KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

Tussen creatie en tekenen

Er is zo altijd een fase bij het maken van een tekening. De fases zijn op zich telkens verschillend. Terwijl ik eerder dacht dat de fases een eigen visie was op het creëren blijkt dat in realiteit niet zo te zijn. Het is omdat ik met meerdere projecten tegelijk bezig ben dat ik de indruk heb dat er geen fases zijn en dat alles gewoon zijn gangetje gaat. Op natuurlijke wijze. Alsof je ’s morgens uit bed stapt en tegen de middag is de tekening klaar.

De werkelijkheid ligt ver van dit idyllische, romantische beeld dat we voornamelijk kennen uit de films, boekskes en wat “kunstkenners” ons graag doen geloven. Kunstkenners zijn in weze niet meer dan vlotte praatjesverkopers, vertegenwoordigers. Ze zien zichzelf een werk te verkopen en dan is de volgende logische stap dat ze het werk gaan klasseren als “ware kunst”. Om dat te onderstrepen met “het genie van de kunstenaar” tonen ze graag hoe snel die kunstenaar tot een kunstwerk komt. Dat toont dat die kunstenaar bezeten is van zijn werk, van zijn thematiek. Hij of zij schudt de ideeën uit de mouw alsof het witte konijnen zijn.

In mijn geloof is niets minder waar. O ja, ik kan ook van die niemendalletjes uit mijn mouw schudden. Het “genie” etaleren. Maar het niemendalletje is meestal niet meer dan een variant op een eerder werk of het is iets dat ligt te broeden en nog niet is getoond. Want dat maakt “het”. Picasso, Dali, Magritte, Bruegel, Van Eyck, Delvaux, Broodthaers,… Ze deden niets anders. En daarom stel ik dat er fases zijn in het maken van een kunstwerk. Voor mij zijn er voornamelijk 3 fases: die van de studie, die van de ontwerpen en die van de productie.

Ik zit al een tijdje in een fase van concepten en ideeën schetsen en proberen uitbouwen tot wat een volwaardige tekening moet worden. Eén van die ideeën waar ik al een tijdje op zit is triptiek 3. Maar er zijn er nog. Een welgekomen afwisseling is Vitrines d’Amour waar ik ook in 2020 zal aan deelnemen. Deze keer maak ik iets op maat voor de vitrines van eetgelegenheid GUST. En een schets van wat er voorlopig in mijn hoofd zit, zie je hieronder.

Wat mag je verwachten over 2020?

2020 zal minder blogs hebben dan 2019. Dat is ook niet moeilijk hé 😉 En nog eens bedankt voor de 20.736 bezoekjes aan de website en dat over 6.646 unieke bezoekers (allez, kom, IP-nummers dus). Dat was goed voor – hou u vast – 101.144 bekeken pagina’s. En dat allemaal op 1 jaar. Dank u, dank u, dank u!

Wat ik allemaal van plan ben over 2020 is moeilijk op voorhand te zeggen. Sommige plannen liggen jaren op voorhand vast (zoals triptiek 3 die er nog aankomt), sommige plannen worden dan weer erg onvoorspelbaar in de agenda gepropt. De expo’s, teken en marktplannen die komen zeker op de blog of op de Facebook. Soms een beetje Instagram maar ik ben daar niet erg actief.

Wat je wel mag verwachten dit jaar zijn blogjes met kunstweetjes om mee te stoefen wanneer je met vrienden naar een kunstwerk kijkt. En ik wil ook mijn fans, mijn apostelen, aan het woord laten. Zij die één of meerdere Maxen in huis hebben en daarover willen vertellen.

Kortom het worden weer vele grappige en/of emotionele blogs en alweer goede redenen “to stay tuned after the break” 😉

Als aperitiefje voor wat komt laat ik jullie het (tweede) ontwerp van de nieuwjaarstekening. Met nog enige belangrijke wijzigingen tov de definitieve versie: dit is een liggende verhouding, onderaan is de kaars vervangen door een straatlicht (een echt uit Parijs), de piramiden zijn weg en de 3 figuren links onder zijn ook weg. De bergen en de appel staan en blijven staan. Het model heeft wel een andere pose maar dat was redelijk te verwachten.

 

Gelukkig nieuwjaar!

Het was kantje-boordje dat ik klaar geraakte met de nieuwjaarstekening. Geveld door een hardnekkige sinusite was het mij onmogelijk om over de tekening te buigen. De snelheid van werken heeft dan ook een beetje zijn effect op de kwaliteit van de tekening. Maar desalniettemin, bij deze een gelukkig nieuwjaar.

Hopelijk wordt dit jaar een jaar met veel meer begrip voor visieverschillen onder de mensen. Het baart me zorgen hoe snel en hoe hard de ene mens vandaag de andere uitscheldt wanneer die een andere gedachte heeft. Hoe het respect voor mekaars woord en argumenten verwatert. Hoe normen vervagen.

Voor mij zet ik daarom 2020 (en de jaren erna) helemaal in het kader van positiviteit in mijn kunst. Want ook in de kunst ervaar ik apathische beelden die weinig warmte kennen en het gevoel van samenhorigheid niet echt stimuleren. Met mijn expo’s hoop ik alvast aan te tonen dat “samen” een grotere meerwaarde is dan het ego of het persoonlijke gelijk. Weet dat nu juist in die verschillen onze sterktes liggen. Hoe saai zou het niet zijn mochten we allemaal gelijk zijn, allemaal ’t zelfde denken?

Dus lieve mensen viert 2020, viert het goed, amuseert ulder en vooral viert het samen. Kijk mee en geniet van de natuur, van het licht, van de schoonheid van de mens en alles wat we nog kunnen doen om dit een gezellige plaats om te leven van te maken.

 

365/365: salut 2019

YES! De kunstzinnige dodentocht gehaald! 365 tekeningen heb ik u geserveerd over 2019. Ik was dit jaar 20jaar (feitelijk iets langer, maar ik mik op publiek van enige betekenis) bezig en vandaar de 365 blogs. Ik mag hopen dat u heeft genoten van de 365 tekeningen en al die uitleg die ik er bij heb geschreven.

Ik kreeg inmiddels nog de vraag of ik nu niet in een zwart gat zal vallen, of ik nog een jaar kan doorgaan… Nee, ik zal niet vallen in een donker gat 😉 Wees gerust, ik heb nog veel verhalen te vertellen. En ik heb ook nog wel vele tekeningen die je niet hebt gezien. Dus bloggen komt er zeker nog wel van. De frequentie zal wel wat lager liggen maar de kwaliteit misschien wel wat hoger. Soms viel ik in herhaling of moest toch wel een beetje graven in het geheugen om nog iets origineels te kunnen schrijven. Tekeningen hebben niet altijd een diepere betekenis. Soms maak ik een tekening omdat ik aan iets denk of omdat ik zin heb om van iets wat ik zie een tekening te maken. Een beetje zoals Bart Peeters zingt over “brood voor morgenvroeg” zijn het soms tekeningen gegrepen uit het leven.

Deze laatste tekening van 2019 kruist Magritte en Hergé. Beide appels hangen aan mekaar net zoals de Janssens. Het meest opvallende verschil is hun snor, de ene is recht en de andere krult op aan de tipjes. Daaraan kan je ook de Janssens uit mekaar halen. De Janssens zijn feitelijk geen familie van mekaar. De schrijfwijze van hun namen is verschillend. Ze heetten in de allereerste vertalingen zelfs Peeters en Peters. Boeiend koppel politiemannen zou ik zo zeggen. Meer weten over de Janssens? Klik hier.

Gelukkig nieuwjaar!

 

364/365: het niemandalletje

Kinderen en kunst; ze vinden het niks of ze worden betrokken en het is helemaal hun ding. Toen ik nog op het Groentemarktje tekende ging er op een mooie dag een meisje aan de rand de pomp zitten. Starend in het niets bleef ze lang genoeg zitten om deze tekening te maken. Alsof het een niemandalletje was…

363/365: 2020

Bijna 2020. Toch wel een speciale notitie zo’n jaar 2020. In 2017 zag men 2020 nog als in deze video. 3jaar vooruit voorspelling, Jules Verne deed wel beter. Maar dan ging de tijd en de evolutie in Jules zijn tijd lang niet zo snel dan in 2020.

Ik hou het eenvoudig. Strike a pose. Beetje zelfzeker zijn, Facebookproof, beslist vooruit. That’s a way to go. Ik zoek intussentijd even op waarom 2020 een belangrijk jaar wordt. Het wordt het Chinese jaar van de rat, we hebben weer een 29e februari, er zijn olympische spelen in Tokyo en er zal een zonsverduistering zijn in Chili. Dat wordt een pikante zonsverduistering 😉

 

362/365: het startvak

Nog eentje uit de “Lick it”. Moet er nog zand zijn? Ik weet ’t niet. Het is best dat je je eigen verbeelding gebruikt. Of doorklikt naar de volgende tekening 😉

Mis je wat meer tekst en uitleg? Surf terug naar blog 259. Ga niet langs het startvak en krijg geen 5.000frank 😀

361/365: Daumier: La Parade du Saltimbanque

De pasteltekening met contouren in houtskool is gemaakt naar La Parade du Saltimbanque van Daumier. Daumier is een kruising tussen een cartoonist en een kunstenaar. Soms zijn zijn beelden spottend, grappig soms erg mooi. Ik hou wel van de circustaferelen uit zijn werk. Deze is er zo eentje van.

Uitdaging

Deze tekening was voor mij een hele uitdaging. Daar waar ik doorgaans (bij covers) schilderijen teken, is dit een echte tekening. En voor het eerst word ik daarbij geconfronteerd met een rechtshandige versus een linkshandige tekenaar. De inkleuring bij Daumier is in een andere richting dan de mijne. Ik heb het op zijn linkshandige gedaan maar moest zo nu en dan toch mijn blad eens draaien.

Ook de kleuren waren een uitdaging. Het origineel papier is vergeeld met de tijd. De kleuren zijn vaal. Het mijne is natuurlijk wit en de kleuren zijn fris en helder. Ik heb er lang over gedaan om een papier te vinden dat niet vergeeld onder de zon. Nu heb ik er zo een en moet het kunstmatig vergelen. Het is bijna niet te zien op de foto omdat het fototoestel het overmatige geel weg filtert.

Het was een interessant en leerrijk project met veel diepte in de tekening. En een bittere ernst naast de grappige setting.

360/365: love has no color

Héla Van Hemel…ge had toch gezegd dat ge geen schetsen meer zou tonen?

Ja, dat is zo. Dit is een afgewerkte tekening. Ik kon ze niet beter maken door de verder in te kleuren. Ze is – voor mij – perfect zoals ze is. De tekening is minimaal uitgewerkt maar vat de expressie maximaal. Daarom is de tekening voor mij prima zoals ze is. Ik wou dat ik meer van dit soort tekeningen kon maken maar het is altijd moeilijk “stoppen” wanneer ik het in mijn hoofd anders zie.

 

359/365: een ster

Op kerstdag is er altijd wel ergens een ster te zien. Een ster als wegwijzer of een persoon met een speciale betekenis.

Deze tekening is een kaartje dat ik speciaal heb gemaakt voor de geboorte van Stella. De leuke kleine ster. De tekening is (nog maar eens) gebaseerd op het Magritteschilderij  “La Valse hesitation”. Ik maakte er een warm nest voor de kleine appel van. Magritte maakte van het schilderij verschillende versies met bvb verschillend gekleurde maskers. Ik hou het op één unieke tekening 🙂

 

 

358/365: de bewaker van de deur van de liefde

Blog 332 ging al over de 3 bewakers van de poort naar het Aards paradijs. Blog 332 ging over de bewaker van het vleselijke genot. Hieronder zie je de 2e bewaker. Ze is de bewaakster van de platonische liefde. Zou je, om toegang te krijgen tot het Aards paradijs, alle liefde achter je laten? De vriendschap die je voelt voor iemand anders, voor je hond, voor jezelf of de gemeenschap? Geen besef meer hoeveel mensen er rondom je zijn. Een apathisch maar eeuwig leven. Your choice to make…

De triptiekenreeks is het vervolg op de Lilith-reeks. De laatste triptiek is die van de liefde. Dat wordt nog wel wat als je leest op wat je allemaal getest wordt voor je door die deur/poort mag 😉

 

 

357/365: ik doe het zelf wel

Ik heb me niet echt uitgesproken over de hele heisa rond “subsidies” in de cultuursector. Ik noteer “subsidies” omdat men het binnen de cultuursector graag “investeringen” zou willen noemen.

Natuurlijk heb ik een gedacht/visie over subsidies aan cultuur. Al moet iedereen die voor subsidies in de culturele sector ook moet beseffen dat je geld maar 1x kan uitgeven. Geld aan cultuur kan dus niet naar andere doelen gaan (ik laat het aan u om deze doelen zelf in te vullen, van “ze zouden beter” tot “ze moeten niet”)…

Wat mij blijft opvallen is dat de toneelsector meteen het publiek op het podium krijgt, de muziekmakers samen een lied zingen. De beeldenmakende sector daarentegen, grote (gesubsidieerde) organisaties die…doen niets. Iets klein, lokaals in het beste geval. “Maar het SMAK was toch een dag gesloten” hoor ik u al zeggen…Laat ons nu eerlijk zijn, een museum sluiten voor een dag daar hebben de medewerkers alleen een leuke dag aan en dat is een beetje als geen rijdende treinen of bussen: de bezoeker heeft er geen zak aan! Daarmee bekom je alleen maar het gevoel dat het beter is dat het museum permanent zijn deuren sluit. En als dat de beste actie is die het SMAK kan verzinnen, dan mag ik ook wel besluiten dat dat museum maar héél erg weinig progressief is in haar acties. Mah bon, mijn betoog was eerder van: waarom komt er geen oproep voor de beeldende kunsten om zich bvb te verzamelen op een plein, breng 1 kunstwerk mee en toon aan de mensen wat ze missen als er geen steun meer komt. Maar de beeldenmakers zijn niet gewoon om samen te werken, ze werken alleen. En daar knelt het/mijn schoentje. Al jaren zijn het individualisten die mekaar als afkijkers en rechtstreekse concurrenten beschouwen. Staan we samen dan niet sterker?

Maar dan subsidies…Stel dat de subsidies niet worden geknipt. Droom dat ze zelfs terug naar de volle 100% van vroeger gaan. Waar gaan die subsidies dan naartoe? De grote happen gaan naar de grote klassieke huizen. Voor Gent is dat NTGent, Vooruit, de klassieke musea, Nucleo, kunstscholen, CJK,… Huizen die allemaal politiek verzuild zijn en waar je niet zomaar binnen geraakt. Je moet of geselecteerd zijn door de (gekleurde) jury of je moet zelf de juiste lidkaart in handen hebben. Dit maakt het voor de individuele kunstenaar en onafhankelijke organisatie erg moeilijk. Deze laatsten krijgen geen subsidies of de kruimels die overblijven nadat de slokoppen de taart hebben binnen gespeeld. En dan zou ik durven stellen dat er dringend een herstructurering van die subsidies nodig is. Binnen de politiek verzuilde instellingen maar evengoed dient te worden geïnvesteerd in efficiëntie en deftig management. We moeten er ook geen doekjes om winden:  de cultuursector is niet zo goed met het kwaliteitsvol besteden van de subsidies.

Als derde wil ik de Dienst Cultuur van Stad Gent citeren: “1/ Structurele kosten of kosten van investeringen op lange termijn komen niet in aanmerking voor de projectsubsidie.” De subsidie van Stad Gent is niet de subsidie die Jambon knipt maar ik kan mij niet ontdoen van de gedachte dat Stad Gent haar eigen subsidies 100% vanuit eigen stadsbelastingen haalt. Dus lees het goed: investeringen komen niet in aanmerking (voor organisatoren van projecten). Daarbij kan je je de bedenking maken: dus als een organisatie wil duurzaam investeren, een aankoop maken om meerdere keren te gebruiken over meerdere organisatoren en expo’s, dan krijgen ze daarvoor geen steun van Stad Gent. Dan vraag je mij wel “maar dan krijg je in ruil wel de drank en het eten terug?”  Ik citeer dan weer Stad Gent: “2/ Kosten verbonden aan catering komen eveneens niet in aanmerking voor een projectsubsidie” En dan krijg ik als individueel kunstenaar en organisator heel veel lood in de schoenen. Zo bvb toen ik vroeg aan Stad Gent om samen te investeren in permanente LED-verlichting voor De Campagne (geschatte kostprijs rond de 1000euro) kreeg ik een robuuste “njet”. Dat is een investering. Mijn argumenten dat het veel veiliger (brandgevaar) is, dat het voor alle komende tentoonstellingen kan gebruikt worden voor eender welke organisatie,…etc Het kon niet baten. Njet is njet. En op die momenten wil ik dan wel ’s weten, hoeveel mensen komen naar al die kleinschalige projectjes in de buurt, projectjes die gratis zijn en voor een breed publiek toegankelijk tov de grote huizen. Hoeveel van de artiesten, kunstenaars, cultuurmakers (waaronder bv ook technici) beginnen hun carrière bij die kleine organisaties? En waarvan de grote huizen de (financiële) parels oprapen met de inspanningen die de kleintjes voor hen hebben geleverd?

Binnen het organiseren heb ik het van de 20jaar 14jaar gedaan zonder subsidies. Dat ging ook. De laatste, grote events zouden zonder de subsidies van Stad Gent niet mogelijk zijn. Ik ben hen daarvoor erg dankbaar. De subsidie dekt ongeveer 20% van de kosten. Maar het kan beter, het kan efficiënter, het kan kwalitatiever en doeltreffender.

 

356/365: l’orange mécanique

hahaha…wel ja, ik vind deze zelf een beetje grappig. Al lang vind ik het Franse “orange mécanique” een fantastische woordcombinatie. Het heeft iets. Mysterie, intrige,…geheime gangen gaan open wanneer je het paswoord uitspreekt. Ze leiden naar de met kaarsen verlichte kelder waar een alchemist een oranje bol vol radertjes en veertjes in mekaar steekt. Wanneer hij je ziet gooit hij snel een doek over zijn werk. Hij wil je niet in zijn kelder. Met enkele vlotte bewegingen ben je betoverd en verlaat je de plek. Je wordt wakker op een kerkhof en weet begot niet hoe je daar ooit bent geraakt. Alles wat je ziet, wanneer je je ogen sluit, is een fel oranje bol die in je ogen brandt als de zon.

PS: “l’orange mécanique” was de Franse titel voor “A Clockwork Orange” van Stanley Kubrick (diene van 2001: a space odissey)

355/365: bewaarappel

Een appeltje voor de winter is altijd goed. Appels bewaren trouwens goed voor een lange tijd wanneer je ze in een koele ruimte en naast mekaar bewaart. Den boer zegt dat je best op “een verse gazet” legt en wie van de familie is, die weet wat je allemaal kan doen met zo’n “verse gazet”.

354/365: heemkundige geschiedenis

De Campagne…de thuisbasis van alle expo’s die ik heb georganiseerd. Op een paar uitzonderingen na. Ik maakte de tekening voor een wedstrijd en verkocht ze daarna tvv De Warmste Week. De verkoop zorgde blijkbaar voor enige verwarring want ik kondigde de actie aan als “De Campagne: te koop”. Menig Drongenaar die de tekst niet las (en doen we dat niet allemaal eens wanneer we door Facebook scrollen?) dacht dat het landgoed te koop stond. Tjah…dat was wel een misverstand. Maar wat ik persoonlijk wel leuk vond is dat die mensen dan ook niet meteen zagen dat het om een tekening ging, niet om een foto van het landgoed. Het perspectief is een beetje aangepast om het hek met het huisnummer binnen het zichtveld van het landgoed te krijgen. Het blijft wel een uniek zicht want weldra wordt het hele plein voor het landgoed heraangelegd en verdwijnen de parkeerplaatsen. En zo wordt mijn tekening dus een beetje heemkundige geschiedenis.

353/365: de muur

Ik hou wel van absurde humor. Ook in mijn tekeningen zou er wel wat meer humor mogen zitten 😉 Al dat serieuze gedoe van het leven in het aards paradijs en het leven op aarde…tsss…maar ik kan er wel goed over vertellen hé? En ik doe dat telkens met veel plezier. Dat vertellen. Hoe meer ik vertel, hoe meer ik besef dat ik gewoon graag over mijn tekeningen vertel. Het is een beetje “stand up art-comedy” 🙂

Deze tekening die amper een postkaart groot is, is tot nu mijn enige zelfportret. Het is de man die naar de muur kijkt. Links en rechts van hem venstergordijnen en toch kijkt de man naar de muur. Op de muur is niets te zien. Wat staat hij daar dan te doen?

De vraag is eerder een spel, een filosofie. Moet de man überhaupt naar iets kijken? Kunnen wij – als kijker – aanvaarden dat hij er zich goed bij voelt door simpelweg naar de muur te kijken? Kan het zijn dat hij door de muur kijkt of naar iets kijkt wat wij niet zien? Ben je dan nieuwsgierig naar wat hij kijkt. Weet je wat, we gunnen het hem gewoon. Dat is leuk voor hem.

klein “wistjedatje”: op 9 november 1989 werd de Berlijnse muur afgebroken. Dat is dit jaar 30 jaar geleden.

352/365: het breedbeeld

Kind met potlood en vlinder. Mijmerend naar wat het zal gaan tekenen, kijkt het kind naar het potlood en wordt een beetje triestig door het gebrek aan inspiratie. Daarbij legt het de focus zo hard op het potlood en wat er mee aan te vangen dat het hele gebeuren van de vlinder met de bloem hem helemaal ontgaat. De wereld is zo rijk als je er met een breed beeld naar kijkt.

351/365: raket naar de top

Met deze raket naar de maan zetten we de top 15 in van de 365 reeks. Is het dan meteen de raket naar 2020? Wie weet 🙂 Net zoals de andere Kuifje-tekeningen is deze van extra diepte-effecten voorzien. De raket is op de top (alweer top, maar dan wel een andere top) voorzien van een soort mini-antenne. Wie zich ooit al een echte Kuifjeraket heeft aangeschaft zal daarbij zeker het verschil merken met de tekening. De eerste raketten waren in hout met een metalen pin bovenaan. Die moest je in het gaatje steken. De latere versies in hars hadden een pin die mee gegoten was in de mal en de meest recente versies hebben geen pin meer. Ik dacht dat er ooit een reeks was met dezelfde antenne dan op de tekening. In een speciale doos. Maar die was dan ook weer zoveel duurder dan de andere raketmodellen. De raketten zijn soms nog te koop via de tintinstore.

 

350/365: opendeurdag?

Wanneer ik naar deze foto kijk dan heb ik zo iets van: een foto dat toont toch het kunstwerk niet. Het papier is niet blauw maar lichtgrijs. De kleuren zijn lang niet zo hard als ze hier worden getoond. De finesse ontbreekt een beetje. Maar goed, het is in’t echt niet zo mis. Dus kom maar eens langs. Ik moet er toch geen opendeurdag voor organiseren, of wel?