KW22: een sneetje meer of minder

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Wie zich een beetje toegewijd heeft aan Van Eyck in 2020 zal dit opmerkelijke nieuws al gehoord of gelezen hebben. Het retabel van het Lam Gods van Jan en Hubert Van Eyck is vandaag terug samengesteld zoals het oorspronkelijk bedoeld was: een gesloten scène en een spectaculaire open scène. Verschillende panelen klikken in mekaar en vormen één groot geheel. Ik vernam deze week nog dat het retabel het oudste paneel van (gebroeders) Van Eyck is dat men heeft teruggevonden. Oudere werken zijn waarschijnlijk allemaal verloren gegaan of werden misschien wel toegewezen aan andere schilders. Het was immers niet gewoon in die tijd om een schilderwerk te signeren. Van Eyck was daarin een van de eersten. Bijzonder bij de stelling is dat het oudste (eerste) werk van Van Eyck meteen zo’n joekel is. Alsof ze zich jaren hebben ingehouden en dan meteen met een monsterhit gingen maken. Een beetje gelijk de eerste CD van Gorki 😉

Dat is nogal onwaarschijnlijk (niet van Gorki wel van die andere 2)… Maar we wijken af. Dus nu is het te zien zoals het bedoeld was. Dat was lang niet altijd zo. Er was een tijd dat de zijpanelen gescheiden leefden van het centrale deel. Nog straffer; er was een tijd toen men vond dat je tegelijk de buiten en de binnenkant moest kunnen zien en “men” het illustere idee kreeg om de panelen gewoonweg in de dikte door te zagen! Meer daarover in KW10 (lees het opnieuw).

Alsof dat nog niet straf genoeg was, vertel ik u hierbij het verhaal van “de annunciatie“, ook al Van Eyck. Dat kent een nog straffer verhaal. Want dit Vlaamse schilderij kwam via via ooit in het Hermitage-museum van Sint-Petersburg terecht. Maar op zijn zachtst gezegd, het weer in Sint Petersburg is niet hetzelfde dan in Antwerpen en dus waren ze daar zo geen fan van het bewaren van schilderijen die op houten panelen werden gemaakt.

Dus vonden ze er niets beter op (let op, ge gelooft het nooit) om het paneel waarop het schilderij was gemaakt eraf te schrapen! Jup! De verflaag werd gefixeerd door er aan de zichtzijde stukken stof op te lijmen. Zodoende kon de achterkant er af worden gekapt en finaal ook worden geschuurd. Kunt u al voorstellen dat je dan op het einde nog met een paar millimeter aan verflagen van zo’n 500 jaar oud in uw handen zit. Die laag werd dan op een doek gekleefd waarna door opwarming en met wat water de eerder opgekleefde fixeerstof opnieuw werd verwijderd.

Dat deze operatie (schandalig) slecht is verlopen kan je vandaag nog zien. Bij het kleven van de verflaag op het canvas en zeker bij het opwarmen om de fixeerstof te verwijderen, werd de verflaag zo hard op het canvas gedrukt, dat de structuur van het onderliggende canvas door de verf is gedrukt. Vandaag lijkt het dus alsof het schilderij oorspronkelijk op doek werd geschilderd maar dat was dus zeker niet het geval.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, werd al het blauwe van het kleed van Maria door het gebruik van water om de lijm op te lossen mee opgelost. De blauwe laag in lapis lazulli werd door Van Eyck met waterverf aangebracht om ze super doorschijnend te maken. Schijnt dat waterverf oplost in water…dat die kemels van het Hermitage daar niet aan gedacht hebben…’t Is om te janken.

Gelukkig kwam de wetenschap jaren later ter hulp. De restauratie in 1994 was intensief en voor te beginnen werd het schilderij duchtig onderzocht. Men vond de oorspronkelijke tekening onder (of eerder tussen) de verflagen en nog een ietsie pitsie stukje van het originele blauw tussen de haren van Maria. Het blauw van de oorspronkelijke verf werd opnieuw samengesteld en het kleed kreeg zijn oorspronkelijke splendeur en grandeur terug. Alleen de indrukken van het doek zijn achtergebleven. Dus in tegenstelling tot het PANEEL van de Rechtvaardige Rechters is de annunciatie met de jaren een doek geworden.

Bron: The private life of a masterpiece

 

 

KW10: origineel of kopie?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dat de diefstal van de 2 panelen “De rechtvaardige rechters” en “Johannes de doper” stoutmoedig was, weet iedereen. Of wist je niet dat die panelen ooit gestolen werden? klik dan hier. Een politieonderzoek om schaamtelijk diep in de grond van te zakken (er stond zoveel volk rond het retabel omdat het nieuws van de diefstal zich snel verspreidde dat de politie eerst ging kijken naar de diefstal van een geit om pas later in de namiddag terug te komen naar de Sint-Baafskathedraal. Tot zover het sporenonderzoek natuurlijk…). Maar evengoed was de eigenzinnige wijze van onderhandelen van de katholieke zuil weinig hoopvol. Om niet te zeggen belachelijk.

Maar de conclusie van de zaak is dat enkel het paneel van Johannes de doper door de dief werd terugbezorgd (niet dat het werd gevonden) en dat dus het meest waardevolle paneel niet werd teruggegeven of gevonden. Dat laatste is dan wel een merkwaardig statement want er is, zeker tijdens en na de 2e wereldoorlog, al flink naar gezocht.

Maar over die 2 panelen valt nog wel wat te vertellen waarmee je stoer kan uitpakken wanneer je met vrienden nog naar de expo Van Eyck gaat of wanneer je nakaart over een bezoek aan het retabel.

Eerste weetje: de panelen werden gestolen op 11 april 1934. Hoe kan het dan zijn dat men later een kleurenkopie kon maken? Dat is een combinatie van goed onderzoek en toevallig vernuft. De panelen waren eerder gefotografeerd (rond 1878? in het Louvre na restauratie?), stuk per stuk. Dus een kopie maken was op zich al minder een zorg (OK, ge moet het wel nog doen, maar er is op zijn minst een vertrekpunt). Maar in die tijd bestond kleurenfotografie nog niet. Dus dat was een ander paar mouwen! Maar…niet lang nadat het origineel retabel afgewerkt was (ongeveer 1430) maakte Michiel Coxcie een 1/1 kopie. Er waren dan wel een paar gezichten aangepast in de kopie maar dat maakte de fotografie wel goed. De kleuren die waren belangrijker.

Tweede weetje: wat vele mensen vergeten is dat het om panelen gaat, niet om doeken. Maar nog straffer dan dat, is dat is geweten dat vroeger voorkant en achterkant 1 paneel waren. Wie opdrachten maakt/schildert, weet welk risico je dan als kunstenaar loopt. Het moet “boenk erop” zijn voor beide kanten van het paneel. Maar goed, wat je moet weten is dat het paneel veel later (ergens jaren 1900) in de DIKTE (!!!) doormidden werd gezaagd om zodoende alle panelen, los van mekaar, zichtbaar te kunnen maken zonder telkens dat retabel open en dicht te moeten doen. Kunt u voorstellen hoe gek het idee vandaag zou zijn om zo’n kostbaar paneel van een paar centimeters dik te gaan doorzagen met alle risico’s van dien.

Ik stel u gerust, vandaag zijn de panelen versterkt met een extra rug met hout in verschillende richtingen om het “trekken” tegen te gaan.

Derde weetje: wanneer we weetje 1 en weetje 2 combineren, dat weet je nu waarom kunstkenners zeker zijn dat de huidige versie van De rechtvaardige rechters een kopie is. De tekening van het hout stemt niet overeen. En zo zullen ze ook (hopelijk ooit) het echt van een kopie kunnen onderscheiden.

bron: eigen speurwerk door de jaren heen, meerder bronnen maar begin bij “het dossier Lam Gods” van Kerckhaert en Mortier

2 panelen vermist: een oproep met het origineel paneel van Van Eyck

rechtvaardige rechters: origineel ingekleurd

rechtvaardige rechters: kopie van Jef Van der Veken.

Het verschil is gemakkelijk zichtbaar aan de man in het midden (heeft geen hoed meer voor het gezicht). Het gezicht dat u vrij is gekomen zou koning Leopold III voorstellen. De achterkant van dit paneel is voorzien van een kwatrijn en heeft duidelijk een andere houtstructuur dan die van Johannes de doper. Het gezicht van de eerste volledige ruiter zou Hubert Van Eyck moeten voorstellen (het verschilt een klein beetje met het origineel). De man met de zwarte hoed is Jan Van Eyck geworden.

Rechtvaardige rechters: kopie van Michiel Coxcie

kenmerken hier zijn eveneens het volledige gezicht, de plooi in de bil van het paard is veel zachter. Bij de Coxcie-versie hebben enkele ridders (het paneel naast dit) een andere gezicht gekregen.

 

 

 

Receptieve ruimten wint trofee voor ambtenarij

Ik reserveer al vele jaren (bijna 20 jaar) het landgoed De Campagne voor mijn expo’s. Dit zijn telkens expo’s met een “plus”. Al van bij het begin begreep ik dat een gewone, klassieke, traditionele tentoonstelling waarbij je de deuren open zet en de avond voor de opening een drankfeest geeft, nog weinig indruk maakt. Deze formule vertrekt vanuit de kunstenaar die – een beetje wanhopig – zijn werk wil laten zien aan een potentiële bezoeker, liefst daarbij ook iets verkopen om uit zijn kosten te geraken en dit allemaal wat tracht te versoepelen door het te overspoelen met alcohol.

Maar we leven vandaag in een beeldcultuur. Mensen hoeven niet langer naar een tentoonstelling te gaan om een tekening, schilderij, foto,…te zien. Daarvoor hebben we internet vanuit de sofa. Wie vandaag naar kunst of cultuurzaken gaat wil “beLEVEN”. En dan leg ik graag de nadruk op LEVEN. Het is het sociale gebeuren, het ontmoeten, de sfeer van het evenement dat het verschil maakt. Sjieke, dure woorden als biënnale (wat eigenlijk niet meer wil zeggen dan tweejaarlijkse tentoonstelling) zijn passé. Om werken te zien in een dode, kille turnzaal komt een mens zijn zetel niet uit.

Met ART-tist heb ik altijd getracht dit patroon te doorbreken en te groeien. Zo kwamen we van tentoonstellingen met een originele inrichting, over voordrachten, a capella muziek, tot een volwaardig klassiek concert en laatst, dankzij de samenwerking met Kunzthuiz, kwam daar een popconcertje bovenop. Of een natuurwandeling, gezinsnamiddag met taart en koffie, kinderanimatie,… Ik meen te mogen stellen dat niet veel expo’s de combinatie pop/rock, klassiek en kunst combineren. Kortom: we blijven vernieuwen! Dat is ook de doelstelling van Stad Gent. Blijvend innoveren en mensen verrassen (we zouden ze ook kunnen verassen voor de verrassing maar het schijnt dat dat de mondelinge reclame ondermijnt).

Toch blog ik dit even van het hart. De dienst “receptieve ruimten”, onderdeel “zalenverhuur” van het grote Circa, is bij die innovatie een permanente dwarsligger. Gisteren kreeg ik alweer een nieuwe regel voorgeschoteld. Het bericht dat ik voortaan, per evenement per dag een nieuwe aanvraag moet indienen om de zalen van het landgoed te reserveren. Dit is pure kafka! En ook al kan kafka soms kunstzinnig overkomen, erover praten helpt niet. “Ik moet mij ook houden aan het reglement”, zegt de vriendelijke administratieve stem aan de andere kant van de lijn. Het heilige reglement. Mijn eerdere mail/blog waar ik schepen Stroms al bij uitnodigde tot een gesprek, leidde tot niets. Receptieve ruimten lijkt een ivoren toren waar niemand zich mee te moeien heeft. Waar is de dialoog met de klant/burger?

Het lijkt een beetje Babel…Of is het een teken dat ook deze formules “passé” zijn?

 

Kunst voor iedereen

Vandaag las ik dit artikel van Jurgen Bockstaele (en een beetje van Rudy Coddens)

https://www.s-p-a.be/artikel/cultuurbeleving-is-een-belevingsrecht-voor-iederee/

Ik vind het mooi dat ze openlijk hun bezorgdheid uiten rond cultuurbeleving in Gent. Dat er bakken geld gaat naar de cultuurhuizen en dat, ondanks de UIT-pas, cultuur nog niet voor iedereen toegankelijk is. En terecht.

In mijn eerdere blogs had ik het al over mijn verbazing hoe, wanneer in gekleurde wijken, maar weinig interesse is in cultuur/kunst. En dat is net waar het om gaat. Cultuur werkt niet alleen door prijzen laag te houden door (grote) cultuurhuizen te gaan (over)subsidiëren. We moeten eerlijk zijn, cultuur – en dan heb ik het voornamelijk over kunsten – is iets voor wie het interesseert. Net als macramé, om maar iets te noemen. Of voetbal. Dat laatste interesseert mij geen moer en dus mag je mij nog gratis tickets geven voor een match, ik ga er niet naartoe. En hetzelfde doet zich voor met kunst. Wie geen interesse heeft in het bezoeken van een tentoonstelling zal daar ook niet naartoe gaan.

m1280x1024

Maar het gaat verder. Cultuur is ook cultuurgebonden en kunst is dat zeker. Daarom zal je in mono-cultuurwijken scoren met bepaalde kunst en in andere wijken niet. Laat ’t mij bij naam noemen, in een moslimwijk scoor je niet met klassieke naakten. Een kunstvorm die wij, in onze cultuur, al sinds de Grieken en de Romeinen weten te waarderen. Net zoals je mij zelden in De Centrale zal zien.

Wat spijtig is bij dit soort stellingen, is dat men het dikwijls heeft over de grote cultuurtempels (Vooruit, NTGent-groep,…) en daarmee op zijn minst de indruk geeft dat kleinschalige initiatieven hetzelfde lot ondergaan. Vanuit mijn ervaringen durf ik te stellen dat kleinere initiatieven dikwijls veel laagdrempeliger zijn dan het aanbod in de grote cultuurhuizen. Ik licht even toe: vooreerst zijn de prijzen dikwijls pakken lager (in een wijklokaal/Bij de vieze gasten betaal je geen 20euro voor een toneelticket), er is doorgaans geen dresscode, buurtbewoners worden betrokken (organisatoren zijn mensen die ze kennen of ze kennen mensen die optreden of ze gaan mee met vrienden of..), lokale initiatieven zorgen dikwijls ook voor een lokale bekendmaking (affiches bij de bakker, flyer in de bus,…)… Maar, en daar geloof ik nog het meeste in, dit soort initiatieven vragen weinig moeite van de buurtbewoners. Ze moeten er hun wagen niet voor nemen en er komen geen parkeerkosten bij. Zodoende gaan ze liever eens snel naar die voorstelling 3 straten verder dan (alweer) een avond te zitten zappen voor TV.

En daarom is het goed (meer) subsidies te voorzien voor deze kleinschalige initiatieven!

En mag ik dan dit kleine momentje aangrijpen om ook de stad aan te porren tot verbetering van het beleid? Wist je dat je als organisator van een tentoonstelling geen beroep kan doen op “feestneus zoekt artiest”? Een gemiste kans om bij een tentoonstelling een lokale muzikant te promoten voor een breed publiek. En nog iets; wie een “receptieve ruimte” afhuurt met het oog op het organiseren van een tentoonstelling tvv een goed doel…die moet daarvoor 100euro aan de stad betalen. Het reglement laat immers niet toe om kosteloos een evenement te organiseren met verkoop. Een gemiste kans om een bijdrage te leveren aan “kom op tegen kanker” of “onderzoek tegen muco”. Kortom: stadsbestuur, betrek uw (kleine) lokale – niet 9000 – organisatoren eens bij het uitstippelen van de reglementen. Het zal zoveel meer deuren open zetten naar cultuur.

Zaterdagse feesten 2016