STADSWACHT (15): WET WET WET

Terug van Kunst in het Dorp beslis ik om na een paar dagen rust de tekeningen van hun bubbelfolie te ontdoen en ze maar ’s naast mekaar op te stellen. Dit is nodig om de overlappende figuren uniform in te kleuren. Er zou anders wel eens een kleurverschil tussen beide panelen kunnen ontstaan.

Maar bij het lossnijden van de verpakking valt me op dat deze nog langs binnen nat is. Bij de afbouw van Kunst in het Dorp regende het (nogal hard) maar intussen waren we wel al 4 dagen verder en zo veel water had ik nu ook weer niet verwacht… Damagecontrol: van het linkse paneel is voor 3/4 van de hoogte een strook van 5cm kletsnat papier. KAK! En natuurlijk kon het niet anders dan dat dat de rechtse kant (dus vlak naast de scheiding van beide panelen) moest zijn.

Met een lamp en scheluw licht was het direct zichtbaar: opgeblazen papier in een fijne strook loopt als een dartel riviertje over de tekening. Er kunnen erge dingen gebeuren bij een transport maar dit hier had ik mij nu ook weer niet aan verwacht.

Met een papieren verdoezelaar probeer ik de “bergwand” aan opgeblazen papier plat te drukken hopende dat, wanneer het papier droogt, het terug tegen de rug zal kleven. Tegelijk denk ik na over mogelijke technieken die ik nog zou kunnen toepassen om tijdens het drogen het papier toch opgespannen te krijgen. Ik denk aan dingen die ik eerder heb toegepast op doeken en op papieren wanneer ik met water werk maar ik kan momenteel niets beters bedenken dan heel zachtjes drukken op de verhoging. (Ik had ervoor geprobeerd met een deegrol de bergketen plat te rollen maar dat had geen effect).

De dag later is het papier gelukkig al droog en “het probleem” is bijna niet meer te zien. Ik leg er mij bij neer en reken er op dat – eens de zone ingekleurd zal zijn – er niets meer van te zien is. Dat is dan finaal nog het grote geluk: de natte zone was nog niet ingekleurd of althans niet met wateroplosbaar materiaal. De aquarelpotloden waarmee ik werk zijn zo goed dat bij de minste drup of spat ze oplossen. Zalig om mee te werken maar niet wanneer het voorvalt zoals hier.

Enfin, na alweer flink wat uren getekend zijn we toch een paar stappen verder dan de beginfoto van deze blog. Ik help je wat met de 10 verschillen: de figuur met zwarte hoed achteraan heeft nu een volledig zwarte pull aan, de man de groene vest heeft een broek aan (allez, hij had die al aan maar nu heeft ze ook een kleur), de dame links achteraan haar kledij + haar is ingekleurd, de frontman zijn linkerhand werd uitgewerkt en een goede aanzet van zijn rechterhand werd getekend, het jasje werd (in geel) uitgewerkt.

STADSWACHT (14): GET ON THE FLOOR

De titel pikte ik van DJ Bart Vermandere (https://www.mixcloud.com/bv3/ ), naast DJ ook toegankelijkheidsambtenaar bij Stad Gent. Maar voor mij dus vooral bekend als rustige, stille man die op een interessante manier plaatjes aan mekaar weet te mixen. Op zijn Mixcloud kan je meerdere van zijn dans- of radiomixen beluisteren.

De portretten staan er nu allemaal op, dat kon je lezen in de vorige blogs. Omdat ik dus de komende weekends in Bellingen aan live het tekenen ben, moest ik wat voorsprong nemen op het schema. Een “wit blad” met wat koppen op zegt het grote publiek allicht niet veel. Daarom wou ik toch het stuk boven de hoofden inkleuren en ook wat invulling geven. Meer over de opbouw van de achtergrond las je in blog 10.

Ik kom snel tot de vaststelling dat ik de invulling van de panelen niet los van mekaar kan doen. Ze moeten dus weer beide naast mekaar worden opgesteld. Maar…lijnen trekken op een ezel, dat is niet vanzelfsprekend, dus leg ik ze maar op de livingtafel. Ik heb het geluk ooit een (veel te) grote livingtafel te hebben waar de panelen kunnen op liggen (ook al steken ze er langs alle kanten over).

De beide deuren op de achtergrond vallen natuurlijk meteen op. Die teken ik dan ook eerst uit met de gekende aanpak: eerst grijswaarden, dan inkleuren en daarna weer diepte geven. De stenen muren links, rechts en tussen de deuren moeten nog voorzien worden van lijnen. Daar had ik enkel aanzetten gegeven bij het schetsen. Blijkt 1 portret dwars door het decor te lopen. Die werk ik dan meteen ook verder uit.

Maar dan is er ook nog de vloer. Om mij de moeite te besparen om later nog ’s die panelen te moeten naast mekaar leggen, begin ik ook de vloer uit te werken. Dat is een ander paar mouwen! De deuren en de gevel zijn nogal “recht” in het vlak. De vloer daarentegen is in perspectief te tekenen. Hoe ga ik dat aanpakken? Na een beetje prutsen met de latten beslis ik om het op de goede oude methode te doen. Ik zoek het vluchtpunt en neem een koord en begin lijnen uit te zetten. Net zoals Vermeer dat deed 400jaar geleden. (meer weten: bekijk bvb de aflevering Het geheim van de meester)

Ik kom finaal uit op de schouder van één van de collega’s en markeer het punt met een * Ik heb geen zin in gaatjes in mijn tekening (sorry Johannes), ik neem een papierklem en bind er een koord aan. Zodoende kan ik vanuit 1 vluchtpunt al mijn lijnen voor de vloertegels uitzetten.

Terwijl ik bezig ben en de vloer zo zie, wijken mijn gedachten af naar de scène uit Saterday Night Fever waar John Travolta over de dansvloer swiept. In de film heeft onzen John wel een zwarte broek aan, op de affiche is het een witte 😉 Ik maak als pauze dit grapje met mijn eigen vloer 😉

Zodoende staat dus de basis voor de achtergrond boven de hoofden er nu helemaal op en ook de vloerpartij is getekend. Hoe het verder verloopt, lees je in een volgende blog of kan je zien op Kunst in het Dorp te Bellingen.

STADSWACHT (13): HET LAATSTE PORTRET

Bij deze blog het laatste portret van de reeks. Dat is als ik de hond rechtsonder niet mee in rekening breng 😉 Het is een blog met enige vertraging want ik was vorige woensdag hard aan het inhalen voor de komende expo/tekendemonstratie te Bellingen van 10-18 september. Dit weekend verhuizen de panelen samen met de ezels, licht, verlengkabels en de hele reutemeteut aan potloden dus naar Bellingen voor Kunst in het Dorp.

Het laatste portret maakt de cirkel aan gezichten rond. Het is portret van Brecht en hij komt links op dit paneel en dus vlak naast de hoofdfiguur van het andere paneel te staan. Brecht neemt de rol van Willem van Ruytenburch op. Een lans of speer in de hand zou voor een medewerker van de stad niet echt gepast zijn. En al zeker niet wanneer je met kinderen werkt. Na enkele dagen denkwerk kwamen we op het idee om Brecht zijn uitschuifbare of telescopische ladder te laten gebruiken als surrogaat lans. Brecht is onze specialist in asbest (als hij het niet weet, dan weet niemand het) maar tegelijk zorgt hij ook voor de installatie en onderhoud van branddetectiecentrales. Dus in die jobs gebruikt Brecht wel met regelmaat zijn uitschuifbare ladder.

Bij het opzetten van het portret van Brecht deze keer geen fouten! Effe koppiekoppie er bij houden en keurig alle stapjes in het proces afwerken. Met het portret van C. heb ik wel mijn lesje geleerd: dat van haast en spoed enzo 😉

Het verloop van het opzetten van het gezicht vind ik achteraf altijd wel boeiend om te terug te zien. Ik geef toe dat, terwijl ik er aan werk, ik me niet zo bewust ben van het grote verschil. Ik ben zo gefocust om het beeld zo realistisch mogelijk overbrengen dat ik niet echt bezig ben met “het verschil” te maken. Al weet ik ook wel dat het achteraf wel een verschil maakt. Maar laten we effe terug gaan naar het begin.

Er was eens…zo’n 2 maanden geleden een schets van 2 heren, centraal op beide panelen, elk op hun eigen paneel.

Bij het opzetten van de grijze portretten zie je dat ik hier en daar nog nieuwe structuurlijnen zet om de verhoudingen zo goed mogelijk onder controle te houden. Die lijnen verdwijnen achteraf wel weer. In de bovenstaande reeks staat de laatste foto op de juiste plaats. Dit is de “gegomde” versie van de uitgewerkte grisaille links ervan. Ik maak de tekening daarmee weer lichter om dan de kleurenversie beter te laten doorkomen.

Eens ingekleurd wordt de bijna onzichtbare schets van begin deze zomer een heel andere tekening….

Om het publiek toch al iets van de achtergrond te kunnen tonen ben ik dus, na het portret, ook daar aan begonnen. Maar dat vertel ik je in een volgende blog, dan heb je nog wat te lezen voor er foto’s van tijdens de tekendemo komen. Of misschien maak ik er wel een “livestreampje” van, wie weet 🙂

Wil je nog een beetje meer weten over Willem van Ruytenburch, dan kan je hieronder nog wat verder lezen 😉

Als zoon van een handelaar in Oosterse producten, wordt Willem geboren in een simpele, maar welvarende familie. Zijn vader bouwt in 1606 een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Hij noemt het pand ‘Ruytenburch’ en de familie neemt de elitair klinkende naam over als achternaam. In 1611 breidt zijn vader de titel verder uit als hij de rechten koopt om heer van Vlaardingen en Vlaardingen-Ambacht te worden.

Willem erft de titel en het bijbehorende landhuis na de dood van zijn vader. De naam is dan wel volledig bij elkaar geraapt; Willem van Ruytenburch van Vlaardingen draagt hem met trots. Toch ambieert hij nog meer aanzien. In 1632 overtuigt hij een oudere vrouw om onder ede vals te verklaren dat de voorouders van Willem uit het Brabantse Budel komen en van adel zijn.

Een paar jaar later wordt Van Ruytenburch wethouder in Amsterdam en luitenant bij de compagnie van Frans Banninck Cocq, maar dat maakte hem nog steeds geen man van grote betekenis. Hij mag dan nu zogenaamd van adel zijn, maar is geen bloedverwant van de heersende families in de stad.

In 1647 vertrekt hij voorgoed uit Amsterdam en vestigt zich in Den Haag en Vlaardingen. Hier sterft Wilhem in 1652, niet wetend dat hij eeuwen later als ‘de man in het geel’ alsnog de faam zou verwerven waar hij zo naar verlangde.

STADSWACHT (12): Je kan niet zonder

Ik skip enkele portretten. De reeks loopt vlot. Ik moet er nog eentje afwerken en alle “koppen” staan er op. Dan moet ik nog zien wat ik eerst ga doen: of ik herneem de eerste 3 portretten om ze af te stemmen (qua kleurteint) met de rest of ik werk aan het decor. Momenteel gok ik erop dat ik eerder eerst op het decor ga inzetten om toch eens iets anders te gaan doen. Tegelijk zal het geheel ook wat meer vorm krijgen. Het moet toch “iets” zijn om te tonen op Kunst in het Dorp, begin september, in Bellingen. Kom je eens langs voor een babbel over het werk, over de techniek of gewoon over koetjesvoetbal?

In een organisatie, zeker in de grote, is het belangrijk dat de agenda’s vlot lopen. Dat je een “fixer” aan boord hebt en tegelijk iemand die – nu net door het inzicht in al die agenda’s – discreet genoeg is. Een mix tussen iemand die altijd bereikbaar is maar tegelijk ook geheimen kan bewaren alsof ze in Fort Knox lagen. C. is zo iemand. Ze staat dan ook niet voor niets met de computer in de hand. Ze is de persoon waar je altijd kan op rekenen, staat altijd klaar met een lach of een leuke opmerking. Of met een glas wijn, gin, cava,…als er maar alcohol in zit 😉 😉 😉

Ik vind het vanuit mezelf dan ook belangrijk dat C. er zeker goed op staat. En die lat zo hoog leggen was, verdorie nog aan toe zeg, niet vanzelfsprekend. Door mijn enthousiasme de stomme fout gemaakt van het gezicht een fond de teint te geven (zoals ik dat ook met alle andere gezicht heb gedaan) en dan open wrijven om egaal te verdelen waardoor…mijn hele basistekening de mist in ging. Ah ja…bij de andere heb ik telkens eerst de ruwe schets verder uitgewerkt en dan de doodverf aangebracht. Dat had ik hier niet gedaan waardoor de hele schets (die heel licht op het papier wordt aangebracht) verdween. KAK!

Dat wou dus zeggen dat ik het hele portret moest reconstrueren zo goed als van nul. Lijnen versmelten en basislijnen vermengen zich met schaduwlijnen… Ik denk dat ik zo van de kaart was dat ik er gewoonweg geen foto’s van heb gemaakt. Maar ik illustreer het even adhv een ander portret met links de uitgewerkte schets, daarna de doodverf-kleur en daarna de inkleuring.

Na vele uren tekenen stond C. eindelijk in beeld.

Maar ik was helemaal niet tevreden met het portret. In mijn eerste gedachte zat het rechtse oog niet goed, maar toen ik mijn hand over de helft van het gezicht deed, bleek dat eerder het linkse oog te zijn. Na controle met de computer (daar zijn programma’s voor hé 😉 Je hebt techniek en kennis nodig om er iets sneller door te geraken. Voor de impressie had ik ook de hoed al mee ingekleurd. Zo’n groot donker vlak kan immers heel veel invloed hebben op de indruk die je van een portret krijgt. De complexiteit komt snel naar boven. C. kijkt naar haar computerscherm, het rechteroog kijkt eerder in de verte en het linkse oog kijkt in mijn tekening zowat alle richtingen uit maar zeker niet naar het computerscherm. Door het gedraaide hoofd is de positie van de traankanalen ook niet correct….Ik laat het een nachtje rusten, wat afstand nemen. Morgen werk ik dit af.

Na de nacht begin ik er aan. Eerst, om wakker te worden, een aflevering van “historisch bewijs” erdoor jagen. Een zalig nieuwe reeks op NPO. Waar blijven de Belgen/Vlamingen met hun documentaires rond onderzoek van eigen cultuurhistorisch patrimonium? Djeezes, ik moet echt naar NL gaan wonen…

Op de foto’s hierboven kan je zien waar ik aan werk: de gezichtslijn/contour links is een paar millimeter verschoven waardoor het gezicht smaller/scherper wordt. Het linkse oog is weggegomd, de keel is een paar millimeter smaller geworden. Ik werk de mondhoek rechts ook nog wat bij. De linkse lijn, vertrekkende van de oorlel, schuift een ietsiepitsie op naar links waardoor ook de kaaklijn iets beter gaat uitkomen. Check! 2uur verder het resultaat (rechts voor wie er nog moest aan twijfelen 😛 ) Ik vind het geslaagd: de ogen kijken nu duidelijk naar het scherm, C. oogt stukken sympathieker dan de versie van gisteren (zo kennen we C. wel) en de glimlach is iets breder 😉 Snel snel nog effe ook het scherm en beetje kledij ingekleurd. Ik werk er later nog aan. Rest nog 1 portret te gaan…

STADSWACHT (11): DE TOFFE BENDE 2

Na een weekje “rust” in Denemarken (misschien daarover later meer) ben ik terug aan de slag met tekenen. Effe afstand nemen van een tekening is altijd goed en tegelijk is het het eeuwige dilemma dat terwijl je afstand neemt, er ook geen vooruitgang is. Maar de zomer is nog niet voorbij, dus no sweat. En dan nog…als ik moet kiezen, dan duurt het tot in de herfst voor de tekening klaar is. First things first nietwaar 😉

Ik heb verder gewerkt op de kop waar ik bij vorige blog zo over twijfelde. Ik heb ‘m in grijs “opgeschoond” om het met Windows-termen te zeggen en dan opnieuw verdiept met grijs. Daarna de kleuren goed bestudeerd en er aan begonnen. Ik ben best tevreden met het resultaat 🙂

Daarmee geef ik ineens ook de andere 2 koppen van deze toffe bende (waarvan ik de indruk blijf hebben dat ze tijdens de sessie wel veel plezier hadden) prijs. Meer fotodetails over de opbouw van deze portretten hieronder.

De rechtse figuur – hier opgenomen door K – houdt statig een rol papier vast. Als dienst die met heel wat architecten samenwerkt zijn bouwkundige plannen, technische schema’s of eenvoudige uitvoeringsschetsen dagelijkse kost. Al liggen er vandaag nog zelden papieren plannen op onze bureaus. In de regel wordt alles met de computer getekend en op het netwerk opgeslagen. Zodoende zijn de plannen of schema’s snel en makkelijk bereikbaar en kan er ook gemakkelijk een historiek worden van bijgehouden.

In het schilderij wordt de plek van K ingevuld door Walich Schellingwou. Blijkbaar heeft deze mijnheer ook een eigen Facebookpagina. Ik laat u raden wie zijn vriendjes zijn… 😉

Walich Schellingwou komt uit een familie van rijke stoffenhandelaren, die al generaties lang handel drijft vanaf de Nieuwendijk in Amsterdam. Tegen de familietraditie in wordt Walich wijnhandelaar, maar volgt verder wel zijn vaders voorbeeld en sluit zich aan bij de compagnie van Frans Banninck Cocq.

Uit een oude boedelinventaris blijkt dat Walich een piek in huis had. Hiermee wordt zijn functie als piekenier, zoals hij ook staat afgebeeld in de Nachtwacht, bevestigd. Een paar jaar na de voltooiing van de Nachtwacht lopen de zaken voorspoedig, dus verhuist de familie Schellingwou naar de prestigieuze Herengracht. Hier overlijdt Walich in 1653.

In 1772 duikt er een portret van hem op in de handen van tsarina Catherina de Grote van Rusland. Ze denkt dat ze een echte Rembrandt op de kop heeft getikt, maar al snel blijkt de handtekening op het doek nep.

Stadswacht (11): de toffe bende

Een nieuwe groep van 4 is getekend. Ik moest vandaag (woensdag 17/8) wel een tandje bijsteken want met die dagen Denemarken heb ik niet kunnen verder tekenen. Goed, wel, op risico van toch een tikkeltje “saai” te worden, moet ik jullie nog voor een tijdje bezig houden met het tonen van portretten. Tegelijk hoop ik niet in de patatten (of was het toch iets anders, Jordan?) te vallen et pour les Hollandais: “tomber dans les frites” omdat dat toch altijd beter smaakt dan ordinaire “patat” 😉 Ik worstel namelijk weer met een hardnekkige sinusontsteking en ja hoor, mijn mannelijkheid verplicht me dan om ellendig en sacherijnig te lopen…

Maar zolang we daar niet zijn, doen we verder. En deze keer met een frivole bende op de achtergrond. Ze lijken wel de 4 musketiers al stelt geen van deze 4 een schutter voor. Op het schilderij houden ze een “piek” vast, een soort lans. Omdat wij niet werken met geweren en lansen, kregen modellen als alternatief de opdracht “een lang voorwerp” te kiezen dat te maken had met hun job.

Ik denk dat er tijdens de opnames goed gelachen werd terwijl ik druk bezig was met mijn camera. De poses kloppen niet echt en aan de gezichten te zien hebben ze een uitbundige lach moeten verbijten. Ik kies er voor om niemand echt naar de achtergrond te verdrukken, daarom staan – in tegenstelling tot bij Rembrandt – mijn 4 figuren heel erg zichtbaar in beeld.

Omdat ze achteraan staan en mijn fotocamera niet zo’n scherp beeld maakt over die afstand is het ook hier soms gokken over hoe precies de ogen, de neus of de mond staan. Tjah…ik doe mijn best maar ’t is toch niet altijd wat ik zelf zou willen. De hoofddeksels die ze moesten dragen (als variant op de grote hoeden van het schilderij) werpen nog ’s donkere schaduwen op de ogen en dat maakt expressies erg moeilijk. Ik improviseer een beetje gaandeweg. Daarenboven is collega N., als ik me niet vergis, van Indiase afkomst (Baruipur, India). Een mens is een mens maar subtiele verschillen maken ons uniek en ik moet toegeven dat ik bij N. nog niet zo gewoon ben om mensen met Indiase roots te tekenen. Daarom werk ik haar portret eerst helemaal uit in grijswaarden, ik kan er dan wat afstand van nemen, er aan wennen. Als het niet klinkt, dan moet ik maar herbeginnen. Als het wél klinkt, dan kleur ik het verder in.

N. staat op de plek van Jan Ockersen. Hij is zo wat de badboy van het schilderij. De familie Ockerson deed de familie Ockerson mee aan de beeldenstorm. De familie Ockersen raakt in 1566 namelijk betrokken bij een beroemd incident. De beeldenstorm raast door Nederlandse Kerken en woeste menigtes laten een spoor van vernielingen achter. Op 22 augustus doet de zus van Jan Ockersens grootmoeder mee aan de aanval op de Oude Kerk. Terwijl haar dienstmeid kandelaars en beelden omver werpt, gooit deze Weijn Adriaen Ockersdr haar schoen door het glas van het altaar. Deze aanval op de afbeelding van de Heilige Maagd Maria is zo schokkend dat het eeuwen later nog door kunstenaars wordt gebruikt om de beeldenstorm te illustreren. Maar Weijn Adriean Ockersdr hoeft niet op veel roem te rekenen. In 1568 wordt ze gearresteerd, gemarteld en ondervraagd. Niet veel later moet ze boeten voor haar actie en wordt ze op de Dam verdronken in een wijnvat vol water.

Jan draagt dus een bekende en misschien zelfs beruchte naam. Toch weerhoudt dat hem er niet van om carrière te maken binnen de stoffenhandel. Zeven keer treedt hij op als staalmeester van het lakenbereidersgilde. Na de reorganisatie van de Amsterdamse wijken verlaat hij de schutterij van Banninck Cocq en wordt luitenant bij Wijk XXI (21).

Meer info over de andere figuren en de vorderingen volgt snel. Tot gauw!