De hijskraan met 2 draaimolens

De vierde verdieping is bijna klaar. Op een paar vensters na die nu eerst wit/grijs zijn (door het witte stof van de stenen) en daarna baksteenrood worden zijn we klaar met de 4e verdieping. “Klaar” is een groot woord want door de wrijvingen is het deel tot aan de kervensters een beetje flou geworden en moet ik daar de contouren voor de 4e keer hertekenen. Maar die stap – die ik zelf het “schminken” van de tekening noem – komt pas op het einde. Eerlijk gezegd vind ik de niet ingekleurde tekening van het gelijkvloers best interessant omdat je er zo goed alle details kan in zien. Veel detailwerk gaat verloren door het inkleuren.

Wat is er nu bijzonder aan deze laatste stapjes? Wel de hijskraan aan het einde is een flink stuk. Ze dient om zware blokken naar boven te trekken. Dat het niet zomaar een bouwkraan is zie ik aan de 2 raderen onder het dak van de hijskraan. Ze zijn een man groot en vermoedelijk liepen er dus ook mannen of kinderen in om het hijsmechanisme te laten draaien. Later daarover meer.

Advertenties

We zijn samen onderweg

Het is al een tijdje geleden dat ik nog iets schreef over de fameuze toren. Niet dat ik het project in de diepvriezer heb gestopt, hooguit in de koelkast. Enfin, voor de Nederlanders; in Vlaanderen is een koelkast een kast waar je (letterlijk) zaken koel houdt zonder in te vriezen. Maar er wordt zeker nog aan gewerkt. Toch vragen de details zoveel tijd en concentratie dat ik niet meer tot andere tekeningen zou kunnen komen. En dat is niet zo goed voor mijn psyché. Als ideeën er niet uit kunnen, dan is dat als een wasmachine die van bij het begin van het programma aan zwiersnelheid draait. Die geraakt oververhit.

De toren dus….In de vorige blog had ik het al over een processie op weg naar de kerk. Althans, de kerkachtige “blok” bijna in de center van het schilderij. Maar dat de processie dwars door het midden loopt kan geen toeval zijn. Met fel gekleurde vaandels en een soort tent (voor een relikwie?) marcheert een grote colonne mensen door het decor. Er zijn nu 2 “kotten” bij en ze zijn nog bezig. Mensen kijken vanuit de bovenste ramen naar  het gebeuren. Wordt vervolgd in het komende prentje 🙂

Wistjedatje…

En toen kwam dit plots in me op…Als zo’n persoon in de inkom ongeveer 3 a 4 mm hoog is…En de toren (natuurlijk niet af, want hij geraakt niet af) meet in dezelfde verhouding 52cm ofte 520mm…

Als ik daarop de regel van 3 toepas en de lengte van de persoon vastleg op ongeveer 170cm (gemiddeld gezien en rekening gehouden met de tijd van toen), dan (let op, nu wordt het technisch-wiskundig) is de toren in verhouding:

170cm = 1700 mm; die 1700mm is op schaal 4mm. Als de toren 52cm = 520mm meet; dan zou de toren in deze toestand (1700 /4) x 520 = 221.000mm. Gedeeld door 1000 (om te komen tot meter), 3 nullen schrappen, is dus 221meter. Neem ik aan dat een persoon 3mm ipv 4mm hoog is, dan is de toren 295meter. Of dat hoog is? Ik geef u een paar ideetjes:

Witte huis: 21m
Colosseum Rome: 48m
Notre-Dame Parijs: 69m
Stadhuis Brussel: 96m
Atomium: 102m
KBC toren Gent: 118m
Sint-Pieters basiliek: 137m
Piramide van Cheops: 139m
Zuidertoren Brussel: 150m (is trouwens het hoogste gebouw van België)
Time Square Tower (NY): 221m

Hebt ge’t begrepen? Dat is dus, in zijn tijd, ca 1568 een enorm groot gebouw. Ik geef maar mee dat de Eiffeltoren (1889) het eerste gebouw was hoger dan 300meter. We hebben er dus wat moeten op wachten om zulke hoge gebouwen gerealiseerd te zien. Vandaag gaan we al boven de 500meter hoogte (One World Trade Center NY).

 

 

het café is open

Soms is het een beetje gokken naar wat je te zien krijgt. Het zijn soms taferelen die we vandaag niet meer kennen. Het is voor mij dan erg verleidelijk om te gaan fantaseren wat het wel zou kunnen zijn (zie ook vorige blog rond de smidse). Bij het schetsen van deze strook van 6 bij 6 cm was het me niet zo duidelijk of de mannen op de eerste verdieping strobalen of tonnen aan het verzetten zijn. Maar aangezien we al een vissers en boeren hebben gehad moet er ook gedronken worden. Dus gok ik dat het een opslagplaats is voor tonnen. Ze ligt meteen ook boven de centrale (hoofd?)ingang van de toren. Als je een groot station of een winkelcentrum binnen stapt zie je toch regelmatig rond de ingang wel een drankgelegenheid.

Ik ben nog wat verder gegaan met tekenen (niet met inkleuren) en het is alweer een drukke scene met 52 personages! Nemen we de man rechts van de ton die dichtbij de borstwering ligt (de ton is maar half te zien). Dan schijnt die een beweging met de arm te maken naar een andere man alsof hij zegt “hé, waar moet deze ton naartoe?”. De andere wijst met de arm de richting aan waar de ton heen moet. In die richting zijn ook al 2 andere mannen een ton aan het verrollen. In de hoek van de steunbeer staat een andere man. Hij staat voorover gebogen met zijn handen rond zijn navel. Is hij het geld aan het tellen van de verkoop van zijn ton of is hij aan het wildplassen? Ook binnen in de toren is er bedrijvigheid maar de zichtbaarheid ervan wordt aan het daglicht onttrokken. Hmmm…zouden er nog andere redenen zijn om naar deze plek te komen?

In ieder geval staat boven de inkom de zoveelste hijskraan gemonteerd. Toch heeft deze een iets anders dan de andere kranen/stellingen. Onderaan zijn 3 schuine balken te zien. De balken hellen over de rand. Dienen ze om meer steun te geven aan de ton wanneer deze wordt opgetild en naar binnen gebracht? Aan de andere steunbeer liggen in ieder geval al een paar tonnen klaar voor verder transport.

 

Bruegel in detail

Dit detail wil ik jullie niet onthouden. Ik toon het origineel omdat ik vrees dat ik dit echt niet kan evenaren laat staan overtreffen.

De scene is ongeveer 4,5x2cm afgaande op mijn tekening. Ik ben dit stukje nu aan het schetsen maar het grijpt me zo aan dat ik gestopt ben met tekenen en dit moét neerschrijven. We staan – denk ik – voor een smidse. Er liggen balken (boomstammen? metalen liggers?) op de grond, links van de schuur staan planken tegen de muur en karren komen langs. Op het eerste zicht niets zo bijzonder. We zitten immers op een bouwwerf en in die tijd werd, voor dit soort constructies, veel meer gebruik gemaakt van hout van de metaal zoals dat vandaag wel het geval zou zijn. Het is er wel erg druk, ook toen was het druk in “den bouw”.

Bekijk deze pracht even en weet dat dit stukje dus amper zo groot is dan 3 postzegels. Ziet u het paard in het midden? Het trekt de longen uit zijn lijf. De poten staan helemaal schuin omdat het beest de kar vooruit moet krijgen. De man op de kar port het dier aan maar schijnt er niet over te denken van de kar te stappen. Uit de werkplaats stapt een man naar buiten. Eén voet staat al over de deurdorpel terwijl zijn ander been aangeeft dat hij duidelijk naar buiten komt. Ook in zijn kledij zien we kleurschakeringen die de beweging van de benen suggereert. In het andere deurgat staat ook nog iemand, het lijkt wel iemand met een mantel en kap aan. Door een ingenieus tilsysteem worden materialen door het dak naar boven gehesen. Op het dak zelf liggen (vermoed ik) gewichten opdat het niet zou opwaaien bij slecht weer of zijn het verluchtingskapjes, het kan ook. Op de grond voor de werkplaats nog een anker dat zoals bij die andere bouwkraan wordt gebruikt als tegengewicht.

Wat de rode vlekken binnen zijn (vuur? bezoekers?), is mij niet duidelijk maar de details gaan wel zo ver als dat de Y-vorm die het dank ondersteunt niet is vergeten.

Let ook even op de kar links onder. Die is zo goed als transparant. Kan er een verkleuring opgetreden zijn? Een beetje dieper in het schilderij staat een transparante schuur die doet denken aan een serre al lijkt me dat voor die tijd wel erg vooruitstrevend

Bosch vs Bruegel

Gisteren stond ik oog in oog met een replica van De tuin der lusten van Jeroen Bosch. Natuurlijk is dat likkebaarden. Kijken, kijken en nog ’s kijken. De vele miniatuurtaferelen samen geplakt tot een groot geheel. Ergens zwevend tussen goed en kwaad. Indrukwekkend en groot. Ik pas zelf zeker 4 of 5 keer in het schilderij.

Tot voor kort zou ik Bosch opgehemeld hebben, boven Bruegel. Bruegel (1525-1569) is tenslotte een nakomeling van Bosch (1450 – 1516). Ze hebben mekaar nooit gekend maar Pieter Bruegel de Oude kende duidelijk wel het werk van Bosch. Kleine rechtzetting over eerdere blog; Pieter Bruegel kende Rubens (1577-1640) niet! Ook deze twee monumenten hebben mekaar “gekruist”. Dus het schilderij uit het Mauritshuis is niet van Pieter Bruegel de Oude maar wel van Jan Bruegel de Oude (zoon van Pieter) en broer van Pieter Bruegel de Jonge (zie stamboom).

Maar goed, dat Pieter Bruegel het werk van Bosch kende daar twijfel ik niet aan. Wat mij – bij nadere studie – wel opvalt is dat Bruegel veel fijner werkte dan Bosch. Nederlanders noemen het graag “virtuoos”. Het is hoe je’t wil benoemen maar als ik in details kijk, dan zie ik in Bruegel’s werk zaken die zo fijn geschilderd zijn dat ik ze met mijn fijne potloodpunt niet aankan. Stel u maar al de ergernis voor wanneer ik aan mijn tekentafel zit…Die details herken ik niet bij Bosch. Of anders gezegd, Bosch schildert erg kleine figuren maar ze zijn grof, suggestief uitgewerkt…Virtuoos geschilderd. Bruegel is daarentegen één en al controle. Tot in de kleinste, zelfs onzichtbare (overschilderde) details.

In de top 100 van de beste kunstenaars allertijden stijgt Brugel daarom met minstens 1 plaats en kopt Bosch.