KW10: origineel of kopie?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dat de diefstal van de 2 panelen “De rechtvaardige rechters” en “Johannes de doper” stoutmoedig was, weet iedereen. Of wist je niet dat die panelen ooit gestolen werden? klik dan hier. Een politieonderzoek om schaamtelijk diep in de grond van te zakken (er stond zoveel volk rond het retabel omdat het nieuws van de diefstal zich snel verspreidde dat de politie eerst ging kijken naar de diefstal van een geit om pas later in de namiddag terug te komen naar de Sint-Baafskathedraal. Tot zover het sporenonderzoek natuurlijk…). Maar evengoed was de eigenzinnige wijze van onderhandelen van de katholieke zuil weinig hoopvol. Om niet te zeggen belachelijk.

Maar de conclusie van de zaak is dat enkel het paneel van Johannes de doper door de dief werd terugbezorgd (niet dat het werd gevonden) en dat dus het meest waardevolle paneel niet werd teruggegeven of gevonden. Dat laatste is dan wel een merkwaardig statement want er is, zeker tijdens en na de 2e wereldoorlog, al flink naar gezocht.

Maar over die 2 panelen valt nog wel wat te vertellen waarmee je stoer kan uitpakken wanneer je met vrienden nog naar de expo Van Eyck gaat of wanneer je nakaart over een bezoek aan het retabel.

Eerste weetje: de panelen werden gestolen op 11 april 1934. Hoe kan het dan zijn dat men later een kleurenkopie kon maken? Dat is een combinatie van goed onderzoek en toevallig vernuft. De panelen waren eerder gefotografeerd (rond 1878? in het Louvre na restauratie?), stuk per stuk. Dus een kopie maken was op zich al minder een zorg (OK, ge moet het wel nog doen, maar er is op zijn minst een vertrekpunt). Maar in die tijd bestond kleurenfotografie nog niet. Dus dat was een ander paar mouwen! Maar…niet lang nadat het origineel retabel afgewerkt was (ongeveer 1430) maakte Michiel Coxcie een 1/1 kopie. Er waren dan wel een paar gezichten aangepast in de kopie maar dat maakte de fotografie wel goed. De kleuren die waren belangrijker.

Tweede weetje: wat vele mensen vergeten is dat het om panelen gaat, niet om doeken. Maar nog straffer dan dat, is dat is geweten dat vroeger voorkant en achterkant 1 paneel waren. Wie opdrachten maakt/schildert, weet welk risico je dan als kunstenaar loopt. Het moet “boenk erop” zijn voor beide kanten van het paneel. Maar goed, wat je moet weten is dat het paneel veel later (ergens jaren 1900) in de DIKTE (!!!) doormidden werd gezaagd om zodoende alle panelen, los van mekaar, zichtbaar te kunnen maken zonder telkens dat retabel open en dicht te moeten doen. Kunt u voorstellen hoe gek het idee vandaag zou zijn om zo’n kostbaar paneel van een paar centimeters dik te gaan doorzagen met alle risico’s van dien.

Ik stel u gerust, vandaag zijn de panelen versterkt met een extra rug met hout in verschillende richtingen om het “trekken” tegen te gaan.

Derde weetje: wanneer we weetje 1 en weetje 2 combineren, dat weet je nu waarom kunstkenners zeker zijn dat de huidige versie van De rechtvaardige rechters een kopie is. De tekening van het hout stemt niet overeen. En zo zullen ze ook (hopelijk ooit) het echt van een kopie kunnen onderscheiden.

bron: eigen speurwerk door de jaren heen, meerder bronnen maar begin bij “het dossier Lam Gods” van Kerckhaert en Mortier

2 panelen vermist: een oproep met het origineel paneel van Van Eyck

rechtvaardige rechters: origineel ingekleurd

rechtvaardige rechters: kopie van Jef Van der Veken.

Het verschil is gemakkelijk zichtbaar aan de man in het midden (heeft geen hoed meer voor het gezicht). Het gezicht dat u vrij is gekomen zou koning Leopold III voorstellen. De achterkant van dit paneel is voorzien van een kwatrijn en heeft duidelijk een andere houtstructuur dan die van Johannes de doper. Het gezicht van de eerste volledige ruiter zou Hubert Van Eyck moeten voorstellen (het verschilt een klein beetje met het origineel). De man met de zwarte hoed is Jan Van Eyck geworden.

Rechtvaardige rechters: kopie van Michiel Coxcie

kenmerken hier zijn eveneens het volledige gezicht, de plooi in de bil van het paard is veel zachter. Bij de Coxcie-versie hebben enkele ridders (het paneel naast dit) een andere gezicht gekregen.

 

 

 

KW08: De geboorte van Venus

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

In blog KW04 vertel ik over Simonetta Vespucci, haar werk en hoe ze al op 23-jarige leeftijd overlijdt aan tuberculose.

We horen dikwijls over Van Eyck dat hij de kannunik Van der Paele zo goed geschilderd heeft dat je kan afleiden vanuit het schilderij welke ziekte de man heeft en hoe ernstig dat wel is. Maar over Botticelli wordt dat eigenlijk nooit gezegd. Dat komt omdat zijn decors zo theatraal zijn dat er niet direct wordt op gelet hoe precies deze wel zijn geschilderd. Precies is hier te lezen als “naar waarheid”.

Eén van die schilderijen is “de geboorte van Venus” waar we een 16jarige Simonetta in volle glorie op een schelp uit de zee zien komen. Maar voor wie goed kijkt, ziet meer. Simonetta heeft op haar 16e al symptomen van polyartritis, subtype reactieve artritis.

Wanneer je bij vrienden zulke straffe uitspraak doet, dan mag je je verwachten aan een (aahjadatzultgijwelbeterweten)repliek. En dan is het uw moment om met de volle lading uit de kast te komen. Dat het kind last had van artrose zie je aan de rechterhand: ellepijpafwijking van de middelvinger, ringvinger, pink en pols. Aan de linkerhand: een worstvormige zwelling van de wijsvinger en kromme pink. Gezwollen enkels en wreef. Wedden dat uw vrienden nu toch voor even met de mond open staan over wat jij wel weet over kunst 😉

bron: “de kunstenaar en de dokter, anders kijken naar schilderijen” door Jan Dequeker.

Triptiek van het leven: de wiskundige benadering

Terwijl de Bruegel-blogs volgden en de 365-blogs nog steeds verschijnen werk ik hard achter de schermen. Letterlijk en figuurlijk. Niet alleen om de expo Magie tot een overweldigend einde te brengen maar zeker om mijn tweede triptiek tegen eind september klaar te krijgen. Dat lijkt een maand te vroeg maar dat is het allerminst. De inlijster moet immers nog langs, of liever de triptiek moet nog langs de inlijster. Die zal ze voorzien van een lamineerlaag (zie ook de eerste triptiek) en daarna komt er een lijst rond. Dan wordt het spannend want gelet op het gewicht is de vraag nog hoe stabiel dit werk in zijn geheel zal zijn. Aan een muur zal dat zeker geen probleem zijn maar om ze te presenteren op een schildersezel wordt dat wat anders.

Dus: naarstigheid!

Bij een Facebookoproepje een paar maanden geleden waren de meningen verdeeld over of ik ook een blogreeks zou maken over deze tweede triptiek dan wel of ik de volledige verrassing hou tot bij de opening. Ik heb tot nu toe niet veel prijs gegeven maar vandaag maak ik daar even een uitzondering op. Onderstaand tafereel is een stukje achtergrond uit het centrale paneel en meet ongeveer 25 bij 25cm. In wiskundige termen wordt dat 625cm². Dat klinkt stoer he?!

Wel, de totale triptiek meet zo’n 98.800cm² en het stukje dat je hier te zien krijgt is dus 0,6% ofte 6 duizendsten van het totaal van het tafereel. Als je dit al de moeite vindt, stel u voor dat het paneel u dus nog zeker 100keer meer kan verbazen 😉

(en dat het écht kleurpotlood is, dat zie je aan mijn hand 😀 )

De bewondering van Rik

Kwaliteit maak je samen. Een goede blog met kwalitatieve berichten dus ook 😉 Daarom neem ik graag bij deze de bewondering voor Van Eyck door Rik Guns over van zijn Facebookpagina. Ik laat u mee genieten van zijn hartig enthousiasme.

Ik deel dit uit pure bewondering voor Jan Van Eyck, volgens mij de grootste schilder ooit. Te bewonderen dankzij de website ‘Closertovaneyck’. (Je moet klikken om in te zoemen op het beeld hieronder).

In de ‘Madonna met kanunnik Joris Van der Paele (1436), te bewonderen in het Groeningemuseum in Brugge, heeft Van Eyck de kanunnik zo realistisch geschilderd, dat een reumatoloog er onmiskenbaar arteritis temporalis op herkende. (Hyperrealisten zouden het vandaag niet zó precies kunnen doen). De licht gezwollen, ietwat stijve linker hand wijst sterk op ontstekingsreuma (polygamya rheumatica), een aandoening die nog al eens gepaard gaat met gezichtsproblemen. Vandaag zou men daarvoor geen bril voorschrijven, maar dat wist men in de 15e eeuw natuurlijk niet.

Brillen waren begin 15e eeuw al goed ingeburgerd in de hogere kringen, veel beter dan wordt gedacht. Uit doeanedossiers van de haven van London bleek dat tussen juli en september 1384 alleen al 1151 brillen uit de Lage Landen werden geïmporteerd. Maar men liet er zich niet graag mee portretteren. ‘Brillen’ werd geassocieerd met ouder worden en wie wil zich nu zo vereeuwigd zien? Tenzij een kanunnik die toch al goed in de zestig was. En zeker als er andere, religieuze redenen waren, waar de kanunnik zich ongetwijfeld wél graag mee associeerde: het licht dat door glas schijnt stond symbool voor de Incarnatie (dat God mens is geworden). Translucentie stond symbool voor de maagdelijkheid en de bril maakt de rol van Maria in de Incarnatie (letterlijk) groter. Dat de kanunnik de bril vasthoudt bewijst zowel zijn devotie voor Maria als zijn kennis van het woord Gods.

Ik geloof daar allemaal niet in, maar het is wel ontzettend boeiend. Ook al omdat het gebruik van brillen de kennis van optica bewijst, en daarmee de waarschijnlijkheid dat Van Eyck optica gebruikte voor zijn (fotografisch precieze) schilderijen.

In elk detail van Van Eycks schilderijen zit een schat aan kennis verborgen.
(Sorry dat ik u hiermee lastig val. Ik heb me gewoon effe laten gaan…)

Waarop ik zei: “lastig? Meer van dat!” En Rik zich nog eens mocht laten gaan…

allez dan, nog eentje. Jan Van Eyck was een beetje de Hitchcock van zijn tijd. Die liet zich ook onopvallend graag zien in een scene. Van Eyck ook. In dit schilderij doet hij dat in de reflectie van het schild van Sint-Joris (wiens gezicht overigens een beetje van Bart De Wever heeft, maar dat geheel terzijde ☺️).

Piëta 13

voor het eerst krijg ik zicht op de eindstreep. Dit weekend nog lang verder gewerkt aan de decors van piëta en uiteindelijk afgesloten met alles ingekleurd en ook alle tekenwerk klaar. Het beeld is nu eigenlijk ook “af”. Wat er nu nog bij komt is het barokke motief in het behang en nog wat accenten die door het overwrijven van de tekening wat vager zijn geworden.

Voor mijn laatste weekend heb ik me geamuseerd om nog wat frivoliteiten in het beeld te brengen: een appel, een ninja, een farao,…Ze zitten niet in de originele stoel maar wel in de mijne 🙂 Het blijft toch wel gek dat je met een punt van amper een tiende van een millimeter zo’n 14000cm² zit te kleuren. Ne mens zou voor minder in’t klooster gaan wonen…

Het idee van een puzzle blijft ook al in mijn gedachten omdat je dan idd al die kleine tekeningetjes ook te zien krijgt. Ik moet ’s kijken welke formaten van puzzle mogelijk zijn.

En toen was er ook nog die competitie om met het kleinste potlood te tekenen. Ik weet niet of opoe het nog haalt maar hier stop ik ermee 🙂