Max on tour 2020

Dit jaar (nog) geen kunstmarktjes op het programma maar wel al wat activiteiten buiten huis. Heb je zin in wat beweging? Een wandel- of fietstochtje? Dan geef ik je hieronder alvast al wat ideeën. Als er meer nieuws is, dan pas ik het bericht zeker aan. laatste update 08/07/2020

Vitrines d’amour – Linkeroever – Gent (1-14 februari)

Open Air – Openluchtexpo – Eekstuk – Gent (15 juli – 30 september)
Zomersalon Kunsthal – Gent (17 juli – 30 augustus)
Kunstmarkt – Menen (20 september)
Buren bij kunstenaars – Nieuwstraat 89 – Desselgem (17-18 oktober)
Kunstsalon Drongen – De Campagne (7-11 november)

Rafael ’20 (24): Rafael en de renaissance vandaag

Hedendaagse curatoren zoals…hm…nope, ik ga ze niet vernoemen…zullen deze kopie van Rafael misschien gedateerd, klassiek, niets vinden. Niets is minder waar. De renaissance is – denk ik – actueler dan ooit. In tegenstelling tot de kunst die zich graag profileert als dé K en daarbij de realiteit de rug toe keert, is de realiteit helemaal anders.

Hoezeer we en (sorry daarvoor) vooral de jeugd, oogcontact vermijdt kijken we meer dan ooit naar de mensen om ons heen. We doen dat op een subtiele voyeuristische wijze, we bekijken “de andere” via het internet, via de app, via de politiek, via de status en het aanzien. Populistische partijen, influencers, hipstersites, Facebook, Disney, geloofsbepleiters…zeggen de hedendaagse man van de straat hoe hij zich moet gedragen, denken, wat hij goed en slecht moet vinden. Zonder er veel over na te denken worden onze gedachten gezuiverd van onreinheden of wordt de leerkracht de keel over gesneden. Vandaag is een tijd waarbij de clash tussen kennisarbeid en handenarbeid op het scherp van de snee wordt gespeeld, waar economie primeert op ecologie en sociaal gedrag, de eenzaamheid van het individu primeert op de gemeenschap. De exit is een standaard optie geworden. Als het mij niet aanstaat dan stap ik er uit. En meer en meer mensen stappen er uit alleen doen ze dat met elk hun eigen agenda waardoor alle eenheid verloren gaat. De enige eenheid is het ego.

Dat is waar de renaissance voor staat. Willen we het voor het gemak en het vermijden van een heet debat op het toenmalige Italië projecteren? Italië is een land dat feitelijk niet bestaat, individualistische staten pronken met hun grootste veren en bekampen mekaar om een hogere glorie. Elk zijn eigen reden: geloof, status, economisch belang, territoriumdrift,… Een elite bestuurt en beheerst. De kennis groeit en nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Tijden van onmetelijke voorspoed die we kennen via o.a. Rafael, Da Vinci, Michelangelo, Vasari, Di Medici’s,…etc etc. Deze groep staat in schril contrast met een grote groep “werkvolk”, handenarbeiders, die de excessen van de “hogere klassen” met lede ogen aanzien en ondergaan. Steden bruisen van leven maar de nachten zijn gevaarlijk en aanslagen, moorden zijn dagelijkse kost. Vrije meningsuiting kan men eind 15e eeuw wel vergeten. Steden worden dagelijks verwarmd met de vrije meningen. Etnische zuiveringen zijn in Spanje dagelijkse kost.

In de kunst herken je de portretten van de adel omdat ze de toeschouwer niet aankijken, daarvoor is hij te min. Naakt wordt niet toegestaan, er zijn toezichters die al die lichamelijkheid met een pauselijk algoritme afkeuren. Functioneel naakt kan er nog net door, als het past in een verhaal uit de klassieke oudheid. En enkel die klassieke oudheid wordt nog erkend als kunst, niets anders krijgt de titel, de eer, de bestelling. Vlaanderen spiegelt zich aan deze ontwikkelingen en groeit of liever bloeit in een sfeer waar we vandaag nog naar teruggrijpen.

Zo hedendaags is de renaissance en meteen ook deze tekening. Aan de curatoren om het anders te zien. Ik blijf hier en daar nog wel even hangen, genietend van al dat moois en wie weet stap ik dan over naar iets zorgeloos, frivools 🙂

“Self-Portrait at the Easel,” by Sofonisba Anguissola, c. 1556-57.Credit…Museo Nacional del Prado

 

KW33: A la Reine!

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag eens een andere invalshoek: we beginnen met een kwisvraag: wat is het verband tussen deze twee dames?

Een tip voor 10 punten? De linkse is Margaretha van Valois en de andere is Maria Leszcynska…

Nog een tip? Voor nog ’s 20 punten: koninginnen, wegvliegen, Frankrijk, België, kip zonder frietjes

Nog niets? Geen belleke? ‘k Zal het u nekeer vertellen. Ons verhaal begint bij mijnheer Marie-Antoine Carême (niet te verwarren met Marie-Antionette). Hij is Franse chef-kok en heeft een deegsoort op punt gezet dat zo licht is dat het kon “vliegen in de wind”. Het vliegende brood-baksel werd gevuld met ragouts van gevogelte, vis, wild of slachtafval. Dat vliegende deeg was een verbetering van het klassieke deeg door er laagjes boter en olie in/op/tussen te verwerken en zodoende kwam mijnheer Carême tot bladerdeeg. Het gevulde laagjesbrood werd toegewijd aan de koningin Margaretha van Valois en de bekendste versie – die met stukjes kip – werd daarom “vol au vent à la Reine” genoemd ofte – vrij vertaald: “de vliegende wind van de koningin” 😉

Maar in de tijd van Margaretha waren het nog echte grote broden die werden gevuld en waar iedereen zijn deel van at. Het was Marie Leszcynska, vrouw van Louis XV, die er het fameuze koninginnenhapje (zeg gerust “een boucheeke”) van maakte. Het koninginnenbrood werd kleiner: Leszcynska is Morezcynska dus…

Dus weetje van de dag: De volgende keer dat je “vol au vent” eet, weet dan te zeggen dat het recept een soort eerbetoon is aan Margaretha van Valois (die naam is niet moeilijk te onthouden, denk gewoon aan de zegelkes van vroeger) en zeg dat voor de eenvoud dat het de vrouw van Louis XV is die het gevulde brood heeft verkleind tot een verfijnde hap 🙂

bron: Wil je de deze historie op helemaal en op een serieuze toon lezen? Klik dan hier.

Met dank aan Katleen Van Huffel voor het inzenden van deze leuke tip

 

 

Rafael ’20 (23): Het juiste blauw

De laatste blog in de reeks van Galatea 😉 Al kan ik nu al verklappen dat er nog een epiloog volgt, los van de tekening. Maar dus de laatste fase van de tekening waarbij ik de triomf van Galatea heb nagetekend. Wat is er allemaal nog gedaan?

Het gele doek (sjaal? cape? badhanddoek?) van de waternimf is bijgekleurd. De gele stof draait nu helemaal rond haar lichaam en benadrukt – als in een stripverhaal – hoe haar beweging van de arm loopt. De nimf heeft wat extra huidskleur meegekregen. Ze was wat bleek uitgevallen.

Wat ik totaal niet meer had gezien en jullie duidelijk ook niet: de hand van de centaur/zeewezen rechts van Galatea was nog niet getekend. Ook de staart helemaal rechts stond er nog niet op. Niet dat ze zoooo veel bijdragen aan het werk maar zonder is het ook een beetje raar.

Wat allicht het meest zal opvallen is dat de zee en de lucht een aanzet van kleur hebben gekregen. De inkleuring is een mengeling van krijt met kleurpotlood, dit gaat sneller voor grote vlakken én ik heb het voordeel dat ik er gemakkelijk licht/donkerschakeringen kan in maken. De inkleuring was toch wel een majeur risico. Het is “grof” werk maar het kan altijd fout lopen na al die uren fijn tekenwerk. Daarnaast blijft het resultaat toch altijd een beetje onvoorspelbaar, wat als ik finaal toch een verkeerde kleurkeuze heb gemaakt? Iets te veel rood in het grijs? Iets te veel blauw? Dat zie je pas als het er op ligt…Maar het is – voor mij – goed.

Nog wat technische dingen: ook bij het origineel is de achtergrond grotendeels los van de figuren geschilderd. In de regel kan je bij een schilderij de achtergrond er met een grote borstel op verven, dan verfijnen en dan in een laag bovenop de figuren bouwen maar bij deze is dat niet het geval. Dat zie je aan de verbinding tussen de figuren en de achtergrond. Alles stopt keurig aan de grens en de achtergrond is langs de figuren geschilderd. Dat is duidelijk te zien. Ook in de bogen van de putti’s zijn de (bijna) egaal blauwe vlakken gewoonweg uit gemak/veiligheid zo opgebouwd. Door zo te werken heb je veel minder kans de gladde lijn van de boog of de pezen/pijl te raken.

Het is zodoende ook duidelijk dat meerdere mensen aan dit schilderij hebben gewerkt. Ik durf te stellen dat het hier de uitvoering van het werk te vergelijken is met de werking van Rubens: de meester schetst, het atelier voert uit en de meester retoucheert achteraf waar nodig. De verschillen in de manieren waarop de figuren zijn opgebouwd zijn te groot om door 1 en dezelfde persoon te zijn gemaakt.

In deze fase laat ik het bloggen over deze tekening los. Ik werk nu eerst wat verder aan nieuwe tekeningen en zal in alle rust de achtergrond verder verfijnen. Wie het afgewerkte resultaat wil zien moet maar ’s naar de expo komen (als we dat ooit nog terug mogen). Ik hoop dat jullie er veel plezier aan beleefd hebben en volgende keer een andere blik hebben over de werken van Rafael en zeker deze prachtige Galatea.

De Max van Isabel

In het academiejaar 2005-2006 leerde ik Max kennen via “het forum” waar ik afleiding zocht tijdens het schrijven van mijn thesis. Een beetje lachen, beetje zeveren maar evengoed in voor een serieus gesprek.

We delen ook een gemeenschappelijke interesse in de Gentse Feesten, in het bijzonder straattheater en puppetbuskers. Dus elk jaar lopen we elkaar daar – al dan niet toevallig – tegen het lijf. Facebook heeft de afgelopen periode zonder Gentse Feesten goed zijn best gedaan om mij daar aan te herinneren.

Toen Max in 2011 ten voordele van Music for Life enkele werken veilde, deed ik een bod op deze ingekaderde tekening. Ik vond deze fascinerend want de tekening is eerder mysterieus en niet zo een typische Max.

Vorig jaar was ik blij verrast dat “mijn Max” opdook in de 365 dagen blog-reeks (nummer 346), het moet zijn dat ik niet de enige ben die er iets in ziet…

KW32: Te groot? Te klein? Geen probleem!

In blog KW02 schreef ik over de voeten van Christus op Het laatste avondmaal door Da Vinci en over het stevig inkorten van De Nachtwacht van Rembrandt.

Er waren idd jaren waar dit een doorsnee praktijk was. Een schilderij was te groot voor een ander interieur of het paste niet (qua formaat) naast een ander schilderij, dan snij je toch gewoon een stuk af? Een ander schilderij van Rembrandt overkwam hetzelfde lot: Bathseba met de brief van koning David. Een werk waarbij medici menen een borstkanker bij Hendrikje te herkennen (in haar linkerborst zit namelijk een schaduw van een knobbel). Kunstexperts zeggen dan weer dat het mogelijk een oude laag vernis is of niet meer dan een schaduw. We zijn er niet uit. Waar we wel uit zijn, is dat dit schilderij is ingekort want de figuren staan veel te dicht bij de rand. Maar er is nog iets: het doek waarop dit schilderij is gemaakt bestaat uit 2 delen die aan mekaar zijn gezet om zo tot een groter doek te komen. Nu blijkt dat de naad van deze 2 doeken niet recht maar scheef loopt waardoor men veronderstelt dat het doek niet alleen is ingekort maar ook een beetje is gedraaid. Kan je niet helemaal volgen? Bekijk dan deze video eens over het inkorten van dit schilderij.

Maar het kan ook andersom. Een schilderij op hout kan zowel te klein bevonden worden maar het kan ook gekrompen zijn! Hout “leeft” en dat houdt in dat een plank kleiner kan worden met de vele jaren. En dat zie je (soms) aan de lijst waarvan de opening dan weer te groot wordt. In het geval van deze “Le concert Champètre” van Watteau is het schilderij niet verkleind maar wel vergroot. Allicht vond de eigenaar dat het mooier was met wat meer “rand”. Langs de 4 zijden werd het schilderij voorzien van extra latjes, een beetje extra verf en hup, klus geklaard. Je kan de “aanvullingen” gemakkelijk zien aan de naden van de extra stukken. Hieronder het originele formaat en de vergroting.

Maar hoe weten we nu wat het originele formaat is? Net zoals ik en vele anderen, was het kopiëren van bestaande werken vroeger heel normaal en zeker om etsen te maken van schilderijen. Die etsen waren niet altijd exact hetzelfde dan het schilderij maar door onderzoek en soms door vergelijking van meerdere etsen, komen we toch ergens tot het beeld van hoe het er origineel moet uitgezien hebben. Vandaag hebben we daarvoor de fotografie, waardoor we bvb weten hoe het gestolen paneel van de Rechtvaardige Rechters (Van Eyck) er origineel uitgezien heeft.

Bronnen: ARTE en Sotheby’s
http://www.sothebys.com/fr/auctions/ecatalogue/lot.79.html/2012/tableaux-et-dessins-anciens-et-du-xixe-sicle

Buren bij Kunstenaars 2020: Lilith & tekendemo

Met speciale coronazorg gaat dit jaar toch een BBK door in heel West-Vlaanderen. Een vernieuwde formule  in 89ART Gallery te Desselgem – met dank aan Frank Vanhooren – : met mezelf, Dirk Bossouw, Chris Cracco, Frank Vanhooren, Christine Claerhout, Kathy Eeckhout, Jan Verscheuren & op wandelafstand ook nog 2 Contemporary Art Gallery met Christine Vanhove, Robert ‘Bob’ Stevens en Frank Vanhooren.

Ik presenteer tijdens dit weekend (17 & 18 oktober) de Lilithreeks met bijhorende verhaal en zal er zelf ter plekke ook nog een tekendemo geven. Allen welkom aan de Nieuwstraat 89a te Desselgem (en vergeet uw mondmasker niet aub).

Meer over Lilith via www.maxvanhemel.be

Rafael ’20 (22): Puttin, puttin!

Vorige week was er geen blog over Galatea. Ik wou wat door werken. Het moet nu maar ’s gedaan zijn met de “zomer”-tekening 😉

Maar los van het aantal blogs en het feit dat de zomer nu wel voorbij is, slenkt ook de motivatie om verder te werken aan deze tekening. Niet dat ik niet gewoon ben om grote werken te maken maar ’t is ergens een gedachte dat ik nu wel eens aan iets anders wil gaan werken.

Deze keer gooi ik er dan maar meteen de 3…excuseer 4 engeltjes bovenop en dan geef ik er nog ’s een lap op en wordt blog 23 vermoedelijk de laatste (ken jezelf: er kan altijd nog wel eentjes bij 😉 )

Rafael is – voor mij – de bekendste putti-schilder uit de geschiedenis van de kunst, dat had ik al aangetoond in kunstweetje 23. Lees dat maar nog eens opnieuw om jezelf te overtuigen 😉 Wie niet weet wat een putto is (putto = enkelvoud van putti, zoals scampo het enkelvoud van scampi is, daarom bestel je best altijd scampi 🙂 ), lees er meer over op Wikipedia.

In dit schilderij van Galatea noteer ik 4 putti (Cupido niet meegerekend). Dat zijn de 3 engeltjes voorzien van bogen en die vierde links boven, de leverancier van de pijlen. Terwijl ik aan het tekenen was stelde ik me de vraag waar de pijlen nu eigenlijk naartoe gaan, daarvoor heb ik een totaalbeeld gemaakt met rode volglijnen. Zo zie je direct wie er wel wat extra liefde kan gebruiken…

Bij de fotoreeks telkens de tekening (die volgt op de schets die er al stond) en daarna de ingekleurde versie.

KW31: Wat zullen we drinken?

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Dit is een schilderij van Vincent Van Gogh

U kent het niet? Merkwaardig…Kent u deze schilderijen van Vincent Van Gogh? De zonnebloemen, le café de nuit, “starry night“, … Of nog de aardappeleters, de courtisane, zijn slaapkamer, de portretten van de postbode, de dokter, etc etc.

Waarom kent u dan niet het schilderij “de rode wijngaard” hierboven? Jaja…Ge hebt gelijk. Het is moeilijk om alle schilderijen van Van Gogh te kennen, laat staan te onderscheiden. Er zijn er wel meerdere (zonnebloemen) gemaakt op verschillende ogenblikken, dus wat geeft het dat je’r eentje hebt gemist?

Maar eh…zeg’s Van Hemel…Waarom gooit ge precies die nu op het scherm? Er zal wel iets achter zitten…

Inderdaad, niets is toevallig 😉 Ik breng dit werk in beeld omdat het het enige werk is dat Vincent Van Gogh bij leven heeft verkocht. Enfin, het is nogal moeilijk om zelf iets te verkopen als ge dood zijt maar bon, het is maar bij wijze van spreken 🙂

Het schilderij werd gemaakt in 1888 en stelt de druivenoogst voor in het najaar ergens op een plek in Arles. Hij maakte het helemaal uit het hoofd na een wandeling. Vincent voltooide het na een forse krachtsinspanning binnen één dag en schreef in zijn brieven: “Ach, mijn studie van de wijngaard – bloed en tranen heb ik erop gezweet, maar ’t is me gelukt“.

Het werkt werd gekocht door Belgische kunstschilderes Anna Boch voor 400 Franse frank op de expositie van Les XX te Brussel.

Dit weetje dan ook weer 😉 Je kan er helaas niet mee uitpakken in het Van Gogh-museum (Amsterdam) maar mocht ’t u bevallen om naar Moskou te reizen, dan kan u dit weetje wel gebruiken in het Poesjkinmuseum

Meer weten over dit schilderij en zijn geschiedenis? Lees het op wikipedia

 

Hey DJ: merci voor de steun!

In de kunst is “er samen voor gaan” zoveel sterker dan het individu. Als organisator maar ook als (solo) tekenaar is het voor mij leuk samen te werken met andere cultuurmakers. Wanneer collega-kunstenaars mij mee vragen op een expo waar zij aan deelnemen dan is dat super tof. Het stimuleert de samenwerking en ik blijf er niet ongevoelig bij wanneer ik een volgende keer iets organiseer (quid pro quo zeggen ze dan 😉 ). Want dat zijn teamplayers.

En teamplayers die maken mekaar sterk. Die steunen mekaar. Daarvoor gasten van TRL-radio: DJ’s Didier & Chris: een dikke merci om de expo OPEN AIR te steunen! Dat het vet gewaardeerd wordt. Van de slag draai ik voor jullie ook eens “e plakske” op mijne website 😉

KW30: hop hop hop met de nachtuil

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag op het menu: Nighthawks van Edward Hopper (klikken op de foto = vergroting)

Dit iconische schilderij kent iedereen wel. Iedere postershop verkoopt het en het is ook op meerdere sites online te vinden. Laten we al eens kijken wat Wikipedia er over weet te vertellen:

Hopper ontkende dat hij het werk bedoeld heeft als symbool voor stadse leegheid en het geïsoleerd van elkaar leven, maar onbedoeld biedt Nighthawks toch een metafoor voor de verpletterende eenzaamheid van het leven in een grote stad en haar egocentrische bewoners. Hopper versterkt dat idee nog door geen deur in het café in te tekenen, waardoor de kijker ook zelf het gevoel krijgt buitengesloten te worden, alsof het een soort aquarium is. De doorzichtigheid van het vele glas kan niet voorkomen dat het een duidelijke afscheiding vormt. Tegelijkertijd geeft het een suggestie dat het binnen en het buiten in elkaar overloopt. Verder ontbreekt elke tijdsindicatie o.a. door het ontbreken van een klok in de diner waardoor een tijdloze verstening van het tafereel is opgetreden. De gesimplificeerde ‘Hopperiaanse’ weergave van het tafereel, met de dik opgebrachte verf, geeft het geheel een bijzondere expressieve kracht.

Daarnaast biedt het schilderij volop ruimte voor interpretatie en fantasieën: de psychologische spanning tussen de afgebeelde personen is voelbaar, hun illusieloze houding is zichtbaar, maar niemand weet ook maar bij benadering wat er in hen omgaat. De kijker mag rustig observeren en het zelf invullen.

Maar Wikipedia vertelt niet alles. Want…Hoe spreken wij over iemand die een hele nacht op stap gaat? Dan spreken we over een nachtuil ofte (in het Engels) a nightowl! Waarom noem je deze tegenstelling op de “early bird” dan een “nighthawk” (soort nachtzwaluw) en niet gewoonweg “nightowl”? Daar geeft Wikipedia geen antwoord op, maar ik wel 😉

Je moet weten dat de vrouw van Hopper, Jo, notities maakte over de schilderijen terwijl Edward er aan werkte. Dat notitieboek werd door Edward zelf regelmatig aangevuld met schetsjes. Het notitieboekje is op zich dus al een schatkamer aan informatie. En in dat notitieboekje staat nogal wat informatie over deze “diner” (nacht-eetbar, zoals in het liedje “Tom’s diner“).

Uit dat notitieboekje leren we over Nighthawks dat het schilderij zijn eigenaardige naam niet ontleent aan het nachtleven maar wel aan de man naast de rode vrouw (die trouwens verdacht sterk op Jo zelf lijkt).

Jo omschrijft het personage als “nachtelijke valk” (met lange snavel) in een donker kostuum en staal-grijze hoed. Wanneer het personage van wat dichterbij bekijken dan erkennen we nu wel de bek van de havik in het profiel van het heerschap. En zodoende was ook ineens de titel van het schilderij bepaald: nachthavik ofte Nighthawk.

bronnen: wikipedia en Artips

Rafael ’20 (21): Toeters en bellen

De laatste in het grote blok aan personen en figuren op dit schilderij is nog een paard en nog een wezen dat blaast op een kinkhoorn.

Ik vind hier het tegengewicht met de centaur links interessant. De centaur (mens en paard in 1 figuur) verschilt hier doordat in het hoekje ook een paard en een mensachtige figuur voorkomt maar het zijn/lijken 2 aparte wezens. Het is mij niet duidelijk. Wat erg onwaarschijnlijk is, is dat het paard en de toeteraar 1 wezen zouden zijn. Rationeel gezien zou je nog kunnen stellen dat een centaur bekwaam is om op water te lopen maar met dat paard wordt het toch een beetje moeilijk. Maar het beest op zich geeft wel een dynamiek aan het beeld. Laat het paard weg en het wordt een stuk passiever: louter een wezen dat blaast op een kinkhoorn. Met het paard en vooral de expressie van het paard krijg je een beweging die er op duidt dat er iets spannends, misschien gevaarlijks, aan de hand is. Het ondersteunt ook het volume van het geluid van de toeter. Aan de ogen en de oren van het paard te zien weet het letterlijk van toeten en blazen 🙂

Voor wie niet echt weet wat een kinkhoorn is (behalve dan dat prachtige vakantieoord tussen Oostende en Middelkerke): een kinkhoorn ofte Buccinum undatum, ken je ook onder de naam karakolle of wulk. In de echte wereld zijn ze ergens tussen de 7 a 11cm maar in de sprookjes mogen ze best groter zijn 😉 Ondanks dat ze op bepaalde plaatsen/zeeën al niet meer voorkomt, is het geen bedreigde diersoort. We zullen het wel weten als ze helemaal uitgestorven is zeker?

Nog een beetje tekentechnische weetjes: het paard kreeg een basiskleur in krijt. Ik vond dat krijt veel beter het “gevoel” weergeeft van een paardenvel. Bij het wezen erachter (helemaal uitgevoerd in aquarelpotlood) is interessant om zien hoe de opbouw van een ruwe schets van het gezicht overgaat naar een concrete tekening en daarbij dan de inkleuring en het effect daarvan.

KW29: De zomer van Winetou

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Vandaag een streepje gepaste muziek (het is tenslotte nog september) vermengt met een streepje kunst. Terwijl je op de achtergrond de video van L’été indien van Joe Dassin laat spelen, lees je gewoon verder 😉

Want specifiek in de eerste strofe van dit lied zitten deze zinnen:

Avec ta robe longue
Tu ressemblais à une aquarelle de Marie Laurencin
Et je me souviens

Maar heb je al eens afgevraagd wie die Marie Laurencin wel was? Hoe die aquarellen er wel moeten hebben uitgezien? En waren die aquarellen wel zo zomers-romantisch als wordt bezongen door arme Joe?

Marie Laurencin (1883 – 1956) leefde in de gouden jaren van kubisme en woonde het grootste deel van haar leven in Parijs. Ze was een belangrijke figuur in de avant-garde (waar Marcel Duchamp zijn omgekeerde pispot symbool voor staat). Ze was zeker lid van kring aan kunstenaars rond Picasso en de kubisten.

Zelf had ze een kunstopleiding schilderen gevolgd met als focus olieverf (dus niet aquarel). Finaal omvatte haar werk schilderijen, aquarellen, tekeningen en prenten. Marie is bekend als een van de weinige vrouwelijke kubistische schilders.

Mij doet het werk een beetje denken aan Van Dongen maar dan minder expressief. Ik laat het aan u het oordeel of de schilderijen van Marie Laurecin al dan niet passen in de sfeer van een zwoele nazomer…Wat nu wel zeker is, is dat wanneer je dit liedje nog eens hoort, je niet alleen meer denkt aan de kindertijd in bad op tafel met Jos Ghysen op de radio maar ook ineens een beeld van deze (prachtige) aquarellen er bij leven en welzijn kan bijhalen 🙂

Sur la promenade de Menin

Blij als kleine kinderen waren we vorige zondag op de kunstmarkt van Menen. De eerste – en voorlopig ook de enige – kunstmarkt op het programma. Maar wat hebben we er van genoten.

Met een stand van 15 meter lang hebben we ons met onze harde kern van 4 marktenaars uit Gent eens goed laten gaan. En de organisatie deed dat ook. En de zon wou niet onder doen. En de bezoekers die waren allemaal blij om nog ’s in alle rust te mogen promeneren tussen zoveel creatiefs. En voor wat die promeneurs betreft, die waren eigenlijk erg beleefd en gedisciplineerd. Veilig met mondmasker en op afstand ontstonden leuke gesprekken alsof we mekaar al jaren kenden.

En mijn appeltjes die kregen wel heel veel aandacht. Wie enkel de site volgt, die zal nog een beetje moeten wachten tot ze “af” zijn. Wie op Instagram kijkt kan daar al het resultaat na de eerste 5uren werk zien. Maar nu moet ik wel verder aan de tekening van Galatea werken.

Enkele foto’s van de markt en onze stand 🙂 Met dank aan Katleen Van Huffel & org. kunstmarkt

Mijn eigen mondmasker

Omdat de coronatijd blijkbaar nog niet aan zijn einde toe is, heb ik toch maar beslist om eigen fancy maskertjes te laten maken. Ik gebruikte anders die wegwerpblauwe (die waarvan je ze overal, naast de sigarettepeuken, op straat en in parken ziet liggen), maar op den duur is dat ook niet echt milieuvriendelijk.

Nadat Brecht een NIEUW LOGO voor me had gemaakt, heb ik Katleen (zonder H) gecontacteerd. Zo’n mondmasker kan je immers overal wel bestellen maar het laatste wat ik wil is er last van hebben of dat ook dat masker nog ergens in China of ander exotisch land wordt gemaakt. Katleen liet ze lokaal drukken en naaien. Yeej!

En nu fier de stad in met de MAX van een smoel!

met dank aan Brecht H. en Katleen van Katzz – fotostore – Boekhoute

KW28: Lollepot

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden…

Homofilie werd vroeger sodomie genoemd. Sodomie naar Sodom, de bijbels stad van verderf. Vrouwen die het hebben voor andere vrouwen noemen we lesbiennes. Net zoals bij mannen voor homo’s wel wat vriendelijke en onvriendelijke benamingen bestaan, bestaan die evenzeer voor vrouwen. Zo noemt men een lesbische vrouw wel eens een “pot”. Maar van waar komt dat “pot” nu precies?

Op elk potje past een deksel…En bij gebrek aan een deksel, blijft alleen de pot nog over. Had gekund maar dat is het helemaal niet.

“Pot” is de afkorting van “lollepot” en een lollepot kan je vertalen uit het oud Nederlands als “luie pan”. Het was een koperen of stenen pot in een houten voetstoof. Als je er hete kolen in deed had je een soort draagbare verwarming. Dat was handig wanneer je in een niet verwarmde ruimte ging werken of bvb naar de kerk. Vrouwen vulden zo’n voetstoof en schoven die dan onder hun grote rok. Zodoende werd het lekker warm onder de rok. In de fantasie van sommige extreem katholieke keurslagers leidde deze warmte tot extase of lust. En wat gebeurt er als meerder vrouwen tegelijk zo’n voetstoof gebruikten en in extase/lust geraken?…

Daarom was “lollepot” de naam voor lesbische vrouwen. We gebruiken het ingekorte woord “pot” nog steeds als we verwijzen vrouwminnende vrouwen 🙂

Hetzelfde principe van “draagbare kolenstoofjes” werd ook toegepast bij strijkijzers of om je bed op te warmen (vandaag met rubberkruiken of met kersepitkussens). Op het schilderij van Vermeer hieronder zie je zo’n lollepot staan rechts onder in de hoek.

bron: gids Rijksmuseum Amsterdam

Kunstsalon Drongen 2020: afgelast

Het Cultuurplatform Drongen liet gisteren weten dat het Kunstsalon 2020 nu toch definitief wordt afgelast. Het salon was al eerder verschoven van mei naar november maar helaas blijven ze achtervolgd worden door corona. Spijtig. Het volgende Kunstsalon gaat pas in 2022 plaats nemen aangezien volgend jaar “Kunst door Drongen” doorgaat.

Het blijft een mager jaar voor cultuur…

 

Rafael ’20 (20): Amor of Cupido?

Verwijzend naar het 123e stripverhaal van Suske & Wiske “De kadulle Cupido” met nummer 175 (want iedereen weet dat de eerste strip nummer 67 draagt, Hoe dat komt lees je hier) open ik deze blog rond het onderste engeltje in de club van 5 die op dit schilderij voor komen. Dit engeltje onderaan wordt gedacht Cupido (of dus ook Amor) te zijn. Maar eigenlijk is het Eros. Het verhaal van Galatea situeert zich immers in de Griekse mythologie en daarbij is Amor/Cupido het Romeinse equivalent van Eros uit de Griekse. Eros staat hier symbool voor de liefde tussen Acis en Galatea en wordt niet voor niets heel dicht geportretteerd bij de doodgebeten inktvis die de cycloop Polyphemus symboliseert – zie blog 19 -.

We zijn dus een week verder en veel voorsprong met het tekenwerk op de blogs kan ik helaas niet meer nemen. De tijd om de wezens op het schilderij af te werken is beduidend langer dan ik had gedacht en dus loop ik bijna niet meer uit op de blogs. Ik probeer toch nog een blogje per week af te werken en hoop ergens half oktober klaar te zijn met dit grote werk.

Maar dus Eros…een “goed in het vlees” zittend kind dat mij tijdens het tekenen de hele tijd deed denken aan een hermafrodiet. En daar wil ik het bij deze dus even met jullie over hebben. Want een hermafordiet dat komt wel voor bij dieren en planten maar erg weinig bij de mens. Al bestaan ze wel. Zo verdenk ik bvb Achnaton er van wel eens een hermafrodiet te zijn. Hermaphroditus was de zoon van Herman en Frida…HAHAHAHA…neen, maar bijna wel: Hermes en Aphrodite. Samengeraapt is dat dan Hermaphroditus. Een beetje gelijk Pieter-Paul of Jan-Bart maar dan zonder streepje.

Een hermafrodiet is een tweeslachtig persoon. Op het eerste zicht ziet die er uit als een vrouw maar zij/hij heeft ook fysiek mannelijke kenmerken/geslachtsdelen. Er hoeft geen tekening bij om te duiden dat deze dualiteit voor de persoon en voor de maatschappij (vroeger en vandaag) wel eens voor verwarring zorgt. Tot zelfs erg spannende plots ontstaan (klik hier maar eens). Nu goed, beelden van hermafrodieten heb je misschien al gezien in het Louvre, Galleria Borgese of ergens in Istanboel (ik dacht ook in Chantilly maar op den duur durf ik die musea ook wel eens met mekaar verwarren).

Het engeltje heeft niet alleen enige borstvorming maar ook wel de typisch kleinere mannelijke geslachtsdelen. Het zal wel niet zijn maar ik denk dat u het misschien wel met mij eens zal zijn wanneer u het figuurtje van dichterbij bekijkt. En indien niet, dan is het gewoon een kadul engeltje dat zich gaarne laat meeslepen door de dolfijnen van Galatea, op weg naar de liefde, op weg naar de goddelijkheid. Eros nam zo’n 12uur tekenen in beslag (inclusief de dolfijnstaart die nog niet afgewerkt was). Ook voor deze ben ik blij dat hij “af” is. Ik weet al waar ik aan toe ben voor de 3,5 andere engeltjes op het schilderij 😉

 

 

 

Max op de cover bij Nico Wille

Nico Wille bracht een paar weken geleden zijn 2e roman uit. Met howhowhow een tekening van Max op de cover! Jef Geeraerts zou stikjaloers geweest zijn 😉 Dank je wel voor deze keuze Nico!

Lythika, de queeste, kan je al direct beginnen lezen via onderstaande link. Wil je’t helemaal uitlezen, dan bestel je toch gewoon? (steun de lokale kunst, cultuur).

Bestelbaar via: https://www.shopmybooks.com/BE/nl/book/nico-wille-18/lythika-13

KW27: niets aan de hand

Elke woensdag publiceer ik een kunstweetje waarmee je kan uitpakken bij vrienden… (de mailabonnees kregen dit per ongeluk al op 5/4 te zien)

“Juffrouw! Héé juffrouw! Uw handschoen!”

Max Klinger is een dromer, een romanticus. Liefst van al was hij de drakendoder, de Romeo of Cirano.

Max leeft in de tweede helft van de jaren 1800 en is (opnieuw) op zoek naar de liefde van zijn leven. Hij is kunstenaar in de ruime zin van het woord: hij kan super goed tekenen, schilderen en beeldhouwen. Op een winterdag beslist Max om te gaan schaatsen op de ijsbaan en daar vindt hij een handschoen. De handschoen triggert zijn fantasie en Max maakt van de handschoen een symbool doorheen zijn tekeningen. Te pas en te onpas komt de handschoen voor en net als in een stripverhaal beleeft de handschoen allerhande avonturen. Soms met een romantische inslag, dan weer meer binnen een mythologische insteek, soms vanuit andere gevoelens zoals angst of frustratie.

Een beetje zoals Magritte, Bruegel of ik herhaaldelijk gebruik maken van dezelfde voorwerpen, gebruikt Max een lange witte handschoen. Soms is de handschoen vrij nadrukkelijk aanwezig maar het kan wel al eens zijn dat je toch een beetje van dichterbij moet kijken.

Al houdt Max Klinger ook wel van wat meer “harder” werk in de stijl van Félicien Rops. Expliciet en bij momenten best ook wel (suggestief) gewelddadig. Hij heeft zo donkere trekken maar dat had Kate Kollwitz – die hij kende – ook wel. Dat moet je maar ’s opzoeken. Waren deze tekeningen uiting van de maatschappelijke kwelling waar hij en zijn partner Elsa Asenijeff mee te maken hadden?

 

Dus wat onthouden we over Max Klinger?

  • Max Klinger wordt voornamelijk onthouden als de man die de handschoenen een nieuw leven gaf.
  • Max is ook bekend van het grote standbeeld van Ludwig van Beethoven dat ooit in Wenen geëxposeerd werd maar nu in Leipzig te zien is.

 

 

Rafael ’20 (19): dolfijnen

Eindelijk! Ik heb er lang naar uitgekeken om aan die dolfijnen te mogen beginnen. Ondanks dat het geen menselijke figuren betreft spelen ze wel een belangrijke rol in het beeld. En bij mijn opzoekingen had ik al een en ander gevonden over die dolfijnen…

Dat 2 dolfijnachtigen de schelp van Galatea trekken dat is wel duidelijk. Dat zie je zo. Maar die dolfijnen hebben nog een andere, symbolische, rol. Anatomisch gezien zijn het geen aangename dolfijnen, daar zijn we ’t wel over eens. De typische glimlach die we bij dolfijnen altijd zo charmant vinden, vinden we hier niet terug. Rafael geeft er zelfs nog een extra minder sympathiek kantje aan door – net zoals we dat bij paarden kennen – de tanden te laten zien. Maar dolfijnen hebben helemaal zo geen griezelige tanden. In tegendeel. De tanden van dolfijnen zijn nogal gelijk van vorm (ze verschillen wel in richting en grootte) en lijken nog het meest op een reeks hoektanden. Dit terwijl het er op lijkt dat in het schilderij deze dolfijnen zelfs maaltanden hebben. Niet goed bestudeerd door de schilder dus. Enfin, in het algemeen niet want ik contacteerde verschillende dolfinarium.nl en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen met de vraag of ze mij konden zeggen welk soort dolfijn dit is maar ze wisten het ook niet. Jan Haelters (KBIvN) wist wel dit interessant verhaal te vertellen:

Dit is een moeilijke: de soorten die in aanmerking komen zijn tuimelaar, gewone dolfijn en gestreepte dolfijn: dat zijn de meest algemeen voorkomende soorten in de Middellandse Zee. De tekening komt echter niet overeen met een dolfijnensoort: er zijn te veel fouten in de anatomie:

  • De snuit van de dieren is vreemd, en komt absoluut niet overeen met de normale vorm van de snuit van dolfijnen (de neusgaten zitten natuurlijk daar niet).
  • Ook de “lippen” op de tekening zijn vreemd.
  • De ogen lijken niet op de ogen van een dolfijn.
  • De vinnen zijn helemaal verkeerd.

Soit, als je er toch een soort moet op kleven: tuimelaar, de meest sociale dolfijn naar de mens toe, en de soort met het minst aantal tanden van de 3 (cfr de tekening), en grijs vanboven, bleek vanonder.

De snuit van de dolfijnen op de tekening lijkt verdacht veel op de (eenden)snuit van de dolfijnen zoals afgebeeld te Knossos, Kreta, uit de Minoïsche cultuur – misschien heeft men hier inspiratie gehaald. Ook hier is het niet duidelijk welke soort het betreft: het is ontsproten aan de vrijheid van de kunstenaar.

Toch hebben deze “dolfijnen” dus een belangrijke symbolische betekenis. De linkse dolfijn heeft namelijk een inktvis in de muil. En die inktvis verwijst naar het hele conflict met en de overwinning op de cycloop. Namelijk: een inktvis die kan nog ferm bijten nadat hij zelfs al dood is. Daarom slaan dolfijnen, wanneer ze een inktvis hebben gevangen, de inktvis lang en meerdere keren op het oppervlaktewater om hem daarna te kunnen opeten. Wil je daar meer over weten, dan moet je zeker dit artikel ’s lezen.

Dikke merci aan Jan Haelters voor de input 🙂