Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

De Max van Isabel

In het academiejaar 2005-2006 leerde ik Max kennen via “het forum” waar ik afleiding zocht tijdens het schrijven van mijn thesis. Een beetje lachen, beetje zeveren maar evengoed in voor een serieus gesprek.

We delen ook een gemeenschappelijke interesse in de Gentse Feesten, in het bijzonder straattheater en puppetbuskers. Dus elk jaar lopen we elkaar daar – al dan niet toevallig – tegen het lijf. Facebook heeft de afgelopen periode zonder Gentse Feesten goed zijn best gedaan om mij daar aan te herinneren.

Toen Max in 2011 ten voordele van Music for Life enkele werken veilde, deed ik een bod op deze ingekaderde tekening. Ik vond deze fascinerend want de tekening is eerder mysterieus en niet zo een typische Max.

Vorig jaar was ik blij verrast dat “mijn Max” opdook in de 365 dagen blog-reeks (nummer 346), het moet zijn dat ik niet de enige ben die er iets in ziet…

KW32: Te groot? Te klein? Geen probleem!

In blog KW02 schreef ik over de voeten van Christus op Het laatste avondmaal door Da Vinci en over het stevig inkorten van De Nachtwacht van Rembrandt.

Er waren idd jaren waar dit een doorsnee praktijk was. Een schilderij was te groot voor een ander interieur of het paste niet (qua formaat) naast een ander schilderij, dan snij je toch gewoon een stuk af? Een ander schilderij van Rembrandt overkwam hetzelfde lot: Bathseba met de brief van koning David. Een werk waarbij medici menen een borstkanker bij Hendrikje te herkennen (in haar linkerborst zit namelijk een schaduw van een knobbel). Kunstexperts zeggen dan weer dat het mogelijk een oude laag vernis is of niet meer dan een schaduw. We zijn er niet uit. Waar we wel uit zijn, is dat dit schilderij is ingekort want de figuren staan veel te dicht bij de rand. Maar er is nog iets: het doek waarop dit schilderij is gemaakt bestaat uit 2 delen die aan mekaar zijn gezet om zo tot een groter doek te komen. Nu blijkt dat de naad van deze 2 doeken niet recht maar scheef loopt waardoor men veronderstelt dat het doek niet alleen is ingekort maar ook een beetje is gedraaid. Kan je niet helemaal volgen? Bekijk dan deze video eens over het inkorten van dit schilderij.

Maar het kan ook andersom. Een schilderij op hout kan zowel te klein bevonden worden maar het kan ook gekrompen zijn! Hout “leeft” en dat houdt in dat een plank kleiner kan worden met de vele jaren. En dat zie je (soms) aan de lijst waarvan de opening dan weer te groot wordt. In het geval van deze “Le concert Champètre” van Watteau is het schilderij niet verkleind maar wel vergroot. Allicht vond de eigenaar dat het mooier was met wat meer “rand”. Langs de 4 zijden werd het schilderij voorzien van extra latjes, een beetje extra verf en hup, klus geklaard. Je kan de “aanvullingen” gemakkelijk zien aan de naden van de extra stukken. Hieronder het originele formaat en de vergroting.

Maar hoe weten we nu wat het originele formaat is? Net zoals ik en vele anderen, was het kopiëren van bestaande werken vroeger heel normaal en zeker om etsen te maken van schilderijen. Die etsen waren niet altijd exact hetzelfde dan het schilderij maar door onderzoek en soms door vergelijking van meerdere etsen, komen we toch ergens tot het beeld van hoe het er origineel moet uitgezien hebben. Vandaag hebben we daarvoor de fotografie, waardoor we bvb weten hoe het gestolen paneel van de Rechtvaardige Rechters (Van Eyck) er origineel uitgezien heeft.

Bronnen: ARTE en Sotheby’s
http://www.sothebys.com/fr/auctions/ecatalogue/lot.79.html/2012/tableaux-et-dessins-anciens-et-du-xixe-sicle

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

Rafael ’20 (21): Toeters en bellen

De laatste in het grote blok aan personen en figuren op dit schilderij is nog een paard en nog een wezen dat blaast op een kinkhoorn.

Ik vind hier het tegengewicht met de centaur links interessant. De centaur (mens en paard in 1 figuur) verschilt hier doordat in het hoekje ook een paard en een mensachtige figuur voorkomt maar het zijn/lijken 2 aparte wezens. Het is mij niet duidelijk. Wat erg onwaarschijnlijk is, is dat het paard en de toeteraar 1 wezen zouden zijn. Rationeel gezien zou je nog kunnen stellen dat een centaur bekwaam is om op water te lopen maar met dat paard wordt het toch een beetje moeilijk. Maar het beest op zich geeft wel een dynamiek aan het beeld. Laat het paard weg en het wordt een stuk passiever: louter een wezen dat blaast op een kinkhoorn. Met het paard en vooral de expressie van het paard krijg je een beweging die er op duidt dat er iets spannends, misschien gevaarlijks, aan de hand is. Het ondersteunt ook het volume van het geluid van de toeter. Aan de ogen en de oren van het paard te zien weet het letterlijk van toeten en blazen 🙂

Voor wie niet echt weet wat een kinkhoorn is (behalve dan dat prachtige vakantieoord tussen Oostende en Middelkerke): een kinkhoorn ofte Buccinum undatum, ken je ook onder de naam karakolle of wulk. In de echte wereld zijn ze ergens tussen de 7 a 11cm maar in de sprookjes mogen ze best groter zijn 😉 Ondanks dat ze op bepaalde plaatsen/zeeën al niet meer voorkomt, is het geen bedreigde diersoort. We zullen het wel weten als ze helemaal uitgestorven is zeker?

Nog een beetje tekentechnische weetjes: het paard kreeg een basiskleur in krijt. Ik vond dat krijt veel beter het “gevoel” weergeeft van een paardenvel. Bij het wezen erachter (helemaal uitgevoerd in aquarelpotlood) is interessant om zien hoe de opbouw van een ruwe schets van het gezicht overgaat naar een concrete tekening en daarbij dan de inkleuring en het effect daarvan.

KW29: De zomer van Winetou

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag een streepje gepaste muziek (het is tenslotte nog september) vermengt met een streepje kunst. Terwijl je op de achtergrond de video van L’été indien van Joe Dassin laat spelen, lees je gewoon verder 😉

Want specifiek in de eerste strofe van dit lied zitten deze zinnen:

Avec ta robe longue
Tu ressemblais à une aquarelle de Marie Laurencin
Et je me souviens

Maar heb je al eens afgevraagd wie die Marie Laurencin wel was? Hoe die aquarellen er wel moeten hebben uitgezien? En waren die aquarellen wel zo zomers-romantisch als wordt bezongen door arme Joe?

Marie Laurencin (1883 – 1956) leefde in de gouden jaren van kubisme en woonde het grootste deel van haar leven in Parijs. Ze was een belangrijke figuur in de avant-garde (waar Marcel Duchamp zijn omgekeerde pispot symbool voor staat). Ze was zeker lid van kring aan kunstenaars rond Picasso en de kubisten.

Zelf had ze een kunstopleiding schilderen gevolgd met als focus olieverf (dus niet aquarel). Finaal omvatte haar werk schilderijen, aquarellen, tekeningen en prenten. Marie is bekend als een van de weinige vrouwelijke kubistische schilders.

Mij doet het werk een beetje denken aan Van Dongen maar dan minder expressief. Ik laat het aan u het oordeel of de schilderijen van Marie Laurecin al dan niet passen in de sfeer van een zwoele nazomer…Wat nu wel zeker is, is dat wanneer je dit liedje nog eens hoort, je niet alleen meer denkt aan de kindertijd in bad op tafel met Jos Ghysen op de radio maar ook ineens een beeld van deze (prachtige) aquarellen er bij leven en welzijn kan bijhalen 🙂

Mijn eigen mondmasker

Omdat de coronatijd blijkbaar nog niet aan zijn einde toe is, heb ik toch maar beslist om eigen fancy maskertjes te laten maken. Ik gebruikte anders die wegwerpblauwe (die waarvan je ze overal, naast de sigarettepeuken, op straat en in parken ziet liggen), maar op den duur is dat ook niet echt milieuvriendelijk.

Nadat Brecht een NIEUW LOGO voor me had gemaakt, heb ik Katleen (zonder H) gecontacteerd. Zo’n mondmasker kan je immers overal wel bestellen maar het laatste wat ik wil is er last van hebben of dat ook dat masker nog ergens in China of ander exotisch land wordt gemaakt. Katleen liet ze lokaal drukken en naaien. Yeej!

En nu fier de stad in met de MAX van een smoel!

met dank aan Brecht H. en Katleen van Katzz – fotostore – Boekhoute

KW28: Lollepot

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Homofilie werd vroeger sodomie genoemd. Sodomie naar Sodom, de bijbels stad van verderf. Vrouwen die het hebben voor andere vrouwen noemen we lesbiennes. Net zoals bij mannen voor homo’s wel wat vriendelijke en onvriendelijke benamingen bestaan, bestaan die evenzeer voor vrouwen. Zo noemt men een lesbische vrouw wel eens een “pot”. Maar van waar komt dat “pot” nu precies?

Op elk potje past een deksel…En bij gebrek aan een deksel, blijft alleen de pot nog over. Had gekund maar dat is het helemaal niet.

“Pot” is de afkorting van “lollepot” en een lollepot kan je vertalen uit het oud Nederlands als “luie pan”. Het was een koperen of stenen pot in een houten voetstoof. Als je er hete kolen in deed had je een soort draagbare verwarming. Dat was handig wanneer je in een niet verwarmde ruimte ging werken of bvb naar de kerk. Vrouwen vulden zo’n voetstoof en schoven die dan onder hun grote rok. Zodoende werd het lekker warm onder de rok. In de fantasie van sommige extreem katholieke keurslagers leidde deze warmte tot extase of lust. En wat gebeurt er als meerder vrouwen tegelijk zo’n voetstoof gebruikten en in extase/lust geraken?…

Daarom was “lollepot” de naam voor lesbische vrouwen. We gebruiken het ingekorte woord “pot” nog steeds als we verwijzen vrouwminnende vrouwen 🙂

Hetzelfde principe van “draagbare kolenstoofjes” werd ook toegepast bij strijkijzers of om je bed op te warmen (vandaag met rubberkruiken of met kersepitkussens). Op het schilderij van Vermeer hieronder zie je zo’n lollepot staan rechts onder in de hoek.

bron: gids Rijksmuseum Amsterdam

Rafael ’20 (20): Amor of Cupido?

Verwijzend naar het 123e stripverhaal van Suske & Wiske “De kadulle Cupido” met nummer 175 (want iedereen weet dat de eerste strip nummer 67 draagt, Hoe dat komt lees je hier) open ik deze blog rond het onderste engeltje in de club van 5 die op dit schilderij voor komen. Dit engeltje onderaan wordt gedacht Cupido (of dus ook Amor) te zijn. Maar eigenlijk is het Eros. Het verhaal van Galatea situeert zich immers in de Griekse mythologie en daarbij is Amor/Cupido het Romeinse equivalent van Eros uit de Griekse. Eros staat hier symbool voor de liefde tussen Acis en Galatea en wordt niet voor niets heel dicht geportretteerd bij de doodgebeten inktvis die de cycloop Polyphemus symboliseert – zie blog 19 -.

We zijn dus een week verder en veel voorsprong met het tekenwerk op de blogs kan ik helaas niet meer nemen. De tijd om de wezens op het schilderij af te werken is beduidend langer dan ik had gedacht en dus loop ik bijna niet meer uit op de blogs. Ik probeer toch nog een blogje per week af te werken en hoop ergens half oktober klaar te zijn met dit grote werk.

Maar dus Eros…een “goed in het vlees” zittend kind dat mij tijdens het tekenen de hele tijd deed denken aan een hermafrodiet. En daar wil ik het bij deze dus even met jullie over hebben. Want een hermafordiet dat komt wel voor bij dieren en planten maar erg weinig bij de mens. Al bestaan ze wel. Zo verdenk ik bvb Achnaton er van wel eens een hermafrodiet te zijn. Hermaphroditus was de zoon van Herman en Frida…HAHAHAHA…neen, maar bijna wel: Hermes en Aphrodite. Samengeraapt is dat dan Hermaphroditus. Een beetje gelijk Pieter-Paul of Jan-Bart maar dan zonder streepje.

Een hermafrodiet is een tweeslachtig persoon. Op het eerste zicht ziet die er uit als een vrouw maar zij/hij heeft ook fysiek mannelijke kenmerken/geslachtsdelen. Er hoeft geen tekening bij om te duiden dat deze dualiteit voor de persoon en voor de maatschappij (vroeger en vandaag) wel eens voor verwarring zorgt. Tot zelfs erg spannende plots ontstaan (klik hier maar eens). Nu goed, beelden van hermafrodieten heb je misschien al gezien in het Louvre, Galleria Borgese of ergens in Istanboel (ik dacht ook in Chantilly maar op den duur durf ik die musea ook wel eens met mekaar verwarren).

Het engeltje heeft niet alleen enige borstvorming maar ook wel de typisch kleinere mannelijke geslachtsdelen. Het zal wel niet zijn maar ik denk dat u het misschien wel met mij eens zal zijn wanneer u het figuurtje van dichterbij bekijkt. En indien niet, dan is het gewoon een kadul engeltje dat zich gaarne laat meeslepen door de dolfijnen van Galatea, op weg naar de liefde, op weg naar de goddelijkheid. Eros nam zo’n 12uur tekenen in beslag (inclusief de dolfijnstaart die nog niet afgewerkt was). Ook voor deze ben ik blij dat hij “af” is. Ik weet al waar ik aan toe ben voor de 3,5 andere engeltjes op het schilderij 😉

 

 

 

Max op de cover bij Nico Wille

Nico Wille bracht een paar weken geleden zijn 2e roman uit. Met howhowhow een tekening van Max op de cover! Jef Geeraerts zou stikjaloers geweest zijn 😉 Dank je wel voor deze keuze Nico!

Lythika, de queeste, kan je al direct beginnen lezen via onderstaande link. Wil je’t helemaal uitlezen, dan bestel je toch gewoon? (steun de lokale kunst, cultuur).

Bestelbaar via: https://www.shopmybooks.com/BE/nl/book/nico-wille-18/lythika-13

Rafael ’20 (19): dolfijnen

Eindelijk! Ik heb er lang naar uitgekeken om aan die dolfijnen te mogen beginnen. Ondanks dat het geen menselijke figuren betreft spelen ze wel een belangrijke rol in het beeld. En bij mijn opzoekingen had ik al een en ander gevonden over die dolfijnen…

Dat 2 dolfijnachtigen de schelp van Galatea trekken dat is wel duidelijk. Dat zie je zo. Maar die dolfijnen hebben nog een andere, symbolische, rol. Anatomisch gezien zijn het geen aangename dolfijnen, daar zijn we ’t wel over eens. De typische glimlach die we bij dolfijnen altijd zo charmant vinden, vinden we hier niet terug. Rafael geeft er zelfs nog een extra minder sympathiek kantje aan door – net zoals we dat bij paarden kennen – de tanden te laten zien. Maar dolfijnen hebben helemaal zo geen griezelige tanden. In tegendeel. De tanden van dolfijnen zijn nogal gelijk van vorm (ze verschillen wel in richting en grootte) en lijken nog het meest op een reeks hoektanden. Dit terwijl het er op lijkt dat in het schilderij deze dolfijnen zelfs maaltanden hebben. Niet goed bestudeerd door de schilder dus. Enfin, in het algemeen niet want ik contacteerde verschillende dolfinarium.nl en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen met de vraag of ze mij konden zeggen welk soort dolfijn dit is maar ze wisten het ook niet. Jan Haelters (KBIvN) wist wel dit interessant verhaal te vertellen:

Dit is een moeilijke: de soorten die in aanmerking komen zijn tuimelaar, gewone dolfijn en gestreepte dolfijn: dat zijn de meest algemeen voorkomende soorten in de Middellandse Zee. De tekening komt echter niet overeen met een dolfijnensoort: er zijn te veel fouten in de anatomie:

  • De snuit van de dieren is vreemd, en komt absoluut niet overeen met de normale vorm van de snuit van dolfijnen (de neusgaten zitten natuurlijk daar niet).
  • Ook de “lippen” op de tekening zijn vreemd.
  • De ogen lijken niet op de ogen van een dolfijn.
  • De vinnen zijn helemaal verkeerd.

Soit, als je er toch een soort moet op kleven: tuimelaar, de meest sociale dolfijn naar de mens toe, en de soort met het minst aantal tanden van de 3 (cfr de tekening), en grijs vanboven, bleek vanonder.

De snuit van de dolfijnen op de tekening lijkt verdacht veel op de (eenden)snuit van de dolfijnen zoals afgebeeld te Knossos, Kreta, uit de Minoïsche cultuur – misschien heeft men hier inspiratie gehaald. Ook hier is het niet duidelijk welke soort het betreft: het is ontsproten aan de vrijheid van de kunstenaar.

Toch hebben deze “dolfijnen” dus een belangrijke symbolische betekenis. De linkse dolfijn heeft namelijk een inktvis in de muil. En die inktvis verwijst naar het hele conflict met en de overwinning op de cycloop. Namelijk: een inktvis die kan nog ferm bijten nadat hij zelfs al dood is. Daarom slaan dolfijnen, wanneer ze een inktvis hebben gevangen, de inktvis lang en meerdere keren op het oppervlaktewater om hem daarna te kunnen opeten. Wil je daar meer over weten, dan moet je zeker dit artikel ’s lezen.

Dikke merci aan Jan Haelters voor de input 🙂

 

Rafael ’20 (18): de hand van God

Neeneeneeneeneeee…ik heb het niet over Maradonna en ook niet over voetbal 😉

Misschien had je’t al gezien in blog 17 uit deze reeks maar ik heb de linkerarm van Galatea ook afgewerkt. Die had ik eerder niet gedaan omwille van het kleurverschil tussen haar beide armen en ik dus eerst wou nagaan hoe de verhoudingen zouden vorderen. Maar nu is de arm helemaal klaar. Ik maakt ook een hernieuwde aanzet tot de dolfijnen. De loshangende resten van de riemen zijn ook uitgewerkt al zal ik ze later zeker nog eens moeten overdoen om ze te “verfrissen” nadat het water op de achtergrond is ingekleurd.

Maar weet je wat mij opvalt bij die handen van Galatea? Ten eerste het gebrek aan kracht. Terwijl overal de spieren van het scherm spatten, zijn haar vingers – die de teugels van de dolfijnen vast houden – wel erg ontspannen om zoveel kracht op te vangen. Ik ken niemand die een paard in toom houdt met z’n wijsvingers…Toch?

En dan is er ook nog de vorm, de houding van de vingers…Moet je eens op letten… Opvallend hoe ze lijken op die vingers uit het andere schilderij uit de Sixtijnse kapel…Beide handen verwijzen precies naar die andere 2 handen die het teken van leven (God schenkt Adam het leven) terwijl dit schilderij helemaal gaat over “het nieuwe leven” van Galatea. Dat kan geen toeval meer zijn. Adam en God zijn wel 2 jaar ouder (1512) dan dit schilderij (1514).

Rafael ’20 (17): c’est l’amour

Een paar blogs overgeslagen. Niet dat ik niet heb getekend, er viel gewoon even niets of toch niets interessants te vertellen. Behalve dat er weer zo’n 10a15uren verstreken zijn.

Wat zijn de nieuwe verschillen in een notendop?

Een nieuwe nereïde komt in beeld. Ze zit op de centaur/pegasusachtige. Met prachtige goudgele haren wapperend in de wind houdt ze zich vast met de arm over de schouder van de centaur.

De centaur is afgewerkt. Dat was wel een hele klus. Alleen aan het paardendeel van die figuur heb ik toch wel zo’n 6uur gewerkt. Al ben ik wel tevreden over het resultaat het was niet evident. Net zoals de andere figuren is ook deze centaur getorst om zijn ruggegraat. Maar omdat het bij deze minder mogelijk is dan bij de andere figuren (door de nereïde op zijn rug?) draait Rafael het gezicht en in het bijzonder de ogen zo sterk dat het bijna pijnlijk wordt om naar te kijken.

Merkwaardig daarbij is dat de centaur alle contact verliest met de andere figuren. Stel dat hij naar de nereïde had gekeken dan was dat op zijn minst een heel interessant en spannend beeld geweest. Want net dan zou het contrast tussen de nereïde links, die wel lijkt te vechten met Triton, en deze nereïde niet groter kunnen zijn. Nereïden zijn volgens het verhaal voorzien heel bleke huid en dat kan je niet echt zeggen van de nereïde rechts. Ze is erg roze van huid en haar blik, de omhelzing van de centaur laat er weinig twijfel over bestaan hoe de verhouding tussen die twee wel zit. De centaur daarentegen kijkt boven de nereïde uit. Alsof hij naar een putti (een engeltje uit het bovenste deel van het paneel) wil kijken maar ook dat is niet het geval. Hij kijkt naar (n)ergens en lijkt een beetje bevreesd. Tenzij hij bang is dat zijn bladerenhaar in de war zou geraken door de blonde lokken van de nereïde. Dat zou nog wel eens een uitleg kunnen zijn 😉

Opvallend is dat de centaur dus ook vleugels heeft. Was het de bedoeling dat hij hiermee gemakkelijker over de zee kon lopen?

31

Rafael ’20 (16): een beetje Papagueno

Triton laat ik even links liggen, hij is niet “af”, zijn vissenstaart moet er nog bij maar ik vrees een beetje dat als ik me daar in verdiep dat wel ’s effect zou kunnen hebben op de kleuren van de andere figuren op het canvas.

Volgens een verwarrende uitleg uit Wikipedia zou Triton over het water rijden met paarden en zeemonsters en blies op de kinkhoorn om de golven te bedaren. Wat mij nu niet duidelijk is, is of de 3 andere mannelijke figuren dan wel andere interpretaties zijn van Triton (een beetje als een stripverhaal), of het zijn broers zijn of andere figuren. Wikipedia geeft 2 namen van zussen van Triton en spreekt van 3 broers maar geeft geen namen van de broers. Ik vind ze ook niet op het internet.

Ik ben dus begonnen aan 1 van de 3 mannelijke achtergrondfiguren en in 2 dagen heb ik die ook afgewerkt. Voor zover ik het met zekerheid kan zeggen is dit de eerste figuur die ik ook als helemaal afgewerkt bezie. De andere figuren zal ik achteraf nog wel een finishing touch geven maar deze lijkt me helemaal afgewerkt. Wat valt op bij deze figuur? Vooreerst zijn rode hoofd: het lijkt bijna of hij aan het blazen is op een hoorn/trompet die verstopt zit. Mij doet het denken aan zo van die momenten waar je voor de kinderen een lange worst-ballon opblaast en er bijna meer lucht uit uw gat komt dan uit uw mond 🙂 De donkerdere kleur maakt wel duidelijk dat er (letterlijk) met veel getoeter wordt gevierd.

Daarnaast valt ook hier de dynamiek van de figuur op. Hij is niet zo getorst rond zijn as zoals de andere figuren en als typisch voor de hoog renaissance. De dynamiek komt uit (alweer) de kleur van zijn hoofd, de gespannen spieren maar domweg ook het geslacht van de figuur. De dynamiek toont dat de fluit de beweging van de hoorn niet volgt en dat duidt op een “vertraging” ofte dus het bovenlichaam beweegt sneller dan het onderlichaam kan volgen. En dan zou je kunnen zeggen: “maar zijn benen staan dan wel weer goed”. Dat klopt ook. De figuur staat oorspronkelijk zijwaards zoals je hier kan zien. Zijn bovenlichaam komt daarbij van een frontale positie (hij heeft u zojuist betoeterd) en draait nu door naar de positie waar hij oorspronkelijk uit is gekomen. Vandaar dat hij in eerste instantie niet lijkt te zijn bewogen. Echter mocht dat het geval zijn, dan zou hij er geen enkel belang bij hebben om zijn benen te spreiden. Het zou eenvoudiger zijn om dan stokstijf en recht zijwaarts te toeteren. De blauwe Peter Pan-“dingen” op de billen van de figuur zijn wat belachelijk, het doet me een beetje denken aan Papagueno 😉

Teaser: onder deze figuur geef ik een aanzet tot de dolfijnen maar die volgen later nog wel.

Rafael ’20 (15): Spieren van Arnold

Normaal zet ik eerst de tekst en dan de foto’s maar nu eens omgekeerd en dat heeft een goede reden. De vorige blog sloot ik af met een aanzet tot Triton. Hij heeft duidelijk de donkerste huid van alle figuren op het schilderij. Zo bleek als de zeenimf is, zoveel donkerer is Triton tov Galatea. Maar – zie ook vorige blog – het hield me al een tijdje bezig dat onze beide dames er behoorlijk “gespierd” uit zien. Ze deden me meermaals denken aan de schilderijen van de vrouwen van Michelangelo. Het valt toch wel op dat Rafael en Michelangelo mekaar hebben gekend en beïnvloed. Al zijn de vrouwen bij Rafael (gelukkig) nog vrouwelijk terwijl je bij Michelangelo daar bij momenten wel zou gaan aan twijfelen.

De zeenimf is voorlopig afgewerkt. Daar blijf ik af tot ik verder in het beeld kom. Triton op het menu. En dan moet je eens kijken hoe ik de tekenstijl heb aangepast (zie detail van de arm). Hij is veel ruwer dan ik normaal teken. Ik begin me meer en meer in de snelle – ik wil er rap vanaf zijn – “virtuose” (het moeilijke woord dat “kenners” graag gebruiken) stijl van Rafael in te leven. Hoe meer ik vorder hoe meer is slordigheden in het schilderij ontdek. Dingen die je eigenlijk niet verwacht van een Rafael. Zo is op het origineel de structuurlijn van de kin van Triton nog helemaal te zien, iets wat helemaal niet logisch is bij zo’n behaarde man (of is het nog de curve van het lichaam van de zeenimf?). Het niet ingekleurde blad links boven aan zijn hoofd, lijnen die tot niets leiden,…slordig. Maar ook in de verfstreken merk je duidelijk dat hij snelheid wil halen.

Maar de snelheid heeft ook zijn charme. Het is als een viool gebruiken bij rockmuziek. Iets als Music van John Miles.

De zwier waarmee je verfstrepen zet, dan kan je niet met kleurpotloden. Dat kan je wel met krijt. Dat is plezant. Maar goed, het is een interessante oefening om de “strepen” van de verfborstel in de potloodtekening te krijgen. En terwijl ik teken, smul ik van de lessen anatomie en droom een beetje weg naar de films van Conan of Terminator…

Rafael ’20 (14): de tijdslijn

Voor ik verder vertel over mijn ervaringen bij het tekenen van deze Galatea is het toch wel belangrijk nog even een schets te geven van de tijd waar we ons bevinden…

We situeren ons bij het maken van dit schilderij in het midden van de renaissance; 1512 om precies te zijn. Ik lijst een paar Vlaamse en Italiaanse schilders op en de periode waarin ze hebben geleefd. Haal je een beetje de schilderijen voor de geest: Van Eyck – Michelangelo – Rubens.

Ik laat de “platte” schilderijen van de middeleeuwse kasteelkunst buiten beschouwing van deze tijden. Ik wil hier enkel duiden op de evoluties. Van Eyck  – gekend als prominent schilder – maakt er brave, stijve Maria beelden van. Verfijnd, erg breekbaar, in een zacht licht dat wel een richting heeft maar toch geen harde contrasten kent. En dan – wel 100 jaar later – leggen we daar Michelangelo naast. Om eens niet Rafael te kiezen. Dat is heel andere koek! Dynamiek en beweging. Spierenbundels, een uitspatting van kleuren, licht en donker wisselen mekaar af, de overdaad aan figuren is niet te overzien. En als laatste Rubens – ook zo wel 100 jaar later – waarbij de beweging wel lijkt alsof alle modellen (inclusief paarden) op een plateau zijn gezet en deze met veel geweld wordt gekanteld. Overdreven veel beweging, overdreven draperieën, wilde paarden, contrasten die bijna geen grijswaarden meer kennen. Kortom: over een periode van ongeveer 200 jaar stappen van de klassieke muziek over naar galmrock om dan te eindigen met punkgitaren.

Ik wil u dat even meegeven omdat Rafael voor mij ergens al die stijlen tegelijk aankan. Hij combineert ze echter niet maar goh…Als ik de madonna’s bekijk en dat naast bvb het portret van Baldassare Castiglione en de manier waarop die werken gemaakt en geschilderd zijn vergelijk met het schilderij van Galatea…dan zijn er toch wel héél véél dingen nog te vertellen…

Rafael ’20 (13): Triton en de Nereïden

Ik heb nog wat verder gewerkt aan de figuur links van Galatea. Ook zij is een zeenimf maar ze lijkt wel in een kat-en-muisspel met Triton (Triton is half mens, half vis, hé Ariël). Triton is een god uit de Griekse mythologie. Triton was een zoon van Poseidon en Amphitrite en broer van RhodeKymopolea en Benthesikyme. Als Poseidon in een vrolijke bui was, ging hij naar het wateroppervlak met zijn vierspan. Triton reed dan over het water met paarden en zeemonsters en blies op de kinkhoorn om de golven te bedaren. Er wordt met de andere figuren ook nog verwezen naar die kinkhoorn en de rijden over het water. Daarover later meer.

Wat me wel opvalt is dat die andere zeenimf een stuk bleker is van huidskleur dan Galatea. Ze is zo bleek, eerder grijs, dat ik het kleurenpatroon eerder zou gaan gebruiken om een overledene te schilderen dan een levende. Merkwaardig. Zou er een onderliggende betekenis zijn?

De Nereïden zijn in de Griekse mythologie de dochters van de zeegod Nereus en Doris, een Oceanide. Deze zeenimfen worden verondersteld blauwe haren te hebben. Ze vergezellen, samen met de Tritons, de zeegod Poseidon en ze zijn zeelui behulpzaam tijdens zware stormen.

Elke nimf vertegenwoordigt een facet van het zeeleven, zoals golven, kusten en stranden en/of vaardigheden van zeelui, zoals kracht, snelheid, bekwaamheid enz. Ze wonen samen met hun vader in een zilveren grot op de bodem van de Egeïsche Zee. Officieus was Thetis hun leidster. Enigszins apart staat de koningin van de zee, Amphitrite, maar zij heeft dezelfde ouders.

Er wordt vaak aangenomen dat hun aantal vijftig was, maar nergens is daarvan een complete lijst te vinden.

 

Rafael ’20 (12): de triomf van Galatea 2

En nu denkt ge na de vorige blog dat ge weet waar die triomf over gaat newaar? Mis! Die triomf gaat helemaal niet over de affaire van Galatea en Acis en diene cycloop Polydinges. Jajajaaa…dat hoort wel bij het verhaal van Galatea maar wat Rafael schildert is niet het tragische lot van deze geliefden. Maar dat is niet “de triomf van…”

Rafael heeft er voor gekozen om Galatea af te beelden terwijl ze de apotheose bereikt wat zoveel betekent dat ze na haar dood zou opstijgen om zich aan te sluiten bij alle andere goddelijke wezens. Dit als beloning voor haar geduld en uithoudingsvermogen bij alle beproevingen die ze in haar leven heeft meegemaakt. Het is een beetje een heilig verklaring avant la lettre.

Het schilderij is dus een persoonlijk feestje, een finale fuif. In het schilderij krijgt Galatea duidelijk de wind van voor wat ook weer toont dat het niet altijd zo gemakkelijk is gegaan. Het zou geen renaissance zijn mochten ook de andere figuren geen bijzondere betekenis hebben, maar daarover later meer.

PS: kunstweetje van de zomer: Dit schilderij is het enige met een verhaal uit de Griekse mythologie dat Rafael schilderde.

Rafael ’20 (11): de triomf van Galatea

Omdat alleen vertellen over tekenen en de probleemkes die ik onderweg tegen de potloodpunt loop niet altijd zo boeiend is, vertel ik deze keer eens iets anders. Want terwijl ik teken staat mijn hoofd natuurlijk niet stil. Terwijl ik teken vraag ik me hoe het origineel technisch werd opgebouwd. Maar ik stel me ook vragen over het onderwerp, de personages, het hoe en waarom.

Deze keer stelde ik me de meeste voor de hand liggende vraag: “de triomf van Galatea”…over welke triomf gaat dat precies. Het is niet dat het voor de hand ligt, zoals bij de overwinning van een koers.

Galatea is een zeenimf die verliefd is op een gewone mens (ge kent dat wel hé, Ariël). In een paar lijnen uitgelegd: Galatea is geen misse. Omdat ze er zo smakelijk uit ziet, ziet cycloop Polyphemus haar wel zitten. En in de tijd van Grieken moest ge dat niet zomaar afwijzen. Maar Galatea had al een lief: Acis. Dus vond Polyphemus er niet beter op dan een rotsblok op Acis zijn kop te smijten. Allez, in de rapte zeggen we wel dat Acis “maar” een herder was maar eigenlijk was hij de zoon van natuurgod Pan en de waternimf Symaethis, dus zo “normaal” was die Acis nu ook weer niet…

Enfin, Acis zit daar met dat rotsblok op zijn donder en vond dat eigenlijk niet zo plezant. Een paar tanden kwijt, een blauw oog, zijn haar in de war en hij was dood ook. Het bloed stroomt met liters van onder het rotsblok. Daarop tovert Galatea in haar verdriet het bloed om tot een rivier: de Acis. Daarbij is Acis dan vereeuwigd in gedachten.

De rivier ligt op één van de Liparische Eilanden die zijn gelegen ten noordoosten van Sicilië in Italië.

Hieronder 4uur werk…’t is me wat. Ik vraag me, naast bovenstaande, af van waar dat stuk blauwe stof op het been van Galatea plots komt. Het lijkt wel transparant te zijn maar kent geen begin of einde. Het loopt over van rood naar blauw en dan terug naar rood. Een optisch truukje om meer diepte in de beweging te krijgen? Maybe…