Frans Hals: the swinging ’30’s

Over de jonge jaren van Frans Hals weten we niets. Hoe hij tot zijn gekende expressieve schilderstijl evolueerde of er meteen mee begon (en dus de klassiekere beheerste portretstijl – die toen erg in trek was – kordaat oversloeg) het is tot nu niet geweten.

Het eerste gekende werk van Frans Hals is het portret van Jacobus Zaffius uit 1610.

Hals is dan ongeveer 30jaar wat op zich vrij laat is om te beginnen aan een schilderscarrière zonder voorafgaande historiek. Persoonlijk denk ik dat er rond dit moment een wissel in stijl kwam en dat het verschil met de voorgaande stijl zo groot is dat men in die eerdere stijl Frans Hals niet herkent. Daarbij kan het ook zijn dat hij vroeger in opdracht werkte en dus voor een andere kunstenaar (zijn leermeester?) werkte waardoor men gewoonweg over de schilderijen van Frans Hals kijkt omdat er een andere naam onder staat. Maar dat zijn mijn hypotheses. Of had de stilte voor 1610 een politieke reden (bvb ivm de Spanjaarden), kan ook zijn…

Het is al meteen vanaf dit portret duidelijk dat de verftoetsen snel en trefzeker worden aangebracht. Met brute en verfijnde penseeltrekken weet hij de kijker te leiden naar wat je moet gezien hebben, wat de kern van het werk is, de boodschap en de rest is “versiering”. In het Geheim van de Meester wordt dit portret verder uit de doeken gedaan. Er wordt zelfs in vraag gesteld of het een werk van Frans Hals is en of het achteraf werd bijgesneden (een techniek die in die tijd niet ongebruikelijk was).

Wat we in bovenstaand portret nog merken is de statische houding van het model. Maar de lichtinval van links, de krachtig witte lichtpartijen en de “wilde” markeringen die baard, neus en kraag diepte geven vallen op. Het bruin-rode bont is niet gedetailleerd maar geanimeerd. Het lijkt wel alsof er een fris windje door de kamer loopt terwijl er wordt geschilderd. Hals schildert zoals Zorro zijn Z tekent.

Ik kan natuurlijk niet elk portret in detail gaan bespreken, dan zijn we vertrokken voor een boek van 250 pagina’s. Daarom neem ik je mee in een snelcursus. We gaan meteen door naar 10 jaar later en dan zien we dit “portret” van de een familiegroep in landschap met 3 kinderen en een bokkewagen. Je krijgt er ineens een beeld hoe men er zijn hand niet voor omdraaide om een familieportret in stukken te snijden om eender welke mogelijke reden.

De reconstructie is nog steeds niet volledig, er ontbreekt nog een stuk rechts onder. Was het niet interessant? Is het verloren gegaan of zal het ooit nog ergens opduiken?

Maar kijk vooral naar de stijl, de manier van aanpakken. Ik zei het al bij de vorige blog, de speelsheid van de compositie. Herken je al het licht van links, de fel witte kragen en de losse stijl van poseren? Maar kijk nu ook naar de evolutie in de zwarte kledij. Bij het eerste portret is het nog bijna vlak zwart en nu zijn er wel 27 tinten zwart (volgens Van Gogh, niet volgens een of andere grijze boekschrijver 😉 )

De kanten zijn van ver zeer gedetailleerd maar van dichtbij zijn ze eerder grof geschilderd. Dit maakt dat ze van ver ook nog mooi en gedetailleerd ogen. Bij een fijn uitgewerkt schilderij zie je de details eerder als je er met je neus gaat op staan (hé Jan) maar grote portretten zoals deze bekijk je meestal van op afstand. Ze hangen in grote herenhuizen of paleizen.

Terwijl meerdere tijdgenoten zich laten beïnvloeden door Caravaggio en kiezen voor het theatrale licht-donker-effect (zie Vermeer) , blijft Frans Hals trouw aan het vol licht. Schuiven we de tijdlijn nog ’s 10 jaar op dan zien we dat hij nu 200% trouw is aan zijn techniek zowel in snelheid, expressie als in licht vatten.

Het gezicht is niet in rust en op het gemak geschilderd. Het is snel geschilderd. Gespeeld met licht en donker. Bij deze manier van schilderen zou je bijna denken dat het “naar levend model” is geschilderd, dat het terplekke in het café op het feestje is gemaakt. Dat laatste is niet onmogelijk maar redelijk onwaarschijnlijk aangezien het verplaatsbaar maken van het schildersgebeuren toen niet gebruikelijk was en (omdat er nog geen verftubes ed bestonden) niet erg praktisch was. Wat wél een mogelijkheid is, is dat Frans dit schilderij gewoonweg uit het geheugen heeft geschilderd. Misschien vroeg hij wel één van zijn kinderen om te poseren en moest het daarom des te sneller gaan. Kinderen zitten meestal niet al te lang stil. Maar dat het een ongewone manier was van werken voor die tijd, daar twijfelt niemand aan.

Nog iets opvallend is de glimlach met open mond. Zie mijn kunstweetje KW48. Omwille van de gebrekkige mondhygiëne was dat verre van “done”, eerder “not done”. Zelfs nog vele jaren later was tandhygiëne een zwakke plek in de geneeskunde. De perikelen van Lodewijk XIV spreken boekdelen hierover.

Als laatste nog dit portret. We springen ineens naar 1660. 30 jaar na de fluitspeler van hierboven.

Hopelijk valt je meteen op hoe de mode is veranderd. Weg zwart! Weg korte haren! Nu zijn er kleuren en lange haren, liefst met krullen. En van waar kennen we die mode? Van bij de tandarts van aanvoerder “Louis met het rugnummer van Dries Mertens” natuurlijk 😉

Kijk ’s naar hoe swingend dit is geschilderd. Op het eerste zicht knap en gedetailleerd maar bij nader inzien ruw, slordig en dynamisch. De hand lijkt meer op een klomp en de duim op een opgeplakte valse nagel. Maar had je dat zo gezien had ik het niet gezegd? Allicht niet. En dat maakt dat dit een zeer aangenaam portret is om naar te kijken. Je wordt er gewoonweg zelf spontaan vrolijk van, toch? 🙂

En nog steeds met het licht van links, de felle witte partijen die diepte geven en de vele transparante lagen stof die het geheel diepte geven: dit werk is zeker gesigneerd Frans Hals.

Door de losse stijl van Hals wordt dikwijls gezegd dat hij een alcoholprobleem had en daardoor niet precies kon schilderen. De onderwerpen van zijn schilderijen en zijn financiële problemen zullen daar allicht ook wel aan bijdragen. Sommige bronnen beweren zelfs dat Frans Hals zijn hand zo losjes was dat hij er al eens zijn vrouw mee bewerkte. Al is dat niet gelogen, maar wel verwarrend want in dat laatste geval gaat het om een andere Frans Hals die – moet lukken – ook in Haarlem woonde. Onze Frans Hals gaat met zijn stijl helemaal mee in de zwier van de Barok (zie KW37) en het is er voor mij aan te zien dat hij het meer had voor de stijl die Rubens en Van Dyck hanteerden dan voor de stijl die de andere Nederlanders hanteerden. Misschien maakte die differentiatie (zeg maar “avant garde”) ook zijn renommee. Al was die maar van korte duur want de Barok werd redelijk snel gevolgd door de Rococo ( zie KW38) waardoor de rijkere klasse de Barokschilderijen uit de mode ging vinden en ze al snel op zolder belandden (waar ze dan vele jaren later werden terug gevonden en als het écht vele jaren later was, er nog eens flink veel poen werd verdiend op de gezondheid van de overgrootvader).

KW22: een sneetje meer of minder

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Wie zich een beetje toegewijd heeft aan Van Eyck in 2020 zal dit opmerkelijke nieuws al gehoord of gelezen hebben. Het retabel van het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck is vandaag terug samengesteld zoals het oorspronkelijk bedoeld was: een gesloten scène en een spectaculaire open scène. Verschillende panelen klikken in mekaar en vormen één groot geheel. Ik vernam deze week nog dat het retabel het oudste paneel van (gebroeders) Van Eyck is dat men heeft teruggevonden. Oudere werken zijn waarschijnlijk allemaal verloren gegaan of werden misschien wel toegewezen aan andere schilders. Het was immers niet gewoon in die tijd om een schilderwerk te signeren. Van Eyck was daarin een van de eersten. Bijzonder bij de stelling is dat het oudste (eerste) werk van Van Eyck meteen zo’n joekel is. Alsof ze zich jaren hebben ingehouden en dan meteen met een monsterhit gingen maken. Een beetje gelijk de eerste CD van Gorki 😉

Dat is nogal onwaarschijnlijk (niet van Gorki wel van die andere 2)… Maar we wijken af. Dus nu is het te zien zoals het bedoeld was. Dat was lang niet altijd zo. Er was een tijd dat de zijpanelen gescheiden leefden van het centrale deel. Nog straffer; er was een tijd toen men vond dat je tegelijk de buiten en de binnenkant moest kunnen zien en “men” het illustere idee kreeg om de panelen gewoonweg in de dikte door te zagen! Meer daarover in KW10 (lees het opnieuw).

Alsof dat nog niet straf genoeg was, vertel ik u hierbij het verhaal van “de annunciatie“, ook al Van Eyck. Dat kent een nog straffer verhaal. Want dit Vlaamse schilderij kwam via via ooit in het Hermitage-museum van Sint-Petersburg terecht. Maar op zijn zachtst gezegd, het weer in Sint Petersburg is niet hetzelfde dan in Antwerpen en dus waren ze daar zo geen fan van het bewaren van schilderijen die op houten panelen werden gemaakt.

Dus vonden ze er niets beter op (let op, ge gelooft het nooit) om het paneel waarop het schilderij was gemaakt eraf te schrapen! Jup! De verflaag werd gefixeerd door er aan de zichtzijde stukken stof op te lijmen. Zodoende kon de achterkant er af worden gekapt en finaal ook worden geschuurd. Kunt u al voorstellen dat je dan op het einde nog met een paar millimeter aan verflagen van zo’n 500 jaar oud in uw handen zit. Die laag werd dan op een doek gekleefd waarna door opwarming en met wat water de eerder opgekleefde fixeerstof opnieuw werd verwijderd.

Dat deze operatie (schandalig) slecht is verlopen kan je vandaag nog zien. Bij het kleven van de verflaag op het canvas en zeker bij het opwarmen om de fixeerstof te verwijderen, werd de verflaag zo hard op het canvas gedrukt, dat de structuur van het onderliggende canvas door de verf is gedrukt. Vandaag lijkt het dus alsof het schilderij oorspronkelijk op doek werd geschilderd maar dat was dus zeker niet het geval.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, werd al het blauwe van het kleed van Maria door het gebruik van water om de lijm op te lossen mee opgelost. De blauwe laag in lapis lazulli werd door Van Eyck met waterverf aangebracht om ze super doorschijnend te maken. Schijnt dat waterverf oplost in water…dat die kemels van het Hermitage daar niet aan gedacht hebben…’t Is om te janken.

Gelukkig kwam de wetenschap jaren later ter hulp. De restauratie in 1994 was intensief en voor te beginnen werd het schilderij duchtig onderzocht. Men vond de oorspronkelijke tekening onder (of eerder tussen) de verflagen en nog een ietsie pitsie stukje van het originele blauw tussen de haren van Maria. Het blauw van de oorspronkelijke verf werd opnieuw samengesteld en het kleed kreeg zijn oorspronkelijke splendeur en grandeur terug. Alleen de indrukken van het doek zijn achtergebleven. Dus in tegenstelling tot het PANEEL van de Rechtvaardige Rechters is de annunciatie met de jaren een doek geworden.

Bron: The private life of a masterpiece

 

 

Koffie met koekskes

Het succes van de cultuursector hangt samen met het applaus van het publiek (en ook wel met wat er daarbij in de hoed valt). Ik doe het voornamelijk voor het applaus omdat ik het zalig vind om kunst te delen. Omdat ik vind dat die goeie (ouderwetse?) schone kunsten te weinig mediaaandacht krijgen in vergelijking met (hippe?) moderne kunst.

Kunst moet shockeren, moet vraagtekens oproepen, moet controversieel zijn. Ik spreek dat niet tegen. Maar mag kunst ook gewoonweg even mooi zijn, de ziel tot rust brengen, een goed gevoel geven, een lach toveren op je gezicht? “ça vaut le détour”, zouden ze in de Michelin zeggen. En dat is wat ik probeer te doen met wat ik maak of waarover ik vertel. Ik hoop dat het jullie allemaal een fijn gevoel geeft.

Met een virtueel publiek zie je niet altijd hoe druk het is in de expozaal waar je bent. Ik ben bijzonder fier over hoeveel mensen mijn site blijven bezoeken. Ondanks corona en dat ik dus geen kansen heb om buitenshuis (nieuwe) mensen te verwarmen met verhalen, spreken de statistieken voor zich. Ik deel ze graag met jullie…

Dit jaar werd de site al 7.142 keer bezocht. Dat is iets minder dan het top-expo Magie-jaar 2019 maar lang niet veel minder. Elke dag wordt mijn site gemiddeld 50x bekeken.

Via Facebook krijg je een nog explosiever verhaal, maar daar is de beleving dan ook anders. Deze maand kwamen maar liefst 4.500 bezoekers over de vloer (ruwweg dus 22.000 al dit jaar). Dat waren bakken koffie met koekskes om uit delen 😉 En jullie zijn allemaal welkom!

Het is en blijft hartverwarmend om jullie enthousiasme te zien en de steun doet me goed. Wees altijd welkom en laat gerust een berichtje of een commentaartje na als je iets aanspreekt. Je doet er mij en – wie weet – nog vele anderen plezier mee 🙂

Van Eyck-stadswandeling (deel 1)

Naast 2 fietsroutes in het kader van #OMGVanEyck is er ook een wandelroute in de Gentse binnenstad. Ook hier weer een aangenaam wandelpad met onderweg wat weetjes. De wandelroute kan je HIER DOWNLOADEN (niet via de kanalen van Stad Gent *rolt met de ogen* )

Ons deel 1 is goed voor 5km en ondanks dat het een prachtige zonnige zondag was, was het erg rustig in de stad. Nu ja, maar goed ook want het begrip “afstand” is bij velen nog niet echt ingeburgerd zo te zien. Dan hou ik het maar liever op Mariakerke waar men het wel al kent. Mah bon, los daarvan, een prachtige wandeling die ik wel de moeite waard vind. Weinig focus op de diefstal (die route kan je tijdens de Gentse Feesten 2021 zeker ’s volgen met gids), veel aandacht voor het Gent in de tijd van Van Eyck en wat daar nu nog van te herkennen valt. Ik hoop dat een aantal geplande events van het Van Eyckjaar later terug worden opgenomen want die lichtshow en de VR-briltour wil ik zeker nog wel doen.

Het stalen ros van Heer Borluut – deel 2

Vandaag hebben we dan deel 2 van de fietstocht gedaan. Een heel ander landschap zowaar. De rit begon in voor ons aan de Watersportbaan (knooppunt 52) en zo door de stadskern naar Gentbrugge, Heusden, Melle, Merelbeke, Zwijnaarde. Vandaag geen bijzonder sjieke villa’s maar wel veel velden, meersen,..groene ruimte dus. Hier en daar een paar kasteelkes en zo nu en dan een goed excuus om een knooppunt aan Van Eyck te linken (al vond ik de uitleg soms nogal magertjes, maar goed, ’t is voor “de sfeer” 😉

Voor het eerst ben ik over de fietsbruggen over de E40 en over de R4 gefietst. Leuke ervaringen.

Ons rondje was vandaag goed voor bijna 45km en een tijd van 2u11. Dat vind ik best OK. De route naar Oostende is al ingepland op de app 🙂

 

Het stalen ros van Heer Borluut

Met het Van Eyck-jaar werd er een wandeling door het centrum van Gent en 2 fietstochten rond Gent uitgetekend. Met dit zonnige weer dachten zoon en ik dat we op zijn minst een deel van de fietstocht zouden moeten gaan doen. En dat deden we… Wij namen de route “het stalen ros van Heer Borluut

Van Mariakerke naar ons startpunt 61 in Drongen centrum en zodoende naar Baarle. Daar moesten we omrijden want het veer vaart niet uit door de corona. Ik had het toch wel thuis nagekeken maar de dienst Waterwegen vond een algemene vermelding zonder meer informatie blijkbaar genoeg info (’t blijven ambtenaren niwaar). Dus reden we om door SM Leerne en langs Laarne… De rode lus (zie foto onder) van waar de tekst “Baarle” start tot ongeveer hetzelfde punt aan de overkant van het water hoort in de regel niet bij de route en was “een klein extraatje”…

Maar met de app van de fietsroutes kan je eigenlijk redelijk gemakkelijk je nieuwe fietsroute uitstippelen door kruispunten aan te klikken waar je naartoe wil fietsen. En de fietsroutes zijn zeer aangenaam om te fietsen. Ik zou er niet met een koersmodel met zo van die dunne bandjes langs gaan (er zijn namelijk ook onverharde of kiezelwegen bij) maar met een gewone stadsfiets is het zeker te doen.

En hebben wij mooie dingen gezien? Zeker wel! Vooral veel mooie, (te) grote huizen en zalig veel groene lanen en paadjes langs de Leie. Tot in de stad zijn we niet geraakt. Gelet op de omweg, hebben we vanaf knooppunt 67 doorgestoken naar knooppunt 56 om zodoende langs de R4 terug naar huis te fietsen. Een fietstocht van 2uur en 36km ver. En zodoende hebben we dan het beeld van de Zonneschilder van Marf ook ’s op zijn locatie gezien (ik zag het enkel tijdens de tentoonstellingen in De Campagne). Een aanrader.