KW38: de schelppistols

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Bij het vorige kunstweetje vertelde ik je van waar de naam “Barok” komt. Dat kan je dus nu als een échte allesweter uitleggen 😉 Na de Barok kwam de Rococo. En Rococo dat spreekt voor zich…toch? Of niet? Natuurlijk niet want Rococo dat is een samengesteld woord. Als ge’t niet weet, komt ge’r gewoon nooit op.

Rococo is de samenstelling van de woorden “rocaille” en “barok”. Rocaille is het Franse woord voor schelpenmotief. Barok dat zou je intussen wel al moeten weten. Maar zeg niet zomaar “schelp” tegen een rococo-rocaille. Je zou op den duur nog gaan denken dat de Venus van Botticelli een rococo-schilderij is. Verre van! Als Renaissance klassieke muziek is, Barok rock en roll dan is Rococo punk met suiker. De Rococo die gaat er los over, terug en nog ’s los over. Het kan maar niet genoeg zijn. Ik zou het bijna durven vergelijken met mijn eigenste legendarische pannekoekenbeleg.

“Trop is nooit te veel” voor de Rococo. De bloemlezing hieronder zal je dat wel snel duidelijk maken.

Maar hoe herken je de Rococo-stijl? Tricky want er was nogal een flinke transit tussen de Barok en de Rococo. Als je ergens twijfelt of het nu Barok is of Rococo, dan let je even op deze checklist:

  • zijn er veel schelpachtige vormen –> Rococo
  • de bleke dames hebben een flinke roze blos op de wangen –> Rococo
  • het ziet er uit als een biscuit postuurke van bij de bomma –> rococo
  • te veel zwier en beweging in het beeld –> Rococo
  • het ziet er allemaal perfect gezellig uit maar het eigenlijk is het ondeugend erotiserend –> Rococo
  • de goudverf stond in afslag –> Rococo

Maar vooral vergeet je niet dat Rococo een samentrekking is van rocaille en Barok. Dat weet zo goed als niemand 😉

 

KW37: De Naam van de Kunst

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

In mijn blogs verwijs ik regelmatig naar verschillende kunststromingen. Dat de wereld sneller en sneller draait, dat kunnen we ook aantonen aan de hand van de kunststromingen. De Egyptenaren hielden het een paar duizend jaren uit om hun cultuurstroming binnen de top 10 te houden. De Oude Grieken kwamen daar even snel – voor een paar honderd jaar (ong. 1100 vC tot 100vC)- hen van de troon stoten en toen kwamen de Romeinen (ong. 750 vC tot 475 nC) er tussen en namen de eerste plaats over.

Als we de middeleeuwen – met de Gotiek al hoogste punt – aanzien als de periode tussen de val van het Romeinse rijk en het begin van de Renaissance, dan moeten die zo ongeveer van 475nC tot 1350nC hebben geduurd. En dan nemen we een rollercoaster: de Renaissance heerst van 1350nC tot 1600nc, wordt dan opgevolgd door Barok tot ong. 1700nC.

Rococo houdt het al geen 100jaar meer uit en sterft ergens 1775nC.

En daarna? Classicisme, Romantiek, Realisme, Impressionisme, Expressionisme, Art deco, Animisme, Nervia, Sociaal realisme, Nieuwe zakelijkheid, Avant-garde, Bauhaus, Kubisme, Dadaïsme, Assemblagekunst, Futurisme, Metafysische schilderkunst, Magisch realisme, Surrealisme, Naïeve kunst, Cobra, Op-art, Happening, Fluxus, Videokunst, Performance, Biomorfische schilderkunst, Informele schilderkunst, Existentiële kunst, Popart, Kapitalistisch realisme, Nieuwe figuratie, Arte povera, Fundamentele kunst, Outsider art, Nieuw realisme, Conceptuele kunst, Nieuwe Wilden, Graffiti, Bodyart, Mail art, Land art, Neorealisme, Noordelijk realisme, Zero, Onafhankelijk realisme, Planetarisme, Toyisme, Business-art, Digitale kunst, Line-art, Maniakisme,…

Het is zo duidelijk als een coronaregel dat een mens op den duur echt niet meer weet welke kunstsoort hij herkent 😉

Maar als ik u in die hele reeks aan benamingen vraag of je kan uitleggen van waar ze afkomstig is, dan zal dat nog redelijk lukken, toch?

Egyptische, Griekse, Romeinse kunst…Middeleeuwse kunst…dat spreekt nogal voor zich. Renaissance dat kwam van “wedergeboorte” van de klassieke kunsten (Grieks/Romeinse kunst). Maar dan…de Barok! Barok…van waar komt die naam eigenlijk? Barok dat woord komt van het Portugese “barroco”.

Zo glad, gecontroleerd, evenwichtig en perfect als de parel van Renaissance was, zo dynamisch, imperfect en eigenzinnig is de Barokparel. Barroco is het best gekozen woord voor deze onregelmatig gevormde parel.

Barok is een flinke tegenhanger voor de Renaissancekunst. Ik verwees er ook al naar in mijn blogs over Galatea: je ziet het al aankomen in de dynamiek van het schilderij, de wilder wordende plooien in de stoffen en de vele getorste lichamen, bijna in onmogelijke houding. Alles om toch maar een dynamiek en een rebels onevenwicht-evenwicht te tonele te brengen.

Dat is waar Barok voor staat. Beschaafde chaos. De rock & roll na de beschaafde klassieke muziek: Rubens versus Rafael. Vooral Caravaggio lag mee aan de basis van Barok. Rome was een broeihaard. Maar of het daarbij allemaal stopt, dat vertel ik u bij een volgende blog nog wel 😉

Dus vergeet niet: Barok is het Portugese woord voor “onregelmatig gevormde parel”. Eens je dat weet, kan je nogal snel Barok van Renaissance onderscheiden.

 

Abraham blijft logeren

Sinds 2 maanden is Abraham bij ons komen logeren. Ik had gedacht – gelet op zijn aankondiging en de manier waarmee ik er mee om ging – dat hij even langs kwam en een dag zou blijven om daarna op te hoepelen naar het Walhalla. We begroeten mekaar, nemen afscheid en het leven gaat dan terug zijn gangetje. Maar het liep anders. Abraham kan het blijkbaar goed vinden als logee. Hij is nog niet weg! Niet dat ik hem zo direct weer het huis uit wil maar het is wat te druk in het huishouden nu (zou lady Di ook zeggen 😉 ).

Abraham bracht nogal wat onverwachte cadeautjes mee. Al van dag één mocht ik er aan beginnen. Het zag er leuk uit, zoveel cadeautjes. Een klein bolletje achter de 4 tand, onderaan links. Tiens. Dat was er nog niet. Ah nee, want het was een cadeautje dat Abraham voor mij had meegebracht uit 2015. Een nieuwe ontsteking onder een ontwortelde tand.

Alsof dat mij zal tegenhouden! Fietsen met de jongens is zo veel meer waard. En die “ouwe” wil nog ’s bewijzen dat hij het kan. Als hij naar Heist kan fietsen, kan hij dat zeker naar de bakker…zonder ondersteuning. Jee boys! Ik kan het. Eens de start voorbij en de wielen draaien groeit het vertrouwen en de snelheid. Gelukkig is de rit maar 2 kilometer. Heen-en-terug naar de plaatselijke Carrefour van Mariakerke. Allez, niet echt. De terugweg deed ik toch maar weer op de lichte ondersteuning.

Fietsen is altijd een aangename afwisseling voor het thuiswerken. Het geeft frisse lucht in de longen, ge ziet eens mensen en het verzet de gedachten. En het verzetten dat was nodig want met dat telewerken is de houding nogal “standvastig” geworden. De kinesist kon best maar even tussenkomen om die verkrampte spieren weer los maken.

En de tand die bleek gescheurd te zijn. Dat valt al eens meer voor bij ontwortelde tanden. Die worden bros, breekbaar. En zodoende kon er een ontsteking nestelen onderaan waar vroeger de wortel zat. Die tand moest er uit. Mijn eerste “echte” tand binnen de maand na tram 5 eruit. Een emotionele confrontatie.

Maar er is nog altijd het fietsen…maar die knieën…daarvan vond er nu toch wel eentje dat zo fietsen zonder ondersteuning toch niks voor hem was en die ging zich effe opblazen als een kikker. Dik maken. Aandacht trekken. De specialist wond er geen doekjes om: er zit vocht in de knie en dat moet er worden uitgetrokken. Met een naald zo groot als die van Frankenstein doorprikken we het kniekapsel (in het gewricht) en trekken er zowaar een half bad uit. En tiens…die knie zit zo wat “losjes”. Is de herstelde kruisband los gekomen mijnheer? Hebde uw vijs verloren dan? Nu ja, dat ik een vijs kwijt ben, dat weet ik wel, maar dat mijn knie daardoor los komt…Een MR-scan om dat uit te klaren.

Van al die commotie, de politie, deurwaarder, de beperkingen, etc etc  is mijn bloeddruk dan ook maar beginnen stijgen. 150/110 is de nieuwe standaard (gisteren mijn record met 170/130 gebroken). Ook daar bestaan pillekes voor maar die nam ik al…Oeje…hoe gaan we dat oplossen? Mijn god, mijn god, wat is hier aan de hand…

Ik vind Abraham best een OK gast maar ’t wordt tijd dat hij nu toch wel eens ergens anders onderdak gaat vinden. Opkrassen ouwe vent! ‘k Heb het nu wel gehad met zijn cadeautjes. Ik isoleer mij maar wat in de tekenkamer, wie weet helpt het, kan hij mij niet meer vinden 🙂

KW36: Thazus of Thasos

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Waar we’t even gaan over hebben is het gerecht. Niet uwen dagschotel wel het gerecht. Vandaag hebben we allemaal wel al eens onze haren voelen rijzen bij “onrecht”. En dat “recht” zeker niet gelijk staat aan “rechtvaardigheid” dat weten we ook uit de media. Terroristen waarvan zonder twijfel duidelijk is dat ze verantwoordelijk zijn voor vele slachtoffers krijgen nog steeds een proces volgens het recht. Dat die uitspraken voor ons – gewone mensen – soms wereldvreemd en totaal onrechtvaardig zijn, dat weten we intussen ook al. Ik hoop dat u nooit in aanraking hoeft te komen met het gerecht, het is zelden een aangename ervaring.

Dus “het gerecht”…en over gerechtigheid. Bij deze een interessant weetje… Er was eens heel lang geleden (zo’n 2.500 jaar geleden) een supersportman, een Hans Van Alphen van zijnen tijd. Goed in alles en winnaar van veel. Onze held van de dag heet Theagenes van Thanos. Theagenes wint in de 5e eeuw voor Christus zo’n 1300 sportwedstrijden. Kunt u al inbeelden dat hij daarmee wel scoorde ook buiten de sportwedstrijden. Zijn succes is zo groot dat de bewoners van het eiland Thasos een standbeeld van hem laten maken.

Maar hoge bomen vangen veel wind en zelfs al zijt ge dood, dan nog kunt ge maar beter op uw tellen letten. Theagenes had ook wel wat vijanden gemaakt met zijn succes. Een van die ontvrienden vond dat hij het beeld van onze vriend maar ’s moest gaan bewerken met een kettingzaag. Maar omdat er toen nog geen elektriek was, sloeg hij met zijn kettingzaag zo hard op het beeld dat het beeld omver viel…op de man zelf. Morsdood.

En nu komt het: Het beeld werd hierop veroordeeld voor moord en in zee gegooid! (het was dus allemaal de schuld van het beeld)

Moet nu lukken: kort daarna slaat de droogte toe. De eilanders wisten niet wat gedaan en gingen ’s luisteren bij ’t Orakel van Delphi hoe ze dat konden oplossen en weette wat dat Orakel toen zei? Ze moesten het beeld terug uit de zee halen en het opnieuw in alle eer herstellen. En zo werd alles weer peis en vree in het land van Thasos 🙂

Bron: Historia 08/2020

 

KW35: land in zicht!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag Vermeer op het menu. Vermeer kent u van…het meisje met de parel. Daar had ik trouwens al een kunstweetje over: klik maar ’s hier en er was er trouwens nog eentje met een schilderij van Vermeer: hier klikken gij!

Bij deze blog nog eens iets waar we nog niet hebben bij stil gestaan: de muren! Daarvoor gaan we kijken naar 2 schilderijen: soldaat met lachend meisje en allegorie op de schilderkunst.

Heb je je al eens afgevraagd bij het zien van de landkaarten over welk werelddeel dat gaat? Aha! Dat ligt voor de hand. Vermeer leefde in de glorieuze tijd van de grote maatschappijen die naar het verre Oosten of naar het Zuiden voeren om daar goederen en specerijen te gaan kopen en Nederlandse (of Europese) producten te verkopen. Zo’n vaart duurde lang en was niet zonder risico. De specerijen waren daardoor erg duur en konden zelfs als betaalmiddel worden gebruikt. Vandaar de uitspraak “betaling in speciën”.

Maar dus die kaarten. Dat is toch iets mysterieus want hoe meer je zoekt, hoe minder je tot een werelddeel, land of landsdeel komt. Vermeer deed zo veel onderzoek en zijn composities zijn 200% doordacht. Waarom zou hij dan zijn laars lappen aan een (gedetailleerde) kaart en die dan nog ’s zo’n prominente plek in het beeld geven?

Het antwoord is – als ge’t weet – eigenlijk erg eenvoudig. In de tijd van Vermeer werd niet het Noorden maar wel Oosten als bovenkant van de kaart gekozen. Het is daarom logisch dat wij dit beeld niet herkennen. Maar draaien we de kaart een beetje dan krijg je een heel ander beeld te zien. Vermeer baseerde zich meer dan waarschijnlijk op de kaarten van Balthasar Florisz van Berckenrode. De kaart die op het schilderij met de soldaat staat was allicht in het bezit van Vermeer want ze komt nog voor op 2 andere schilderijen. Wanneer je naar de laatste kaart kijkt (die ik gedraaid heb) zou je misschien denken dat ze op haar kop staat, of je denkt nog steeds dat het geen deel van Nederland betreft. Dan moet je je inbeelden dat Vermeer het land blauw heeft geschilderd en zee geel/zandkleur (anders zouden alle bootjes aan land zijn). In het stuk ligt Amsterdam centraal. Het was dus evident voor toen, een beetje mysterieus voor vandaag 😉

bron: docu: de hoed van Vermeer

ACTIE: Corona II-kortingen

Al meer dan 6 maanden werk ik thuis zonder veel meer. Een kunstmarkt in Menen en een weekend Buren bij Kunstenaars zijn – met geknepen billen – toch kunnen doorgaan. Ik mis de mensen of het nu klanten zijn, modellen zijn of mensen die eenvoudigweg uit zijn op een goeie babbel.

Ik hoop dat u mij ook een beetje mist.

Maar dacht je, nu de winter en cadeautjesmaanden er weer aankomen, dat het nu toch wel eens hét moment is om dat portret te bestellen, dat appelvrouwtje dé plek te geven die ze verdient of ben je nog steeds verliefd op dat onbetaalbare schilderij dat je graag in je leefruimte wil, laat ’t mij weten. En ik kom u alvast tegemoet. Nu de coronacijfers terug pieken, lanceer ik mijn “coronakortingen” opnieuw op het internet.

Tot het einde van de tweede coronacrisis geef ik daarom 30% kortingen op alle bestellingen voor portrettekeningen vanaf foto. Dit onder de voorwaarde dat de verwerking (aanleveren van foto, feedback op tekening, verzending,…) helemaal digitaal kan gebeuren.

De kwaliteit van de tekening als het materiaal blijft gegarandeerd.

Meer info over hoe dat precies loopt, kan je lezen op deze pagina: https://maxvanhemel.wordpress.com/portretten/bestel-uw-portrettekening-vandaag-nog/

Coronatarieven worden (op bestellingen tot zolang de “blijf in uw kot”-regeling van kracht is):

papiermaat ongeveer 30x40cm = 425euro -30% = 297euro
papiermaat ongeveer 50x70cm = 875euro -30% = 612euro
papiermaat ongeveer 70x100cm = 1200euro -30% = 840euro

kortingen enkel geldig in België, kopies van bestaande kunstwerken vallen niet onder deze tarieven

 

KW34: de gedoodverfde kandidaat

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Legendarische zinsnede:

Bond: “Do you expect me to talk?”
Goldfinger: “No mister Bond…I expect you to die!”

Uit diezelfde film komt dit beeld

Bondgirl Jill Masterson wordt door Bond gevonden op het bed helemaal in goud dood geverfd…of was het gedoodverfd? Laten we dat eens even nader onderzoeken in deze periode van aanstaande Halloweendagen 😉

Ten eerste – ow spoiler voor de Bondfans – kan een mens niet sterven louter door de huid te beletten te ademen. Zo zou een duiker onder water ook wel ’s kunnen “stikken” door gebrek aan lucht via de huid. Neen, zo lang je langs neus/mond kan ademen stik je niet. Dat het niet gezond is uren ingepakt te zitten, dat staat echter ook wel vast. Het lichaam kan oververhitten of vergiftigd geraken door het niet kunnen afvoeren van stoffen langs de huid. Dus zijt gerust, de actrice overleefde finaal deze scene ook al trok ze zich kort na deze prestatie terug uit de filmwereld wat dan weer voer was voor speculatie over haar (on)dood.

Shirley Eaton (de actrice die Jill Masterson speelt) werd dus niet dood geverfd. Voor de veiligheid lieten de filmmakers toch maar een paar vierkante centimeters van haar buik vrij. Maar van waar komt de uitspraak “gedoodverfd” eigenlijk?

Taaltip: zeg niet “de dood geverfde kandidaat” maar wel “de gedoodverfde kandidaat”. Het is een subtiel maar wel levensvatbaar verschil.

Doodverf kent een onzekere oorsprong maar er zijn 2 pistes die aanvaard worden en op zich wel erg dicht bij mekaar liggen.

De eerste is de basislaag verf die als schets dient om een schilderij op te zetten. Op die basis wordt verder gewerkt om zodoende te komen tot een finaal schilderij. Dat kan – zoals ik dat ooit deed – in het groen maar dat kan ook in een andere kleur. Omdat deze verflaag dan finaal niet meer zichtbaar is, is de laag “dood geverfd”.

Een tweede – volgens mij meer aanvaardbare uitleg – is dat bij het schilderen van een persoon er een grijswitte grondlaag werd gebruikt (ipv het gekende heldere loodwit) en dat die grondlaag die persoon een lijkbleke kleur gaf. Alsof de persoon dood zou zijn, hij is dus “dood geverfd”. Waarbij je al – na het doodverven – zeker weet wie er in “in de verf” zal gezet worden. Vandaar dus “gedoodverfde winnaar”, de persoon waarvan je al op voorhand zeker weet dat hij de winnaar zal zijn. Hieronder een screenshot uit het programma “Het geheim van de meester” (NPO) waar je enerzijds een geschetst schilderij ziet in dat fameuze lijkwit en het originele schilderij door Frans Hals.

Dus wat hebben we vandaag allemaal geleerd om mee te stoefen?

  • de gouden Bondgirl is niet gestorven aan de laag gouden verf
  • zeg niet “dood geverfd” maar wel “gedoodverfd” omdat er toch wel een belangrijk verschil zit op de uitspraak
  • dat er in de jaren 1600 wel heel veel mensen zijn gedoodverfd

Bronnen: het geheim van de meester, snopes.com, wikipedia, onzetaal.nl

 

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

KW33: A la Reine!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag eens een andere invalshoek: we beginnen met een kwisvraag: wat is het verband tussen deze twee dames?

Een tip voor 10 punten? De linkse is Margaretha van Valois en de andere is Maria Leszcynska…

Nog een tip? Voor nog ’s 20 punten: koninginnen, wegvliegen, Frankrijk, België, kip zonder frietjes

Nog niets? Geen belleke? ‘k Zal het u nekeer vertellen. Ons verhaal begint bij mijnheer Marie-Antoine Carême (niet te verwarren met Marie-Antionette). Hij is Franse chef-kok en heeft een deegsoort op punt gezet dat zo licht is dat het kon “vliegen in de wind”. Het vliegende brood-baksel werd gevuld met ragouts van gevogelte, vis, wild of slachtafval. Dat vliegende deeg was een verbetering van het klassieke deeg door er laagjes boter en olie in/op/tussen te verwerken en zodoende kwam mijnheer Carême tot bladerdeeg. Het gevulde laagjesbrood werd toegewijd aan de koningin Margaretha van Valois en de bekendste versie – die met stukjes kip – werd daarom “vol au vent à la Reine” genoemd ofte – vrij vertaald: “de vliegende wind van de koningin” 😉

Maar in de tijd van Margaretha waren het nog echte grote broden die werden gevuld en waar iedereen zijn deel van at. Het was Marie Leszcynska, vrouw van Louis XV, die er het fameuze koninginnenhapje (zeg gerust “een boucheeke”) van maakte. Het koninginnenbrood werd kleiner: Leszcynska is Morezcynska dus…

Dus weetje van de dag: De volgende keer dat je “vol au vent” eet, weet dan te zeggen dat het recept een soort eerbetoon is aan Margaretha van Valois (die naam is niet moeilijk te onthouden, denk gewoon aan de zegelkes van vroeger) en zeg dat voor de eenvoud dat het de vrouw van Louis XV is die het gevulde brood heeft verkleind tot een verfijnde hap 🙂

bron: Wil je de deze historie op helemaal en op een serieuze toon lezen? Klik dan hier.

Met dank aan Katleen Van Huffel voor het inzenden van deze leuke tip

 

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

De Max van Isabel

In het academiejaar 2005-2006 leerde ik Max kennen via “het forum” waar ik afleiding zocht tijdens het schrijven van mijn thesis. Een beetje lachen, beetje zeveren maar evengoed in voor een serieus gesprek.

We delen ook een gemeenschappelijke interesse in de Gentse Feesten, in het bijzonder straattheater en puppetbuskers. Dus elk jaar lopen we elkaar daar – al dan niet toevallig – tegen het lijf. Facebook heeft de afgelopen periode zonder Gentse Feesten goed zijn best gedaan om mij daar aan te herinneren.

Toen Max in 2011 ten voordele van Music for Life enkele werken veilde, deed ik een bod op deze ingekaderde tekening. Ik vond deze fascinerend want de tekening is eerder mysterieus en niet zo een typische Max.

Vorig jaar was ik blij verrast dat “mijn Max” opdook in de 365 dagen blog-reeks (nummer 346), het moet zijn dat ik niet de enige ben die er iets in ziet…

KW32: Te groot? Te klein? Geen probleem!

In blog KW02 schreef ik over de voeten van Christus op Het laatste avondmaal door Da Vinci en over het stevig inkorten van De Nachtwacht van Rembrandt.

Er waren idd jaren waar dit een doorsnee praktijk was. Een schilderij was te groot voor een ander interieur of het paste niet (qua formaat) naast een ander schilderij, dan snij je toch gewoon een stuk af? Een ander schilderij van Rembrandt overkwam hetzelfde lot: Bathseba met de brief van koning David. Een werk waarbij medici menen een borstkanker bij Hendrikje te herkennen (in haar linkerborst zit namelijk een schaduw van een knobbel). Kunstexperts zeggen dan weer dat het mogelijk een oude laag vernis is of niet meer dan een schaduw. We zijn er niet uit. Waar we wel uit zijn, is dat dit schilderij is ingekort want de figuren staan veel te dicht bij de rand. Maar er is nog iets: het doek waarop dit schilderij is gemaakt bestaat uit 2 delen die aan mekaar zijn gezet om zo tot een groter doek te komen. Nu blijkt dat de naad van deze 2 doeken niet recht maar scheef loopt waardoor men veronderstelt dat het doek niet alleen is ingekort maar ook een beetje is gedraaid. Kan je niet helemaal volgen? Bekijk dan deze video eens over het inkorten van dit schilderij.

Maar het kan ook andersom. Een schilderij op hout kan zowel te klein bevonden worden maar het kan ook gekrompen zijn! Hout “leeft” en dat houdt in dat een plank kleiner kan worden met de vele jaren. En dat zie je (soms) aan de lijst waarvan de opening dan weer te groot wordt. In het geval van deze “Le concert Champètre” van Watteau is het schilderij niet verkleind maar wel vergroot. Allicht vond de eigenaar dat het mooier was met wat meer “rand”. Langs de 4 zijden werd het schilderij voorzien van extra latjes, een beetje extra verf en hup, klus geklaard. Je kan de “aanvullingen” gemakkelijk zien aan de naden van de extra stukken. Hieronder het originele formaat en de vergroting.

Maar hoe weten we nu wat het originele formaat is? Net zoals ik en vele anderen, was het kopiëren van bestaande werken vroeger heel normaal en zeker om etsen te maken van schilderijen. Die etsen waren niet altijd exact hetzelfde dan het schilderij maar door onderzoek en soms door vergelijking van meerdere etsen, komen we toch ergens tot het beeld van hoe het er origineel moet uitgezien hebben. Vandaag hebben we daarvoor de fotografie, waardoor we bvb weten hoe het gestolen paneel van de Rechtvaardige Rechters (Van Eyck) er origineel uitgezien heeft.

Bronnen: ARTE en Sotheby’s
http://www.sothebys.com/fr/auctions/ecatalogue/lot.79.html/2012/tableaux-et-dessins-anciens-et-du-xixe-sicle

Buren bij Kunstenaars 2020: Lilith & tekendemo

Met speciale coronazorg gaat dit jaar toch een BBK door in heel West-Vlaanderen. Een vernieuwde formule  in 89ART Gallery te Desselgem – met dank aan Frank Vanhooren – : met mezelf, Dirk Bossouw, Chris Cracco, Frank Vanhooren, Christine Claerhout, Kathy Eeckhout, Jan Verscheuren & op wandelafstand ook nog 2 Contemporary Art Gallery met Christine Vanhove, Robert ‘Bob’ Stevens en Frank Vanhooren.

Ik presenteer tijdens dit weekend (17 & 18 oktober) de Lilithreeks met bijhorende verhaal en zal er zelf ter plekke ook nog een tekendemo geven. Allen welkom aan de Nieuwstraat 89a te Desselgem (en vergeet uw mondmasker niet aub).

Meer over Lilith via www.maxvanhemel.be

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

KW31: Wat zullen we drinken?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is een schilderij van Vincent Van Gogh

U kent het niet? Merkwaardig…Kent u deze schilderijen van Vincent Van Gogh? De zonnebloemen, le café de nuit, “starry night“, … Of nog de aardappeleters, de courtisane, zijn slaapkamer, de portretten van de postbode, de dokter, etc etc.

Waarom kent u dan niet het schilderij “de rode wijngaard” hierboven? Jaja…Ge hebt gelijk. Het is moeilijk om alle schilderijen van Van Gogh te kennen, laat staan te onderscheiden. Er zijn er wel meerdere (zonnebloemen) gemaakt op verschillende ogenblikken, dus wat geeft het dat je’r eentje hebt gemist?

Maar eh…zeg’s Van Hemel…Waarom gooit ge precies die nu op het scherm? Er zal wel iets achter zitten…

Inderdaad, niets is toevallig 😉 Ik breng dit werk in beeld omdat het het enige werk is dat Vincent Van Gogh bij leven heeft verkocht. Enfin, het is nogal moeilijk om zelf iets te verkopen als ge dood zijt maar bon, het is maar bij wijze van spreken 🙂

Het schilderij werd gemaakt in 1888 en stelt de druivenoogst voor in het najaar ergens op een plek in Arles. Hij maakte het helemaal uit het hoofd na een wandeling. Vincent voltooide het na een forse krachtsinspanning binnen één dag en schreef in zijn brieven: “Ach, mijn studie van de wijngaard – bloed en tranen heb ik erop gezweet, maar ’t is me gelukt“.

Het werkt werd gekocht door Belgische kunstschilderes Anna Boch voor 400 Franse frank op de expositie van Les XX te Brussel.

Dit weetje dan ook weer 😉 Je kan er helaas niet mee uitpakken in het Van Gogh-museum (Amsterdam) maar mocht ’t u bevallen om naar Moskou te reizen, dan kan u dit weetje wel gebruiken in het Poesjkinmuseum

Meer weten over dit schilderij en zijn geschiedenis? Lees het op wikipedia

 

Hey DJ: merci voor de steun!

In de kunst is “er samen voor gaan” zoveel sterker dan het individu. Als organisator maar ook als (solo) tekenaar is het voor mij leuk samen te werken met andere cultuurmakers. Wanneer collega-kunstenaars mij mee vragen op een expo waar zij aan deelnemen dan is dat super tof. Het stimuleert de samenwerking en ik blijf er niet ongevoelig bij wanneer ik een volgende keer iets organiseer (quid pro quo zeggen ze dan 😉 ). Want dat zijn teamplayers.

En teamplayers die maken mekaar sterk. Die steunen mekaar. Daarvoor gasten van TRL-radio: DJ’s Didier & Chris: een dikke merci om de expo OPEN AIR te steunen! Dat het vet gewaardeerd wordt. Van de slag draai ik voor jullie ook eens “e plakske” op mijne website 😉

KW30: hop hop hop met de nachtuil

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag op het menu: Nighthawks van Edward Hopper (klikken op de foto = vergroting)

Dit iconische schilderij kent iedereen wel. Iedere postershop verkoopt het en het is ook op meerdere sites online te vinden. Laten we al eens kijken wat Wikipedia er over weet te vertellen:

Hopper ontkende dat hij het werk bedoeld heeft als symbool voor stadse leegheid en het geïsoleerd van elkaar leven, maar onbedoeld biedt Nighthawks toch een metafoor voor de verpletterende eenzaamheid van het leven in een grote stad en haar egocentrische bewoners. Hopper versterkt dat idee nog door geen deur in het café in te tekenen, waardoor de kijker ook zelf het gevoel krijgt buitengesloten te worden, alsof het een soort aquarium is. De doorzichtigheid van het vele glas kan niet voorkomen dat het een duidelijke afscheiding vormt. Tegelijkertijd geeft het een suggestie dat het binnen en het buiten in elkaar overloopt. Verder ontbreekt elke tijdsindicatie o.a. door het ontbreken van een klok in de diner waardoor een tijdloze verstening van het tafereel is opgetreden. De gesimplificeerde ‘Hopperiaanse’ weergave van het tafereel, met de dik opgebrachte verf, geeft het geheel een bijzondere expressieve kracht.

Daarnaast biedt het schilderij volop ruimte voor interpretatie en fantasieën: de psychologische spanning tussen de afgebeelde personen is voelbaar, hun illusieloze houding is zichtbaar, maar niemand weet ook maar bij benadering wat er in hen omgaat. De kijker mag rustig observeren en het zelf invullen.

Maar Wikipedia vertelt niet alles. Want…Hoe spreken wij over iemand die een hele nacht op stap gaat? Dan spreken we over een nachtuil ofte (in het Engels) a nightowl! Waarom noem je deze tegenstelling op de “early bird” dan een “nighthawk” (soort nachtzwaluw) en niet gewoonweg “nightowl”? Daar geeft Wikipedia geen antwoord op, maar ik wel 😉

Je moet weten dat de vrouw van Hopper, Jo, notities maakte over de schilderijen terwijl Edward er aan werkte. Dat notitieboek werd door Edward zelf regelmatig aangevuld met schetsjes. Het notitieboekje is op zich dus al een schatkamer aan informatie. En in dat notitieboekje staat nogal wat informatie over deze “diner” (nacht-eetbar, zoals in het liedje “Tom’s diner“).

Uit dat notitieboekje leren we over Nighthawks dat het schilderij zijn eigenaardige naam niet ontleent aan het nachtleven maar wel aan de man naast de rode vrouw (die trouwens verdacht sterk op Jo zelf lijkt).

Jo omschrijft het personage als “nachtelijke valk” (met lange snavel) in een donker kostuum en staal-grijze hoed. Wanneer het personage van wat dichterbij bekijken dan erkennen we nu wel de bek van de havik in het profiel van het heerschap. En zodoende was ook ineens de titel van het schilderij bepaald: nachthavik ofte Nighthawk.

bronnen: wikipedia en Artips

Rafael ’20 (21): Toeters en bellen

De laatste in het grote blok aan personen en figuren op dit schilderij is nog een paard en nog een wezen dat blaast op een kinkhoorn.

Ik vind hier het tegengewicht met de centaur links interessant. De centaur (mens en paard in 1 figuur) verschilt hier doordat in het hoekje ook een paard en een mensachtige figuur voorkomt maar het zijn/lijken 2 aparte wezens. Het is mij niet duidelijk. Wat erg onwaarschijnlijk is, is dat het paard en de toeteraar 1 wezen zouden zijn. Rationeel gezien zou je nog kunnen stellen dat een centaur bekwaam is om op water te lopen maar met dat paard wordt het toch een beetje moeilijk. Maar het beest op zich geeft wel een dynamiek aan het beeld. Laat het paard weg en het wordt een stuk passiever: louter een wezen dat blaast op een kinkhoorn. Met het paard en vooral de expressie van het paard krijg je een beweging die er op duidt dat er iets spannends, misschien gevaarlijks, aan de hand is. Het ondersteunt ook het volume van het geluid van de toeter. Aan de ogen en de oren van het paard te zien weet het letterlijk van toeten en blazen 🙂

Voor wie niet echt weet wat een kinkhoorn is (behalve dan dat prachtige vakantieoord tussen Oostende en Middelkerke): een kinkhoorn ofte Buccinum undatum, ken je ook onder de naam karakolle of wulk. In de echte wereld zijn ze ergens tussen de 7 a 11cm maar in de sprookjes mogen ze best groter zijn 😉 Ondanks dat ze op bepaalde plaatsen/zeeën al niet meer voorkomt, is het geen bedreigde diersoort. We zullen het wel weten als ze helemaal uitgestorven is zeker?

Nog een beetje tekentechnische weetjes: het paard kreeg een basiskleur in krijt. Ik vond dat krijt veel beter het “gevoel” weergeeft van een paardenvel. Bij het wezen erachter (helemaal uitgevoerd in aquarelpotlood) is interessant om zien hoe de opbouw van een ruwe schets van het gezicht overgaat naar een concrete tekening en daarbij dan de inkleuring en het effect daarvan.

KW29: De zomer van Winetou

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag een streepje gepaste muziek (het is tenslotte nog september) vermengt met een streepje kunst. Terwijl je op de achtergrond de video van L’été indien van Joe Dassin laat spelen, lees je gewoon verder 😉

Want specifiek in de eerste strofe van dit lied zitten deze zinnen:

Avec ta robe longue
Tu ressemblais à une aquarelle de Marie Laurencin
Et je me souviens

Maar heb je al eens afgevraagd wie die Marie Laurencin wel was? Hoe die aquarellen er wel moeten hebben uitgezien? En waren die aquarellen wel zo zomers-romantisch als wordt bezongen door arme Joe?

Marie Laurencin (1883 – 1956) leefde in de gouden jaren van kubisme en woonde het grootste deel van haar leven in Parijs. Ze was een belangrijke figuur in de avant-garde (waar Marcel Duchamp zijn omgekeerde pispot symbool voor staat). Ze was zeker lid van kring aan kunstenaars rond Picasso en de kubisten.

Zelf had ze een kunstopleiding schilderen gevolgd met als focus olieverf (dus niet aquarel). Finaal omvatte haar werk schilderijen, aquarellen, tekeningen en prenten. Marie is bekend als een van de weinige vrouwelijke kubistische schilders.

Mij doet het werk een beetje denken aan Van Dongen maar dan minder expressief. Ik laat het aan u het oordeel of de schilderijen van Marie Laurecin al dan niet passen in de sfeer van een zwoele nazomer…Wat nu wel zeker is, is dat wanneer je dit liedje nog eens hoort, je niet alleen meer denkt aan de kindertijd in bad op tafel met Jos Ghysen op de radio maar ook ineens een beeld van deze (prachtige) aquarellen er bij leven en welzijn kan bijhalen 🙂