Triptiek van het leven: de wiskundige benadering

Terwijl de Bruegel-blogs volgden en de 365-blogs nog steeds verschijnen werk ik hard achter de schermen. Letterlijk en figuurlijk. Niet alleen om de expo Magie tot een overweldigend einde te brengen maar zeker om mijn tweede triptiek tegen eind september klaar te krijgen. Dat lijkt een maand te vroeg maar dat is het allerminst. De inlijster moet immers nog langs, of liever de triptiek moet nog langs de inlijster. Die zal ze voorzien van een lamineerlaag (zie ook de eerste triptiek) en daarna komt er een lijst rond. Dan wordt het spannend want gelet op het gewicht is de vraag nog hoe stabiel dit werk in zijn geheel zal zijn. Aan een muur zal dat zeker geen probleem zijn maar om ze te presenteren op een schildersezel wordt dat wat anders.

Dus: naarstigheid!

Bij een Facebookoproepje een paar maanden geleden waren de meningen verdeeld over of ik ook een blogreeks zou maken over deze tweede triptiek dan wel of ik de volledige verrassing hou tot bij de opening. Ik heb tot nu toe niet veel prijs gegeven maar vandaag maak ik daar even een uitzondering op. Onderstaand tafereel is een stukje achtergrond uit het centrale paneel en meet ongeveer 25 bij 25cm. In wiskundige termen wordt dat 625cm². Dat klinkt stoer he?!

Wel, de totale triptiek meet zo’n 98.800cm² en het stukje dat je hier te zien krijgt is dus 0,6% ofte 6 duizendsten van het totaal van het tafereel. Als je dit al de moeite vindt, stel u voor dat het paneel u dus nog zeker 100keer meer kan verbazen 😉

(en dat het écht kleurpotlood is, dat zie je aan mijn hand 😀 )

De bewondering van Rik

Kwaliteit maak je samen. Een goede blog met kwalitatieve berichten dus ook 😉 Daarom neem ik graag bij deze de bewondering voor Van Eyck door Rik Guns over van zijn Facebookpagina. Ik laat u mee genieten van zijn hartig enthousiasme.

Ik deel dit uit pure bewondering voor Jan Van Eyck, volgens mij de grootste schilder ooit. Te bewonderen dankzij de website ‘Closertovaneyck’. (Je moet klikken om in te zoemen op het beeld hieronder).

In de ‘Madonna met kanunnik Joris Van der Paele (1436), te bewonderen in het Groeningemuseum in Brugge, heeft Van Eyck de kanunnik zo realistisch geschilderd, dat een reumatoloog er onmiskenbaar arteritis temporalis op herkende. (Hyperrealisten zouden het vandaag niet zó precies kunnen doen). De licht gezwollen, ietwat stijve linker hand wijst sterk op ontstekingsreuma (polygamya rheumatica), een aandoening die nog al eens gepaard gaat met gezichtsproblemen. Vandaag zou men daarvoor geen bril voorschrijven, maar dat wist men in de 15e eeuw natuurlijk niet.

Brillen waren begin 15e eeuw al goed ingeburgerd in de hogere kringen, veel beter dan wordt gedacht. Uit doeanedossiers van de haven van London bleek dat tussen juli en september 1384 alleen al 1151 brillen uit de Lage Landen werden geïmporteerd. Maar men liet er zich niet graag mee portretteren. ‘Brillen’ werd geassocieerd met ouder worden en wie wil zich nu zo vereeuwigd zien? Tenzij een kanunnik die toch al goed in de zestig was. En zeker als er andere, religieuze redenen waren, waar de kanunnik zich ongetwijfeld wél graag mee associeerde: het licht dat door glas schijnt stond symbool voor de Incarnatie (dat God mens is geworden). Translucentie stond symbool voor de maagdelijkheid en de bril maakt de rol van Maria in de Incarnatie (letterlijk) groter. Dat de kanunnik de bril vasthoudt bewijst zowel zijn devotie voor Maria als zijn kennis van het woord Gods.

Ik geloof daar allemaal niet in, maar het is wel ontzettend boeiend. Ook al omdat het gebruik van brillen de kennis van optica bewijst, en daarmee de waarschijnlijkheid dat Van Eyck optica gebruikte voor zijn (fotografisch precieze) schilderijen.

In elk detail van Van Eycks schilderijen zit een schat aan kennis verborgen.
(Sorry dat ik u hiermee lastig val. Ik heb me gewoon effe laten gaan…)

Waarop ik zei: “lastig? Meer van dat!” En Rik zich nog eens mocht laten gaan…

allez dan, nog eentje. Jan Van Eyck was een beetje de Hitchcock van zijn tijd. Die liet zich ook onopvallend graag zien in een scene. Van Eyck ook. In dit schilderij doet hij dat in de reflectie van het schild van Sint-Joris (wiens gezicht overigens een beetje van Bart De Wever heeft, maar dat geheel terzijde ☺️).

Piëta 13

voor het eerst krijg ik zicht op de eindstreep. Dit weekend nog lang verder gewerkt aan de decors van piëta en uiteindelijk afgesloten met alles ingekleurd en ook alle tekenwerk klaar. Het beeld is nu eigenlijk ook “af”. Wat er nu nog bij komt is het barokke motief in het behang en nog wat accenten die door het overwrijven van de tekening wat vager zijn geworden.

Voor mijn laatste weekend heb ik me geamuseerd om nog wat frivoliteiten in het beeld te brengen: een appel, een ninja, een farao,…Ze zitten niet in de originele stoel maar wel in de mijne 🙂 Het blijft toch wel gek dat je met een punt van amper een tiende van een millimeter zo’n 14000cm² zit te kleuren. Ne mens zou voor minder in’t klooster gaan wonen…

Het idee van een puzzle blijft ook al in mijn gedachten omdat je dan idd al die kleine tekeningetjes ook te zien krijgt. Ik moet ’s kijken welke formaten van puzzle mogelijk zijn.

En toen was er ook nog die competitie om met het kleinste potlood te tekenen. Ik weet niet of opoe het nog haalt maar hier stop ik ermee 🙂