Bruegel 3: de imkers (2)

We gaan nog een beetje verder met streepjes trekken op de tekening. Allez, ’t is niet alleen streepjes trekken, het is ook de schets verder uittekenen en in-inkten.

Misschien zoek je naar het verschil met de vorige tussenstap en valt het niet zo meteen op omdat het vlak rechtsboven zo overheersend is. Bij deze is de voorgrond rechts onder uitgewerkt. De bijenkorf die op de grond ligt, de hoge grassen errond en de opvallende plant met grote bladeren centraal vooraan. Ik vraag me af welke plant dit wel zou kunnen zijn. Het doet mij denken aan een calla of een lepelplant maar daarvoor zijn de stengels van de bladeren te kort op de tekening. En het is ook niet echt een plant die je in het wild ziet. Laat staan in die tijd (de lepelplant komt oorspronkelijk uit het Amazonegebied). Strikt theoretisch is het wel mogelijk maar praktisch lijkt me dat onrealistisch. Tips zijn welkom 🙂

Naast het uitwerken van de voorgrond is ook de rechtse imker uitgewerkt. Het rieten masker en de pij (zie blog “0”) zijn nu wel duidelijk in beeld. Ik denk dat hij de bodem van de bijenkorf opent. Dat moest ik toch maar eens opzoeken: wat weten we eigenlijk over bijenkorven van rond 1500?

Lees verder

Bruegel 3: de imkers (1)

Tijdens het opzetten van een tekening neem ik zelden pauzes. Ik ben dan in volle concentratie en niemand mag mij storen. Dat weten ze hier in huis; wanneer vader op zijn atelier kruipt en ’t is om iets nieuw te beginnen, dan blijven we uit zijn buurt. Zeker wanneer het gedetailleerde werken betreft. De Bruegels kan je zonder twijfel onder die rubriek zetten. Ze zijn van een redelijk hoge complexiteit en vragen wel wat inspanning, focus om op te zetten. Ik vind persoonlijk Bosch nog complexer daarom dat ik er mij tot nu nog niet heb aan gewaagd. Al zou ik voor Tessa wel eens een kopie kunnen maken van die kruistocht die in het Gentse MSK hangt. Die lijkt me niet zo moeilijk, alleen erg veel zwart in de achtergrond wat met potlood moeilijk haalbaar is.

Maar dit om te zeggen dat ik dus de schets van “De imkers” heb opgezet. En al meteen een eerste weetje te vertellen: De naam van Bruegel en datum van het werk staan rechtsonder. De datum noteert: MDLXV en dat zou willen zeggen dat het werk is getekend in 1000+500+50+10+5 = 1565. Maar een stuk van de ets werd afgesneden waardoor men vermoed dat het ergens 1568 werd gemaakt. Ik zet er de naam en datum later nog wel op, dat is afwerking 😉

Omdat ik echt niet vertrouwd ben met etsen en tekenen met stiften, ben ik maar achteraan begonnen met testen hoe dat precies loopt met dat streepjes zetten en zo te komen tot grijswaarden. Jaaaa! Lap! ‘k heb het dus weer aan mijn rekker…Was ik totaal vergeten…Bruegel…rechtshandig…Van Hemel…linkshandig…dat wordt weer ondersteboven tekenen. Maar het lukt. Ik zal wel nog iets fijnere stiftjes moeten kopen om verder het fijne werk te kunnen maken.

Maar vooral belangrijk hier is wat we te zien krijgen: in de boom rechtsachter kruipt een man “de boom in” 😉 Herkennen we dat beeld niet van een ander schilderij uit hetzelfde jaar? Ik laat het aan u over om dat te beoordelen…

1 jaar

1 jaar geleden ging ik de Toren van Babel afleveren bij de koper van dit werk. Ik beloofde dat – eens corona achter de rug – ik zou terug komen voor een persoonlijke uitleg in alle veilige omstandigheden. Tot vandaag heb ik die persoonlijke uitleg nog niet kunnen geven. Ik stuurde een mailtje om te laten weten dat ik die belofte nog niet vergeten ben maar dat we nog even geduld moeten hebben.

En toen kreeg ik dit prachtige antwoord…

Hey Max,

Is het ondertussen al 1 jaar,

Tijd vliegt
Leven vertraagt
Kunst vergaat
niet als je ontdekt
Hoe mooi elk detail
Is uitgewerkt
Dus nog steeds gelukkig
Te mogen kijken
naar jouw creatie
Geboetseerd
Met Bloed, zweet en tranen
Elke dag opnieuw
Leven vertraagt
Door kunst
Met een gelaat.

Ps: bedankt voor de kijktip.
Wat mij betreft: INDRUKwekkend

Mvg, F.

Wil je graag het hele verhaal rond de tekening van deze toren en de massa’s vele details (her)lezen? Klik dan op deze link.

Bruegel 3: de imkers (0)

Ondanks de corona zijn het voor mij drukke tijden. Niet dat ik het aantal bestellingen niet meer kan tellen (I wish), ik ben volop bezig met de geplande expo voor juni te voorzien van nieuw werk. Ik teken nu aan 5 tekeningen tegelijk, 1 staat klaar om van zodra er tijd is te starten en 1 staat klaar om in te lijsten. Dus 7 tekeningen tegelijk. Dat is een redelijk record maar het geeft me meer en meer het gevoel dat dit de juiste weg is en dat er een soort van “productielijn” ontstaat. De vorige jaren (met de triptieken) werd feitelijk evenveel getekend in oppervlakte. Nu zijn het meer maar kleinere tekeningen, dus veel meer verhalen bij de expo 🙂

Eén van de lopende tekeningen is Bruegel 3: de Imkers. Een Bruegel waar ik zelf veel bewondering voor heb. Het is geen schilderij of tekening maar een ets. Dat wil eigenlijk zeggen dat het – in mijn ogen – geen Bruegel is maar wel een werk naar Bruegel. Al weet de doorsnee mens wel dat in de tijd van B. etsen de enige manier was om op grotere schaal tekeningen te gaan verspreiden. Door middel van de ets kon een tekening immers gedrukt worden. Dat was handig voor de verspreiding en dus ook voor de naambekendheid.

 

Maar wat ik zo bijzonder vind aan Lees verder

Toren van Babel: het geheim van de meester

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Ergens in november 2017 begon ik aan een kopie van de (grote) Toren van Babel door Pieter Bruegel de oude (origineel: Boijmans – Van Beuningen) . Het kleinere broertje van de versie van het grote schilderij dat in Wenen hangt. Ik blogde er over tot februari 2019. Daarna volgden nog een paar blogs over het vervolgluik van de toren en wedstrijden/expo’s van de Toren en zijn moderne versie. Er waren ook nog de blogs rond de kopie van tekening (niet de ets – ik zeg het nog maar eens – ) van Kermis in Hoboken door Bruegel met vooral grappige verhalen en het grote mysterie rond het vaandel van de herberg.

Kortom veel leesvoer voor wie houdt van Bruegel of/en van de Vlaamse schilders. In het lopende seizoen van de NPO-reeks “Het geheim van de meester” werd nu toch ook wel een kopie van de Toren van Babel gemaakt zeker! Althans, dat was het doel. Want in “Het geheim van de meester” leggen de makers van het programma zich de deadline op om binnen de 3 weken de kopie af te ronden. Dat vond ik wel een straffe uitdaging aangezien ik er meer dan een jaar over deed om een (groot) stuk van het schilderij na te tekenen en in te kleuren. Hoe zouden zij dat op 3 weken klaar krijgen? Daar was ik nu wel ’s benieuwd naar.

Ik ga het niet allemaal verklappen maar de aflevering is zeker een “must see”. Je ziet er niet alleen de – voor mij zeer herkenbare – frustratie van het detail maar er worden ook hier weer interessante technische details prijs gegeven. Daarnaast tonen ze een echte “tredmolen” waarvan er meerdere te zien zijn op het schilderij. En natuurlijk weerstaan ook hier de makers niet aan het tellen van figuurtjes. Ik telde ze niet, ik wist dat het er meer dan 1000 zouden zijn. Ik telde het aantal bootjes in de haven en kwam op 83 uit.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/23-02-2021/AT_2156611

Hallepoort (BXL): Back to Bruegel

Op net geen 500m van het Zuidstation van Brussel staat de Hallepoort. Een gebouw van pakweg jaren 1400 dat op de huidige kleine ring – de vroegere vestingmuur – staat. Prachtig gerestaureerd staat deze monumentale stadspoort voor de herinnering aan een tijd die eigenlijk nog niet zo lang geleden is. Meermaals op de lijst van “te slopen gebouwen” is het gebouw nu (eindelijk) een deel geworden van het collectief erfgoed en een prachtig museum.

Als “stadsmuseum van Brussel” kan het niet doorgaan. Daarvoor moet je zeker ’s het Broodhuis op de Grote Markt bezoeken. Maar als museum over het hoe en waarom van de stadsmuur van Brussel is het des te interessanter.

Maar waar de Hallepoort nu superinteressant voor is, is Lees verder

KW42: Van den os en den ezel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met de kerstdagen in het vooruitzicht dacht ik om nog ’s een Bruegel van stal te halen. En dan gaan we meteen voor de klassieker der klassiekers: De volkstelling te Bethlehem. Het is dé kerstkaart bij uitstek. En het gemak is dat je het originele schilderij in het KMSK Brussel kan gaan bekijken 🙂

We zien Jozef en Maria met de ezel en de os samen onderweg om zich te laten tellen in de stad waar Jozef vandaan komt Bethlehem (wie Bethlehem niet weet liggen, klik hier). Bruegel schildert deze passage in – zoals we dat van hem gewoon zijn – een waar Vlaams landschap. En het is nu juist dat Vlaamse landschap anno 1566 dat bij dit schilderij zo interessant is. Want uit de Bruegeltekeningen die ik maakte (klik hier voor meer) weten we dat Bruegel eerder een (kritische) reporter van het volk was dan grootste christelijk geïnspireerde schilderijen maker. Schilderijen met centrale focus op Jezus, God of hier Jozef en Maria herkennen we niet bij Bruegel. We zien dat soort taferelen wel bij tijdgenoten als Carravagio, Michelangelo, Rafael en later Rubens.

De “intrede” van Jozef en Maria is feitelijk een banale gebeurtenis in het grote schilderij. Het is één van de vele scènes waar ik het met u bij deze blog wil over hebben en wat van u meteen een échte Bruegelkenner zal maken 😉

Voor we beginnen is het goed om te weten dat in de periode dat Bruegel dit tafereel schildert Vlaanderen (en de rest van de Nederlanden) onder het bewind van Filips II vallen. Hij is de oudste zoon van keizer Karel en Isabella van Portugal. Filips heeft een beetje last van stigmata aan zijn handen en daardoor komt hij altijd geld te kort. Hij speelt ook graag soldaatje tegen de Fransen en tegen de (islamitische) Ottomanen. Wie al eens een kostuum van een stormtrooper heeft gekocht weet wat een soldatenkostuum kost. Kunt u voorstellen dat de Flipper dus wel altijd geld te kort had en zich met zijn belastingen niet echt populair maakte in Vlaanderen. Vlaanderen werd extra belast want de Nederlanders belasten dat lag nogal gevoelig.

Los van de harde belastingen zien we de opkomst van het protestantisme en de beeldenstorm. Iets waar je als kunstenaar liefst ver weg van blijft. Dus ben je al wat voorzichtiger in de keuze en de uitvoering van je onderwerpen. Een beetje gelijk naakt en Facebook-verhouding vandaag.

De koude winters van die tijden komen ook meermaals terug in de schilderijen van Bruegel en zijn tijdgenoten. De periode wordt dan ook niet voor niets “de kleine ijstijd” genoemd.

Combineer de 3 bovenstaande elementen met de satirische blik van Bruegel tot een kersttafereel en je krijgt een prachtig maar evenzeer gevaarlijk schilderij. Met een beetje ongeluk kon het hem zijn kop kosten. Maar dan weer “anders bekeken” is het “maar” een kersttafereeltje of een “katholiek randfenomeen” waar tegenstanders hun energie niet moeten aan verspillen. Het grote geluk dat we kennen bij dit schilderij is dat het tot begin 1900 in handen van privéverzamelaars is gebleven en zodoende onder de radar van kunst-aaseters. Waardoor we er vandaag in volle glorie kunnen van genieten.

Heb je nog wat tijd om nog enkele scènes en details nader te bekijken?

Wist je dat het huis in het midden van het beeld waarschijnlijk het huis is van de opdrachtgever van dit schilderij? Daarmee zou het schilderij kunnen verwijzen naar de belastingsinning in Wijnegem. Lees er meer over via deze link.

Wie mijn blog vanuit Antwerpen of omgeving volgt en geen zin heeft om tot in Brussel af te reizen, kan een kopie gaan bekijken in het museum Mayer-Van den Bergh (maar zoals altijd is the sequel nooit zo goed als de eerste). In datzelfde museum hangt trouwens ook De Dulle Griet van Bruegel. Hieronder een kopie die in het KMSK Brussel (naast het origineel) hangt en de kopie van Mayer Van den Bergh.

 

PS: Over 2020 publiceerde ik 42 kunstweetjes. Ik hoop dat ik eender wie daarmee iets dichter gebracht heb bij hoe boeiend kunst wel is en hoe deze niet los staat van de geschiedenis van de tijd maar evenmin van de actualiteit. Het ritme om elke week een kunstweetje online te gooien was een beetje te hoog gegrepen. Een kunstweetje, zeker de laatste, vroegen toch telkens 3 a 4 uur aan opzoekwerk en schrijfwerk. Ik weet wel wat dingen maar ik ben ook een groot warhoofd en perfectionist. Ik moet dus (bijna dwangmatig) alles dubbelchecken. Ik heb het wel volgehouden tot hier maar ik ga nu wat gas terug nemen. Er volgen zeker nog kunst en ruimer cultuurweetjes maar eerder op onregelmatige basis. Zoals ze op de Amerikaanse radio zouden zeggen: “stay tuned for more after the break!” 😉

 

KMSKB: Bezoek aan Old Masters Museum

Hoera! De musea zijn terug open. Wat heb ik die conservatieve, saaie, triestige, stille zalen vol prachtige, gelukkigmakende, waardevolle, rustgevende kunst gemist. Je weet maar wat je mist tot het weg is. Regelmatig denk ik aan andere donkere perioden in onze geschiedenis en stel me voor dat het dan wel erg triestig leven moet zijn geweest. Door de hele corona word ik me meer en meer bewust hoe goed we’t hier hebben, hoeveel “overdaad” en luxe we wel hebben. Maar wat ben ik blij dat er terug een beetje kunst in mijn leven komt. De collectieve expo met de vrienden is ons geschenk aan de fans, de lezers van de blog, de trouwe volgers. Kunst maakt niet ziek, integendeel. Kunst steunt en trekt je door deze donkerste dagen van het jaar.

Het bezoek aan “the old masters” in het KMSKB was meer dan de moeite waard. Ik ging er om (nog maar eens) de Bruegelschilderijen te bestuderen. Een beetje om het komende kunstweetje voor kerst te schrijven, niet echt stilgestaan dat ik van de gelegenheid kon gebruik maken om ook al de rest nog’s van dichtbij te bekijken. Omdat ik vond dat er misschien wel nog wat extra kennis te rapen viel, nam ik bij de reservatie ook een audiogids (4 euro extra) mee. Die gids bleek meer dan de kost waard (maar neem best je zelf oortjes mee, met de corona wordt geen koptelefoon geleverd).

Ik laat de beelden wat voor zich spreken. Old masters is voornamelijk de collectie Vlaamse/Nederlandse schilders ergens tussen 1400 en 1700 met hier en daar een verdwaalde Italiaan 😉 Het geeft een prachtig beeld over de Nederlanden in die periode zowel in publieke plaatsen als in de huiskamers. De sectie met actuele kunst (de vierkantjes) kwam zeer ongelegen maar bon, ça va nog. Met hetzelfde ticket kan je bij het begin ook een video rond Bruegel meenemen. Dat moet je zeker dan doen want met de corona-maatregelen keer je niet terug (one way wandeling). Ik liep er in totaal meer dan 3uur rond maar dat doe ik u niet aan 😉 Genieten op eigen tempo is de boodschap.

Meer info op: https://www.fine-arts-museum.be/nl/tentoonstellingen/hollandse-school

 

Lilith 2 in HD (nieuwe foto)

Omdat ik de wissellijst voor de expo van het komende weekend nodig had, heb ik deze Lilith-tekening ontdaan van haar lijst. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er een nieuwe foto van te maken en deel deze nieuwe versie in HD met plezier met jullie.

Hoop jullie (beperkt) te zien dit weekend op de expo te Desselgem 🙂

KW41: moet er nog blauw zijn?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met kunstweetje KW22 heb ik het al gehad over het lapis lazulli, het magische en vooral dure blauw dat door de jaren heen als HET blauw der blauwen werd gezien. Duur en exclusief maar ook diep, vol van kleur.

Maar er zijn kapers op de kust. Er zijn onderzoekers, kunstenaars die of dat lapisblauw willen kopiëren of gaan zoeken naar een nog stralender blauw. We gaan het hieronder hebben over het Delfts blauw maar ook over een Franse variant en een schilder die zijn hele oeuvre opbouwde rond de kleur blauw.

In Delft zit men met een probleem. Dankzij de import van Chinees porselein is er een nieuw segment aan luxeproducten ontstaan. Mensen kopen een tas of een bordje in Chinees porselein met de typische blauwe Chinese tekeningen. Dat Chinees porselein is onvatbaar mooi: het is transluminecent (het laat licht door en speelt met het licht) én er staat een handgemaakt schilderijtje op met een Oosters motief. Maar het goedje is ongelooflijk duur. Zo duur dat sommige mensen slechts 1 tas kopen en deze dan “te kijk” zetten als teken van welvaart. Delftse porseleinmakers ruiken geld en verdiepen zich in de materie. Het is vooral het blauw dat ze willen doorgronden of op zijn minst kopiëren (’t is nekeer iets anders dan vandaag waar de Chinezen kopiëren). Ze vinden hun antwoord in…glas en specifieker in smalt. Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Wil je zien hoe we vandaag smalt zouden kunnen maken, dan moet je zeker naar deze aflevering van “Het geheim van de meester” kijken.

Zodoende had Delft zijn blauw maar zoals altijd moesten de Fransen hun eigen versie en hun eigen blauw ontwikkelen. Zo gezegd, zo gedaan.

Tegelijk waren ook de Fransen bezig met het ontrafelen van de geheimen van Chinees porselein. Dat liep echter niet van een leien dakje. Men kwam maar niet tot de kwaliteit van het porselein. Maar Lodewijk XIV draaide er zijn hand niet voor om: hij deed aan industriële spionage en stuurde een paar kijklustigen naar de Nederlanden. Dat was ook al niet vanzelfsprekend want de Nederlanders die heulden met de vijand. Zelfs de Duitsers hadden sneller hun eigen Sax-porselein dan dat de Fransen die hadden. Lodewijk zou nog moeten wachten tot hij de oorlog had gewonnen om het geheim in handen te krijgen. Maar dat heeft op zich niets met deze blog te maken (al weet ge ’t nu toch ook maar weer 😉 ) Eens de Fransen hun porseleinproductie (o.a. in Sèvres) op punt hadden, maakten ze ook hun eigen soorten blauw (die Fransen toch)… Het leek zelfs niet van zeer ver op het Chinese of Delftse blauw maar speciaal en uniek blauw was het zeker.

Het Franse blauw dat ik hier wou bespreken dateert van veel later. In 1994 werd een project opgericht om de waarde van het pastel (en de productie van het pigment) “Blue de Lectoure” in ere te herstellen. Het blauw pigment wordt gebruikt in de textiel maar ook in de kunst. Aan de hand van biologische kweek wordt de Isatis Tinctoria gekweekt in de regio van Lectoure. In tegenstelling tot een lapis lazulli is dit pigment dus duurzaam van aard. De plant die de blauwe stof voorziet, heeft trouwens ook nog vele andere interessante (therapeutische) eigenschappen.

Maar helaas, je kan er – tot nu – geen porselein mee beschilderen.

Ik moet ook toegeven dat ik het blauw van Lectoure niet zo goed ken. Misschien moet ik toch maar eens tot daar rijden en nader bestuderen.

Nog een uitsmijter voor dit voorlaatste kunstweetje van 2020. Blauw is een primaire kleur, een basiskleur waarmee je vertrekt om andere kleuren te maken. Maar ooit was er een kunstenaar die zo bezeten was door blauw dat hij alleen maar met blauw schilderde. En dan bedoel ik niet op een manier waarop hij iets schildert met blauwe verf zoals de vogeltjes hierboven. Yves Klein schilderde grote doeken massief blauw. Op foto lijken deze misschien wel monotoon en weinig expressief maar dat zijn ze zeker niet. Omdat het allemaal en alleen maar blauw is ga je (bijna instinctief) op onderzoek en ontdek je veel nuances en bewegingen in de manieren waarop de verf werd aangebracht. Het is misschien niet direct “de omtoer waard” (zoals ze dat in Michelin zouden zeggen) maar als je de kans hebt, moet je’r zeker ’s tijd voor nemen om er eentje te zien.

 

En in het KMSK België is ook nog een heel blauw werk van Jan Fabre te zien…

 

bronnen:

het geheim van de meester

wikipedia smalt

Yves Klein

Bleu de Lectoure

KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

Tussen creatie en tekenen

Er is zo altijd een fase bij het maken van een tekening. De fases zijn op zich telkens verschillend. Terwijl ik eerder dacht dat de fases een eigen visie was op het creëren blijkt dat in realiteit niet zo te zijn. Het is omdat ik met meerdere projecten tegelijk bezig ben dat ik de indruk heb dat er geen fases zijn en dat alles gewoon zijn gangetje gaat. Op natuurlijke wijze. Alsof je ’s morgens uit bed stapt en tegen de middag is de tekening klaar.

De werkelijkheid ligt ver van dit idyllische, romantische beeld dat we voornamelijk kennen uit de films, boekskes en wat “kunstkenners” ons graag doen geloven. Kunstkenners zijn in weze niet meer dan vlotte praatjesverkopers, vertegenwoordigers. Ze zien zichzelf een werk te verkopen en dan is de volgende logische stap dat ze het werk gaan klasseren als “ware kunst”. Om dat te onderstrepen met “het genie van de kunstenaar” tonen ze graag hoe snel die kunstenaar tot een kunstwerk komt. Dat toont dat die kunstenaar bezeten is van zijn werk, van zijn thematiek. Hij of zij schudt de ideeën uit de mouw alsof het witte konijnen zijn.

In mijn geloof is niets minder waar. O ja, ik kan ook van die niemendalletjes uit mijn mouw schudden. Het “genie” etaleren. Maar het niemendalletje is meestal niet meer dan een variant op een eerder werk of het is iets dat ligt te broeden en nog niet is getoond. Want dat maakt “het”. Picasso, Dali, Magritte, Bruegel, Van Eyck, Delvaux, Broodthaers,… Ze deden niets anders. En daarom stel ik dat er fases zijn in het maken van een kunstwerk. Voor mij zijn er voornamelijk 3 fases: die van de studie, die van de ontwerpen en die van de productie.

Ik zit al een tijdje in een fase van concepten en ideeën schetsen en proberen uitbouwen tot wat een volwaardige tekening moet worden. Eén van die ideeën waar ik al een tijdje op zit is triptiek 3. Maar er zijn er nog. Een welgekomen afwisseling is Vitrines d’Amour waar ik ook in 2020 zal aan deelnemen. Deze keer maak ik iets op maat voor de vitrines van eetgelegenheid GUST. En een schets van wat er voorlopig in mijn hoofd zit, zie je hieronder.

Wat mag je verwachten over 2020?

2020 zal minder blogs hebben dan 2019. Dat is ook niet moeilijk hé 😉 En nog eens bedankt voor de 20.736 bezoekjes aan de website en dat over 6.646 unieke bezoekers (allez, kom, IP-nummers dus). Dat was goed voor – hou u vast – 101.144 bekeken pagina’s. En dat allemaal op 1 jaar. Dank u, dank u, dank u!

Wat ik allemaal van plan ben over 2020 is moeilijk op voorhand te zeggen. Sommige plannen liggen jaren op voorhand vast (zoals triptiek 3 die er nog aankomt), sommige plannen worden dan weer erg onvoorspelbaar in de agenda gepropt. De expo’s, teken en marktplannen die komen zeker op de blog of op de Facebook. Soms een beetje Instagram maar ik ben daar niet erg actief.

Wat je wel mag verwachten dit jaar zijn blogjes met kunstweetjes om mee te stoefen wanneer je met vrienden naar een kunstwerk kijkt. En ik wil ook mijn fans, mijn apostelen, aan het woord laten. Zij die één of meerdere Maxen in huis hebben en daarover willen vertellen.

Kortom het worden weer vele grappige en/of emotionele blogs en alweer goede redenen “to stay tuned after the break” 😉

Als aperitiefje voor wat komt laat ik jullie het (tweede) ontwerp van de nieuwjaarstekening. Met nog enige belangrijke wijzigingen tov de definitieve versie: dit is een liggende verhouding, onderaan is de kaars vervangen door een straatlicht (een echt uit Parijs), de piramiden zijn weg en de 3 figuren links onder zijn ook weg. De bergen en de appel staan en blijven staan. Het model heeft wel een andere pose maar dat was redelijk te verwachten.

 

Gelukkig nieuwjaar!

Het was kantje-boordje dat ik klaar geraakte met de nieuwjaarstekening. Geveld door een hardnekkige sinusite was het mij onmogelijk om over de tekening te buigen. De snelheid van werken heeft dan ook een beetje zijn effect op de kwaliteit van de tekening. Maar desalniettemin, bij deze een gelukkig nieuwjaar.

Hopelijk wordt dit jaar een jaar met veel meer begrip voor visieverschillen onder de mensen. Het baart me zorgen hoe snel en hoe hard de ene mens vandaag de andere uitscheldt wanneer die een andere gedachte heeft. Hoe het respect voor mekaars woord en argumenten verwatert. Hoe normen vervagen.

Voor mij zet ik daarom 2020 (en de jaren erna) helemaal in het kader van positiviteit in mijn kunst. Want ook in de kunst ervaar ik apathische beelden die weinig warmte kennen en het gevoel van samenhorigheid niet echt stimuleren. Met mijn expo’s hoop ik alvast aan te tonen dat “samen” een grotere meerwaarde is dan het ego of het persoonlijke gelijk. Weet dat nu juist in die verschillen onze sterktes liggen. Hoe saai zou het niet zijn mochten we allemaal gelijk zijn, allemaal ’t zelfde denken?

Dus lieve mensen viert 2020, viert het goed, amuseert ulder en vooral viert het samen. Kijk mee en geniet van de natuur, van het licht, van de schoonheid van de mens en alles wat we nog kunnen doen om dit een gezellige plaats om te leven van te maken.

 

365/365: salut 2019

YES! De kunstzinnige dodentocht gehaald! 365 tekeningen heb ik u geserveerd over 2019. Ik was dit jaar 20jaar (feitelijk iets langer, maar ik mik op publiek van enige betekenis) bezig en vandaar de 365 blogs. Ik mag hopen dat u heeft genoten van de 365 tekeningen en al die uitleg die ik er bij heb geschreven.

Ik kreeg inmiddels nog de vraag of ik nu niet in een zwart gat zal vallen, of ik nog een jaar kan doorgaan… Nee, ik zal niet vallen in een donker gat 😉 Wees gerust, ik heb nog veel verhalen te vertellen. En ik heb ook nog wel vele tekeningen die je niet hebt gezien. Dus bloggen komt er zeker nog wel van. De frequentie zal wel wat lager liggen maar de kwaliteit misschien wel wat hoger. Soms viel ik in herhaling of moest toch wel een beetje graven in het geheugen om nog iets origineels te kunnen schrijven. Tekeningen hebben niet altijd een diepere betekenis. Soms maak ik een tekening omdat ik aan iets denk of omdat ik zin heb om van iets wat ik zie een tekening te maken. Een beetje zoals Bart Peeters zingt over “brood voor morgenvroeg” zijn het soms tekeningen gegrepen uit het leven.

Deze laatste tekening van 2019 kruist Magritte en Hergé. Beide appels hangen aan mekaar net zoals de Janssens. Het meest opvallende verschil is hun snor, de ene is recht en de andere krult op aan de tipjes. Daaraan kan je ook de Janssens uit mekaar halen. De Janssens zijn feitelijk geen familie van mekaar. De schrijfwijze van hun namen is verschillend. Ze heetten in de allereerste vertalingen zelfs Peeters en Peters. Boeiend koppel politiemannen zou ik zo zeggen. Meer weten over de Janssens? Klik hier.

Gelukkig nieuwjaar!

 

364/365: het niemandalletje

Kinderen en kunst; ze vinden het niks of ze worden betrokken en het is helemaal hun ding. Toen ik nog op het Groentemarktje tekende ging er op een mooie dag een meisje aan de rand de pomp zitten. Starend in het niets bleef ze lang genoeg zitten om deze tekening te maken. Alsof het een niemandalletje was…

363/365: 2020

Bijna 2020. Toch wel een speciale notitie zo’n jaar 2020. In 2017 zag men 2020 nog als in deze video. 3jaar vooruit voorspelling, Jules Verne deed wel beter. Maar dan ging de tijd en de evolutie in Jules zijn tijd lang niet zo snel dan in 2020.

Ik hou het eenvoudig. Strike a pose. Beetje zelfzeker zijn, Facebookproof, beslist vooruit. That’s a way to go. Ik zoek intussentijd even op waarom 2020 een belangrijk jaar wordt. Het wordt het Chinese jaar van de rat, we hebben weer een 29e februari, er zijn olympische spelen in Tokyo en er zal een zonsverduistering zijn in Chili. Dat wordt een pikante zonsverduistering 😉

 

362/365: het startvak

Nog eentje uit de “Lick it”. Moet er nog zand zijn? Ik weet ’t niet. Het is best dat je je eigen verbeelding gebruikt. Of doorklikt naar de volgende tekening 😉

Mis je wat meer tekst en uitleg? Surf terug naar blog 259. Ga niet langs het startvak en krijg geen 5.000frank 😀

361/365: Daumier: La Parade du Saltimbanque

De pasteltekening met contouren in houtskool is gemaakt naar La Parade du Saltimbanque van Daumier. Daumier is een kruising tussen een cartoonist en een kunstenaar. Soms zijn zijn beelden spottend, grappig soms erg mooi. Ik hou wel van de circustaferelen uit zijn werk. Deze is er zo eentje van.

Uitdaging

Deze tekening was voor mij een hele uitdaging. Daar waar ik doorgaans (bij covers) schilderijen teken, is dit een echte tekening. En voor het eerst word ik daarbij geconfronteerd met een rechtshandige versus een linkshandige tekenaar. De inkleuring bij Daumier is in een andere richting dan de mijne. Ik heb het op zijn linkshandige gedaan maar moest zo nu en dan toch mijn blad eens draaien.

Ook de kleuren waren een uitdaging. Het origineel papier is vergeeld met de tijd. De kleuren zijn vaal. Het mijne is natuurlijk wit en de kleuren zijn fris en helder. Ik heb er lang over gedaan om een papier te vinden dat niet vergeeld onder de zon. Nu heb ik er zo een en moet het kunstmatig vergelen. Het is bijna niet te zien op de foto omdat het fototoestel het overmatige geel weg filtert.

Het was een interessant en leerrijk project met veel diepte in de tekening. En een bittere ernst naast de grappige setting.

360/365: love has no color

Héla Van Hemel…ge had toch gezegd dat ge geen schetsen meer zou tonen?

Ja, dat is zo. Dit is een afgewerkte tekening. Ik kon ze niet beter maken door de verder in te kleuren. Ze is – voor mij – perfect zoals ze is. De tekening is minimaal uitgewerkt maar vat de expressie maximaal. Daarom is de tekening voor mij prima zoals ze is. Ik wou dat ik meer van dit soort tekeningen kon maken maar het is altijd moeilijk “stoppen” wanneer ik het in mijn hoofd anders zie.