We zijn samen onderweg

Het is al een tijdje geleden dat ik nog iets schreef over de fameuze toren. Niet dat ik het project in de diepvriezer heb gestopt, hooguit in de koelkast. Enfin, voor de Nederlanders; in Vlaanderen is een koelkast een kast waar je (letterlijk) zaken koel houdt zonder in te vriezen. Maar er wordt zeker nog aan gewerkt. Toch vragen de details zoveel tijd en concentratie dat ik niet meer tot andere tekeningen zou kunnen komen. En dat is niet zo goed voor mijn psyché. Als ideeën er niet uit kunnen, dan is dat als een wasmachine die van bij het begin van het programma aan zwiersnelheid draait. Die geraakt oververhit.

De toren dus….In de vorige blog had ik het al over een processie op weg naar de kerk. Althans, de kerkachtige “blok” bijna in de center van het schilderij. Maar dat de processie dwars door het midden loopt kan geen toeval zijn. Met fel gekleurde vaandels en een soort tent (voor een relikwie?) marcheert een grote colonne mensen door het decor. Er zijn nu 2 “kotten” bij en ze zijn nog bezig. Mensen kijken vanuit de bovenste ramen naar  het gebeuren. Wordt vervolgd in het komende prentje 🙂

Advertenties

De Max…Fietsambassade

Shit! 16u15 en ik sta naast mijn fiets die plat op de grond ligt naast het stadhuis. De fiets is omvergewaaid. Geen probleem. Ik zet ‘m even terug recht en vertrek naar huis…Nog niet onder de schaapstal voel ik dat mijn achterband plat staat. (nog eens) Shit!

Effe nadenken…wat nu? Ahaaa! Ik rij naar Biker. Mijn huisfietsenmaker Tange is te ver weg om met een platte band naartoe te rijden maar Biker is aan Sint-Jacobs. Dat moet lukken.

Ik parkeer voor de deur, stap binnen en een vriendelijke man komt op me af. Ik leg de situatie uit. “Helaas mijnheer, dat is geen merk van ons. Dat kunnen we niet herstellen.” “Maar het is een simpele achterband, niks speciaals aan.” “Jup, maar we hebben al zo veel werk, dat kan er niet meer bij. Enkel eigen merken. Maar je kan nog naar Maxmobiel gaan.” “Aan het Sint-Pietersstation?” (mijn non-verbale slaat direct over “you must be kiddin’) “Neen, aan de Dampoort…of onder de stadshal.” “Hmm..ah ja…OK. Dan probeer ik dat maar.”

Toch een beetje ontgoocheld rij ik terug naar de schaapstal. Dat ik er niet eerder aan dacht om daar onder te gaan kijken. Ik stond er vlak bij. Dus terug met mijn platte band terug richting stadhuis.

Ik kom terug aan rond 16u25 bij de Fietsambassade. Dat is de nieuwe naam van Max Mobiel. En die hebben nu ook een extra ruimte binnen. Gelukkig maar want ik zou het niet leuk vinden om in die tocht daar buiten te staan. Even wachten want een dame voor mij wordt geholpen.

“Platte band, achter” zeg ik tegen de man, wijzend naar mijn fiets. “OK, help me even om die op mijn standaard te klemmen en dat fix ik zo.” Direct, instant wordt de band vervangen. Ik sta paf. Ik kom er binnen zonder afspraak en wordt meteen geholpen. 16u40 ben ik weer buiten voor een keurige 16euro, werk en band inclusief. Kan ik klagen? Ik dacht het niet zo 😉

https://fietsambassade.gent.be/nl

 

Receptieve ruimten wint trofee voor ambtenarij

Ik reserveer al vele jaren (bijna 20 jaar) het landgoed De Campagne voor mijn expo’s. Dit zijn telkens expo’s met een “plus”. Al van bij het begin begreep ik dat een gewone, klassieke, traditionele tentoonstelling waarbij je de deuren open zet en de avond voor de opening een drankfeest geeft, nog weinig indruk maakt. Deze formule vertrekt vanuit de kunstenaar die – een beetje wanhopig – zijn werk wil laten zien aan een potentiële bezoeker, liefst daarbij ook iets verkopen om uit zijn kosten te geraken en dit allemaal wat tracht te versoepelen door het te overspoelen met alcohol.

Maar we leven vandaag in een beeldcultuur. Mensen hoeven niet langer naar een tentoonstelling te gaan om een tekening, schilderij, foto,…te zien. Daarvoor hebben we internet vanuit de sofa. Wie vandaag naar kunst of cultuurzaken gaat wil “beLEVEN”. En dan leg ik graag de nadruk op LEVEN. Het is het sociale gebeuren, het ontmoeten, de sfeer van het evenement dat het verschil maakt. Sjieke, dure woorden als biënnale (wat eigenlijk niet meer wil zeggen dan tweejaarlijkse tentoonstelling) zijn passé. Om werken te zien in een dode, kille turnzaal komt een mens zijn zetel niet uit.

Met ART-tist heb ik altijd getracht dit patroon te doorbreken en te groeien. Zo kwamen we van tentoonstellingen met een originele inrichting, over voordrachten, a capella muziek, tot een volwaardig klassiek concert en laatst, dankzij de samenwerking met Kunzthuiz, kwam daar een popconcertje bovenop. Of een natuurwandeling, gezinsnamiddag met taart en koffie, kinderanimatie,… Ik meen te mogen stellen dat niet veel expo’s de combinatie pop/rock, klassiek en kunst combineren. Kortom: we blijven vernieuwen! Dat is ook de doelstelling van Stad Gent. Blijvend innoveren en mensen verrassen (we zouden ze ook kunnen verassen voor de verrassing maar het schijnt dat dat de mondelinge reclame ondermijnt).

Toch blog ik dit even van het hart. De dienst “receptieve ruimten”, onderdeel “zalenverhuur” van het grote Circa, is bij die innovatie een permanente dwarsligger. Gisteren kreeg ik alweer een nieuwe regel voorgeschoteld. Het bericht dat ik voortaan, per evenement per dag een nieuwe aanvraag moet indienen om de zalen van het landgoed te reserveren. Dit is pure kafka! En ook al kan kafka soms kunstzinnig overkomen, erover praten helpt niet. “Ik moet mij ook houden aan het reglement”, zegt de vriendelijke administratieve stem aan de andere kant van de lijn. Het heilige reglement. Mijn eerdere mail/blog waar ik schepen Stroms al bij uitnodigde tot een gesprek, leidde tot niets. Receptieve ruimten lijkt een ivoren toren waar niemand zich mee te moeien heeft. Waar is de dialoog met de klant/burger?

Het lijkt een beetje Babel…Of is het een teken dat ook deze formules “passé” zijn?