Bruegel 4 (03): een eerste schets

Laten we, nu er fotomateriaal van het originele schilderij in huis is, maar beginnen met tekenen. Ik kies ervoor om, net als bij de Toren van Babel, de tekening op ware grootte te maken. Volgens Wikipedia zou dat dan 37cm bij 55,5cm moeten zijn. Aangezien dat formaat nog binnen een A2 (42×59,4cm) valt, kan ik een blad uit mijn (super)groot schetsboek snijden en dat gebruiken als basis.

Ik vermeld het detail van het papier omdat dat voor mijn aanpak nogal ongewoon is. Doorgaans werk ik op Cansonpapier dat van een rol wordt afgesneden. Een rol laat mij toe om eender welke maat te maken zolang de kortste zijde niet groter is dan 120cm. Ik heb trouwens al een tijd geleden beslist om niet meer boven de 110cm als kleinste maat te gaan. Waarom? Omdat ik tot 110cm moeiteloos het transport met onze auto kan doen. De lengte (de grootste maat dus) wordt bij voorkeur beperkt tot 190cm. Dat kan wel langer maar ook daar weer, als die in de auto moet, dan rij ik met een plank op mijn kop en dat is niet zo comfortabel ;)

Dus bij deze wordt de tekening gemaakt op Daler Rowney-papier van 250g/m². Ik werk achter de schermen (om te schetsen en eigen tekenwerk) al een aantal jaren met dit merk en het is echt wel degelijk papier. Bij de keuze van papier is voor mij in eerste instantie de dikte en de textuur van belang. Ik hou niet van dunne blaadjes. Al was het maar omdat je er kan door kijken. Het geeft me ook nooit het gevoel dat het kwaliteit betreft. Over de textuur valt ook nog wel iets te zeggen. Ik hou niet van aquarelpapier. Dat heeft doorgaans een grove textuur, veel “boebels” en voor potloodtekenaars is dat gewoonweg niet handig om mee te werken. Superglad papier (Bristolachtige) ken ik nog van mijn middelbaar en de hoge school. Ideaal om technische tekeningen op te maken en in te inkten. Zo goed als geen uitvloeiing. Maar dit soort papier is dan weer niet “grof” genoeg om de potloodpunt “af te schrapen” zodat het potlood echt ten volle kleur afgeeft.

Hierboven enkele voorbeelden van tekeningen op zeer glad papier. Je ziet (hopelijk) meteen dat softpastels niet zo doordringen in de poriën en eerder meer een zacht maar egaler vlak gaan maken. Daarentegen zijn de tekeningen met stift (herkenbaar aan de hardere contourlijn) erg scherp afgelijnd en merk op dat het inkleurwerk (met potlood) net zoals bij pastels veel zachter wordt dan bij “klassiek” tekenpapier. Die zachtheid kan je natuurlijk ook best uitbuiten om te komen tot hele subtiele dégradees in de intensiteit van een kleur. De eerste tekening is een snelle schets met enkel een oranje en een paars potlood. Voor snelle schetsen is een glad papier natuurlijk wel zalig. Omdat er minder “afgeschuurd” wordt, kan je veel gemakkelijker corrigeren tijdens het tekenen.

De basistekening is aangezet. Wat een gedoe. Na maanden niet meer tekenen voel ik “het” ineens weer aan mijn schouders. Moet ik toch onthouden voor een volgende sessie bij de kinesist. Of ik moet een andere manier van opstellen zien te vinden. Los daarvan blijf ik dat – net zoals bij de vorige Bruegeltekeningen – elke keer weer een ware ontdekking zo’n “naakte Bruegel”. Doe zeker de moeite om de gehele schets te openen en tijd te nemen om alle details te bekijken. Door het gebrek aan kleur krijg je dat typische sneeuwlandschapgevoel. Zonder pretentieus te willen zijn vind ik in deze versie de watermeander veel meer aanwezig dan in het schilderij. Wat zal dat worden wanneer ik aan de kleuren begin?

Bruegel 4 (02): maar eerst…

Een idee hebben om te tekenen is al zeker een goeie start. Het originele werk gaan/kunnen bekijken een nog veel betere ;)

Voor de eerdere Bruegels reisde ik al af naar Rotterdam (museum Boijmans Van Beuningen) , naar Wenen (KHM) , Brussel (KMSKB), Antwerpen (KMSKA), Gent (MSK),… Voor het Winterlandschap met vogelknip is er een beetje van een “luxeprobleem”.

Van Winterlandschap met vogelknip is al minstens 127 keer gekopieerd. Het hangt wat af van de bron(nen) hoeveel kopies er worden vermeld maar laat het ons afronden naar 130 voor ’t gemak van onthouden. Trouwens in de catalogus van de Wenen-expo staat 130 kopies, volgens Google Arts & Culture zijn het er zelfs 140. Waar Google die 140 vandaan haalt is niet verder vermeld.
In België is er al zeker een te zien in KMSK Brussel, Mayer Van den Bergh Antwerpen en in het MBA Doornik. Andere mogelijkheden zijn o.a.: Maastricht, Wroclaw, Moskou, Madrid, Tokyo,..en een flink aantal private collecties. (bron)

Brussel is vanuit Gent gemakkelijk bereikbaar én Brussel heeft een extra troef: het originele werk hangt er in de Bruegelzaal. Dus ik naar Brussel… Het KMSKB heeft een indrukwekkende verzameling aan “Vlaamse primitieven” en tijdgenoten. Wie dit museum nog niet heeft bezocht, het is een aanrader!

…en niet alleen originele werken van Pieter Bruegel de Oude maar ook kopies van zijn werken door zijn zonen…

Dat maakt het al op zijn minst (alweer) zeer boeiend want waar zitten de verschillen tussen het originele werk en de kopie? Laat staan dat er 130 kopies van het werk circuleren…

Ik denk dat ik het langst van alle bezoekers van die dag in de specifieke zaal heb verbleven. Ik was ook al diegene die het langst in de videozaal (vlakbij de inkom), waar schilderijen op een soort immersieve wijze worden getoond en voorzien van commentaar, ben gebleven.

Om toch niet meteen alles prijs te geven, zet ik hieronder detailfoto’s van Volkstelling te Bethlehem (ja hoor, zo’n pestkop ben ik dan ook wel weer HAHAHAHA)

Bruegel 4 (01): winter in de renaissance

Er waren eens 3 Bruegeltekeningen: De toren van Babel (2018-2019), De kermis van Hoboken (2019) en als derde De imkers (2021). Telkens nagetekende versies van bestaande werken van Pieter Bruegel De Oude (daarom schrijf je dat als Bruegel en niet als Brueghel) met ook elke keer een eigen insteek in de kopie (bvb ander formaat, eigen creatieve wending,…) en research rond het werk.

Winter Pleasures. Sebastian Vrancx (1573 – 1647)

Natuurlijk kan ik na 3 lange blogsessies niet blijven nieuwe zaken ontdekken. Veel is al verteld. Hier en daar zal ik nog wel verwijzen naar dingen die in de andere blog als meer uitgewerkt verteld zijn, lees ze daar zeker nog eens na. Je kent mijn stijl hé, ’t is toch altijd met een knipoog (stel je voor dat ik leerkracht geschiedenis was geworden, dat zou nogal een boeiende hilariteit in de klas geweest zijn).

Enfin, voor ik de nieuwe blogreeks op jullie los laat moest er dus ook wel wat nieuwe input komen. En een nieuwe wending. Boerentaferelen was een optie maar die heb ik (nog) niet gekozen. Ben je daar in geïnteresseerd, doe dan zeker de Brueghel-wandelroute die start in Sint-Anna-Pede. Meer hierover in een eerdere blog. Een andere optie – die ik bij deze wel genomen heb – zijn de winterlandschappen. In de poll die ik ergens 2018 moet gelanceerd hebben (sorry, ik heb echt niet de moeite gedaan om hem weer op te dissen) met de vraag aan mijn volgers welke Bruegel ik zou moeten kopiëren. Toen won De Toren van Babel MAAR dat was in mijn herinnering een nek-aan-nek-race met een ander (bekend) schilderij: Winterlandschap met vogelknip.

Winterlandschap met vogelknip is één van de vele winterlandschapschilderijen van Bruegel. En voor ik focus op dat éne schilderij is het goed nog eens terug te keren naar midweg de jaren 1500 en de context van toen onder de loep te nemen. Deze periode wordt al eens “de kleine ijstijd” genoemd.

Pieter Bruegel de Oude leefde van ca. 1525-1530 tot 9 september 1569. De geboortedatum van de Oude kennen we niet. Er zijn echter wel referenties en door deductie kan men concluderen dat Pieter ergens tussen 1525 en 1530 is geboren. Het is evenmin zeker waar hij geboren is. Vermoedelijk in Breda of in Breugel (niet Bruegel). Dat is dus ook deductie, net als bij Jan Van Eyck wordt verwezen naar Maaseik of bij Jeroen Bosch wordt verwezen naar Den Bosch. Maar bij Bruegel hangt er nog een staartje aan dit verhaal…Er is namelijk een Bruegel in Nederland en dat lijkt het meest voor de hand liggend. Zelfs het huidige landschap wijst nog naar Bruegel de Oude (zie foto van Ron Sanders hieronder). Echter, ik zei al Bruegel of Brueghel (’t is al een eerste verschil) én de uitspraak (vandaag) Breugel en niet “bruugel” (de ue-klank staat doorgaans voor een verlenging van de eerste klinker) kunnen verwijzen naar een andere locatie. Advocaat Luc Savelkoul deed onderzoek en kwam tot de conclusie dat Bruegel, Bruugel als klank, verwijst naar Grote-Brogel!!! Dus – kunstweetje – wil je weer ’s scoren bij vrienden, dan weet je nu dat Bruegel meer dan vermoedelijk geboren is in Grote-Brogel. Beluister hier het interview.

Halfweg jaren 1500 zijn we al vet in de renaissance. Wie Bruegel de Oude dus nog in de middeleeuwen situeert is niet mee met de tijd ;) Wie denkt dat Jeroen Bosch en Bruegel ooit samen op café hebben zitten pintelieren is er ook dik naast. Toen Bruegel geboren werd was Bosch al (fysiek) lang dood. De kunst van Bosch daarentegen was (commercieel) nog springlevend en ging nog vlot over te toonbank. Zeker bij de firma Bruegel waar nog frequent verwezen werd naar Bosch. Over Van Eyck (Maaseik, circa 1390 – Brugge, 9 juli 1441) zou je nog kunnen discuteren. De middeleeuwen lopen (cfr Wikipedia) van 500 tot 1500 NC terwijl de renaissance start in de 14e eeuw (dus jaren 1300) en loopt tot de 16e eeuw. Van Eyck zit dus op de wip. Al zie ik Van Eyck meer aanleunen bij de vroeg-renaissance dan bij de middeleeuwse kunst. Maar in de werken merk je nog sterk die overgang van het “stijve, platte” naar het realistische, Romeins/Griekse 3D-model.

Volgens bovenstaand overzicht daalde de gemiddelde temperatuur in de jaren 1400-1700 toch wel aanzienlijk. Dat heeft wel zo zijn invloed op de winterervaringen en het vertier dat daarmee gepaard gaat. Dat we vandaag (in Vlaanderen) nog nauwelijks bevroren rivieren kennen is ook wel duidelijk als we naar het overzicht kijken. De gemiddelde globale temperatuur is sinds de industrialisatie stevig gestegen (ontkenners kunnen er blijven tegenargumenteren, feiten zijn wat ze zijn). Dat koude, onaangename winter kan samen gaan met plezier zien we nog bijvoorbeeld bij de Olympische winterspelen of bij de Elfstedentocht (als die er ooit nog eens komt). Natuurlijk, wanneer, bij wijze van spreken, het ijs en de sneeuw voor het rapen ligt (en blijft liggen) dan past een mens zich daar naar aan (zie ook schilderij hierboven). In Nederland zijn er nog de Ice Games. De Ice Games zijn een verzameling oer-Hollandse spelletjes die plaatsvinden op het ijs. Tijdens deze activiteit kun je genieten van verschillende traditionele ijsactiviteiten, zoals priksleeën, levend curlen, eisstock schiessen en nog veel meer.

Maar er is altijd meer dan vertier en plezier op vrije momenten. Er moet ook gewerkt en gewarmd worden. Want winter is niet altijd zo plezant. Een mens moet aan eten geraken en zich (liefst) ook nog een beetje warmen. Ook dit is regelmatig te zien op de schilderijen uit de kleine ijstijd. In tegenstelling tot vandaag waar in ieder huis op de een of andere manier verwarming aanwezig is, was dat vroeger niet zo vanzelfsprekend. We hoeven niet ver terug in de tijd te gaan om een huis te kennen waar nog met kolen, hout of bruinkool werd gewarmd. Meer dan waarschijnlijk in een beperkt aantal (leefruimtes). Nog vroeger was zelfs die luxe niet voor iedereen weggelegd en ging men voor de warmte en het licht naar de kerk of het cafeetje naast de kerk (kijk maar eens naar Daens als je die sfeer wil herbeleven).

IJsvermaak op de stadsgracht van Brussel – Robert van den Hoecke (1622–1668)

Terug naar Bruegel en zijn winterlandschappen. Als “appetizer” voor de komende blogs gooi ik hier al enkele highlights van zijn winterlandschappen in de ring. Ik ga er later dieper op in. Wat ik hier nu vooral wil meegeven (zie ook de eerdere blogreeksen) is dat Bruegel regelmatig inspeelt op katholieke thema’s in zijn werken dit in combinatie met de reële situatie van die tijd. Als reële situatie kan je meteen snel aan “winter” denken maar denk vooral ook aan Spanjaarden en de rebellieën (o.a. protestantisme) vanuit Nederland waardoor het afwijkend denken tov het (Spaanse) Katholicisme nogal riskant was…

Dat Bruegel de Oude een grote invloed, zeg maar kunstinfluencer was, had op zijn tijdgenoten zie je duidelijk in de kunst van de jaren 1500. Men stelt dat Bruegel de eerste was met winterlandschappen de markt op te gooien. Of dat zo is kan ik niet bevestigen alleen vermoeden. Misschien had wel iemand anders eerder een winterlandschap geschilderd en had Bruegel dit als inspiratie gebruikt om een nieuwe mode te lanceren. Zo is – intussen algemeen geweten – Van Eyck niet de uitvinder van de olieverf maar wordt hij dikwijls aldus genoemd. Een andere winterlandschapsschilder is Lucas Van Valckenborch (1535 – 1597). Gelet op zijn leeftijd zou Lucas mogelijks wél op café hebben gezeten met Pieter. Net als de Bruegels werden andere familieleden Van Valckenborch kunstschilders. Volgens Wikipedia is Lucas een navolger van Pieter. Als je naar de werken op Wikipedia kijkt valt daar weinig over te twijfelen…

Lucas Van Valckenborch – zicht op de Antwerpse bevroren Schelde (1593)

Bruegel 2 – Kermis in Hoboken: Waarom omkeringsfeesten zo belangrijk waren in de Middeleeuwen?

Voor de start van de nieuwe Bruegel 4-tekening, warm ik je graag al op met een terugblik naar Bruegel 2: Kermis in Hoboken aan de hand van dit artikel van National Geographic.

Tussen kerst en carnaval vonden er in de Middeleeuwen allerlei feesten plaats, waaronder het Narrenfeest. Het draaide om eten, toneelspelen en omkering van rollen. tekst Roeliene Bos Gepubliceerd op: 27/12/2025

Wie terug kon reizen naar de latere Middeleeuwen zou ’s winters van het ene in het andere feest verzeild raken. Want hoewel er hard en veel werd gewerkt, maakten de middeleeuwers ook veel tijd vrij voor ontspanning. ‘Ze waren een derde van het jaar bezig met feesten,’ vertelt Rozanne Versendaal van de Universiteit Utrecht, die promoveerde op de middeleeuwse feestcultuur in de Lage Landen en Noord-Frankrijk. Wat gebeurde er tijdens die feesten en waarom waren ze zo belangrijk voor de samenleving?

Het Narrenfeest, waar arm en rijk van rol wisselden

Het Narrenfeest, officieel fête des fous, was een van de vele feestdagen in de Middeleeuwen en vond plaats in de winter. De koude maanden waren bij uitstek geschikt voor vieringen: de oogst was op dat moment al binnen en er hoefde ook nog niet gezaaid te worden. ‘De wereld stond even stil en er ontstond een parallelle wereld met allerlei feesten,’ vertelt Versendaal.

Leestip: Reizen in de Middeleeuwen: ‘Er was veel nieuwsgierigheid naar de buitenwereld’

Veel daarvan, zo ook het Narrenfeest, waren zogeheten omkeringsfeesten. Tijdens de festiviteiten ruilden zowel geestelijken als stedelingen van positie. Een bescheiden priester kon voor een paar dagen worden verkozen tot paus, terwijl rijkelui zich in vuile vodden over straat begaven. Sommigen torsten zelfs een kussen mee onder hun shirt om te doen alsof ze een bochel hadden. Zie ook de man in het paarsachtige gewaad in het midden van onderstaand schilderij.

Op dit schilderij van Pieter Bruegel (De strijd tussen Vasten en Vastenavond) zien we niet het Narrenfeest, maar een symbolische confrontatie tussen Vastenavond en carnaval: boetedoening versus plezier. Historicus Rozanne Versendaal: ‘Van het fête des fous hebben we geen schilderijen, maar dit schilderij van Pieter Bruegel is ook een goede illustratie voor dat feest. Je ziet allemaal kleine tafereeltjes die ons heel veel kunnen vertellen over wat er allemaal gebeurde.’

Over hoe de armen zich voordeden als rijkelui is minder bekend. ‘Armen zijn bijna niet terug te vinden in de archieven. Ze hebben eigenlijk geen stem,’ legt Versendaal uit. Maar ze heeft wel zo haar vermoedens. ‘Ik vermoed dat de bedelaar die het hele jaar door op een vaste plek zat werd benaderd om de rol van rijkaard te spelen.’ Die kreeg dan een mooie mantel aangemeten.

Eten, toneel en spektakel in de straten

Op de pleinen en in de straten rook het naar vlees, dat in grote hoeveelheden op lange tafels stond waaraan arm en rijk samen hun maaltijd nuttigden. ‘Het eten werd bekostigd door financiers, dus het kostte niemand geld om aan de maaltijd deel te nemen,’ vertelt Versendaal.

Tussen de maaltijden door speelde men spelletjes of werd er gekeken naar toneelstukken. ‘In de stad waren verschillende podia en je moest van de een naar de ander. De decors waren ook vrij spectaculair, met bewegende delen en vuureffecten,’ weet Versendaal. Steden gingen in de Middeleeuwen zelfs met elkaar in competitie over wie het mooiste toneelstuk had.

Feestvreugde met een rauw randje

De podiums bevonden zich in de kerk, maar ook op straat. Dat bood dieven de uitgelezen kans om hun slag te slaan. Versendaal: ‘Die sneden de tassen gewoon door van mensen en gingen ermee vandoor. Ik heb zelfs een tekst gevonden waarin er in het toneelstuk zelf wordt gewaarschuwd voor zakkenrollers.’

Op dit schilderij zie je twee dieven (één met een wit shirt, de ander met een rood-witte broek), die de buidels afsnijden van toneeltoeschouwers.

De inhoud van de voorstellingen was soms komisch van aard, maar toneel werd ook gebruikt om serieuze en morele boodschappen over te brengen. Geestelijken voerden bijvoorbeeld Bijbelverhalen op, zoals de kindermoord in Betlehem na de geboorte van Jezus. ‘Lang niet iedereen kon lezen, maar op deze manier konden ze toch over de verhalen leren.’

Het feest van de Onnozele Kinderen

De omkeringsfeesten boden een zucht van verlichting in de donkere maanden. ‘De winter was voor veel mensen echt een beetje afzien. Het enige dat je in de Middeleeuwen had om je aan te warmen, was vuur. Het is vroeg donker, het is nat, vochtig. Al het comfort dat wij nu hebben, hadden zij niet. Zo’n feest was een welkome afleiding,’ vertelt Versendaal.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Maar er zat ook een duidelijke symboliek achter. Allereerst hadden de feesten volgens Versendaal een duidelijk leerelement. ‘Lage geestelijken die tot paus werden verkozen konden tijdelijk ervaren hoe het is om in zo’n hoge positie te zitten.’ Dat gold ook voor kinderen. Tijdens het feest van de Onnozele Kinderen op 28 december werd een van hen tot kinderpaus verkozen.

Dat klinkt in moderne ogen misschien als heiligschennis, maar dat was het volgens Versendaal absoluut niet. Sterker nog: de middeleeuwse omkeringsfeesten werden geïnitieerd door de kerk. Het feest van de Onnozele Kinderen is bijvoorbeeld een verwijzing naar de kindermoord in Betlehem.

Leestip: Dit was het echte menu van de middeleeuwer – volgens een historicus

Versendaal: ’De omkering was dat kinderen juist op die dag een hoge positie kregen. Ze mochten dan ook belangrijke beslissingen nemen, met als idee dat hen dit voorbereidde op de toekomst.’

Hoe feesten de stad bij elkaar hielden

Daarnaast waren de feesten waren een sociaal bindmiddel. ‘Het hele jaar door kwamen mensen uit verschillende klassen door deze feesten met elkaar in contact,’ vertelt Versendaal. ‘Het ruilen van positie was een manier om de heersende maatschappelijke orde te herevalueren en een ander perspectief te krijgen. Dat vergrootte de sociale cohesie in de stad.’

Viva ’26!

Na een jaar “sabat” worden er stillekesaan terug nieuwe plannen gemaakt voor 2026. Terwijl elke stad, gemeente zich bevrijdt van zwarte pieten en zich stort in hun eigen “winterfeestmarkt” (ik blijf het kerstmarkt noemen of nog liever joelfeest), schaatsbanen en andere kostelijk gezompel, blog ik er effe op los…

Feesten volgens AI

Links “Winterfeest-man”

Rechts: “Baba Marta-man”

Midden: “Verschroeid door de zon”-man…maar die mocht AI niet maken cfr de “content policy”

Het sabatjaar 2025 heeft interessante (maar weinig verrassende) inzichten met zich meegebracht. Zoals ik in de blog “moeder waarom exposeren wij” kwam melden kom ik meer en meer tot de conclusie dat exposeren én (mij) veel geld kost én er meer en meer gewoonweg de virtuele wereld ingestapt wordt. Het aantal pistes om te exposeren over 2026 zal daarom nog beperkt blijven. Ik vond het tegelijk ook wel leuk om die extra – niet uitgegeven – centen op mijn rekening te zien. Wat wel leuk en verrijkend was, waren de musea, de tijd om in de geschiedenis te duiken,…en daarin linken te leggen tussen heden, verleden, wat we denken en wat ooit was.

Op artistiek vlak zal 2026 wel interessant worden. Er staan wel wat projecten op de planning. Want ook daar heb ik meer tijd voor als er geen tijd geïnvesteerd wordt in exposeren. Er staat een nieuwe Bruegel op het programma, een “project zonder einddatum” met enige surrealistische inslag en een ander eerder theatraal project waar ik al jaren over droom en over denk maar tot nu toe geen tijd had om dieper te gaan onderzoeken en uit te werken.

Dat surrealisme dat blijft wel herkenbaar in de komende tekeningen. Allez, niet de eerstvolgende want ik (her)start met “Bruegel 4”. Na De toren van Babel, De imkers en Kermis van Hoboken komt er dus een 4e Bruegel aan. Natuurlijk aangevuld met verhalen, onderzoeken, eigen ervaringen tijdens het tekenen, details die je zelf allicht nog nooit had gezien etc etc.

Het sabatjaar 2025 kwam ook goed (on)gepland uit. Het is geen geheim dat er in Gent veel bespaard wordt en het stadsbestuur dimt niet in ambities (zeker niet wat “brood en spelen” betreft). Dat had zo zijn gevolgen op mijn gezondheid. Ik zeg al jaren: Gentse financiën zijn te vergelijken met de aankoop van een auto. Ze willen een Ferrari, hebben geld voor een 2PK maar zijn niet tevreden wanneer ze een (nieuwe) Peugeot kunnen krijgen. Door al die commotie totaal overspannen geraakt maar er nu terug weer bijna helemaal bovenop. Ik heb tijdens die periode een nieuw en zeer mooie gemeenschap ontdekt: “de wij-mensen“. “wij-mensen” zijn mensen die niet alleen zichzelf in de maatschappij zien maar ook leven, werken, reageren binnen de context van de hele gemeenschap en hoe deze gemeenschap goed blijft draaien. Wij-mensen kijken natuurlijk ook naar zichzelf maar zonder hun omgeving voelen ze zich niet in evenwicht. De “wij-mensen” vormen een grote tegenhanger met de “ik-mensen”, Trumpiaanse rakkers of De Wever-spiegelbeelden die voornamelijk zichzelf belangrijk vinden. De rest is parking.

Dit jaar zijn er ook weer (exclusieve) kerstkaartjes met al een preview van die Bruegel 4. Wie er eentje wil, laat ’t maar weten. Stuur gerust een mailtje.

Magritte. La ligne de vie – KMSKA (review)

In 1938 geeft René Magritte een lezing in het KMSKA over zijn visie op de werkelijkheid. Hij bespreekt er de oorsprong en ontwikkeling van zijn kunst, en de geschiedenis van de surrealistische beweging in België. Onder de titel La ligne de vie was deze lezing de belangrijkste die Magritte ooit over zijn werk heeft gehouden.

Aldus wordt de expo geïntroduceerd op de website van het KMSKA. Als Magritte-fan kon ik deze expo niet links laten liggen en ging er zo snel mogelijk naartoe.

Lees verder “Magritte. La ligne de vie – KMSKA (review)”

Moeder waarom exposeren wij?

Na bijna een jaar (bijna) sabat te hebben genomen blijf ik worstelen met de vraag: “waarom nog expo’s organiseren?”. Het is/was al een open deur intrappen want in welke mate is een amateur-tentoonstelling nog aantrekkelijk?

Laat ons eerlijk zijn: de subsidiedossiers (is het nu in Gent of elders) worden alleen maar complexer en men vraagt alsmaar meer papierwerk. Daarnaast worden de eisen ook alsmaar hoger. “Diversiteit” is bijvoorbeeld zo eentje. Tjah, daar doe je als organisatie toch wel wat inspanningen voor maar interesse is er niet. “Toegankelijkheid” in expozalen die geen liften hebben, waar ’t stinkt naar riolering,…

Lees verder “Moeder waarom exposeren wij?”

Kustroute Herne 2025: review

Het weekend van 9 en 10 augustus was er de 2-jaarlijkse kunstroute in Herne. Een organisatie van Herne Kunst’telt waar ik mee in het bestuur zit.

Ondanks dat ik me heb voorgenomen in 2025 aan geen publieke kunstactiviteiten deel te nemen wisten ze mij voor deze editie toch te strikken en daar was wel een zeer goede reden voor. Pas op de laatste minuut kregen we bericht dat het Kartuizerklooster (vandaag in privébezit) mee opgenomen werd in de kunstroute.

Herne heeft wel op zijn zachtst gezegd “een katholieke geschiedenis”. Naast het Kartuizerklooster is er ook nog een Dominicanessenklooster en een joekel van

Lees verder “Kustroute Herne 2025: review”

Kunstroute Herne: ik daag u uit!

Volgend weekend ( 9 & 10 augustus) is er de kunstroute in Herne. In deze prachtige Vlaams-Brabantse gemeente kan je langs 7 stops 16 (er is er eentje afgevallen) kunstenaars vinden die recent werk aan een breed publiek willen tonen. Startpunt: Vastgoed Lanneer, Centrum 4.

Ik doe ook mee en daag je bij deze kunstroute graag uit! In de tijd dat ik in de schuur van het het Kartuizerklooster zal zijn, zal ik er, zoals in mijn atelier, aan het tekenen zijn.

Lees verder “Kunstroute Herne: ik daag u uit!”

Gentse Feesten 2025

Dit jaar nog lightere Gentse Feesten dan de vorige jaren. Het had weinig gescheeld of ik was het gewoon afgetrapt. Laat ons eerlijk zijn: de Gentse Feesten zijn leuk. Het is een waar volksfeest (met echt wel héél veel volk) dat van heide en verre komt om in Gent een fijne avond of een fijne week te beleven. In alle clichés gezegd komen zelfs de Nederlanders afgezakt omdat het gratis is ;)

Maar de aanslepende discussies over de besparingen maakten dat ik helemaal niet in feeststemming geraakte.

Lees verder “Gentse Feesten 2025”

Het klein bang saapjen

Dat een sabatjaartje mij bevalt…amaai nog niet! Zalig genieten van alles wat er rondom mij gebeurt. Toegegeven, het duurde toch een paar maanden om af te kicken van de “sociale media-verslaving”. Als mens die toch graag contact met de wereld zoekt, heb ik meermaals gedacht “dit moet ik delen” en dan weer “maar ik ben op sabat, dus niet”. De sabat heeft daar op zich niets mee te maken maar het “unpluggen” leek toch wel veel moeilijker dan gedacht.

Oh, niet alleen om leuke dingen te delen (wat ik meestal wel probeer te doen, de nieuwszenders en azijnpissers delen die andere berichten wel ;) ) maar ook om geen kritische noten meer de wereld in te sturen. Nog steeds in de overtuiging dat ik een groeiende kiem kan planten in het brein van mijn volgers :) Laat ons eerlijk zijn: er zijn toch wel wat interessante onderwerpen geweest om over te debatteren de laatste maanden: Trump, Tesla, De Wever, de Gentse schuldenberg, zelfs de “verlinksing” van Gent,… waar ik – mezelf beschouwende als een sociale liberaal of een liberale socialist – toch wel sterke bedenkingen durf bij hebben.

Lees verder “Het klein bang saapjen”

Parijs 2025

De voorbije week was ik ziek wat nog maar eens bewijst dat ik mijn blogs op voorhand programmeer ;) Terwijl jullie aan het lezen waren over de gekken lag ik in bed allicht een of ander kwaadaardig virus weg te slapen. Maar goed, daarvoor blog ik niet :)

We waren in Parijs en mijn reisgezel was nog nooit eerder in Parijs geweest. Ondanks het hondenweer zijn we toch ’s tot aan de Eiffeltoren gewandeld.

Lees verder “Parijs 2025”

Mais vous êtes fous! Oh oui!

“Zot zijn doet geen zeer” zeggen we al nekeer. Zeker wanneer de gekkerd duidelijk geen last heeft van zijn/haar daden of er zelfs voordeel bij haalt. De titel van deze blog verwijst naar de hitsingle van Benny B. & Daddy K. (1990). Een beetje nostalgie om de blog swingend in te zetten…

Deze blog gaat echter over de expo “figures du fou”. Een tentoonstelling die tot 3.2.2025 liep in het Parijse Louvre en waar ik speciaal voor afreisde.

Waarom was het dan zo enorm de moeite om effe 600km af te leggen voor 1 expo? Wel, ten eerste omdat het onderwerp en de wijze waarop “het gekzijn” werd benaderd mij al heel sterk aansprak maar ook omdat er toch wel topstukken in de expo te zien waren. Ik had ter voorbereiding het boek “zot & zotter” aangeschaft wat mijn beslissing alleen maar bevestigde.

Lees verder “Mais vous êtes fous! Oh oui!”

Cadeautjestijd? Doe eens écht origineel :)

Deze week ging ik langs bij Mario ( https://www.facebook.com/mario.dhont.3 ). Mario is een fervent kunstliefhebber. Hij maakte in het verleden ook zelf al eens kunst waarvan ik, met enige fierheid, eigenaar ben van een aantal van zijn werken. Mario en ik verschillen nogal van “goestingen” inzake kunst. Mario heeft het meer voor het “moderne” (al vind ik ook dat een misplaatst woord, doet me altijd denken aan “hotel modern” uit de jaren ’60), het concept. Daar waar ik het meer heb voor het visueel esthetische in combinatie met een leuk verhaal. Toch heeft Mario één van mijn exclusieve zeefdrukken voor zijn collectie aangekocht!

Mario is zo’n kunstliefhebber dat hij die passie met plezier met anderen deelt. Dat zie je aan zijn ongelooflijk grote collectie aan tentoonstellingskaartjes waarbij hij promo maakt voor kunstenaars en galerijen in’t Gentse.

Maar onze Mario geeft ook graag kunst. Zo voorzag hij, naast een zeefdruk voor zichzelf, ineens ook een exemplaar voor zijn zus. Met de cadeautjesmaand in het verschiet is dat toch wel dé perfecte keuze!

Haal je eigen Blagueur in huis of deel jouw gevoel over dit werk met anderen die je dierbaar zijn. Een zeefdruk is telkens verschillend (kijk maar eens naar de verschillen in druk bij Andy Warhol zijn werken, telkens anders), dus geen 2 drukken zijn gelijk. Bovendien is de zeefdruk zo fijn afgewerkt dat je er zelden van deze kwaliteit zal zien. Ok, dit klinkt/leest allicht zeer melig maar ik hoef er zelfs geen verkooppraatje aan te koppelen want het is gewoon de objectieve realiteit. De zeefdruk kan je inlijsten en ergens een plekje in huis geven of je houdt de bundel in zijn geheel klaar om aan de feestdis een stoer verhaal te vertellen over de kunstenaar die je persoonlijk kent ;)

Naast de zeefdruk (beperkt tot 50 exemplaren) op A3-formaat, zit er in het pakket een groot, 8 pagina’s dik, boek over 25 jaar Max en wat er – dan wel in het kort – allemaal is gebeurd in die vele jaren kunstenaar zijnde. Het boek is offset-druk, ook al iets wat topkwaliteit biedt.

De bundel van zeefdruk en boek wordt samengehouden door een cover in dik papier met een “hoogdruk” (blinddruk of reliëfdruk) van het MAX-logo, met de hand gesigneerd én dus genummerd. Als dat niet overtuigend is! Ook de prijs voor dit geheel aan topklasse drukwerk en handwerk is beperkt tot 124,99euro. Een no-brainer waar je jaren plezier van hebt.

25 live: de expo der giganten

25 jaar publiek exposeren….Het is me wat. Niet alleen de ervaring van de feestelijkheden rond 25 jaar exposeren maar ook (mijn poging om) het kleinschalige karakter van de expo.

De “verhuis” naar de Sint-Amanduskapel, Campo Santo voor de Gentenaars, was ook een grote stap. Van het “huis van vertrouwen”, het landgoed De Campagne te Drongen, helemaal naar de andere kant van Gent. Een andere buurt, een andere sociale structuur en ook een regio waar ze mij zo niet kennen.

Anderzijds is Campo Santo dé referentie voor kunst en tentoonstellingen in Gent. Dat kon ik meteen ook merken tijdens de expo. Naast de vele vrienden en kennissen die langs kwamen, kwamen er ook wel wandelaars en buren (ja hoor, echt, “we zagen licht branden dus we kwamen eens kijken”) binnen. Zalig.

Campo Santo blijft wel een “hotspot” voor Gent omdat het zo wat de Père Lachaise van Gent is. Wie bekend was, ligt hier begraven. Dat kunnen podiummensen…

Lees verder “25 live: de expo der giganten”

T3: rollende koppen (07)

Ik heb nog nauwelijks tijd om te bloggen: te druk door de combinatie van nog verder werken aan T3 en de expo te organiseren. Zo’n expo organiseren dat lijkt allemaal eenvoudig: een troep ouwe rommel verzamelen, in de kar gooien, naar de zaal rijden, uitladen en ophangen.

Dat is toch het beeld dat ik soms gespiegeld krijg van deelnemende kunstenaars aan expo’s (niet de ART-tisten). Bij uitbreiding komt daar dan nog bij: “ik begrijp niet waarom we daarvoor moeten betalen, ze zouden ons, kunstenaars, beter betalen om hier te willen staan.”

Wie een degelijke expo wil organiseren is daar lang mee bezig. Dat is behoorlijk intensief. Zelfs nu met de “downsize” voor een kleine expo naar mijn normen, komen er nog heel wat randzaken bij. Zo moeten er uitnodigingen uitgestuurd worden, moeten er flyers her en der worden gelegd (we willen toch dat er wat volk komt, niet?), zaal nog ’s checken, drank bestellen, wegwijzers maken,…En nieuwe ezels in mekaar vijzen, ook dat nog…

Lees verder “T3: rollende koppen (07)”

Over liefde, leven en dood

Dit weekend houden we in zuid West-Vlaanderen Buren bij kunstenaars. Zoals al eerder gesteld teken ik live bij het atelier van Carlos Caluwier naast Bieke Caluwier. Zie links en vorige blog daarover. Na BBK en nu de verkiezingen achter de rug zijn, kan ik volop inzetten op de expo LLD (Love Life + Death). Maar ik doe dat niet met klassiek de werken die ter plekke te zien zijn in the picture te zetten. Nope! Dat zou een mooi (misschien meerdere) verha(a)l(en) in de weg staan.

Want “Love Life + Death” wordt niet voor niets in het Engels geschreven. Het is (alweer) een woordspelletje. In het Nederlands kan je’t lezen als “Liefde, leven en dood” waardoor je 3 grote thema’s des levens op het podium zet. Maar misschien heb je al gezien dat er geen “,” staat in de titel van de expo en dat maakt een heel groot verschil…

Lees verder “Over liefde, leven en dood”

T3: 5 uur per portret (06)

Als ik alles bij mekaar reken toch. En dan heb ik het alleen nog maar over het tekenwerk.

Het begint allemaal bij een afspraak. En ik wou graag een politicus als centrale figuur. Waarom? Omdat op het originele schilderij daar het debat wordt gevoerd tussen waar het in het leven allemaal om draait: het aardse, het tastbare, wat is, “meten is weten” versus het spirituele, filosofische, wat niet is maar wel eens zou kunnen zijn. De discussie is even bodemloos als de kwestie waarom we naar de maan of naar mars vliegen terwijl we de geheimen van de bodem van de zee nog niet kennen. En de discussie op het originele schilderij gaat nog verder dan dat…stel je voor…

Lees verder “T3: 5 uur per portret (06)”

Verkiezingen…stemmen…stemmen…

Blog in 2 delen: eerste over de verkiezingen (aanstaande zondag) en daarna nog wat cultuurgeleuter ;)

Na de “nationale” verkiezingen kleurt Vlaanderen opnieuw lokaal aanstaande zondag. De aanplakborden werden in Gent zelfs niet weggehaald. Terecht! ’t Was eerlijk gezegd de moeite ook niet. Nieuwe affiches met nieuwe nummerkes en soms dezelfde gezichten worden op officiële borden geplakt. En mening burger zet een boeltje kanaalplaten in eigen voortuin ter ondersteuning van “de goeie”.

De grote versnippering van het politieke landschap zorgt mijn gedacht meer voor verdeelde meningen dan cohesie. Een systeem waarbij iedere kleine groep die het om een punt en komma niet meer kan vinden met een traditionele partij kan zijn eigen partij oprichten. Om dat specifieke probleem aan te pakken maar verder hebben deze partijen geen of bijna geen programma wat besturen onmogelijk maakt. Ik vergelijk het met een voetbalploeg waarvan de fanclub vindt dat de keeper niet goed zijn werk doet. Ze leggen samen om een nieuwe keeper aan te trekken en beslissen daarbij om de hele boel buiten te zetten. Daar staat dan ineens een supergoeie keeper in de goal…maar wel helemaal alleen op het veld. Zo werkt ’t niet.

Lees verder “Verkiezingen…stemmen…stemmen…”

T3: Statistieken (05)

Vandaag heb ik portret 20 van de 21 op het centrale paneel getekend. Zoals je bij de vorige blogs kon lezen maak ik het verschil tussen schetsen, tekenen en inkleuren. 9 van de 20 zijn ingekleurd. Eén, de jongen vooraan, moet nog worden getekend.

Van het rechtse paneel zijn 10 van de 14 portretten uitgetekend. Nog geen ingekleurd. Van het linkse paneel zijn van de 13 koppen er 9 ingekleurd. Daar heb ik er nog 4 te gaan.

foto in hoge resolutie. Je kan klikken om te vergroten.

Ik vind het merkwaardig dat sommige portretten er meteen “op” zijn en dat sommige er behoorlijk naast zitten. Toegegeven, het zijn maar portretten van om en bij de 5 x 7 cm en als je er dan 1mm naast zit dan is dat in verhouding een opvallende fout. Tjah, 48 koppen op zo’n “kleine” oppervlakte, dan kunnen het geen grote portretten zijn…

Om toch zeker te zijn dat ik voor de expo van november “iets” van afgewerkt product kan tonen, zal ik van het centrale paneel op zijn minst alle personages afwerken. Ik blijf het wel een leuk effect vinden die mix tussen getekende en ingekleurde gezichten. Blijf twijfelen of ik het geheel nog wel zou afwerken. Ik zou anderzijds wel kunnen doen zoals Jeroen Bosch deed bij een aantal van zijn schilderijen: de buitenkant als grisaille en enkel de binnenkant in kleur zetten. Ik bezin er me nog over. Tijdens het tekenen heb ik toch niets anders te doen :P

Ik heb mijn inlijster maar al aan het werk gezet want als ik wacht totdat de tekening klaar is om aan de lijst te beginnen, halen we de expo niet. Gelukkig is Hugo een zorgvuldig man en heeft hij alle maten van de tekenplaten keurig genoteerd zodat hij direct aan de slag kan.

Blogvolger Koen vroeg nog wat uitleg van die Grieken die op het origineel staan. Dat zal wat moeten wachten, nu moet er echt eerst getekend worden. Maar ik hou het in het achterhoofd. Er komt nog wel een moment waarbij ik niet meer weet wat te vertellen en dan is zo’n invulling, wat wistjedatjes, altijd wel leuk om te lezen.

En tegelijk wordt de expo van november georganiseerd maar eerst nog Buren Bij Kunstenaars. Het evenement heeft dit jaar weer een massa kunstenaars op de been gebracht: zo’n 400. Dat wordt dus weer een weekend vol kunst in zuid West-Vlaanderen. Voor mij wordt het weer een tekendemo in combinatie met een kleine expo bij Carlos & Bieke Caluwier. Ik zal er live tekenen aan de nieuwe triptiek en dus ook uitleg geven over de tekentechniek. Volgens de affiche gaat het evenement door op 19 e 20 oktober maar wij doen er nog een vrijdagje 18 oktober bij en openen dan tussen 16u en 22u.