Daedalus en Icarus (6)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

Ik heb vader en zoon veel te lang opgesloten in het labyrinth van Knossos. Sinds 19 december vorig jaar. Shame on me. Met excuses. Misschien is het goed om nog even het geheugen op te frissen. Klik HIER en je leest alles wat er gebeurd is voordat Daedalus werd verbannen naar zijn eigen doolhof. Hij mocht zijn zoon Icarus meenemen, dat had ik nog niet verteld denk ik. Nee, hij moest hem meenemen.

VLEUGELS

De geheime voorraadkamer met knutselmaterialen ligt er nog onberoerd bij. Een zelfde verhaal voor de kruiken met voedselvoorraden. Daar had Daedalus op geanticipeerd onder het motto: “Je weet maar nooit!” Dat wist koning Minos dan weer niet. Nu nog een plan verzinnen om levend te ontsnappen, via de ingang (tevens uitgang) is geen optie. Ook de haven wordt bewaakt. De lucht blijft de enige optie.

Gelukkig heeft de Minotaurus zijn laatste adem al dagen geleden uitgeblazen. Met dank aan Theseus. Aasvogels komen af op het rottende vlees van het stierenjong. Eerst cirkelen ze hoog boven het architectonische wonder maar ze overwinnen al gauw hun angst. Nieuwsgierige en hongerige gieren weet je wel. Daedalus bekijkt de bourgondische schranspartij. La grande boeuf in gierenland. De centrale binnenplaats van de doolhof is niet overdekt. De uitvinding van het schuifdak laat nog even op zich wachten. De heren krijgen een idee. Icarus maakt alvast een katapult. Met houtskool tekent zijn vader een roos op een vlakke muur. Hoeveel dagen zal het duren voor Icarus een one hunderd and eighty scoort met drie steentjes? Dag in dag uit oefent de jonge knul. Op de derde dag schiet hij een steen recht ik het oog van de Minotaurus. Bullseye. Vader verzamelt grote, achtergelaten takken die hij links en rechts in doolhof-steegjes vindt. Je voelt het al aankomen … het basisidee is geschetst. Vleugels. Dat is het figuurlijke wiel dat nu nog moet worden uitgevonden, ontworpen en gefabriceerd.

Dag zeven – altijd weer dat magische getal zeven – liggen de houten vleugelframes klaar. Volgende stap: voldoende veren bemachtigen om de open ruimtes te vullen. Icarus stelt zich op. De katapult in de aanslag, een berg steentjes naast hem. Zoef, zoef, zoef … raak. Gier één stort neer. Zoef … raak. Gier twee klapwiekt nog even en ploft dan neer. Twaalf vogels – ook twaalf komt steeds weer terug – is de buit van de dag. In de avonduren worden de beesten zorgvuldig gepluimd. Als de wind gaat liggen gaan vader en zoon aan de slag. Een puzzel van pluimen en houten takken. Alles ziet er perfect uit. Het volgende klusje is opnieuw uiterst secuur. De veren moeten aan elkaar gesmolten worden. Er is geen lijm maar ze vinden wel bijen. Heel veel bijen en een hele grote hoeveelheid honingraten. Bijenwas in overvloed.

Met sterke linnen draden bindt Daedalus de veren aan elkaar en onder de verenlaag bevestig hij een laag stevige, buigzame was.

Daedalus werkt aan een vleugel, Icarus assisteert. Gerestaureerd Romeins marmerreliëf, 2de eeuw (Rome)

Die waslaag vormt en kromt hij, totdat de vleugel volmaakt identiek is aan een echte vleugel van een enorme vogel. Op dezelfde manier maakt hij er nog een en bindt de nagemaakte vleugels aan zijn schouders om ze uit te proberen. De vleugels zijn zo kunstig gemaakt dat Daidalus volkomen veilig een proefvlucht durft te maken. Het lukt. In de lucht kan hij vliegen, zweven en hij laat zich voortbewegen in welke richting hij maar wilt.

Uiteraard maakt Daidalus nu ook een paar kleinere vleugels voor zijn zoon.

Daedalus and Icarus – Orazio Riminaldi (1625) en Daedalus Forming the Wings of Icarus out of Wax – Franz Xaver Wagenschön (18e eeuw)

Hij laat Icarus ook proberen of hij met die vleugels uit de voeten kan. Ja, dat lukt. Alles is nu klaar voor de vlucht. Een vlucht in de twee betekenissen van het woord. Een vlucht uit het labyrinth en een vlucht als echte vogels.

Volgende aflevering: DE VAL VAN ICARUS

Bronvermelding doe ik later

Van Eyck (02): Portret van kardinaal Albergati

Nu de schets er op staat is het (om het gemakkelijk te zeggen) “niet meer dan” inkleuren. Al is het inkleuren bij een Van Eyck (of eender welke Vlaamse primitief, was het nu Bruegel, Petrus Christus,…) nooit echt “vanzelfsprekend”.

Telkens ik zo’n inkleuren maak denk ik bij mezelf dat er toch wel heel wat improvisatie bij moet gekomen zijn. Zoals ik bij deze tekening een rood fleece-dekentje op mijn tekentafel heb liggen om naar de plooien, glooiingen en lichtinvallen te kijken, moet Van Eyck zeker wel “draperieën” – al dan niet in gordijnvorm – in zijn atelier hebben gehad. Sommige plooien kan je gerust uit je duim zuigen, wie zal het merken dat het niet echt is? Maar het moet wel kloppen natuurlijk 😛

Bij deze de kleurzettingen want die wil ik toch een beetje bijsturen (zie eerdere blog omtrent vernis). Als ik mijn laatste vorderingen zie, dan vind ik dat mijn versie wel “frisser” oogt dan het origineel. Niet dat ik me meet met Van Eyck, ik wil niet liever dan aantonen dat “klassiek” verre van “uit de mode” is 😉

Real Bodies: een zaal vol, blote mensen

Een bezoek aan “Körperwelten” aan de Abattoir van Anderlecht is al van 2008 geleden. Een reeks opgezette dode lichamen op een zodanige manier opgezet dat het eerder esthetisch mooi oogt dan iets droog, saai wetenschappelijk. De expo van toen in het geheugen, dacht ik dat het ook wel eens tijd was om mijn kleine wetenschapper in huis mee te trekken naar een gelijkaardige tentoonstelling in een zijzaal van het Sportpaleis (Antwerpen).

Dus wij naar Antwerpen. En in tegenstelling tot onze gewoonte moest het deze keer wel met de auto want de trein van Gent naar Antwerpen, die rijdt momenteel over Brussel en (2x)1u30 treinen + 30 minuten stappen is mij nu wel iets te veel van het goede. OK, we hadden kunnen gebruik maken van het combiticket en kiezen voor een P+R en aansluitend de tram maar ook dat is (in tijd) best een lange rit. Dus toch maar met de auto tot aan de parking achter ’t Sportpaleis en dat lukte op een uurtje rijden. De parking was trouwens nog redelijk leeg (waarmee ik geen pleidooi voor de auto wil houden, het is maar een feit 😉 ).

Al goed, we komen wél voor de expo en niet voor de autorit. Effe de print van de tickets scannen en we zijn binnen. Al bij de inkom staan er duidelijke richtlijnen voor corona en er staat ook ontsmettingsgel op het wandelpad. En de supposten hoor met mekaar in verbinding staan om na te gaan hoe de flow aan bezoekers loopt. Ik krijg er een goed gevoel bij, een beetje gelijk bij het Rubenshuis. Dat wordt een aangenaam bezoek coronagewijs.

De eerste zaal vliegt er meteen in. Een ontvelde mens groet ons gedwee. We scannen de QR code en we krijgen heel wat uitleg over alles wat er te zien is. Zeer interessant. We zaten op onze (kennis)honger en krijgen genereuze porties voeding voorgeschoteld. We krijgen basis anatomie beginnend met het skelet. Daarna komen spieren, spijsverteringsstelsel, voortplantingsstelsel, zenuwen, mechanica, het prille leven, zware ziektes, de herstelkracht van ons lichaam, nieuwe technologieën ed uitgebreid aan bod. Super interessant. Ik probeer het aantal foto’s te beperken om u toch nog iets te laten ontdekken maar het is allemaal zo interessant. Leuke opstellingen zoals een spierenmens in dans met zijn eigen skelet, de zenuwbanen in de ruggengraat, spieren in het gezicht, lagen spieren over mekaar,…zalig om te bestuderen.

De expo eindigt met een grote zaal aan wassen beelden, een freakshow zoals we die kennen van op de kermis. Die deed naar mijn gevoel wel afbreuk aan de expo. Ik begrijp het didactische luik er van wel maar toch, het was wat kunstmatig bij momenten.

Helaas werd tegelijk met de vele informatie ook snel duidelijk dat geïnteresseerden meer hun tijd nemen dan de sensatiezoekers. Het looppad werd verlaten en de corona-orde is nog tijdens zaal 1 verstoord. Dat kinderen geen 1,5meter kunnen inschatten, dat kan ik begrijpen maar voor de bepaalde volwassenen is dat duidelijk ook nog steeds geen begrip. Dit is absoluut geen coronaveilige tentoonstelling.

Inhoudelijk geef ik de expo een 4/5. We liepen er ongeveer 1u30 rond, de freakshow deden we in een sneltempo. Buiten de school/puber-vakanties zouden we er misschien wel 2uur gelopen hebben. Coronagewijs geef ik deze organisatie een 0/5. Op papier zijn ze allicht helemaal in orde maar de organisatie is niet voorzien op een volledige bezetting aan bezoekers. Het loopt helemaal fout. Het is spijtig maar ik kan alleen aanraden om er weg te blijven, zeker op drukke momenten.

Tickets en info: https://realbodies.be/

Daedalus en Icarus (5)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

THESEUS

Opnieuw geef ik Antonio Canova de eer om dit logje te openen met één van zijn prachtige marmeren beelden.


Theseus en de Minotaurus – Antonio Canova (1781-1782) – Wit marmeren beeld (Victoria and Albert Museum)

Het bovenstaande beeld is mijn verhaal vooruitgesneld. Dat mag duidelijk zijn (hoop ik). Spoiler 1: deze foto hoort op het eind van dit stukje. Waar ben ik gebleven? De Minotaurus zit opgesloten in het labyrinth op Kreta. Architect Daedalus heeft puik werk afgeleverd. Eenmaal in de doolhof kom je er niet meer uit. Spoiler 2. Zeg dat niet te vroeg, er zijn nu eenmaal helden die …

Elke zeven jaar stuurt koning Ageus van Athene – als tegemoetkoming voor de laffe moord op een van de zonen van Minos – zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta. Daar worden ze zogenaamd geofferd maar in werkelijkheid dienen zij als voedsel voor ‘Het stierenjong’ in Knossos.

Ik kan in dit ene hoofdstuk onmogelijk het hele verhaal van Theseus vertellen. Hij is één van de grote Griekse helden. Zijn aandeel in het verhaal van Daedalus en Icarus is echter van groot belang. Ik zal me proberen te beperken tot zijn avontuur op Kreta en wie weet voer ik later Theseus nog een keer op in zijn eigen verhaal. Goed?

Een delegatie van Koning Minos is onderweg naar Athene. Het is de derde keer dat zij veertien jongens en meisjes ophalen. Koning Ageus van Athene organiseert zijn eigen Hungergames. Hij laat namelijk het lot bepalen. Alle burgers van Athene moeten hun kinderen aanmelden voor deze verplichte loterij. Theseus was de vorige keren niet thuis, nu wel. Hij meldt zich dus nu ook aan. “Eerlijk is eerlijk” zegt hij tegen zijn vader. Uiteraard ziet Ageus liever niet dat zijn zoon zou geofferd worden aan dat Minoïsche monster. En ja hoor … Theseus naam wordt omgeroepen. Hij vertrekt met dertien lotgenoten naar het zuiden.

Er is geen hoop op een veilige terugkeer. De veertien jongelingen gaan een zekere dood tegemoet. Het schip zal uitvaren met zwarte zeilen, ten teken van rouw. Theseus ziet het lang niet zo somber in. Een zelfverzekerde held is dat zelden. Hij smokkelt ook witte zeilen aan boord. Bij het afscheid van zijn vader fluistert hij dat ook in zijn oor. “Pap, maak je geen zorgen. Ik maak dat rotjong op Kreta een kopje kleiner en als we terugkomen zie je ons schip met witte zeilen zodat jij al van verre ziet dat ik veilig en gezond terugkom naar Athene.” Een klein omweggetje om een offer te brengen aan Apollo en dan verlaat het schip de haven van Pireus. Op de kade barsten de ouders van de andere dertien jongeren uit in zwaar gesnik. De zeereis verloopt voorspoedig en zonder noemenswaardige incidenten bereikt het schip de haven van Kreta.

Mocht je denken dat er meteen doorgelopen wordt naar het labyrinth dan vergis je je. Het offeren zal het hoogtepunt zijn van een weken durende ceremonie, inclusief sportwedstrijden, theatervoorstellingen en concerten. Koning Minos staat op de kade te wachten. Hij is benieuwd wie of wat collega Ageus dit keer heeft verzonden. Zijn oog valt onmiddellijk op meisje nummer zes. Eriboea heet deze jongedame. (Ja, dat heb ik even moeten googlen.) Het wicht wordt uit het rijtje gehaald. Minos kwijlt al bij de gedachte het bed te delen met deze beeldschone Atheense maagd. Dat had hij gedacht. Jongeman nummer vier stapt ongevraagd uit het rijtje en verbiedt de koning zich te vergrijpen aan Eriboea. Een opstootje? De menigte op de kade voelt dat er iets te gebeuren staat. “Wie is die man? Is dat niet de zoon van Ageus? Nee, het is een zoon van Poseidon, denk ik. Ja, dat lijkt Theseus wel. Nee, ja … dát is Theseus de held!“

Minos kent uiteraard ook de roddels dat Theseus een zoon is van Poseidon. Hij heeft tenslotte zelf ook een geschiedenis met de god van de zee. Hij laat zich afleiden door deze jongeman. Zo neemt Eriboae haar naamloze plekje weer in in de rij van Atheense meisjes. Koning Minos trekt een ring van zijn vinger en gooit die met veel gevoel voor drama in de zee. “Athener, als jij werkelijk de zoon van Poseidon bent dan moet het een makkie voor je zijn om mijn ring weer op te halen. Of niet dan?” Nog voor de koning is uitgesproken duikt Theseus in het water. Als bij toverslag zwemt hij onmiddellijk tussen een school dolfijnen.

Dolfijnen fresco en mozaïek – Knossos, Kreta

De dolfijnen leiden Theseus naar de bodem van de zee. Daar ligt de ring van Minos naast een verloren gewaande gouden kroon. Een paar tellen later staat de Griekse held met de beide voorwerpen weer op de kade. Het volk houdt de adem in. Hij geeft zonder een woord te zeggen maar met alle eerbied de ring terug aan de koning en de kroon geeft hij aan Ariadne, de dochter van Koning Minos. Zij voelt zich duidelijk gevleid door deze onverwachte attentie. Haar wangen kleuren rood.

Minos is onder de indruk. Het worden vast heel bijzondere dagen. Hij nodigt Theseus zelfs uit om als atleet deel te nemen aan de sportwedstrijden. Uiteindelijk zal hij toch geofferd worden aan de Minotaurus, laat daar geen misverstand over bestaan. Daedalus heeft dit allemaal vanop een afstandje gezien. Vooral het moment dat Theseus de kroon aan Ariadne gaf. Hij voelde onmiddellijk de onzichtbare aanwezigheid van Aphrodite – godin van de liefde – (Venus bij de Romeinen). Ja, daar is ze weer. En waarschijnlijk is Eros (Amor) ook in de buurt met zijn boog en liefdespijlen.

Ariadne zit de volgende dag op de eretribune bij de sportwedstrijden. Eigenlijk vindt ze sport stomvervelend. Gelukkig heeft ze haar breipennen en wol bij zich dan heeft ze tenminste iets te doen. Ook Daedalus heeft een uitnodiging gekregen en zit samen met zijn zoon Icarus een paar rijtjes achter de koninklijke familie. Maar van zodra Theseus in het strijdperk verschijnt, slaakt Ariadne kreetjes van bewondering om zijn atletische prestaties. Hij verslaat keer op keer zijn tegenstanders. Hij is de uitblinker van dienst. Zou hij dan misschien gratie krijgen van Koning Minos? Nee. De hongerige Minotaurus is te horen tot op de eretribune. Koude rillingen lopen over de rug van prinses Ariadne terwijl haar hart onstuimig klopt van verliefdheid. Ze kijkt angstvallig rond of er een oplossing is voor het probleem ‘Theseus’. Het volk verlaat het sportcomplex. Daedalus manoeuvreert zich handig richting prinses en geeft haar ongevraagd advies. “Geef je bol rode wol aan Theseus en adviseer hem om die bol garen af te wikkelen als hij het labyrinth inloopt. Na zijn gevecht met de Minotaurus – dat hij uiteraard eerst nog maar eens moet winnen – kan hij het touw weer volgen tot bij de ingang.”


Rudolph Friedrich Karl Suhrlandt – Theseus und Ariadne

De prinses krijgt het voor mekaar om de Griekse held te spreken voor hij voor de nacht wordt opgesloten. Ze zegt dat ze het geheim van het labyrinth kent en hem kan helpen. Theseus heeft wel oren naar haar ideeën. Er is wel één voorwaarde. “Je moet met me trouwen en me meenemen – weg van hier – want als mijn vader ontdekt dat ik je heb geholpen ben ik mijn leven niet meer zeker.” Blijkbaar is er nog een liefdespijl afgeschoten want Theseus stemt onmiddellijk toe.


Jean-Baptiste Regnault – Ariadne and Theseus

Ariadne geeft een zwaard aan Theseus en haar kluwen rode wol. Zij legt het plan uit. Waarom wachten tot morgen? De avond valt. Theseus zit nog vol adrenaline van de sportwedstrijden. Hij valt op z’n knieën en belooft Ariadne zijn ja-woord. Nu nog even zonder ring. Het wicht heeft tenslotte al een gouden kroon gekregen. Het meisje leidt hem naar de ingang van de doolhof. Ze knoopt het touw vast en na een kus geeft ze Theseus een duwtje de eerste gang in.

 

Ets van Crispijn van de Passe (1589 – 1637)

Theseus ziet al gauw geen hand meer voor ogen. Hij loopt blindelings verder, zijn instinct volgend. Hij volgt de instructie van Ariadne en hij wikkelt zorgvuldig het touw steeds verder af. Dan lijkt het weer of hij afdaalt en even later zijn het toch duidelijk trappen omhoog. Hij hoort het rusteloze gegrom van de Minotaurus. Slaapt het beest of niet? Laat ik de heroïsche strijd tussen held en monster vertellen met een paar foto’s van beelden die her en der verspreid staan in Europa.

De held wint de strijd dat had je natuurlijk al gezien op de eerste foto van dit stukje. “Minotaurussen verslaan is toevallig een van mijn specialiteiten” – hoor ik hem mompelen. Dankzij de afgerolde draad weet hij ook de ingang weer te vinden, waar Ariadne nog steeds op hem wacht. Samen met haar en de andere dertien jongens en meisjes die uit Athene zijn meegekomen, gaat Theseus naar hun schip dat nog steeds in de haven ligt. Om te voorkomen dat Minos hem kan achtervolgen slaat Theseus alle andere schepen lek – “Schepen lek steken is toevallig een van mijn specialiteiten”. Ze zeilen nog voordat het licht wordt de haven uit om ongeschonden naar Athene terug te keren.

Eind goed, al goed zou je denken. Nee, nog niet. Theseus overleeft ternauwernood een zware storm maar dat is dus voor een andere keer. Een ander verhaal. Goed, ik verklap nog één ding. Ariadne schenkt hem negen maanden later een tweeling. “Tweelingen verwekken is toevallig …” Maar nu gauw terug naar … Kreta.

Koning Minos staat op zijn achterste poten. Verraad. Moord. Wraak. Zijn dochter verdwenen. De Atheners gevlucht. Theseus nergens te bekennen. Alle schepen op de bodem van de zee. De Minotaurus ligt rochelend en stuiptrekkend in zijn eigen bloed. Hoe kan dit? Wie heeft het geheim van het labyrinth verraden. Er zijn maar twee personen die dat geheim kennen. Hij en de architect. Minos weet dat hij niets heeft verklapt. Een uur later staan Daedalus en Icarus voor de getergde koning. Mensen in de omgeving van het koninklijk hof hadden Daedalus de vorige dag zien staan smiespelen met de prinses. Wat werd daar besproken? Zelfs als Daedalus ‘Brugman’ met zijn achternaam zou heten, kon hij er zich dit keer niet uitlullen. Hij wordt dan ook veroordeeld wegens landsverraad. Samen met zijn zoon wordt hij gevangen gezet in zijn eigen doolhof. Ontsnappen zal gelijk staan aan onmiddellijke executie. De ingang – dus ook de uitgang – wordt dag en nacht bewaakt.

Volgende aflevering: VLEUGELS

Bronvermelding doe ik later

Van Eyck (01): Portret van kardinaal Albergati

Vandaag de schets van de tekening gemaakt. Ik heb het gemaakt een beetje gelijk Van Eyck dat zelf zou doen: de tekening is bijna helemaal uitgewerkt (enfin het kan altijd nog meer maar goed). Een schets zoals we die kennen van de tekening van de heilige Barbara en van de kardinaal zelf (zie vorige blog).

Omdat ik niet wil blijven hangen in het exact kopiëren van bestaande werken én omdat Van Eyck een monument is waar je niet aan raakt, heb ik er een mix van een hedendaags portret met de klassieke setting van het originele schilderij van gemaakt. Maar met respect voor het origineel. K. staat als model, de kledij is gebaseerd op het origineel. Ik zag in K. veel gelijkenissen in zijn rust en expressies met het gezicht van de kardinaal. Mijn versie zal (hoop ik) meer schitteren in kleuren omdat er geen gele vernislaag over ligt. Ik zal tegelijk de kleuren uit het gerestaureerde retabel bestuderen om de splendeur van toen terug te vinden.

En zo komt er een “nieuwe” Van Eyck op mijn volgende expo met nieuw werk. Wie naar de expo in Bissegem geweest is kreeg hiervan al een voorproefje. Een try-out zoals ik het noem. Mijn doel is alle tekeningen die een link hebben met de jaren 1400-1600 hebben samen te brengen als één grote reis door de tijd. Ik voorzie bezoekers zelf te gidsen als tijdreiziger van dienst. Het spreekt voor zich dat ook daar een reeks kunstweetjes aan bod zullen komen…

 

STAM 2.0: Gent door de eeuwen heen

Nog vlak voor de krokusvakantie deze uitsmijter. Het kan altijd handig zijn voor wie niet weet wat te doen zonder carnaval.

Ik kan mij niet inbeelden dat ik nog niet eerder een blog over het STAM in het algemeen of een blog specifiek over een tijdelijke tentoonstelling in het STAM heb geschreven maar ik vind ‘m niet direct terug. In ieder geval doet dat er nu weinig toe want wat het STAM was, is het niet meer. En meestal zeg je dat met een vleugje nostalgie op zijn “vroeger was het beter”-toontje maar eerlijk gezegd, “de nieuwe STAM est arrivé!”.

Wat gemakkelijk saaie, nietszeggende materie kan zijn wordt opgesteld op een interessante en interactieve wijze. Het gebouw bestaat uit meerdere grote zalen en elke zaal wordt toegewezen aan een tijdperk. De eerste zaal begint – zoals weleer – met een grote foto van Gent. Deze foto is recentelijk vernieuwd, mooiere kleuren, hogere resoluties en ge kunt ineens kijken of uw auto voor de deur stond op ’t moment van de klik.

Na de foto gaan we meteen het verste terug in de tijd. Hoe komt Gent aan zijn naam? Waarom is hier een nederzetting ontstaan? Wat kwamen de Romeinen hier doen? En de Bourgondiërs? Hoe werd het koren vroeger eigenlijk gemeten toen Gent-centrum nog een zeehaven was? Bij wie moest ge uw kousen laten herstellen? Heb je al eens een gouden handdruk gekregen?… Vele vragen die allemaal een antwoord krijgen. Lees verder

Daedalus en Icarus (4)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

HET LABYRINTH

Daedalus werd zoals ik in deel drie al vertelde ontboden aan het hof van Koning Minos op Kreta. Zijn bastaardzoon ‘Het stierenjong’ – half stier, half mens – luisterend naar de naam Minotaurus moest worden opgesloten in een speciaal voor hem ontworpen verblijf. Architect Daedalus krijgt deze opdracht.

Ik hoor jullie kritische bedenkingen. “Zijn deze plaatjes nu werkelijk het beroemde labyrinth?” Nee natuurlijk niet. Het ontwerp was een groot geheim. Een staatsgeheim. De architect mocht daarom nooit tekeningen, voorstudies of maquettes laten rondslingeren van deze wereldberoemde doolhof. Op straffe van onthoofding of zoiets.

Oude munten uit Kreta en Athene met oa de Minotaurus en het labyrint

Gangen, doodlopende steegjes, hoge en lage muurtjes. Trappen die naar boven leiden blijken dan plots lager uit te komen. Escher-avant-la-lettre. Paden die in eindeloze spiralen kronkelen tot je uiteindelijk – als bij toeval – in het midden uitkomt en je niet begrijpt hoe je daar bent gekomen. Terugkeren vanuit dat midden was zo goed als onmogelijk. Enkel Minos en Daedalus kennen – tot nu toe – het geheim van het mysterieuze labyrinth. Dat wordt dus de nieuwe woonplaats – noem het gerust een gevangenis – voor de MinotaurusKoning Minos is tevreden. Voor dit moment dan toch.

Kort voordat de bouw van het labyrinth is voltooid wordt Androgeus, een andere zoon van Koning Minos en Pasiphaë, vermoord door jaloerse Atheners. De ellendelingen. De jonge Androgeus had hen namelijk – totaal onverwacht – verslagen op het sportveld. Niet in één discipline maar op alle onderdelen. Op Kreta was deze jongeman wereldberoemd als de beste stieren-rijder van het Minoïsche rijk. Een sportonderdeel dat niet meer is toegelaten op de moderne Olympische Spelen. De slechte Atheense verliezers uitten hun onmacht in een laffe moord. Mogelijk hadden zij de toestemming – of zelfs de opdracht – van Koning Ageus (van Athene) gekregen. Uiteraard is dat het begin van een heuse strijd op leven een dood. Kreta verklaart Athene de oorlog. Veldslagen, zeeslagen en uiteindelijk komt Kreta als winnaar uit de bus. Voor straf moet Athene elke zeven jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen als offer (voedsel) naar de Minotaurus sturen. Dit offer is bedoeld om de vrede tussen de twee partijen te bewaren.

Kort voordat de bouw van het labyrinth is voltooid wordt Androgeus, een andere zoon van Koning Minos en Pasiphaë, vermoord door jaloerse Atheners. De ellendelingen. Voor straf moet Athene elke zeven jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen als offer naar de Minotaurus sturen. Dit offer is bedoeld om de vrede tussen de twee partijen te bewaren.

Ja ja, ik weet het. Ik wijk af. Dit zou toch het verhaal worden over Daedalus en Icarus. De laatst genoemde moet nog steeds zijn entree maken in het verhaal. Ik geef het toe. Kan ik jullie blij maken met de vermelding dat Daedalus zijn zoon Icarus met enige regelmaat meeneemt naar de werken aan het labyrinth? Deze jongen helpt zijn vader maar heeft niet de uitvinders-kwaliteiten van zijn vader en zijn verdwenen (wij weten beter) neef Perdix. Maar zijn grote avontuur laat nog even op zich wachten want ook het verhaal van Theseus moet ik nog vertellen. Is dat belangrijk? Ja, want deze held uit Athene – zoon van Koning Ageus – zal het leven van Daedalus en Icarus op zijn kop zetten. Ik geef alvast een vooruitblik in de vorm van een plaatje …

Zoekplaatje: ‘Wie is Wie?’ – later ingekleurde zwart-wit ets met oa het labyrinth, Theseus en Ariadne

Volgende aflevering: Theseus

Bronnen zal ik – zoveel als mogelijk – na afloop vermelden.

In de serie: DAEDALUS en ICARUS en BEELDENDE KUNST

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

Van Eyck (00): Portret van kardinaal Albergati

In de aankomende expo – (voorlopig) gepland voor juni 2021 – wil ik een eigen en eigentijdse versie van het “Portret van kardinaal Albergati” (Van Eyck) maken. Het wordt een mix van het originele schilderij met mijn eigen portret en eigen techniek. Ik ga mij niet avonturieren aan schilderen, laat staan aan olieverfschilderen.

Ter introductie een woordje over het “echte” schilderij van kardinaal Albergati.

In 1435 werd een vredesverdrag gesloten tussen Filips De Goede (Bourgondisch heerser over de Vlaanders ) en de koning van Frankrijk Karel VII in Atrecht (cfr Google is dit Arras). Dit verdrag maakte een einde aan de oorlog die was ontstaan nav de moord op Filips De Stoute. Maar geen akkoord of verdrag zo geldig als dat dat door God is verzegeld. Dus stuurde de paus een eigen bemiddelaar: kardinaal Niccolo Albergati, ambassadeur van de Heilige Stoel in Frankrijk (1422-1431). Van Eyck was ook op die gebeurtenis waarschijnlijk om een “fotoverslag” van de aanwezigen en de gebeurtenissen vast te leggen.

Dit portret werd waarschijnlijk niet op dat event geschilderd maar pas achteraf. Dat leiden we af uit de gedetailleerde studietekening die van dit schilderij bestaat. De tekening toont al lichtschakeringen, details in het gezicht,… Lees verder

Hallepoort (BXL): Back to Bruegel

Op net geen 500m van het Zuidstation van Brussel staat de Hallepoort. Een gebouw van pakweg jaren 1400 dat op de huidige kleine ring – de vroegere vestingmuur – staat. Prachtig gerestaureerd staat deze monumentale stadspoort voor de herinnering aan een tijd die eigenlijk nog niet zo lang geleden is. Meermaals op de lijst van “te slopen gebouwen” is het gebouw nu (eindelijk) een deel geworden van het collectief erfgoed en een prachtig museum.

Als “stadsmuseum van Brussel” kan het niet doorgaan. Daarvoor moet je zeker ’s het Broodhuis op de Grote Markt bezoeken. Maar als museum over het hoe en waarom van de stadsmuur van Brussel is het des te interessanter.

Maar waar de Hallepoort nu superinteressant voor is, is Lees verder

Op een dag…

ging potloodkabouter Max naar het grote wedstrijdenbos en zag daar een wedstrijd voor tekenaars! Dat moest wel een speciale wedstrijd zijn want meestal zijn het wedstrijden voor werken met een borstel. Kabouter Max had zelfs al eens gedroomd van een wedstrijd waar een borstelkabouter de tekenwedstrijd had gewonnen. Hij was daar zo ongelukkig van geworden dat hij nog liefst van al corona had gekregen.

Maar potloodkabouter Max liet zich niet doen. Een kabouter krijg je niet zomaar klein. Dus deed hij toch mee aan deze tekenwedstrijd. Dat was best spannend. Kabouter Max ging bij al zijn vriendjes vragen of ze voor hem wouden stemmen. Kabouter Karel liep een beetje verloren, maar de andere kaboutertjes trokken recht het bos in en stemden met hun hart.

En zo werd kabouter Max de winnaar van de tekenwedstrijd en is hij meteen geselecteerd voor de grote finale in december. Kabouter Max is heel blij met zijn plekje en dankt alle kaboutertjes, ook Karel stuurt hij een warm hartje toe 🙂

** EINDE **

KW47: Waar haalde de Brusselse wijk “Marollen” zijn naam?

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Brussel zit in mijn binnenzak. Het is de stad waarrond ik opgroeide, naar de cinema(s) ging, in het midden van de nacht pita’s ging eten met lekker zoete witte kool (iets wat ze er in Gent niet bij doen), wandelen, shoppen, de kermis aan ’t Zuid,…ronddolen in de straten of zelfs studeren op de Grote Markt of het Muntplein.

Wie Brussel zegt, zegt ineens ook Marollen. Dé bekende Brusselse wijk (al zijn er nog gelijk Matongé,…etc etc) met zijn volks karakter, de vlooienmarkt (al ga je dat ter plekke wel in’t Frans moeten vragen of ze gaan u niet kunnen helpen) of de (vermoedelijke) woonst van Bruegel aan de Hoogstraat. Op Bruzz – de lokalen Brusselse TV – werd uit de doeken gedaan van waar die naam “Marollen” eigenlijk komt.

Marollen was oorspronkelijk maar een kleine wijk in het Brusselse maar toen er plannen waren om het gerechtsgebouw in die wijk op te trekken (en dus vele mensen hun huis zouden verliezen), verenigden meerdere wijken zich finaal onder de noemer “Marollen” en daardoor is de wijk vandaag groter dan hij oorspronkelijk was. De geschiedenis van de Marollen gaat verder dan een (recent) historische woonwijk. Dat kan je allemaal lezen op Wikipedia, waarom zou ik dan de moeite doen om dat over te typen?

De vraag is: van waar haalde de wijk “Marollen” zijn naam?

De Montserratstraat heette vroeger de Marollenstraat. Men ging er van uit dat deze straatnaam er was gekomen door de aanwezigheid van Maricolen. Maricolen zijn een soort nonnen die in de volksmond “Marollen” werden genoemd. Dat dacht men.

Wat blijkt nu? Die zusters Maricolen hebben nooit in de Montserratstraat gewoond. Wél woonden er in die wijk veel prostitués. Het plezier kon er niet op. De meisjes van plezier kregen de naam “pucelles de marolle”. Die troetelnaam kregen de madammen met het lichtgevende beroep in Noord Frankrijk. De marollenstraat heeft dus niet haar naam te danken aan de nonnen maar wel aan de vele lichtjes van dames met een ander geloof 😉 De wijk nam de naam van de straat over en door de protesten bij de bouw van justitiepaleis kreeg de fusie aan wijkjes één naam: de Marollen.

Meer lezen over de Marollen:

visit.brussels

wikipedia

marollenwijk – brochure

streetview

Bron tekst: Bruzz

Daedalus en Icarus (3)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs.

EEN HOUTEN KOE

Onze banneling – architect, kunstenaar en uitvinder – is nog steeds aan boord van een schip met als eindbestemming Kreta. Een reis die Daedalus al heel wat keren had volbracht. Zijn status is echter dramatisch veranderd. In Athene en Attica wordt hij verdacht van moord of op zijn minst van betrokkenheid bij de verdwijning van zijn talentvolle neef. Een rondfladderende patrijs in de buurt van de akropolis heeft echter geen herkenbaar stemgeluid om het ware verhaal te vertellen. Het zijn hooguit de verhalenvertellers die zijn geschiedenis blijven verwoorden.

Daedalus heeft een geschiedenis met (op) het eiland waar Koning Minos de scepter zwaait. Maar eerst moet ik een kleine tijdssprong maken. Terug in de tijd. Minos werd niet zomaar koning van dat grote eiland tussen het vasteland van Griekenland en de kusten in het zuiden van een min of meer onbekend continent. Uiteraard is er weer een god die een belangrijke rol speelt. Poseidon (Neptunus bij de Romeinen). Broer van oppergod Zeus. Heerser van het water en de zeeën Veroorzaker van tsunami’s en aardbevingen.

Een afbeelding van Poseidon met drietand op een Korinthische plaque (550–525 v. Chr., Penteskouphia, Louvre).

Minos werd namelijk de koning van Kreta met hulp van de zeegod PoseidonPoseidon had Minos ooit Lees verder

Rubenshuis: wandelen in het huis van de meester

Het was alweer jaren geleden dat ik het Rubenshuis had bezocht. Dat barokke gedoe…ik ben er niet altijd voor. En hoe groot Pieter Paul Rubens ook is, sommige van zijn werken zijn iets té virtuoos geschilderd naar mijn goesting. Maar dat belet niet dat je de meester in zijn meesterschap kan waarderen. En het Rubenshuis is ook gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer dus…

Enfin, wij daar naartoe op een prachtige, frisse zondag.

Met de ervaring in het KBR, lette ik deze keer ook wat meer op de regeling ivm corona. En ja hoor, dit museum is Lees verder

Daedalus en Icarus (2)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 2…

BETICHT VAN MOORD

Zoals gezegd is Daedalus een zeer gerespecteerde kunstenaar in Athene. Hij heeft een vrouw, zij heet Naucrate. Zij was ooit een slavin aan het hof van Koning Minos op Kreta. Samen hebben Naucrate en Daedulus een zoon. Je kunt het al raden … Icarus. Maar voorlopig is er nog geen plaats voor deze jongen in het verhaal. Dat komt nog wel. Even geduld zullen we maar zeggen.

Ook als architect en uitvinder oogst Daedalus veel bewondering. Wat minder bekend is, is dat hij ook een charmante dansleraar is. Zijn afkomst blijft wat mysterieus. Is hij op Kreta geboren of toch niet? Ontmoette hij daar zijn vrouw? Hij bouwde vóór zijn komst naar Athene een fort met een schitterende fontein in de nabijheid van een hangend tempelplateau – ook naar zijn ontwerp – op Sicilië. Een eiland waar hij later nog zal terugkeren. Maar ik loop vooruit op mijn verhaal. Daedalus kent dus uit eigen ervaring de wispelturigheid van de Griekse zeeën en winden. Hij is namelijk een uitstekende zeeman. Hij is tenslotte de uitvinder van ‘het zeil’. Of hij ook ‘het schietlood’ heeft uitgevonden, blijft onduidelijk. Waarschijnlijk is dát een vinding van zijn jonge neef – zijn assistent Perdix – een echte Willie Wortel.

Steeds vaker wordt er advies gevraagd aan deze leerling en steeds minder aan de meester. Daedalus heeft lange tenen en een nog groter ego. Jaloezie en afgunst steken de kop op. Hij kan zijn ergernis nauwelijks verbergen. Hij en Perdix werken samen aan een nieuwe toren op de Akropolis. Het is tijd voor een inspectiebezoek want vandaag bereiken de metselaars het hoogste punt. Daedalus nodigt zijn neef uit om hem te vergezellen. Ze gaan samen op stap. Perdix is veel sneller boven dan zijn oom. Hij is opgewonden blij want zijn plan is gelukt. Vanop deze toren kun je de zee zien en dat was helemaal zijn idee. ‘Een cadeautje aan de Atheners’ zoals hij dat zelf graag noemt. Daedalus baalt er stiekem van dat hij dat niet zelf heeft bedacht.

Als hij bovenop de toren staat, lokt de oude man zijn jonge gezel naar het randje – zogenaamd voor een nog mooier uitzicht – en geeft hem … een duwtje. ‘Opgeruimd staat netjes’ denk hij. Dat zegt hij uiteraard niet. Daedalus haast zich naar beneden en heeft zijn smoes over struikelen al klaar. De smiecht.

Ik vertelde eerder al dat Pallas Athena (Minerva bij de Romeinen) een zwak heeft voor de jonge uitvinder. Zij is – uiteraard – in de buurt op het moment dat Perdix naar beneden stort. En ‘zoef flits zoef zoef’ … de godin verandert de jongeman in een patrijs.

Een patrijs – een vogelsoort (uit de fazanten-familie) die nooit hoog vliegt maar wel kan fladderen (noem het gerust vliegen) – maar dan net boven de grond.

Patrijs (partridge) – Foto’s van Pixabay

Nu rest natuurlijk nog de vraag van de kip en het ei. Wat was er het eerst? Heet de jongen echt Perdix of kreeg hij die naam nadat hij veranderde in een patrijs, een veldhoen. Het Latijnse woord voor patrijs is namelijk … Perdix Perdix. Grappige naam trouwens – ik zou er mijn Asterix-collectie op moeten naslaan want ik zie zomaar een of andere ‘Perdix’ rondlopen in het dorp van de onoverwinnelijke Galliërs. Sorry, ik dwaal af. Natuurlijk is dit niet het einde van het verhaal. Ik vertel verder. Daedalus zoekt aan de voet van de Akropolis tevergeefs zijn neergestorte metgezel. Hij begrijpt het niet. Waar is die jongen gebleven? Hij wil hem namelijk wel op een fatsoenlijke en eervolle manier begraven. Maar zonder stoffelijk overschot is dat natuurlijk een beetje lastig.

Mensen vragen al spoedig waar ze de jonge uitvinder kunnen vinden. Hij is namelijk niet komen opdagen bij een afspraak. Vreemd want Perdix houdt altijd zijn woord. Daedalus wordt ondervraagd en naar de Areopaag gebracht, een heuvel in de buurt van Akropolis. Op die heuvel zetelt ‘De Raad van Toezicht’ – de Atheense rechtbank. De rechtbank beschuldigt de architect van moord op zijn neef. Maar zonder lijk is dat natuurlijk een vreemde aanklacht. De rechters vragen Daedalus naar de omstandigheden rondom de verdwijning van zijn neef. De goedgebekte charmeur herhaalt zijn praatje over struikelen op het moment dat Perdix zijn schietlood wilde testen – bovenop en naast de toren. Jammer genoeg hadden de werklui die ochtend de balustrade weggehaald. Er was dus nauwelijks bescherming edelachtbare … Een goed oplettende rechter vraagt naar het verse litteken op de rechterwang van de bouwmeester. Een stevige kras – het lijkt wel het silhouet van een … patrijs. Cadeautje van Pallas Athena. Dat weten wij, dat veronderstelt Daedalus maar de rechters tasten in het duister. Uitspraak: Daedalus wordt verbannen – wegens een niet bewezen moord. Persona non grata in Athene.

De eerste dagen en weken na de uitspraak hangt de ooit zo bewonderde kunstenaar wat rond op het platteland van Attica. Vluchteling, moordenaar en banneling zijn niet de titels die bij zijn ego passen. Hij moet iets ondernemen, aan een nieuwe episode in zijn leven beginnen. Hij pakt zijn boeltje bij elkaar en vindt algauw passage op een boot richting Kreta … het eiland waar Koning Minos regeert.

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Bron: de blogs van Koen Schyvens

In de serie: DAEDALUS EN ICARUS en BEELDENDE KUNST

KW46: nen hoek af!

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Als portrettekenaar houdt me dit portret – en vooral de persoon die er op staat – al jaren bezig. Wie is hij? En vooral…mijnheer de schilder (mijn excuses aan de vrouwelijke lezers van mijn blogs, dit is even kansberekening over de jaren 1500-1600) waarom heeft u dit heerschap zo’n rare neus mee gegeven?

Wat ik tot nu toe al zeker wist is dat het gaat om Federico da Montefeltro. Ten eeeeeeeerste is ’t Monteeefeltrooooooo dus… En dat dit portret eigenlijk deel uit maakt van een tweeluik waarbij het andere luik zijn madam Battista Sforza voorstelt. Dat het niet gaat om een wederzijds romantisch aankijken van een smoorverliefd koppel want in die jaren keken de rijke mensen en vooral die van adel niet naar de kijker. Het plebs was immers te min om door de adel te worden aangekeken. Dat het door de Italiaanse schilder Piero della Francesca was geschilderd.

Ik had zelfs al ergens een ander schilderij gezien van Monteeefeltrooooooo waar hij gezellig in zijne zetel den Dag Allemaal aan lezen is en stelt u voor; ook daar heeft diene mens zo ne kap in zijne neus. Dat is dus duidelijk geen toeval!

Maar die neus bleef mij achtervolgen. Bon, uit de verhalen die ik tot nu toe al heb verteld weten we dat Italiaanse steden in de jaren 1500 niet echt van de meest veilige waren. De N-VA kan er over janken maar in die tijd had Bartje De Zwever zijn dossiers geen lucht moeten geven langs de kade van Antwerpen of zijn dossiers zouden al eens doorspekt terug op’t schoon verdiep kunnen belanden.

Dus dacht ik dat Monteeefeltrooooooo waarschijnlijk ergens nekeer tegen de verkeerde kleerkast was gelopen en zodoende was er van onze vriend tegelijk ook nen hoek af (ik weet alles van hoeken af, dus jah waarom niet). Maar dan komt de vraag…allez, serieus, ge zijt stinkend rijk, uwe neus mankeert een stuk, waarom laat ge u dan in profiel portretteren? Zet u dan toch op 3/4 of geeft die schilder een fooi voor een hoekske extra verf. Toch?

En dan kwam deze week het ultieme antwoord op mijn vraag! Zomaar boenk op de mail!

Monteeefeltrooooooo had nekeer mee gedaan aan een toernooi en daarbij had hij een lans plat op zijn gezicht geïncasseerd. Ketjing! Jup. “Owp eu muile” zouden ze in Gent zeggen. Frederico was er niet goed van. Zijn rechter oog nog minder want dat was verloren. Maar voor de rest, geen probleem. Frederico blijft zo gezond als iets en leeft voort zonder 3D-zicht. Maar weette nu wa?! Er mankeert dus niks aan zijn neus!

Maar mensen met nen hoek af, die hebben al eens andere ideeën. Fredericooooooooooooo houdt zich voor dat hij zo sterk is dat hij zal genezen en terug even goed zien als tevoren. Dat is een beetje moeilijk met één oog. Ge moet maar eens proberen met uw rechter oog dicht, kunt ge nooit uw linker oor zien…Ehm…ah ja, dan kan met 2 ogen ook niet naar ’t schijnt (als ge mij niet gelooft moet ge maar eens proberen aan uw elleboog te likken, hij is dan van u als ’t u lukt).

Dus wat doet Montefeltro om terug een breedbeeld te hebben? Hij snijdt (eigenhandig schijnt) het stuk neus dat in zijn weg zit om voor zover mogelijk naar rechts te kunnen kijken met zijn linkeroog, gewoon uit zijn neus. Tjakka! Weg! En dus van daar heeft hij nu een stuk uit zijn neus en hij is er zo fier op dat hij dus maar al te graag in profiel wordt geschilderd. En ook een beetje omdat de kant met het geschonden oog er niet echt smakelijk uit zag.

En zo is dat mysterie ook weer opgelost 🙂

Bron: Artips

Daedalus en Icarus (1)

Ook blogger Koen Schyvens zorgt voor spannende verhalen. Hij vertelt over Daedalus en Icarus over verschillende blogs. Hieronder deel 1…

Opnieuw ga ik een oud verhaal vertellen. Mythologische verhalen lenen zich daar goed voor. Na mijn her-vertelling van Amor en Psyche begin ik vandaag aan een nieuw verhaal. Daedalus en Icarus. Ik denk dat dit verhaal veel bekender is bij de meesten. Althans het (bijna) einde van het verhaal is bekend. De val van Icarus. Alles wat eraan vooraf ging wordt minder vaak verteld. Ik begin eerst met het verhaal van de vader. Daedalus. Zijn zoon (Icarus) komt later wel binnenfietsen in het verhaal.

Voordat ik begin aan deze her-vertelling met schilderijen, fresco’s en beeldhouwwerken, memoreer ik graag mijn persoonlijk verhaal – gekoppeld aan deze mythologische klassieker. En ja … het zal weer even over Ine gaan. Mijn eerste vrouw. Ik begon mijn ‘Amor en Psyche’ verhaal met de foto van het beroemde beeld van Antonio Canova – Psyche revived by Cupid’s kiss. Klik HIER. Laat ik dat nú ook doen maar uiteraard met een ander beeldhouwwerk van dezelfde Antonio Canova.

Daedalus and Icarus (1777 – 79) – Antonio Canova – Marmer – 200 x 95 x 97 cm Museo Correr, Venetië

“Het persoonlijk verhaal graag, dat beloof je hierboven Koen.” Goed. Ine overleed op 29 juni 2005 om 10.10 in de ochtend. Groot verdriet. Kleinkinderen waren er toen nog niet. Negen jaar later wordt in Bergen op Zoom een jongetje geboren. Icarus Schyvens. Precies op dezelfde dag (29 juni) en op precies hetzelfde uur en dezelfde minuut (10.10). Icarus, de tweede zoon van mijn zoon – papa Jules en mama Yvonne. Broertje van Ender.

Geboortekaartje van ICARUS Camilo Herbert Schyvens

Groot geluk voor deze Bompa en de hele familie. Ik (wij) noem(en) Icarus dan ook ‘Het geluk dat uit de hemel viel, met dank aan Mama Maan’. Naar analogie met het beroemde schilderij van Bruegel. Ik kom er later in deze reeks vast nog op terug.

Pieter Bruegel (de Oude) – De val van Icarus (1595 – 1600) 73,5 × 112 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel 

Dus op de één of andere – niet uit te leggen – wijze heeft de denkbeeldige kus van Amor – nieuw leven laten ontstaan. Ik ga nog zweven en new-age-achtige pseudo religieuze onzin uitkramen als ik niet oppas. Dat zou tegen mijn natuur zijn. Voordat ik terugga naar het verhaal van Daedalus nog even een woordje over Ovidius. Een Romeinse dichter. Hij kende bijna alle Griekse verhalen uit zijn hoofd.

De eerste Nederlandse uitgave (1697) van de werken van Ovidius Naso

Dankzij zijn verhalenbundel ‘Metamorfosen’ (dat betekent: ‘Verandering van gedaante‘) kennen wij vandaag de dag nog heel veel van deze Griekse mythes. Ook het verhaal van Daedalus en Icarus. Meestal zijn de hoofdpersonages goden of half-goden. Zij vinden het geweldig om af en toe van gedaante te veranderen. Ze worden een zwaan, een stier of een vogel. Of ze veranderen van vorm, kleur of structuur. Een leger kan zomaar veranderen in een groep varkens; een jongen kan veranderen in een vogel. En natuurlijk is ‘de dood’ de meest trieste vorm van verandering. Het verhaal van Daedalus (en later Icarus) gaat over gewone mensen. Maar ja, zo begon het verhaal van Psyche ook …

UITVINDERS AAN HET WERK

Er was eens … ja ja, natuurlijk … er was eens … een hele beroemde uitvinder in het oude Athene. Hij was heel geliefd bij de mensen want hij bedacht de meest mooie gebouwen … tempels, paleizen en huizen. Het is meester Daedalus (Daedalos bij de Grieken). Bouwmeester, architect en uitvinder. Op het lijstje van uitvindingen van Daedalus staan bijvoorbeeld de bijl en het zeil. Best wel knap (zullen we maar zeggen). Ook als beeldhouwer maakt hij furore in Athene. Hij is de eerste kunstenaar die beelden maakt met open ogen in plaats van beelden met gesloten ogen. En de armen van zijn figuren hangen niet meer stijf naar beneden – zoals gebruikelijk was in die tijd – maar ze wijzen alle kanten op. Veel levendiger. Nog iets nieuws zijn de voeten van zijn beelden – het lijkt wel of de gebeeldhouwde personages (echt) lopen. Levensecht. Een uitzonderlijke man, die Daedalus. Zijn neef, de zoon van zijn zus, is zijn belangrijkste assistent.

Deze jongeman luistert naar de naam Perdix. Zijn vrienden noemen hem ook wel Talus maar laten we niet onmiddellijk beginnen met verwarring te scheppen. Perdix is in de leer bij zijn oom Daedalus. Beiden zijn geïnteresseerd in techniek en mechanica. Daedalus deelt zijn inzichten met zijn neef maar ziet na een tijdje dat er elke dag iets nieuws verschijnt in hun gezamenlijk atelier. Allemaal nieuwe uitvindingen van Perdix. Zo liepen ze bijvoorbeeld vorige week nog samen op het strand en verzamelde de jonge man de ruggengraat van een grote vis, de kaak van een slang en botten van een groot dier. Een paar dagen later – na enig gestoei en geknutsel met beiteltjes, stukjes ijzerdraad en het kaakbeen – toont Perdix een zaag (geïnspireerd door die ruggengraat) en een passer. Hij maakte die passer door twee botten – met ijzerdraadjes als een scharnier – aan elkaar vast te zetten. Het ene uiteinde voorziet hij van een klinknagel en het andere uiteinde is een scherp geslepen veer (pluim) die je in de inkt kunt dopen. Appeltje, eitje. Ja toch?

Ook de ronddraaiende pottenbakkersschijf staat op zijn palmares. Er wordt zelfs gefluisterd dat Perdix ook het eerste kompas heeft uitgevonden. In de roddelblaadjes in die dagen staan geruchten dat Pallas Athena – godin van de wijsheid, de handwerkslieden en de kunstenaars – een oogje heeft op dit jonge talent. Jammer genoeg bestaan noch de Griekse Privé en Story, noch dat eerder genoemde palmares – waarschijnlijk kleitabletten – niet meer om een betrouwbare fact-check te doen. Nu moeten we (jullie) het stellen met de woorden van verhalenvertellers-met-een-dikke-duim, zoals ondergetekende. Vandaag de dag zijn zo’n schijf, een zaag en een passer eenvoudige instrumenten maar in die tijd … je kunt je dus gemakkelijk inbeelden dat Daedalus stikjaloers is op de vindingrijkheid van zijn neefje. Hoe lang gaat dit nog goed? De leerling die zijn meester overtroeft …

Wordt (gauw) vervolgd.

ps. De bronnen die ik gebruik zal ik later vermelden, als ik ben uitverteld.

Mijn bron: de blogs van Koen Schyvens

Fietser: waar gaat dit naartoe?

Ik ben zelf fietser (in het heilige coronajaar deed ik het wat rustiger aan met slechts 4000km op de teller) zowel in stadsverkeer als op de typische fietswegen kan je mij vinden.

Waar ik mij al jaren aan erger is het feit dat andere fietsers blijven vertikken hun arm/hand uit te steken wanneer ze afslaan. En waarom? Omdat wanneer ik ook wil afslaan of achter hen blijf (als we in dezelfde richting afslaan) of keurig wacht tot ze het kruispunt zijn overgestoken (als ik van de andere richting kom). Doordat die – pardon my french – egocentrische tweewielers hun richting niet duiden, staan andere – hoffelijke – weggebruikers langer op een kruispunt te wachten tot mijnheer of mevrouw Ego beslist om toch het kruispunt niet op te rijden.

Omdat vele fietsers van mening zijn dat ze hun hand niet meer moeten uitsteken en ik altijd alles 3dubbel check, ben ik ’s gaan kijken op de website van de Politie.

En terwijl ik dit toch neerpen: collega fietsers, wanneer je een voetganger op een zebrapad ziet oversteken (of die heeft die intentie) dan heeft die voetganger voorrang op u. Doe niet dwaas en stop dan even en zwaai nekeer naar de mens. Ge maakt er u zoveel sympathieker mee.

Bron onderstaande tekst: https://www.politie.be/5415/vragen/fietsen-en-bromfietsen/hoe-verander-je-als-fietser-veilig-van-richting

Hoe verander je als fietser veilig van richting?

Gebruik je arm als richtingaanwijzer

Voor fietsers gelden dezelfde regels als voor de andere bestuurders. Ze moeten richting aangeven als zij van richting veranderen, bv. bij het afslaan op een kruispunt. Je kan de richting aangeven door je arm uit te steken. Wanneer dit niet mogelijk is of niet veilig kan gebeuren, bv. op een kasseiweg, tussen tramsporen of wanneer de weg te glibberig is, hou je natuurlijk wel je beide handen op het stuur. Probeer ook oogcontact te maken met andere weggebruikers, bv. door over de schouder te kijken, om je ervan te vergewissen dat de bestuurders achter je de intentie om van richting te veranderen begrepen hebben. Vergeet ook niet dat je soms voorrang moet verlenen aan tegenliggers.

De voorrangsregels voor fietsers zijn in grote lijnen dezelfde als voor automobilisten:

  • Op een kruispunt geldt de voorrang van rechts, tenzij je op een doorlopend fietspad rijdt. Dan heb jij als fietser voorrang op het verkeer dat van rechts komt.
  • Als een fietspad plots overgaat naar de rijbaan, dan heeft de fietser voorrang op de auto’s achter zich. Kijk wel dubbel goed uit, want veel automobilisten vergeten deze voorrangsregel of kennen hem zelfs niet. Maar wanneer het fietspad doorloopt en een fietser het fietspad verlaat om van richting te veranderen, om in te halen of om langsheen een hindernis te rijden, dan moet hij wel voorrang geven aan de bestuurders op de rijbaan.
  • Ook fietsers moeten voorrang geven aan voetgangers die op het punt staan over te steken op het zebrapad.

KW45: Wintercircus

regelmatig post ik kunst- en cultuurweetjes. Heb je zelf ergens iets leuks gezien, laat het weten. Wie weet komt jouw cultuurweetje dan op de blog 🙂

Kunst is altijd voer voor interessante weetjes. De verhalen achter de beelden/schilderijen, de technieken, de tijdsgeest, de kunstenaar of zijn omgeving leveren al eens leuke verhalen op. Maar gebouwen kunnen ook veel interessante weetjes opleveren. Bij een gezellig onderonsje kwam het oude Gentse circus ter sprake. Dat het momenteel (al jaren) gerenoveerd wordt en er al meerdere mogelijke plannen naar gebruik zijn gelanceerd, dat is geen weetje, dat is bladvulling voor de gazetten 😉

Gent is altijd een circusstad geweest. Dat is het nu nog met circussen die regelmatig opduiken in Mariakerke, de Watersportbaan, op het Sint-Pietersplein of ergens rond Ledeberg/Gentbrugge. Gent heeft zelfs meerdere Lees verder