KW07: Rembrandt bedankt Rubens

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Klein maar niet te onderschatten kunstweetje: Rembrandt (1606-1669) heeft al zijn bekendheid aan Rubens (15778-1640) te danken.

Een straffe uitspraak waarmee ik de Nederlandse vrienden hopelijk niet schoffeer maar bon, de bron is zelf een Nederlander, dus mag het wel een beetje. Jan Six vertelt op NPO over Rembrandt (zie link onder).

We gaan even terug naar de tijd van Rembrandt. In die tijd was Vlaanderen voor een groot deel nog samen met Nederland. Grote kunstenaars waren in competitie met mekaar om in de gunst te komen van de adel en de rijken. Kunst blijft – tegen wie zeg je’t – een luxe-product en verkocht niet aan “de gewone mens” medio 17e eeuw. Bekende kunstenaars uit die tijd bekleedden daarom ook al eens diplomatieke opdrachten (Van Eyck was ook zo’n voorbeeld). Rubens was niet alleen een goed schilder, hij was een voornaam diplomaat. Vandaag zijn die politieke activiteiten niet vergeten maar lang niet meer zo belangrijk als het schilderwerk. Misschien herinneren onze nazaten zich Mark Eyskens later ook nog wel als een bekend schilder ipv een politicus.

Maar dus in die tijd was Rubens dé top en veel bekender dan Rembrandt. En hoe is Rembrandt dan bekend geraakt?

Wel, zo rond 1830 is er iets speciaals gebeurd: België – en dus een stuk van zuid Nederland – werd onafhankelijk. Ineens waren de Nederlanders hun icoon kwijt! Rubens werkte voornamelijk in Antwerpen en dat was geen deel van Nederland meer. Dus gingen de Nederlanders op zoek naar een nieuw, evenwaardig icoon. Rembrandt kwam in de picture en met de bouw van het Rijksmuseum (opening in 1885) dat zich grotendeels concentreerde op het werk van Rembrandt werd een nieuwe ster gelanceerd.

De rijke collectie aan Rembrandts in het Rijksmuseum is een niet te missen afslag bij een uitstap naar Amsterdam. Dus finale conclusie: Rembrandt heeft zijn naam en faam te danken aan Rubens en het ontstaan van België. Al heeft hij er zelf niets van geweten en was hij misschien finaal niet berooid gestorven. Naar ’t schijnt heeft Rubens het ook nooit geweten…

bronnen: 
NPO – Jan Six
wikipedia Rembrandt en Rubens
Geschiedenis van het Rijskmuseum

KW03: Geen schotse ruitjes

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Ik stamp meteen een open deur in. Kunst en vooral kunst maken is een topgeheim. Zelfs kunstenaars die vol zijn van zichzelf en ergens last hebben van de nulmeridiaan delen hun kennis niet met “de concurrentie”. Wat mij betreft hebben we het op zich allemaal gehad qua thema’s en zijn nieuwe thema’s niet meer dan creatieve varianten op bestaande thema’s. Of dacht u dat Shakespeare en Mozart dé grote vernieuwers waren? Ze hebben het gewoon een stuk slimmer aangepakt 😉

Maar dus een geheimpje van achter de schermen. Grote beelden en vooral schilderijen maak je niet met je neus op het beeld. Je verliest het overzicht, de verhoudingen. Om die verhoudingen te behouden maakt de kunstenaar eerst zijn beeld in het klein. Dat is gemakkelijk, dan heb je wél overzicht. Over die tekening/schets, dat schaalmodel, trek je een ruitjespatroon. Bvb vakjes van 2x2cm. Dat vakjespatroon zet je dan op groter formaat over op een groot doek, een muur, een plafond,…maar met grotere vakken, bvb 20x20cm. En dan is je origineel 100x groter.

En dan denk je misschien: dat wist ik al, ik heb dat ooit ook nog zelf gedaan. Maar wist je dat een aantal heel bekende kunstenaars jou dat hebben voorgedaan? Da Vinci, Rubens, Magritte, Van Gogh (dat had je niet gedacht he), Dürer,…

Een raster maakt het ook gemakkelijker om naar waarheid te gaan tekenen. Wanneer je een vast kijkpunt aanhoudt en dat combineert met een raster, dan kan dat een handige houvast zijn om de verhoudingen, perspectieven e.d. correct over te zetten op papier of doek.

Als voorbeeld eens een minder voor de hand liggende naam: Albert Moore maakte gebruik van deze techniek voor zijn schilderij “Venus” uit 1869.

bron foto: “exposed, the victorian nude”