Frans Hals: de lachende cavalier (04)

We zijn al aan de laatste blog voor juli en er is wel wat “gas” gegeven de laatste dagen. Interessante en duidelijke verschillen komen op.

Het gezicht laat ik even los. Eerst moet ik weten hoe de omgevingskleuren zullen evolueren voor ik daar verder aan werk. En als er niet meer aan het gezicht wordt gewerkt blijft er niet veel meer over dan aan de kledij te gaan werken.

Aangezien de hoed het meeste invloed zal hebben op de rest van het werk, begin ik daar mee. Subtiele kleurverschillen tussen hemelsblauw, licht grijs, donker grijs, heel donker grijs/antraciet en zwart. Het cirkelsegment boven op de hoed is geen toeval, het accentueert het gezicht en de grenzen er van. Tegelijk compositorisch leidt de lichtere band je oog perfect terug in het beeld, als een aureool rondom het gezicht.

Om de evoluties gemakkelijk te volgen zet ik bij de onderstaande galerij ook nog ’s de laatste foto van de vorige blog bij. Zo heb je een startpunt en een tijdelijke eindpunt.

Beetje testen met de achtergrondkleuren (waar ook al zo’n rijk palet aan verschillen in zit), de mondhoeken toch nog wat aangepast, de blik is nu echt die van een deugniet en de eerste kanten laagjes staan er op. Dat is verdekke wel niet gemakkelijk dat transparante kant en al die laagjes boven mekaar tegelijk met de doorschijning van de zwarte jas en de reflecties van het gezicht. But that’s what makes a master a master.

Stapje voor stapje komt onze cavalier los van het papier. Mijn verwachtingen naar de mouw rechts in beeld (zijn linkermouw) zijn hoog. Ik ben benieuwd naar wat dat zal geven. Maar er is nog heel wat kant af te werken voor ik dat zal kunnen zien.

Max on tour: Kunstwandeling Herne

De Vlaams-Brabantse gemeente Herne is nog zo’n bruisende metropool aan lokale kunst. Regelmatig worden er tentoonstellingen en evenementen georganiseerd. Herne Kunst’Telt kent een zeer actieve en gemotiveerde kunstenaarsvereniging. Dwars door het prachtig glooiende landschap plaatsten ze afdrukken van kunstwerken. Soms tegen een gevel, soms ergens meer in het groen. Tijdens het weekend van 7 & 8 augustus wordt de wandeling officieel geopend.

In de Boesmolen is er voor de gelegenheid een 2-daagse tentoonstelling met tekeningen en keramiek. Ik zal zowel op zaterdag als op zondag ter plekke tekenen aan mijn zomertekening: De lachende cavalier naar Frans Hals. Een unieke kans om dit werk nu al te ontdekken, de opbouw ervan mee te maken en vragen te stellen. Collega Marthe Vanhoutte (keramiek) is ook aanwezig.

Maar er is natuurlijk meer dan Max & Marthe 😉 Elk paars wandelaartje heeft zijn eigen kunstwerk (klik op de foto om de kaart te bekijken). En stel dat het echt niet zou passen om tijdens het openingsweekend langs te komen, de route blijft nog lang staan! Alleen zal je dan de geweldige herinneringen aan de fantastische ontmoetingen met de kunstenaars niet meenemen 😉

klikken op de kaart voor meer details

Met dank aan Mia & Danny van de boesmolen en Herne Kunst’Telt.

Gentse Feesten 2021: light 03

Alweer Puppetbuskers op het programma maar toch ook een beetje stad verkennen. Eens rondkijken naar de terrasjes, de Koren- & Graslei en een ijsje bij de Nonno. Gent kent zo enkele van die geweldige ijsjesbars. Damas is er nog zo eentje. Vers gedraaide ijs, lekker smeuïg. En er zijn ook lactosevrije of yogurt ijsbars als Moochie. De meer commerciëlere als Oyya, Australian,… Misschien ken je er zelf nog wel eentje, zet ‘m maar in de commentaren onderaan de blog.

Morgen – zondag 25/7 – spelen nog 2 animatietheaters: Punk & Judy met Balance (zie blog 01) en Pistache met “opgeraapt”. Naast dat laatste heb ik ook nog iets te vertellen over de voorstelling “De walvis is verdwaald” door Puurlain. Ook het voormalige Caermersklooster waar het Gentse Zomerkunstsalon loopt kan je nog bezoeken. Je kan er binnen zonder reserveren.

Acteur Jan van het gezelschap Pistache begint al voor de voorstelling met het oprapen van achtergelaten voorwerpen. Het snelst gevonden is een sigarettenpeuk. Tjah…rokers…Jan zoekt verder en vindt een oude laars. Helaas geen tweede laars. De Kringwinkel zal niet lukken. Maar wat blijkt; de laars heeft zo ook haar gedacht. Verder onderweg krijgt de laars meer en meer vorm en wil ze finaal naar het circus. Of dat lukt en wat er onderweg nog zal gebeuren, dat kan je morgen nog ’s bekijken in het Augustijnenklooster (vlak naast het Vredeshuis, achter het Gravensteen).

Een voorstelling die je niet meer zal kunnen zien is “De Walvis is verdwaald” door Puurlain. Gelukkig heb je nog mijn foto’s 😉 Een romantisch verhaal met een vette knipoog om goed te zorgen voor de natuur. De manier van spelen is naar Japanse traditie kamishibai. En inderdaad het is wel helemaal anders dan we gewoon zijn. Het verhaal wordt verteld, niet “gesproken” vanuit de figuurtjes. Daarnaast bestaat de voorstelling uit wel 10 (als het er geen 20 zijn) decors. Bij elke stap in het verhaal volgt een nieuw decor. Alles is opgebouwd uit stoffen, dat moet een hels werk geweest zijn.

Walvis is verdwaald en belandt in de stad. Poes probeert met hem de weg naar de zee te vinden en hem tegelijk te voorzien van water. Een race tegen de klok en tegelijk een race tegen de bouwpromotor die op het terrein waar Walvis is beland al zijn werfkeet heeft neergezet…Op de rug van Walvis. “No time to waste” dus.

Gentse Feesten 2021: light 02

Met het mooie weer toch nog ’s naar ’t stadscentrum afgezakt. Op het programma: 1 puppetbusker (er was er ook maar 1 vandaag) en wat geocachen.

Over geocachen kan ik heel enthousiast vertellen omdat het mij al op vele mooie plekken heeft gebracht. En tegelijk is het iets leuks om te doen (#zoektocht). We gingen er eentje zoeken aan de rode dame en eentje aan het (nieuwe) sas aan Portus Ganda.

Maar we gingen ook naar een poppenspel. Op de nieuwe locatie van het Luisterplein, niet op het Laurentplein maar wel in het Sint-Lievenscollege. Ingang aan de Volmolenstraat (dus niet de Zilverenberg). Dit jaar zijn alle poppenspellen Belgisch en ook die sector zit al meer dan een jaar op droog brood en (regen)water. Cultuur kan steun gebruiken en zeker als u gratis naar de voorstelling komt kijken 😉

Cie Les Petites Délices (Be) “Maritime” had al eens gespeeld in 2013. En merkwaardig genoeg herinnerde ik me die voorstelling nog goed. Misschien door het gezelschap in het publiek of was het door die jonge man die uit het publiek werd gepikt?

In 2013 zaten we nog gezellig in de Trommelstraat en daar deed het decor van het Sint-Lievenscollege me wel aan denken. Een ideale plek

Lees verder

BUY LOCAL! 742 Gentse kunstenaars in de kijker

Op 30 juni blogde ik al over het Gentse Zomersalon en mijn deelname aldaar. Voor een prikje (zeker in vergelijking met de andere kunstenaars) koop je er een originele Max Van Hemel of een Katleen Van Huffel . De hyperrealistische tekening van het beminnend appelkoppel past in elk interieur: living, werkkamer, wachtzaal,… Het is tegelijk onschuldig en ondeugend voor wie het graag vanuit een andere hoek bekijkt 😉 Reporter Kathleen Ramboer – tevens begaafd fotografe! – ging voor Kunstpoort ook een kijkje nemen in het Zomersalon. Hieronder haar reportage.

van 2 juli tot en met 29 augustus 2021 (juli open tijdens weekends, augustus do tot zo)
Kunsthal Lange Steenstraat 14 Gent

Voor de tweede maal op een rij organiseert Kunsthal Gent een zomersalon voor de Gentse kunstenaars.

Zoals vorig jaar presenteert BUY LOCAL #2 gedurende juli en augustus een dwarsdoorsnede van de Gentse kunstscene. Iedere Gentse kunstenaar, niet gekend of gevestigde waarde, kon deelnemen zonder het obstakel van zenuwslopende selecties van een vakjury te moeten overwinnen. Het resultaat van de call bevat niet alleen tweedimensionale kunst maar ook sculpturen, video’s, performances… noem maar op. 

BUY LOCAL wil Gentse kunstenaars, ongeacht leeftijd of discipline, support bieden bij het verkopen van hun werk. Zo is er een catalogus te koop aan de democratische prijs van €5. Alle deelnemende werken zijn afgebeeld met alle nodige informatie: titel, kunstenaar, media, prijs, formaat. Een kunstwerk aankopen kan via de site https://zomersalon.gent/overzicht/

De opbrengst gaat integraal naar de kunstenaar. Op zondag zijn er Artists Talks on the spot, met maximum 5 kunstenaars. Zo kan je op een fijne laagdrempelige manier een gesprek aangaan met een kunstenaar. Info https://kunsthal.gent/activiteiten/artist-talks-on-the-spot

meer artikels van Kathleen op https://kunstpoort.com/

foto’s van Kantheel Ramboer, Katleen Van Huffel, Max Van Hemel

Frans Hals: de lachende cavalier (03)

Tijd voor het serieuze werk. Alsof vorig aandeel onbelangrijk was 😉 Maar toegegeven aan een schets heb je iets maar niet alles. De verwachtingen liggen hoger dan dat en dan moeten we die ook waar maken.

Ik begin voor de zekerheid met het gezicht. Stel dat het niet lukt de juiste blik te vangen, dan heb ik op zijn minst de tijd die ik in het tekenen van de kanten kraag zou steken al gewonnen. Je mag nog een perfecte schets maken, met een verkeerde kleur kan je een expressie helemaal om zeep helpen. Nog een beetje en onze cavalier ziet er ineens helemaal anders uit…

Lees verder

Frans Hals: the swinging ’30’s

Over de jonge jaren van Frans Hals weten we niets. Hoe hij tot zijn gekende expressieve schilderstijl evolueerde of er meteen mee begon (en dus de klassiekere beheerste portretstijl – die toen erg in trek was – kordaat oversloeg) het is tot nu niet geweten.

Het eerste gekende werk van Frans Hals is het portret van Jacobus Zaffius uit 1610.

Hals is dan ongeveer 30jaar wat op zich vrij laat is om te beginnen aan een schilderscarrière zonder voorafgaande historiek. Persoonlijk denk ik dat er rond dit moment een wissel in stijl kwam en dat het verschil met de voorgaande stijl zo groot is dat men in die eerdere stijl Frans Hals niet herkent. Daarbij kan het ook zijn dat hij vroeger in opdracht werkte en dus voor een andere kunstenaar (zijn leermeester?) werkte waardoor men gewoonweg over de schilderijen van Frans Hals kijkt omdat er een andere naam onder staat. Maar dat zijn mijn hypotheses. Of had de stilte voor 1610 een politieke reden (bvb ivm de Spanjaarden), kan ook zijn…

Het is al meteen vanaf dit portret duidelijk dat de verftoetsen snel en trefzeker worden aangebracht. Met brute en verfijnde penseeltrekken weet hij de kijker te leiden naar wat je moet gezien hebben, wat de kern van het werk is, de boodschap en de rest is “versiering”. In het Geheim van de Meester wordt dit portret verder uit de doeken gedaan. Er wordt zelfs in vraag gesteld of het een werk van Frans Hals is en of het achteraf werd bijgesneden (een techniek die in die tijd niet ongebruikelijk was).

Wat we in bovenstaand portret nog merken is de statische houding van het model. Maar de lichtinval van links, de krachtig witte lichtpartijen en de “wilde” markeringen die baard, neus en kraag diepte geven vallen op. Het bruin-rode bont is niet gedetailleerd maar geanimeerd. Het lijkt wel alsof er een fris windje door de kamer loopt terwijl er wordt geschilderd. Hals schildert zoals Zorro zijn Z tekent.

Ik kan natuurlijk niet elk portret in detail gaan bespreken, dan zijn we vertrokken voor een boek van 250 pagina’s. Daarom neem ik je mee in een snelcursus. We gaan meteen door naar 10 jaar later en dan zien we dit “portret” van de een familiegroep in landschap met 3 kinderen en een bokkewagen. Je krijgt er ineens een beeld hoe men er zijn hand niet voor omdraaide om een familieportret in stukken te snijden om eender welke mogelijke reden.

De reconstructie is nog steeds niet volledig, er ontbreekt nog een stuk rechts onder. Was het niet interessant? Is het verloren gegaan of zal het ooit nog ergens opduiken?

Maar kijk vooral naar de stijl, de manier van aanpakken. Ik zei het al bij de vorige blog, de speelsheid van de compositie. Herken je al het licht van links, de fel witte kragen en de losse stijl van poseren? Maar kijk nu ook naar de evolutie in de zwarte kledij. Bij het eerste portret is het nog bijna vlak zwart en nu zijn er wel 27 tinten zwart (volgens Van Gogh, niet volgens een of andere grijze boekschrijver 😉 )

De kanten zijn van ver zeer gedetailleerd maar van dichtbij zijn ze eerder grof geschilderd. Dit maakt dat ze van ver ook nog mooi en gedetailleerd ogen. Bij een fijn uitgewerkt schilderij zie je de details eerder als je er met je neus gaat op staan (hé Jan) maar grote portretten zoals deze bekijk je meestal van op afstand. Ze hangen in grote herenhuizen of paleizen.

Terwijl meerdere tijdgenoten zich laten beïnvloeden door Caravaggio en kiezen voor het theatrale licht-donker-effect (zie Vermeer) , blijft Frans Hals trouw aan het vol licht. Schuiven we de tijdlijn nog ’s 10 jaar op dan zien we dat hij nu 200% trouw is aan zijn techniek zowel in snelheid, expressie als in licht vatten.

Het gezicht is niet in rust en op het gemak geschilderd. Het is snel geschilderd. Gespeeld met licht en donker. Bij deze manier van schilderen zou je bijna denken dat het “naar levend model” is geschilderd, dat het terplekke in het café op het feestje is gemaakt. Dat laatste is niet onmogelijk maar redelijk onwaarschijnlijk aangezien het verplaatsbaar maken van het schildersgebeuren toen niet gebruikelijk was en (omdat er nog geen verftubes ed bestonden) niet erg praktisch was. Wat wél een mogelijkheid is, is dat Frans dit schilderij gewoonweg uit het geheugen heeft geschilderd. Misschien vroeg hij wel één van zijn kinderen om te poseren en moest het daarom des te sneller gaan. Kinderen zitten meestal niet al te lang stil. Maar dat het een ongewone manier was van werken voor die tijd, daar twijfelt niemand aan.

Nog iets opvallend is de glimlach met open mond. Zie mijn kunstweetje KW48. Omwille van de gebrekkige mondhygiëne was dat verre van “done”, eerder “not done”. Zelfs nog vele jaren later was tandhygiëne een zwakke plek in de geneeskunde. De perikelen van Lodewijk XIV spreken boekdelen hierover.

Als laatste nog dit portret. We springen ineens naar 1660. 30 jaar na de fluitspeler van hierboven.

Hopelijk valt je meteen op hoe de mode is veranderd. Weg zwart! Weg korte haren! Nu zijn er kleuren en lange haren, liefst met krullen. En van waar kennen we die mode? Van bij de tandarts van aanvoerder “Louis met het rugnummer van Dries Mertens” natuurlijk 😉

Kijk ’s naar hoe swingend dit is geschilderd. Op het eerste zicht knap en gedetailleerd maar bij nader inzien ruw, slordig en dynamisch. De hand lijkt meer op een klomp en de duim op een opgeplakte valse nagel. Maar had je dat zo gezien had ik het niet gezegd? Allicht niet. En dat maakt dat dit een zeer aangenaam portret is om naar te kijken. Je wordt er gewoonweg zelf spontaan vrolijk van, toch? 🙂

En nog steeds met het licht van links, de felle witte partijen die diepte geven en de vele transparante lagen stof die het geheel diepte geven: dit werk is zeker gesigneerd Frans Hals.

Door de losse stijl van Hals wordt dikwijls gezegd dat hij een alcoholprobleem had en daardoor niet precies kon schilderen. De onderwerpen van zijn schilderijen en zijn financiële problemen zullen daar allicht ook wel aan bijdragen. Sommige bronnen beweren zelfs dat Frans Hals zijn hand zo losjes was dat hij er al eens zijn vrouw mee bewerkte. Al is dat niet gelogen, maar wel verwarrend want in dat laatste geval gaat het om een andere Frans Hals die – moet lukken – ook in Haarlem woonde. Onze Frans Hals gaat met zijn stijl helemaal mee in de zwier van de Barok (zie KW37) en het is er voor mij aan te zien dat hij het meer had voor de stijl die Rubens en Van Dyck hanteerden dan voor de stijl die de andere Nederlanders hanteerden. Misschien maakte die differentiatie (zeg maar “avant garde”) ook zijn renommee. Al was die maar van korte duur want de Barok werd redelijk snel gevolgd door de Rococo ( zie KW38) waardoor de rijkere klasse de Barokschilderijen uit de mode ging vinden en ze al snel op zolder belandden (waar ze dan vele jaren later werden terug gevonden en als het écht vele jaren later was, er nog eens flink veel poen werd verdiend op de gezondheid van de overgrootvader).

Frans Hals: de lachende cavalier (02)

Vandaag deel 2 van de schets. Djeezes wat vraagt dit f*ckin’ veel concentratie! Het schilderij mag dan wel virtuoos – waarmee meestal wordt bedoeld “met schwung” – geschilderd zijn, het is verdomme gedetailleerd uitgewerkt om rock-n-roll te zijn.

Ondanks mijn streven naar (hyper)realisme hou ik wel van rock. Wie mij volgt over de Facebook zal al gezien hebben dat ik op vrijdagen wel eens muziekjes met veel gitaren en langharige kapsels durf te posten. Controle tijdens de opbouw van een werk is goed maar op een zeker moment moet er ook leven, lust, dynamiek in komen. En die levenslust en dynamiek is nu neet wat ik zo aantrekkelijk vind ik de schilderijen van Hals. Nog meer in dit schilderij want het is tegelijk statig maar je ziet er een deugnietenblik van de cavalier in.

Per tussenstap foto moest ik toch wel even uitblazen. Mijn gedachten verzetten. Nekeer een onnozel danske doen. De rug losschudden. Om dan terug tot volle concentratie te komen. Ik ga niet altijd uren blijven tellen, dat is nutteloos. Het is iets wat kunstenaars graag doen om of aan te tonen dat ze onderbetaald zijn of om aan te tonen dat er vele uren in het werk zijn gekropen en het dus zeker goed moet zijn. Oprecht gezegd; ik geloof in geen van beiden. Ik geloof in het resultaat. Mensen die mijn tekeningen mooi vinden zijn meestal ook wel de meerwaardezoekers in het leven. Ze gaan niet voor “half”. En dan zet je kwaliteit voorop.

Frans Hals: De (r)evolutie van het portret

Geen ander als Frans Hals zette de manier van portretteren op zijn kop. “Love it or hate it” moet wel de stelling van de kijker geweest zijn. Dat maakt je of beroemd of berucht. Voor het eerste heb je connecties nodig, voor het tweede een groot bakkes 😛 . Als je uit de band wil springen en daarmee ook je boterham verdienen dan heb je steun van je volgers nodig. Ik spreek een beetje uit ervaring met mijn kleurpotloden 😉

Waarmee verdien je in de Gouden Eeuw het meeste? Dat zijn meestal huwelijksportretten (vraag maar aan de hedendaagse fotografen) en groepsportretten van (schutters)gilden. Voor kunstenaars waren er daarnaast niet al te veel opties. Rubens, Van Dyck, Rembrandt,…ze maakten allemaal dergelijke portretten in opdracht. Van Vermeer weet ik het niet zo maar laat me stellen dat de thema’s die in zijn (resterende) schilderijen van toepassing zijn wel erg in de lijn van verliefdheid, gemis van een geliefde, boodschappen van liefde,…liggen.

Mannen die geld verdienden waren meestal betrokken in de Nederlandse wereldhandel en waren – in het algemeen – al snel of maanden op zee of maanden ergens in het buitenland. ’t Is niet dat ge de trein nam aan 140km/u om eens effe over-en-weer naar Parijs of Berlijn te trotten met uw valies. Daar ging wat tijd over. De schilderijen waren dus deels een bevestiging van de verbinding tussen partners. Ik kan het moeilijk “emoties” noemen want huwelijken werden al eens geregeld in die tijd. Niet iedereen nam het risico om zijn kinderjuf te bezwangeren, hé Frans 😉

Anderzijds was het natuurlijk een uitstraling van hun vermogen. Deze mensen zijn dan wel zwart gekleed (wat nog wat de Spaanse mode was en “praal” adhv gekleurde kledij was “verboden” door hun geloof) maar dat belette niet dat die kledij mocht worden voorzien van gouden borduursels, kettingen en kanten onderkledij.

Toen Frans begon aan het portretteren moesten die schilderijen dus vooral status uitstralen. Gelijk de Turk die met zijn BMW showt in de Gentse straten en fier is op zijn dure auto en dito muziekinstallatie. Maar Hals zag portretten anders. Ik ben er van overtuigd dat Frans eerder een emotie-mens is en minder boodschap had aan de praal dan aan het karakter achter de façade. Moet je in de bovenstaande pendant (= 2 schilderijen die bij mekaar horen) kijken hoe mijnheer Geeraerdts zijn geliefde aankijkt. De liefde spat er af. Vanuit haar kant van het schilderij biedt zij hem een roos aan. Kijk ’s naar die blikken, hoe die mensen mekaar graag zien, hoe de toekomst hen toelacht. Helaas zijn beide schilderijen vandaag al lang gescheiden. Zijn schilderij hangt in het Frans Hals Museum, zij wordt ergens opgesloten in een kluis ver van elk daglicht.

Nog groter contrast met eerste bovenstaand schilderij is het huwelijksportret van zijn maat/mecenas Isaac Massa (ofte Isaac Abrahamsz) Moet je zien hoe

Lees verder

Frans Hals: de juiste plaats & tijd

Voor ik begin te vertellen over wie Frans Hals was en over zijn leven en de techniek wil ik hem toch eerst even in de tijd plaatsen.

We zitten in het hart van de Gouden Eeuw. Nederland bloeit! Antwerpen sterft. Wie geld wil verdienen moet dus naar Nederland en liefst in de buurt van Amsterdam. Daar woont al wie schoon en vooral rijk is of dat gedurende deze periode zal worden nav. de commerciële boottochten die er aan staan te komen.

Alles bloeit bij onze bovenburen: technieken, handel en vooral kunst. Tijdgenoot van Rubens, de firma Bruegel, Rembrandt, Vermeer en Caravaggio dat zegt al veel over hoe er waarde wordt gehecht aan kunst en vooral in onze contreien (voor wie er nog mocht aan twijfelen: ik weet dat Caravaggio een Italiaan is 😉 )

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier (01)

Normaal zou ik beginnen met een introductie. Wie is Frans Hals? Waarom zou je Frans Hals moeten kennen? Maar dat hou ik voor later. Ik ben een beetje te lui om dat dikke boek dat ik een paar maanden geleden heb gekocht door te slikken. Dus Frans Hals “the bio” volgt later. Voor wie kunstweetje 51 niet heeft gelezen, ’t is het ideale moment. Klik hier.

Als zomertekening – zoals de vorige zomers Bruegel 2 & Rafael 1 (het jaar daarvoor maakte ik WK-versies van bekende Belgische kunstwerken 😛 ) – dit jaar dus een Frans Hals. De hele zomer lang zal ik vertellen over de keuze, de opmaak, de technische uitdagingen en al mijn frustraties HAHAHAHA. De zomerblogs zullen over de middag worden gepubliceerd, ’t is dan goed voor tijdens uw werkpauze en ook voor de uitslapers 🙂

De tekening is net iets kleiner dan het origineel. Zal ik verklappen waarom…goh…neeuuu…’k ga nog wat wachten. Trouwens dat verschil is echt minimaal en te verwaarlozen in het geheel. Technisch gezien gaan we weer voor topkwaliteit: dik papier van Canson professioneel verlijmd op een dibondplaat (die geeft de komende jaren geen krimp) én de Luminance-potloden van Caran d’ache. Maar bon, hoe goed en hoe duur de materialen ook zijn, het is blijft de tekening die het moet doen.

Nog voor er één streep op papier komt, zijn er dus al heel wat uren voorbereiding aan te pas gekomen. De lachende cavalier maakt deel uit van The Wallace Collection. Voor de Belg die nu ineens een belletje hoort rinkelen, niet te snel juichen, het is waarschijnlijk dit belletje 😉

Na 2 uur schetsen op het hoofd en de kanten kraag, ziet het resultaat er uit zoals op de foto. Als ik grofweg reken heb ik met de voorbereidingen meegerekend toch al zo’n 10uur aan deze tekening gewerkt.

Frans Hals: de lachende cavalier – achter de schermen van een kunstwerk

Deze zomer vertel ik het verhaal van het schilderij “de lachende cavalier” van Frans Hals. Volg mijn blog via www.maxvanhemel.be en je komt (bijna) alles te weten over dit schilderij maar ook over Frans Hals, zijn tijdgenoten, de kunststijlen,…

Naast het verhaal maak ik mijn eigen versie van het schilderij. Van het blanco blad tot de afgewerkte tekening vertel ik over mijn ervaringen, ontdekkingen en onderzoeken naar dit schilderij. Volg dus zeker mee vanaf je (tele)werk, tuin of naast het zwembad ergens onderweg. Het worden zeker boeiende momenten die je niet mag missen! Laat vrienden en familie mee genieten van dit kunstavontuur, deel gerust de berichten als je ze leuk vindt.