KW51: Malle Babbe

Frans Hals wordt de kunstenaar waar ik me de komende weken/maanden zal in verdiepen. Ik hoop dat ik uit die studie niet alleen technische informatie kan halen maar ook heel wat weetjes. Ondanks dat Frans Hals waarschijnlijk in Nederland bekender is dan in Vlaanderen is hij van geboorte wel degelijk een Vlaming maar het gezin Hals verhuisde toen Frans ongeveer 4jaar was naar Haarlem.

Frans Hals was tweemaal getrouwd en Lees verder

Moederdag

Portretten. Je kan er eentje bij speciale gelegenheid laten maken, je kan er eentje voor een unieke gelegenheid laten maken, je kan er eentje als verrassing geven of om een herinnering vast te leggen. Je kan er ook eentje voor moederdag laten maken. (oeps…had je daar dit jaar niet aan gedacht? Geen nood, volgend jaar beter 😉 ).

Ik vond het nu maar eens tijd om eens een portret te maken van mijn moeder. Dat had ik nog niet eerder gedaan. Lang geleden, bij de opmaak van de triptiek van het leven, had ik bij één van de ontwerpen het idee om voor de buitenpanelen een portret van mijn moeder te maken en daarnaast een portret van mezelf als kleine knaap. Maar ideeën evolueren en de eisen die ik stel aan mijn tekeningen zijn niet van de minste. De lat ligt hoog. Het zelfportret kwam er niet en zodoende sneuvelde het idee om een portret van mijn moeder op het buitenpaneel te plaatsen.

Het een belet het ander niet en dus maakte ik in de (weinige) vrije uren dit portret. Ik koos voor het portret van dat jonge meisje van voor ze er nog maar aan dacht dat ik haar leven eens deftig overhoop zou halen. Ik vind het een sprekende foto waarin ik haar nog steeds herken.

Wil je ook graag een portret laten maken? Stuur me een mail op max.vanhemel@gmail.com Prijzen vind je hier Vele referenties kunnen de kwaliteit van mijn werk en aanpak bevestigen.

#meerkunstinmijnwijk: met een hart

Armoede is een delicaat onderwerp. We gaan het graag uit de weg, steken het liefst onder stoelen en banken. Dan hoeven het niet te zien. En wat we niet zien, dat bestaat niet.

Maar het bestaat. Laten we er geen doekjes om winden: als we er niets aan doen, zal er ook niets aan veranderen. Daarom brengen we de initiatieven van vzw RINOO tijdens de rondgang #meerkunstinmijnwijk onder de aandacht.

RINOO is een vzw met een aantal projecten in Kameroen. Het grootste project is een productieatelier voor wasbare maandverbanden. Met dit project dat loopt onder de naam “Restore Her Dignity” bereiken we twee doelen:

PERIOD POVERTY:
Veel meisjes, vrouwen kunnen zich geen hygiënisch materiaal voor maandstonden veroorloven of ze zijn gewoon niet beschikbaar.
Het project sensibiliseert ook rond menstruatie hygiëne, geboorteplanning, huiselijk geweld, emancipatie en ‘empowerment.

Het naaiatelier is gelegen in een wijk met veel alleenstaande tienermoeders. Momenteelwerkenal een15-tal moeders fulltime in het atelier.

Hoe steun je de werking? Dat is eenvoudig: doe jezelf plezier! Aan de Zuidbroek vind je naast onze kunst een stand met prachtige wintervaste(!) bloemen. Een grote pot kost slechts 10euro en je hebt tot oktober bloemen in huis of in de tuin. Dus, als je toch onze tour doet, koop ineens een bloemetje voor uw moeder, uw lief, uw buurvrouw, de facteur of voor uzelf. lees hier meer over dit initiatief.

Lintjes fietsen

Het vorige weekend was mijn agenda goed gevuld. Wanneer 3 kunstroutes tegelijk starten, is dat niet echt abnormaal 🙂

Het grootste feest kregen we (= ikzelf en Junior²) in de Poetoustraat. Daar ligt het epicentrum van de #meerkunstinmijnwijk-route Mariakerke. Maar er was tegelijk ook de officiële inhuldiging van de tekening van een onbekende man (waarvan we stiekem vermoeden dat het een zelfportret is) door Emiel Poetou zelf. De tekening is een rariteit want van het tekenwerk van Poetou blijft niet veel meer over. Junior² kreeg de eer het lintje voor de onthulling door te knippen in bijzijn van de deelnemers aan de kunstroute. De tekening is nog de hele maand mei te zien naast het huis waar Emiel Poetou heeft gewoond.

Van deze opening naar de “inhuldigingsrit” van Wondel’Art, de kunstroute in organisatie van het Cultuurplatform Wondelgem. Ook daar heel wat werken te zien maar dan wel van meerdere kunstenaars aangesloten bij het CPW. Een tocht van 15km die onder vrienden, met de nodige gezelligheid en woordjes uitleg door de kunstenaars zelf, 4uur duurde. Meer info over dit event en deze route: https://www.cpwondelgem.be/

De GPX (=voorgeprogrammeerde GPS-route) van #meerkunstinmijnwijk kan je hier downloaden of via de website http://www.meerkunstinmijnwijk.be De GPX van Wondel’ART kan je downloaden via deze link. Een GPX-lezer kan je gratis downloaden via jouw app-store.

#meerkunstinmijnwijk: hartverwarmende kunstwandeling

Zin in een andere wandelroute met leuke, hartverwarmende kunst? Dan moet je in Mariakerke de route #meerkunstinmijnwijk volgen. Wandel vrij of volg de wandelsuggesties naar 45 panelen met foto’s van Katleen Van Huffel en tekeningen van Max Van Hemel. Deze expo loopt de hele maand mei. Meer info op www.meerkunstinmijnwijk.be

Deelnemende straten: A. Claeys-Bouüaertlaan, Eekstuk, Kollekasteelstraat, Mariakerkeplein, Melkweide, Oranjebommstraat, R. Van de Puttestraat, Rodonkstraat, Emiel Poetoustraat, Vliegpleinkouter, Zandloperstraat & Zuidbroek.

Wil je daarna nog meer wandelen, nog meer kunst zien? Bezoek dan Wondel’Art of Kunstkapellen

KW42: Van den os en den ezel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met de kerstdagen in het vooruitzicht dacht ik om nog ’s een Bruegel van stal te halen. En dan gaan we meteen voor de klassieker der klassiekers: De volkstelling te Bethlehem. Het is dé kerstkaart bij uitstek. En het gemak is dat je het originele schilderij in het KMSK Brussel kan gaan bekijken 🙂

We zien Jozef en Maria met de ezel en de os samen onderweg om zich te laten tellen in de stad waar Jozef vandaan komt Bethlehem (wie Bethlehem niet weet liggen, klik hier). Bruegel schildert deze passage in – zoals we dat van hem gewoon zijn – een waar Vlaams landschap. En het is nu juist dat Vlaamse landschap anno 1566 dat bij dit schilderij zo interessant is. Want uit de Bruegeltekeningen die ik maakte (klik hier voor meer) weten we dat Bruegel eerder een (kritische) reporter van het volk was dan grootste christelijk geïnspireerde schilderijen maker. Schilderijen met centrale focus op Jezus, God of hier Jozef en Maria herkennen we niet bij Bruegel. We zien dat soort taferelen wel bij tijdgenoten als Carravagio, Michelangelo, Rafael en later Rubens.

De “intrede” van Jozef en Maria is feitelijk een banale gebeurtenis in het grote schilderij. Het is één van de vele scènes waar ik het met u bij deze blog wil over hebben en wat van u meteen een échte Bruegelkenner zal maken 😉

Voor we beginnen is het goed om te weten dat in de periode dat Bruegel dit tafereel schildert Vlaanderen (en de rest van de Nederlanden) onder het bewind van Filips II vallen. Hij is de oudste zoon van keizer Karel en Isabella van Portugal. Filips heeft een beetje last van stigmata aan zijn handen en daardoor komt hij altijd geld te kort. Hij speelt ook graag soldaatje tegen de Fransen en tegen de (islamitische) Ottomanen. Wie al eens een kostuum van een stormtrooper heeft gekocht weet wat een soldatenkostuum kost. Kunt u voorstellen dat de Flipper dus wel altijd geld te kort had en zich met zijn belastingen niet echt populair maakte in Vlaanderen. Vlaanderen werd extra belast want de Nederlanders belasten dat lag nogal gevoelig.

Los van de harde belastingen zien we de opkomst van het protestantisme en de beeldenstorm. Iets waar je als kunstenaar liefst ver weg van blijft. Dus ben je al wat voorzichtiger in de keuze en de uitvoering van je onderwerpen. Een beetje gelijk naakt en Facebook-verhouding vandaag.

De koude winters van die tijden komen ook meermaals terug in de schilderijen van Bruegel en zijn tijdgenoten. De periode wordt dan ook niet voor niets “de kleine ijstijd” genoemd.

Combineer de 3 bovenstaande elementen met de satirische blik van Bruegel tot een kersttafereel en je krijgt een prachtig maar evenzeer gevaarlijk schilderij. Met een beetje ongeluk kon het hem zijn kop kosten. Maar dan weer “anders bekeken” is het “maar” een kersttafereeltje of een “katholiek randfenomeen” waar tegenstanders hun energie niet moeten aan verspillen. Het grote geluk dat we kennen bij dit schilderij is dat het tot begin 1900 in handen van privéverzamelaars is gebleven en zodoende onder de radar van kunst-aaseters. Waardoor we er vandaag in volle glorie kunnen van genieten.

Heb je nog wat tijd om nog enkele scènes en details nader te bekijken?

Wist je dat het huis in het midden van het beeld waarschijnlijk het huis is van de opdrachtgever van dit schilderij? Daarmee zou het schilderij kunnen verwijzen naar de belastingsinning in Wijnegem. Lees er meer over via deze link.

Wie mijn blog vanuit Antwerpen of omgeving volgt en geen zin heeft om tot in Brussel af te reizen, kan een kopie gaan bekijken in het museum Mayer-Van den Bergh (maar zoals altijd is the sequel nooit zo goed als de eerste). In datzelfde museum hangt trouwens ook De Dulle Griet van Bruegel. Hieronder een kopie die in het KMSK Brussel (naast het origineel) hangt en de kopie van Mayer Van den Bergh.

 

PS: Over 2020 publiceerde ik 42 kunstweetjes. Ik hoop dat ik eender wie daarmee iets dichter gebracht heb bij hoe boeiend kunst wel is en hoe deze niet los staat van de geschiedenis van de tijd maar evenmin van de actualiteit. Het ritme om elke week een kunstweetje online te gooien was een beetje te hoog gegrepen. Een kunstweetje, zeker de laatste, vroegen toch telkens 3 a 4 uur aan opzoekwerk en schrijfwerk. Ik weet wel wat dingen maar ik ben ook een groot warhoofd en perfectionist. Ik moet dus (bijna dwangmatig) alles dubbelchecken. Ik heb het wel volgehouden tot hier maar ik ga nu wat gas terug nemen. Er volgen zeker nog kunst en ruimer cultuurweetjes maar eerder op onregelmatige basis. Zoals ze op de Amerikaanse radio zouden zeggen: “stay tuned for more after the break!” 😉

 

Lilith 2 in HD (nieuwe foto)

Omdat ik de wissellijst voor de expo van het komende weekend nodig had, heb ik deze Lilith-tekening ontdaan van haar lijst. Ik maak van de gelegenheid gebruik om er een nieuwe foto van te maken en deel deze nieuwe versie in HD met plezier met jullie.

Hoop jullie (beperkt) te zien dit weekend op de expo te Desselgem 🙂

KW41: moet er nog blauw zijn?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Met kunstweetje KW22 heb ik het al gehad over het lapis lazulli, het magische en vooral dure blauw dat door de jaren heen als HET blauw der blauwen werd gezien. Duur en exclusief maar ook diep, vol van kleur.

Maar er zijn kapers op de kust. Er zijn onderzoekers, kunstenaars die of dat lapisblauw willen kopiëren of gaan zoeken naar een nog stralender blauw. We gaan het hieronder hebben over het Delfts blauw maar ook over een Franse variant en een schilder die zijn hele oeuvre opbouwde rond de kleur blauw.

In Delft zit men met een probleem. Dankzij de import van Chinees porselein is er een nieuw segment aan luxeproducten ontstaan. Mensen kopen een tas of een bordje in Chinees porselein met de typische blauwe Chinese tekeningen. Dat Chinees porselein is onvatbaar mooi: het is transluminecent (het laat licht door en speelt met het licht) én er staat een handgemaakt schilderijtje op met een Oosters motief. Maar het goedje is ongelooflijk duur. Zo duur dat sommige mensen slechts 1 tas kopen en deze dan “te kijk” zetten als teken van welvaart. Delftse porseleinmakers ruiken geld en verdiepen zich in de materie. Het is vooral het blauw dat ze willen doorgronden of op zijn minst kopiëren (’t is nekeer iets anders dan vandaag waar de Chinezen kopiëren). Ze vinden hun antwoord in…glas en specifieker in smalt. Smalt is een pigment met een diep-blauwe kleur, bestaande uit kobalthoudende silicaten in poedervorm. Het wordt of werd gebruikt in de schilderkunst en in keramiek. Als pigment voor olieverf is de functie van smalt overgenomen door het dekkende kobaltblauw.

Smalt heeft een transparante werking met olie en werd door de grote meesters gebruikt voor luchten en als drogend element toegevoegd aan overige kleuren (Velázquez). Een nadeel van smalt is dat het langzaam grijzig wordt. Het glasachtig karakter maakt bovendien dat het lastig te prepareren is.

Wil je zien hoe we vandaag smalt zouden kunnen maken, dan moet je zeker naar deze aflevering van “Het geheim van de meester” kijken.

Zodoende had Delft zijn blauw maar zoals altijd moesten de Fransen hun eigen versie en hun eigen blauw ontwikkelen. Zo gezegd, zo gedaan.

Tegelijk waren ook de Fransen bezig met het ontrafelen van de geheimen van Chinees porselein. Dat liep echter niet van een leien dakje. Men kwam maar niet tot de kwaliteit van het porselein. Maar Lodewijk XIV draaide er zijn hand niet voor om: hij deed aan industriële spionage en stuurde een paar kijklustigen naar de Nederlanden. Dat was ook al niet vanzelfsprekend want de Nederlanders die heulden met de vijand. Zelfs de Duitsers hadden sneller hun eigen Sax-porselein dan dat de Fransen die hadden. Lodewijk zou nog moeten wachten tot hij de oorlog had gewonnen om het geheim in handen te krijgen. Maar dat heeft op zich niets met deze blog te maken (al weet ge ’t nu toch ook maar weer 😉 ) Eens de Fransen hun porseleinproductie (o.a. in Sèvres) op punt hadden, maakten ze ook hun eigen soorten blauw (die Fransen toch)… Het leek zelfs niet van zeer ver op het Chinese of Delftse blauw maar speciaal en uniek blauw was het zeker.

Het Franse blauw dat ik hier wou bespreken dateert van veel later. In 1994 werd een project opgericht om de waarde van het pastel (en de productie van het pigment) “Blue de Lectoure” in ere te herstellen. Het blauw pigment wordt gebruikt in de textiel maar ook in de kunst. Aan de hand van biologische kweek wordt de Isatis Tinctoria gekweekt in de regio van Lectoure. In tegenstelling tot een lapis lazulli is dit pigment dus duurzaam van aard. De plant die de blauwe stof voorziet, heeft trouwens ook nog vele andere interessante (therapeutische) eigenschappen.

Maar helaas, je kan er – tot nu – geen porselein mee beschilderen.

Ik moet ook toegeven dat ik het blauw van Lectoure niet zo goed ken. Misschien moet ik toch maar eens tot daar rijden en nader bestuderen.

Nog een uitsmijter voor dit voorlaatste kunstweetje van 2020. Blauw is een primaire kleur, een basiskleur waarmee je vertrekt om andere kleuren te maken. Maar ooit was er een kunstenaar die zo bezeten was door blauw dat hij alleen maar met blauw schilderde. En dan bedoel ik niet op een manier waarop hij iets schildert met blauwe verf zoals de vogeltjes hierboven. Yves Klein schilderde grote doeken massief blauw. Op foto lijken deze misschien wel monotoon en weinig expressief maar dat zijn ze zeker niet. Omdat het allemaal en alleen maar blauw is ga je (bijna instinctief) op onderzoek en ontdek je veel nuances en bewegingen in de manieren waarop de verf werd aangebracht. Het is misschien niet direct “de omtoer waard” (zoals ze dat in Michelin zouden zeggen) maar als je de kans hebt, moet je’r zeker ’s tijd voor nemen om er eentje te zien.

 

En in het KMSK België is ook nog een heel blauw werk van Jan Fabre te zien…

 

bronnen:

het geheim van de meester

wikipedia smalt

Yves Klein

Bleu de Lectoure

KW18: het oordeel van het opgebaarde lijk

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

De kans dat je dit schilderij al eerder zag is redelijk klein. Het schilderij is van Gyárfás, Jenő en heet “The Ordeal of the Bier” ofte “het oordeel van het opgebaarde lijk” uit (1881). Maar het is niet omdat je dit schilderij allicht nog niet gezien hebt, dat het verhaal achter het beeld niet erg spannend kan zijn. Want wat zien we hier allemaal? Een   vrouw in wit gekleed stapt verschrikt een trap af. Links een groep mensen die al met evenveel afschuw kijken. Tot daar klopt het plaatje. Waar het begint raar over te komen is wanneer we de groep mensen rechts van de dame bekijken. Deze lijkt bijna…blij te zijn. De man op het voorplan rechts heeft er zelfs zijn muziekinsstrument bij gehaald. Wat is hier aan de hand?

Rechts achter de vrouw zien we een klein kamertje. In dat kleine kamertje ligt een lijk opgebaard. De jonge vrouw, tevens de bruid van de overleden man, heeft net de dodenkamer van haar man verlaten. De vrouw heeft zojuist begrepen dat zij zijn dood op haar geweten heeft.

De Hongaarse schilder Gyárfás, Jenő baseerde de voorstelling op een bekend gedicht van zijn landgenoot Janos Arany. Daarin staat opgetekend hoe de jongeling Beno Barczi levenloos wordt aangetroffen in het woud met een dolk in zijn borst. Niemand snapt waarom de moord is gepleegd en wie deze heeft begaan.

Ten einde raad wil Beno’s vader de dader achterhalen met behulp van het stoffelijke overschot zelf. Dat wordt naakt opgebaard, waarna eenieder op wie enige verdenking rust langs de dode moet lopen. Volgens het oude geloof zal de wond weer gaan bloeden zodra de moordenaar zich opnieuw in zijn nabijheid begeeft.

Eerst treden de vijanden en de rivalen aan, gevolgd door zijn vrienden en familieleden. Wanneer hun onschuld is vastgesteld wordt als laatste de lieflijke Abigail bij het lijk van haar verloofde gebracht. Onmiddellijk (met de nadruk op lijk) begint de wond hevig te bloeden en is het voor de omstanders duidelijk dat ij schuldig is aan de dood van haar verloofde.

Abigail was het soort meisje dat maar niet kon geloven dat haar geliefde echt van haar hield. Telkens eiste ze hem zijn liefde voor haar te bewijzen. Beno werd hier zo dwaas van dat hij uiteindelijk zei dat hij zelfmoord zou plegen als ze nu nog niet overtuigd was van zijn liefde. In plaats van hem hiervan te weerhouden gaf Abigail hem een dolk. “Laat dan maar eens zien hoeveel je van me houdt”, zei ze en de arme Beno beantwoordde de lokroep van de parasiet.

bron: catalogus Fatale Vrouwen, expo’s Groningen en Antwerpen

KW17: hamsteren met Griet

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hamsteren is wel hét sleutelwoord van de laatste maanden. Naast WC-papier…en shit! (als’t op is 🙂 )

We kennen het fenomeen vooral van dagen van nood; oorlogen voorop. Maar wie ooit gereisd heeft naar een land uit het voormalige oostblok die kent het fenomeen ook wel. Wanneer de voorraad van een gegeerd product beperkt is, hebben we prijs. Er wordt gehamsterd en dan worden mensen creatief of leren we de noodzaak van de bijzaak onderscheiden. Of ze gaan er met alle geweld tegenaan. Ook dat laatste beeld kennen we uit de recente media.

Hamsteren was in het geval van de corona-crisis duidelijk een geval van paranoia. Daarom haal ik er het summum van de paranoia in de kunst bij: de Dulle Griet. De details waar op te letten wanneer u dit schilderij ziet zijn breed omschreven in iedere kunstcatalogus (ik ga daar nu niet op in) maar het ziektebeeld niet echt. Het moment om uit te pakken met een weetje…

De belangrijkste verschijnselen van dit kwaal zijn: angstig, op loop met bagage, in extreme gevallen met iets wat kan dienen als wapen in de hand.

Wie paranoïde is gelooft dat andere mensen vijandig tegen over hem/haar staan. Dat ze hem/haar trachten te manipuleren, achtervolgen, bespieden of zelfs samenzweren tegen zijn persoon. Het is dan ook niet te verwonderen dat dit gepaard gaat met heel wat waanideeën. Wat gezegd wordt, interpreteert hij gemakkelijk verkeerd of verdraaid.  De paranoïde mens zoekt  in een gewoon gesprek allerhande hints (complottheorieën). Hij/zij ontdekt allerhande “hints” die zijn of haar gelijk bewijzen en toont daarmee aan dat de andere hem alleen maar in de val wil lokken.

Een syndroom van paranoïde waanbeelden en auditieve hallucinaties ontwikkelt zich niet zelden tussen 40 en 60 jaar bij personen met aanleg voor paranoïde stoornissen. Paranoïde trends worden ook vaak opgemerkt als onderdeel van het klinische beeld bij tal van andere geestesziekten, bijvoorbeeld bij hersenaandoeningen, manieën, depressies, hysterie, angstneuroses en in sommige gevallen mentale defecten. Dus…Heeft u onlangs toch die massa aan WC-papier of pasta gekocht, dan weet u nu waar u aan toe bent.

Bruegels Griet en haar kompanen maken zich klaar om de Hellepoort zelf te bestormen. De schilder maakt zich dus vrolijk over luidruchtige, kijvende en agressieve vrouwen.

bron: De kunstenaar en de dokter. Anders kijken naar schilderijen – Jan Dequeker

Het stalen ros van Heer Borluut – deel 2

Vandaag hebben we dan deel 2 van de fietstocht gedaan. Een heel ander landschap zowaar. De rit begon in voor ons aan de Watersportbaan (knooppunt 52) en zo door de stadskern naar Gentbrugge, Heusden, Melle, Merelbeke, Zwijnaarde. Vandaag geen bijzonder sjieke villa’s maar wel veel velden, meersen,..groene ruimte dus. Hier en daar een paar kasteelkes en zo nu en dan een goed excuus om een knooppunt aan Van Eyck te linken (al vond ik de uitleg soms nogal magertjes, maar goed, ’t is voor “de sfeer” 😉

Voor het eerst ben ik over de fietsbruggen over de E40 en over de R4 gefietst. Leuke ervaringen.

Ons rondje was vandaag goed voor bijna 45km en een tijd van 2u11. Dat vind ik best OK. De route naar Oostende is al ingepland op de app 🙂

 

Het stalen ros van Heer Borluut

Met het Van Eyck-jaar werd er een wandeling door het centrum van Gent en 2 fietstochten rond Gent uitgetekend. Met dit zonnige weer dachten zoon en ik dat we op zijn minst een deel van de fietstocht zouden moeten gaan doen. En dat deden we… Wij namen de route “het stalen ros van Heer Borluut

Van Mariakerke naar ons startpunt 61 in Drongen centrum en zodoende naar Baarle. Daar moesten we omrijden want het veer vaart niet uit door de corona. Ik had het toch wel thuis nagekeken maar de dienst Waterwegen vond een algemene vermelding zonder meer informatie blijkbaar genoeg info (’t blijven ambtenaren niwaar). Dus reden we om door SM Leerne en langs Laarne… De rode lus (zie foto onder) van waar de tekst “Baarle” start tot ongeveer hetzelfde punt aan de overkant van het water hoort in de regel niet bij de route en was “een klein extraatje”…

Maar met de app van de fietsroutes kan je eigenlijk redelijk gemakkelijk je nieuwe fietsroute uitstippelen door kruispunten aan te klikken waar je naartoe wil fietsen. En de fietsroutes zijn zeer aangenaam om te fietsen. Ik zou er niet met een koersmodel met zo van die dunne bandjes langs gaan (er zijn namelijk ook onverharde of kiezelwegen bij) maar met een gewone stadsfiets is het zeker te doen.

En hebben wij mooie dingen gezien? Zeker wel! Vooral veel mooie, (te) grote huizen en zalig veel groene lanen en paadjes langs de Leie. Tot in de stad zijn we niet geraakt. Gelet op de omweg, hebben we vanaf knooppunt 67 doorgestoken naar knooppunt 56 om zodoende langs de R4 terug naar huis te fietsen. Een fietstocht van 2uur en 36km ver. En zodoende hebben we dan het beeld van de Zonneschilder van Marf ook ’s op zijn locatie gezien (ik zag het enkel tijdens de tentoonstellingen in De Campagne). Een aanrader.

KW16: de deur van de duivel

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Een beetje als vervolg op blog KW12… Stel dat je voor jezelf “het kunstwerk van je leven” wil maken. Het moet groots zijn, imposant, een sterk verhaal dragen, jouw reputatie maken voor nu en ver over jouw dood heen. Tegelijk geraak je in de ban van een bestaand werk, een bestaand verhaal en je denkt: “daar moet ik iets mee gaan doen”. Kan je je voorstellen hoe verlammend de druk kan zijn die je jezelf oplegt op dat moment?

Rodin zit met die druk. Hij wil een poort maken, net zoals er eentje is aan de dom van Firenze; door Michelangelo uitgeroepen tot de poort van het paradijs (zie foto links). Een soort van aaneenschakeling van taferelen die samen verhalen uit het oude testament vertellen. Maar Rodin wel meer. Hij wil één groot verhaal, één uitbarsting van gekletter, vuurwerk, wansmakelijke expressie. Rodin wil de hel!

Tegelijk met de obsessie voor de poort is Rodin in de ban van “de goddelijke komedie” van Dante. In het bijzonder het stuk rond de hel. Want Rodin – in zijn tijd – maakt beelden die door de critici niet altijd als “publiek correct” worden aanzien. Rodin is onbegrepen in zijn kunst, in de liefde, in zijn expressie. Rodin voelt zich niet van deze wereld, hij voelt zich onbegrepen in een ongrijpbare artistieke/emotionele hel.

Rodin ziet de poort als een groepering van mensen die zowel helse als hemelse dingen, bewegingen maken. Een beetje zoals we dat kennen uit het bombastische schilderij van de dag des oordeels uit de Sixtijnse kapel. Een mix van vanalles en nog wat maar toch 1 groot tafereel.

Alleen Rodin heeft een probleem: het beeld dat hij in zijn hoofd heeft is zo complex dat hij er gewoonweg niet in slaagt het klaar te krijgen in de realiteit. Dit weegt op zijn gemoed, op zijn werking en vooral op zijn omzet. Dus beslist hij om enkele van die beelden – ze zijn er nu toch – in het groot uit te werken. Zo slaat hij 2 vliegen in 1 klap (het zijn er dan wel geen 7 maar goed, ’t is al beter dan niets).

Finaal gezien maakt Rodin een imposante poort met meer dan 186 figuren! En – ondanks de vele uren – is de poort bij zijn overlijden nog steeds niet klaar. De poort zou, naar mijn mening, ook nooit klaar geraakt zijn. Toch niet naar de normen van de kunstenaar.

Maar als je dan toch naar het Rodinmuseum in Parijs gaat, neem zeker een half uur de tijd om alle beelden op je af te laten komen. De poort is zo donker/zwart dat ze nauwelijks te fotograferen is maar ze is zo indrukwekkend dat je er gerust lang kan naar kijken. En dan moet je je eens voorstellen dat die in een of ander gebouw moet gemonteerd zijn. Ongelooflijk.

Rodin heeft zelf de bronzen versie nooit gezien. Deze werd pas na zijn dood gemaakt. Als het aan Rodin lag brak hij op de laatste knip nog de hele poort af om ze opnieuw te beginnen. Dus (weetje) als je voor de poort staat, zeg dan even aan je gezelschap langs je neus weg: ” toch straf hé! Die Rodin heeft heel zijn leven aan die poort gewerkt maar hij heeft ze nooit zelf gezien zoals wij ze hier zien. ’t Is toch triestig hé een artiestenleven…”

De poort van Rodin (onder) kan je in detail bekijken door op de foto te klikken. Er zijn heel wat beelden die je zal herkennen waaronder de denker (centraal bovenaan).

 

Coronakids 1

Zoals altijd zijn de mensen die mijn levenspad kruisen potentiële modellen. En dat hoeven niet altijd (mooie) vrouwen te zijn. Er zit ook wel eens een man tussen (accidents do happen) en kinderen. Voor portretten teken ik graag kinderen omdat ze – zeker vandaag – opgroeien met een fotocamera en zich niet meer inhouden om zich te gedragen zoals ze altijd zijn. In mijn tijd moesten we altijd “mooi” op de foto staan. Elke klik kostte geld en die klik moest het dus waard zijn. Gelukkig is dat nu anders en daar geniet ik telkens weer van wanneer ik aan een portret begin.

En nu zijn het er ineens 2 geworden. Een uitdaging want als er eentje niet goed zit, is dat beide herbeginnen. Maar ik ben tevreden over het resultaat. Dus, na de 2 coronadames, nu ook 2 coronakids 🙂

Het begint moeilijker te worden om te blijven doorgaan maar volhouden is de enige boodschap 🙂 Ik neem even een lockdown van alle digitale platforms, enkel de kunstweetjes gaan nog door. De rest van blogs zal moeten wachten tot het begint te regenen 😉 #hetechtelevenkanbeginnen

the making of…

KW15: De ambassadeurs

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Hans Holbein…het zegt u niets? Veelgebruiker van de eerste vorm van carbonpapier… Misschien  doet dit (overdreven) sportief portret van Hendrik VIII een belletje rinkelen…

Zijn we terug mee? Aaaah jaaaa…Hendrik VIII…de man van de onthoofdingen. Doet mij altijd denken aan Alice in Wonderland. Hendrik was geen gemakkelijke mens. Enfin, laat ons zeggen dat hij een moeilijker mens is geworden met de tijd (daarover later meer).

De schilder van dit portret, Hans Holbein dus, schilderde ook dit portret van 2 Franse ambassadeurs.

Links staat Jean de Dinteville, de 29-jarige Franse ambassadeur in Londen, rechts staat diens vriend Georges de Selve, de 25-jarige bisschop van Laveur, die ook diplomatieke taken uitvoerde voor koning Frans I. We kennen hun leeftijden omdat die op het schilderij staan geschreven (op de dolk en op het boek). En dat brengt ons meteen tot alles wat niet meteen opvalt in dit schilderij. Want op het eerste zicht leunen deze heren op een soort tafeltje dat ergens in de living moet gestaan hebben. Beetje het salontafeltype waar we vandaag onze krant, chipskom, bril, GSM, misschien wat bloemen, een boek etc zouden opleggen. Alleen is dit niet “zomaar” een tafel voorzien van toevallige dingen des levens. Massa’s verwijzingen naar vanitasonderwerpen. Het hedendaagse leven van 1533, verwijzingen naar het hiernamaals en vooral verwijzingen naar de overgang van de ene fase naar de andere.

Ondanks hun jonge leeftijd (voor vandaag) zijn deze heren in hun tijd al halfweg het leven en bekleden ze toch wel posten met enig aanzien (ze moesten namelijk de koning van Engeland in het oog houden). Wie over het kantelpunt van zijn leven is, zal er wel al eens over gedacht hebben: de dualiteit van ervaring, toekomst en einde. En dat einde maakt dit schilderij nog meer bijzonder… Kijk ’s goed rond. In een bepaalde zin “onopvallend” ligt op de voorgrond een niet te omschrijven voorwerp. Het lijkt wel een knuppel, baseballding zo, of een plank. Enfin, iets wat merkwaardig onbepaald is wanneer je naar alle andere voorwerpen kijkt (die je meteen ook herkent).

Spoileralert: het voorwerp op de voorgrond is een schedel, een doodskop. Het perspectief is uitgerokken en loopt parallel met de luit (ook al symbool van “schone liedjes” en een gesprongen snaar). Kijk je vanuit de rechter bovenhoek naar het schilderij, dan zie je een mooie schedel. Maar dan kan je het schilderij niet meer goed zijn. Het is dus kijken naar het leven of kijken naar de dood. Nog een kleine verwijzing naar de dood vind je in het halfverborgen (halfweg het leven) van het kruisbeeld in de hoek links boven of de tijdsinstrumenten op de bovenste plank die verwijzen naar Goede Vrijdag.

Meer over dit schilderij o.a. via wikipedia  meer over Hans Holbein hier.

Lady Corona de tweede

maak je me wakker wanneer het zo ver is
onbeweeglijk maar zonder rust staar je je weg in de klanken die je al en keer hoorde nauwsluitend
als je huid die je voorzichtig trachtte te openen de vrijheid
te voelen je houdt jezelf vast ongewild krampachtig als op een rand
hou vast
zonder te weten wat je kent de vrijheid toch je kent ook deze plek alleen je raakte er nooit ongeschonden weg maar weg
stilletjes huil je om een zetel
je hebt het gevoel niet zonder woorden te kunnen je deed het lange tijd maar wil het niet ach
het komt goed
zo werd de maan weer vol en bloedend werden lijven ontbloot en vloog een zwaluw
maak me wakker het is tijd

(neersl/ach/tig)

 

tekening naar het werk “liegender Frauenakt” van Otto Theodor Gustav Lingner (1856 – 1930)
tekst. Hanna 

BLIJVEND ACTIEF: Max Van Hemel

Wat doen kunstenaars in quarantaine? Ik pikte de vragenlijst van Kunstpoort en geef mijn antwoorden.

K: Welke creatie staat er voor het ogenblik op stapel? 

Omdat het tijdens deze coronaperiode niet mogelijk is samen te werken met modellen staat zo goed als alles on hold. (ik heb ooit over virtueel poseren gedacht maar het is er nooit van gekomen). Dus komen er geen tekeningen vanuit nieuwe ideeën. Gelukkig heb ik wel nog een archief waar ik kan uit putten. Dus maak ik tekeningen aan de hand daarvan. Dat is tot zo lang mijn papier en potlood-voorraad strekt natuurlijk want ook van mijn voorraad hang ik af.

Het eerste tekenresultaat heb ik toepasselijk “Lady Corona de eerste” gedoopt. Er volgt nog wel eentje ergens volgende week ofzo.

Na de 2 Bruegels kriebelt het wel om er nog een derde te maken of een Jeroen Bosch…maar dat idee zou de corona moeten overstijgen. Zo lang wil ik niemand binnen houden.

Maar de blogs en de kunstweetjes die gaan wel door. Nu juist door de crisis heb ik wat meer tijd om opzoekingen te doen, dingen te bekijken of te lezen.

K: Is je nieuw werk gerelateerd aan de Corona crisis?

Neen, niet echt. Een bacterie inspireert me niet zo. Ik werk meestal wel lang (een paar maanden) aan de voorbereiding van een werk.
Of misschien wel in de muziek, ik kan wel elke dag een liedje vinden waar ik de titel kan aanpassen: “Corooonaaaaa…I just met a girl named Coroonaaaaa…” 😉

K: Ben je intensiever met kunst bezig dan voor covid-19?

Niet intensiever. Maar zeker ook niet minder. Ik heb altijd gesteld dat kunst maken meer is dan wat tekenen. Net zoals in de sport moet er blijvend getraind worden en “vanuit uw kot” kan je duidelijk ook vanop de rollen in de garage kunst maken 🙂 Het is absoluut wel zo dat ik mensen, interactie, nodig heb om te komen tot creëren. Soms worden dat eenvoudige portretten, soms zijn het meer verhalen. Geen mensen = geen verhalen…lang moet het dus ook weer niet gaan duren.

Wat ik wel bewust heb geminderd is Facebookgebruik. Dit tweeslachtig medium die graag gesponsorde berichten ziet maar liever geen (naakte) kunst, die laat ik nu even voor wat het is. Alleen de blogs verschijnen nog op Facebook. Dat brengt op zich al enorm veel rust.

K: Is het maken van kunst een noodzaak, een manier om deze periode te verwerken?

Kunst maken is minstens een noodzaak. Voor mij is tekenen een verslaving. Ik zou niet kunnen zonder. Maar het is niet dat ik deze periode specifiek beter door kom omdat ik tekeningen maak. Stel je voor dat tekenen nu net dé oplossing zou zijn. “Iedereen aan de potloden!”, zou ik dan roepen.

K: Heb je toekomstplannen of staan die nu on hold?

Zeker. Onder andere de derde triptiek (van de liefde) staat nu on hold. Normaal zou ik daarmee na de Van Eyck-expo (MSK) in productie gaan maar aangezien nu niemand uit zijn kot mag, moet ik het noodgedwongen uitstellen. En er waren nog wel wat losse projecten die ik wou opstarten die om dezelfde reden niet van de grond komen. Nu jah, erg is dat niet. Hoe langer de wijn blijft liggen, hoe beter hij wordt. Met ideeën is dat net zo. Al komt er best wel een moment om de fles te kraken.

Er zijn ook nog wel expo’s afgelast of verplaatst. Dat is erg spijtig. Maar dat komt allemaal terug. Als we ons alleen daar maar zorgen moeten over maken, dan hebben we er weinig. Gezondheid is veel belangrijker en daar ligt nu alle prioriteit.

Lady Corona de eerste

Corona. We zijn er nog niet over uitgepraat. Maar het legt mijn werking wel voor een stuk plat. Dus kijk ik maar naar wat ik nog het archief heb zitten aan tekenmateriaal en werk daarmee verder 🙂

Dit is dus de afgewerkte tekening. Weet je wat, we noemen haar voortaan gewoon Corona. Tussenstapjes gooide ik eerder op Instagram. Ze staan ook hieronder.

Tussen creatie en tekenen

Er is zo altijd een fase bij het maken van een tekening. De fases zijn op zich telkens verschillend. Terwijl ik eerder dacht dat de fases een eigen visie was op het creëren blijkt dat in realiteit niet zo te zijn. Het is omdat ik met meerdere projecten tegelijk bezig ben dat ik de indruk heb dat er geen fases zijn en dat alles gewoon zijn gangetje gaat. Op natuurlijke wijze. Alsof je ’s morgens uit bed stapt en tegen de middag is de tekening klaar.

De werkelijkheid ligt ver van dit idyllische, romantische beeld dat we voornamelijk kennen uit de films, boekskes en wat “kunstkenners” ons graag doen geloven. Kunstkenners zijn in weze niet meer dan vlotte praatjesverkopers, vertegenwoordigers. Ze zien zichzelf een werk te verkopen en dan is de volgende logische stap dat ze het werk gaan klasseren als “ware kunst”. Om dat te onderstrepen met “het genie van de kunstenaar” tonen ze graag hoe snel die kunstenaar tot een kunstwerk komt. Dat toont dat die kunstenaar bezeten is van zijn werk, van zijn thematiek. Hij of zij schudt de ideeën uit de mouw alsof het witte konijnen zijn.

In mijn geloof is niets minder waar. O ja, ik kan ook van die niemendalletjes uit mijn mouw schudden. Het “genie” etaleren. Maar het niemendalletje is meestal niet meer dan een variant op een eerder werk of het is iets dat ligt te broeden en nog niet is getoond. Want dat maakt “het”. Picasso, Dali, Magritte, Bruegel, Van Eyck, Delvaux, Broodthaers,… Ze deden niets anders. En daarom stel ik dat er fases zijn in het maken van een kunstwerk. Voor mij zijn er voornamelijk 3 fases: die van de studie, die van de ontwerpen en die van de productie.

Ik zit al een tijdje in een fase van concepten en ideeën schetsen en proberen uitbouwen tot wat een volwaardige tekening moet worden. Eén van die ideeën waar ik al een tijdje op zit is triptiek 3. Maar er zijn er nog. Een welgekomen afwisseling is Vitrines d’Amour waar ik ook in 2020 zal aan deelnemen. Deze keer maak ik iets op maat voor de vitrines van eetgelegenheid GUST. En een schets van wat er voorlopig in mijn hoofd zit, zie je hieronder.

Wat mag je verwachten over 2020?

2020 zal minder blogs hebben dan 2019. Dat is ook niet moeilijk hé 😉 En nog eens bedankt voor de 20.736 bezoekjes aan de website en dat over 6.646 unieke bezoekers (allez, kom, IP-nummers dus). Dat was goed voor – hou u vast – 101.144 bekeken pagina’s. En dat allemaal op 1 jaar. Dank u, dank u, dank u!

Wat ik allemaal van plan ben over 2020 is moeilijk op voorhand te zeggen. Sommige plannen liggen jaren op voorhand vast (zoals triptiek 3 die er nog aankomt), sommige plannen worden dan weer erg onvoorspelbaar in de agenda gepropt. De expo’s, teken en marktplannen die komen zeker op de blog of op de Facebook. Soms een beetje Instagram maar ik ben daar niet erg actief.

Wat je wel mag verwachten dit jaar zijn blogjes met kunstweetjes om mee te stoefen wanneer je met vrienden naar een kunstwerk kijkt. En ik wil ook mijn fans, mijn apostelen, aan het woord laten. Zij die één of meerdere Maxen in huis hebben en daarover willen vertellen.

Kortom het worden weer vele grappige en/of emotionele blogs en alweer goede redenen “to stay tuned after the break” 😉

Als aperitiefje voor wat komt laat ik jullie het (tweede) ontwerp van de nieuwjaarstekening. Met nog enige belangrijke wijzigingen tov de definitieve versie: dit is een liggende verhouding, onderaan is de kaars vervangen door een straatlicht (een echt uit Parijs), de piramiden zijn weg en de 3 figuren links onder zijn ook weg. De bergen en de appel staan en blijven staan. Het model heeft wel een andere pose maar dat was redelijk te verwachten.