STADSWACHT (22): EINDE

Voor je begint te lezen: heb je al gestemd? Ja –> lees dan in alle rust verder.

Neen? –> wil dan eerst stemmen voor mijn tekening. Ik steek er veel moeite in (in de tekeningen en de blogs), het is een kleine retour die je geen cent kost maar wel van grote betekenis is voor mij (als motivator om verder te doen). Klik hier https://nationaleexpo.museumpas.be/project/36907

Dit is dus de laatste blog van de #stadswacht. Nét binnen de termijn van “eind oktober klaar” heb ik ‘m vandaag (30/10/2022) afgewerkt. Tussen de vorige blog en deze zitten ongeveer 15uren werk aan domweg inkleuren van de achtergrond. Gelukkig was die al helemaal uitgetekend en ging het “snel”.

Voor de zekerheid was ik vorige zaterdag nog naar Lucas Arts geweest om wat extra potloden voor de achtergrondkleur. Een tussentijds trouwfeest kwam goed van pas om nog ’s naar de gevels van het Gentse stadhuis te kijken voor ik er aan begon. Ik heb de gevel niet helemaal correct weergegeven, eerder een suggestie ervan (zie eerdere blog). Dat is met opzet gedaan om de focus op de voorgrond te houden.

Gewapend met potloden, lat, tekendriehoek en de tablet kan ik er helemaal tegenaan. Ik vergroot de tafel in de lengte door er de strijkplank achter te zetten. Dat is verdekke nog handig zo’n strijkplank. Die kunt ge perfect op de hoogte van de tafel zetten. Super gemakkelijk. De potloden vliegen er door alsof ze van boter zijn. Continu bijscherpen en aan die prijs (ongeveer 3,5euro/stuk) zie je veel centjes in de asbak verdwijnen. Wanneer mijn punt afbreekt, werk ik met de punt alleen tot zolang het mogelijk is…

Maar finaal geraken we er. Met zwarte middenvinger (of kakabruin hé Brecht) en vervloekt veel geduld ben ik er geraakt. Hij is af en ik kan hem bij deze officieel voorstellen: de #STADSWACHT. In lage resolutie hieronder, wil je’m graag in detail bekijken: KLIK HIER voor de hoge resolutiefoto.

Bedankt voor het volgen van deze reeks gedurende 4 maanden. Ik neem nu even een break en dan zien we wel wat er voor nieuws op papier verschijnt 🙂 Hopelijk tot in het KMSKA.

En de living…die staat weer klaar voor ander verhaal 🙂

STADSWACHT (21): BIJNA MAAR

nog niet heeelemaaaaal…wij zijn er bijjjjjjjjjjnaaaaa…

Vandaag nog ’s flink doorgewerkt en na een volle dag tekenen en inkleuren is de balustrade van het stadshuis klaar. Om het contrast te verhogen heb ik de gaten ingekleurd met donker bruin. Dat klopt niet helemaal maar ‘k vind het goed zo. Artistieke vrijheid noemen ze dat 😉

Ik vind het effect wel interessant. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat de frontfiguren zo hard naar voor zouden springen door dat kleine muurtje in te bouwen. Maar voila, ikke blij. De volgende keer werk ik verder aan de muren en de deuren en dan zal de tekening zo goed als klaar zijn. (eindelijk)

STADSWACHT (20): STOFZUIGEN

Tijdens het weekend van Buren Bij Kunstenaars heb ik alle personen nog kunnen afwerken. Ik kon dus zondagavond beginnen aan de achtergrond en liet zelfs Dieter een stukje van de balustrade mee inkleuren 😉 De balustrade was nog even om de resttijd van die laatste zondag te vullen. Het is meer de bedoeling om aan de vloer verder te werken…

Terug thuis.

Op deze zondag 23/10/2022 (dag waarop ik blog is niet altijd de dag van publicatie 😉 ) probeer ik eens iets nieuws. Ik ga mijn pastelkrijt van mijn tekening stofzuigen! Daarbij moet ik wel voorzichtig zijn om geen krassen in het papier te maken. Alsof ik er mij écht zorgen zou moeten over maken…Zo’n pastelkrijtstaaf is redelijk hard en durft wel al eens in het papier krassen achterlaten. En soms vind ik dat ergerlijk maar nu, bij het inkleuren van de vloer, vind ik dat best OK. Een vloer zonder krassen zou geen echte vloer zijn hé 🙂

En dus (zoals je al een beetje kan zien op de stofzuigfoto) is de vloer hiermee klaar. De foto’s zijn slecht gemaakt maar ’t moest rap gaan 😛 Feestje van Tessa laat niet op zich wachten 😉 Ik ben best tevreden met de vloer. De figuren “staan” nu echt. Volgende stap is de balustrade afwerken. Die maak ik helemaal in potlood en is naar het model van het Gentse stadhuis. De deuren, de muur en de vloer zijn ook getekend naar reëel voorbeeld maar dat kon je al zien in blog 14 van deze reeks.

STADSWACHT (19): 7 MENSEN VERDER

Wat minder bloggen = meer tijd om te tekenen. Dus een tweede updateblog deze week met nieuw inkleurwerk 🙂 Wie geen zin heeft om de vorderingen zelf uit te zoeken, kijk onder de fotoreeks 😉

Wat meteen zal opvallen is dat de 3e brandweerman is ingekleurd. Deze maakt zich klaar om de brand te blussen. De figuren tussen de 2 brandweerlui zijn ook ingekleurd: op het voorplan onze mascotte voor de kinderen in het onderwijs, daarachter de anonieme jongen. Op het achterplan: 2 dames van de onthaal van de technische dienst en de schoorsteenveger is ingekleurd en bijgekleurd. De directeur van de dienst (die de Gentse vlag een duwtje geeft) was al bij de vorige blog ingekleurd maar ik was vergeten erover te vertellen.

Oef! Rest nog de broek van de brandweerman, zijn jonge hulp linksvoor in beeld en de 2 architecten op het achterplan.

STADSWACHT (18): SAFETY FIRST

Mahowseh! Na een weekend Buren Bij Kunstenaars (ten huize Carlos Caluwier) ben ik erg tevreden. Niet alleen blij dat ik goed heb kunnen doorwerken maar tegelijk ook van de vele mensen die ik heb ontmoet en de verhalen die ik heb kunnen vertellen. Ik vind het altijd wel tof om mensen een eerste blik te gunnen en ze daarna mee te nemen op een wandeling doorheen het beeld. Ik denk dat het dat is wat de bezoekers ook naar Carlos trekt. Voor wie niet langs geweest is: het was een succes. We (= Carlos, Bieke en ikzelf) zijn enthousiast over de opkomst en jullie interesse in onze kunsten. Zalig. We zien jullie met veel plezier terug op een volgend evenement. Abonneer je maar alvast op mijn blog om op de hoogte te blijven. Abonneren is supereenvoudig: op de hoofdpagina (onder de knop “blogs”) scroll je tot het invulvak voor je mailadres, klikken op “VOLG” en klaar 🙂

Maar natuurlijk blog ik vooral om het over de #stadswacht te hebben. De brandweervrouw die bij de vorige blog nog in opbouw stond, die is inmiddels helemaal afgewerkt 🙂

Ik ben hier erg tevreden over het resultaat. Echt eerlijk vind ik de kleuren bij deze veel “voller” dan bij de andere brandweervrouw (een beetje rechtser op het geheel). Ik heb alvast het kleurenpalet apart gehouden.

Ah! Misschien was het niet meteen opgevallen maar ook onze “Bannick Cocq” heeft een broek gekregen. Het was geen zicht zo enkel een bovenstuk zonder verdere afwerking. Ergens moet ik afgeleid geweest zijn want ik werk van rechts naar links. Jup, Koen, dat klopt, deze keer van rechts naar links omdat ik (ook) met pastelkrijt werk en dat ik in die richting NIET met mijn hand op een reeds ingekleurd stuk lig. Tjah, voor de broek ga ik dus extra moeten opletten dat ik mijn hand niet neerleg op het papier…

Om mijn gedachten ’s te verzetten werk ik tegelijk ook de helm af van onze “militair” van dienst én de broek van collega E. links van de brandweervrouw.

Even terugkomend op de Nachtwacht van Rembrandt… Ik stel – in mijn vertellingen – deze schutterscompagnie altijd voor als een equivalant van de hedendaagse politie. Er zijn gewapende inspecteurs maar er zijn ook burgers die bij de politie werken. Samen zorgen ze ervoor dat een stad of een gemeente veilig blijft. Behalve een bedreiging van buitenaf (een mogelijke inval van de Barbaren op Amsterdam bijvoorbeeld), vroeg ik me af hoe onveilig de steden waren in die jaren. Ik ging op onderzoek.

De gouden eeuw klinkt erg glamoureus. In tijden van overvloed is er helemaal geen nood aan crimineel gedrag. Waarom zou je? Er is immers overvloed! Maar dat is niet altijd en overal zo. Vele gezinnen leven in armoede. Mensen werken voor een schamel loon, 6 dagen op 7 en soms moeten de kinderen boven de 6 jaar ook al aan het werk. Klinkt een beetje Daens-achtig als je’t mij vraagt. Kinderen die werken, gaan niet naar school, ergo: er zijn weinig groeikansen om uit de miserie te geraken. Een vicieuze cirkel. Bedelaars waren ongewenste personen. Ze werden meestal opgepakt en aan het werk gezet in het rasphuis. Maar goed, bedelen maakt van je nog geen crimineel…

Ik bots op dit interessante artikel over het nachtleven van vroeger en quoteer “Historia”:

In de nacht wordt gemoord

In Castilië in Spanje werd twee derde van alle moorden ’s nachts gepleegd, zo bleek uit een 17e-eeuws onderzoek. De situatie was nog erger in de Noord-Franse stad Douai, waar drie op de vier moorden tussen de eerste en de tweede slaap werden gepleegd.

De nacht behoorde toe aan misdadigers, dus waagden weinigen zich buiten. De straten in Europa waren ’s nachts zo onveilig dat een Italiaans gezegde luidde: ‘Wie ’s nachts naar buiten gaat, solliciteert naar een pak slaag.’

De Engelse reiziger Fynes Moryson noteerde rond 1600 dat ‘het in alle delen van Italië onveilig is om ’s nachts over straat te lopen’.

Een bezoeker van Valencia beweerde in 1603: ‘Zodra de avond valt, kun je niet naar buiten zonder schild en harnas.’

In Moskou werden ’s nachts zo vaak moorden gepleegd dat de stad zelfs een speciale plek had waar de doden werden neergelegd. Hier konden bezorgde familieleden bij dageraad gaan kijken of hun dierbare was omgekomen.

Sommige steden probeerden met wisselend succes de nachtelijke straten veilig te maken met gewapende bewakers. In de Noord-Franse plaats Saint-Malo vonden de bewoners een andere manier om de mensen ’s nachts veilig te houden, aldus een reiziger begin 17e eeuw:

Als de nacht valt, luidt een bel om iedereen buiten de stadsmuren te waarschuwen dat ze naar binnen moeten gaan. De stadspoorten worden gesloten en acht of tien koppels hongerige mastiffs worden losgelaten in de straten. De ongelukkige dronkaards die er nog liggen worden de volgende ochtend gevonden, net als Izebel in Jizre’el.’ Een verwijzing naar het Bijbelverhaal over Izebel die om het leven werd gebracht en door honden werd opgegeten.

Dat lijken me dus best onveilige tijden en goede redenen om een nachtwacht op pad te sturen. Het volledige artikel over het nachtelijke leven van vroeger lees je via deze link 🙂

Buren bij Kunstenaars: volgend weekend!

Vriend-kunstenaar Carlos Caluwier stuurde gisteren onderstaand bericht de wereld in. Van mijn kant wil ik graag ook mijn collegae-kunstenaars in beeld brengen. Er zijn namelijk redenen genoeg om naar Zwevegem af te zakken en naar Max zijn verhalen te komen luisteren maar er zijn minstens evenveel goede redenen om naar Carlos en Bieke hun werken te komen kijken.

Zwevegem = 15 minuten van Kortrijk, 35 minuten van Gent. Een leuk zondagnamiddagverzetje.

Net als ik vertelt Carlos honderduit over zijn CCCorpus. Een figuur waar jaren aan gewerkt is om tot een homo-universalis te komen. Carlos evolueerde, evolueert en experimenteert met klassieke en nieuwste technieken om zijn verhaal meer kracht bij te zetten. Tegelijk evolueert zijn CCCorpus continu naar een menselijk figuur dat je altijd aanspreekt, wie je ook bent, waar je ook bent en hoe je je ook voelt.

Dag iedereen

Het is weer zover! We zetten onze deuren terug open voor Buren Bij Kunstenaars! 

Dit jaar wordt het een bijzondere editie. We zijn deze keer met drie kunstenaars onder één dak. Onze gastkunstenaar en goede vriend Max Van Hemel is dit jaar van de partij. Max staat gekend voor zijn potloodtekeningen vergezeld van een boeiend verhaal. Een belevenis op zich. Ook voor Bieke wordt het een soort primeur. Bieke brengt haar eerste collectie zilver mee. Dit jaar wordt dus een mix van zilveroorringen en sieraden met glas.

Verder ben je natuurlijk van harte welkom in mijn atelier om achter de schermen van de CCCorpus te kijken en in de woonkamer de collectie te bekijken. 

De voorbije jaren zijn ook wat bijzonder geweest… Zo hebben we wat gezelligheid en bijpraten in te halen! Daarom hebben we besloten om een extra dag onze deuren open te zetten. 

Dus wees ook van harte welkom op vrijdag voor kunst te kijken, bij te praten en een drankje!

Een overzicht van de openingsuren kan je vinden in de flyer!

Tot dan!

Bieke, Max en Carlos

Carlos Caluwier

watermolenstraat 3
8550 zwevegem

beeldend kunstenaar
www.caluwier.net
carlos@caluwier.net
056757038
0476738225

STADSWACHT (17): …VAN VERLANGEN

We schuiven gestaag op en zodoende kan ik aan de 2e brandweervrouw in de tekening beginnen. Zij neemt op mijn beeld de rol op van de 2e schutter die zijn wapen afvuurt. De brandweervrouw heeft een blustoestel in de aanslag, klaar om die (kleine) brand aan te pakken.

In plaats van uitleg te geven over schieten en hoe dat moet, wil ik toch wel effe kort de gevaren van een huisbrand onder de aandacht brengen. Wat ik nog altijd het meest handige blusmiddel in huis vind, is een branddeken of blusdeken. Veel meer dan een klassieke blusser kan je met een beetje handigheid een brandje blussen met een deken. Ik denk dan spontaan aan de friteuse die vuur vat. Met een poederblusser (of andere) moet je toch al wat techniek kennen (als je al het juiste toestel vast hebt). Een blusdeken heb snel bij de hand en is ook – in paniek – gemakkelijk over het vuur gelegd. Een blustoestel zoals de brandweervrouw op de tekening in handen heeft, is al een ferm groot om in huis te hebben. Zelfs die van de auto’s zijn veel kleiner.

Maar hanteer vooral als gouden regel: als het brand ga dan zo snel mogelijk naar buiten (thuis, op het werk, in de supermarkt, whatever). Bel 112, meld je naam en adres en zeg meteen waar het om gaat. Zijn er nog mensen of dieren binnen, zeg dat dan ook direct. Meer info over brand en Brandweer kan je lezen op de website https://brandweerzonecentrum.be/

Terug naar de tekening, want daar draait het toch allemaal om 😉 Voorlopige tussenstand zie je hieronder. Tiens…het valt mij nu pas op dat ik de legerhelm ben vergeten inkleuren. Mah seg! Te noteren op mijn TO DO-lijstje 🙂

STADSWACHT (16): FRIVOLITEITEN

En we doen verder aan de #stadswacht. Het wordt moeilijker…mentaal gezien dan. De uitdaging is er zo wat af met de portretten en het inkleuren van de kledij loopt niet zo snel dan verwacht.

Toch kreeg ik een frivole boost met het inkleuren van het hemd van onze “Banninck Cocq“. Bij G. word ik altijd vrolijk van zijn hemden. Ze zijn altijd versierd met tropische, feestelijke motiefjes. Ik had dan ook gevraagd voor deze gelegenheid zeker één van zijn hemden aan te trekken. Ik had het eerst niet echt door maar tussen de planten en bloemen zitten ook vogels verborgen. Zalig om te tekenen 🙂

En dan was er nog W. zijn outfit! W. verwerkt administratie op de dienst. Voornamelijk facturatie. Voor de kledij had iedereen de opdracht gekregen om zijn/haar figuur van het schilderij van de Nachtwacht goed te bekijken en zelf iets aan te trekken dat er naartoe gaat maar dan ook weer niet te carnavalesk.

W. kwam op de dag van de shoot met zijn eigen legerkostuum op de proppen. Op zijn minst een verrassende keuze. Ging dat wel passen in het geheel? Maar dan weer, moet een vaandeldrager niet een beetje “speciaal” zijn? Wat is een compagnie als de vaandeldrager al niet opvalt? Een prima keuze qua kledij dus 😉

In afwachting tot de volgende blog zoek ik nog ’s op wie W. nu precies reïncarneert. Het gaat om Jan Visscher Cornelisen (met 1 s?). Veel vind ik niet over hem, over zijn functie vind ik wel interessante informatie.

Niet iedereen kan zomaar vaandeldrager bij de schutterij worden. Je moet uit een vermogende familie komen en vrijgezel zijn. De vaandeldrager loopt immers altijd voorop in de strijd. Mocht hij daarbij om het leven komen dan blijven er in ieder geval geen rouwende vrouw en kinderen achter.

Jan Visscher Cornelissen is zo’n welgestelde vrijgezel en wordt in 1637 vaandeldrager van de compagnie. Men omschrijft hem als een goed opgeleide koopman met een onderzoekende geest en brede interesses. Bovendien heeft hij een grote verzameling boeken, schilderijen en tekeningen. Cornelisen is met zijn goede reputatie het perfecte paradepaardje voor de schutterij. In de Nachtwacht krijgt hij dan ook een glansrol vol in het licht.

En de “waterbergen” die zijn gelukkig helemaal verdwenen…Niets van last meer van. Oef! Dat was toch effe billen knijpen.

STADSWACHT (15): WET WET WET

Terug van Kunst in het Dorp beslis ik om na een paar dagen rust de tekeningen van hun bubbelfolie te ontdoen en ze maar ’s naast mekaar op te stellen. Dit is nodig om de overlappende figuren uniform in te kleuren. Er zou anders wel eens een kleurverschil tussen beide panelen kunnen ontstaan.

Maar bij het lossnijden van de verpakking valt me op dat deze nog langs binnen nat is. Bij de afbouw van Kunst in het Dorp regende het (nogal hard) maar intussen waren we wel al 4 dagen verder en zo veel water had ik nu ook weer niet verwacht… Damagecontrol: van het linkse paneel is voor 3/4 van de hoogte een strook van 5cm kletsnat papier. KAK! En natuurlijk kon het niet anders dan dat dat de rechtse kant (dus vlak naast de scheiding van beide panelen) moest zijn.

Met een lamp en scheluw licht was het direct zichtbaar: opgeblazen papier in een fijne strook loopt als een dartel riviertje over de tekening. Er kunnen erge dingen gebeuren bij een transport maar dit hier had ik mij nu ook weer niet aan verwacht.

Met een papieren verdoezelaar probeer ik de “bergwand” aan opgeblazen papier plat te drukken hopende dat, wanneer het papier droogt, het terug tegen de rug zal kleven. Tegelijk denk ik na over mogelijke technieken die ik nog zou kunnen toepassen om tijdens het drogen het papier toch opgespannen te krijgen. Ik denk aan dingen die ik eerder heb toegepast op doeken en op papieren wanneer ik met water werk maar ik kan momenteel niets beters bedenken dan heel zachtjes drukken op de verhoging. (Ik had ervoor geprobeerd met een deegrol de bergketen plat te rollen maar dat had geen effect).

De dag later is het papier gelukkig al droog en “het probleem” is bijna niet meer te zien. Ik leg er mij bij neer en reken er op dat – eens de zone ingekleurd zal zijn – er niets meer van te zien is. Dat is dan finaal nog het grote geluk: de natte zone was nog niet ingekleurd of althans niet met wateroplosbaar materiaal. De aquarelpotloden waarmee ik werk zijn zo goed dat bij de minste drup of spat ze oplossen. Zalig om mee te werken maar niet wanneer het voorvalt zoals hier.

Enfin, na alweer flink wat uren getekend zijn we toch een paar stappen verder dan de beginfoto van deze blog. Ik help je wat met de 10 verschillen: de figuur met zwarte hoed achteraan heeft nu een volledig zwarte pull aan, de man de groene vest heeft een broek aan (allez, hij had die al aan maar nu heeft ze ook een kleur), de dame links achteraan haar kledij + haar is ingekleurd, de frontman zijn linkerhand werd uitgewerkt en een goede aanzet van zijn rechterhand werd getekend, het jasje werd (in geel) uitgewerkt.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

Frans Hals: the swinging ’30’s

Over de jonge jaren van Frans Hals weten we niets. Hoe hij tot zijn gekende expressieve schilderstijl evolueerde of er meteen mee begon (en dus de klassiekere beheerste portretstijl – die toen erg in trek was – kordaat oversloeg) het is tot nu niet geweten.

Het eerste gekende werk van Frans Hals is het portret van Jacobus Zaffius uit 1610.

Hals is dan ongeveer 30jaar wat op zich vrij laat is om te beginnen aan een schilderscarrière zonder voorafgaande historiek. Persoonlijk denk ik dat er rond dit moment een wissel in stijl kwam en dat het verschil met de voorgaande stijl zo groot is dat men in die eerdere stijl Frans Hals niet herkent. Daarbij kan het ook zijn dat hij vroeger in opdracht werkte en dus voor een andere kunstenaar (zijn leermeester?) werkte waardoor men gewoonweg over de schilderijen van Frans Hals kijkt omdat er een andere naam onder staat. Maar dat zijn mijn hypotheses. Of had de stilte voor 1610 een politieke reden (bvb ivm de Spanjaarden), kan ook zijn…

Het is al meteen vanaf dit portret duidelijk dat de verftoetsen snel en trefzeker worden aangebracht. Met brute en verfijnde penseeltrekken weet hij de kijker te leiden naar wat je moet gezien hebben, wat de kern van het werk is, de boodschap en de rest is “versiering”. In het Geheim van de Meester wordt dit portret verder uit de doeken gedaan. Er wordt zelfs in vraag gesteld of het een werk van Frans Hals is en of het achteraf werd bijgesneden (een techniek die in die tijd niet ongebruikelijk was).

Wat we in bovenstaand portret nog merken is de statische houding van het model. Maar de lichtinval van links, de krachtig witte lichtpartijen en de “wilde” markeringen die baard, neus en kraag diepte geven vallen op. Het bruin-rode bont is niet gedetailleerd maar geanimeerd. Het lijkt wel alsof er een fris windje door de kamer loopt terwijl er wordt geschilderd. Hals schildert zoals Zorro zijn Z tekent.

Ik kan natuurlijk niet elk portret in detail gaan bespreken, dan zijn we vertrokken voor een boek van 250 pagina’s. Daarom neem ik je mee in een snelcursus. We gaan meteen door naar 10 jaar later en dan zien we dit “portret” van de een familiegroep in landschap met 3 kinderen en een bokkewagen. Je krijgt er ineens een beeld hoe men er zijn hand niet voor omdraaide om een familieportret in stukken te snijden om eender welke mogelijke reden.

De reconstructie is nog steeds niet volledig, er ontbreekt nog een stuk rechts onder. Was het niet interessant? Is het verloren gegaan of zal het ooit nog ergens opduiken?

Maar kijk vooral naar de stijl, de manier van aanpakken. Ik zei het al bij de vorige blog, de speelsheid van de compositie. Herken je al het licht van links, de fel witte kragen en de losse stijl van poseren? Maar kijk nu ook naar de evolutie in de zwarte kledij. Bij het eerste portret is het nog bijna vlak zwart en nu zijn er wel 27 tinten zwart (volgens Van Gogh, niet volgens een of andere grijze boekschrijver 😉 )

De kanten zijn van ver zeer gedetailleerd maar van dichtbij zijn ze eerder grof geschilderd. Dit maakt dat ze van ver ook nog mooi en gedetailleerd ogen. Bij een fijn uitgewerkt schilderij zie je de details eerder als je er met je neus gaat op staan (hé Jan) maar grote portretten zoals deze bekijk je meestal van op afstand. Ze hangen in grote herenhuizen of paleizen.

Terwijl meerdere tijdgenoten zich laten beïnvloeden door Caravaggio en kiezen voor het theatrale licht-donker-effect (zie Vermeer) , blijft Frans Hals trouw aan het vol licht. Schuiven we de tijdlijn nog ’s 10 jaar op dan zien we dat hij nu 200% trouw is aan zijn techniek zowel in snelheid, expressie als in licht vatten.

Het gezicht is niet in rust en op het gemak geschilderd. Het is snel geschilderd. Gespeeld met licht en donker. Bij deze manier van schilderen zou je bijna denken dat het “naar levend model” is geschilderd, dat het terplekke in het café op het feestje is gemaakt. Dat laatste is niet onmogelijk maar redelijk onwaarschijnlijk aangezien het verplaatsbaar maken van het schildersgebeuren toen niet gebruikelijk was en (omdat er nog geen verftubes ed bestonden) niet erg praktisch was. Wat wél een mogelijkheid is, is dat Frans dit schilderij gewoonweg uit het geheugen heeft geschilderd. Misschien vroeg hij wel één van zijn kinderen om te poseren en moest het daarom des te sneller gaan. Kinderen zitten meestal niet al te lang stil. Maar dat het een ongewone manier was van werken voor die tijd, daar twijfelt niemand aan.

Nog iets opvallend is de glimlach met open mond. Zie mijn kunstweetje KW48. Omwille van de gebrekkige mondhygiëne was dat verre van “done”, eerder “not done”. Zelfs nog vele jaren later was tandhygiëne een zwakke plek in de geneeskunde. De perikelen van Lodewijk XIV spreken boekdelen hierover.

Als laatste nog dit portret. We springen ineens naar 1660. 30 jaar na de fluitspeler van hierboven.

Hopelijk valt je meteen op hoe de mode is veranderd. Weg zwart! Weg korte haren! Nu zijn er kleuren en lange haren, liefst met krullen. En van waar kennen we die mode? Van bij de tandarts van aanvoerder “Louis met het rugnummer van Dries Mertens” natuurlijk 😉

Kijk ’s naar hoe swingend dit is geschilderd. Op het eerste zicht knap en gedetailleerd maar bij nader inzien ruw, slordig en dynamisch. De hand lijkt meer op een klomp en de duim op een opgeplakte valse nagel. Maar had je dat zo gezien had ik het niet gezegd? Allicht niet. En dat maakt dat dit een zeer aangenaam portret is om naar te kijken. Je wordt er gewoonweg zelf spontaan vrolijk van, toch? 🙂

En nog steeds met het licht van links, de felle witte partijen die diepte geven en de vele transparante lagen stof die het geheel diepte geven: dit werk is zeker gesigneerd Frans Hals.

Door de losse stijl van Hals wordt dikwijls gezegd dat hij een alcoholprobleem had en daardoor niet precies kon schilderen. De onderwerpen van zijn schilderijen en zijn financiële problemen zullen daar allicht ook wel aan bijdragen. Sommige bronnen beweren zelfs dat Frans Hals zijn hand zo losjes was dat hij er al eens zijn vrouw mee bewerkte. Al is dat niet gelogen, maar wel verwarrend want in dat laatste geval gaat het om een andere Frans Hals die – moet lukken – ook in Haarlem woonde. Onze Frans Hals gaat met zijn stijl helemaal mee in de zwier van de Barok (zie KW37) en het is er voor mij aan te zien dat hij het meer had voor de stijl die Rubens en Van Dyck hanteerden dan voor de stijl die de andere Nederlanders hanteerden. Misschien maakte die differentiatie (zeg maar “avant garde”) ook zijn renommee. Al was die maar van korte duur want de Barok werd redelijk snel gevolgd door de Rococo ( zie KW38) waardoor de rijkere klasse de Barokschilderijen uit de mode ging vinden en ze al snel op zolder belandden (waar ze dan vele jaren later werden terug gevonden en als het écht vele jaren later was, er nog eens flink veel poen werd verdiend op de gezondheid van de overgrootvader).