Triptiek van het leven: tekenstart

Het wordt tijd dat ik nog ’s blog over mijn eigen werk. Je zou al gaan denken dat ik nog louter reviews schrijf. Het is zeker niet zo. Achter de schermen werk ik al maanden aan de tentoonstelling 2019. Daarbij is het algemeen thema bepaald en kreeg ik een akkoord tot deelname van al 6 artistiekelingen. Meer nieuws daarover later.

Meanwhile werk ik ook aan eigen werk. Want ik wil tegen november 2019 ook zelf wel iets te tonen hebben. De verwachtingen zijn nog divers maar ze liggen sowieso hoog. Met deze blog wordt dan meteen duidelijk dat de ART-tist-expo 2019 de Bruegel-toren niet zal tonen. Voor die expo serveer ik u met veel plezier het vervolg op de triptiek van de dood die bij de expo 2017 werd voorgesteld. Vandaag werden de eerste stappen gezet. Het is dus (nog) niet de kopie van het retabel van het Lam Gods geworden al blijft dat wel in mijn gedachten spoken.

De volgende triptiek wordt de triptiek van het leven. Het gaat natuurlijk over het begin, het ontstaan van het leven. Als contrast met de triptiek van de dood. Maar het gaat verder. Ik had het pas kunnen kiezen van “waarom leven wij” maar ik heb het pad van het plezier, het genot, de leute gekozen. Niet uitbundig maar toch met wat meer frivoliteit dan het filosofisch zware thema van het existentialisme. En zo weet u ook dat weer. Dus best vrienden, kennissen en familie, het worden weer interessante gesprekken bij de kerstdis.

Afijn, het gaat ‘m natuurlijk finaal om het beeld. En het beeld dat is waar ik dus vandaag aan begonnen ben. Na maanden voorbereiden, overwegen, afwegen, schetsen, schrappen, herschetsen etc etc. staat de eerste tekening op groot formaat op papier. En dat “groot formaat” mag gerust letterlijk worden genomen. De triptiek zal in totaal 260x190cm (exclusief lijst) zijn. Dat is ongeveer 2x zo groot dan de vorige triptiek. En dat heeft technisch gezien alweer heel wat uitdagingen met zich meegebracht. Maar daarover later meer. Voorlopig laat ik u hierbij nog de eerste schetsen van nieuwe triptiek.

 

 

Astrid

Tekenen op een kunstmarkt is nooit gemakkelijk. De omstandigheden zijn verre van ideaal en dat geeft dan, wat ik noem, “marktkwaliteit”. Die is niet mis maar “studiowerk” is altijd beter. Op markten word je regelmatig aangesproken. Dat is normaal, daarvoor zit je ook op een markt. En ik zou het zelf ook erg spijtig vinden mocht niemand mij aanspreken. Met minder goede omstandigheden heb ik het over het weer en vooral de lichtinval. In mijn studio is die constant en ideaal. Ik werk onder een egaal verdeeld daglicht. Dat is iets wat je buiten niet hebt. Dan weer is er schaduw, zon, een wolk, verblindende zon,..dat heeft zijn effect op de kleurintensiteit en op de kleurtemperatuur.

Daarnaast zit je een hele dag op één en dezelfde tekening te kijken. Afstand, letterlijk en figuurlijk, is er niet.

Voor het portret van Astrid gebruikte ik nog eens de groene achtergrond die ik al eerder gebruikte bij het portret van Jos. Het blijft interessant om de evolutie daarvan te zien. En de ietwat retrolook dat het portret daardoor meekrijgt. Toch werd bij het opzetten van de tekening een fout gemaakt en moest ik een in een al gevorderde fase van het werk nog een herstelling uitvoeren maar ‘k denk het resultaat er nu wel mag wezen.

Portrait of a lady

Zo goed als klaar is deze “cover”. Kunst, tekeningen maken kost geld. Omdat oefening noodzakelijk is durf ik daarom als eens gebruik maken van bestaande foto’s. Deze plukte ik van het internet. Het leuke eraan is dat ik dan meer vrijheid heb om kleuren aan te passen ipv de werkelijkheid te gaan volgen. De tekening is nog niet helemaal klaar maar bijna wel.

Portret van Jos – klaar

Het portret van Jos is klaar. Alle groen is niet weg maar de overblijvende groene vlekken zijn op zich niet storend. Integendeel. Het groen accentueert/ondersteunt het warme geel/rode/ Op foto komt de groene schijn er wel feller door dan dat hij dat in het echt doet. Ik denk dat ik deze techniek nog wel eens zal toepassen en verfijnen. Misschien in de basis iets minder “vol” in het groen gaan zodat het dekken net iets beter lukt. Ik wil dit ook wel eens uittesten met een andere basiskleur. Het moet toch zijn dat voor kleurpotloden er een nog betere basiskleur is. Maar goed, dat zijn mijn perfectionistische trekjes. Ik ben zeker tevreden met het resultaat. En Jos ook 🙂

Wil je graag een ander voorbeeld zien met pastelkrijt? Klik dan hier.

Portret van Jos – wip 01

Op Youtube zag ik een (voor mij) nieuwe techniek. Daarbij wordt onder de tekening een grisaille van de tekening gelegd in groen. Je kan het vergelijken met de (pot)loodtekeningen die we al eens zien bij de Vlaamse Primitieven nadat ze onder de röntgen zijn gelegd. De bedoeling is om dan navenant het groene terug weg te werken door er een dekkende laag kleur over te leggen.

Handige hieraan is dat je een goed beeld krijgt van hoe de tekening (anatomisch) in mekaar zit zonder dat je er al op voorhand uren aan gespendeerd hebt. Gelukkig is mijn aandeel aan “uitval” erg laag en heb ik daar nooit echt last van. Toch wou ik de techniek zelf eens uitproberen omdat dekkend werken met kleurpotloden wel iets anders is dan dekkend werken met pastelkrijten zoals ze in de filmpjes doen…

De hijskraan met 2 draaimolens

De vierde verdieping is bijna klaar. Op een paar vensters na die nu eerst wit/grijs zijn (door het witte stof van de stenen) en daarna baksteenrood worden zijn we klaar met de 4e verdieping. “Klaar” is een groot woord want door de wrijvingen is het deel tot aan de kervensters een beetje flou geworden en moet ik daar de contouren voor de 4e keer hertekenen. Maar die stap – die ik zelf het “schminken” van de tekening noem – komt pas op het einde. Eerlijk gezegd vind ik de niet ingekleurde tekening van het gelijkvloers best interessant omdat je er zo goed alle details kan in zien. Veel detailwerk gaat verloren door het inkleuren.

Wat is er nu bijzonder aan deze laatste stapjes? Wel de hijskraan aan het einde is een flink stuk. Ze dient om zware blokken naar boven te trekken. Dat het niet zomaar een bouwkraan is zie ik aan de 2 raderen onder het dak van de hijskraan. Ze zijn een man groot en vermoedelijk liepen er dus ook mannen of kinderen in om het hijsmechanisme te laten draaien. Later daarover meer.