Zondag markt in Kluizen

Omdat ik vandaag bezig ben met de voorbereidingen voor de markt van Kluizen (bij Evergem) komende zondag, is er geen Danaë-blog. Een gezellige (grote) gelegenheid om nog ’s de bekende koppen te zien en nog ’s samen de dag vol te lullen. Zoals we dat al meer dan 20 jaar samen doen. Maar ik heb wel nog iets te vertellen na de expo van Drongen.

Het meest vertelde verhaal op de expo is zonder twijfel dat van de Kermis van Hoboken (Bruegel). De tekening die ik maakte naar de nog bestaande tekening van Bruegel. Het hele verloop en alle blogs daarrond vind je HIER.

Van de tekening van Bruegel werd een ets gemaakt en een druk maar die druk was (vermoedelijk) niet zoals Bruegel die zelf wou. Het was dan ook voor Bruegel snel duidelijk dat hij naar zijn vertrouwde drukker/etser terug moest. De tekst op de banier (waar een deel van het mysterie om draait) is helemaal aangepast. Hieronder de tekening van Bruegel, de etsdruk en mijn versie.

De tekst werd door de etser aangepast. Of dat in opdracht van Bruegel is gebeurd is niet duidelijk maar zeker is dat de tekst op de ets niet dezelfde is dan de tekst op de tekening. Ik probeerde zo dicht mogelijk bij de originele tekst te blijven (met als gevolg dat ook deze onleesbaar is gebleven).

Een ander topverhaal was dat van de imkers. De honingdieven waarvan je het hele verhaal HIER kan vinden. Ik verwijs daarbij regelmatig naar de 4e man in de boom. Die lijkt heel erg op de man in de boom in het schilderij “de nestrover”.

Het linkse is beeld is ook weer zo’n typische Bruegel: het verhaal van de splinter en de balk. De man op de voorgrond wijst naar de eierdief die – zo voorspelt zijn pet – niet lang meer in de boom zal hangen. En dat voor een paar eieren. Tegelijk loopt de figuur op de voorgrond in volle vertrouwen recht de afgrond en de beek in. De imkers (de honingdieven) hebben een vergelijkbare figuur rechtsboven. Deze valt weliswaar niet uit de boom. Hij staat op de uitkijk terwijl zijn collega’s de buit veilig stellen. Zullen de dieven het zonder kleerscheuren halen? Of gaan ook zij recht de afgrond in? Het waren moeilijke en harde tijden in de 16e eeuw. In ieder geval is op beide werken de spreuk “dye den nest weet dye weeten, dyen roft dy heeten” van toepassing.

PS: ivm het linkse schilderij wordt wel eens gefluisterd dat Bruegel voor de grote figuur op de voorgrond geïnspireerd werd door Michelangelo.

Het schilderij de eierdief is te zien in het Kunsthistorisch Museum van Wenen en meet 59.3 × 68.4cm. Tiens…dat is nog ’s haalbaar voor een Bruegel 4 te maken 😉

Bekeken en goedgekeurd

Wat een zotte meimaand en begin junimaand was dit? Onder de rubriek “te veel hooi op het vork” was dit al bijna een hele hooikar op het vork. Het was druk en bij momenten wist ik begot niet meer waar mijn kop naartoe was. Nu de expo achter de rug is, is het tijd voor een eerste terugblik…

We hadden 2 lange weekends expo. Ahaaa…het eerste weekend was dat met de vele lekkernijen waarvan Brecht van Coffee.Beez ons wist te voorzien. En die kwamen goed van pas want onder zijn tentje was het gezellig, soms druk, maar zeker droog. Wie voor, na of tijdens onze expo last had van de regen kon er terecht voor een lekker bakkie koffie of de inmiddels legendarische chocomelk.

Maar je kwam natuurlijk niet alleen voor Brecht. Je kwam voor de kunst! En dat blijft een moeilijke in het landgoed De Campagne. Er komt nauwelijks volk langs, dus is er veel – heel veel – inspanning te doen om mensen te laten weten dat er iets te doen is én ervoor te zorgen dat ze ook langs komen. De promocampagne neemt daarom een flinke hap uit het budget. En met de kater rond subsidies waren er deze keer ook geen aperitiefmomenten op zondag geprogrammeerd.

En toch kwamen jullie in grote getale opgezet! Het eerste weekend zat er al meteen boenk op met 332 bezoekers. Het tweede weekend deed het nog beter zodat we finaal afkloppen op 681 bezoekers. Ik heb héél veel zin om iedereen waarvan ik me kan herinneren dat ze geweest zijn hier persoonlijk te bedanken maar ‘k ga er zeker vergeten en dat zou spijtig zijn. Dus bij deze een bloem voor jullie en een dikke merci om (trouw) naar De Campagne te komen.

Er waren ook veel nieuwe gezichten bij. Zelfs weer mensen die nog nooit eerder van mijn expo’s hadden gehoord. En dan zijn we “nog maar” 22 jaar bezig 😛 Ik kan iedereen alleen maar aanporren om zich te abonneren op mijn blogs (via de home pagina, naar onder scrollen en uw mailadres invullen) zodat je altijd op de hoogte blijft.

Na de opkuis blijft de zaal wat verlaten achter. Het is toch een hele andere beleving wanneer ze terug “kaal” wordt en de reftersfeer weer de overhand neemt. Tijd om mijn nacalculatie te maken. De verkoop bleef helaas uit, dus dat wordt weer een put van enkele duizenden euro’s. Om maar te zeggen, alleen al de kinderzoektocht kostte zo’n 405,12euro. De gedachte om inkomgeld te vragen duikt toch weer op.

Enfin. Om het met andermans woorden te zeggen: “het is volbracht” en ik ben een tevreden man. Merci aan iedereen die het project mee heeft gesteund, die er reclame voor heeft gemaakt, die vrienden en/of familie heeft meegebracht, die nog ’s terugkwam,… Aan Kathleen om de volledige permanentieshift van zaal 1 op te nemen, aan Tessa om al dat volk tot in Drongen te krijgen, Carlos voor de taartjes en de babbels. En een hele, hele dikke merci aan de sponsors Barlufin, Tic-tac en Convas! Merci thuisfront voor alle regelingen die moesten worden gedaan.

Of ik er nog een vervolg aan brei, dat blijft spannend, het moet ooit wel eens stoppen. Maar dat zien we later dan wel weer lieve beeldbuiskindertjes 🙂

EXPO 13: van 26.5 tem 6.6 – Drongen

Nog iets meer dan 2 weken slapen en dan mag je helemaal ontwaken in de meest zonnige lentebui ooit. Dan is er de nieuwe ART-tist expo met deze keer de bevallige naam “EXPO 13”. Eenvoudigweg omdat het de 13e expo is van deze biënnale van Drongen. Meer info op www.art-tist.be

Ook deze keer doe ik mee met veel nieuw (corona)werk en ook enkele niet eerder geëxposeerde werken. De expo zal voor mij grotendeels lopen in het kader van kunst tussen 1350 en 1650. Dat is zo wat de kunstperiode startend bij Van Eyck en de Vlaamse Primitieven en eindigend bij Frans Hals in de Gouden eeuw. Maar er zijn ook renaissancebeelden bij. En er is al een knipoog naar mijn expo in 2023!

Ik zou “de Max” niet zijn mochten er bij deze beelden niet telkens stoere of interessante of spannende verhalen bij zitten. En waarom niet een cumul van alles 😉 Het wordt een niet te missen editie waaraan niet alleen de kunstliefhebber maar tegelijk de innerlijke mens/fijnproever of de jeugd plezier zal beleven.

EXPO 13 gaat door van 26.5 tem 6.6 telkens van 10u-18u op do-vr-za-zon (weekend 1) en za-zo-ma(weekend 2). volg ART-tist via Facebook of website

KIDSTOER: kinderen kunnen een Lego-zoektocht maken. Ben jij een goede speurneus, dan mag je achteraf uit de grabbelton kiezen.

SPECIAL 1: op zondag vertellen kunstenaars uitgebreid over hun werken. Een exclusieve kijk achter de schermen & vele weetjes.

SPECIAL 2: Op zaterdag 28 en zondag 29 mei voorziet Coffee.Beez een “lekkerbekkenfestival”. Niet te missen voor wie graag geniet van speciale koffies, exclusieve theesoorten of een grote “toef” slagroom en m&m’s een must vindt op de chocolademelk. Of een exclusief MAK-bier? Dat kan ook altijd. Altijd wel iets voor alle leeftijden.

kunstenaars
Mag Vermeiren – Keramiek & brons – weblink – speeddate
Max Van Hemel – Tekeningen – weblink – speeddate
Carlos Caluwier – Keramiek, brons & PLA – weblink
Gillian Temmerman – Creatieve schrootverwerking – weblink
Hannah Hoebeke – Sculpturen – weblink
Tamara De Prest – Schilderijen & mixed media – weblink
Katleen Van Huffel – Fotografie – weblink
Sofie Jansegers – Schilderijen – weblink
Tessa Kerre – Pastels – weblink

Portret van Ellis

Door de evolutie van het portret een mengeling aan potloden: houtskool, schetspotlood, pastelkrijt op grijs karton. Deze kleine duvel met haar blauwe ogen heeft ’t mij niet gemakkelijk gemaakt 🙂

Het was niet echt de bedoeling om een volwaardig portret te maken. Zoals ik het al meermaals heb gezegd: mensen kruisen mijn pad en zodoende bestaat de kans dat ik er al eens een tekening van maak (of nog erger: hen meesleur in een tekenproject 😉 ). Bij het portret van Ellis zou ik snel snel een schets in potlood maken en dan de dagelijkse bezigheden opnemen. Voor de keren dat ik écht vrijaf neem, ga ik verplichtingen liever uit de weg 🙂 Maar haar typische blauwe ogen kon ik niet weergeven louter met mijn bruine schetspotloden.

Om dat achteraf nog mogelijk te maken, zonder vermenging van de kleuren, heb ik eerste de schets gefixeerd en daarna opnieuw bewerkt met pastelkleuren en tegelijk de contrasten wat verhoogd. Hoe de tekening er “oorspronkelijk” uit zag zie je hieronder. Over 200jaar kunnen de experts dan uitvlooien hoe het nu precies zat met die kleur, waarom en wie die kleuren heeft aangebracht en wanneer. Was het een modegril? Een ontevreden klant of kleurde Ellis haar ogen zelf bij op later leeftijd? Zij gaan er hun tanden op stuk bijten maar jij, lieve lezer, weet het nu al 😉

Goedkoper verwarmen?

Naast mijn carrière als tekenaar van schoons ben ik ook hobby-ingenieur voor een grote organisatie 😉 Dus ook op gebied van gebouwen e.d. heb ik toch wel wat kennis in één van mijn hersenlobben. Misschien nuttig en interessant dit te delen.

In een eerdere blog had ik het al eens over hoe je huis gratis afkoelen. Ik ga het bij deze niet hebben over hoe je je huis gratis kan opwarmen (al kan je al beginnen met de zon binnen te laten) maar wel hoe je jezelf toch wat energiekosten bespaart bij het opwarmen van de woning.

Lees verder “Goedkoper verwarmen?”

Horreur #1

Toen ik begin deze maand naar MUZEE trok zag ik daar een schilderij van Thierry De Cordier met de titel “Dieu est une poire” dacht ik meteen “wat een walgelijk idee om een schilderij naar een peer te noemen”. Een grote peerachtige blauwe vlek op een doek.

Toch had ik de dag voordien zelf een peer getekend, nog niet wetende van het schilderij van De Cordier. Omdat ik een hekel heb aan peren, zou ik de tekening eenvoudigweg “horreur” noemen.

Ik vond de vergelijkingen van beide peren best interessant. Omdat mijn afkeer voor peren feitelijk oneindig is herdoop ik deze tekening tot “horreur #1”. Lijkt me grappig, niet?

Het laatste portret

Ik kondigde al aan dat ik over 2022 heel wat veranderingen zal doorvoeren in mijn werking. Jullie zullen hier zeker nog een belangrijke rol in krijgen, wees daar maar zeker van 🙂

Voor we de ruimte kunnen vullen met nieuwe ideeën, moeten we eerst ’s grote kuis houden. Het stapeltje portretten daar moet ik me nog ’s over buigen. Portretten in opdracht zijn altijd de meest interessante investering geweest. Al waren er altijd mensen die dachten dat “de aap” voor een nootje een truukje kan doen, zijn er tegelijk veel meer mensen die de kunst, de ervaring en het vakmanschap weten te waarderen. En ze hebben gelijk gehad!

Wie in het verleden een Max heeft besteld mag daar nooit spijt van hebben. Daarom heb ik er altijd aan gewerkt om alles vlot en met een topkwaliteit af te leveren. Tegelijk heb ik mijn creatieve werken gebruikt om de portretten een (financiële) meerwaarde te geven én artistiek-technisch alsmaar sterker te maken. De portretten van mijn beide zonen met 12 jaar interval die in huis hangen getuigen van de permanente groei.

Toch wil ik bij deze aankondigen dat ik vanaf 2023 stop met portretten in opdracht te tekenen. Zo kan ik mij ten volle concentreren op het creatieve werk.

Wil dit zeggen dat er geen portretten meer zullen volgen? Neen. Er zullen nog wel portretten volgen maar die zullen enkel nog gemaakt worden binnen een project of op vrijwillige basis (het toeval kruist mijn pad 😉 ).

Dus wie nog een portret zou willen bestellen: 2022 is hét jaar. Wie al eerder een portret bestelde en een nieuw wil bestellen, mag dat ook nog na 2022 doen. Wees gerust, ook daar blijft mijn kwaliteitsgarantie gelden 🙂

Get Back!

Na 3 weken schoolvakantie (en voor mijne jongsten was dat 4 weken) gaan de kinderen vandaag weer naar school. Beetje aangepaste corona-quarantaineregels maar voor de rest blijft alles (eindelijk) eens wat stabiel.

Het einde van de schoolvakantie betekent tegelijk dat ook ik weer aan de slag moet. Voor “het dagelijks brood” op de plank en om al mijn tekenwerk mogelijk te houden. Ik heb genoten van mijn weekje los van de verplichtingen en gezellig bij het gezin. We hebben de hele familie gezien en zelfs (gerookte) vrienden op bezoek gehad. Maar nu is het tijd om de joekel van een achterstand op de blog van kunstvriend Koen Schyvens in te halen. Die heeft met MDLM-reeks niet stil gezeten. Wat een blogtempo!

Dus toch een beetje een boe on you en ook een beetje hoera. Maar gisteren dacht ik er nog net even anders over 😉

PS: klein weetje: vandaag 53 jaar geleden stapte George Harrison het af bij The Beatles. Hij kwam later nog wel terug maar de groep zat duidelijk op zijn einde. Eerder al hadden JL en PM gezegd te willen “scheiden”.

Tekening naar een beeld uit het MSK te Gent

2022: adagio voor twee

Mijn nieuwjaarsbrief is dit jaar een specialleke. Voor mij ging 2021 op maatschappelijk vlak vooral over de strijd rond “het grote onzichtbare”. Zoals bij stembusresultaten zag ik tot mijn grote bezorgdheid en spijt veel verdeeldheid onder de mensen. “Het grote onzichtbare” had/heeft het op onze dagelijkse gewoontes gemunt. Op sommige momenten was het bijna alsof we terug naar de tijd van de ontdekking van AIDS of de ontsnapping van Dutroux gingen.

Vrijheid van het individu staat/stond diametraal tegenover het welzijn van de hogere (wereld)gemeenschap. De kruisvaarders tegen de ketters (waarmee ik geen oordeel vorm over wie wie is). De wetenschappers versus de dokter-specialisten op sociale media.

Het grote onzichtbare maakt beweegredenen abstract, ontastbaar, ongezien. En ik had het daarbij niet alleen over bvb luchtvervuiling, stralingen, dumpen van zware metalen ergens in Afrika of India,…Natuurlijk heb ik ook covid en de vele nu nog onzichtbare gevolgen die zullen volgen uit deze periode. Tegelijk waren de beweegredenen van onze politiekers soms ook best on(door)zichtbaar.

Had dit allemaal impact op mijn tekenwerk? Ja hoor. De expo’s – als ze al door gingen – verliepen binnen een totaal andere sfeer, continue onzekerheid, zal er wel volk op afkomen,…Het maken van tekeningen lag een jaar op zijn gat. Weinig kans op modellen, verstoorde werking, geen opties om geplande projecten uit te werken. Toch was het tegelijk een jaar van vernieuwde opportuniteiten: zonder corona was bv de Lachende Cavalier er niet gekomen. Zonder Lachende Cavalier was de Treinbegeleider er niet gekomen. Zonder Treinbegeleider was mijn tekening niet in het Stripmuseum geraakt. Een onverwachte wending waar, met een positieve benadering, nog meer positiviteit uit kwam.

Ik weiger werken te maken waar de kijkers niet in verwondering of blij van worden. Ik wil dat de kijker een goed gevoel overhoud na het zien van mijn tekeningen, daarom zijn ze ook de MAX niet? 😉

Ik wens jullie allemaal een tof eindejaar met veel adagio, gezelligheid (echte of virtuele) en zoals ons moeder zou zeggen “gebruikt uw verstand” 🙂

Adagio for 2

POP ART (SMAK)

Vandaag stond een bezoekje aan ’t SMAK op het programma. Een expo rond Pop Art spreekt me altijd aan. Zeker de goede herinneringen aan de expo Pop Art in het BAM (Mons) was geweldig en viel zeker in de smaak.

Pop Art gaat wel ruim. Je hebt de bekende “must have” items: het soepblik, een Lichtensteinstrip. En dan? Dan vult het SMAK aan met enkele interessante items uit geleende en eigen collectie. Soms (alweer) van de pot gerukt maar meestal wel best verteerbaar. Naast elk werk staat een QR-code met extra uitleg geschreven door iemand die allicht eerst een lijntje coke heeft gesnoven om psychedelisch psychotische achterliggende (com)plotten te kunnen schrijven.

Omdat we dan toch binnen waren, gingen we toch nog ’s naar de bovenverdieping. Dat is dan weer om te huilen. Het is triestig dat zoveel subsidiegeld en zoveel werkruimte naar dit soort rommel gaat. Gent wil graag shockerend progressief zijn en dat is super. Toch gaat dit ten koste van de esthetica, voor zover men dat woord in de SMAK-omgeving nog kent. Ik stelde me meermaals de vraag of ik in een instelling voor geestesgestoorden aan het lopen was. Elk zijn gedacht natuurlijk…

Frans Hals: de lachende cavalier (12)

Challenges altijd de uitdaging waard. Elke zomer verleg ik een grens, ga ik in dialoog en tegelijk in een soort steekspel met een bekende kunstenaar en een iets minder bekend werk. Een topwerk met een verhaal en een hogere technische uitdaging. De uitdaging loopt over de zomer omdat dan het exposeizoen zichzelf niet “ververst”. Er zijn geen nieuwe expo’s, wat loopt loopt wat niet loopt start ergens in september.

2 juli lanceerde ik een teaserblog om officieel te starten op…

Lees verder “Frans Hals: de lachende cavalier (12)”

Frans Hals: de lachende cavalier (11)

Was het je ook opgevallen dat er bij de vorige blog ergens “tekst” stond tussen de foto’s? De blog stond al klaar geprogrammeerd voor publicatie maar ik was nog niet klaar met schrijven…En om die opmaak al klaar te kunnen maken zet ik dan soms “tekst” tussen de foto’s, dan weet ik waar ik nog iets moet schrijven. Maar dat was ik dus uit het oog verloren met de vorige blog. Ik zal – nog maar eens – moeten toegeven dat ik wat te veel hooi op mijn vork aan het nemen ben de laatste dagen: de cavalier, het marktje in Menen, het (grote) Kunst in het Dorp, de planning 2022 en ja daarnaast heb ik nog een “hobbyjob” te onderhouden om deze kunstactiviteit te sponsoren. Een bekend Belgisch politicus zou al eens durven stellen: “trop is te veel én teveel is trop”.

De tekst ging ‘m natuurlijk over die “ajuin”. Het topje van een zwaard…Of was het een degen? Of een rapier? Ik ging even op onderzoek naar was nu precies de verschillen zijn. Want toegegeven: onder de bekendste zwaarden kennen we Excalibur (het zwaard in de steen van koning Arthur), het typische samuraizwaard, het degen van Zorro, het zwaard van Ardoewaan,…of een moors zwaard. En als je er even bij stil staat, die kennen allemaal een andere vorm. De kwestie is dus met welk wapen hebben we hier te maken?

En dan begon ik met zoeken naar zwaarden uit “de gouden eeuw”. En ziet waar ik op bots: het zwaard van ene Michiel De Ruyter (voor de Belgen doorsnee een onbekende maar toch wel één van de meest bekende Nederlanders) en de rapier van Rubens. Zonder chauvinistisch te willen zijn, ga ik iets dieper in op dat laatste omdat die nog het meeste op het zwaard van mijne cavalier lijkt maar ook omdat het wel wat op dat “zwaard” lijkt.

Nu noemt men “het zwaard” van Rubens een “rapier“. Een rapier is een relatief slank, scherp gepunt type zwaard dat vooral in de 16e en 17e eeuw in Europa werd gebruikt. Rapier en degen werden vooral gedragen en gehanteerd door de rijke burgerij, die steeds meer aan belang won. Deze burgerij hechtte meer waarde aan sierlijkheid dan aan efficiëntie en zodoende werd het rapier meer en meer verfijnd.
Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de degen, een slankere, lichtere versie van het rapier.

Dit past perfect in ons kraam en bevestigt dat de cavalier een gegoed burger. De “ajuin” is duidelijk het einde van het degen. Dat het een rijk versierd stuk is – en dus het model van Rubens benadert – is wel duidelijk. Niet alleen aan het uiteinde kan je dat zien. Op het schilderij is het haast onzichtbaar maar door de reconstructie kan ik u het gevest ook laten zien. Dat zal later weer in de duisternis van de schaduwen verdwijnen. Geniet van het moment zou ik zeggen 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (10)

OK, kunnen we concluderen dat “de lachende cavalier” eigenlijk “nen ajoin” is? Zou dat niet leuk zijn! Na al die hypothesen van dat het een rijk edelman is of een kleermaker of (kleine kans) toch een cavalier blijkt het finaal een Aalstenaar te zijn. LOL. Geweldige ontdekking zou dat zijn 🙂

Maar dat is het meer dan waarschijnlijk niet. En toch…stel dat we deze frivole vent een naam zouden mogen geven, hoe zouden we hem noemen? Zet de ideeën maar in de opmerkingen 🙂 Ik ben ’s curieus hoe jullie hem zien.

tekst

Frans Hals: de lachende cavalier (09)

Een weekje Parijs had als resultaat dat er vorige week geen Cavalierblog was maar goed, voor de Instagram-volgers was er zeker genoeg input: foto’s van straatjes, parken, bistro’s en schetsen ergens ter plekke 🙂

Nog even terugkomen op blog 08. Ik had het daar over die valse mouwen en nonkel Albert 😉 Het gezicht op het schilderij waar ik naar verwees heeft officieel nog steeds geen naam maar wanneer ik verder lees, dan is er toch wel heel wat twijfel dat het heerschap op het schilderij niet Isaak Abrahamsz Massa is. Deze man poseerde meermaals voor Hals en was hij ook al niet de man met de pose waarbij iemand over de schouder kijkt? Ik laat u zelf oordelen of het om dezelfde persoon gaat of niet…

Isaak Abrahamsz Massa of niet?

Isaak Abrahamsz Massa (zeker)

Let bij bovenstaande ook ’s op de mode van de tijd. We hadden het er al eerder over maar ik wil er toch graag nog’s de nadruk op leggen. De hoed lijkt wel een vergelijkbaar model van dat van onze cavalier, niet?

Bij blog 08 gaf ik een aanzet naar het laatste stuk van de mouw. Enkele knoppen kregen al een onderkleur. Daar heb ik verder aan gewerkt. Maar ook nog een stuk mouw (binnenkant elleboog) is ingekleurd. Omdat de foto’s verkleind zijn is het misschien niet allemaal zo duidelijk maar nog even geduld. Wanneer de tekening klaar is, zet ik ze in hoge resolutie op de laatste blog van deze reeks.

En dan was er ook nog die gouden ajuin die in bijna uit het niets opduikt. Zo gefocust op de vele kleuren en kleine tekeningen dat ik die knobbel bijna uit het oog was verloren. Die knobbel hoort bij een zwaard maar daarover later meer. For now houden we het frivool op een gouden ajuin. Aalstenaars vinden dat zeker best OK zo 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (08)

Waar waren we zo wat gebleven? Ah ja (alsof ik het niet meer wist), bij de borduursels op de mouw. De vele gekleurde stiksels op de zwarte stof. Ik kan het er nog lang over hebben maar dat zou toch een beetje te saai worden. Daarom: FROVILITEIT! of frovilitijd voor de lolbroeken die mijn flauwe mopjes wel kunnen hebben 😉

Het naslagwerk over Frans Hals is zo’n 440 pagina’s dik en daar staat wel wat meer in om te ontdekken. Dus ga ik wat op zoek naar kunstweetjes over het werk van Hals en zijn tijd. Meer hieronder 😉

Lees verder “Frans Hals: de lachende cavalier (08)”

Frans Hals: de lachende cavalier (07)

Bij de vorige blog beloofde ik dieper in te gaan op hoe het borduursel tot stand komt: tekengewijs dan. Dat loopt namelijk helemaal anders dan hoe je dat al schilderend zou gaan doen. We waren gebleven bij het stuk links van de zwarte jas. Ik zet hier voor de liefhebbers ook een detailfoto van de borduursels bij 🙂

Ik stap nu over naar rechts. Aan de mouw zelf. Die staat ook vol van deze prachtige tekeningen. En ze stralen op alle mogelijke manier status, macht, geld uit. Dat voedt de opties dat het hier gaat om een stoffenhandelaar die adhv dit schilderij zijn eigen waar en/of kunnen in the picture zet. In ieder geval zet het aan om zelf een geborduurde jas te kopen. Wie meent dat borduren uit de mode is, is ferm mis. Zelfs de betreurde Dusty van ZZ-top wist er weg mee in zijn kleerkast…

Dus hoe teken ik nu zo’n borduursels? Wel…Eerst is er natuurlijk de schets (zie eerdere foto’s) maar die is gemaakt met het (beruchte) tekenpennetje van 0,2mm dik. Dat potlood is zo “vet” (2B) dat het steevast vermengt met de kleuren als ik er over ga. Daarom moet ik – hoe raar het ook klinkt – eerst de schets lichtjes overgommen (ik rol erover met de kneedgom) om echt nog maar een zeer lichte schets over te houden.

En dan bouw ik op van licht naar donker. Dus begin ik met geel, rood en heel licht blauw. Die kleuren moet niet echt precies zijn, als ze maar op de juiste plaats staan. Daarna werk ik tussen en rond de kleuren tegelijk de tekening en de donkere inkleuring uit. Waar nodig herteken ik (bvb bij dwarse stiksels) de scherpe partijen. Finaal worden de accenten met fel rood, oranje en hemelsblauw afgewerkt. Op de foto zie je nog ’s een overzicht van alle kleuren die werden gebruikt voor dit stukje.

Kunstwandeling Herne: review

De organisatie en ikzelf ook hadden er nogal wat tamtam rond gemaakt dat het de moeite zou zijn om de kunstroute in Herne af te stappen. En zeker tijdens het openingsweekend van 7 & 8 augustus. Al van bij de ontmoeting op de locatie zat de sfeer onder de kunstenaars goed. Dat voel je aan de vlotte manier van verdelen van de plekken maar ook de tolerantie waarmee de mensen mekaar weten te vinden.

Gastvrouw Mia en molenverbouwer Danny betoverden ons met het interieur van Boesmolen en vooral met hun charme en liefde voor kunst. Marthe is de immer goedlachse dame die o.a. bekend is voor haar keramiek uilen en schalen. Noor Jacobs – de jonge tekenares met eigen ruimte aan de inkom – kwam er snel bij. En het klikte nog beter dan een puzzle.

We hadden een geweldig mooi weekend. We hebben veel gelachen, we hebben ongelooflijk veel mensen gezien (naar schatting waren er wel 500 wandelaars onderweg) en ik…Ik heb getekend maar vooral véééél verhaaltjes kunnen vertellen. Zalig. Ik kan weer efkes voort tot in Bellingen half september. Eerst mijn stem nog terug krijgen 😉

Een dikke DANK U WEL aan alle mensen die langs geweest zijn, de collega-kunstenaars en de organisatie Herne Kunst’telt. Foto’s van Marthe Vanhoutte (keramiste): https://www.martheceramics.be/

Frans Hals: de lachende cavalier (06)

Vooreerst: niet te vergeten: dit weekend teken ik “live” aan de lachende cavalier in de Boesmolen (Herne). Langs een kunstroute zie je meerdere afdrukken in open lucht en kan je op enkele locaties naar binnen om de kunstenaars te ontmoeten. HIER MEER INFO daarover.

We gaan er een beetje meer vaart moeten insteken of deze tekening raakt niet klaar voor het eind van de zomer. Laat het geen epistel worden gelijk de kopie van de Toren van Babel 😉

Bij blog 05 had ik een aanzet gegeven tot de zwarte jas van de cavalier maar aan het borduursel had ik nog niet geraakt. Heb je daar al eens goed naar gekeken? Dat is gene kattepis 😉 Het zijn niet zomaar kleurrijke streepjes en krulletjes die op de mouw gespeld zijn, het zijn allerhande fijne miniatuurtekeningen. En dat er veel kleurwerk aan te pas komt, ik ga het niet verbergen (wat is anders het doel van de blogs rond de zomertekening 😉 )

Op de foto’s hierboven zie je een stukje van de geborduurde jas. Het is zo ongeveer 3x3cm. OK, ik had gezegd om niet meer in uren te tellen, dus tel ik in plaatzijden. Terwijl ik teken zet ik soms vinylplaten op. Dit stuk heeft 4 kanten versleten. Voor 9cm². ’t Geeft u een beetje een idee.

Ik kan nu nog lang vertellen over over hoeveel tijd het vraagt om al die figuurtjes uit te tekenen maar ik hou het nu nog even kort. Een flink aantal uren verder staat dit stuk vest er op. Bij een volgende blog ga ik dieper in op hoe ik het aanpak om die borduursels tot een goed einde te brengen, mis ‘m niet. Het is zeker de moeite. En wie een beetje kan tellen heeft bij deze begrepen dat ik een paar weken op voorhand over mijn tekening blogde maar nu helemaal “a jour” sta.

Frans Hals: de lachende cavalier (05)

Er zijn ook bij deze cover stevige uitdagingen door het verschil in techniek. Ten eerste werk Hals zonder tekening. Er is van Hals geen enkele tekening bewaard gebleven. Uit studie blijkt dat de schilderijen direct met verf zijn gemaakt. Hals maakte – om sneller te kunnen werken – gebruik van een huidskleurachtige onderkleur ( zie KW 34 ).

Ten tweede kan je met verf opbouwend/dekkend werken. Dat maakt dat je van donker naar licht kan werken terwijl ik van licht naar donker werk. Bij een grote zwarte partij zoals hier het geval is maakt dat ik eerst alle lichte partijen teken/inkleur om daarna de zwarte er rond te tekenen. Totaal de omgekeerde opbouw dan Hals en vooral erg vermoeiend (elke streep is op voorhand te plannen naar het resultaat).

Bij de laatste blog was het gezicht toch al grotendeels klaar. Er nu wat afblijven is de boodschap. Achteraf bijsturen zal wel nodig zijn.

Dit wordt duidelijk een blog in laagjes…laagjes…héél véél laagjes. Om zot te worden. Waarom begin ik er toch elke keer weer aan (aan die zomertekeningen)? Al is het achteraf wel altijd een zeer leerrijke ervaring 😉 De laagjes verwijzen natuurlijk naar de kraag. Laagjes kant boven mekaar.

Er zijn minstens 5 lagen kant boven mekaar. Niets speciaals aan…mochten er geen tekeningen in staan. Sterren, kruisjes, passers,…verwijzingen naar de vrijmetselaars? Het zou kunnen. De complexiteit zit ‘m de transparantie van de lagen. Daaronder een zwarte jas en tegelijk ook een soort dag/zonlicht maakt dat er witte lagen kant zijn, blauw-gele weerspiegelingen uit de lucht, zwart-grijze doorschijningen door de jas. En dan heb ik het nog niet over de helling in de diepte die worden gesuggereerd…Goh..misschien moet ik toch maar overschakelen naar de koe in het bos. Stukken makkelijker.

Even later… OK, ik heb er me over gezet. Net als bij het gezicht ga ik voor de finale afwerking van de kraag hier later op terug komen. Dat gaat ook daar beter zijn want het zwarte van de jas zal zo dominant worden dat het nu moeilijk in te schatten is in welke mate deze door het kant zal schijnen/breken.

Ik begin dus maar aan een andere uitdaging: de fijn geborduurde tekeningen op de jas. Tegen mijn gedachten in begin ik toch maar links en werk zo naar rechts. Feitelijk zou ik best rechts beginnen. Met al dat zwart zou de boel wel eens kunnen opengesmeerd worden en vuile vlekken geven. We zien wel. Het zijn wasgebonden potloden, die smeren normaal niet (of zeer moeilijk) open. Dat komt wel goed.

Terwijl ik bezig ben, mijmer ik in tijd en ruimte. Op zich werd van de expo Van Eyck ondertiteld als “een optische revolutie”. Maar Hals zou ik ineens een “optisch illusie” durven noemen. Als ik zie hoe die met zijn ruwe, dynamische streken toch gedetailleerd en herkenbaar schildert. Het is te gek.

Frans Hals: de lachende cavalier (04)

We zijn al aan de laatste blog voor juli en er is wel wat “gas” gegeven de laatste dagen. Interessante en duidelijke verschillen komen op.

Het gezicht laat ik even los. Eerst moet ik weten hoe de omgevingskleuren zullen evolueren voor ik daar verder aan werk. En als er niet meer aan het gezicht wordt gewerkt blijft er niet veel meer over dan aan de kledij te gaan werken.

Aangezien de hoed het meeste invloed zal hebben op de rest van het werk, begin ik daar mee. Subtiele kleurverschillen tussen hemelsblauw, licht grijs, donker grijs, heel donker grijs/antraciet en zwart. Het cirkelsegment boven op de hoed is geen toeval, het accentueert het gezicht en de grenzen er van. Tegelijk compositorisch leidt de lichtere band je oog perfect terug in het beeld, als een aureool rondom het gezicht.

Om de evoluties gemakkelijk te volgen zet ik bij de onderstaande galerij ook nog ’s de laatste foto van de vorige blog bij. Zo heb je een startpunt en een tijdelijke eindpunt.

Beetje testen met de achtergrondkleuren (waar ook al zo’n rijk palet aan verschillen in zit), de mondhoeken toch nog wat aangepast, de blik is nu echt die van een deugniet en de eerste kanten laagjes staan er op. Dat is verdekke wel niet gemakkelijk dat transparante kant en al die laagjes boven mekaar tegelijk met de doorschijning van de zwarte jas en de reflecties van het gezicht. But that’s what makes a master a master.

Stapje voor stapje komt onze cavalier los van het papier. Mijn verwachtingen naar de mouw rechts in beeld (zijn linkermouw) zijn hoog. Ik ben benieuwd naar wat dat zal geven. Maar er is nog heel wat kant af te werken voor ik dat zal kunnen zien.