Frans Hals: de lachende cavalier (12)

Challenges altijd de uitdaging waard. Elke zomer verleg ik een grens, ga ik in dialoog en tegelijk in een soort steekspel met een bekende kunstenaar en een iets minder bekend werk. Een topwerk met een verhaal en een hogere technische uitdaging. De uitdaging loopt over de zomer omdat dan het exposeizoen zichzelf niet “ververst”. Er zijn geen nieuwe expo’s, wat loopt loopt wat niet loopt start ergens in september.

2 juli lanceerde ik een teaserblog om officieel te starten op…

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier (11)

Was het je ook opgevallen dat er bij de vorige blog ergens “tekst” stond tussen de foto’s? De blog stond al klaar geprogrammeerd voor publicatie maar ik was nog niet klaar met schrijven…En om die opmaak al klaar te kunnen maken zet ik dan soms “tekst” tussen de foto’s, dan weet ik waar ik nog iets moet schrijven. Maar dat was ik dus uit het oog verloren met de vorige blog. Ik zal – nog maar eens – moeten toegeven dat ik wat te veel hooi op mijn vork aan het nemen ben de laatste dagen: de cavalier, het marktje in Menen, het (grote) Kunst in het Dorp, de planning 2022 en ja daarnaast heb ik nog een “hobbyjob” te onderhouden om deze kunstactiviteit te sponsoren. Een bekend Belgisch politicus zou al eens durven stellen: “trop is te veel én teveel is trop”.

De tekst ging ‘m natuurlijk over die “ajuin”. Het topje van een zwaard…Of was het een degen? Of een rapier? Ik ging even op onderzoek naar was nu precies de verschillen zijn. Want toegegeven: onder de bekendste zwaarden kennen we Excalibur (het zwaard in de steen van koning Arthur), het typische samuraizwaard, het degen van Zorro, het zwaard van Ardoewaan,…of een moors zwaard. En als je er even bij stil staat, die kennen allemaal een andere vorm. De kwestie is dus met welk wapen hebben we hier te maken?

En dan begon ik met zoeken naar zwaarden uit “de gouden eeuw”. En ziet waar ik op bots: het zwaard van ene Michiel De Ruyter (voor de Belgen doorsnee een onbekende maar toch wel één van de meest bekende Nederlanders) en de rapier van Rubens. Zonder chauvinistisch te willen zijn, ga ik iets dieper in op dat laatste omdat die nog het meeste op het zwaard van mijne cavalier lijkt maar ook omdat het wel wat op dat “zwaard” lijkt.

Nu noemt men “het zwaard” van Rubens een “rapier“. Een rapier is een relatief slank, scherp gepunt type zwaard dat vooral in de 16e en 17e eeuw in Europa werd gebruikt. Rapier en degen werden vooral gedragen en gehanteerd door de rijke burgerij, die steeds meer aan belang won. Deze burgerij hechtte meer waarde aan sierlijkheid dan aan efficiëntie en zodoende werd het rapier meer en meer verfijnd.
Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de degen, een slankere, lichtere versie van het rapier.

Dit past perfect in ons kraam en bevestigt dat de cavalier een gegoed burger. De “ajuin” is duidelijk het einde van het degen. Dat het een rijk versierd stuk is – en dus het model van Rubens benadert – is wel duidelijk. Niet alleen aan het uiteinde kan je dat zien. Op het schilderij is het haast onzichtbaar maar door de reconstructie kan ik u het gevest ook laten zien. Dat zal later weer in de duisternis van de schaduwen verdwijnen. Geniet van het moment zou ik zeggen 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (10)

OK, kunnen we concluderen dat “de lachende cavalier” eigenlijk “nen ajoin” is? Zou dat niet leuk zijn! Na al die hypothesen van dat het een rijk edelman is of een kleermaker of (kleine kans) toch een cavalier blijkt het finaal een Aalstenaar te zijn. LOL. Geweldige ontdekking zou dat zijn 🙂

Maar dat is het meer dan waarschijnlijk niet. En toch…stel dat we deze frivole vent een naam zouden mogen geven, hoe zouden we hem noemen? Zet de ideeën maar in de opmerkingen 🙂 Ik ben ’s curieus hoe jullie hem zien.

tekst

Frans Hals: de lachende cavalier (09)

Een weekje Parijs had als resultaat dat er vorige week geen Cavalierblog was maar goed, voor de Instagram-volgers was er zeker genoeg input: foto’s van straatjes, parken, bistro’s en schetsen ergens ter plekke 🙂

Nog even terugkomen op blog 08. Ik had het daar over die valse mouwen en nonkel Albert 😉 Het gezicht op het schilderij waar ik naar verwees heeft officieel nog steeds geen naam maar wanneer ik verder lees, dan is er toch wel heel wat twijfel dat het heerschap op het schilderij niet Isaak Abrahamsz Massa is. Deze man poseerde meermaals voor Hals en was hij ook al niet de man met de pose waarbij iemand over de schouder kijkt? Ik laat u zelf oordelen of het om dezelfde persoon gaat of niet…

Isaak Abrahamsz Massa of niet?

Isaak Abrahamsz Massa (zeker)

Let bij bovenstaande ook ’s op de mode van de tijd. We hadden het er al eerder over maar ik wil er toch graag nog’s de nadruk op leggen. De hoed lijkt wel een vergelijkbaar model van dat van onze cavalier, niet?

Bij blog 08 gaf ik een aanzet naar het laatste stuk van de mouw. Enkele knoppen kregen al een onderkleur. Daar heb ik verder aan gewerkt. Maar ook nog een stuk mouw (binnenkant elleboog) is ingekleurd. Omdat de foto’s verkleind zijn is het misschien niet allemaal zo duidelijk maar nog even geduld. Wanneer de tekening klaar is, zet ik ze in hoge resolutie op de laatste blog van deze reeks.

En dan was er ook nog die gouden ajuin die in bijna uit het niets opduikt. Zo gefocust op de vele kleuren en kleine tekeningen dat ik die knobbel bijna uit het oog was verloren. Die knobbel hoort bij een zwaard maar daarover later meer. For now houden we het frivool op een gouden ajuin. Aalstenaars vinden dat zeker best OK zo 🙂

Frans Hals: de lachende cavalier (08)

Waar waren we zo wat gebleven? Ah ja (alsof ik het niet meer wist), bij de borduursels op de mouw. De vele gekleurde stiksels op de zwarte stof. Ik kan het er nog lang over hebben maar dat zou toch een beetje te saai worden. Daarom: FROVILITEIT! of frovilitijd voor de lolbroeken die mijn flauwe mopjes wel kunnen hebben 😉

Het naslagwerk over Frans Hals is zo’n 440 pagina’s dik en daar staat wel wat meer in om te ontdekken. Dus ga ik wat op zoek naar kunstweetjes over het werk van Hals en zijn tijd. Meer hieronder 😉

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier (07)

Bij de vorige blog beloofde ik dieper in te gaan op hoe het borduursel tot stand komt: tekengewijs dan. Dat loopt namelijk helemaal anders dan hoe je dat al schilderend zou gaan doen. We waren gebleven bij het stuk links van de zwarte jas. Ik zet hier voor de liefhebbers ook een detailfoto van de borduursels bij 🙂

Ik stap nu over naar rechts. Aan de mouw zelf. Die staat ook vol van deze prachtige tekeningen. En ze stralen op alle mogelijke manier status, macht, geld uit. Dat voedt de opties dat het hier gaat om een stoffenhandelaar die adhv dit schilderij zijn eigen waar en/of kunnen in the picture zet. In ieder geval zet het aan om zelf een geborduurde jas te kopen. Wie meent dat borduren uit de mode is, is ferm mis. Zelfs de betreurde Dusty van ZZ-top wist er weg mee in zijn kleerkast…

Dus hoe teken ik nu zo’n borduursels? Wel…Eerst is er natuurlijk de schets (zie eerdere foto’s) maar die is gemaakt met het (beruchte) tekenpennetje van 0,2mm dik. Dat potlood is zo “vet” (2B) dat het steevast vermengt met de kleuren als ik er over ga. Daarom moet ik – hoe raar het ook klinkt – eerst de schets lichtjes overgommen (ik rol erover met de kneedgom) om echt nog maar een zeer lichte schets over te houden.

En dan bouw ik op van licht naar donker. Dus begin ik met geel, rood en heel licht blauw. Die kleuren moet niet echt precies zijn, als ze maar op de juiste plaats staan. Daarna werk ik tussen en rond de kleuren tegelijk de tekening en de donkere inkleuring uit. Waar nodig herteken ik (bvb bij dwarse stiksels) de scherpe partijen. Finaal worden de accenten met fel rood, oranje en hemelsblauw afgewerkt. Op de foto zie je nog ’s een overzicht van alle kleuren die werden gebruikt voor dit stukje.

Kunstwandeling Herne: review

De organisatie en ikzelf ook hadden er nogal wat tamtam rond gemaakt dat het de moeite zou zijn om de kunstroute in Herne af te stappen. En zeker tijdens het openingsweekend van 7 & 8 augustus. Al van bij de ontmoeting op de locatie zat de sfeer onder de kunstenaars goed. Dat voel je aan de vlotte manier van verdelen van de plekken maar ook de tolerantie waarmee de mensen mekaar weten te vinden.

Gastvrouw Mia en molenverbouwer Danny betoverden ons met het interieur van Boesmolen en vooral met hun charme en liefde voor kunst. Marthe is de immer goedlachse dame die o.a. bekend is voor haar keramiek uilen en schalen. Noor Jacobs – de jonge tekenares met eigen ruimte aan de inkom – kwam er snel bij. En het klikte nog beter dan een puzzle.

We hadden een geweldig mooi weekend. We hebben veel gelachen, we hebben ongelooflijk veel mensen gezien (naar schatting waren er wel 500 wandelaars onderweg) en ik…Ik heb getekend maar vooral véééél verhaaltjes kunnen vertellen. Zalig. Ik kan weer efkes voort tot in Bellingen half september. Eerst mijn stem nog terug krijgen 😉

Een dikke DANK U WEL aan alle mensen die langs geweest zijn, de collega-kunstenaars en de organisatie Herne Kunst’telt. Foto’s van Marthe Vanhoutte (keramiste): https://www.martheceramics.be/

Frans Hals: de lachende cavalier (06)

Vooreerst: niet te vergeten: dit weekend teken ik “live” aan de lachende cavalier in de Boesmolen (Herne). Langs een kunstroute zie je meerdere afdrukken in open lucht en kan je op enkele locaties naar binnen om de kunstenaars te ontmoeten. HIER MEER INFO daarover.

We gaan er een beetje meer vaart moeten insteken of deze tekening raakt niet klaar voor het eind van de zomer. Laat het geen epistel worden gelijk de kopie van de Toren van Babel 😉

Bij blog 05 had ik een aanzet gegeven tot de zwarte jas van de cavalier maar aan het borduursel had ik nog niet geraakt. Heb je daar al eens goed naar gekeken? Dat is gene kattepis 😉 Het zijn niet zomaar kleurrijke streepjes en krulletjes die op de mouw gespeld zijn, het zijn allerhande fijne miniatuurtekeningen. En dat er veel kleurwerk aan te pas komt, ik ga het niet verbergen (wat is anders het doel van de blogs rond de zomertekening 😉 )

Op de foto’s hierboven zie je een stukje van de geborduurde jas. Het is zo ongeveer 3x3cm. OK, ik had gezegd om niet meer in uren te tellen, dus tel ik in plaatzijden. Terwijl ik teken zet ik soms vinylplaten op. Dit stuk heeft 4 kanten versleten. Voor 9cm². ’t Geeft u een beetje een idee.

Ik kan nu nog lang vertellen over over hoeveel tijd het vraagt om al die figuurtjes uit te tekenen maar ik hou het nu nog even kort. Een flink aantal uren verder staat dit stuk vest er op. Bij een volgende blog ga ik dieper in op hoe ik het aanpak om die borduursels tot een goed einde te brengen, mis ‘m niet. Het is zeker de moeite. En wie een beetje kan tellen heeft bij deze begrepen dat ik een paar weken op voorhand over mijn tekening blogde maar nu helemaal “a jour” sta.

Frans Hals: de lachende cavalier (05)

Er zijn ook bij deze cover stevige uitdagingen door het verschil in techniek. Ten eerste werk Hals zonder tekening. Er is van Hals geen enkele tekening bewaard gebleven. Uit studie blijkt dat de schilderijen direct met verf zijn gemaakt. Hals maakte – om sneller te kunnen werken – gebruik van een huidskleurachtige onderkleur ( zie KW 34 ).

Ten tweede kan je met verf opbouwend/dekkend werken. Dat maakt dat je van donker naar licht kan werken terwijl ik van licht naar donker werk. Bij een grote zwarte partij zoals hier het geval is maakt dat ik eerst alle lichte partijen teken/inkleur om daarna de zwarte er rond te tekenen. Totaal de omgekeerde opbouw dan Hals en vooral erg vermoeiend (elke streep is op voorhand te plannen naar het resultaat).

Bij de laatste blog was het gezicht toch al grotendeels klaar. Er nu wat afblijven is de boodschap. Achteraf bijsturen zal wel nodig zijn.

Dit wordt duidelijk een blog in laagjes…laagjes…héél véél laagjes. Om zot te worden. Waarom begin ik er toch elke keer weer aan (aan die zomertekeningen)? Al is het achteraf wel altijd een zeer leerrijke ervaring 😉 De laagjes verwijzen natuurlijk naar de kraag. Laagjes kant boven mekaar.

Er zijn minstens 5 lagen kant boven mekaar. Niets speciaals aan…mochten er geen tekeningen in staan. Sterren, kruisjes, passers,…verwijzingen naar de vrijmetselaars? Het zou kunnen. De complexiteit zit ‘m de transparantie van de lagen. Daaronder een zwarte jas en tegelijk ook een soort dag/zonlicht maakt dat er witte lagen kant zijn, blauw-gele weerspiegelingen uit de lucht, zwart-grijze doorschijningen door de jas. En dan heb ik het nog niet over de helling in de diepte die worden gesuggereerd…Goh..misschien moet ik toch maar overschakelen naar de koe in het bos. Stukken makkelijker.

Even later… OK, ik heb er me over gezet. Net als bij het gezicht ga ik voor de finale afwerking van de kraag hier later op terug komen. Dat gaat ook daar beter zijn want het zwarte van de jas zal zo dominant worden dat het nu moeilijk in te schatten is in welke mate deze door het kant zal schijnen/breken.

Ik begin dus maar aan een andere uitdaging: de fijn geborduurde tekeningen op de jas. Tegen mijn gedachten in begin ik toch maar links en werk zo naar rechts. Feitelijk zou ik best rechts beginnen. Met al dat zwart zou de boel wel eens kunnen opengesmeerd worden en vuile vlekken geven. We zien wel. Het zijn wasgebonden potloden, die smeren normaal niet (of zeer moeilijk) open. Dat komt wel goed.

Terwijl ik bezig ben, mijmer ik in tijd en ruimte. Op zich werd van de expo Van Eyck ondertiteld als “een optische revolutie”. Maar Hals zou ik ineens een “optisch illusie” durven noemen. Als ik zie hoe die met zijn ruwe, dynamische streken toch gedetailleerd en herkenbaar schildert. Het is te gek.

Max on tour: Kunstwandeling Herne

De Vlaams-Brabantse gemeente Herne is nog zo’n bruisende metropool aan lokale kunst. Regelmatig worden er tentoonstellingen en evenementen georganiseerd. Herne Kunst’Telt kent een zeer actieve en gemotiveerde kunstenaarsvereniging. Dwars door het prachtig glooiende landschap plaatsten ze afdrukken van kunstwerken. Soms tegen een gevel, soms ergens meer in het groen. Tijdens het weekend van 7 & 8 augustus wordt de wandeling officieel geopend.

In de Boesmolen is er voor de gelegenheid een 2-daagse tentoonstelling met tekeningen en keramiek. Ik zal zowel op zaterdag als op zondag ter plekke tekenen aan mijn zomertekening: De lachende cavalier naar Frans Hals. Een unieke kans om dit werk nu al te ontdekken, de opbouw ervan mee te maken en vragen te stellen. Collega Marthe Vanhoutte (keramiek) is ook aanwezig.

Maar er is natuurlijk meer dan Max & Marthe 😉 Elk paars wandelaartje heeft zijn eigen kunstwerk (klik op de foto om de kaart te bekijken). En stel dat het echt niet zou passen om tijdens het openingsweekend langs te komen, de route blijft nog lang staan! Alleen zal je dan de geweldige herinneringen aan de fantastische ontmoetingen met de kunstenaars niet meenemen 😉

klikken op de kaart voor meer details

Met dank aan Mia & Danny van de boesmolen en Herne Kunst’Telt.

Frans Hals: De (r)evolutie van het portret

Geen ander als Frans Hals zette de manier van portretteren op zijn kop. “Love it or hate it” moet wel de stelling van de kijker geweest zijn. Dat maakt je of beroemd of berucht. Voor het eerste heb je connecties nodig, voor het tweede een groot bakkes 😛 . Als je uit de band wil springen en daarmee ook je boterham verdienen dan heb je steun van je volgers nodig. Ik spreek een beetje uit ervaring met mijn kleurpotloden 😉

Waarmee verdien je in de Gouden Eeuw het meeste? Dat zijn meestal huwelijksportretten (vraag maar aan de hedendaagse fotografen) en groepsportretten van (schutters)gilden. Voor kunstenaars waren er daarnaast niet al te veel opties. Rubens, Van Dyck, Rembrandt,…ze maakten allemaal dergelijke portretten in opdracht. Van Vermeer weet ik het niet zo maar laat me stellen dat de thema’s die in zijn (resterende) schilderijen van toepassing zijn wel erg in de lijn van verliefdheid, gemis van een geliefde, boodschappen van liefde,…liggen.

Mannen die geld verdienden waren meestal betrokken in de Nederlandse wereldhandel en waren – in het algemeen – al snel of maanden op zee of maanden ergens in het buitenland. ’t Is niet dat ge de trein nam aan 140km/u om eens effe over-en-weer naar Parijs of Berlijn te trotten met uw valies. Daar ging wat tijd over. De schilderijen waren dus deels een bevestiging van de verbinding tussen partners. Ik kan het moeilijk “emoties” noemen want huwelijken werden al eens geregeld in die tijd. Niet iedereen nam het risico om zijn kinderjuf te bezwangeren, hé Frans 😉

Anderzijds was het natuurlijk een uitstraling van hun vermogen. Deze mensen zijn dan wel zwart gekleed (wat nog wat de Spaanse mode was en “praal” adhv gekleurde kledij was “verboden” door hun geloof) maar dat belette niet dat die kledij mocht worden voorzien van gouden borduursels, kettingen en kanten onderkledij.

Toen Frans begon aan het portretteren moesten die schilderijen dus vooral status uitstralen. Gelijk de Turk die met zijn BMW showt in de Gentse straten en fier is op zijn dure auto en dito muziekinstallatie. Maar Hals zag portretten anders. Ik ben er van overtuigd dat Frans eerder een emotie-mens is en minder boodschap had aan de praal dan aan het karakter achter de façade. Moet je in de bovenstaande pendant (= 2 schilderijen die bij mekaar horen) kijken hoe mijnheer Geeraerdts zijn geliefde aankijkt. De liefde spat er af. Vanuit haar kant van het schilderij biedt zij hem een roos aan. Kijk ’s naar die blikken, hoe die mensen mekaar graag zien, hoe de toekomst hen toelacht. Helaas zijn beide schilderijen vandaag al lang gescheiden. Zijn schilderij hangt in het Frans Hals Museum, zij wordt ergens opgesloten in een kluis ver van elk daglicht.

Nog groter contrast met eerste bovenstaand schilderij is het huwelijksportret van zijn maat/mecenas Isaac Massa (ofte Isaac Abrahamsz) Moet je zien hoe

Lees verder

Frans Hals: de lachende cavalier – achter de schermen van een kunstwerk

Deze zomer vertel ik het verhaal van het schilderij “de lachende cavalier” van Frans Hals. Volg mijn blog via www.maxvanhemel.be en je komt (bijna) alles te weten over dit schilderij maar ook over Frans Hals, zijn tijdgenoten, de kunststijlen,…

Naast het verhaal maak ik mijn eigen versie van het schilderij. Van het blanco blad tot de afgewerkte tekening vertel ik over mijn ervaringen, ontdekkingen en onderzoeken naar dit schilderij. Volg dus zeker mee vanaf je (tele)werk, tuin of naast het zwembad ergens onderweg. Het worden zeker boeiende momenten die je niet mag missen! Laat vrienden en familie mee genieten van dit kunstavontuur, deel gerust de berichten als je ze leuk vindt.