De triptiek van het leven

Morgen start de krokusvakantie en ik ga er een weekje tussenuit. Maar zoals het in elke goede soap de regel is, moet ik deze tijdelijke afsluiter voorzien van een stevige cliffhanger zodat ik er zeker van ben dat jullie navenant ook nog terug komen.

Daarom doe ik u vandaag het verhaal van de bijtjes. Deze week ging ik naar de imker om een honingraat te gaan halen. Zo’n plak vol met zo van die 6-hoekige vakjes waar de bijen hun voorraadkamertjes van maken. Ik had die nodig omdat ik weldra aan de eerste praktische stappen van de volgende triptiek zal beginnen. Het is inmiddels ook duidelijk dat de volgende triptiek die van het leven zal zijn. Het leven dat nu nog in wording is maar er weldra zal zijn, speelt de centrale rol in deze triptiek. Bij het (nieuwe) leven horen ook bloemetjes en bijtjes. Dus ging ik bij imker Binwah De Reze langs om meer te weten te komen over bijen en hoe dat nu allemaal precies zit met die honingraten. Ondanks de koude temperaturen kon ik de bijen aan het werk zien in de bijenkast. Boeiend en indrukwekkend.

Voor het project kreeg ik een echte “natuurlijke” honingraat mee. De moderne imker werkt het liefst met een voorgevormde honingraat in bijenwas. Daar bouwen de bijen dan op voort. Bij een natuurlijke honingraat bouwen de bijen hun eigen patroon. Dat heeft grotere gaten en is onregelmatiger van vorm. Toch blijft de kwaliteit dezelfde. Het is voornamelijk voor de imker een stuk gemakkelijker en bij-vriendelijker om een voorgevormde honingraat te gebruiken. Voila, dus bij deze een eerste preview op de opbouw van de triptiek van het leven.

Advertenties

In alle bescheidenheid

Jaren geleden, toen ik nog in de Catriestraat op de kunstmarkt van Drongen stond, sprak een dame mij aan…

de madam: “’t Es wel schuune moar on da laaif ester iet ni just”
ik:”denkt ge? Als er nu iets is waar ik wel zeker van ben zijn het de verhoudingen. Ik heb daar lang op getraind.”
de madam: “Jaaandeu, oas ge zuufeel pretensen et, toengs kuup kik ni baaj eu zenne”. Ze nam haar sjakos en stapte voort.
ik…verbouwereerd…

Een les in bescheidenheid.

Vandaag geen les in bescheidenheid. Wel een uiting van fierheid bij het zien van het resultaat na het inlijsten van de triptiek-tekeningen. Ik zag Hugo schitteren over zijn eigen werk. Blij dat hij de timing heeft gehaald maar ook blij over wat hij heeft gerealiseerd. Ik kon er echt van genieten hem fier te zien over zijn werk en over het totaalresultaat. Achter zijn gat schreeuwde ik een grote “Yahooooo” (zonder reclame te maken voor de zoekrobot) in de auto op weg naar huis.

De verwachtingen mogen dus gerust hoog zijn, het resultaat is indrukwekkend! (al zeg ik het zelf, in alle bescheidenheid)

 

Tekendriehoek

Godin Hel was niet de laatste tekening van de triptiek maar wel de laatste die ik afwerkte. Omdat ik er in Brasschaat al aan werkte en parallel in het atelier aan de buitenpanelen werkte, waren de buitenpanelen sneller klaar. Maar op deze tekening moest ook nog heel wat achtergrond getekend worden. Net zoals bij Baldr staat Hel in een nis en worden de zuilen van deze nis versierd met vele kleinere tekeningen.

Om de zuilen recht en langs beide zijden van de tekening gelijk te tekenen deed ik opnieuw beroep op mijn (vergeelde) kennis van architectuur en nam er de rotringdriehoeken bij van de studententijd. Gelukkig draag ik altijd zorg voor mijn materiaal en zien ze er nog als nieuw uit. Het schuiven met de driehoeken leer je blijkbaar toch niet af…

En wat doe ik tussendoor? Cassettebandjes repareren…

 

Inclusief lijst

Eindelijk is het volbracht. Deze ochtend nog de laatste afwerkingen gemaakt aan Hel, het laatste paneel waar ik voor deze triptiek aan werkte en dan naar de inlijster. Met een papieren model geplakt op een stuk van een kartonnen doos hoe het er finaal moet uitzien, legde ik uit waar welk deel moet komen en gaf nog een paar instructies naar af te knippen randjes etc etc.

Ik ben blij dat ze eindelijk en op tijd klaar is. Uiteindelijk heb ik nu evenveel tekenwerk dan 12 appelvrouwtjes maar dan inclusief volledig ingetekende achtergronden én dat op minder dan 2 jaar.

Alle aandacht kan nu naar de expo Sehnsucht gaan. De “big boom” waar de volledige triptiek voor het eerst te zien is. En er is nog heel wat te doen op promovlak en organisatievlak, maar we hebben alles onder controle. Dat is al iets toch? 😉

Maar terwijl ik aan het tekenen ben sluipt die ontembare tijger weer in mijn hoofd. Hij draait rondjes en rondjes en stelt steeds dezelfde vragen. Dus gaf ik deze antwoorden: “neen, ik ga volgend jaar geen grote expo’s doen in Vlaanderen.” “Ja, ik ga nog wel tekenen – art is the drug for me – maar ’t zal iets achter de schermen zijn, we zien nog wel waar we eindigen”. Dus…als ik mijn woord kan houden, dan is Sehnsucht ook wel de laatste grote expo tot 2019. Wie zegt ook alweer dat ik de planner ben van de twee?

 

Groen, groen, niets aan te doen…

De laatste weken word ik opgeslorpt door het verder afwerken van de eerste triptiek. De buitenpanelen en het paneel van Hel moeten klaar voor het einde van de maand. Dat is de deadline om alles keurig gelamineerd (er komt namelijk geen glas voor de tekening) en ingelijst te krijgen voor de opening van de expo Sehnsucht. Deze week tekende ik zowaar 1,5m² aan grassprieten. Dat zijn 5 kleurlagen boven mekaar: het klassieke “grasgroen”, dan het warme donkere groen om de diepte te accentueren, bruin en zwart voor de schaduwpartijen en volgeel om de zonreflecties op de toppen van de sprietjes er in te krijgen.

Terwijl ik bezig was dacht ik zo regelmatig aan de mensen die mij vragen hoe lang het duurt om zo een tekening te maken. Wel nu staat het meer dan een paal boven water, voor deze 1,5m² werden 7 potloden begonnen. 2 daarvan zijn nu zo goed als volledig opgekleurd en de andere zijn toch wel minstens een kwart van hun lengte kwijt. Voor wie wil weten hoe lang 1,5m² gras tekenen duurt: zet u aan tafel met 3 potloden en kleur ze helemaal op en ge zijt er. Weet wel dat je dan niet echt aan precisiewerk hebt gedaan. Portretten en lichamen tekenen vraagt geduld, controle, rust en jaren expertise. Maar ik bespaar u dit laatste 😉

Enfin, het gaat goed met de triptiek, we zitten perfect op schema. Met de nek en schouderspieren gaat ’t wat minder. De kleurtijd geeft me een beetje ruimte om te denken over hoe ik volgend jaar kan aanpakken. Ik weet het allemaal niet zo goed, immer die dualiteiten tussen pro’s en contra’s. We zien het nog wel. Er is nog veel tijd. Ondertussen nodig ik je uit op mijn peloeze, zet u en drinkt een glaske champagne met mij. Wa peisde?

Hel *wip*

Vorige zaterdag weer een dagje getekend bij VEPAD te Brasschaat en het ging goed vooruit. Het rechtse deel van de binnenkant de triptiek met daarop de godin Hel, krijgt vorm. Los van de achtergrond is nu het deel in grijswaarden bijna klaar. De tekening doet het model weinig eer aan aangezien de figuur met de minuut griezeliger en grauwer wordt. Al goed dat we weten dat de modellen in het echte leven een stuk sympathieker zijn dan wat hier wordt voorgesteld…Maar het hoort nu eenmaal bij het beeld van de triptiek 🙂