Bosch vs Bruegel

Gisteren stond ik oog in oog met een replica van De tuin der lusten van Jeroen Bosch. Natuurlijk is dat likkebaarden. Kijken, kijken en nog ’s kijken. De vele miniatuurtaferelen samen geplakt tot een groot geheel. Ergens zwevend tussen goed en kwaad. Indrukwekkend en groot. Ik pas zelf zeker 4 of 5 keer in het schilderij.

Tot voor kort zou ik Bosch opgehemeld hebben, boven Bruegel. Bruegel (1525-1569) is tenslotte een nakomeling van Bosch (1450 – 1516). Ze hebben mekaar nooit gekend maar Pieter Bruegel de Oude kende duidelijk wel het werk van Bosch. Kleine rechtzetting over eerdere blog; Pieter Bruegel kende Rubens (1577-1640) niet! Ook deze twee monumenten hebben mekaar “gekruist”. Dus het schilderij uit het Mauritshuis is niet van Pieter Bruegel de Oude maar wel van Jan Bruegel de Oude (zoon van Pieter) en broer van Pieter Bruegel de Jonge (zie stamboom).

Maar goed, dat Pieter Bruegel het werk van Bosch kende daar twijfel ik niet aan. Wat mij – bij nadere studie – wel opvalt is dat Bruegel veel fijner werkte dan Bosch. Nederlanders noemen het graag “virtuoos”. Het is hoe je’t wil benoemen maar als ik in details kijk, dan zie ik in Bruegel’s werk zaken die zo fijn geschilderd zijn dat ik ze met mijn fijne potloodpunt niet aankan. Stel u maar al de ergernis voor wanneer ik aan mijn tekentafel zit…Die details herken ik niet bij Bosch. Of anders gezegd, Bosch schildert erg kleine figuren maar ze zijn grof, suggestief uitgewerkt…Virtuoos geschilderd. Bruegel is daarentegen één en al controle. Tot in de kleinste, zelfs onzichtbare (overschilderde) details.

In de top 100 van de beste kunstenaars allertijden stijgt Brugel daarom met minstens 1 plaats en kopt Bosch.

 

Inclusief lijst

Eindelijk is het volbracht. Deze ochtend nog de laatste afwerkingen gemaakt aan Hel, het laatste paneel waar ik voor deze triptiek aan werkte en dan naar de inlijster. Met een papieren model geplakt op een stuk van een kartonnen doos hoe het er finaal moet uitzien, legde ik uit waar welk deel moet komen en gaf nog een paar instructies naar af te knippen randjes etc etc.

Ik ben blij dat ze eindelijk en op tijd klaar is. Uiteindelijk heb ik nu evenveel tekenwerk dan 12 appelvrouwtjes maar dan inclusief volledig ingetekende achtergronden én dat op minder dan 2 jaar.

Alle aandacht kan nu naar de expo Sehnsucht gaan. De “big boom” waar de volledige triptiek voor het eerst te zien is. En er is nog heel wat te doen op promovlak en organisatievlak, maar we hebben alles onder controle. Dat is al iets toch? 😉

Maar terwijl ik aan het tekenen ben sluipt die ontembare tijger weer in mijn hoofd. Hij draait rondjes en rondjes en stelt steeds dezelfde vragen. Dus gaf ik deze antwoorden: “neen, ik ga volgend jaar geen grote expo’s doen in Vlaanderen.” “Ja, ik ga nog wel tekenen – art is the drug for me – maar ’t zal iets achter de schermen zijn, we zien nog wel waar we eindigen”. Dus…als ik mijn woord kan houden, dan is Sehnsucht ook wel de laatste grote expo tot 2019. Wie zegt ook alweer dat ik de planner ben van de twee?