6 & 7 mei: Atelier in beeld (Wondelgem)

Volgend weekend is er de grote Vlaamse kunstactie “Atelier in beeld”. De extrapolatie van “Buren bij kunstenaars”, de West-Vlaamse succesformule overgenomen door Kunstwerkt.

Duizenden mensen zetten hun eigen ateliers open of verzamelen op een plek waar ze hun aanpak kunnen tonen. Dat zijn soms hobbyisten, soms semi-professionelen, bij uitzondering professionelen (al zijn deze laatsten niet in scoop). Je kan er echt allerhande dingen zien. Wil je het jezelf gemakkelijk maken, dan kan je filteren op “technieken” op de website.

En ver hoef je ook al niet te gaan. Heel Vlaanderen doet mee. Mocht iedereen 1 euro geven aan De Warmste Week, het zou een pak geld opbrengen 😉 Meer dan 1400 inschrijvingen en allicht zijn er nog wel enkelen die gewoon zelfstandig, zonder aan te melden, deelnemen.

Wie “tekenkunst” en “Wondelgem” selecteert, komt op deze prachtige pagina uit waar al meteen een correctie op zijn plaats is: niet alleen 6 maar ook 7 mei zijn de kunstenaars aanwezig. Ik hoop iedereen uit de buurt er te mogen ontmoeten en vraag maar raak, dat is het gehele opzet van dit weekend 🙂

Overal Cultuur!

Daar waar het “traditionele” kunstseizoen opstart rond 1 mei dacht ik, na de roadtrip door de Provence, een weekend toch al te vullen met cultuur. Dat doet deugd! Het laadt me op alsof ik net getroffen ben door een bliksemschicht 🙂

Dus nam ik de trein naar Brussel om een rondleiding in het gebouw van Senaat en Parlement te volgen. Voorzitter (of moet ik bij deze “voorzitster” zeggen?) van de Senaat Stephanie D’Hose houdt regelmatig rondleidingen in de gebouwen waar ze werkt. Zo kon ik al eerder met haar door het Vlaams Parlement wandelen. Dat zijn toch gebouwen waar je als “gewone sterveling” niet binnen komt. Dus een gelegenheid die ik graag grijp met beide handen.

Massieve brokken kunst, cultuur, geschiedenis te zien! Zo werd beloofd. Maar eerst door de hedendaagse Brusselse cultuur. Breaks my heart wanneer ik dit zie.

Massieve brokken kunst, cultuur, geschiedenis te zien! Zo werd beloofd. Maar eerst door de hedendaagse Brusselse cultuur. Breaks my heart wanneer ik dit zie.

De Brusselse straten waar ik deels als tiener doorliep liggen er slordig bij. En dat komt niet alleen door de werken (die finaal voor verbetering of verfraaiing zorgen) maar vooral door het gebrek aan “ownership” om het met een duur woord te zeggen. Het gebrek aan verbondenheid met de stad en het zorgen voor wat je aangeboden krijgt, of dat nu door de overheid, een bedrijf of je gebuur is…

Maar goed, ik ben er niet om te zeuren over Brussel. Gent is op bepaalde vlakken, niet alle, niet beter. Ik kom voor Cultuur naar Brussel. Dus doorstappen Van Hemel! Hup met de beetjes de Kunstberg op naar de Leuvenseweg 13. Want…de gangbare ingang ligt blijkbaar achter het gebouw 😉 En meteen *boenk* een beeld van George Minne. Zijn bekende “fontein der geknielden” staat centraal in de tuin, net zoals dat het geval is op “the green” in Gent. Ik zou bijna zeggen dat je er niet omheen kan, maar in dit geval is dat nu precies wél de bedoeling 😛

Enfin, ik sluit aan bij de groep Open VLD, afdeling Sint-Niklaas die ook ingeschreven hebben voor de rondgang. Leuk. De zéér sympathieke gidse staat al te wachten en plak me een sticker op de borst. GOEDGEKEURD! Ik mag binnen in het gebouw van de volksvertegenwoordigers.

Al meteen een eerste groot kunstwerk van Emile Wauters waar ik naar kijk. Knap. En dan al eerste “weetje” van de gids. We staan in de inkomhall, de officiële, langs de kant van het Warandepark. En wat valt op? Er zijn 2 grote trappen maar de ene heeft een groen tapijt, de andere een rood. Het rode tapijt leidt naar de Senaat. Het groene naar het Parlement. En dan volgt een stukje typisch Belgische geschiedenis…

Het gebouw is gebouwd onder bewind van de Oostenrijkers (1713-1794). De eerste steen werd in 1779 gelegd. Na de Oostenrijkers, kwam Napoleon (1792-1815), daarna de Nederlanders (1815-1830), daarna werd België écht België en werd finaal het hele gebouw heringericht om er Senaat en Parlement in te richten. Tussentijds kwamen de Duitsers ook nog wel een paar keer op bezoek. Enfin, het toont ook hoe wisselvallig België en Vlaanderen is geweest doorheen de tijd. En dat heeft zo zijn invloeden nagelaten op meerdere vlakken en op zodanige wijze dat het vandaag nog steeds voelbaar/zichtbaar is. (meer over de geschiedenis van België)

De indeling van Senaat en Parlement is te zien doorheen het gehele gebouw. De kant Senaat is de kant met de rode tapijten. De Senaat bestond vroeger uit de adel en dus werden de ruimten waar de Senaat thuis was, ook rijk ingericht. Rood was in de textiel een dure kleur om te maken, dus werd de Senaat voorzien van rode tapijten.

Anderzijds: het Parlement werd, bij inrichting, gebaseerd op het Engelse model. En dat parlement zat niet in een gebouw maar in de tuin. Om dit karakter over te brengen werden voor het parlement groene tapijten voorzien.

Van de Senaat stap je zo door naar het parlement. De kunst is er nog steeds aanwezig maar op een heel andere manier. Ze streelt meer het voorzitterschap, de premiers,…Ze blijft dus wel de Belgische geschiedenis en haar belangrijke personen uitdragen 🙂 Met portretten o.a. geschilderd door Theo Van Rysselberghe en Gustave Van de Woestyne

Nog zo’n leuk wistjedatje: alle Belgische koningen worden uitgeroepen als staatshoofd in het Parlement, behalve de eerste koning Leopold I. Die legde zijn eed af in de tuin van het gebouw.

Wat ik me tijdens de rondgang afvroeg was of Hergé hier ook nog heeft rondgelopen. Geef toe dat deze vaas die ik op een schouw in een vertrek van het parlement heb gefotografeerd verdacht sterk lijkt op die cover van het Kuifjealbum…

Slow Art Day

Omdat ik er een weekje op uit was in Frankrijk heb ik de “slow art day” gemist. Dat maak ik dan bij deze wel goed met een niet eerder gepubliceerde tekening.

WAAROM SLOW ART DAY?

Vandaag zijn we gewoon van de swipen, te scrollen, te zappen, te velen… Ik hoor het regelmatig wanneer ik ergens in de buurt van een groepje fotografen ben: iedereen noemt zich tegenwoordig fotograaf. Met de nieuwere mobiele toestellen wordt het verschil in aantal pixels ed idd in vergelijking tot een klassiek fototoestel alsmaar kleiner. Ook de multiple choice aan lenzen maakt het mobieltje meer en meer een degelijk toestel. Maar dat maakt je nog geen (goede) fotograaf. Zeker geen kunstfotograaf.

Dali 2 stelt zich voor als de doodsteek voor de kunst. “Maak mij een strandzicht zoals Mondriaan dat zou doen”. Dali 2 maakt het voor je. Op scherm (zeg niet langer “op papier”). Want mijn kennismaking met Dali 2 ligt het programma allicht nog zwaar op de maag. “Maak mij het God uit het retabel van het Lam Gods van Van Eyck op de manier van Van Gogh”. Dat kan het programma niet aan. Er zijn te veel variabelen, te veel uitwegen. En een programma kan geen context inschatten. Dito met emoties en creativiteit.

Maar we leven in een overkill aan beelden, muziek, video’s. Naast het feit dat de kunst (keihard) gestuurd worden door “het algoritme” (zie maar eens hoe het aantal artistieke naakten slinkt), wordt ook de kijker (dodelijk) gestuurd door “het algoritme”. Of dacht je dat je zelf kon kiezen wat je in je scrolllijsten ziet? No way.

Al die factoren maakt dat het voor de analoge handwerker ook een permanente keuze blijft tussen snel werken (want de kijker neemt toch maar weinig kijktijd) en fragiel, gedetailleerd werken. Kortom de keuze of liever het evenwicht tussen Van Gogh en Van Eyck 😉 Omdat de productietijd, van “idee” tot afgewerkt product, behoorlijk lang is, vind ik dat er ook wat meer aandacht mag komen voor de Slow Art Movement. Ik ben al zeker blij dat jij tot hier hebt gelezen want dat maakt jou nu nét iemand die tijd neemt voor de meerwaarde. Waarvoor mijn eindeloze dank 🙂

Net als kunst groeit, is de ontwikkeling van een kind iets waar tijd moet worden voor genomen en waar je moet van genieten.

Zonder God of Van Gogh

Deze week geen blog over “God en Van Gogh”. Door de expo in het KMSKA was ik 4 weekenddagen aanwezig in de expozaal. Ik heb daar getekend aan nieuwe ontwerpen. Ja hoor, onderstaande tekeningen zijn “ontwerpen”. Je zal ze dus over een tijd zien in een andere versie. Ik ga nog niet verklappen welke, je mag wel al beginnen raden naar wat de inspiratie is. Allemaal binnen mijn project waarbij ik nieuwe werken maak geïnspireerd op bestaande kunstwerken.

Bij deze blogs zit je dus in de VIP-stoel, “the golden circle”, op de eerste rij om mee in mijn atelier te kijken naar wat er leeft en wat er groeit. Waar en wanneer er geëxposeerd zal worden is nog niet zeker. Ik heb me voorgenomen om in 2023 in te zetten op productie maar dan weer zijn er die aanstekelijke vrienden die me ook inspireren en aanzetten om toch ergens nog aan een expo deel te nemen. De eerste in rij is waarschijnlijk het Kunstsalon te Drongen. Ook een expo te Deinze (met tekendemo’s) staat op het programma. En er worden toch weer zaadjes gepland om mee te doen aan Kunst in het Dorp (Bellingen). Ben je trouwens zelf kunstenaar en wil je exposeren; stel je dan zeker kandidaat-deelnemer voor Kunst in het Dorp via de website.

Dit 4e portret maakte ik ook in het KMSKA maar is geen deel van het project. Soms tekent ne mens al eens iemand gewoon uit sympathie 🙂

MAX ON TOUR 2023

Nu te zien!

Lid van de werkgroep Kunst in het Dorp
WZC St Felix – Herne – org. Herne Kunsttelt (doorlopend) –
Wandeling door Herne met kunstbeelden – hier meer info

Kunstsalon – Drongen (18-21 mei)

In planning

Kunst in Leiestraat – De Leeuw – Zulte (juli)
Kunst in het Dorp – Bellingen ( 9-17 september)

Helaas voorbij

KMSKA – kerst 2022 (22 december 2022 tot en met 22 januari 2023)
Meikermis-expo – Wondelgem (6-7 mei)

OVER GOD &VAN GOGH: de glazen bol (06)

Over Van Eyck weten we niet veel maar er is wel al veel geschreven over zijn/hun kunnen. Eén van die dikke kloefers van boeken is de catalogus van de expo “Van Eyck – Een optische revolutie“. Heb je de expo gemist of had je net een ticket in de coronaperiode dan heb je toch wel wat gemist. Maar anderzijds is het een goede reden om eens naar Gent, Brugge of Antwerpen af te zakken. De werken (het totaal aan werken dan) is zo wat verspreid over de hele wereld maar dit is toch al iets dichter bij huis 😉 Kijk hier naar een paar clips over de voorbije expo.

In die expo/catalogus leer je al snel dat Van Eyck niet de uitvinder was van de olieverf. Dat was iemand anders. Wat Jan Van Eyck zeker wel op zijn naam mag zetten is het verder uitdiepen van licht- en kleurinvloeden door reflectie. Niet dat hij de enige was die er mee bezig was maar vanuit onze tijd gezien was hij zeker een ambassadeur van de toepassing.

In de tekening van God zijn vele parels te zien. Allen hebben een invloed van licht/donker, van de richting van de lichtinval en van de kleuren die hen omgeven. Maar vergis je niet, het zijn niet alles parels wat de klok slaat. In de onderstaande reeks zie je enkel parels. Licht komende van rechtsboven (vanuit ons perspectief gezien). Telkens een sikkel aan donkergroene reflectie. Echter in het beeld rechts (een detail net onder de SABAWT-tekst) zie je een mengeling van parels met duidelijk erg doorzichtige glazen bollen. Die vallen op het eerste zicht en in de overdaad aan versieringen niet op maar ze zijn er wel en maken degelijk een verschil.

De inkleuring van de glazen parels ten opzichte van de echte is helemaal anders. De reflectie van het licht is anders maar ook de kleur. De glazen parels laten het daglicht door en hebben daardoor een meer gele sikkel door het zonlicht. De echte parels hebben eerder een zacht, gebroken witte/licht groene sikkel.

Net zoals in mijn foto van glasparels boven is Van Eyck gekend voor het correct weergeven van de lichtinval in functie van waar het schilderij finaal zou komen te hangen. Het summum van die praktijk vinden we terug in “het portret van het echtpaar Arnolfini” alwaar Van Eyck zichzelf schildert in de reflectie van de spiegel op de achtergrond. Dezelfde reflecties vinden we terug in het schilderij “Madonna met kannunik Van der Paele” of in het paneel van de musicerende engelen (onderdeel van het retabel van het Lam Gods). Hieronder enkele details van de reflecties.

En hieronder de tussentijdse vorderingen. Ik word haast knettergek van het inkleuren van al die bolletjes 😉 Weet je aan wat die centrale juwelenplaat mij soms doet denken? Klik dan hier…

Over God &Van Gogh: GodΩe (05)

Voor wie de blogs via de website volgt heb ik een aparte, rechtstreekse link naar deze reeks in het menu geplaatst. Je ziet ‘m links op het scherm onderaan het keuzemenu 🙂

Bij de vorige blog had ik het over de kwestie of deze figuur nu dan wel God is, dan wel Jezus. Ik ben tegelijk ook bezig met het tekenen van de geborduurde band over de borst van…jah…van wie hé 😉 De mystieke figuur. Maar misschien kan ik met de woorden van John Lennon het hele probleem oplossen: “God is a concept” en dan zijn we er meteen uit. Hij Het is een DJ!

Terug focus op de tekening/het schilderij. Er staat eigenlijk veel tekst op de kledij maar de meeste tekst valt buiten het beeld dat ik teken. Onderaan het rode kleed valt bijna een hele gazet te lezen. Op de borst staat echter een rare tekst. Op het eerste zicht lijkt het SABAWT te zijn.

Quid dixis? SABAWT? Dat vroeg toch wel wat opzoekingswerk. In het dikke naslagwerk “Van Eyck een optische illusie” vind ik dat Van Eyck naar “sabaΩt” verwijst. Dat is toch al helemaal iets anders van Sabawt. Hoe zet je een “omega” om tot een “w”? Enfin…verder zoeken is de boodschap. Na veel vijven en zessen bots ik op “Sabaoth” wat dan toch wel iets dichter bij de “ohm” ligt dan een “w”. Maar misschien had ik daarvoor Grieks of langer Latijn moeten studeren. Al durf ik toe te geven dat de jaren Latijn en “studeren” beter niet in 1 zin worden gebruikt. Pater Theo draait zich allicht nog ’s om in zijn graf.

Sabaoth dus. De naam Sabaoth komt in het Oude Testament voor als verwijzing naar een leger. In het eerste boek van Samuël wordt de naam gebruikt als een naam van God . In gnostische teksten zou de naam duidelijk moeten worden weergegeven als “over alle krachten (van chaos)”. Voila. Dat weten we dan ook weer. Tjah…dat brengt ons toch wel iets dichter bij God dan bij Jezus. Al kan met het opschrift ook verwezen worden naar de ridders op het paneel links onder.

Wil je er toch nog meer over te weten komen, dan kan je best deze Wikipediapagina lezen. Ik kleur gezapig verder aan de groene stola rond de nek en probeer de vele pareltjes zo helder mogelijk te maken (voor wie nu pas inspringt: de drager is een grijs karton, wit moet dus worden gemaakt, het is niet het wit van het blad).

Over God &Van Gogh: God of Jezus? (04)

Deze week kreeg ik in een reactie op Facebook de terechte opmerking van Dany Hendrickx of ik nu dan wel God of Jezus aan het tekenen ben. Dany is bekend stadsgids in Gent. Onder andere reïncarneert hij tijdens de Gentse Feesten Lieven Bauwens of Edward Anseele. Dany brengt nog vele Gentse figuren tot leven en zodoende kent hij de Gentse geschiedenis op zijn duimpje.

Toevallig was ik vorige week nog in mijn archieven gedoken en ergens gekneld tussen 2 dikke boeken zat nog het boekje van Alfons Lieven Dierick “Het Lam Gods” verborgen. Ik kocht het boekje ook al in mijn illusie het verdwenen paneel ooit terug te vinden. Het boekje geeft op zich wel een snel en goed overzicht waarom je – als je in Gent bent – zeker ’s naar dat retabel moet gaan kijken. Het is gelijk Manneke Pis, het Atomium of Historium bezoeken maar dan beter 😉 Het boekje heeft het ook over de kwestie die Dany aankaart…

De godsfiguur boven de aanbidding van het Lam stelt de kunst-historici voor een moeilijke vraag: is ze een voorstelling van Christus in majesteit, of een afbeelding van de Vader? Voor de eerste opvatting pleiten ongetwijfeld de gelijkenis met de “Deësis“-compositie en het wijzend gebaar van Sint-Jan dat, vooral in deze retabel, de zinvolle begeleiding kan zijn van zijn uitspraak: ziedaar het Lam Gods. De herhalingsmotieven op het rugtapijt van de troon – druiventrossen en wijnranken, een pelikaan die zijn jongen voedt – vormen duidelijke symbolen: de naam Jezus Christus staat er trouwens bij vermeld. Opmerkenswaardig is nog dat de kruisvaarders op het linker zijpaneel, volgens een origineel onderschrift*, strijders voor Christus genoemd.

* het volledige opschrift is pas na de restauratie volledig zichtbaar geworden

Voor de Vader-hypothes argumenteert men met de teksten op de mantel en in de bogen van de troonhemel, met iconografisch belangrijke details zoals het schoeisel aan de voeten en vooral met de vertoning door de rederijkers, vijfentwintig jaar na de inhuldiging van het veelluik, waarbij de centrale figuur onbetwistbaar als de Vader werd voorgesteld.

Uit het voorgaande moeten we wellicht besluiten dat zowel de inspirator als de schilder iconografische elementen voor beide personen heeft samengebracht.

God verschijnt ons in een dieprood, hogepriesterlijk gewaad. Hij draagt een tiara met drie gouden banden die rijkelijk met amethist, topaas en saffier zijn opgesmukt. Ook de scepter van rotskristal is een werkstuk van juwelierskunst, zowel als de agraaf op de mantel. De vlammende rode kleur is door Van Eyck in het centrum van zijn schilderij geplaatst, tussen het blauw van de Madonna en het groen bij Sint-Jan. Toch zijn de drie hoofdkleuren op elk van die panelen aanwezig: het groen in de tiaraslippen en het diepblauw in het rugtapijt. De strakke frontale houding waarin God is voorgesteld, wordt verzacht door de lichtval uit de rechtsliggende venster: het licht geeft ronding en ruimte aan de tiara, aan de warme mantelplooien en aan de harde edelstenen.

Say hello, wave goodbye…

Salut aan 2022, hallo 2023!

Het was weer een woelig jaar niet?

Nadat we eindelijk terug eens konden exposeren gingen de materiaalprijzen door het dak waardoor dan weer de productie of stil viel of veel duurder werd.

En dat viel keihard op: het wordt weer spannend (financieel dan) de komende maanden. Maar we zien wel.

Het was desalniettemin een druk expojaar: 10 expo’s met als climax de expo in het KMSKA en blogwerk over dat grote werk: #stadswacht.

Met #stadswacht startte ik officieel de nieuwe lijn in mijn tekenwerk: nieuwe werken met een knipoog naar een bestaand werk of kunstenaar. En ik moet zeggen dat ik het erg leuk vind om te doen. Dus daar volgen zeker nog wel tekeningen in die richting.

Omdat ik ook in 2022 strategische keuzes moest maken viel het mij des te meer op hoe moeilijk het is om de combinatie kunstmaker-organisator/curator-werk/gezin recht te houden. De vraag “doet u dit als beroep” (= de elegante versie van “en wat doe je voor werk?”) blijft immer beantwoord als “niet voltijds” want helaas “onstabiel inkomen”. En dan heb ik het niet eens over dat N-VA-k*lf die ik zelfs niet bij naam ga noemen maar die wel betaald wordt met Vlaams belastinggeld.

Maar het is niet langer geld wat de doodsteek van de Vlaamse Cultuur zal zijn. In mijn idee zal het gebrek aan opvolging zijn. Gebrek aan continuïteit. Verenigingen (waar het meestal allemaal ergens start) vergrijzen en ik merk bij de jeugd weinig enthousiasme om aan te sluiten in de organisatie. Waarom blijft me een mysterie (want dan zouden we er ook iets kunnen aan doen) en of dat in andere landen ook zo is, ik heb er het raden naar. Hebben we de beeldende kunsten gezien? Is het “passé composé” of volgt er toch nog een revival?

Naast het organisatorische probeer ik me te blijven inzetten om tot een samenwerking te komen. Ik geloof nog steeds sterk dat een kunstwerk kan worden gemaakt binnen een samenwerking van creatievelingen. Net als bij muziek moet er ergens een rond punt te vinden zijn waar de ideeënmakers, de technisch uitvoerders en presentators mekaar vinden. Al wordt dat een hele uitdaging 🙂

Dus 2023 wordt een uitdagend jaar. Voor mij vooral met de focus op productie. Als het er van komt, dan zien we ergens eind 2023 op zijn minst een aanzet voor triptiek 3 en in tussentijd nog heel wat #rippingtheclassics werken. Het wordt fun! Ik garandeer het u! En expo’s die volgen wel, zoals ze komen en gaan 🙂 Meanwhile doen we gewoon een Elviske (op1:32) om ons bezig te houden want in 2023 zijn we ALLEMAAL dé MAX 😉

OVER GOD & VAN GOGH: SCHETS(03)

De schets voor de tekening “Over God & Van Gogh”, ofte een optische illusie op het punt waar Van Eyck en Van Gogh mekaar spiritueel hadden kunnen ontmoeten is in de maak.

Van Gogh is zonder twijfel de man die voor altijd zal verbonden blijven met de zonnebloemen. Opvallend is dat die zonnebloemen feitelijk maar voor een korte periode in zijn carrière te zien zijn. Van Gogh schilderde jaren aan een stuk mensen. Mensen in hun dagelijkse doen (denk maar bvb aan de aardappeleters). Het is pas nadat hij Nederland, Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk achter zich liet dat hij ergens in de Provence aan die zonnebloemen begon.

Vermoedelijk gefascineerd door het zonlicht, de felle kleuren die we in het zuiden herkennen en dat in contrast met de donkerste nachten, toen nog zonder al te veel lichtvervuiling. Het moet hem wel aangesproken hebben.

Van Gogh maakte de zonnebloemen in Arles, in Zuid-Frankrijk, in 1888 en 1889. In totaal schilderde hij vijf grote doeken van zonnebloemen in een vaas, met drie tinten geel ‘en anders niets’. Zo liet hij zien dat het mogelijk was een voorstelling te maken met veel varianten van één kleur zonder aan zeggingskracht in te boeten.

Voor Van Gogh hadden zijn schilderijen van zonnebloemen speciale betekenis. Ze drukten ‘dankbaarheid’ uit, schreef hij. De eerste twee hing hij in de kamer van zijn vriend Paul Gauguin, de schilder die een tijdje bij hem kwam wonen in het Gele Huis. Gauguin was onder de indruk van de zonnebloemen, die volgens hem ‘helemaal Vincent’ waren. Van Gogh had tijdens het verblijf van zijn vriend al een nieuwe versie geschilderd en later vroeg Gauguin er een cadeau. Daar voelde Van Gogh niet veel voor. Wel maakte hij nog twee vrije herhalingen, waarvan er één in het Van Gogh Museum hangt. (bron)

Opvallend is dat Vincent geen gedroogde zonnebloemen schilderde, iets wat ik bij deze tekening wél zal doen. Al schilder ik niet, maar goed, dat is geen nieuws 😉

De schets toont het portret van God met daarop 2 gedroogde zonnebloemen als centraal beeld. Hieronder de evolutie van de schets. Tussen start en einde schets 15uur werken…

Over God & Van Gogh: Jan Van Eyck (02)

Er zijn monumenten en er zijn Monumenten. Die waar je bij een verbouwing niet enkel de gevel laat staan maar het ten strengste verboden is de hele constructie af te breken. Ook al dacht men daar in het verleden anders over, vandaag dragen we zorg voor ons patrimonium en de schilderijen van Jan Van Eyck maken daar zeker deel van uit.

Ondanks dat ik altijd stel dat mijn kopies altijd kunstwerken betreffen die NIET in je top 10 staan van jouw meest favoriete werken, ondanks dat ik stel dat er monumenten zijn waar ge naar kijkt maar niet aankomt, ondanks dat ga ik mij (nog eens) wagen aan een Van Eyck. Een stukje maar en dat binnen het geheel van een totaal nieuw werk.

Vele jaren geleden (moet minstens zo’n 25 jaar geleden zijn) maakte ik een 1/1 kopie van de grisaille van Johannes de Doper. Ik was toen helemaal in de ban van de diefstal van dit paneel. Het toen uitgebrachte boek van Karel Mortier bracht me bij momenten bijna in trance. Al goed dat er andere amateurdetectives waren die elk hun spoor verder gingen onderzoeken en uiteindelijk nergens uitkwamen.

Ik was toen zeker nog niet zo getraind in kijken en tekenen als vandaag. De technieken van destijds waren ook die van vandaag niet. Vandaag is Google je beste vriend en krijg je mega-hoge resolutiebeelden te zien. Destijds moest ik het doen met een flauwe afdruk en een kaartje. Dan gaan wel heel veel details verloren. Ik ben er ook zeker van dat – mocht ik die kopie vandaag maken – ze nu veel lichtvaster zou zijn dan de versie van toen. Dat is ervaring hé…helaas…of net niet 😉

Ik maakte een tijdje terug nog een eigen versie van een bestaand schilderij van Van Eyck. In mijn nieuwe stijl: geen kopie maar een aantal geplukte elementen en een aantal nieuwe. Zo werd mijne maat Kris Van der Stiggel model voor deze nieuwe versie. Lees hier het hele verloop van dat avontuur.

In de nieuwe versie waag ik me aan een detail van het retabel van het Lam Gods aangezien ik toch het echte niet volledig kan/mag namaken op ware grootte 😉

Ik ben ook niet van plan het portret van God op ware grootte te maken. Neen, ik ga het combineren met iets van Van Gogh en zodoende wil ik een cross-over maken tussen extreem realisme en stevig expressionisme. #rippingtheclassics pur sang!

Als Gentenaar is een basiskennis rond dat retabel een must. Daarom zal ik zo nu en dan wel eens een weetje over het retabel of over de Van Eycks lanceren. Hier al eentje om op te warmen:

De Gentse schepen Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut geven de opdracht aan Jan en Hubert om Het Lam Gods te schilderen. Ze laten een extra kapel bouwen in de Sint-Baafskathedraal, speciaal voor het werk. De kapel wordt de Vijdkapel gedoopt. Wat je waarschijnlijk niet weet, is dat vooral Jan Van Eyck Het Lam Gods schildert. Hubert Van Eyck geeft de aanzet voor het schilderij, maar niemand weet exact wat zijn bijdrage is. Hij sterft namelijk in de beginfase van het meesterwerk. Jan maakt Het Lam Gods af in 1432.

Nationale Expo 2022: vanaf 22.12 open!

Vanaf donderdag 22 december 19u opent “De Nationale Expo” zijn deuren voor het grote publiek. Iedereen mag binnen in De Nationale Expozalen, in geval van grote drukte zal er aan crowd control moeten gedaan worden om de veiligheid van werken en bezoekers te garanderen. Misschien is dit hét uitgelezen moment om ook de rest van het museum te gaan bewonderen?

Van 20u-21u30 gaat de veiling van werken uit De Nationale Expo, ten voordele van De Warmste Week door. Dit is een selectie aan werken, niet elk werk wordt aangeboden voor veiling. Mijn inzending “Leven!” is niet te koop.
De veiling opent al online op vrijdag 16 december, op de website van veilinghuis Bernaerts (https://www.bernaerts.eu/veilingen.php). Laat het weten aan je netwerk! Vooraf kan je online bieden, tijdens de veiling zelf kan je live, online of telefonisch bieden.

Hieronder al een preview van de werken voor De Nationale Expo tijdens de opstelling… Wil je mij in het KMSKA ontmoeten? Stuur me zeker een bericht. Ik zal er niet dikwijls zijn maar op vraag probeer ik me zeker vrij te maken voor een babbel met jou 🙂

Over God & Van Gogh: Vincent (01)

De laatste weken heb ik verder nagedacht welke richting ik uit moet/wil met de 3e triptiek. Na lang nadenken, twijfelen, meten, opnieuw meten en beseffen dat het toch wel erg veel tijd vraag om een centraal paneel te maken van dat formaat, heb ik beslist om de #stadswacht NIET als buitenpaneel voor de volgende triptiek te houden.

Het formaat per paneel (ongeveer 120cmx190cm) zou ik 4x moeten vullen en dat is me te veel. Vooral in tijd is dat te veel. Het legt andere ideeën en projecten te lang stil om goed te blijven. Vandaag twijfel ik of ik toch terug zou grijpen naar het originele idee om de 3e triptiek evengroot te maken dan de eerste, de triptiek van de dood. Die meet gesloten “slechts” 140x100cm en dus open 280cmx100cm. Dat is op zich al geen kleintje voor een tekening. Meer nieuws over deze twijfelaar volgt dus 😉

Intussen werk ik aan een nieuw project(je). Je zou het mijn tekenstijl misschien niet geven maar ik ben, naast de renaissance en de Vlaams-Belgische klassiekers, ook wel geboeid door werken van mijnheer Vincent Van Gogh. Oooh, ik herinner me nog goed toen we met het humaniora op reis gingen naar Amsterdam en het Van Gogh-museum bezochten. Ik kon echt niet begrijpen dat zo’n kliederaar een eigen museum kon krijgen. De dorpsgek. Zonde van de verf. Dat moeten zowat mijn gedachten van toen geweest zijn. “Het lijkt er zelfs niet eens op. Kijk nu naar die bloemen, dat perspectief van die stoel of die portretten. Wie ziet daar toch iets in?”, vroeg ik me af. Mezelf kennende zal ik dat ook niet onder stoelen of banken hebben gestoken en allicht was ik veel liever naar het Rijksmuseum gegaan.

Met de jaren – eigenlijk bijna gelijk het leren waarderen van wijn – heb ik Vincent door een andere bril leren bekijken. Als een mens. Als iemand die het anders zag, emotie en vooral getormenteerde gedachten in zijn schilderijen kwijt wou. Symbolen zocht voor de woorden die hij misschien niet kon vinden. Ik onthou me van verdere diagnoses die specialisten misschien wel willen maken. Het is niet aan mij. Samen de studies rond Rembrandt en Rubens ben ik “het sculpteren met verf” leren waarderen. Dat je aan de hand van de dikte van de verflaag ook een bijkomende sfeer, een laag expressie boven op een beeld kan leggen. Tot zelfs de humor in sommige werken gaan zien.

Alweer brengt reizen de mens tot ruimere inzichten: plaatsen waar Vincent is geweest als het Place du Forum (Arles) of zonnige steden als Saint-Rémy-de-Provence, Saint Paul of Parijs geven een beter inzicht in het leven en de maatschappij. Tijden en ontwikkelingen gaan heel snel in de 2e helft van de 19e eeuw en misschien was Vincent niet meer dan op zoek naar rust en traagheid. Een beetje zoals we dat nu al eens ervaren bij een burn-out.

Dit dus om te zeggen dat mijn nieuwe werk mede geïnspireerd is door Van Gogh. Het zal eerder een (duidelijke) referentie zijn. Maar veel meer in mijn stijl dan in zijn stijl. Dus niet iets zoals mijn portret van een treinbegeleider (geïnspireerd op het portret van Joseph Roulin)

About Moco (Amsterdam)

December: de maand van donkerte, speelgoed en nachtelijke familie- & vriendenfeestjes. Daarom scoort december eigenlijk niet zo goed bij mij. Niet dat ik geen familie of vrienden wil zien, het gaat ‘m om die donkerte waar ik niet mee omkan. Korte dagen, weinig zonlicht,…grrr…En moe dat ik daar van loop…

En het parallelle probleem is: die (creatieve) gedachten in mijn kop staan dus niet stil. Kon ik die parkeren, dan had ik allicht meer rust 😉 Nu voelt het continu of ik in een soort hybernatieve toestand zit: ik wil vanalles doen maar ik krijg het niet in de praktijk omgezet. Enfin, mijn hoofd zit dus weer vol projecten: een expo (neen, geen grote expo, een kleintje), tekenprojecten,…zelfs ideeën tot samenwerking met kunstenaarsvrienden flitsen door het hoofd. Het is me wat. Tijd dat het lente wordt…Nog euh…hoeveel dagen? Ah ja, maar ’t moet zelfs eerst nog winter worden.

Maar hey…is Max nu een prefecte lamzak geworden? Neejeuuuu…(wat had je gedacht)! Waar heb ik het nog niet over gehad bijvoorbeeld? Mijn bezoekje aan het MOCO Museum Amsterdam. En hangt daar een sappig verhaal aan? You bet ya!

Ik was dus met mijne maat Brecht – ge weet wel…diene van Coffee.beez – op trip in Amsterdam. Euh…oei…ah ja, g’hebt gelijk…”op trip” en “Amsterdam” in één zin schrijven kan je op het verkeerde been zetten. “Op stap” dus. En omdat Brecht meer verstand heeft van koffie en honing dan van kunst, neem ik voor één keer de leiding. Dus wijle naar het Van Gogh-museum. Daar loopt de tentoonstelling “Golden Boy” met werken van Gustav Klimt. Wij met de taxi van ’t station naar het museum.

Amaai die taxi’s rijden voor zot in Amsterdam! #norules da’s duidelijk. Komen we aan voor ’t Van Gogh-museum…Staat het daar vol flikken. De taxichauffeur zijn gulden valt en zegt iets als “ah ja, ’t is just. De premier van Italië is op bezoek en de koning is naar ’t museum getrokken met hem. Het museum is gesloten.”. Tjah…daar stonden we dus. Voor de deur van het museum zonder de mogelijkheid om binnen te gaan. De taxichauffeur liet nog een gulden vallen (en dat voor nen Hollander, echtig) en raadde ons aan om naar het aanpalende Moco-museum binnen te stappen. Of het onze dada zou zijn, dat zouden we nog wel eens zien…

Met een beetje sjans (euh..sorry, geluk in ’t Vlaams) toch kaartjes kunnen boeken voor het gepaste tijdslot en naar binnen. Geen vestiaire, rugzakken op de buik dragen aub en alles in Engelse spoken.

Als je Klimt verwacht is Moco wel effe wennen maar na een paar werken ben ik mee in de sfeer: streetart en popart. Nice. Enkele stevige stukken gezien en ook originele werken o.a. Banksy, Haring of Warhol. Toffe werken die ik nog niet eerder had gezien. Het was “een accidentje” maar ’t was toch de moeite. Moco kan je doen op een uur of wat langer als ge alles wilt zien.

PS: in NL is “betalen met de kaart” gelijk aan “pinnen maar wist je dat “contactloos betalen” gelijk is aan “tikken”?

Yes! Naar KMSKA (zeker)

Een paar minuten geleden werd bekend gemaakt wie geselecteerd is voor de Nationale Expo en dus een plekje krijgt in het KMSKA. Ik ben er nu met zekerheid bij!

Met alle stemmen geteld beland ik finaal op plaats 39 (40-1 te groot werk) met 409 stemmen. Dat op 2541 inzendingen! Nog eens aan iedereen die op me stemde, die steunde, deelde en vooral aan alle apostelen die de inzending ook bij hun kennissen bekend hebben gemaakt. Het wordt zeer zeker gewaardeerd. Ik ben nu zelf wel erg benieuwd hoe men deze mix aan kunstwerken tot een mooi geheel zal opstellen…spannend spannend spannend…

Van 22 december 2022 tot en met 22 januari 2023 kan je de werken gaan bewonderen in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Met de museumpas kan je gratis binnen. Reserveer alvast je tijdslot, zodat je zeker bent van je plek.

Ik kan je ook aanraden om een Museumpass aan te schaffen. Niet omdat ik nu toevallig deelneem aan deze wedstrijd maar wel omdat je het bedrag er snel mee terugverdient + je stapt ook sneller eens een “twijfelmuseum” binnen. Zo ontdek je een hele wereld aan geschiedenis, kunst, cultuur, speciale momenten in de tijd.

Nationale Wedstrijd: binnen!

Als alles goed loopt zijn we er bij! Maar we gaan het vel van de beer niet schieten voor het verkocht is (een verkoop met gaten in dat vel oogt ook niet echt hé). De eerste 50 op aantal stemmen gaan al met zekerheid door naar de expo.

Momenteel hou ik plaats 44. Vanochtend was dat nog 43. Er komen allicht nog enkele te verwerken stemmen binnen. Het zal velen opgevallen zijn dat het netwerk van de Nationale Expo niet echt van de rapste is 😉

Maar in ieder geval: IEDEREEN bedankt om te stemmen! En sorry dat ik zoveel heb gezaagd maar ziet, ’t heeft toch geholpen! 🙂

STADSWACHT (22): EINDE

Voor je begint te lezen: heb je al gestemd? Ja –> lees dan in alle rust verder.

Neen? –> wil dan eerst stemmen voor mijn tekening. Ik steek er veel moeite in (in de tekeningen en de blogs), het is een kleine retour die je geen cent kost maar wel van grote betekenis is voor mij (als motivator om verder te doen). Klik hier https://nationaleexpo.museumpas.be/project/36907

Dit is dus de laatste blog van de #stadswacht. Nét binnen de termijn van “eind oktober klaar” heb ik ‘m vandaag (30/10/2022) afgewerkt. Tussen de vorige blog en deze zitten ongeveer 15uren werk aan domweg inkleuren van de achtergrond. Gelukkig was die al helemaal uitgetekend en ging het “snel”.

Voor de zekerheid was ik vorige zaterdag nog naar Lucas Arts geweest om wat extra potloden voor de achtergrondkleur. Een tussentijds trouwfeest kwam goed van pas om nog ’s naar de gevels van het Gentse stadhuis te kijken voor ik er aan begon. Ik heb de gevel niet helemaal correct weergegeven, eerder een suggestie ervan (zie eerdere blog). Dat is met opzet gedaan om de focus op de voorgrond te houden.

Gewapend met potloden, lat, tekendriehoek en de tablet kan ik er helemaal tegenaan. Ik vergroot de tafel in de lengte door er de strijkplank achter te zetten. Dat is verdekke nog handig zo’n strijkplank. Die kunt ge perfect op de hoogte van de tafel zetten. Super gemakkelijk. De potloden vliegen er door alsof ze van boter zijn. Continu bijscherpen en aan die prijs (ongeveer 3,5euro/stuk) zie je veel centjes in de asbak verdwijnen. Wanneer mijn punt afbreekt, werk ik met de punt alleen tot zolang het mogelijk is…

Maar finaal geraken we er. Met zwarte middenvinger (of kakabruin hé Brecht) en vervloekt veel geduld ben ik er geraakt. Hij is af en ik kan hem bij deze officieel voorstellen: de #STADSWACHT. In lage resolutie hieronder, wil je’m graag in detail bekijken: KLIK HIER voor de hoge resolutiefoto.

Bedankt voor het volgen van deze reeks gedurende 4 maanden. Ik neem nu even een break en dan zien we wel wat er voor nieuws op papier verschijnt 🙂 Hopelijk tot in het KMSKA.

En de living…die staat weer klaar voor ander verhaal 🙂

STADSWACHT (21): BIJNA MAAR

nog niet heeelemaaaaal…wij zijn er bijjjjjjjjjjnaaaaa…

Vandaag nog ’s flink doorgewerkt en na een volle dag tekenen en inkleuren is de balustrade van het stadshuis klaar. Om het contrast te verhogen heb ik de gaten ingekleurd met donker bruin. Dat klopt niet helemaal maar ‘k vind het goed zo. Artistieke vrijheid noemen ze dat 😉

Ik vind het effect wel interessant. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat de frontfiguren zo hard naar voor zouden springen door dat kleine muurtje in te bouwen. Maar voila, ikke blij. De volgende keer werk ik verder aan de muren en de deuren en dan zal de tekening zo goed als klaar zijn. (eindelijk)

STADSWACHT (20): STOFZUIGEN

Tijdens het weekend van Buren Bij Kunstenaars heb ik alle personen nog kunnen afwerken. Ik kon dus zondagavond beginnen aan de achtergrond en liet zelfs Dieter een stukje van de balustrade mee inkleuren 😉 De balustrade was nog even om de resttijd van die laatste zondag te vullen. Het is meer de bedoeling om aan de vloer verder te werken…

Terug thuis.

Op deze zondag 23/10/2022 (dag waarop ik blog is niet altijd de dag van publicatie 😉 ) probeer ik eens iets nieuws. Ik ga mijn pastelkrijt van mijn tekening stofzuigen! Daarbij moet ik wel voorzichtig zijn om geen krassen in het papier te maken. Alsof ik er mij écht zorgen zou moeten over maken…Zo’n pastelkrijtstaaf is redelijk hard en durft wel al eens in het papier krassen achterlaten. En soms vind ik dat ergerlijk maar nu, bij het inkleuren van de vloer, vind ik dat best OK. Een vloer zonder krassen zou geen echte vloer zijn hé 🙂

En dus (zoals je al een beetje kan zien op de stofzuigfoto) is de vloer hiermee klaar. De foto’s zijn slecht gemaakt maar ’t moest rap gaan 😛 Feestje van Tessa laat niet op zich wachten 😉 Ik ben best tevreden met de vloer. De figuren “staan” nu echt. Volgende stap is de balustrade afwerken. Die maak ik helemaal in potlood en is naar het model van het Gentse stadhuis. De deuren, de muur en de vloer zijn ook getekend naar reëel voorbeeld maar dat kon je al zien in blog 14 van deze reeks.

STADSWACHT (19): 7 MENSEN VERDER

Wat minder bloggen = meer tijd om te tekenen. Dus een tweede updateblog deze week met nieuw inkleurwerk 🙂 Wie geen zin heeft om de vorderingen zelf uit te zoeken, kijk onder de fotoreeks 😉

Wat meteen zal opvallen is dat de 3e brandweerman is ingekleurd. Deze maakt zich klaar om de brand te blussen. De figuren tussen de 2 brandweerlui zijn ook ingekleurd: op het voorplan onze mascotte voor de kinderen in het onderwijs, daarachter de anonieme jongen. Op het achterplan: 2 dames van de onthaal van de technische dienst en de schoorsteenveger is ingekleurd en bijgekleurd. De directeur van de dienst (die de Gentse vlag een duwtje geeft) was al bij de vorige blog ingekleurd maar ik was vergeten erover te vertellen.

Oef! Rest nog de broek van de brandweerman, zijn jonge hulp linksvoor in beeld en de 2 architecten op het achterplan.