HLN steunt cultuur

Gisteren werd dit artikeltje geschreven over mijn plaats in de top 15. Met een kleine (spoiler) in het artikel 😉 maar voor de rest top dat er aandacht wordt besteed aan cultuur (ja, ik beschouw dit artikel niet alleen als een waardering voor mijn werk maar tegelijk als een steun aan alle mensen in de cultuursector).

Ga naar het artikel

Samen sterk!

Hoe verwoord ik de gebeurtenissen van de laatste dagen?

Dat ik bij alle stemmers in het krijt sta. Dat is wel duidelijk 🙂 Een ongelooflijk spannende “competitie” hield ons allen (bij ons thuis maar ook velen onder jullie) op het puntje van de stoel tot de laatste minuten van 31 oktober 2021. Op 2244 ingestuurde projecten plaats 15 halen is een topprestatie. Ik smeet me helemaal en écht velen onder jullie stapten mee in deze competitie. Nog nooit eerder werd één werk zo veel gedeeld op facebookprofielen en Instagrams. Op kaartjes. Verspreid op kunst-/cultuurpunten, winkels en mails.

En dat het spannend was dat is wel heel erg duidelijk wanneer we de scores naast mekaar leggen. Het werk “suppressed” stond bijna de hele week op 12, ik stond meermaals op 13. De laatste 6 in de reeks hebben een verschil van slechts 3 stemmen. Het Eurosongfestival is niet eens zo spannend. Zelfs met gekochte stemmen konden een aantal deelnemers (waaronder nr1) “ons treinteam” niet uit de 15 eerste werken stoten. Het resultaat van jaren hard werken en opofferingen komt als een duiveltje uit een doosje in beeld.

Ik laat nog weten hoe dit nu verder verloopt. Strikt genomen belandt de treinbegeleider weldra in een Belgisch museum. Ik hoop dat dat mij 533 pintjes, cava’s of fruitsapkes mag kosten. Daarover later meer.

MAAR het belangrijkste is dit DANKwoord aan jullie allemaal. De eerste die mij nu nog ’s durft te zeggen dat kunst een bezigheid is voor solotrippers krijgt van mij 533 antwoorden. Ik hou de lijst met de stemmers goed bij; “dat heb je niet voor niets gedaan” 😉 Dank aan alle stemmers, aan alle volgers, aan alle mensen die mijn bericht mee hebben verspreid, aan alle mensen die ik nog niet ken maar die ik bij deze zag verschijnen. Dank aan alle mensen die op de één of andere manier hebben bijgedragen op een die ik zelfs niet meteen kan bedenken.

En een grote merci aan Rachid, de immer goedgemutste treinbegeleider die voor deze tekening model was en zich vreselijk moest inhouden om niet te lachen tijdens de sessie.

Potiron

Pétiller de vie

Oser gerber

Tenacité intérieure

Infiltration lumineuse

Réverbération de Toi

Obscurité étincelante

Nocturne à cuellir

….

Etincelles

Noctambules

….

Déguster

L’Unique

….

tekst met dank aan Catherine Lejour

Gracias Waregem

“Buren bij Kunstenaars” kent de laatste jaren niet echt zijn beste momenten. Eerst was er de stopzetting van het initiatief door de provincie WVL, toen kwam er corona en nu staan we voor de 4e golf. Maar dat hield de trouwe fans van het evenement voor de editie 2021 niet tegen.

Vanuit Kortrijk wordt Buren bij Kunstenaars vervolgd over de regio Zuid-West-Vlaanderen. En dat was – voor ons – alvast een succes. We hadden weer veel enthousiaste mensen over de vloer die we toch wel konden verrassen met onze werken, verhalen, emoties. We kregen vele keren “mooi” te horen. Voor mijn tekenwerk kwam daar nog “Wow!”, ” Het spreekt echt”, “Die ogen!” en het prachtige compliment “Ge hebt gouden handen” bij. Zalig.

Helemaal opgeladen van alle reacties gaan we (= Katleen Van Huffel, Rudi Snauwaert en ikzelf) terug aan het werk. Op naar een volgende editie! Bedankt bezoekers, bedankt Waregemnaren, bedankt Frank Vanhooren. Tot binnenkort.

Make my bucketlist

Een stad als Gent werkt met “PTI’s”. Publiek Toegankelijke Inrichtingen. Dat is een principe waarbij deelbare ruimte wordt open gesteld voor een breder publiek dan oorspronkelijk bedoeld. Zo stelt de Stad Gent enkele turnzalen ter beschikking voor jeugdclubs, feestjes,…ed.

Binnen dezelfde filosofie vroeg ik jaren geleden (al) aan het MSK of ik eens een muur in het museum kon afhuren voor een tijdje (bvb een maand). Dat werd droogweg afgewezen met iets als “als we daarmee moeten beginnen…” Wat ik ook wel begrijp. Maar het is en blijft voor mij wel een gemiste kans/droom om “het te maken” in een museum. Het staat nog steeds op mijn bucketlist.

De wedstrijd van Museumpass is een ideale gelegenheid om dat doel te bereiken. En ik ga er helemaal voor. Internetreclame, 2500 postkaarten te verdelen, berichtjes sturen, vrienden inschakelen,… En dat werkt! Maar wat ik doe, doet de concurrentie ook. Kan ik het beter? En vooral kunnen JULLIE DE LEZERS het beter?

Enkel de top 15 gaat naar het museum. Ik sta met mijn 145 stemmen ongeveer op plaats 50. De top 20 heeft meer dan 200 stemmen. Daarvoor heb ik u nodig. STEM STEM STEM. Ga er niet van uit dat ik wel genoeg stemmen zal halen. De strijd in het peleton is bikkelhard. Doe mee en deel in de vreugde om de treinbegeleider in een Belgisch museum te zien! (en dat met het magische woord: alsjebliiiiiiiieft ). Delen onder uw vrienden mag ook altijd 🙂

BBK2021: special portretten

Het komende weekend is er een nieuwe editie van “Buren bij Kunstenaars“. Ik sta op de vertrouwde plek te Desselgem. Toegegeven dat het wat “conservatief” kan lijken maar hey, “never change a winning team“, toch? 😉

Bij deze editie zet ik in op portretten. Ik presenteer er 7 portretten waarvan 6 op ART142 aan de Liebaardstraat 142 en eentje aan de Nieuwstraat 89 waar hoofdzakelijk een grote beeldentuin te zien is. Beide locaties liggen op wandelafstand van mekaar.

Bij wijze van teaser toon ik al een beetje een “making of” van het portret aan de Nieuwstraat 89. Van de 6 andere portretten zijn er 4 die officieel voor het eerst worden voorgesteld. Dus toch 5 nieuwe werken voor wie naar Desselgem afzakt. Of eigenlijk 6 want ik zal er ter plekke ook nog eentje aan het tekenen zijn.

Het portret hieronder meet ongeveer 110x140cm en is opgebouwd met softpastels. Dat maakt dat het deze keer – net zoals bij de treinbegeleider – weer felle kleuren zijn en dat kan tijdens het opbouwen wel eens rare effecten geven 😉

STEM op Portret van een treinbegeleider

STEM VOOR 31/10/21 via deze link: https://exponationale.passmusees.be/project/34081

“Fascinatie” is het beste woord voor dit project. Waarom kiest een mens voor een job met onregelmatige uren, weekend en laat avondwerk, verantwoordelijkheid voor de planning van honderden mensen en zo nu en dan een ernstige panne of een incident onder passagiers?

portret van een treinbegeleider

Ik ging in confrontatie met treinbegeleiders (die ik toen nog ouderwets “conducteurs” of “kaartjesknippers” ging noemen) en stelde vast dat deze mensen erg gepassioneerd zijn. Voorzien van de nodige humor en al hun kunnen in dienst stellen van de treinreizigers. Ze gaan zo ver dat hun familie of gezin achterop wordt geschoven voor het welzijn van de reizigers.

Uit appreciatie en respect voor hun inzet, dit werk van de treinbegeleider die nog heel even een moment voor zichzelf neemt voor de job te starten. Het portret toont op het eerste zicht een vermoeide introverte man maar de techniek straalt zijn dynamiek, zijn passie, zijn gedrevenheid uit. Volle kleuren, dikke grove lijnen rijden als sporen over zijn lichaam. Het logo van de Belgische spoorwegen in alle splendeur en opgepoetst op zijn pet.

Heb jij ook respect voor de treinbegeleider die ons tijdens de reis toch met de glimlach aanspreekt? Zie je mijn eerbetoon in een Belgisch museum hangen? Laat het dan blijken en stem NU (tot 31/10/2021) op dit werk via deze link: https://exponationale.passmusees.be/project/34081

Het portret kadert in de reeks “cover 2 cover” waar ik mijn eigen interpretatie maak van bestaande kunstwerken.

#nmbs, #belgiantrain, #buylocal#culturelocale#fineart#finearts#ikkoopbelgisch#ikkooplokaal#klassieker, #vangogh, #kooplokaal#lokaal#maxvanhemel#meerkunstinmijnwijk#pencildrawings#potloodtekeningen#schönekunstGentkunstmagrittemariakerkeMax Van HemelopenluchtexpoopenluchtmuseumopenluchttentoonstellingpencildrawingpotloodpotloodtekeningrenaissancetuinvenuswandelingwhynotMariakerkeZoektocht

Frans Hals: de lachende cavalier (12)

Challenges altijd de uitdaging waard. Elke zomer verleg ik een grens, ga ik in dialoog en tegelijk in een soort steekspel met een bekende kunstenaar en een iets minder bekend werk. Een topwerk met een verhaal en een hogere technische uitdaging. De uitdaging loopt over de zomer omdat dan het exposeizoen zichzelf niet “ververst”. Er zijn geen nieuwe expo’s, wat loopt loopt wat niet loopt start ergens in september.

2 juli lanceerde ik een teaserblog om officieel te starten op…

Lees verder

KID’21: say hello, wave goodbye

De editie van Kunst in het Dorp 2021 heeft gisteren de deuren gesloten. Het was een succes! Het was groter, grootser, beter, steviger dan alle vorige edities. De lat werd al voor de start hoog gelegd en het publiek wist dat duidelijk te waarderen. Meer dan 1500 bezoekers over 2 weekends. Nocturnes gaven de kunstwerken een andere invalshoek dan overdag. Dat maakte dat sommige liefhebbers zelfs 2 keer langs kwamen.

Ik laat vandaag mijn stem even rusten. Het verhaal van Thomas van Bellingen moet ik wel 200 keer verteld hebben. Ik kon het niet bijhouden. En daarnaast kon ik mij ook niet houden om zo nu en dan ook nog ’s het verhaal rond Lilith te vertellen (nav. het naburig werk van Annick Haesendonckx). Was er dan toch even een moment zonder verhaal (wie durfde het belletje niet laten gaan? 😉 ), dan vulden gezellige babbels met Carlos Caluwier en zijn madam of/en met Janneke en Johan de stilte. En dan waren ook nog babbels met Charlotte, Jan, de kapitein, Isabella en zo vele anderen. Wat een sfeer, wat een toffe bende!

Tussendoor heb ik toch nog snel wat foto’s genomen. Veel zijn het er niet (geen tijd, the show goes on 🙂 ) maar ’t is toch al dat hé 🙂 Na een paar dagen rust kan ik me volop concentreren op de volgende expo te Desselgem in galerij Art142 op 23 en 24 oktober, binnen de organisatie Buren bij Kunstenaars. Zie ik je daar terug?

Het perspectief ♀

Mensen (organisaties) die mijn blogs niet volgen herken je meteen…Dit plukte ik vandaag van Instagram.

Barbara Hepworth werd geboren in 1903. Élisabeth Vigée-Le Brun is geboren in 1755 (KW48). En niet te vergeten: Sofonisba Anguissola (1532) (blogartikel). En nog andere die nog op mijn lijstje staan: Judith Leyster (1609) *met stip*, Maria van Oosterwijck (1630), Thérèse Schwartze (1851), Henriëtte Ronner-Knip (1821). Ai ai ai toch…zoveel voorgangers van Barbara (er zijn er meer maar dit zijn zo wat de eerste waar ik kan aan denken). Ik zie onder mijn volgers zelfs jeugdtalenten opduiken, met de gepaste kansen schoppen ze het nog.

Al is het ook geen geheim dat in sommige gevallen mijnheer de kunstenaar feitelijk mevrouw de kunstenaar moest zijn. En dat zelfs nog in de 20e eeuw!

Maar wel goed dat ik niet alleen sta in de beweging meer vrouwen om de deelnemerslijsten bij expo’s te krijgen 🙂

Kunst in het dorp: laatste weekend

Dit weekend laatste kans om het prachtige evenement “Kunst in het Dorp” te Bellingen te bezoeken. MAAR ook de allerlaatste kans om “de triptiek van het leven” in het echt en volle glorie te bewonderen. Wie de triptiek op Expo Magie niet heeft gezien krijgt hier de ultieme (her)kans(ing). Na dit weekend zal de triptiek niet meer publiek worden getoond.

Naast het beeld van de triptiek wordt ook het verhaal van Thomas van Cantimpré mee in de kast gestopt.

De performance en triptiek zijn dit weekend nog te zien:

vrijdag 18-22u, zaterdag 18-22u, zondag 14-19u aan de Kareelstraat 21, Bellingen.

Na corona kan de beeldende kunst uw steun zeer goed gebruiken. Deel dit bericht en/of kom ’s langs. Deze expo is vrij te bezoeken, er is geen enkele aankoopplicht.

Frans Hals: de lachende cavalier (11)

Was het je ook opgevallen dat er bij de vorige blog ergens “tekst” stond tussen de foto’s? De blog stond al klaar geprogrammeerd voor publicatie maar ik was nog niet klaar met schrijven…En om die opmaak al klaar te kunnen maken zet ik dan soms “tekst” tussen de foto’s, dan weet ik waar ik nog iets moet schrijven. Maar dat was ik dus uit het oog verloren met de vorige blog. Ik zal – nog maar eens – moeten toegeven dat ik wat te veel hooi op mijn vork aan het nemen ben de laatste dagen: de cavalier, het marktje in Menen, het (grote) Kunst in het Dorp, de planning 2022 en ja daarnaast heb ik nog een “hobbyjob” te onderhouden om deze kunstactiviteit te sponsoren. Een bekend Belgisch politicus zou al eens durven stellen: “trop is te veel én teveel is trop”.

De tekst ging ‘m natuurlijk over die “ajuin”. Het topje van een zwaard…Of was het een degen? Of een rapier? Ik ging even op onderzoek naar was nu precies de verschillen zijn. Want toegegeven: onder de bekendste zwaarden kennen we Excalibur (het zwaard in de steen van koning Arthur), het typische samuraizwaard, het degen van Zorro, het zwaard van Ardoewaan,…of een moors zwaard. En als je er even bij stil staat, die kennen allemaal een andere vorm. De kwestie is dus met welk wapen hebben we hier te maken?

En dan begon ik met zoeken naar zwaarden uit “de gouden eeuw”. En ziet waar ik op bots: het zwaard van ene Michiel De Ruyter (voor de Belgen doorsnee een onbekende maar toch wel één van de meest bekende Nederlanders) en de rapier van Rubens. Zonder chauvinistisch te willen zijn, ga ik iets dieper in op dat laatste omdat die nog het meeste op het zwaard van mijne cavalier lijkt maar ook omdat het wel wat op dat “zwaard” lijkt.

Nu noemt men “het zwaard” van Rubens een “rapier“. Een rapier is een relatief slank, scherp gepunt type zwaard dat vooral in de 16e en 17e eeuw in Europa werd gebruikt. Rapier en degen werden vooral gedragen en gehanteerd door de rijke burgerij, die steeds meer aan belang won. Deze burgerij hechtte meer waarde aan sierlijkheid dan aan efficiëntie en zodoende werd het rapier meer en meer verfijnd.
Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de degen, een slankere, lichtere versie van het rapier.

Dit past perfect in ons kraam en bevestigt dat de cavalier een gegoed burger. De “ajuin” is duidelijk het einde van het degen. Dat het een rijk versierd stuk is – en dus het model van Rubens benadert – is wel duidelijk. Niet alleen aan het uiteinde kan je dat zien. Op het schilderij is het haast onzichtbaar maar door de reconstructie kan ik u het gevest ook laten zien. Dat zal later weer in de duisternis van de schaduwen verdwijnen. Geniet van het moment zou ik zeggen 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (10)

OK, kunnen we concluderen dat “de lachende cavalier” eigenlijk “nen ajoin” is? Zou dat niet leuk zijn! Na al die hypothesen van dat het een rijk edelman is of een kleermaker of (kleine kans) toch een cavalier blijkt het finaal een Aalstenaar te zijn. LOL. Geweldige ontdekking zou dat zijn 🙂

Maar dat is het meer dan waarschijnlijk niet. En toch…stel dat we deze frivole vent een naam zouden mogen geven, hoe zouden we hem noemen? Zet de ideeën maar in de opmerkingen 🙂 Ik ben ’s curieus hoe jullie hem zien.

tekst

Frans Hals: de lachende cavalier (09)

Een weekje Parijs had als resultaat dat er vorige week geen Cavalierblog was maar goed, voor de Instagram-volgers was er zeker genoeg input: foto’s van straatjes, parken, bistro’s en schetsen ergens ter plekke 🙂

Nog even terugkomen op blog 08. Ik had het daar over die valse mouwen en nonkel Albert 😉 Het gezicht op het schilderij waar ik naar verwees heeft officieel nog steeds geen naam maar wanneer ik verder lees, dan is er toch wel heel wat twijfel dat het heerschap op het schilderij niet Isaak Abrahamsz Massa is. Deze man poseerde meermaals voor Hals en was hij ook al niet de man met de pose waarbij iemand over de schouder kijkt? Ik laat u zelf oordelen of het om dezelfde persoon gaat of niet…

Isaak Abrahamsz Massa of niet?

Isaak Abrahamsz Massa (zeker)

Let bij bovenstaande ook ’s op de mode van de tijd. We hadden het er al eerder over maar ik wil er toch graag nog’s de nadruk op leggen. De hoed lijkt wel een vergelijkbaar model van dat van onze cavalier, niet?

Bij blog 08 gaf ik een aanzet naar het laatste stuk van de mouw. Enkele knoppen kregen al een onderkleur. Daar heb ik verder aan gewerkt. Maar ook nog een stuk mouw (binnenkant elleboog) is ingekleurd. Omdat de foto’s verkleind zijn is het misschien niet allemaal zo duidelijk maar nog even geduld. Wanneer de tekening klaar is, zet ik ze in hoge resolutie op de laatste blog van deze reeks.

En dan was er ook nog die gouden ajuin die in bijna uit het niets opduikt. Zo gefocust op de vele kleuren en kleine tekeningen dat ik die knobbel bijna uit het oog was verloren. Die knobbel hoort bij een zwaard maar daarover later meer. For now houden we het frivool op een gouden ajuin. Aalstenaars vinden dat zeker best OK zo 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (08)

Waar waren we zo wat gebleven? Ah ja (alsof ik het niet meer wist), bij de borduursels op de mouw. De vele gekleurde stiksels op de zwarte stof. Ik kan het er nog lang over hebben maar dat zou toch een beetje te saai worden. Daarom: FROVILITEIT! of frovilitijd voor de lolbroeken die mijn flauwe mopjes wel kunnen hebben 😉

Het naslagwerk over Frans Hals is zo’n 440 pagina’s dik en daar staat wel wat meer in om te ontdekken. Dus ga ik wat op zoek naar kunstweetjes over het werk van Hals en zijn tijd. Meer hieronder 😉

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier (07)

Bij de vorige blog beloofde ik dieper in te gaan op hoe het borduursel tot stand komt: tekengewijs dan. Dat loopt namelijk helemaal anders dan hoe je dat al schilderend zou gaan doen. We waren gebleven bij het stuk links van de zwarte jas. Ik zet hier voor de liefhebbers ook een detailfoto van de borduursels bij 🙂

Ik stap nu over naar rechts. Aan de mouw zelf. Die staat ook vol van deze prachtige tekeningen. En ze stralen op alle mogelijke manier status, macht, geld uit. Dat voedt de opties dat het hier gaat om een stoffenhandelaar die adhv dit schilderij zijn eigen waar en/of kunnen in the picture zet. In ieder geval zet het aan om zelf een geborduurde jas te kopen. Wie meent dat borduren uit de mode is, is ferm mis. Zelfs de betreurde Dusty van ZZ-top wist er weg mee in zijn kleerkast…

Dus hoe teken ik nu zo’n borduursels? Wel…Eerst is er natuurlijk de schets (zie eerdere foto’s) maar die is gemaakt met het (beruchte) tekenpennetje van 0,2mm dik. Dat potlood is zo “vet” (2B) dat het steevast vermengt met de kleuren als ik er over ga. Daarom moet ik – hoe raar het ook klinkt – eerst de schets lichtjes overgommen (ik rol erover met de kneedgom) om echt nog maar een zeer lichte schets over te houden.

En dan bouw ik op van licht naar donker. Dus begin ik met geel, rood en heel licht blauw. Die kleuren moet niet echt precies zijn, als ze maar op de juiste plaats staan. Daarna werk ik tussen en rond de kleuren tegelijk de tekening en de donkere inkleuring uit. Waar nodig herteken ik (bvb bij dwarse stiksels) de scherpe partijen. Finaal worden de accenten met fel rood, oranje en hemelsblauw afgewerkt. Op de foto zie je nog ’s een overzicht van alle kleuren die werden gebruikt voor dit stukje.

Kunstwandeling Herne: review

De organisatie en ikzelf ook hadden er nogal wat tamtam rond gemaakt dat het de moeite zou zijn om de kunstroute in Herne af te stappen. En zeker tijdens het openingsweekend van 7 & 8 augustus. Al van bij de ontmoeting op de locatie zat de sfeer onder de kunstenaars goed. Dat voel je aan de vlotte manier van verdelen van de plekken maar ook de tolerantie waarmee de mensen mekaar weten te vinden.

Gastvrouw Mia en molenverbouwer Danny betoverden ons met het interieur van Boesmolen en vooral met hun charme en liefde voor kunst. Marthe is de immer goedlachse dame die o.a. bekend is voor haar keramiek uilen en schalen. Noor Jacobs – de jonge tekenares met eigen ruimte aan de inkom – kwam er snel bij. En het klikte nog beter dan een puzzle.

We hadden een geweldig mooi weekend. We hebben veel gelachen, we hebben ongelooflijk veel mensen gezien (naar schatting waren er wel 500 wandelaars onderweg) en ik…Ik heb getekend maar vooral véééél verhaaltjes kunnen vertellen. Zalig. Ik kan weer efkes voort tot in Bellingen half september. Eerst mijn stem nog terug krijgen 😉

Een dikke DANK U WEL aan alle mensen die langs geweest zijn, de collega-kunstenaars en de organisatie Herne Kunst’telt. Foto’s van Marthe Vanhoutte (keramiste): https://www.martheceramics.be/

Frans Hals: de lachende cavalier (06)

Vooreerst: niet te vergeten: dit weekend teken ik “live” aan de lachende cavalier in de Boesmolen (Herne). Langs een kunstroute zie je meerdere afdrukken in open lucht en kan je op enkele locaties naar binnen om de kunstenaars te ontmoeten. HIER MEER INFO daarover.

We gaan er een beetje meer vaart moeten insteken of deze tekening raakt niet klaar voor het eind van de zomer. Laat het geen epistel worden gelijk de kopie van de Toren van Babel 😉

Bij blog 05 had ik een aanzet gegeven tot de zwarte jas van de cavalier maar aan het borduursel had ik nog niet geraakt. Heb je daar al eens goed naar gekeken? Dat is gene kattepis 😉 Het zijn niet zomaar kleurrijke streepjes en krulletjes die op de mouw gespeld zijn, het zijn allerhande fijne miniatuurtekeningen. En dat er veel kleurwerk aan te pas komt, ik ga het niet verbergen (wat is anders het doel van de blogs rond de zomertekening 😉 )

Op de foto’s hierboven zie je een stukje van de geborduurde jas. Het is zo ongeveer 3x3cm. OK, ik had gezegd om niet meer in uren te tellen, dus tel ik in plaatzijden. Terwijl ik teken zet ik soms vinylplaten op. Dit stuk heeft 4 kanten versleten. Voor 9cm². ’t Geeft u een beetje een idee.

Ik kan nu nog lang vertellen over over hoeveel tijd het vraagt om al die figuurtjes uit te tekenen maar ik hou het nu nog even kort. Een flink aantal uren verder staat dit stuk vest er op. Bij een volgende blog ga ik dieper in op hoe ik het aanpak om die borduursels tot een goed einde te brengen, mis ‘m niet. Het is zeker de moeite. En wie een beetje kan tellen heeft bij deze begrepen dat ik een paar weken op voorhand over mijn tekening blogde maar nu helemaal “a jour” sta.

Frans Hals: de lachende cavalier (05)

Er zijn ook bij deze cover stevige uitdagingen door het verschil in techniek. Ten eerste werk Hals zonder tekening. Er is van Hals geen enkele tekening bewaard gebleven. Uit studie blijkt dat de schilderijen direct met verf zijn gemaakt. Hals maakte – om sneller te kunnen werken – gebruik van een huidskleurachtige onderkleur ( zie KW 34 ).

Ten tweede kan je met verf opbouwend/dekkend werken. Dat maakt dat je van donker naar licht kan werken terwijl ik van licht naar donker werk. Bij een grote zwarte partij zoals hier het geval is maakt dat ik eerst alle lichte partijen teken/inkleur om daarna de zwarte er rond te tekenen. Totaal de omgekeerde opbouw dan Hals en vooral erg vermoeiend (elke streep is op voorhand te plannen naar het resultaat).

Bij de laatste blog was het gezicht toch al grotendeels klaar. Er nu wat afblijven is de boodschap. Achteraf bijsturen zal wel nodig zijn.

Dit wordt duidelijk een blog in laagjes…laagjes…héél véél laagjes. Om zot te worden. Waarom begin ik er toch elke keer weer aan (aan die zomertekeningen)? Al is het achteraf wel altijd een zeer leerrijke ervaring 😉 De laagjes verwijzen natuurlijk naar de kraag. Laagjes kant boven mekaar.

Er zijn minstens 5 lagen kant boven mekaar. Niets speciaals aan…mochten er geen tekeningen in staan. Sterren, kruisjes, passers,…verwijzingen naar de vrijmetselaars? Het zou kunnen. De complexiteit zit ‘m de transparantie van de lagen. Daaronder een zwarte jas en tegelijk ook een soort dag/zonlicht maakt dat er witte lagen kant zijn, blauw-gele weerspiegelingen uit de lucht, zwart-grijze doorschijningen door de jas. En dan heb ik het nog niet over de helling in de diepte die worden gesuggereerd…Goh..misschien moet ik toch maar overschakelen naar de koe in het bos. Stukken makkelijker.

Even later… OK, ik heb er me over gezet. Net als bij het gezicht ga ik voor de finale afwerking van de kraag hier later op terug komen. Dat gaat ook daar beter zijn want het zwarte van de jas zal zo dominant worden dat het nu moeilijk in te schatten is in welke mate deze door het kant zal schijnen/breken.

Ik begin dus maar aan een andere uitdaging: de fijn geborduurde tekeningen op de jas. Tegen mijn gedachten in begin ik toch maar links en werk zo naar rechts. Feitelijk zou ik best rechts beginnen. Met al dat zwart zou de boel wel eens kunnen opengesmeerd worden en vuile vlekken geven. We zien wel. Het zijn wasgebonden potloden, die smeren normaal niet (of zeer moeilijk) open. Dat komt wel goed.

Terwijl ik bezig ben, mijmer ik in tijd en ruimte. Op zich werd van de expo Van Eyck ondertiteld als “een optische revolutie”. Maar Hals zou ik ineens een “optisch illusie” durven noemen. Als ik zie hoe die met zijn ruwe, dynamische streken toch gedetailleerd en herkenbaar schildert. Het is te gek.

Frans Hals: de lachende cavalier (04)

We zijn al aan de laatste blog voor juli en er is wel wat “gas” gegeven de laatste dagen. Interessante en duidelijke verschillen komen op.

Het gezicht laat ik even los. Eerst moet ik weten hoe de omgevingskleuren zullen evolueren voor ik daar verder aan werk. En als er niet meer aan het gezicht wordt gewerkt blijft er niet veel meer over dan aan de kledij te gaan werken.

Aangezien de hoed het meeste invloed zal hebben op de rest van het werk, begin ik daar mee. Subtiele kleurverschillen tussen hemelsblauw, licht grijs, donker grijs, heel donker grijs/antraciet en zwart. Het cirkelsegment boven op de hoed is geen toeval, het accentueert het gezicht en de grenzen er van. Tegelijk compositorisch leidt de lichtere band je oog perfect terug in het beeld, als een aureool rondom het gezicht.

Om de evoluties gemakkelijk te volgen zet ik bij de onderstaande galerij ook nog ’s de laatste foto van de vorige blog bij. Zo heb je een startpunt en een tijdelijke eindpunt.

Beetje testen met de achtergrondkleuren (waar ook al zo’n rijk palet aan verschillen in zit), de mondhoeken toch nog wat aangepast, de blik is nu echt die van een deugniet en de eerste kanten laagjes staan er op. Dat is verdekke wel niet gemakkelijk dat transparante kant en al die laagjes boven mekaar tegelijk met de doorschijning van de zwarte jas en de reflecties van het gezicht. But that’s what makes a master a master.

Stapje voor stapje komt onze cavalier los van het papier. Mijn verwachtingen naar de mouw rechts in beeld (zijn linkermouw) zijn hoog. Ik ben benieuwd naar wat dat zal geven. Maar er is nog heel wat kant af te werken voor ik dat zal kunnen zien.