schilderijtjes van, later daarover meer. En soms waren die velden veel dichter bij het centrum dan we vandaag zouden kunnen denken. Zo hangt er in het MSK – Gent dit schilderij van de Meersstraat door Xavier De Cock uit 1862.

De Meersstraat ligt zo’n 160jaar later in de druk bewoonde stationswijk van Gent Sint-Pieters en huisvest onder andere het Sint-Pietersinstituut… De bomen zijn er helemaal verdwenen en vervangen door een grote muur en huizen of appartementen.

Maar Gent en Parijs zijn dikwijls in hun groei en ontwikkeling gelijklopend. Ook Parijs kende zo’n 150 a 200jaar geleden vele velden buiten de stadsgrenzen. Die molens gingen op termijn dienst doen als ontmoetingsplek op zondagen. De discotheken van destijds. Getuigen van deze molens zijn de Moulin de la Galette en de alombekende Moulin Rouge (die – voor wie er aan twijfelt – niet de originele molen is -). Op Montmartre staan er nog wel wat van die oude molens. Wil je daarover meer weten, dan klik je best hier.

Naast de Moulin Rouge die we kennen van de dansende bleke heuveltjes, moet je dus zeker de Moulin de la Galette kennen. Huh? De watte? De bruin broodmolen 😉

Deze molen was echt “the place to be” in 1876; Renoir, Van Gogh, Picasso, Van Dongen,…ze zijn er allemaal geweest. Ik kom zeker later nog wel terug op het schilderij van Renoir.

Weetje van de dag: Tijdens de Napoleontische Frans-Pruisische oorlog werd Montmartre aangevallen door 20.000 Pruisische soldaten. Tijdens het beleg in 1814 werd molenaar Pierre-Charles Debray gedood en aan de vleugels van de windmolen Moulin de la Galette genageld. Op een steenworp afstand van de Moulin de la Galette werd een massagraf gemaakt voor de doden tijdens het beleg.

bron: eigen kennis en https://en.wikipedia.org/wiki/Moulin_de_la_Galette

 

 

 

KW13: de rol van Richter

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Kunstenaars zijn niet bang van enige controverse of een sociaal experiment in hun werk te verwerken. Gerhard Richter is een “groot” (lees vooral “duur”) Duits schilder. Hij schilderde vanalles: streepkes, kotjes, kaarsen en…WC-papier.

En het is nu juist dat laatste – in coronatijden zeer actuele – onderwerp dat voor heel wat controverse zorgt.

Huh?…Een WC-rol? Controverse?

Jup.  Het schilderij verdeelt de hele kunstwereld want daar leeft sindsdien de hamvraag: in welke richting moet een WC-rol aan de rolhouder hangen?

Misschien loop je nu best even naar uw eigen toilet om te gaan kijken in welke richting je de rol aan de houder hebt gehangen.

Statistieken wijzen uit dat wanneer mensen spontaan wordt gevraagd om een WC-rol aan een houder te hangen 7/10 deze hangt met het trekblaadje van de muur weg en 3/10 met het trekblaadje tegen de muur. Net zoals op het schilderij van Richter…

De WC-rol bestaat al sinds 1891 en bij het deponeren van deze uitvinding werd beschreven dat de rol zo werd opgehangen dat het trekblaadje weg van de muur moet hangen. En dat loopt allemaal vrij en vredig tot ongeveer 100 jaar later het internet zijn intrede doet…

Vanaf 1997 vindt men het op het internet nodig om te debatteren over de richting van de rol.

Er is zelfs een hele Wikipediapagina van gemaakt.

En dat allemaal…door het schilderij van Gerhard Richter. En waarom? Gewoonweg omdat Gerhard Richter het zo thuis aan de toilethouder hing.

Maar waarom schildert Richter in 1965 een rol WC-papier? Wel dat is redelijk eenvoudig. Richter, oorspronkelijk uit het communistische deel van Duitsland kan na veel 5en en 6en verhuizen naar het westerse deel van Duitsland. En daar ontdekt hij heel wat nieuwe dingen. Hij maakt er schilderijen over. Eén van die nieuwe dingen is de WC-rol want die hadden ze gewoonweg niet in de DDR. Maar wij – westerlingen – weten inmiddels hoe iconisch belangrijk die WC-rol wel kan zijn.

Meerdere kunstenaars volgden de aanpak van Richter en maken nog steeds “kunst” met WC-papier.

Dus wat hebben we vandaag geleerd?

(1) slechts 3/10 mensen hangt zijn WC-rol op dezelfde manier dan Richter het op zijn schilderij zet.
(2) Hoe Richter zijn gat properde in de DDR weten we niet maar dat het niet met WC-papier was, weten we nu wél.

Bron: arte TV

KW12: facebookproof kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Terwijl ik mij onmetelijk kan ergeren aan de normen die Facebook oplegt aan kunst maar dan anderzijds geweld en discriminatie de vrije loop laat, bots ik op een artikel dat mij toch duidelijk maakt dat al dat facebookproof-gedoe niet zo nieuw is als ik dacht. Dit weetje gaat er helemaal over…

Mijnheer Armand Dayot, inspecteur der schone kunsten (de titel alleen al…) had zo zijn bedenkingen toen hij het beeld “La Valse” van Camille Claudel rond 1890 zag. Niet dat het het eerste beeld van Camille was dat hij zag. Hij kende haar al een tijdje. Maar toch…

Mijnheer Dayot had zo zijn twijfels over dat beeld. Twee dansende mensen, dat hadden we wel al eerder gezien, maar een dansend koppel naakt, dat was andere koek. Als inspecteur heb je’t – zoals elk jurylid – voor het zeggen en als kunstenaar voel je al snel het mes op de keel. Het advies is duidelijk: als dit beeld naar buiten wil komen, dan moet het mét kleren aan.

Maar Camille laat zich niet doen. Ze bestudeert en werkt op draperieën en golvingen in stoffen. Een paar maanden later is het beeld klaar, mét kleren aan. De stof die ze over de danseres aanbrengt, is zo opgebouwd dat de beweging van het dansende koppel nog versterkt wordt. Alleen…Camille rekent tegelijk ook af met Dayot en zorgt ervoor dat de stof zo nauw aan het lichaam aansluit dat de contouren van de danseres ineens mee versterkt worden.

Dayot vindt het beeld finaal gezien wel goed genoeg om te exposeren. Het naakte is er af, regel is regel en dat is voortaan facebookproof. Het beeld werd recent geveild voor een recordbedrag (zie clip onder).

Wist je – naast bovenstaande – dat ook Rodin last had van censuur? Zijn bekende beeld “de kus”, waarvan meerdere versies bestaan, varieert al eens. Dan zonder mannelijk geslacht, dan met geslacht. Het is afhankelijk van waar het beeld moest worden geëxposeerd dat er een aangepaste versie van werd gemaakt.

Het Rodin-museum is altijd de moeite waard voor wie Doll is op Parijs en er graag een paar romantische dagen met het lief doorbrengt…

bron: https://sculptureetcollection.com/ventes/valse-1889-1905/

KW11: ROA

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

De Gentse straatkunstenaar ROA is wereldberoemd. In Gent zijn meerdere van zijn tekeningen te zien. Er zijn er zelfs al vernietigd. ROA is ook actief in andere Vlaamse steden. Zijn stijl is heel herkenbaar; het lijken een soort pentekeningen van dieren op zeer groot formaat. Ze zijn, in tegenstelling tot veel streetart-werken, heel gedetailleerd uitgewerkt. Streetart is al een tijd de opkomende kunststroming. Het is zo wat een mix tussen graffiti, schone kunsten en stripfiguren. De kunst gaat zowel de 2D als 3D-toer op. Meer en meer galerijen springen op deze markt met felle kleuren en krachtige beweging. Het is, naar mijn bescheiden mening, pop-art 2.0.

ROA wordt ook internationaal gewaardeerd.

Als weetje van de dag kan je uitpakken met “die ROA is zo bekend dat hij in Australië in de stad Fremantle een tekening van 25meter heeft staan. In 2014 stond hij 2e in de top 20 van de meest invloedrijke tekeningen van dat jaar.

Wil je graag een streetart-wandeling maken? Dan vind je hier een leuke route https://mooistestedentrips.nl/street-art-gent/  en bvb ook in Oostende is er zo’n route: https://mooistestedentrips.nl/street-art-in-oostende-the-crystal-ship/

meer over ROA op wikipedia of via Facebook

KW10: origineel of kopie?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dat de diefstal van de 2 panelen “De rechtvaardige rechters” en “Johannes de doper” stoutmoedig was, weet iedereen. Of wist je niet dat die panelen ooit gestolen werden? klik dan hier. Een politieonderzoek om schaamtelijk diep in de grond van te zakken (er stond zoveel volk rond het retabel omdat het nieuws van de diefstal zich snel verspreidde dat de politie eerst ging kijken naar de diefstal van een geit om pas later in de namiddag terug te komen naar de Sint-Baafskathedraal. Tot zover het sporenonderzoek natuurlijk…). Maar evengoed was de eigenzinnige wijze van onderhandelen van de katholieke zuil weinig hoopvol. Om niet te zeggen belachelijk.

Maar de conclusie van de zaak is dat enkel het paneel van Johannes de doper door de dief werd terugbezorgd (niet dat het werd gevonden) en dat dus het meest waardevolle paneel niet werd teruggegeven of gevonden. Dat laatste is dan wel een merkwaardig statement want er is, zeker tijdens en na de 2e wereldoorlog, al flink naar gezocht.

Maar over die 2 panelen valt nog wel wat te vertellen waarmee je stoer kan uitpakken wanneer je met vrienden nog naar de expo Van Eyck gaat of wanneer je nakaart over een bezoek aan het retabel.

Eerste weetje: de panelen werden gestolen op 11 april 1934. Hoe kan het dan zijn dat men later een kleurenkopie kon maken? Dat is een combinatie van goed onderzoek en toevallig vernuft. De panelen waren eerder gefotografeerd (rond 1878? in het Louvre na restauratie?), stuk per stuk. Dus een kopie maken was op zich al minder een zorg (OK, ge moet het wel nog doen, maar er is op zijn minst een vertrekpunt). Maar in die tijd bestond kleurenfotografie nog niet. Dus dat was een ander paar mouwen! Maar…niet lang nadat het origineel retabel afgewerkt was (ongeveer 1430) maakte Michiel Coxcie een 1/1 kopie. Er waren dan wel een paar gezichten aangepast in de kopie maar dat maakte de fotografie wel goed. De kleuren die waren belangrijker.

Tweede weetje: wat vele mensen vergeten is dat het om panelen gaat, niet om doeken. Maar nog straffer dan dat, is dat is geweten dat vroeger voorkant en achterkant 1 paneel waren. Wie opdrachten maakt/schildert, weet welk risico je dan als kunstenaar loopt. Het moet “boenk erop” zijn voor beide kanten van het paneel. Maar goed, wat je moet weten is dat het paneel veel later (ergens jaren 1900) in de DIKTE (!!!) doormidden werd gezaagd om zodoende alle panelen, los van mekaar, zichtbaar te kunnen maken zonder telkens dat retabel open en dicht te moeten doen. Kunt u voorstellen hoe gek het idee vandaag zou zijn om zo’n kostbaar paneel van een paar centimeters dik te gaan doorzagen met alle risico’s van dien.

Ik stel u gerust, vandaag zijn de panelen versterkt met een extra rug met hout in verschillende richtingen om het “trekken” tegen te gaan.

Derde weetje: wanneer we weetje 1 en weetje 2 combineren, dat weet je nu waarom kunstkenners zeker zijn dat de huidige versie van De rechtvaardige rechters een kopie is. De tekening van het hout stemt niet overeen. En zo zullen ze ook (hopelijk ooit) het echt van een kopie kunnen onderscheiden.

bron: eigen speurwerk door de jaren heen, meerder bronnen maar begin bij “het dossier Lam Gods” van Kerckhaert en Mortier

2 panelen vermist: een oproep met het origineel paneel van Van Eyck

rechtvaardige rechters: origineel ingekleurd

rechtvaardige rechters: kopie van Jef Van der Veken.

Het verschil is gemakkelijk zichtbaar aan de man in het midden (heeft geen hoed meer voor het gezicht). Het gezicht dat u vrij is gekomen zou koning Leopold III voorstellen. De achterkant van dit paneel is voorzien van een kwatrijn en heeft duidelijk een andere houtstructuur dan die van Johannes de doper. Het gezicht van de eerste volledige ruiter zou Hubert Van Eyck moeten voorstellen (het verschilt een klein beetje met het origineel). De man met de zwarte hoed is Jan Van Eyck geworden.

Rechtvaardige rechters: kopie van Michiel Coxcie

kenmerken hier zijn eveneens het volledige gezicht, de plooi in de bil van het paard is veel zachter. Bij de Coxcie-versie hebben enkele ridders (het paneel naast dit) een andere gezicht gekregen.

 

 

 

KW09: de mammelokker

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Eén van de meest handige plekken om in Gent af te spreken is onder de mammelokker. Iedereen kent het gebouw en iedereen weet het zijn. De mammelokker verwijst naar het beeld dat bovenaan op de gevel de voormalige cipierswoning werd aangebracht in 1741. Het beeld is van David ’t Kindt. In Gent zullen de meeste mensen je zonder veel moeite het verhaal kunnen vertellen: het is het verhaal van een Gentse misdadiger die werd veroordeeld tot de hongerdood. Hij zat daarvoor opgesloten in de lakenhallen (de mammelokker was niet de gevangenis, wat je zou denken met al die tralies). Zijn dochter bracht hem elke dag een bezoek maar mocht zelf geen eten meebrengen. Ze was echter slim genoeg en gaf hem elke dag de borst waardoor de man na een maand nog steeds in leven was. Finaal werd de man toch vrijgelaten en ze leefden nog lang en gelukkig.

Wat menig Gentenaar u niet zal vertellen is dat deze volkslegende al stamt uit de Romeinse oudheid. Het is het verhaal van Cimon en Pero en werd al veel eerder en door meerdere kunstenaars in beeld gebracht.

Dus volgende keer, wanneer u door Gent wandelt, dan weet u te zeggen dat dat verhaal van de mammelokker niet meer is dan een volkslegende uit de Romeinse tijd en dat zelfs Rubens daar een eigen versie van heeft gemaakt. Doe gerust, niemand vraagt u of het waar is. Doe je graag nog wat stoerder dan kan je ook zeggen dat “memmen” (een alomgekende term zeker rond Aalst) wat verwijst naar de vrouwenborst en samen met “mamme” allemaal derivaten zijn van het Latijnse “mamilla” wat idd (vrouwen-)borst betekent.

Hieronder het schilderij van Jules Lefebre.

 

KW08: De geboorte van Venus

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

In blog KW04 vertel ik over Simonetta Vespucci, haar werk en hoe ze al op 23-jarige leeftijd overlijdt aan tuberculose.

We horen dikwijls over Van Eyck dat hij de kannunik Van der Paele zo goed geschilderd heeft dat je kan afleiden vanuit het schilderij welke ziekte de man heeft en hoe ernstig dat wel is. Maar over Botticelli wordt dat eigenlijk nooit gezegd. Dat komt omdat zijn decors zo theatraal zijn dat er niet direct wordt op gelet hoe precies deze wel zijn geschilderd. Precies is hier te lezen als “naar waarheid”.

Eén van die schilderijen is “de geboorte van Venus” waar we een 16jarige Simonetta in volle glorie op een schelp uit de zee zien komen. Maar voor wie goed kijkt, ziet meer. Simonetta heeft op haar 16e al symptomen van polyartritis, subtype reactieve artritis.

Wanneer je bij vrienden zulke straffe uitspraak doet, dan mag je je verwachten aan een (aahjadatzultgijwelbeterweten)repliek. En dan is het uw moment om met de volle lading uit de kast te komen. Dat het kind last had van artrose zie je aan de rechterhand: ellepijpafwijking van de middelvinger, ringvinger, pink en pols. Aan de linkerhand: een worstvormige zwelling van de wijsvinger en kromme pink. Gezwollen enkels en wreef. Wedden dat uw vrienden nu toch voor even met de mond open staan over wat jij wel weet over kunst 😉

bron: “de kunstenaar en de dokter, anders kijken naar schilderijen” door Jan Dequeker.

KW07: Rembrandt bedankt Rubens

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Klein maar niet te onderschatten kunstweetje: Rembrandt (1606-1669) heeft al zijn bekendheid aan Rubens (15778-1640) te danken.

Een straffe uitspraak waarmee ik de Nederlandse vrienden hopelijk niet schoffeer maar bon, de bron is zelf een Nederlander, dus mag het wel een beetje. Jan Six vertelt op NPO over Rembrandt (zie link onder).

We gaan even terug naar de tijd van Rembrandt. In die tijd was Vlaanderen voor een groot deel nog samen met Nederland. Grote kunstenaars waren in competitie met mekaar om in de gunst te komen van de adel en de rijken. Kunst blijft – tegen wie zeg je’t – een luxe-product en verkocht niet aan “de gewone mens” medio 17e eeuw. Bekende kunstenaars uit die tijd bekleedden daarom ook al eens diplomatieke opdrachten (Van Eyck was ook zo’n voorbeeld). Rubens was niet alleen een goed schilder, hij was een voornaam diplomaat. Vandaag zijn die politieke activiteiten niet vergeten maar lang niet meer zo belangrijk als het schilderwerk. Misschien herinneren onze nazaten zich Mark Eyskens later ook nog wel als een bekend schilder ipv een politicus.

Maar dus in die tijd was Rubens dé top en veel bekender dan Rembrandt. En hoe is Rembrandt dan bekend geraakt?

Wel, zo rond 1830 is er iets speciaals gebeurd: België – en dus een stuk van zuid Nederland – werd onafhankelijk. Ineens waren de Nederlanders hun icoon kwijt! Rubens werkte voornamelijk in Antwerpen en dat was geen deel van Nederland meer. Dus gingen de Nederlanders op zoek naar een nieuw, evenwaardig icoon. Rembrandt kwam in de picture en met de bouw van het Rijksmuseum (opening in 1885) dat zich grotendeels concentreerde op het werk van Rembrandt werd een nieuwe ster gelanceerd.

De rijke collectie aan Rembrandts in het Rijksmuseum is een niet te missen afslag bij een uitstap naar Amsterdam. Dus finale conclusie: Rembrandt heeft zijn naam en faam te danken aan Rubens en het ontstaan van België. Al heeft hij er zelf niets van geweten en was hij misschien finaal niet berooid gestorven. Naar ’t schijnt heeft Rubens het ook nooit geweten…

bronnen: 
NPO – Jan Six
wikipedia Rembrandt en Rubens
Geschiedenis van het Rijskmuseum

KW06: de onrechtvaardige rechter

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

1498. In het stadhuis van Brugge siert een groot schilderij uit 2 delen een muur. Het is een schilderij van Gérard David en ze is op zijn minst gezegd nogal onthullend.

Op het rechtse deel wordt een man  opgehaald om levend gevild te worden. De vraag stelt zich welke zieke geest dit tafereel in een schilderij wil laten omzetten. De schilder Gérard David doet feitelijk niets anders dan wat hem werd opgedragen. Maar waarom geld spenderen aan dit soort onsmakelijkheden? De panelen – die de aanhouding en daarna de terechtstelling van de man voorstellen – grijpen terug naar een verhaal uit de antieke geschiedenis. Een rechter wordt beschuldigd van corruptie en wordt veroordeeld door Cambyses II, koning en niet op zijn minst gruwelijk van aard. De rechter betaalt zijn oneerlijk gedrag dubbel en dik. Hij heeft er (letterlijk) zijn vel mee verkocht.

De koning is duidelijk niet zachtaardig. Hij is niet tevreden met het levend villen van de rechter. Om zich er van te verzekeren dat zijn opvolgers niet hetzelfde, corrupte, gedrag gaan vertonen, laat de koning de zetel van de rechters overtrekken met de huid van de corrupte rechter. Kortom, een dergelijk schilderij laat een héél duidelijke boodschap na: magistraten van Brugge hebben er alle belang bij om zich gedeisd te houden. Zij die hun uitspraken in deze rechtszaal doen zijn gewaarschuwd: corruptie wordt niet toegestaan. Om er nog wat meer nadruk op te leggen wordt het hele verhaal in de setting van het Brugge van de 15e eeuw gekaderd. De gebouwen en de kledij laten daar geen twijfel over bestaan.

Het is zeker, met dit soort straf onder de ogen, moesten de rechters beter 2x nadenken voor ze zich lieten omkopen.

Het oordeel van Cambyses hieronder:

  1. de rechter laat zich omkopen
  2. de rechter wordt opgepakt en veroordeeld
  3. de rechter wordt gevild
  4. de huid van de rechter hangt over de stoel van zijn opvolger

Meer over dit schilderij via Wikipedia. Het schilderij is te zien in het Groeningemuseum. Bron tekst: Artips