Je suis Picasso (quand même)

Out of the blue werd mij gisteren deze vraag gesteld: “mocht je jezelf als een schilderij zien, welk schilderij zou dat dat zijn?”

Wat een interessante vraag! Ik dacht er niet al te lang over na. Lang denken vertekent de spontane gedachte naar een rationele, gekuiste versie. Ik antwoordde daarom: “Guernica“. Een beetje verbaasd van mijn eigen antwoord eigenlijk. Picasso is een kunstenaar die ik bewonder maar ik zou er niet meteen eentje van in mijn living hangen (allez, tenzij ik ‘m aangeboden krijg, ‘k ga’t nu ook niet weigeren 😉 ).

Maar Guernica. En als tweede keus kwam “De verzoeking van Sint Antonius” (Dali) in gedachten. Dat was al een licht beïnvloedde keuze maar toch. Ook daar: veel bewondering voor Dali maar ‘k zou ‘m niet direct in mijne living hangen.

Onvermijdelijk kwam na mijn antwoord de vraag: “en waarom?”. Daar mocht ik wel even over nadenken maar het antwoord kwam nogal snel. En het was – voor mezelf – al even onverwacht dan de keuze van het werk. “Omdat ik me herken in de onrust die de schilderijen uitstralen. Mijn hoofd da’s altijd “een beetje oorlog” in mijn gedachten. Ze vallen als bommen en verstoren de hele tijd de mens die ik wil zijn. Maar tegelijk omdat het zo verdomd goed in mekaar zit. Sterk zijn in expressie, compositie, techniek, inhoud.” Vooral Guernica overtreft daar toch Sint Antonius. En de rebelse geschiedenis van het schilderij zal wel ergens de stoute jongen in mij triggeren. De nood om onrecht aan te klagen, om toch te zeggen waar het op staat. Zonder te willen schofferen maar dat onvermijdelijk doen omdat je de waarheid niet altijd kan zeggen zonder zaken te benoemen.

Dus geen Magritte, geen Bruegel, geen Vermeer, Hals of Van Eyck. Je suis Picasso 🙂

Het schilderij van Dali blijkt in het KMSKB te hangen. Allez hup, ik begin al een uitstap te plannen.

Visite a Liège

In alle drukte had ik nog geen tijd gevonden om ook ’s een blogje te schrijven over onze uitstap naar Luik. Wij gingen er niet om Pokemons te jagen maar wel om musea te jagen 😉

Op het programma de expo Dali en de vaste collectie van het Boverie-museum.

Maar Luik is toch wel meer dan een uur op de trein en om dan nog iets aan de dag over te houden hadden we beslist om het ontbijt op de trein te nemen. Dus moest ons gezelschap mij even doorstaan voor toch wel een half uur zonder ontbijt (mijn voor-ontbijt-mood is niet altijd “gezellig” te noemen). Maar bon, eens op de trein liep het…als een trein 🙂

Ik laat de beelden voor zich spreken. De tentoonstelling van Dali catalogeer ik onder “niet mis” maar dan ook weer niet als “niet te missen”. Om Dali compleet te zien moet je naar Figueres en daar vooral alle expo’s doen (ook die van de juwelen waar in Ekho wordt naar verwezen). La Boverie (het museum van schone kunsten van Luik) zou ik als gelijkwaardig met het MSK-Gent klasseren. Er hangen wel knappe en unieke beelden (waaronder het schilderij van de briefjes van 100 Belgische frank) en ook nog een aantal die herinneren aan het industrieel verleden uit de streek.

De wandeling door het stadscentrum had toch wel wat van een ontgoocheling. Luik vind ik geen gezellige stad. Ze geeft een vuile, grijze, versleten indruk. Een groot contrast met de stationsbuurt die dan weer hypermodern oogt. Luik centrum is niet zo mijn ding maar dat was ’t minste van mijn zorgen. Ik heb sowieso mijn Starbucks trofee-mok binnen!