About Moco (Amsterdam)

December: de maand van donkerte, speelgoed en nachtelijke familie- & vriendenfeestjes. Daarom scoort december eigenlijk niet zo goed bij mij. Niet dat ik geen familie of vrienden wil zien, het gaat ‘m om die donkerte waar ik niet mee omkan. Korte dagen, weinig zonlicht,…grrr…En moe dat ik daar van loop…

En het parallelle probleem is: die (creatieve) gedachten in mijn kop staan dus niet stil. Kon ik die parkeren, dan had ik allicht meer rust 😉 Nu voelt het continu of ik in een soort hybernatieve toestand zit: ik wil vanalles doen maar ik krijg het niet in de praktijk omgezet. Enfin, mijn hoofd zit dus weer vol projecten: een expo (neen, geen grote expo, een kleintje), tekenprojecten,…zelfs ideeën tot samenwerking met kunstenaarsvrienden flitsen door het hoofd. Het is me wat. Tijd dat het lente wordt…Nog euh…hoeveel dagen? Ah ja, maar ’t moet zelfs eerst nog winter worden.

Maar hey…is Max nu een prefecte lamzak geworden? Neejeuuuu…(wat had je gedacht)! Waar heb ik het nog niet over gehad bijvoorbeeld? Mijn bezoekje aan het MOCO Museum Amsterdam. En hangt daar een sappig verhaal aan? You bet ya!

Ik was dus met mijne maat Brecht – ge weet wel…diene van Coffee.beez – op trip in Amsterdam. Euh…oei…ah ja, g’hebt gelijk…”op trip” en “Amsterdam” in één zin schrijven kan je op het verkeerde been zetten. “Op stap” dus. En omdat Brecht meer verstand heeft van koffie en honing dan van kunst, neem ik voor één keer de leiding. Dus wijle naar het Van Gogh-museum. Daar loopt de tentoonstelling “Golden Boy” met werken van Gustav Klimt. Wij met de taxi van ’t station naar het museum.

Amaai die taxi’s rijden voor zot in Amsterdam! #norules da’s duidelijk. Komen we aan voor ’t Van Gogh-museum…Staat het daar vol flikken. De taxichauffeur zijn gulden valt en zegt iets als “ah ja, ’t is just. De premier van Italië is op bezoek en de koning is naar ’t museum getrokken met hem. Het museum is gesloten.”. Tjah…daar stonden we dus. Voor de deur van het museum zonder de mogelijkheid om binnen te gaan. De taxichauffeur liet nog een gulden vallen (en dat voor nen Hollander, echtig) en raadde ons aan om naar het aanpalende Moco-museum binnen te stappen. Of het onze dada zou zijn, dat zouden we nog wel eens zien…

Met een beetje sjans (euh..sorry, geluk in ’t Vlaams) toch kaartjes kunnen boeken voor het gepaste tijdslot en naar binnen. Geen vestiaire, rugzakken op de buik dragen aub en alles in Engelse spoken.

Als je Klimt verwacht is Moco wel effe wennen maar na een paar werken ben ik mee in de sfeer: streetart en popart. Nice. Enkele stevige stukken gezien en ook originele werken o.a. Banksy, Haring of Warhol. Toffe werken die ik nog niet eerder had gezien. Het was “een accidentje” maar ’t was toch de moeite. Moco kan je doen op een uur of wat langer als ge alles wilt zien.

PS: in NL is “betalen met de kaart” gelijk aan “pinnen maar wist je dat “contactloos betalen” gelijk is aan “tikken”?

STADSWACHT (22): EINDE

Voor je begint te lezen: heb je al gestemd? Ja –> lees dan in alle rust verder.

Neen? –> wil dan eerst stemmen voor mijn tekening. Ik steek er veel moeite in (in de tekeningen en de blogs), het is een kleine retour die je geen cent kost maar wel van grote betekenis is voor mij (als motivator om verder te doen). Klik hier https://nationaleexpo.museumpas.be/project/36907

Dit is dus de laatste blog van de #stadswacht. Nét binnen de termijn van “eind oktober klaar” heb ik ‘m vandaag (30/10/2022) afgewerkt. Tussen de vorige blog en deze zitten ongeveer 15uren werk aan domweg inkleuren van de achtergrond. Gelukkig was die al helemaal uitgetekend en ging het “snel”.

Voor de zekerheid was ik vorige zaterdag nog naar Lucas Arts geweest om wat extra potloden voor de achtergrondkleur. Een tussentijds trouwfeest kwam goed van pas om nog ’s naar de gevels van het Gentse stadhuis te kijken voor ik er aan begon. Ik heb de gevel niet helemaal correct weergegeven, eerder een suggestie ervan (zie eerdere blog). Dat is met opzet gedaan om de focus op de voorgrond te houden.

Gewapend met potloden, lat, tekendriehoek en de tablet kan ik er helemaal tegenaan. Ik vergroot de tafel in de lengte door er de strijkplank achter te zetten. Dat is verdekke nog handig zo’n strijkplank. Die kunt ge perfect op de hoogte van de tafel zetten. Super gemakkelijk. De potloden vliegen er door alsof ze van boter zijn. Continu bijscherpen en aan die prijs (ongeveer 3,5euro/stuk) zie je veel centjes in de asbak verdwijnen. Wanneer mijn punt afbreekt, werk ik met de punt alleen tot zolang het mogelijk is…

Maar finaal geraken we er. Met zwarte middenvinger (of kakabruin hé Brecht) en vervloekt veel geduld ben ik er geraakt. Hij is af en ik kan hem bij deze officieel voorstellen: de #STADSWACHT. In lage resolutie hieronder, wil je’m graag in detail bekijken: KLIK HIER voor de hoge resolutiefoto.

Bedankt voor het volgen van deze reeks gedurende 4 maanden. Ik neem nu even een break en dan zien we wel wat er voor nieuws op papier verschijnt 🙂 Hopelijk tot in het KMSKA.

En de living…die staat weer klaar voor ander verhaal 🙂

STADSWACHT (21): BIJNA MAAR

nog niet heeelemaaaaal…wij zijn er bijjjjjjjjjjnaaaaa…

Vandaag nog ’s flink doorgewerkt en na een volle dag tekenen en inkleuren is de balustrade van het stadshuis klaar. Om het contrast te verhogen heb ik de gaten ingekleurd met donker bruin. Dat klopt niet helemaal maar ‘k vind het goed zo. Artistieke vrijheid noemen ze dat 😉

Ik vind het effect wel interessant. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat de frontfiguren zo hard naar voor zouden springen door dat kleine muurtje in te bouwen. Maar voila, ikke blij. De volgende keer werk ik verder aan de muren en de deuren en dan zal de tekening zo goed als klaar zijn. (eindelijk)

STADSWACHT (20): STOFZUIGEN

Tijdens het weekend van Buren Bij Kunstenaars heb ik alle personen nog kunnen afwerken. Ik kon dus zondagavond beginnen aan de achtergrond en liet zelfs Dieter een stukje van de balustrade mee inkleuren 😉 De balustrade was nog even om de resttijd van die laatste zondag te vullen. Het is meer de bedoeling om aan de vloer verder te werken…

Terug thuis.

Op deze zondag 23/10/2022 (dag waarop ik blog is niet altijd de dag van publicatie 😉 ) probeer ik eens iets nieuws. Ik ga mijn pastelkrijt van mijn tekening stofzuigen! Daarbij moet ik wel voorzichtig zijn om geen krassen in het papier te maken. Alsof ik er mij écht zorgen zou moeten over maken…Zo’n pastelkrijtstaaf is redelijk hard en durft wel al eens in het papier krassen achterlaten. En soms vind ik dat ergerlijk maar nu, bij het inkleuren van de vloer, vind ik dat best OK. Een vloer zonder krassen zou geen echte vloer zijn hé 🙂

En dus (zoals je al een beetje kan zien op de stofzuigfoto) is de vloer hiermee klaar. De foto’s zijn slecht gemaakt maar ’t moest rap gaan 😛 Feestje van Tessa laat niet op zich wachten 😉 Ik ben best tevreden met de vloer. De figuren “staan” nu echt. Volgende stap is de balustrade afwerken. Die maak ik helemaal in potlood en is naar het model van het Gentse stadhuis. De deuren, de muur en de vloer zijn ook getekend naar reëel voorbeeld maar dat kon je al zien in blog 14 van deze reeks.

STADSWACHT (19): 7 MENSEN VERDER

Wat minder bloggen = meer tijd om te tekenen. Dus een tweede updateblog deze week met nieuw inkleurwerk 🙂 Wie geen zin heeft om de vorderingen zelf uit te zoeken, kijk onder de fotoreeks 😉

Wat meteen zal opvallen is dat de 3e brandweerman is ingekleurd. Deze maakt zich klaar om de brand te blussen. De figuren tussen de 2 brandweerlui zijn ook ingekleurd: op het voorplan onze mascotte voor de kinderen in het onderwijs, daarachter de anonieme jongen. Op het achterplan: 2 dames van de onthaal van de technische dienst en de schoorsteenveger is ingekleurd en bijgekleurd. De directeur van de dienst (die de Gentse vlag een duwtje geeft) was al bij de vorige blog ingekleurd maar ik was vergeten erover te vertellen.

Oef! Rest nog de broek van de brandweerman, zijn jonge hulp linksvoor in beeld en de 2 architecten op het achterplan.

STADSWACHT (18): SAFETY FIRST

Mahowseh! Na een weekend Buren Bij Kunstenaars (ten huize Carlos Caluwier) ben ik erg tevreden. Niet alleen blij dat ik goed heb kunnen doorwerken maar tegelijk ook van de vele mensen die ik heb ontmoet en de verhalen die ik heb kunnen vertellen. Ik vind het altijd wel tof om mensen een eerste blik te gunnen en ze daarna mee te nemen op een wandeling doorheen het beeld. Ik denk dat het dat is wat de bezoekers ook naar Carlos trekt. Voor wie niet langs geweest is: het was een succes. We (= Carlos, Bieke en ikzelf) zijn enthousiast over de opkomst en jullie interesse in onze kunsten. Zalig. We zien jullie met veel plezier terug op een volgend evenement. Abonneer je maar alvast op mijn blog om op de hoogte te blijven. Abonneren is supereenvoudig: op de hoofdpagina (onder de knop “blogs”) scroll je tot het invulvak voor je mailadres, klikken op “VOLG” en klaar 🙂

Maar natuurlijk blog ik vooral om het over de #stadswacht te hebben. De brandweervrouw die bij de vorige blog nog in opbouw stond, die is inmiddels helemaal afgewerkt 🙂

Ik ben hier erg tevreden over het resultaat. Echt eerlijk vind ik de kleuren bij deze veel “voller” dan bij de andere brandweervrouw (een beetje rechtser op het geheel). Ik heb alvast het kleurenpalet apart gehouden.

Ah! Misschien was het niet meteen opgevallen maar ook onze “Bannick Cocq” heeft een broek gekregen. Het was geen zicht zo enkel een bovenstuk zonder verdere afwerking. Ergens moet ik afgeleid geweest zijn want ik werk van rechts naar links. Jup, Koen, dat klopt, deze keer van rechts naar links omdat ik (ook) met pastelkrijt werk en dat ik in die richting NIET met mijn hand op een reeds ingekleurd stuk lig. Tjah, voor de broek ga ik dus extra moeten opletten dat ik mijn hand niet neerleg op het papier…

Om mijn gedachten ’s te verzetten werk ik tegelijk ook de helm af van onze “militair” van dienst én de broek van collega E. links van de brandweervrouw.

Even terugkomend op de Nachtwacht van Rembrandt… Ik stel – in mijn vertellingen – deze schutterscompagnie altijd voor als een equivalant van de hedendaagse politie. Er zijn gewapende inspecteurs maar er zijn ook burgers die bij de politie werken. Samen zorgen ze ervoor dat een stad of een gemeente veilig blijft. Behalve een bedreiging van buitenaf (een mogelijke inval van de Barbaren op Amsterdam bijvoorbeeld), vroeg ik me af hoe onveilig de steden waren in die jaren. Ik ging op onderzoek.

De gouden eeuw klinkt erg glamoureus. In tijden van overvloed is er helemaal geen nood aan crimineel gedrag. Waarom zou je? Er is immers overvloed! Maar dat is niet altijd en overal zo. Vele gezinnen leven in armoede. Mensen werken voor een schamel loon, 6 dagen op 7 en soms moeten de kinderen boven de 6 jaar ook al aan het werk. Klinkt een beetje Daens-achtig als je’t mij vraagt. Kinderen die werken, gaan niet naar school, ergo: er zijn weinig groeikansen om uit de miserie te geraken. Een vicieuze cirkel. Bedelaars waren ongewenste personen. Ze werden meestal opgepakt en aan het werk gezet in het rasphuis. Maar goed, bedelen maakt van je nog geen crimineel…

Ik bots op dit interessante artikel over het nachtleven van vroeger en quoteer “Historia”:

In de nacht wordt gemoord

In Castilië in Spanje werd twee derde van alle moorden ’s nachts gepleegd, zo bleek uit een 17e-eeuws onderzoek. De situatie was nog erger in de Noord-Franse stad Douai, waar drie op de vier moorden tussen de eerste en de tweede slaap werden gepleegd.

De nacht behoorde toe aan misdadigers, dus waagden weinigen zich buiten. De straten in Europa waren ’s nachts zo onveilig dat een Italiaans gezegde luidde: ‘Wie ’s nachts naar buiten gaat, solliciteert naar een pak slaag.’

De Engelse reiziger Fynes Moryson noteerde rond 1600 dat ‘het in alle delen van Italië onveilig is om ’s nachts over straat te lopen’.

Een bezoeker van Valencia beweerde in 1603: ‘Zodra de avond valt, kun je niet naar buiten zonder schild en harnas.’

In Moskou werden ’s nachts zo vaak moorden gepleegd dat de stad zelfs een speciale plek had waar de doden werden neergelegd. Hier konden bezorgde familieleden bij dageraad gaan kijken of hun dierbare was omgekomen.

Sommige steden probeerden met wisselend succes de nachtelijke straten veilig te maken met gewapende bewakers. In de Noord-Franse plaats Saint-Malo vonden de bewoners een andere manier om de mensen ’s nachts veilig te houden, aldus een reiziger begin 17e eeuw:

Als de nacht valt, luidt een bel om iedereen buiten de stadsmuren te waarschuwen dat ze naar binnen moeten gaan. De stadspoorten worden gesloten en acht of tien koppels hongerige mastiffs worden losgelaten in de straten. De ongelukkige dronkaards die er nog liggen worden de volgende ochtend gevonden, net als Izebel in Jizre’el.’ Een verwijzing naar het Bijbelverhaal over Izebel die om het leven werd gebracht en door honden werd opgegeten.

Dat lijken me dus best onveilige tijden en goede redenen om een nachtwacht op pad te sturen. Het volledige artikel over het nachtelijke leven van vroeger lees je via deze link 🙂

Buren bij Kunstenaars: volgend weekend!

Vriend-kunstenaar Carlos Caluwier stuurde gisteren onderstaand bericht de wereld in. Van mijn kant wil ik graag ook mijn collegae-kunstenaars in beeld brengen. Er zijn namelijk redenen genoeg om naar Zwevegem af te zakken en naar Max zijn verhalen te komen luisteren maar er zijn minstens evenveel goede redenen om naar Carlos en Bieke hun werken te komen kijken.

Zwevegem = 15 minuten van Kortrijk, 35 minuten van Gent. Een leuk zondagnamiddagverzetje.

Net als ik vertelt Carlos honderduit over zijn CCCorpus. Een figuur waar jaren aan gewerkt is om tot een homo-universalis te komen. Carlos evolueerde, evolueert en experimenteert met klassieke en nieuwste technieken om zijn verhaal meer kracht bij te zetten. Tegelijk evolueert zijn CCCorpus continu naar een menselijk figuur dat je altijd aanspreekt, wie je ook bent, waar je ook bent en hoe je je ook voelt.

Dag iedereen

Het is weer zover! We zetten onze deuren terug open voor Buren Bij Kunstenaars! 

Dit jaar wordt het een bijzondere editie. We zijn deze keer met drie kunstenaars onder één dak. Onze gastkunstenaar en goede vriend Max Van Hemel is dit jaar van de partij. Max staat gekend voor zijn potloodtekeningen vergezeld van een boeiend verhaal. Een belevenis op zich. Ook voor Bieke wordt het een soort primeur. Bieke brengt haar eerste collectie zilver mee. Dit jaar wordt dus een mix van zilveroorringen en sieraden met glas.

Verder ben je natuurlijk van harte welkom in mijn atelier om achter de schermen van de CCCorpus te kijken en in de woonkamer de collectie te bekijken. 

De voorbije jaren zijn ook wat bijzonder geweest… Zo hebben we wat gezelligheid en bijpraten in te halen! Daarom hebben we besloten om een extra dag onze deuren open te zetten. 

Dus wees ook van harte welkom op vrijdag voor kunst te kijken, bij te praten en een drankje!

Een overzicht van de openingsuren kan je vinden in de flyer!

Tot dan!

Bieke, Max en Carlos

Carlos Caluwier

watermolenstraat 3
8550 zwevegem

beeldend kunstenaar
www.caluwier.net
carlos@caluwier.net
056757038
0476738225

STADSWACHT (17): …VAN VERLANGEN

We schuiven gestaag op en zodoende kan ik aan de 2e brandweervrouw in de tekening beginnen. Zij neemt op mijn beeld de rol op van de 2e schutter die zijn wapen afvuurt. De brandweervrouw heeft een blustoestel in de aanslag, klaar om die (kleine) brand aan te pakken.

In plaats van uitleg te geven over schieten en hoe dat moet, wil ik toch wel effe kort de gevaren van een huisbrand onder de aandacht brengen. Wat ik nog altijd het meest handige blusmiddel in huis vind, is een branddeken of blusdeken. Veel meer dan een klassieke blusser kan je met een beetje handigheid een brandje blussen met een deken. Ik denk dan spontaan aan de friteuse die vuur vat. Met een poederblusser (of andere) moet je toch al wat techniek kennen (als je al het juiste toestel vast hebt). Een blusdeken heb snel bij de hand en is ook – in paniek – gemakkelijk over het vuur gelegd. Een blustoestel zoals de brandweervrouw op de tekening in handen heeft, is al een ferm groot om in huis te hebben. Zelfs die van de auto’s zijn veel kleiner.

Maar hanteer vooral als gouden regel: als het brand ga dan zo snel mogelijk naar buiten (thuis, op het werk, in de supermarkt, whatever). Bel 112, meld je naam en adres en zeg meteen waar het om gaat. Zijn er nog mensen of dieren binnen, zeg dat dan ook direct. Meer info over brand en Brandweer kan je lezen op de website https://brandweerzonecentrum.be/

Terug naar de tekening, want daar draait het toch allemaal om 😉 Voorlopige tussenstand zie je hieronder. Tiens…het valt mij nu pas op dat ik de legerhelm ben vergeten inkleuren. Mah seg! Te noteren op mijn TO DO-lijstje 🙂

STADSWACHT (16): FRIVOLITEITEN

En we doen verder aan de #stadswacht. Het wordt moeilijker…mentaal gezien dan. De uitdaging is er zo wat af met de portretten en het inkleuren van de kledij loopt niet zo snel dan verwacht.

Toch kreeg ik een frivole boost met het inkleuren van het hemd van onze “Banninck Cocq“. Bij G. word ik altijd vrolijk van zijn hemden. Ze zijn altijd versierd met tropische, feestelijke motiefjes. Ik had dan ook gevraagd voor deze gelegenheid zeker één van zijn hemden aan te trekken. Ik had het eerst niet echt door maar tussen de planten en bloemen zitten ook vogels verborgen. Zalig om te tekenen 🙂

En dan was er nog W. zijn outfit! W. verwerkt administratie op de dienst. Voornamelijk facturatie. Voor de kledij had iedereen de opdracht gekregen om zijn/haar figuur van het schilderij van de Nachtwacht goed te bekijken en zelf iets aan te trekken dat er naartoe gaat maar dan ook weer niet te carnavalesk.

W. kwam op de dag van de shoot met zijn eigen legerkostuum op de proppen. Op zijn minst een verrassende keuze. Ging dat wel passen in het geheel? Maar dan weer, moet een vaandeldrager niet een beetje “speciaal” zijn? Wat is een compagnie als de vaandeldrager al niet opvalt? Een prima keuze qua kledij dus 😉

In afwachting tot de volgende blog zoek ik nog ’s op wie W. nu precies reïncarneert. Het gaat om Jan Visscher Cornelisen (met 1 s?). Veel vind ik niet over hem, over zijn functie vind ik wel interessante informatie.

Niet iedereen kan zomaar vaandeldrager bij de schutterij worden. Je moet uit een vermogende familie komen en vrijgezel zijn. De vaandeldrager loopt immers altijd voorop in de strijd. Mocht hij daarbij om het leven komen dan blijven er in ieder geval geen rouwende vrouw en kinderen achter.

Jan Visscher Cornelissen is zo’n welgestelde vrijgezel en wordt in 1637 vaandeldrager van de compagnie. Men omschrijft hem als een goed opgeleide koopman met een onderzoekende geest en brede interesses. Bovendien heeft hij een grote verzameling boeken, schilderijen en tekeningen. Cornelisen is met zijn goede reputatie het perfecte paradepaardje voor de schutterij. In de Nachtwacht krijgt hij dan ook een glansrol vol in het licht.

En de “waterbergen” die zijn gelukkig helemaal verdwenen…Niets van last meer van. Oef! Dat was toch effe billen knijpen.

STADSWACHT (15): WET WET WET

Terug van Kunst in het Dorp beslis ik om na een paar dagen rust de tekeningen van hun bubbelfolie te ontdoen en ze maar ’s naast mekaar op te stellen. Dit is nodig om de overlappende figuren uniform in te kleuren. Er zou anders wel eens een kleurverschil tussen beide panelen kunnen ontstaan.

Maar bij het lossnijden van de verpakking valt me op dat deze nog langs binnen nat is. Bij de afbouw van Kunst in het Dorp regende het (nogal hard) maar intussen waren we wel al 4 dagen verder en zo veel water had ik nu ook weer niet verwacht… Damagecontrol: van het linkse paneel is voor 3/4 van de hoogte een strook van 5cm kletsnat papier. KAK! En natuurlijk kon het niet anders dan dat dat de rechtse kant (dus vlak naast de scheiding van beide panelen) moest zijn.

Met een lamp en scheluw licht was het direct zichtbaar: opgeblazen papier in een fijne strook loopt als een dartel riviertje over de tekening. Er kunnen erge dingen gebeuren bij een transport maar dit hier had ik mij nu ook weer niet aan verwacht.

Met een papieren verdoezelaar probeer ik de “bergwand” aan opgeblazen papier plat te drukken hopende dat, wanneer het papier droogt, het terug tegen de rug zal kleven. Tegelijk denk ik na over mogelijke technieken die ik nog zou kunnen toepassen om tijdens het drogen het papier toch opgespannen te krijgen. Ik denk aan dingen die ik eerder heb toegepast op doeken en op papieren wanneer ik met water werk maar ik kan momenteel niets beters bedenken dan heel zachtjes drukken op de verhoging. (Ik had ervoor geprobeerd met een deegrol de bergketen plat te rollen maar dat had geen effect).

De dag later is het papier gelukkig al droog en “het probleem” is bijna niet meer te zien. Ik leg er mij bij neer en reken er op dat – eens de zone ingekleurd zal zijn – er niets meer van te zien is. Dat is dan finaal nog het grote geluk: de natte zone was nog niet ingekleurd of althans niet met wateroplosbaar materiaal. De aquarelpotloden waarmee ik werk zijn zo goed dat bij de minste drup of spat ze oplossen. Zalig om mee te werken maar niet wanneer het voorvalt zoals hier.

Enfin, na alweer flink wat uren getekend zijn we toch een paar stappen verder dan de beginfoto van deze blog. Ik help je wat met de 10 verschillen: de figuur met zwarte hoed achteraan heeft nu een volledig zwarte pull aan, de man de groene vest heeft een broek aan (allez, hij had die al aan maar nu heeft ze ook een kleur), de dame links achteraan haar kledij + haar is ingekleurd, de frontman zijn linkerhand werd uitgewerkt en een goede aanzet van zijn rechterhand werd getekend, het jasje werd (in geel) uitgewerkt.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

STADSWACHT (13): HET LAATSTE PORTRET

Bij deze blog het laatste portret van de reeks. Dat is als ik de hond rechtsonder niet mee in rekening breng 😉 Het is een blog met enige vertraging want ik was vorige woensdag hard aan het inhalen voor de komende expo/tekendemonstratie te Bellingen van 10-18 september. Dit weekend verhuizen de panelen samen met de ezels, licht, verlengkabels en de hele reutemeteut aan potloden dus naar Bellingen voor Kunst in het Dorp.

Het laatste portret maakt de cirkel aan gezichten rond. Het is portret van Brecht en hij komt links op dit paneel en dus vlak naast de hoofdfiguur van het andere paneel te staan. Brecht neemt de rol van Willem van Ruytenburch op. Een lans of speer in de hand zou voor een medewerker van de stad niet echt gepast zijn. En al zeker niet wanneer je met kinderen werkt. Na enkele dagen denkwerk kwamen we op het idee om Brecht zijn uitschuifbare of telescopische ladder te laten gebruiken als surrogaat lans. Brecht is onze specialist in asbest (als hij het niet weet, dan weet niemand het) maar tegelijk zorgt hij ook voor de installatie en onderhoud van branddetectiecentrales. Dus in die jobs gebruikt Brecht wel met regelmaat zijn uitschuifbare ladder.

Bij het opzetten van het portret van Brecht deze keer geen fouten! Effe koppiekoppie er bij houden en keurig alle stapjes in het proces afwerken. Met het portret van C. heb ik wel mijn lesje geleerd: dat van haast en spoed enzo 😉

Het verloop van het opzetten van het gezicht vind ik achteraf altijd wel boeiend om te terug te zien. Ik geef toe dat, terwijl ik er aan werk, ik me niet zo bewust ben van het grote verschil. Ik ben zo gefocust om het beeld zo realistisch mogelijk overbrengen dat ik niet echt bezig ben met “het verschil” te maken. Al weet ik ook wel dat het achteraf wel een verschil maakt. Maar laten we effe terug gaan naar het begin.

Er was eens…zo’n 2 maanden geleden een schets van 2 heren, centraal op beide panelen, elk op hun eigen paneel.

Bij het opzetten van de grijze portretten zie je dat ik hier en daar nog nieuwe structuurlijnen zet om de verhoudingen zo goed mogelijk onder controle te houden. Die lijnen verdwijnen achteraf wel weer. In de bovenstaande reeks staat de laatste foto op de juiste plaats. Dit is de “gegomde” versie van de uitgewerkte grisaille links ervan. Ik maak de tekening daarmee weer lichter om dan de kleurenversie beter te laten doorkomen.

Eens ingekleurd wordt de bijna onzichtbare schets van begin deze zomer een heel andere tekening….

Om het publiek toch al iets van de achtergrond te kunnen tonen ben ik dus, na het portret, ook daar aan begonnen. Maar dat vertel ik je in een volgende blog, dan heb je nog wat te lezen voor er foto’s van tijdens de tekendemo komen. Of misschien maak ik er wel een “livestreampje” van, wie weet 🙂

Wil je nog een beetje meer weten over Willem van Ruytenburch, dan kan je hieronder nog wat verder lezen 😉

Als zoon van een handelaar in Oosterse producten, wordt Willem geboren in een simpele, maar welvarende familie. Zijn vader bouwt in 1606 een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Hij noemt het pand ‘Ruytenburch’ en de familie neemt de elitair klinkende naam over als achternaam. In 1611 breidt zijn vader de titel verder uit als hij de rechten koopt om heer van Vlaardingen en Vlaardingen-Ambacht te worden.

Willem erft de titel en het bijbehorende landhuis na de dood van zijn vader. De naam is dan wel volledig bij elkaar geraapt; Willem van Ruytenburch van Vlaardingen draagt hem met trots. Toch ambieert hij nog meer aanzien. In 1632 overtuigt hij een oudere vrouw om onder ede vals te verklaren dat de voorouders van Willem uit het Brabantse Budel komen en van adel zijn.

Een paar jaar later wordt Van Ruytenburch wethouder in Amsterdam en luitenant bij de compagnie van Frans Banninck Cocq, maar dat maakte hem nog steeds geen man van grote betekenis. Hij mag dan nu zogenaamd van adel zijn, maar is geen bloedverwant van de heersende families in de stad.

In 1647 vertrekt hij voorgoed uit Amsterdam en vestigt zich in Den Haag en Vlaardingen. Hier sterft Wilhem in 1652, niet wetend dat hij eeuwen later als ‘de man in het geel’ alsnog de faam zou verwerven waar hij zo naar verlangde.

STADSWACHT (12): Je kan niet zonder

Ik skip enkele portretten. De reeks loopt vlot. Ik moet er nog eentje afwerken en alle “koppen” staan er op. Dan moet ik nog zien wat ik eerst ga doen: of ik herneem de eerste 3 portretten om ze af te stemmen (qua kleurteint) met de rest of ik werk aan het decor. Momenteel gok ik erop dat ik eerder eerst op het decor ga inzetten om toch eens iets anders te gaan doen. Tegelijk zal het geheel ook wat meer vorm krijgen. Het moet toch “iets” zijn om te tonen op Kunst in het Dorp, begin september, in Bellingen. Kom je eens langs voor een babbel over het werk, over de techniek of gewoon over koetjesvoetbal?

In een organisatie, zeker in de grote, is het belangrijk dat de agenda’s vlot lopen. Dat je een “fixer” aan boord hebt en tegelijk iemand die – nu net door het inzicht in al die agenda’s – discreet genoeg is. Een mix tussen iemand die altijd bereikbaar is maar tegelijk ook geheimen kan bewaren alsof ze in Fort Knox lagen. C. is zo iemand. Ze staat dan ook niet voor niets met de computer in de hand. Ze is de persoon waar je altijd kan op rekenen, staat altijd klaar met een lach of een leuke opmerking. Of met een glas wijn, gin, cava,…als er maar alcohol in zit 😉 😉 😉

Ik vind het vanuit mezelf dan ook belangrijk dat C. er zeker goed op staat. En die lat zo hoog leggen was, verdorie nog aan toe zeg, niet vanzelfsprekend. Door mijn enthousiasme de stomme fout gemaakt van het gezicht een fond de teint te geven (zoals ik dat ook met alle andere gezicht heb gedaan) en dan open wrijven om egaal te verdelen waardoor…mijn hele basistekening de mist in ging. Ah ja…bij de andere heb ik telkens eerst de ruwe schets verder uitgewerkt en dan de doodverf aangebracht. Dat had ik hier niet gedaan waardoor de hele schets (die heel licht op het papier wordt aangebracht) verdween. KAK!

Dat wou dus zeggen dat ik het hele portret moest reconstrueren zo goed als van nul. Lijnen versmelten en basislijnen vermengen zich met schaduwlijnen… Ik denk dat ik zo van de kaart was dat ik er gewoonweg geen foto’s van heb gemaakt. Maar ik illustreer het even adhv een ander portret met links de uitgewerkte schets, daarna de doodverf-kleur en daarna de inkleuring.

Na vele uren tekenen stond C. eindelijk in beeld.

Maar ik was helemaal niet tevreden met het portret. In mijn eerste gedachte zat het rechtse oog niet goed, maar toen ik mijn hand over de helft van het gezicht deed, bleek dat eerder het linkse oog te zijn. Na controle met de computer (daar zijn programma’s voor hé 😉 Je hebt techniek en kennis nodig om er iets sneller door te geraken. Voor de impressie had ik ook de hoed al mee ingekleurd. Zo’n groot donker vlak kan immers heel veel invloed hebben op de indruk die je van een portret krijgt. De complexiteit komt snel naar boven. C. kijkt naar haar computerscherm, het rechteroog kijkt eerder in de verte en het linkse oog kijkt in mijn tekening zowat alle richtingen uit maar zeker niet naar het computerscherm. Door het gedraaide hoofd is de positie van de traankanalen ook niet correct….Ik laat het een nachtje rusten, wat afstand nemen. Morgen werk ik dit af.

Na de nacht begin ik er aan. Eerst, om wakker te worden, een aflevering van “historisch bewijs” erdoor jagen. Een zalig nieuwe reeks op NPO. Waar blijven de Belgen/Vlamingen met hun documentaires rond onderzoek van eigen cultuurhistorisch patrimonium? Djeezes, ik moet echt naar NL gaan wonen…

Op de foto’s hierboven kan je zien waar ik aan werk: de gezichtslijn/contour links is een paar millimeter verschoven waardoor het gezicht smaller/scherper wordt. Het linkse oog is weggegomd, de keel is een paar millimeter smaller geworden. Ik werk de mondhoek rechts ook nog wat bij. De linkse lijn, vertrekkende van de oorlel, schuift een ietsiepitsie op naar links waardoor ook de kaaklijn iets beter gaat uitkomen. Check! 2uur verder het resultaat (rechts voor wie er nog moest aan twijfelen 😛 ) Ik vind het geslaagd: de ogen kijken nu duidelijk naar het scherm, C. oogt stukken sympathieker dan de versie van gisteren (zo kennen we C. wel) en de glimlach is iets breder 😉 Snel snel nog effe ook het scherm en beetje kledij ingekleurd. Ik werk er later nog aan. Rest nog 1 portret te gaan…

STADSWACHT (11): DE TOFFE BENDE 2

Na een weekje “rust” in Denemarken (misschien daarover later meer) ben ik terug aan de slag met tekenen. Effe afstand nemen van een tekening is altijd goed en tegelijk is het het eeuwige dilemma dat terwijl je afstand neemt, er ook geen vooruitgang is. Maar de zomer is nog niet voorbij, dus no sweat. En dan nog…als ik moet kiezen, dan duurt het tot in de herfst voor de tekening klaar is. First things first nietwaar 😉

Ik heb verder gewerkt op de kop waar ik bij vorige blog zo over twijfelde. Ik heb ‘m in grijs “opgeschoond” om het met Windows-termen te zeggen en dan opnieuw verdiept met grijs. Daarna de kleuren goed bestudeerd en er aan begonnen. Ik ben best tevreden met het resultaat 🙂

Daarmee geef ik ineens ook de andere 2 koppen van deze toffe bende (waarvan ik de indruk blijf hebben dat ze tijdens de sessie wel veel plezier hadden) prijs. Meer fotodetails over de opbouw van deze portretten hieronder.

De rechtse figuur – hier opgenomen door K – houdt statig een rol papier vast. Als dienst die met heel wat architecten samenwerkt zijn bouwkundige plannen, technische schema’s of eenvoudige uitvoeringsschetsen dagelijkse kost. Al liggen er vandaag nog zelden papieren plannen op onze bureaus. In de regel wordt alles met de computer getekend en op het netwerk opgeslagen. Zodoende zijn de plannen of schema’s snel en makkelijk bereikbaar en kan er ook gemakkelijk een historiek worden van bijgehouden.

In het schilderij wordt de plek van K ingevuld door Walich Schellingwou. Blijkbaar heeft deze mijnheer ook een eigen Facebookpagina. Ik laat u raden wie zijn vriendjes zijn… 😉

Walich Schellingwou komt uit een familie van rijke stoffenhandelaren, die al generaties lang handel drijft vanaf de Nieuwendijk in Amsterdam. Tegen de familietraditie in wordt Walich wijnhandelaar, maar volgt verder wel zijn vaders voorbeeld en sluit zich aan bij de compagnie van Frans Banninck Cocq.

Uit een oude boedelinventaris blijkt dat Walich een piek in huis had. Hiermee wordt zijn functie als piekenier, zoals hij ook staat afgebeeld in de Nachtwacht, bevestigd. Een paar jaar na de voltooiing van de Nachtwacht lopen de zaken voorspoedig, dus verhuist de familie Schellingwou naar de prestigieuze Herengracht. Hier overlijdt Walich in 1653.

In 1772 duikt er een portret van hem op in de handen van tsarina Catherina de Grote van Rusland. Ze denkt dat ze een echte Rembrandt op de kop heeft getikt, maar al snel blijkt de handtekening op het doek nep.

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!

KW49: Een boontje voor de pub

Ik bespreek in mijn blogs meestal kunst met een finesse. Kunst met zin voor realiteit. Oog voor schoonheid…”la beauté”. Maar ook telkens met een dieper onderliggende boodschap. Zelden zijn het portretten om het portret (om mee te stoefen zoals we zeggen). En meestal situeert het repertoire waar ik het over heb ergens tussen de jaren -500 – 500, 1450 – 1650 om dan een sprongske te maken naar figuratieve kunst uit de jaren vanaf 1850.

Bij deze blog wil ik het eens hebben over een recent werk dat met enige finesse is gemaakt, zeker ook voor realiteit kent en absoluut een onderliggende boodschap mee geeft. En toch is het totaal anders dan wat ik “standaard” zou bespreken op mijn blog.

Een café zonder bier: The Beanery. Een installatie te zien in het Stedelijk museum van Amsterdam (SMA). Het SMA is zo wat het SMAK van Amsterdam met een vergelijkbare attitude. In alle bescheidenheid kan je de website van het SMA vinden onder de link https://www.stedelijk.nl/

Maar dus The Beanery als onderdeel van het SMA. Toch wel iets wat je moet gezien hebben. Verhaal: op een dag Lees verder “KW49: Een boontje voor de pub”

HRDA

“Ik wil wel nog ’s naar het Rijksmuseum”, zei Junior een hele tijd geleden. “Ik wil wel nog ’s naar het Mauritshuis”, zei ik toen, “ik wil er graag nog wel wat deftige foto’s nemen van een aantal schilderijen”. (eerder blog over Rotterdam hier)

Soms zijn dingen niet moeilijker dan dat om een bal te laten rollen. Dan vertel je dat zo even terloops op het werk en komt een collega met een interessante tip: “Je zou ’s naar Kasteel De Haar moeten, echt de moeite waard”.

Dus ging de madam ’s de Flairbonnen in het oog houden, ik stippelde wat routes uit en Junior die stippelde alle uitstapjes, etentjes, bezoekjes,…ter plekke uit. De timing was snel vastgelegd: na de Gentse Feesten, kwestie van wat te bekomen en dan zijn de madam en Junior² toch op kamp, dus heel ’t huishouden de deur uit, weliswaar in 2 delen.

Dus Junior en ik hop onderweg naar Rotterdam als uitvalsbasis voor Haarzuilens, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Dankzij de madam (en ook een beetje dankzij Flair) logeerden we in het poepsjieke Inntel Rotterdam Centre hotel, in het centrum van Rotterdam met zicht op de Erasmusbrug.

En we zagen onze ogen uit, aten in de meest hipster-local-eetzaken, lachten met onszelf en de mensen rondom ons en keken ’s avonds Veronica-TV (wat de zoon een geweldige zender vond…tjah…de oudere medemens weet het nog “je bent jong en je wilt wat” zegden wij vroeger 😉 ) Meer moet ik er eigenlijk niet over zeggen, daarvoor maken we foto’s he 😉 Tekst en uitleg bij de foto’s…