Real Bodies: een zaal vol, blote mensen

Een bezoek aan “Körperwelten” aan de Abattoir van Anderlecht is al van 2008 geleden. Een reeks opgezette dode lichamen op een zodanige manier opgezet dat het eerder esthetisch mooi oogt dan iets droog, saai wetenschappelijk. De expo van toen in het geheugen, dacht ik dat het ook wel eens tijd was om mijn kleine wetenschapper in huis mee te trekken naar een gelijkaardige tentoonstelling in een zijzaal van het Sportpaleis (Antwerpen).

Dus wij naar Antwerpen. En in tegenstelling tot onze gewoonte moest het deze keer wel met de auto want de trein van Gent naar Antwerpen, die rijdt momenteel over Brussel en (2x)1u30 treinen + 30 minuten stappen is mij nu wel iets te veel van het goede. OK, we hadden kunnen gebruik maken van het combiticket en kiezen voor een P+R en aansluitend de tram maar ook dat is (in tijd) best een lange rit. Dus toch maar met de auto tot aan de parking achter ’t Sportpaleis en dat lukte op een uurtje rijden. De parking was trouwens nog redelijk leeg (waarmee ik geen pleidooi voor de auto wil houden, het is maar een feit 😉 ).

Al goed, we komen wél voor de expo en niet voor de autorit. Effe de print van de tickets scannen en we zijn binnen. Al bij de inkom staan er duidelijke richtlijnen voor corona en er staat ook ontsmettingsgel op het wandelpad. En de supposten hoor met mekaar in verbinding staan om na te gaan hoe de flow aan bezoekers loopt. Ik krijg er een goed gevoel bij, een beetje gelijk bij het Rubenshuis. Dat wordt een aangenaam bezoek coronagewijs.

De eerste zaal vliegt er meteen in. Een ontvelde mens groet ons gedwee. We scannen de QR code en we krijgen heel wat uitleg over alles wat er te zien is. Zeer interessant. We zaten op onze (kennis)honger en krijgen genereuze porties voeding voorgeschoteld. We krijgen basis anatomie beginnend met het skelet. Daarna komen spieren, spijsverteringsstelsel, voortplantingsstelsel, zenuwen, mechanica, het prille leven, zware ziektes, de herstelkracht van ons lichaam, nieuwe technologieën ed uitgebreid aan bod. Super interessant. Ik probeer het aantal foto’s te beperken om u toch nog iets te laten ontdekken maar het is allemaal zo interessant. Leuke opstellingen zoals een spierenmens in dans met zijn eigen skelet, de zenuwbanen in de ruggengraat, spieren in het gezicht, lagen spieren over mekaar,…zalig om te bestuderen.

De expo eindigt met een grote zaal aan wassen beelden, een freakshow zoals we die kennen van op de kermis. Die deed naar mijn gevoel wel afbreuk aan de expo. Ik begrijp het didactische luik er van wel maar toch, het was wat kunstmatig bij momenten.

Helaas werd tegelijk met de vele informatie ook snel duidelijk dat geïnteresseerden meer hun tijd nemen dan de sensatiezoekers. Het looppad werd verlaten en de corona-orde is nog tijdens zaal 1 verstoord. Dat kinderen geen 1,5meter kunnen inschatten, dat kan ik begrijpen maar voor de bepaalde volwassenen is dat duidelijk ook nog steeds geen begrip. Dit is absoluut geen coronaveilige tentoonstelling.

Inhoudelijk geef ik de expo een 4/5. We liepen er ongeveer 1u30 rond, de freakshow deden we in een sneltempo. Buiten de school/puber-vakanties zouden we er misschien wel 2uur gelopen hebben. Coronagewijs geef ik deze organisatie een 0/5. Op papier zijn ze allicht helemaal in orde maar de organisatie is niet voorzien op een volledige bezetting aan bezoekers. Het loopt helemaal fout. Het is spijtig maar ik kan alleen aanraden om er weg te blijven, zeker op drukke momenten.

Tickets en info: https://realbodies.be/

Rubenshuis: wandelen in het huis van de meester

Het was alweer jaren geleden dat ik het Rubenshuis had bezocht. Dat barokke gedoe…ik ben er niet altijd voor. En hoe groot Pieter Paul Rubens ook is, sommige van zijn werken zijn iets té virtuoos geschilderd naar mijn goesting. Maar dat belet niet dat je de meester in zijn meesterschap kan waarderen. En het Rubenshuis is ook gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer dus…

Enfin, wij daar naartoe op een prachtige, frisse zondag.

Met de ervaring in het KBR, lette ik deze keer ook wat meer op de regeling ivm corona. En ja hoor, dit museum is Lees verder

KW42: Van den os en den ezel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met de kerstdagen in het vooruitzicht dacht ik om nog ’s een Bruegel van stal te halen. En dan gaan we meteen voor de klassieker der klassiekers: De volkstelling te Bethlehem. Het is dé kerstkaart bij uitstek. En het gemak is dat je het originele schilderij in het KMSK Brussel kan gaan bekijken 🙂

We zien Jozef en Maria met de ezel en de os samen onderweg om zich te laten tellen in de stad waar Jozef vandaan komt Bethlehem (wie Bethlehem niet weet liggen, klik hier). Bruegel schildert deze passage in – zoals we dat van hem gewoon zijn – een waar Vlaams landschap. En het is nu juist dat Vlaamse landschap anno 1566 dat bij dit schilderij zo interessant is. Want uit de Bruegeltekeningen die ik maakte (klik hier voor meer) weten we dat Bruegel eerder een (kritische) reporter van het volk was dan grootste christelijk geïnspireerde schilderijen maker. Schilderijen met centrale focus op Jezus, God of hier Jozef en Maria herkennen we niet bij Bruegel. We zien dat soort taferelen wel bij tijdgenoten als Carravagio, Michelangelo, Rafael en later Rubens.

De “intrede” van Jozef en Maria is feitelijk een banale gebeurtenis in het grote schilderij. Het is één van de vele scènes waar ik het met u bij deze blog wil over hebben en wat van u meteen een échte Bruegelkenner zal maken 😉

Voor we beginnen is het goed om te weten dat in de periode dat Bruegel dit tafereel schildert Vlaanderen (en de rest van de Nederlanden) onder het bewind van Filips II vallen. Hij is de oudste zoon van keizer Karel en Isabella van Portugal. Filips heeft een beetje last van stigmata aan zijn handen en daardoor komt hij altijd geld te kort. Hij speelt ook graag soldaatje tegen de Fransen en tegen de (islamitische) Ottomanen. Wie al eens een kostuum van een stormtrooper heeft gekocht weet wat een soldatenkostuum kost. Kunt u voorstellen dat de Flipper dus wel altijd geld te kort had en zich met zijn belastingen niet echt populair maakte in Vlaanderen. Vlaanderen werd extra belast want de Nederlanders belasten dat lag nogal gevoelig.

Los van de harde belastingen zien we de opkomst van het protestantisme en de beeldenstorm. Iets waar je als kunstenaar liefst ver weg van blijft. Dus ben je al wat voorzichtiger in de keuze en de uitvoering van je onderwerpen. Een beetje gelijk naakt en Facebook-verhouding vandaag.

De koude winters van die tijden komen ook meermaals terug in de schilderijen van Bruegel en zijn tijdgenoten. De periode wordt dan ook niet voor niets “de kleine ijstijd” genoemd.

Combineer de 3 bovenstaande elementen met de satirische blik van Bruegel tot een kersttafereel en je krijgt een prachtig maar evenzeer gevaarlijk schilderij. Met een beetje ongeluk kon het hem zijn kop kosten. Maar dan weer “anders bekeken” is het “maar” een kersttafereeltje of een “katholiek randfenomeen” waar tegenstanders hun energie niet moeten aan verspillen. Het grote geluk dat we kennen bij dit schilderij is dat het tot begin 1900 in handen van privéverzamelaars is gebleven en zodoende onder de radar van kunst-aaseters. Waardoor we er vandaag in volle glorie kunnen van genieten.

Heb je nog wat tijd om nog enkele scènes en details nader te bekijken?

Wist je dat het huis in het midden van het beeld waarschijnlijk het huis is van de opdrachtgever van dit schilderij? Daarmee zou het schilderij kunnen verwijzen naar de belastingsinning in Wijnegem. Lees er meer over via deze link.

Wie mijn blog vanuit Antwerpen of omgeving volgt en geen zin heeft om tot in Brussel af te reizen, kan een kopie gaan bekijken in het museum Mayer-Van den Bergh (maar zoals altijd is the sequel nooit zo goed als de eerste). In datzelfde museum hangt trouwens ook De Dulle Griet van Bruegel. Hieronder een kopie die in het KMSK Brussel (naast het origineel) hangt en de kopie van Mayer Van den Bergh.

 

PS: Over 2020 publiceerde ik 42 kunstweetjes. Ik hoop dat ik eender wie daarmee iets dichter gebracht heb bij hoe boeiend kunst wel is en hoe deze niet los staat van de geschiedenis van de tijd maar evenmin van de actualiteit. Het ritme om elke week een kunstweetje online te gooien was een beetje te hoog gegrepen. Een kunstweetje, zeker de laatste, vroegen toch telkens 3 a 4 uur aan opzoekwerk en schrijfwerk. Ik weet wel wat dingen maar ik ben ook een groot warhoofd en perfectionist. Ik moet dus (bijna dwangmatig) alles dubbelchecken. Ik heb het wel volgehouden tot hier maar ik ga nu wat gas terug nemen. Er volgen zeker nog kunst en ruimer cultuurweetjes maar eerder op onregelmatige basis. Zoals ze op de Amerikaanse radio zouden zeggen: “stay tuned for more after the break!” 😉

 

Lilith 2 in HD (nieuwe foto)

Omdat ik de wissellijst voor de expo van het komende weekend nodig had, heb ik deze Lilith-tekening ontdaan van haar lijst. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er een nieuwe foto van te maken en deel deze nieuwe versie in HD met plezier met jullie.

Hoop jullie (beperkt) te zien dit weekend op de expo te Desselgem 🙂

KW41: moet er nog blauw zijn?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met kunstweetje KW22 heb ik het al gehad over het lapis lazulli, het magische en vooral dure blauw dat door de jaren heen als HET blauw der blauwen werd gezien. Duur en exclusief maar ook diep, vol van kleur.

Maar er zijn kapers op de kust. Er zijn onderzoekers, kunstenaars die of dat lapisblauw willen kopiëren of gaan zoeken naar een nog stralender blauw. We gaan het hieronder hebben over het Delfts blauw maar ook over een Franse variant en een schilder die zijn hele oeuvre opbouwde rond de kleur blauw.

In Delft zit men met een probleem. Dankzij de import van Chinees porselein is er een nieuw segment aan luxeproducten ontstaan. Mensen kopen een tas of een bordje in Chinees porselein met de typische blauwe Chinese tekeningen. Dat Chinees porselein is onvatbaar mooi: het is transluminecent (het laat licht door en speelt met het licht) én er staat een handgemaakt schilderijtje op met een Oosters motief. Maar het goedje is ongelooflijk duur. Zo duur dat sommige mensen slechts 1 tas kopen en deze dan “te kijk” zetten als teken van welvaart. Delftse porseleinmakers ruiken geld en verdiepen zich in de materie. Het is vooral het blauw dat ze willen doorgronden of op zijn minst kopiëren (’t is nekeer iets anders dan vandaag waar de Chinezen kopiëren). Ze vinden hun antwoord in…glas en specifieker in smalt. Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Wil je zien hoe we vandaag smalt zouden kunnen maken, dan moet je zeker naar deze aflevering van “Het geheim van de meester” kijken.

Zodoende had Delft zijn blauw maar zoals altijd moesten de Fransen hun eigen versie en hun eigen blauw ontwikkelen. Zo gezegd, zo gedaan.

Tegelijk waren ook de Fransen bezig met het ontrafelen van de geheimen van Chinees porselein. Dat liep echter niet van een leien dakje. Men kwam maar niet tot de kwaliteit van het porselein. Maar Lodewijk XIV draaide er zijn hand niet voor om: hij deed aan industriële spionage en stuurde een paar kijklustigen naar de Nederlanden. Dat was ook al niet vanzelfsprekend want de Nederlanders die heulden met de vijand. Zelfs de Duitsers hadden sneller hun eigen Sax-porselein dan dat de Fransen die hadden. Lodewijk zou nog moeten wachten tot hij de oorlog had gewonnen om het geheim in handen te krijgen. Maar dat heeft op zich niets met deze blog te maken (al weet ge ’t nu toch ook maar weer 😉 ) Eens de Fransen hun porseleinproductie (o.a. in Sèvres) op punt hadden, maakten ze ook hun eigen soorten blauw (die Fransen toch)… Het leek zelfs niet van zeer ver op het Chinese of Delftse blauw maar speciaal en uniek blauw was het zeker.

Het Franse blauw dat ik hier wou bespreken dateert van veel later. In 1994 werd een project opgericht om de waarde van het pastel (en de productie van het pigment) “Blue de Lectoure” in ere te herstellen. Het blauw pigment wordt gebruikt in de textiel maar ook in de kunst. Aan de hand van biologische kweek wordt de Isatis Tinctoria gekweekt in de regio van Lectoure. In tegenstelling tot een lapis lazulli is dit pigment dus duurzaam van aard. De plant die de blauwe stof voorziet, heeft trouwens ook nog vele andere interessante (therapeutische) eigenschappen.

Maar helaas, je kan er – tot nu – geen porselein mee beschilderen.

Ik moet ook toegeven dat ik het blauw van Lectoure niet zo goed ken. Misschien moet ik toch maar eens tot daar rijden en nader bestuderen.

Nog een uitsmijter voor dit voorlaatste kunstweetje van 2020. Blauw is een primaire kleur, een basiskleur waarmee je vertrekt om andere kleuren te maken. Maar ooit was er een kunstenaar die zo bezeten was door blauw dat hij alleen maar met blauw schilderde. En dan bedoel ik niet op een manier waarop hij iets schildert met blauwe verf zoals de vogeltjes hierboven. Yves Klein schilderde grote doeken massief blauw. Op foto lijken deze misschien wel monotoon en weinig expressief maar dat zijn ze zeker niet. Omdat het allemaal en alleen maar blauw is ga je (bijna instinctief) op onderzoek en ontdek je veel nuances en bewegingen in de manieren waarop de verf werd aangebracht. Het is misschien niet direct “de omtoer waard” (zoals ze dat in Michelin zouden zeggen) maar als je de kans hebt, moet je’r zeker ’s tijd voor nemen om er eentje te zien.

 

En in het KMSK België is ook nog een heel blauw werk van Jan Fabre te zien…

 

bronnen:

het geheim van de meester

wikipedia smalt

Yves Klein

Bleu de Lectoure

322/365: lady in red

Dit model kwam eerder aan bod. Elke leeftijd heeft zijn levensfase. Deze vrouw was toen 3 maanden zwanger en wou graag haar lichaam in deze levensfase laten tekenen (soms is fotografie té direct). Ik maakte een paar tekeningen waaronder deze. Binnen het kader van zwangerschap was er tussen de Lilith-reeks ook nog de tekening “wachten op Cain“. Een mooi gezinsportret met een blik op een nieuw leven 🙂

 

321/365: Zonder uitleg

Dat ik er geen uitleg over geef (over deze tekening). Misschien moet je mij ’s vertellen hoe je deze tekening ervaart.

 

320/365: de manga

Tiens…ik begin te twijfelen of deze al niet eens is langs gekomen. Om nog ’s aan te tonen dat ideeën het niet altijd schoppen tot project. Op een zeker moment heb ik het idee om modellen te gaan tekenen als manga-meiden. Ik maakte daarvoor enkele schetsen en werkte daarvan onderstaande tekening uit. De gele kronkel links van het model verwijst bvb naar de bloemen die in de clip van Goldorak over het gezicht van Actarus komen. Om maar te zeggen…inspiratie 😉

Het project kwam niet van de grond. Er was geen interesse van de modellen op dat moment. Vandaag maak je van jezelf een manga met een app. Simpel toch? 😉

 

319/365: appelkrijtje

Er zijn in de 365-reeks ook al appeltekeningen geweest die niet “af” waren en dus niet verder zijn opgenomen in de reeks. Deze is ook zo eentje maar het is wel een specialleke. Want alle appelvrouwtjes zijn potloodtekeningen (kleur of grijs maar toch potlood) terwijl deze een krijt op doek-tekening is. De tekening op zich is niet mis maar ze paste niet in de verdere reeks, daarom werd ze niet opgenomen.

318/365: onbetaalbaar

Een retrospectieve houdt evengoed recent werk in. Fragiele momenten, de breekbaarheid van de seconde, het ogenblik tussen dat de vaas je handen verlaat en de grond nog niet heeft geraakt, is onbetaalbaar.

 

317/365: my friend, the end

Opgeruimd staat netjes. Vandaag sluit ik definitief de deuren van het landgoed De Campagne voor Expo Magie. Ze waren al sinds maandagavond gesloten voor publiek maar na de expo volgt nog de afbouw en opkuis.

En ik zei het al meermaals door de jaren maar deze keer is het definitief. Het organiseren van grootschalige evenementen in combinatie met het creëren vraagt me te veel tijd, te veel energie en ook te veel geld (als is dat laatste de minste motivator). Na 20jaar en een topeditie met ongeveer 600 bezoekers moet je stoppen met goede en aangename herinneringen. Zeker deze editie was buitengewoon. Alles verliep vlot, ik had een toffe groep kunstenaars, supergoede kunstwerken,…en veel, heel veel publiek. Ik ben er zeker van dat we nog van de deelnemers zullen horen. En van “onze” Piet Kusters (hij heeft me beïnvloed).

Ik weet dat ik nog dikwijls met spijt zal moeten zeggen “Grote events? Neen, sorry, dat doe ik niet meer. Ik doe enkel nog aan expo’s”. Maar zo is het. Het is tijd om initiatieven over te laten aan “de jeugd”. Ik stort me verder op het creëren en ook wat meer op mijn fantastische jongens die zelf hun wegen aan het zoeken zijn. Hoe ik mijn derde triptiek (van de liefde) zal presenteren is nog een mysterie maar ik heb zo al gedachten. Noteer de datum van vandaag zodat u (1) weet wanneer ART-tist is gestopt met grootschalige events maar (2) ook opdat u weet hoe lang het duurt voor zo’n triptiek feitelijk gerealiseerd wordt 😉

Dit “einde” is niet meer dan een nieuw begin. Niet te veel wanhopen. Onkruid vergaat niet 😉 Jullie weten nu dat het abonneren op mijn blog een “must have” is. Dat kan zeer eenvoudig door je mailadres na te laten in de kolom rechts op de blogpagina. Wees gerust, je krijgt dan enkel berichtjes van mijn blog en je kan op eender welk moment uitschrijven. Gewoon doen! 😉

 

306/365: kalmte

Morgen op de expo Magie het eerste concert. Hopelijk ben je ingeschreven en kom je langs. Het wordt weer top. Het wordt helaas ook de laatste keer dat ik Hrayr Karapetyan naar Drongen kan halen. De student van toen is nu een groot muzikant en navenant volgt de vergoeding. Dus helaas, wie er morgen niet kan bij zijn zal naar Luik, Amsterdam of ergens buitenland moeten. Tot dan neem ik nog even rust om morgen volop voor de storm te gaan 😉

305/365: de juiste achtergrond

Na de testen met krijt op zwart papier begon ik te testen op gewoon wit papier. Het zwarte papier was me te doods, monotoon, te weinig variatie in de achtergrond. Bij de testen op wit papier kreeg ik net hetzelfde gevoel. Er mankeert “iets”. En dan begint het probleem: Je voelt dat er iets ontbreekt maar om er de vinger op te leggen is nog wat anders. Ik denk dat ik redelijk tevreden werd toen ik overschakelde op doek. De reeks “emo & amu” had voor mij een goede achtergrond.

303/365: de engel

Theater en drama, ik heb het er al meermaals over gehad. Na meer dan 300 blogs herhaal ik mezelf. Dit is een van eerste grote theatrale tekeningen. 3 vrouwelijke modellen, 1 man. In feite is de man een engel. Als je goed kijkt zie je op de achtergrond een lichte schets voor vleugels. De tekening is nooit verder afgewerkt dan hieronder. Na 3 maanden ben ik er mee gestopt.

Iets waar ik telkens op toezie is dat elk model in alle respect wordt voorgesteld. Deze compositie zit zelfs zo in mekaar dat ze Facebookproof is 😉

302/365: cultuurverschillen

Modellen met buitenlandse roots zijn anatomische uitdagingen. Een mens is een mens en in basis is het allemaal gelijk maar in details moet je het verschil maken. Het is spijtig dat modellen met vreemde roots zo moeilijk te vinden zijn. Cultuurverschillen blijven, ondanks de vele pogingen tot integratie. Het is moeilijk om door te breken tot een andere cultuur maar evengoed is het moeilijk om er uit te breken. Modellen nemen soms ook wel ferme risico’s.

301/365: uit het gedacht

Nog meer dan modelschetsen vind ik het altijd leuk om schetsen voor poses (uit het gedacht) te tekenen. Pijltjes als variaties.

300/365: chronologie

Woohiiii 300! En fier dat ik ben dat ik het tot 300 heb geschopt. Nog 65 te gaan. Dat moet haalbaar zijn. Vandaag de eerste tekening uit de Lilith-reeks. In de presentatie/het verhaal is ze niet de eerste maar chronologisch naar volgorde van tekenen is deze het eerste appelvrouwtje. Toen lagen nog meerdere appels rond het model. Later werd dat 1 appel als centraal symbool.

Triptiek van het leven: première

Ik verschiet zelf een beetje van hoe lang geleden ik al een eerste post plaatste over deze tweede triptiek. Het is al van februari 2017. En dan heb ik er duidelijk al een hele tijd over gedacht hoe dat beeld zich zou moeten vormen. Er zijn (nog) maar 4 blogs over deze triptiek geschreven.

Na de expo wil ik terug naar dit soort blogs. Verder weg van de snelle, vluchtige Facebookberichten maar terug naar meer inhoud, wat leuk en interessant is. Bloggen over wat er in mijn hoofd zit en (voor jullie en ook voor mezelf) evoluties kunnen opvolgen adhv schrijfsels.

Volgende week gaat triptiek 2 in première en het was/is verdomd moeilijk om er over te zwijgen. Er zitten zoveel elementen in die ik graag wil tonen, zoveel kleine verhaaltjes en referenties. Maar goed, nog één weekje en dan vertel ik allemaal in levende lijve. En daarna staan er weer nieuwe projectjes op stapel + start ik aan de aanzet van triptiek 3 (want daar mag ik nu niet aan beginnen…te veel hooi op dat vork weet je wel 😉 )

299/365: exit humaniora

Back to the eighties. Theatrale gedachten, zelfonderzoek, gebroken liefdes, afscheid nemen van het humaniora (en de sterk samenhangende klasgroep),… De deur van het humaniora achter je dichtgooien is toch een beetje een stap in het duister wanneer je op een beschermende katholieke school hebt gezeten. Ik weet begot niet meer wat de reden kan geweest zijn van onderstaande tekening maar misschien ligt iets van hierboven wel aan de basis. Of anders is het niet meer dan een idee uit de klassieke verhalen 😉