STADSWACHT (17): …VAN VERLANGEN

We schuiven gestaag op en zodoende kan ik aan de 2e brandweervrouw in de tekening beginnen. Zij neemt op mijn beeld de rol op van de 2e schutter die zijn wapen afvuurt. De brandweervrouw heeft een blustoestel in de aanslag, klaar om die (kleine) brand aan te pakken.

In plaats van uitleg te geven over schieten en hoe dat moet, wil ik toch wel effe kort de gevaren van een huisbrand onder de aandacht brengen. Wat ik nog altijd het meest handige blusmiddel in huis vind, is een branddeken of blusdeken. Veel meer dan een klassieke blusser kan je met een beetje handigheid een brandje blussen met een deken. Ik denk dan spontaan aan de friteuse die vuur vat. Met een poederblusser (of andere) moet je toch al wat techniek kennen (als je al het juiste toestel vast hebt). Een blusdeken heb snel bij de hand en is ook – in paniek – gemakkelijk over het vuur gelegd. Een blustoestel zoals de brandweervrouw op de tekening in handen heeft, is al een ferm groot om in huis te hebben. Zelfs die van de auto’s zijn veel kleiner.

Maar hanteer vooral als gouden regel: als het brand ga dan zo snel mogelijk naar buiten (thuis, op het werk, in de supermarkt, whatever). Bel 112, meld je naam en adres en zeg meteen waar het om gaat. Zijn er nog mensen of dieren binnen, zeg dat dan ook direct. Meer info over brand en Brandweer kan je lezen op de website https://brandweerzonecentrum.be/

Terug naar de tekening, want daar draait het toch allemaal om 😉 Voorlopige tussenstand zie je hieronder. Tiens…het valt mij nu pas op dat ik de legerhelm ben vergeten inkleuren. Mah seg! Te noteren op mijn TO DO-lijstje 🙂

STADSWACHT (16): FRIVOLITEITEN

En we doen verder aan de #stadswacht. Het wordt moeilijker…mentaal gezien dan. De uitdaging is er zo wat af met de portretten en het inkleuren van de kledij loopt niet zo snel dan verwacht.

Toch kreeg ik een frivole boost met het inkleuren van het hemd van onze “Banninck Cocq“. Bij G. word ik altijd vrolijk van zijn hemden. Ze zijn altijd versierd met tropische, feestelijke motiefjes. Ik had dan ook gevraagd voor deze gelegenheid zeker één van zijn hemden aan te trekken. Ik had het eerst niet echt door maar tussen de planten en bloemen zitten ook vogels verborgen. Zalig om te tekenen 🙂

En dan was er nog W. zijn outfit! W. verwerkt administratie op de dienst. Voornamelijk facturatie. Voor de kledij had iedereen de opdracht gekregen om zijn/haar figuur van het schilderij van de Nachtwacht goed te bekijken en zelf iets aan te trekken dat er naartoe gaat maar dan ook weer niet te carnavalesk.

W. kwam op de dag van de shoot met zijn eigen legerkostuum op de proppen. Op zijn minst een verrassende keuze. Ging dat wel passen in het geheel? Maar dan weer, moet een vaandeldrager niet een beetje “speciaal” zijn? Wat is een compagnie als de vaandeldrager al niet opvalt? Een prima keuze qua kledij dus 😉

In afwachting tot de volgende blog zoek ik nog ’s op wie W. nu precies reïncarneert. Het gaat om Jan Visscher Cornelisen (met 1 s?). Veel vind ik niet over hem, over zijn functie vind ik wel interessante informatie.

Niet iedereen kan zomaar vaandeldrager bij de schutterij worden. Je moet uit een vermogende familie komen en vrijgezel zijn. De vaandeldrager loopt immers altijd voorop in de strijd. Mocht hij daarbij om het leven komen dan blijven er in ieder geval geen rouwende vrouw en kinderen achter.

Jan Visscher Cornelissen is zo’n welgestelde vrijgezel en wordt in 1637 vaandeldrager van de compagnie. Men omschrijft hem als een goed opgeleide koopman met een onderzoekende geest en brede interesses. Bovendien heeft hij een grote verzameling boeken, schilderijen en tekeningen. Cornelisen is met zijn goede reputatie het perfecte paradepaardje voor de schutterij. In de Nachtwacht krijgt hij dan ook een glansrol vol in het licht.

En de “waterbergen” die zijn gelukkig helemaal verdwenen…Niets van last meer van. Oef! Dat was toch effe billen knijpen.

STADSWACHT (15): WET WET WET

Terug van Kunst in het Dorp beslis ik om na een paar dagen rust de tekeningen van hun bubbelfolie te ontdoen en ze maar ’s naast mekaar op te stellen. Dit is nodig om de overlappende figuren uniform in te kleuren. Er zou anders wel eens een kleurverschil tussen beide panelen kunnen ontstaan.

Maar bij het lossnijden van de verpakking valt me op dat deze nog langs binnen nat is. Bij de afbouw van Kunst in het Dorp regende het (nogal hard) maar intussen waren we wel al 4 dagen verder en zo veel water had ik nu ook weer niet verwacht… Damagecontrol: van het linkse paneel is voor 3/4 van de hoogte een strook van 5cm kletsnat papier. KAK! En natuurlijk kon het niet anders dan dat dat de rechtse kant (dus vlak naast de scheiding van beide panelen) moest zijn.

Met een lamp en scheluw licht was het direct zichtbaar: opgeblazen papier in een fijne strook loopt als een dartel riviertje over de tekening. Er kunnen erge dingen gebeuren bij een transport maar dit hier had ik mij nu ook weer niet aan verwacht.

Met een papieren verdoezelaar probeer ik de “bergwand” aan opgeblazen papier plat te drukken hopende dat, wanneer het papier droogt, het terug tegen de rug zal kleven. Tegelijk denk ik na over mogelijke technieken die ik nog zou kunnen toepassen om tijdens het drogen het papier toch opgespannen te krijgen. Ik denk aan dingen die ik eerder heb toegepast op doeken en op papieren wanneer ik met water werk maar ik kan momenteel niets beters bedenken dan heel zachtjes drukken op de verhoging. (Ik had ervoor geprobeerd met een deegrol de bergketen plat te rollen maar dat had geen effect).

De dag later is het papier gelukkig al droog en “het probleem” is bijna niet meer te zien. Ik leg er mij bij neer en reken er op dat – eens de zone ingekleurd zal zijn – er niets meer van te zien is. Dat is dan finaal nog het grote geluk: de natte zone was nog niet ingekleurd of althans niet met wateroplosbaar materiaal. De aquarelpotloden waarmee ik werk zijn zo goed dat bij de minste drup of spat ze oplossen. Zalig om mee te werken maar niet wanneer het voorvalt zoals hier.

Enfin, na alweer flink wat uren getekend zijn we toch een paar stappen verder dan de beginfoto van deze blog. Ik help je wat met de 10 verschillen: de figuur met zwarte hoed achteraan heeft nu een volledig zwarte pull aan, de man de groene vest heeft een broek aan (allez, hij had die al aan maar nu heeft ze ook een kleur), de dame links achteraan haar kledij + haar is ingekleurd, de frontman zijn linkerhand werd uitgewerkt en een goede aanzet van zijn rechterhand werd getekend, het jasje werd (in geel) uitgewerkt.

De Nationale Expo: leven! (stem je effe?)

Na een weekje talmen (ik weet begot niet waar ik nog energie blijf halen) heb ik dan toch beslist om deel te nemen aan De Nationale Expo 2022. Net zoals vorig jaar is het een stemwedstrijd, dit jaar met als finale prijs “de eeuwige glorie om in het KMSKA te exposeren”. Dit jaar zijn er meer kansen op succes (2×50) maar het blijft wel een wedstrijd, een competitie.

In tegenstelling tot vorig jaar is er dit jaar een thema. Het werk moet verband houden met Aanbidding door de Koningen door Pieter-Paul Rubens. Ik zou liefst van al iets op maat maken. Want ik kan dat 😉 Ik deed dat ook vorig jaar. Maar tijd dringt hier en als er nu iets is wat gemaakt is met een terugblik naar de Vlaamse kunst, naar het thema geboorte of moeder en kind, is het wel mijn triptiek van het leven. Als geen ander werk (sorry vrienden kunstenaars) zet ik met deze triptiek elke moeder (ook de mijne) in de bloemetjes. En vergeet niet: dit werk is helemaal gemaakt met potlood en meet 140x190cm!

Je kan maar 1x op een werk stemmen maar je kan wel op meerdere werken stemmen. Je moet je dus niet inhouden of twijfelen wanneer je nog andere werken mooi vindt. Maak je eigen collectie voor het KMSKA 🙂 Om stemfraude te vermijden moet je wel registreren op de site maar je kan ook eenvoudigweg inloggen met je Facebookaccount. Link naar mijn inzending. Klik hier voor meer info over hoe je kan stemmen.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

STADSWACHT (13): HET LAATSTE PORTRET

Bij deze blog het laatste portret van de reeks. Dat is als ik de hond rechtsonder niet mee in rekening breng 😉 Het is een blog met enige vertraging want ik was vorige woensdag hard aan het inhalen voor de komende expo/tekendemonstratie te Bellingen van 10-18 september. Dit weekend verhuizen de panelen samen met de ezels, licht, verlengkabels en de hele reutemeteut aan potloden dus naar Bellingen voor Kunst in het Dorp.

Het laatste portret maakt de cirkel aan gezichten rond. Het is portret van Brecht en hij komt links op dit paneel en dus vlak naast de hoofdfiguur van het andere paneel te staan. Brecht neemt de rol van Willem van Ruytenburch op. Een lans of speer in de hand zou voor een medewerker van de stad niet echt gepast zijn. En al zeker niet wanneer je met kinderen werkt. Na enkele dagen denkwerk kwamen we op het idee om Brecht zijn uitschuifbare of telescopische ladder te laten gebruiken als surrogaat lans. Brecht is onze specialist in asbest (als hij het niet weet, dan weet niemand het) maar tegelijk zorgt hij ook voor de installatie en onderhoud van branddetectiecentrales. Dus in die jobs gebruikt Brecht wel met regelmaat zijn uitschuifbare ladder.

Bij het opzetten van het portret van Brecht deze keer geen fouten! Effe koppiekoppie er bij houden en keurig alle stapjes in het proces afwerken. Met het portret van C. heb ik wel mijn lesje geleerd: dat van haast en spoed enzo 😉

Het verloop van het opzetten van het gezicht vind ik achteraf altijd wel boeiend om te terug te zien. Ik geef toe dat, terwijl ik er aan werk, ik me niet zo bewust ben van het grote verschil. Ik ben zo gefocust om het beeld zo realistisch mogelijk overbrengen dat ik niet echt bezig ben met “het verschil” te maken. Al weet ik ook wel dat het achteraf wel een verschil maakt. Maar laten we effe terug gaan naar het begin.

Er was eens…zo’n 2 maanden geleden een schets van 2 heren, centraal op beide panelen, elk op hun eigen paneel.

Bij het opzetten van de grijze portretten zie je dat ik hier en daar nog nieuwe structuurlijnen zet om de verhoudingen zo goed mogelijk onder controle te houden. Die lijnen verdwijnen achteraf wel weer. In de bovenstaande reeks staat de laatste foto op de juiste plaats. Dit is de “gegomde” versie van de uitgewerkte grisaille links ervan. Ik maak de tekening daarmee weer lichter om dan de kleurenversie beter te laten doorkomen.

Eens ingekleurd wordt de bijna onzichtbare schets van begin deze zomer een heel andere tekening….

Om het publiek toch al iets van de achtergrond te kunnen tonen ben ik dus, na het portret, ook daar aan begonnen. Maar dat vertel ik je in een volgende blog, dan heb je nog wat te lezen voor er foto’s van tijdens de tekendemo komen. Of misschien maak ik er wel een “livestreampje” van, wie weet 🙂

Wil je nog een beetje meer weten over Willem van Ruytenburch, dan kan je hieronder nog wat verder lezen 😉

Als zoon van een handelaar in Oosterse producten, wordt Willem geboren in een simpele, maar welvarende familie. Zijn vader bouwt in 1606 een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Hij noemt het pand ‘Ruytenburch’ en de familie neemt de elitair klinkende naam over als achternaam. In 1611 breidt zijn vader de titel verder uit als hij de rechten koopt om heer van Vlaardingen en Vlaardingen-Ambacht te worden.

Willem erft de titel en het bijbehorende landhuis na de dood van zijn vader. De naam is dan wel volledig bij elkaar geraapt; Willem van Ruytenburch van Vlaardingen draagt hem met trots. Toch ambieert hij nog meer aanzien. In 1632 overtuigt hij een oudere vrouw om onder ede vals te verklaren dat de voorouders van Willem uit het Brabantse Budel komen en van adel zijn.

Een paar jaar later wordt Van Ruytenburch wethouder in Amsterdam en luitenant bij de compagnie van Frans Banninck Cocq, maar dat maakte hem nog steeds geen man van grote betekenis. Hij mag dan nu zogenaamd van adel zijn, maar is geen bloedverwant van de heersende families in de stad.

In 1647 vertrekt hij voorgoed uit Amsterdam en vestigt zich in Den Haag en Vlaardingen. Hier sterft Wilhem in 1652, niet wetend dat hij eeuwen later als ‘de man in het geel’ alsnog de faam zou verwerven waar hij zo naar verlangde.

STADSWACHT (12): Je kan niet zonder

Ik skip enkele portretten. De reeks loopt vlot. Ik moet er nog eentje afwerken en alle “koppen” staan er op. Dan moet ik nog zien wat ik eerst ga doen: of ik herneem de eerste 3 portretten om ze af te stemmen (qua kleurteint) met de rest of ik werk aan het decor. Momenteel gok ik erop dat ik eerder eerst op het decor ga inzetten om toch eens iets anders te gaan doen. Tegelijk zal het geheel ook wat meer vorm krijgen. Het moet toch “iets” zijn om te tonen op Kunst in het Dorp, begin september, in Bellingen. Kom je eens langs voor een babbel over het werk, over de techniek of gewoon over koetjesvoetbal?

In een organisatie, zeker in de grote, is het belangrijk dat de agenda’s vlot lopen. Dat je een “fixer” aan boord hebt en tegelijk iemand die – nu net door het inzicht in al die agenda’s – discreet genoeg is. Een mix tussen iemand die altijd bereikbaar is maar tegelijk ook geheimen kan bewaren alsof ze in Fort Knox lagen. C. is zo iemand. Ze staat dan ook niet voor niets met de computer in de hand. Ze is de persoon waar je altijd kan op rekenen, staat altijd klaar met een lach of een leuke opmerking. Of met een glas wijn, gin, cava,…als er maar alcohol in zit 😉 😉 😉

Ik vind het vanuit mezelf dan ook belangrijk dat C. er zeker goed op staat. En die lat zo hoog leggen was, verdorie nog aan toe zeg, niet vanzelfsprekend. Door mijn enthousiasme de stomme fout gemaakt van het gezicht een fond de teint te geven (zoals ik dat ook met alle andere gezicht heb gedaan) en dan open wrijven om egaal te verdelen waardoor…mijn hele basistekening de mist in ging. Ah ja…bij de andere heb ik telkens eerst de ruwe schets verder uitgewerkt en dan de doodverf aangebracht. Dat had ik hier niet gedaan waardoor de hele schets (die heel licht op het papier wordt aangebracht) verdween. KAK!

Dat wou dus zeggen dat ik het hele portret moest reconstrueren zo goed als van nul. Lijnen versmelten en basislijnen vermengen zich met schaduwlijnen… Ik denk dat ik zo van de kaart was dat ik er gewoonweg geen foto’s van heb gemaakt. Maar ik illustreer het even adhv een ander portret met links de uitgewerkte schets, daarna de doodverf-kleur en daarna de inkleuring.

Na vele uren tekenen stond C. eindelijk in beeld.

Maar ik was helemaal niet tevreden met het portret. In mijn eerste gedachte zat het rechtse oog niet goed, maar toen ik mijn hand over de helft van het gezicht deed, bleek dat eerder het linkse oog te zijn. Na controle met de computer (daar zijn programma’s voor hé 😉 Je hebt techniek en kennis nodig om er iets sneller door te geraken. Voor de impressie had ik ook de hoed al mee ingekleurd. Zo’n groot donker vlak kan immers heel veel invloed hebben op de indruk die je van een portret krijgt. De complexiteit komt snel naar boven. C. kijkt naar haar computerscherm, het rechteroog kijkt eerder in de verte en het linkse oog kijkt in mijn tekening zowat alle richtingen uit maar zeker niet naar het computerscherm. Door het gedraaide hoofd is de positie van de traankanalen ook niet correct….Ik laat het een nachtje rusten, wat afstand nemen. Morgen werk ik dit af.

Na de nacht begin ik er aan. Eerst, om wakker te worden, een aflevering van “historisch bewijs” erdoor jagen. Een zalig nieuwe reeks op NPO. Waar blijven de Belgen/Vlamingen met hun documentaires rond onderzoek van eigen cultuurhistorisch patrimonium? Djeezes, ik moet echt naar NL gaan wonen…

Op de foto’s hierboven kan je zien waar ik aan werk: de gezichtslijn/contour links is een paar millimeter verschoven waardoor het gezicht smaller/scherper wordt. Het linkse oog is weggegomd, de keel is een paar millimeter smaller geworden. Ik werk de mondhoek rechts ook nog wat bij. De linkse lijn, vertrekkende van de oorlel, schuift een ietsiepitsie op naar links waardoor ook de kaaklijn iets beter gaat uitkomen. Check! 2uur verder het resultaat (rechts voor wie er nog moest aan twijfelen 😛 ) Ik vind het geslaagd: de ogen kijken nu duidelijk naar het scherm, C. oogt stukken sympathieker dan de versie van gisteren (zo kennen we C. wel) en de glimlach is iets breder 😉 Snel snel nog effe ook het scherm en beetje kledij ingekleurd. Ik werk er later nog aan. Rest nog 1 portret te gaan…

STADSWACHT (11): DE TOFFE BENDE 2

Na een weekje “rust” in Denemarken (misschien daarover later meer) ben ik terug aan de slag met tekenen. Effe afstand nemen van een tekening is altijd goed en tegelijk is het het eeuwige dilemma dat terwijl je afstand neemt, er ook geen vooruitgang is. Maar de zomer is nog niet voorbij, dus no sweat. En dan nog…als ik moet kiezen, dan duurt het tot in de herfst voor de tekening klaar is. First things first nietwaar 😉

Ik heb verder gewerkt op de kop waar ik bij vorige blog zo over twijfelde. Ik heb ‘m in grijs “opgeschoond” om het met Windows-termen te zeggen en dan opnieuw verdiept met grijs. Daarna de kleuren goed bestudeerd en er aan begonnen. Ik ben best tevreden met het resultaat 🙂

Daarmee geef ik ineens ook de andere 2 koppen van deze toffe bende (waarvan ik de indruk blijf hebben dat ze tijdens de sessie wel veel plezier hadden) prijs. Meer fotodetails over de opbouw van deze portretten hieronder.

De rechtse figuur – hier opgenomen door K – houdt statig een rol papier vast. Als dienst die met heel wat architecten samenwerkt zijn bouwkundige plannen, technische schema’s of eenvoudige uitvoeringsschetsen dagelijkse kost. Al liggen er vandaag nog zelden papieren plannen op onze bureaus. In de regel wordt alles met de computer getekend en op het netwerk opgeslagen. Zodoende zijn de plannen of schema’s snel en makkelijk bereikbaar en kan er ook gemakkelijk een historiek worden van bijgehouden.

In het schilderij wordt de plek van K ingevuld door Walich Schellingwou. Blijkbaar heeft deze mijnheer ook een eigen Facebookpagina. Ik laat u raden wie zijn vriendjes zijn… 😉

Walich Schellingwou komt uit een familie van rijke stoffenhandelaren, die al generaties lang handel drijft vanaf de Nieuwendijk in Amsterdam. Tegen de familietraditie in wordt Walich wijnhandelaar, maar volgt verder wel zijn vaders voorbeeld en sluit zich aan bij de compagnie van Frans Banninck Cocq.

Uit een oude boedelinventaris blijkt dat Walich een piek in huis had. Hiermee wordt zijn functie als piekenier, zoals hij ook staat afgebeeld in de Nachtwacht, bevestigd. Een paar jaar na de voltooiing van de Nachtwacht lopen de zaken voorspoedig, dus verhuist de familie Schellingwou naar de prestigieuze Herengracht. Hier overlijdt Walich in 1653.

In 1772 duikt er een portret van hem op in de handen van tsarina Catherina de Grote van Rusland. Ze denkt dat ze een echte Rembrandt op de kop heeft getikt, maar al snel blijkt de handtekening op het doek nep.

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!

Stadswacht (10): de achtergrond

Ik liet al een paar keer vallen dat ik tijdens het tekenen wel mijmer, denk over wat de volgende stappen zijn, hoe ik die ga aanpakken, etc etc. Eentje dat mij al een tijd bezig hield was het decor. Zo’n groep mensen kan je toch niet voor een vlakke achtergrond zetten?!? De muur in silicaatsteen (zie oorspronkelijke foto) zag ik ook niet echt zitten. Terug naar het schilderij van Rembrandt. Daar zien we een muur met een grote doorgang bijna in het midden. AHAAAAAAAA, ontdekking!!! Heb je ’t ook gezien???

Hierboven het originele schilderij (links) en de kopie (rechts). Is het je opgevallen dat de lijst met namen die in het deurgat hangt niet werd overgenomen? Tussen deze blog en de vorige viel mijn oog op deze lijst (bij de vorige blog zei ik nog dat ergens op het schilderij de naam van Bannick Cocq moest staan maar ik wist toen niet waar). Het is wel erg donker en je moet al een hoge resolutiefoto hebben om de namen te kunnen lezen.

Maar terug naar mijn issue van deze blog: het decor voor mijn tekening. Als ik het decor van Rembrandt wil benaderen én ik wil rekening houden met het opzet van deze groep (zijnde in functie staan van de Gentse scholen), dan zou ik iets in die context moeten vinden… Ik heb daarom meerdere Gentse stadsscholen bekeken om na te gaan of er iets historisch interessant aan was, niet al te modern (dat zou te veel afsteken met het schilderij) waar ik deze groep zou kunnen voor plaatsen.

De voormalige inkompoort van De Feniks (Acaciastraat) was het eerste waar ik aan dacht maar achteraf gezien leek me die poort een beetje saai…Het CVO aan de Antonius Triestlaan daarentegen…Dat is nog ’s een interessante gevel.

Maar al snel vind ik de zij-ingang met het groen ook best aantrekkelijk. Ik ben er toch, dus neem ik meerdere foto’s om achteraf de test/collage met de computer uit te proberen. Ik gooi Acaciastraat en CVO in competitie met mekaar…

Maar diep vanbinnen is er iets dat me zegt dat het nog niet goed genoeg is. Het kan beter. Dan kom ik op het idee om het Gentse stadhuis op de achtergrond te zetten. Dat is op zich ook wel aanvaardbaar, tenslotte werken al deze mensen voor de stad (op de een of andere manier). Het Gentse stadhuis heeft meerdere ingangen. Dat valt niet altijd zo op als je enkel de hoofdingang kent. Wie een beetje van Gent is, die kent ook de praal-zij-ingang langswaar de trouwers meestal binnen komen. Ik neem die als doel. De hoofdingang vind ik te bombastisch, de andere ingangen zijn te sober, de praalingang past prima. Met een foto van tijdens de Gentse Feesten doe ik al een eerste gooi naar wat het zou kunnen worden…

Echt blij word ik er niet van. De 2 inkomdeuren boven het tafereel staan er wat lullig bij maar het geheel past wel in mijn opzet en past ook wel in de achtergrond van het originele schilderij. Ik slaap er een nachtje over…

De nacht heeft raad gebracht! Ik krijg het idee om de hele groep met vloer en al op het niveau van de 2 deuren te tillen. Zodoende komen ze hoger te staan en klopt het plaatje beter. Alleen die halve posturen links en rechts van de deuren zijn wat zielig, daar kan ik misschien nog iets aan doen… Maar op het schilderij staat feitelijk maar 1 grote centrale ingang. Wat zou het geven als ik van die 2 deuren 1 grote poort zou maken? Nekeer proberen…

Goh ja…maar neen toch maar niet…het is te massief, te veel poort en ik vrees een beetje dat het op tekening de indruk zou kunnen geven dat het om een groot gordijn ofzo gaat. Een podium van een toneel. Ik vind het op foto al verwarrend, onduidelijk…Dus toch maar de 2 deuren. De verhoogde vloer blijf ik wel behouden. De borstwering (balustrade voor de Vlamingen) plaats ik tussen de achterste rij mensen en de 3 voorste rijen. Ik trek ze ook links en rechts (bijna niet te zien) door zodat de 2 dames links in beeld zogezegd leunen op de borstwering.

Ja! Deze versie zal het worden. De halve beelden werk ik in de tekening niet weg, een half beeld vind ik toch niet “je van het”. Hopelijk lukt ’t om dit allemaal goed in beeld te krijgen…Fingers crossed…

Na al dit knip- en plakwerk, heen-en-weer gerij naar het centrum en terug heb ik mijn collage klaar. 5 uur verder heb ik ook de schets op/over de tekening gezet. Het lijken op foto allemaal zo eenvoudige stapjes maar wat vraagt dit f*ckin’ veel tijd zeg… Nog maar eens de hele living overhoop gooien om beide panelen weer naast mekaar te kunnen zetten, kwestie van alles symmetrisch in beeld te zetten…

Stadswacht (09): Cocq met Co…cq

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een van de meest centrale en opvallende figuren in De Nachtwacht is natuurlijk Frans Banninck Cocq. Hij de linkse van de 2 figuren in het midden. Frans zijn ouders waren nogal ambitieus inzake politieke carrière en namen daarvoor de familienaam van zijn grootvader langs moederszijde aan ipv die van zijn vader. Hijzelf schreef zijn naam niet als Banning of Banningh maar als Banninck. Frans was voorbestemd om Amsterdams regent te worden. Volgens Wikipedia zou zijn naam als “Banning Cocq” op het schilderij vermeld zijn.

Noot: ik vind toch wel een opvallend verschil in expressie tussen de Frans van de reconstructie en die van Rembrandt. Natuurlijk met groot respect voor de nieuwe versie maar de expressie, de richting van de ogen, de klein beetje geopende mond en de kleuren van het gelaat zijn toch lichtjes anders dan bij het origineel.

Frans draagt een “roting” een stok gemaakt van rotan en teken van luxe en waardigheid. Het meest besproken onderwerp voor Frans is allicht zijn uitgestoken hand. Dat geeft het schilderij niet alleen een soort diepte-effect mee maar nodigt zowel de compagnie als de kijker uit om mekaar te ontmoeten. Frans heeft er speciaal zijn handschoen voor uitgetrokken, dus we zijn meer dan welkom. Maar de hand van Frans, en vooral de schaduw ervan, zorgt voor veel discussie. De brave mensen zeggen dat de schaduw verwijst naar de XXX de 3X-en staan symbool voor Amsterdam. Ook vandaag nog zijn de XXX-en overal in Amsterdam te zien. De iets stoutere tongen beweren dat de schaduw eerder naar het kruis van zijn compagnon wijst alsof ze een relatie zouden hebben. Kan zijn, wie weet. Hebben wij daar een probleem mee? Nope 😉 Als ze maar gelukkig (geweest) zijn…

Terug naar mijn versie.

Elk persoon op deze tekening is van grote waarde. Het zijn allemaal specialisten die ervoor zorgen dat de (Gentse) kinderen veilig op een (stads)school kunnen zitten. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het patrimonium is al eens “historisch” te noemen en dat maakt van een gebouw meer een uitdaging dan een huishouding. Wie waar staat op mijn tekening is niet helemaal ad random maar voor de meeste personages is dat wel het geval. Gérard kon ik onmogelijk NIET casten voor de rol van Banninck Cocq aangezien hij met zijn lange haren, baard en snor dé perfecte typecast is. Gérard bekommert zich binnen het team van Facility Management Onderwijs van de Stad Gent over alles wat met sanitair, verwarming en luchtverversing te maken heeft. En dat is een hele verantwoordelijkheid, trust me. Ik bespaar u – als basis preventieadviseur – de mogelijke zaken waar ge uw kind niet wilt mee confronteren als het op sanitair, verwarming of (binnenhuis)luchtkwaliteit neerkomt. Het recent plaatsen van de CO2-meters in de klassen spreekt boekdelen over de luchtkwaliteit. Awel, Gérard en zijn team, die zorgen er (mee) voor dat die kwaliteit binnen de normen blijft.

De verder opbouw van de tekening loopt redelijk goed. Niet snel maar wel goed. Nog enkele foto’s van hoe het werk vordert en hoe Gérard van de blonde god Thor toch terug tot de aarde kwam…

Stadswacht (08): mascotte 

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

De portretten vorderen gestaag. Het is en blijft telkens veel werk. Elk portret werk ik eerst in grijs uit in detail. Daardoor worden de grijze lijnen ook dikker. Dan veeg ik het geheel weer grotendeels weg (waardoor de lijnen weer lichter worden) en vul ik het gezicht in met kleur. Redelijk intensief. Hier en daar begin ik ook wel eens te twijfelen aan kleuren. Vooral die van de ogen. Ik ga de komende weken wel eens een paar mensen dieper in hun ogen kijken dan ik gewoon ben vrees ik 😉

Maar kijk de groep gaat goed vooruit. 9 personen van de 14 op deze kant van het werk. Voor wie er maar 7 telt…Achter het meisje vooraan in het midden staat nog een jongen 😉

En over dat meisje wordt in de literatuur wel héél veel verteld. Of liever gespeculeerd. Het meisje stelt de mascotte van deze wijk voor.

Ze staat links van Banninck Cocq. Al een eerste verwijzing naar de vogel die ze aan haar zij heeft hangen? 😉 Niet echt. Dat is eerder toevallig (denk ik). Ze is de personificatie van de kloversgilde omdat de klauwen van de kip verwijzen naar de gouden klauw. Dat is het embleem van de gilde. Ik begrijp de link tussen de klauwen en de klover niet echt. Een klover is een soort primitief musketgeweer (in’t Suskes&Wiskes “een knalbus” 😉 ). Voor mij is daar niet direct een link met een kip. Of zou het een klanknabootsing zijn? Klonk “klover” destijds een beetje gelijk “klauwen”? Het pistool verwijst in ieder geval weer naar de schutterij. Het kind achter het meisje is eigenlijk ook een meisje maar in mijn versie maak ik er een jongen van 🙂

Het meisje op het schilderij draagt een brokaten jurk (meer weten over brokaat? klik hier) met een schoudermanteltje erboven. Vermoedelijk is het meisje iemand die meetrok met het leger om koopwaar te slijten. Ze is in dit geval eerder op te vatten als een symbolisch personage. Men stelt wel eens dat Saskia, de vrouw van Rembrandt, model stond voor dit meisje. Er is wel enige gelijkenis afgaande op zijn andere schilderijen van haar. De bijzondere kaaklijn van Saskia komt duidelijk in beide gezichten terug. Deze stelling krijgt nog meer kracht wanneer we zien dat Rembrandt zijn handtekening net onder haar voet werd gezet. Hij ligt, als het ware, aan haar voeten (of onder de sloef, gelijk ge’t wilt zien 😛 )

In mijn versie kleurt Jade het paneel. Ook zij speelt hier, samen met een aantal andere kinderen, een belangrijke rol. Deze pientere jonge dame stond model voor onze mascotte. In mijn tekening staat ze symbool voor de schoolgaande jeugd. De hele groep aan mensen die hier klaar staat om in actie te treden staat namelijk in dienst van de Gentse stadsscholen en jeugdhuizen. Een geel gouden kleed hadden we niet ter beschikking maar haar communie-kledij paste perfect en wie weet wat ik er nog kan van maken. Dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskinderen 😉 Al vrees ik dat ik er geen kippenpoot ga aan hangen.

Stadswacht (07): the bigger, the better!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Terwijl ik verder teken aan de portretten mijmer ik over hoe Rembrandt zijn opzet, zijn opbouw zou gedaan hebben. “The bigger the better” heb ik al een paar keer gedacht. Het uittekenen van de gezichten is zo verfijnd en vraagt zoveel aandacht/concentratie dat ik (sorry Brecht) nog maar ’s tot de conclusie kom: hoe groter het werk, hoe gemakkelijker het tekent. De “millimeterfout” is minder erg als een portret groter is van formaat dan wanneer het kleiner is. Je hebt ’t gewoon meer onder controle.

Dus mijn conclusie: de schuttersstukken zijn niet alleen “groot” om “groots” te zijn maar evengoed simpelweg omdat het handiger is om al die gezichten er goed op te krijgen. Oei…heb ik nu alweer een open deur ingestampt?

Een andere deur waarover ik denk is de compositie. Als ik zie hoeveel tijd en overpijnzingen ik nodig had om tot dit werk te komen…rekening houdende met het feit dat ik de luxe heb om met foto’s te kunnen werken…dan lijkt het me zo goed als onmogelijk dat Rembradt “from scratch” en zonder echt veel grote aanpassingen zijn Nachtwacht heeft kunnen maken. Alvast mijn excuses aan alle Nederlanders en de onderzoekers maar zo’n werk zonder maar één klein schetske op papier? Zonder kleine voorstudie van het schilderij op doek (zoals er van Rubens meerdere zijn bewaard)? Mensen die (veel) geld betalen om hun gezicht op De Nachtwacht te krijgen zonder op voorhand te weten hoe ze er gaan opstaan en vooral op welke plaats (want de plaats stond toch gelijk aan prestige). Ik geloof er niks van!

Zeker Rembrandt kennende. Hij had een reputatie. De reputatie van een geweldig getalenteerd portret- & scèneschilder te zijn. Maar tegelijk ook de reputatie van – wat we in Vlaanderen noemen – “ne goestendoener” te zijn. Wou je iets “out of the ordinary” maar écht top, dan moest je bij Rembrandt zijn. Maar dat een schuttersgroep in zijn geheel blindelings, zonder maar ook één klein schetske, dit resultaat zou aanvaarden tegen afschuwelijk veel geld: ik geloof het niet. Nog niet overtuigt? Vraag dan eens aan de Nederlander hoe blindelings hij geld uitgeeft 😉

Als derde argument weten we dat Rembrandt, net als Rubens of Hals of andere groten, werkte met studenten. Studenten maakten “de meester”. Je bent geen meester als je niet voor een klas kan staan. De Nachtwacht heeft – in mijn beleving – Rembrant zeker niet alleen geschilderd. Ik merk zelf des te meer dat werken, organiseren, verkopen, je netwerk uitbouwen,…voor één man alleen totaal onmogelijk is. OK, hij had zijn zoon en vrouw die meewerkten (ik durf nu niet meteen te stellen dat ze al meewerkten ten tijde van De Nachtwacht) maar dan nog, lijkt me dat het maken van dit soort schilderijen onmogelijk is zonder hulp van medeschilders. Als die willen weten hoe de zaak er zal uitzien, is een ontwerp essentieel. Al was het maar domweg op een A3tje wat gekribbel. Zonder verlies je het overzicht over het geheel.

Dus conclusies: groter werken is imposant maar ook leuker om te doen en Rembrandt maakte wel een schets. Nèh! Geschiedenis herschreven 😉

Stadswacht (06): de eerste portretten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Een paar dagen later werk ik verder aan het opzetten van het totaal aan figuren. Ik dacht dat dit sneller zou gaan met de ervaring maar in de werkelijkheid blijft het een erg traag proces om slechts een ruwe schets van iedere figuur op het paneel te krijgen. Toch wordt het nu echt wel een beeld waarbij ik nu al voel dat je “in het schilderij” instapt. Veel indrukwekkender dan De Nachtwacht. Ooooh, niet dat ik me daarmee meet maar bij deze tekening sta ik er zo dicht bij dat het ook veel “instapklaarder” wordt dan wanneer je op vele meters afstand staat (zoals in het Rijksmuseum). Ik probeer de tekening in de inkomhall te parkeren maar helaas, dat lukt niet. Beide panelen overlappen mekaar voor centimeters. Terug naar de living dan maar. Beetje een Galatea-gevoel

Na het schetsen moet er natuurlijk getekend en ingekleurd worden. Omdat het zo’n groot werk betreft (en ik toch nog niet echt gewoon ben om zoveel personen op 1 blad te zetten), volg ik het patroon van de reconstructie van De Nachtwacht en begin maar met het inkleuren van de gezichten.

Een “doodverf” moet ik niet aanbrengen. Ik zou dat wel kunnen doen (zie de blogs rond het portret van Jos) maar ‘k heb er geen goesting en geen tijd voor. In tegenstelling tot de schilders heb ik het wit van het papier te veel nodig als “loodwit” omdat het papier een andere reflectie heeft van wit dan ingekleurd wit (potlood, krijt,…niets is zo fel als het wit van het papier).

Per tekening hou ik normaal een groepje kleurpotloden apart voor de huidskleur. Dat groepje verschilt per tekening maar binnen dezelfde tekening hou ik me wel aan dat groepje. Dat doe ik zo omdat de kleurverschillen tussen de potloden zo klein is dat – eens vermengd met andere kleuren – het moeilijker is om na te gaan welke de onderlaag (och ja, zeg toch maar doodverf) is en welke de toplagen zijn. De lijkt niet belangrijk maar de volgorde van inkleuren is toch wel bepalend voor de finale kleur en de perceptie van een portret. In tegenstelling tot Rembrandt heb ik hier te maken met mensen die niet allemaal dezelfde huidskleur hebben en zodoende is concentratie des te belangrijker.

De eerste is dus bepalend voor de rest en erg belangrijk. Deze inkleuring (uitwerking van details en inkleuring) nam ongeveer 1uur in beslag. Amaai…Dat belooft voor de rest… Maar ‘k ga wel iets moeten doen aan de bleke bovenlip (dat valt in ’t echt zo niet op maar komt door die specifieke reflectie van het papier waarover ik het had, bij fotografie komt die veel harder door)

Stadswacht (05): vooruit met de geit!

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Ik stamp bij deze een open deur in. Elke kunstenaar maakt gebruik van projecties. How maar! Ik zie de academisch opgeleiden nu al steigeren. Weette, blijft gerust op uw hoge stelling zitten dat “de échte kunstenaars” niet projecten en enkel “vanuit het vuistje hun werk opbouwen”. Ik zeg u dat ze allemaal projecteren op de een of andere manier. Die die met hun vuist vooruit tussen de punt van hun potlood en hun duim een afstand meten doen aan vectoriële projectie.

Toen ik nog klein was, toen waren de Lotto-formulieren in dubbel. Er was een rood formulier waar je de 6 kruisjes moest zetten van de nummer waarop je gokte. Daaronder zat precies hetzelfde blad maar een groene versie ervan. De rode was met een lichte lijm verkleefd aan de groene versie en tussen beiden zat een velletje carbonpapier. Zodoende werden de kruisjes die je op het rode formulier zette (= het formulier dat je achterliet bij de dagbladhandel) overgezet op het groene exemplaar dat je ter controle zelf kon bijhouden. Het carbonpapiertje ging normaliter de vuilbak in.

Als ik op logement was bij mijnen nonkel dan ging ik mee naar de krantenwinkel want dan kreeg ik dat grijze carbonvelletje mee naar huis en daarmee kon ik dan bestaande tekeningen overzetten op een eigen blad. Dat was keileuk.

Een vergelijkbare wijze werd door het team van Het Geheim van de Meester toegepast om hun versie van De Nachtwacht op het doek over te zetten. Er werd een grote print van het origineel gemaakt en dat werd “doorgekalkeerd” naar het doek. Ik doe het anders…

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-de-nachtwacht/25-01-2022/AT_300001029

Voor de gelegenheid maak ik gebruik van een projector. Ook dat is open deur in de kunst, ga maar eens kijken in de speciaalzaken, ze staan meestal ergens in een donker hoekje zodat het niet al te veel opvalt 😉

Easy peasy: panelen klaarzetten, projecten en overtekenen. Klaar in een wip. Dat was buiten de waard gerekend. De digitale collage die ik had gemaakt kwam niet overeen met de verhouding van de panelen. De projectie verkleinen is een optie maar dan krijg ik toch niet het “grootse effect” dat ik beoog met deze tekening. Ik wil, net als Rembrandt, dat mijn frontpersonen echt op je af komen. Als ik die verklein, valt dat effect helemaal weg. Dus een nieuwe collage maken, andere verhouding, beetje persen…

de personen met de rode cirkels zijn verplaatst tov de vorige versie

Na anderhalf uur uitlijnen van de projector, de panelen en finaal nog de personen is de projectie klaar voor opzet.

De living staat nu voor een week “geblokkeerd”. Er is doorgang mogelijk maar noch de projector, noch de panelen mogen geen millimeter verschuiven of het hele opzet staat scheef. Een uitdaging. Ik stel vast dat ik tijdens de projectie de hele tijd doorheen het beeld loopt. Ferm vervelend is dat. Door mijn schaduw krijg ik geen projectiebeeld op de panelen. Ik maak met mijn arm een omgekeerde u-bocht en probeer de projectie te vangen tussen mijn lichaam en de omgekeerde U/hand. Erg belastend voor mijn schouder en pols. Beurk…not funny… Daarnaast stel ik vast dat de foto helemaal niet zo scherp wordt geprojecteerd als ik had gedacht/gehoopt. Ik kan natuurlijk wel een grove schets opzetten maar details (bvb de pupillen ed) zal ik later zelf moeten toevoegen.

Maar goed…het lukt best wel. En de rest zien we later wel. Nu wordt er getekend tegen de klok om zo weinig mogelijk afwijkingen in het beeld te krijgen. Het tekenen geeft me wat denkruimte over de achtergrond want die moet nog worden bepaald…

In ieder geval staan na een paar uren tekenen de eerste figuren op de panelen. Dat is al een hele opluchting. Eindelijk gestart (al blijft het spannend-onvoorspelbaar hoe dit zal aflopen). De kwaliteit van de foto’s is niet super, komt door het weinige licht maar vooral doordat de schets erg licht is neergezet.

Stadswacht (04): meten is weten

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

En dan was er nog het eeuwige probleem van “hoe groot moet da spel worden?” Dat is het moment waarop mijn lijf zegt: “och, doe ni moeilijk, zo groot mogelijk is perfect. Wette, pakt 6meters op 8 ofzoiets”. Maar dan komt mijn verstand er bij en dat zegt dat zoiets van: ” wat dacht ge van 50x70cm, hé hé hé?”

Algoed dat ik ervaring heb in die zaken. En vooral in de problemen. Want toegegeven…Triptiek 2, die van het leven, die is niet te transporteren wegens…te groot. Vooral in de breedte. Met de auto die we nu hebben mag dat totaal niet groter zijn dan 115cmx180cm. Allez, die 180cm steekt niet op ne centimeter maar ’t moet wel nog veilig rijden. De 115cm is wel belangrijk. Groter wordt lastig tot onmogelijk qua transport.

Maar ik wil groot (mijn lijf heeft het zelf gezegd)! Denken Van Hemel…denken maat! Ge kunt ‘t.

Na veel vijven en zessen heb ik dé ideale oplossing gevonden. In tegenstelling tot De Nachtwacht (alhoewel…) ga ik mijn tekening netjes verdelen over 2 panelen. Dat maakt dat ze in totaal 2x 115cm op 180cm kan zijn ofte in totaal 230cmx180cm. Voor de pezewevers: 230,2cm want er zit een split van 2 millimeter tussen de panelen. Stel dat ik er later een triptiek achter zet, dan past dat perfect.

En dat van die triptiek dat ik lang nog niet zo gek bedacht. Daar doe ik nog iets mee. Maar eerst deze tekening afwerken.

Dus maten van de panelen overgemaakt aan mijne vriend Hugo Martens die zorgt voor verkleven van mijn tekenpapier op de dibondplaten die ik gebruik als drager. Howmaar! Toch een beetje niet goed van de afrekening. De prijs van de dibond is duidelijk de lucht in gegaan. Het is nu al een kostelijk werk en ik heb nog geen streep getrokken. Misschien moet ik maar eens een crowdfunding opzetten… In ieder geval zijn we nu helemaal van start gegaan: we hebben een ontwerp, fotomateriaal en tekengerief. Check!

Stadswacht (03): de Brandweer

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Alle figuren zijn vastgelegd op foto. Ook de collage is klaar. Met de collage heb ik niet alleen de ontbrekende figuren op de groepsfoto een plek gegeven maar er zijn ook mensen van de groepsfoto verplaatst. Rembrandt werkte niet alleen in de diepte maar ook in de hoogte en de breedte. Wij, en zeker Vlamingen, hebben nogal een ruime “personal space”-cirkel rondom ons. In de coronatijden was dat minder opvallend maar bvb voor een Spanjaard of Italiaan is die 1,5m eerder iets van een 15cm. Dat zijn culturen waarbij je in een rij gerust ’s tegen die voor je mag botsen zonder dat zich daar een probleem stelt. En het is al zo warm in die landen… 😉

Dit om maar te zeggen dat mijn groep van 25 mensen iets te veel in de breedte was uitgesmeerd. Ik heb ze daarom wat uitgeknipt, wat dichter bij mekaar gezet en hier en daar ook nog een paar figuren meer naar voor gezet.

Aangenaam opvallend in mijn compositie zijn de 3 Brandweerlieden (ok, ok, je ziet er 5 maar gebruik een beetje uw verbeelding hé 😉 ). Deze zijn, net als op het originele schilderij, voorzien van een rode jas. De 3 personen met de rode jas op de Nachtwacht zijn musketiers. De anderen zijn ook schutters maar die met de opvallende rode jas hadden een speciale status. Het moesten vrijgezellen zijn (en blijven) en dat om de eenvoudige reden dat wanneer ze werden neergeschoten er ook geen vrouw of kinderen zouden achterblijven. De 3de man rechts heet Jan Claesz Leijdeckers (1597-1640), die het restkruit uit zijn wapen blaast, en zou bij de voltooiing van het schilderij al overleden geweest zijn. Men stelt dat het uitblazen van het kruit wel eens symbool zou kunnen staan voor het feit dat hij op dat moment niet meer in leven was. Toch staat hij op het schilderij omdat hij zijn plek al had betaald. Rembrandt baseerde zich op een bestande schilderij om hem postuum op De Nachtwacht te zetten. Er zijn totaal 6 musketiers op de verknipte nachtwacht te zien. Oorspronkelijk waren dat er 7. Ik heb geen bron gevonden die mij met zekerheid aanduidt waar die musketiers in beeld komen maar ik doe hieronder zelf een gok op basis van de foto’s…

Onze brandweerlieden wensen we natuurlijk een lang en voorspoedig leven toe maar kijk’s naar hun bewegingen. De linkse man is zijn geweer aan het laden, de man in het midden (achter kapt. Banning Cocq) schiet zijn geweer af, rechts zie je een man die zijn geweer reinigt om opnieuw te laden. Helemaal links zie je een jongetje die naast de schutter loopt met een kruidhoorn. Onze brandweerlieden doen feitelijk gelijkaardige bewegingen: de linkse neemt aanstalten om een brand te blussen, de middelste is duidelijk aan het werk met een blustoestel en de rechtse noteert te nemen voorzorgen om een volgende brand te vermijden. In ons geval heeft de jongen links geen kruidhoorn maar een waterpas vast. Water verwijst sowieso naar de Brandweer maar tegelijk ook naar het behouden van evenwichten tussen eigen veiligheid en risico’s die mensen als de Brandweer elke dag moeten nemen.

Stadswacht (02): de collage

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

We zijn inmiddels een paar maanden verder en de schrijfdatum is 22/06/2022. In de voorbije maanden is er heel wat gebeurd om te komen tot het punt waar ik nu ben.

De groep van de Stadswacht (wat voortaan ook mijn officiële titel voor het werk zal worden) ligt vast. Het verhaal van de Nachtwacht diende als definitieve inspiratie én motivatie om de groep samen te stellen en de mensen te betrekken op een zodanige manier dat ze met veel goesting de rol hebben opgenomen.

Het zijn voornamelijk medewerkers van Facility Management Onderwijs. Dat is in de volksmond “de technische dienst van de schoolgebouwen” die in beeld komen. Maar omdat ze niet alleen klaar staan om de burger te helpen werden ook de Brandweer en de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (zegmaar IDPBW) aangesproken.

En er zijn ook nog kinderen en een hond in beeld te brengen. Daarvoor ging ik in mijn vriendenkring kijken en zo kwamen Jade en Miel mee op het plan. Brecht – de koffieman van EXPO 13 – heeft een hond die prima past. En daarmee kan ik het hele lijstje afvinken. De achtergrondfiguren die maar met een oog of oor op de Nachtwacht staan heb ik niet in rekening gebracht. Als ze in 1642 niet genoeg verdienden om hun hele gezicht in beeld te krijgen, dan moeten ze er nu ook niet bij staan 🙂

De hele groep (op kinderen en hond na) is gepland op 9 juni voor een fotoshoot. Begrijp dat ik zo’n bende onmogelijk voor maanden stil kan houden. Ik moet wel met foto’s werken om het vooruit te laten gaan. Er is al één medewerker op 8 juni gefotografeerd en dat ging erg snel/vlot. Ik mik er er op dat de rest het even goed doet.

Zo ver zijn we dus al. Nu nog wat toeren om de kinderen en de hond in beeld te brengen en we kunnen beginnen tekenen…

Stadswacht (01): het idee

Een hele zomer lang blog ik over mijn “zomertekening 2022”. Net als vorige zomers met Frans Hals & Bruegel. Deze zomer maak ik een eigen versie van De Nachtwacht.

Deze blog schrijf ik 28 februari 2022. Het is de eerste blog in de reeks van mijn nieuwe project rond Rembrandt.

Al lang ben ik bezig in mijn hoofd met De Nachtwacht. Ik moet toegeven dat ik lang rust heb gevonden in het feit dat de copies van bekende schilderijen die ik tot nu maakte niet tot de favoriete top 10 van de doorsnee mens zou mogen zitten. Bij De Nachtwacht is dat een andere kwestie. Het is één van de meest bekende Nederlandse kunstwerken. Het hele Rijksmuseum is errond gebouwd.

Ik begin nu al te bloggen omdat het voor mij een groots project wordt. Ik heb wel al eens projectjes met 3 of 4 mensen gemaakt maar dit is een project met ruwweg 30 personen. Het zal dus mijn regisseursrol serieus op de rooster leggen. Iedere figuur in beeld zal toch een klein beetje moeten worden gestuurd in de richting van het doel ook al hanteer ik doorgaans enige vrijheid voor de modellen.

Maar wat heeft mij nu precies over de streep getrokken om mij toch op De Nachtwacht te smijten? Het Geheim van de Meester! Het NPO-topprogramma alweer een hele reconstructie van het volledige schilderij werd gemaakt. En daarbij de bijkomende vraag om deel te nemen aan de wedstrijd. Het spreekt voor zich dat in de 4 weken van aankondiging van de wedstrijd het onmogelijk kon om wat ik in mijn hoofd had/heb te gaan realiseren.

Tot nu noteerde ik al de uitdaging van de compositie met 30 mensen. De volgende vraag is dan wie ik daarvoor kan aanspreken. Ik wil dat het een groep mensen is die ergens een soort “nachtwacht” houdt, misschien iets met veiligheid en zot genoeg is om mee in dit project te stappen. In mijn eerste gedacht past een groep stadsmedewerkers perfect in het plaatje. Maar zullen ze het doen? Ik plantte 2 weken geleden een zaadje en ze gaan het onderzoeken.

Terwijl het zaadje groeit concentreer ik mij op een ander katje: de afmetingen. De Nachtwacht is 3,63m hoog en 4,37m. Dat is nooit onmogelijk maar ‘k vrees toch een beetje voor huisvredebreuk dan 😉 Dus zoek ik naar een haalbare afmeting, niet te groot maar anderzijds ook niet te klein want zo 30 koppen moeten er ook niet op staan als Lego mini-figs. Ik denk dat ik het er morgen toch maar eens met mijn inlijster moet over hebben. Eén groot paneel lijkt me logistiek ook al niet evident. Misschien in 3 delen als een triptiek.

Max on tour

Nu te zien!

Lid van organisatie Kunst in het Dorp
Curator ART-tist-expo
ZOMER ’22: Ripping De Nachtwacht! klik hier
WZC St Felix – Herne – org. Herne Kunsttelt (jan tot…) – nu te zien
Wandeling door Herne met kunstbeeldenhier meer info 
Comerrattenfeesten/wandeling Sint-Laureins – sept/okt 2022

in planning
Buren bij kunstenaars – 15/16 oktober 2022 bij Carlos Caluwier
KMSKA – kerst 2022 (onder voorbehoud van selectie)

helaas voorbij

Kunst in het Dorp Bellingen
september 2022Kluizenmarkt 26 juni 2022
ART-tist-expo 26 mei – 6 juni 2022 – meer info hier
Kunstroute Drongen april/mei 2022 – meer info hier
Cultuurplatform Wondelgem Expo + Openlucht expo – meer info hier