Rafael’20 (01): artistiek zomerproject

Met enige vertraging (de zomervakantie is al 3,5maanden 2 weken bezig) start ik mijn zomerblogs. Net als vorig jaar zal ik deze zomer over mijn grote (zomer) tekening vertellen. Dat zal een beetje over vanalles gaan want in tegenstelling tot de zomertekening van vorig jaar, moet ik deze keer al mijn informatie van het internet halen. En ik heb me nog niet echt verdiept in de schilder én – vooral – ik heb ook nog niets getekend…

Omdat we toch niet buiten mogen en het ook nog eens zozo is om ver te gaan reizen, neem ik jullie mee naar Italië in mijn favoriete periode: de renaissance. Op ongeveer 1400km van Vlaanderen ligt de prachtige stad Urbino. En in Urbino staat het geboortehuis van Rafael, Raffaëllo Sanzio, maar zeg gerust heilige Rafael of Raffaëllo Santi. Geboren op Goede Vrijdag om 3uur ’s morgens (volgens de legende) in 1483 ziet de jonge Rafael (bijna) het daglicht.

Urbino ligt op een heuvel en ondanks alles is het toch niet dé stad waar ge meteen een groot rockfestival ofzo zou gaan organiseren…Rafael zijn vader is de kunstschilder Giovanni Santi. Ondanks dat ik over zijn vader niet overdreven veel informatie kan vinden, is het wel duidelijk dat die man echt wel bedreven is in het schilderen. En dan meet ik mij niet aan één of andere Spaanse restaurateur, dan heb ik het over mensen met kennis van zaken. Rafael wordt, zoals het in die tijd wel meer voorviel, voorbestemd om de opvolger van zijn vader te worden (allez, zelfde verhaalke dan bij de Breugels, ge kent da wel…). En de jongen leert snel…om niet te zeggen: zeer snel! Hij bestudeert, analyseert de technieken van zijn vader, het hoe en waarom en neemt tegelijk ook de emoties en kracht dat een schilderij kan uitdrukken in zich op.

Maar het noodlot slaat toe en op zijn 11e sterft de vader van Rafael. In die tijd geen sinecure maar daarom niet altijd desastreus. Probleem was nog dat zijn moeder ook al 3 jaar eerder was overleden.

Enfin, we zijn dus 1494 en Rafael is op zijn 11e weeskind en dan wordt het voor een paar jaren geschiedkundig allemaal een beetje mistig. Rafael zou kunnen opgenomen zijn in een atelier van een naaste medewerker van zijn vader of hij zou meteen naar Perugia kunnen gegaan zijn om daar in het atelier van Pietro Perugino (allez, kwestie van u niet te vermoeien noemt ge uzelf gewoon naar de stad waar ge woont).

Belangrijk was vooral te weten dat Rafael zijn vader zo goed gekend/geconnecteerd was dat Rafael wel bij meerdere schilders in de leer ging en zodoende zich perfectioneerde in de basiscursus die hij van zijn vader had meegekregen. En ondertussen zat hij in Perugia en in Perugia…daar zou je wel al eens een festivalleke organiseren. Of toch niet. Want net als in meerdere grote Italiaanse steden op dat moment is er niet alleen onderlinge stadsconcurrentie maar vechten ook belangrijke families onder mekaar voor de macht over een stad. Dat gaat nogal redelijk letterlijk à la Romeo & Julia of ze doen het zoals een pauw door groots uit te pakken met hun rijkdom.

Maar – en dan zie je de verwarring al komen – hij bleef tegelijk ook verbonden met Urbino. Van daar uit kreeg hij zeker opdracht van ene Frederico da Montefeltro…En die kent ge natuurlijk…Toch? Die man met zijn stuk uit zijn neus?

Frederico was niet de eerste de beste. Een huurling met gevoel voor kunst, komt dat tegen… Het portret hiernaast is niet door Rafael maar wel door Piero della Francesca geschilderd.

Maar om zo een beetje de sfeer van de tijd op te snuiven moet je dit heerschap zijn Wikipediapagina maar eens lezen. Op het eerste zicht lijkt de renaissance de periode van Italiaanse voorspoed maar ge moet dan maar de korte biografie van mijnheer Frederico eens lezen en dan begrijp je meteen wat we verstaan onder “Zuiders temperament”.

We zijn in het eerste deel van onze zomertrip nu zo rond 1500 en in de volgende blog(s) vertel ik u meer over zijn leven, de tijdsgeest, hopelijk enkele sterke weetjes en vooral de tekening die ik ga maken. Ik sluit deze blog af met het paneel “Engel” dat cfr de boekhouding door Rafael zelf zou geschilderd zijn op 17-jarige leeftijd. Het was oorspronkelijk een altaarstuk dat helaas door een aardbeving deels is beschadigd en finaal in de handen van paus Pius VI. Er zitten duidelijk herkenbare elementen van het schilderwerk van zijn vader en Perugino in maar evenzeer veel persoonlijke toetsen van Raefel zelf. Als ik me goed geïnformeerd heb, wordt dit werk bewaard in de Pinacoteca Civica Tosio Martinengo van Brescia.